[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van de 152e zitting van de Assemblee van de Interparlementaire Unie

Verslag van de zittingen van de Assemblee van de Interparlementaire Unie

Verslag van een bijeenkomst

Nummer: 2026D26684, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-03 09:52, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29679 -45 Verslag van de zittingen van de Assemblee van de Interparlementaire Unie.

Onderdeel van zaak 2026Z11697:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Staten-Generaal AS 1/2

Vergaderjaar 2025-2026

29 679 Verslag van de zittingen van de Assemblee van de

Interparlementaire Unie

Nr. 45 VERSLAG VAN DE 152e ZITTING

Vastgesteld 2 juni 2026

Inleiding

In Istanboel, Turkije vond van 14 tot en met 19 april 2026 de 152e zitting van de Assemblee van de Interparlementaire Unie (IPU) plaats. De Nederlandse groep van de IPU vaardigde naar deze zitting een delegatie af bestaande uit de Eerste Kamerleden Roovers (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Talsma (ChristenUnie, delegatieleider) en Van Rooijen (50Plus) en het Tweede Kamerlid Belhirch (D66). Zo’n 720 parlementsleden uit 126 landen waren aanwezig, waarvan 37% vrouwen. Het centrale thema was Het koesteren van hoop, het waarborgen van vrede en het garanderen van rechtvaardigheid voor toekomstige generaties dat resulteerde in de Istanbul Verklaring. De Assemblee stond stil bij het vijftigjarig bestaan van het Comité voor de Mensenrechten van Parlementsleden. Het aantal zaken van geschonden mensenrechten van parlementsleden was wederom toegenomen. De Assemblee nam een Emergency Item aan over de dringende noodzaak van gezamenlijke parlementaire inspanningen om staakt-het-vuren te handhaven en vredesopbouw te ondersteunen. De Governing Council stemde onder meer in met een herstructurering van de commissie voor Midden-Oosten vraagstukken en de nieuwe strategie voor 2027-2031. Bangladesh werd weer toegelaten tot de IPU nadat zij eerder waren geschorst wegens het uitblijven van democratische verkiezingen. De verkiezing van een nieuwe Secretaris-generaal van de IPU, werd met een ruime meerderheid van de stemmen door Anda Filip gewonnen die daarmee de eerste vrouw is op deze positie als opvolger van Martin Chungong uit Kameroen die deze positie sinds 2014 vervulde. Voorafgaand aan en gedurende de Assemblee kwam de 12 Plus-groep bijeen, de Westerse groep van landen binnen de IPU waar Nederland lid van is, om de hoofdelementen van de vergadering voor te bespreken en posities binnen de Assemblee te verdelen. De Assemblee nam drie resoluties aan, één over de rol van parlementen bij het opzetten van solide mechanismen voor postconflictbeheer en het herstellen van een rechtvaardige en duurzame vrede; een tweede over het tot stand brengen van een rechtvaardige en duurzame wereldeconomie: de rol van parlementen bij het bestrijden van protectionisme, het verlagen van invoerrechten en het voorkomen van belastingontwijking door bedrijven en een derde over de dringende noodzaak van gezamenlijke parlementaire inspanningen om de wapenstilstanden te handhaven en vredesopbouw te ondersteunen in het Midden-Oosten en andere regio’s. Ook nam de Assemblee een motie aan over het stimuleren van parlementaire maatregelen op het gebied van kunstmatige intelligentie. De delegatie sprak met de Nederlands Consul-Generaal Daan Huisinga en zijn team. De Griffier van de Eerste Kamer, Remco Nehmelman, en Sander Duijmaer Van Twist, directeur Concernstaf en plaatsvervangend Griffier van de Tweede Kamer, namen deel aan de vergadering van de wereldwijde vereniging van secretarissen-generaal, Association of Secretary-Generals of Parliaments (ASGP).

Plenaire vergaderingen

Bij de opening van de 152e zitting op 15 april stond IPU-President Tulia Ackson (Tanzania) stil bij de wereldwijde crisis, de rol van parlementen en de verantwoordelijkheid tegenover toekomstige generaties. Volgens Ackson zijn de huidige wereldwijde conflicten geen toeval, maar het gevolg van politieke keuzes die kortetermijnbelangen boven verantwoordelijkheid voor de toekomst plaatsen. “Geweld leidt niet tot vrede, het leidt tot vergelding, nog meer conflicten en menselijk leed, zoals zichtbaar in onder meer Iran, Libanon, Israël, het hele Midden-Oosten, Oekraïne, de Sahel, Myanmar,

Haïti en op veel te veel andere plaatsen,” sprak Ackson. Ze deed de oproep tot vreedzame conflictoplossing volgens het VN-Handvest. Ackson noemde het een morele plicht om ervoor te zorgen dat toekomstige generaties in vrede en waardigheid kunnen leven en niet veroordeeld zijn tot een eindeloze reeks conflicten. Ook sprak zij over de aandacht voor oorlog boven de aandacht voor klimaatbeleid, waardoor extreme weersomstandigheden, stijgende zeespiegels en milieuschade toenemen en toekomstige generaties met een gevaarlijkere wereld achterblijven. Geen wonder aldus Ackson dat veel jongeren tegenwoordig gedesillusioneerd zijn over de toekomst. “Overal ter wereld zien we hoe ‘Generatie Z’ in opstand komt, ingegeven door angst, frustratie en een diepe bezorgdheid over wat de toekomst voor hen en voor de komende generaties in petto heeft,” zei zij. Onder verwijzing naar het overkoepelende thema van deze Assemblee riep Ackson op om te kiezen voor inclusie, zodat mensen zich gehoord en vertegenwoordigd voelen en in staat zijn hun eigen toekomst vorm te geven; te kiezen voor dialoog want geweld leidt niet tot vrede en tot slot te kiezen voor leiderschap met vooruitziendheid, moed en een duidelijk plichtsbesef tegenover degenen die de wereld zullen erven die wij momenteel vormgeven. De voorzitter van het Turkse parlement, Numan Kurtulmuş, verwelkomde de parlementariërs in Istanboel en sprak over de grote crises, zoals oorlogen, schendingen van mensenrechten, migratie, klimaatverandering en de snelle ontwikkeling van technologie en artificiële intelligentie waarmee de wereld te maken heeft. Volgens hem zijn oude politieke systemen en denkwijzen niet langer voldoende om deze nieuwe uitdagingen aan te pakken, waardoor internationale samenwerking noodzakelijk is. Parlementaire democratie en dialoog tussen landen worden daarom gezien als essentiële middelen om gezamenlijke oplossingen te vinden en een betere toekomst op te bouwen. De secretaris-generaal van de VN, Antonio Guterres, sprak in zijn videoboodschap over de verbindende rol van parlementen tussen burgers, landen en toekomstige generaties, juist in een tijd van grote geopolitieke spanningen en groeiende ongelijkheid. Guterres wees op de noodzaak van dialoog, respect voor internationaal recht en hervorming van het mondiale systeem om beter om te gaan met economische en sociale ongelijkheid. Daarnaast benadrukte hij dat technologie en klimaatbeleid moeten bijdragen aan inclusie en samenwerking, zodat er gewerkt kan worden aan vrede, rechtvaardigheid en een duurzame toekomst.

Het algemene debat over het centrale thema Het koesteren van hoop, het waarborgen van vrede en het garanderen van rechtvaardigheid voor toekomstige generaties begon op 16 april met bijdragen van voorzitters, ondervoorzitters en leden van parlementen. Daan Roovers sprak namens de Nederlandse delegatie op 17 april in het algemene debat over de verantwoordelijkheid van parlementariërs tegenover toekomstige generaties en het belang van een politiek die zich weer sterker op de lange termijn richt. Roovers opende haar bijdrage met een bekend citaat van een inheems Amerikaans opperhoofd: “We erven de aarde niet van onze voorouders; we lenen haar van onze kinderen.” Vervolgens stelde zij: “Dit beroemde gezegde maakt duidelijk dat we dankbaar moeten zijn voor wat we hebben geërfd, maar dat we bovendien een enorme verantwoordelijkheid dragen om deze erfenis zo getrouw en levendig mogelijk door te geven aan onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.” Zij verwees naar de filosoof Roman Krznaric die in 2020 het begrip ‘toekomstige generaties’ onder de aandacht bracht en zich afvroeg hoe we langetermijndenken weer centraal kunnen stellen. “Vroeger richtte politiek zich op lange termijnprojecten, zoals dijken en rioleringssystemen, maar tegenwoordig is ze vaak korte termijn gericht, beïnvloed door verkiezingen en sociale media. Grote problemen zoals klimaatverandering en kunstmatige intelligentie stelt men uit, terwijl de gevolgen bij toekomstige generaties terechtkomen”. Zij stelde dat langetermijnpolitiek kan helpen om polarisatie te verminderen, omdat veel doelen, zoals schone lucht en schoon water breed gedeeld worden over politieke stromingen heen. Roovers wees op de dringende taak voor huidige politici om toekomstige generaties een sterke stem te geven in parlementaire besluitvorming en actief te werken aan een toekomstgerichte politiek. Hoop wordt daarbij niet gezien als passief afwachten aldus Roovers, maar als iets dat vraagt om actie en verantwoordelijkheid. Hierbij citeerde zij Rebecca Solnit: “Hoop is niet geduldig wachten en het beste hopen. Integendeel, hoop is een bijl waarmee je in geval van nooddeuren kunt openbreken.” Aan het eind van de conferentie op 19 april namen de leden de Istanboel-verklaring aan over het koesteren van hoop, het waarborgen van vrede en het garanderen van rechtvaardigheid voor toekomstige generaties (als bijlage toegevoegd aan dit verslag).

Op 17 april vond de plenaire stemming plaats over de ingediende onderwerpen voor het urgentiedebat, het zogenaamde Emergency Item, waarbij de nationale delegaties hoofdelijk stemden. Drie voorstellen waren ingediend voor een urgentiedebat, een belangrijk onderdeel van de IPU Assemblee. Het eerste voorstel zag op de veroordeling van aanvallen door de Islamitische Republiek Iran op de lidstaten van de Samenwerkingsraad van de Golf en Jordanië, ingediend door Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten. Het tweede voorstel betrof de dringende noodzaak van gezamenlijke parlementaire inspanningen om een staakt‑het‑vuren te handhaven en vredesopbouw te ondersteunen. Dit voorstel werd ingediend door Qatar, Australië, Turkije, Frankrijk, Brazilië en Zambia, met steun van de Arabische Groep, de Groep van Latijns‑Amerika en het Caribisch gebied, de Afrikaanse Groep en Polen. Het derde voorstel betrof de veroordeling van militaire agressie en terroristische daden tegen de Islamitische Republiek Iran door de Verenigde Staten van Amerika en Israël, waaronder het gebruik van buitenlandse militaire bases in landen van de Perzische Golf, en werd ingediend door Iran zelf. Voorafgaand aan de stemming trok Iran zijn voorstel in en sprak de steun uit voor het voorstel van Qatar. Dit voorstel werd vervolgens vrijwel unaniem aangenomen, eveneens met steun van de Nederlandse delegatie.

Vergaderingen van de 12 Plus Groep

Op 14 april bereidde de 12 Plus Groep, bestaande uit 47 westerse landen, de plenaire vergadering van de IPU voor en het actualiteitendebat (het Emergency Item). Op deze eerste vergaderdag waren er ook gesprekken met de vier kandidaten voor de positie van Secretaris-generaal van de IPU. Het Zwitsers voorzitterschap van de 12 Plus Group meldde dat ten aanzien van de financiën van deze groep er in de toekomst verdere besprekingen nodig zijn over een geleidelijke verhoging van de bijdragen om tot een duurzame financiële balans te komen. Besprekingen hierover zullen plaatsvinden binnen de stuurgroep van de groep, die in september bijeenkomt. Een side event namens de 12 Plus Groep georganiseerd door de Oekraïense delegatie vond plaats op 16 april. Dit ging over bescherming van burgers in gewapende conflicten, met name in relatie tot het internationale humanitair recht met vertoning van een korte film van 15 minuten met de titel Fight and Dance, over het dagelijks leven van twee kinderen in Oekraïne. Verder kwamen de begroting en amendementen op de reglementen van de IPU aan de orde en werden de concept resoluties besproken. Uit haar gelederen werden de parlementsleden gekozen om vacatures binnen de IPU namens de 12 Plus Groep in te vullen. Gedurende de overige vergaderdagen kwam de 12 Plus Groep dagelijks bijeen om de overige vergaderingen voor te bereiden en terug te koppelen uit de diverse commissies.

Commissie inzake vrede en internationale veiligheid

Onder voorzitterschap van Fatimazhra Belhirch vergaderde de commissie Vrede en Internationale Veiligheid op 16, 17 en 18 april. Na intense en soms emotionele discussies werd er gestemd over 155 amendementen op de resolutie ‘De rol van parlementen bij het opzetten van solide mechanismen voor conflictbeheersing na een conflict en het herstellen van een rechtvaardige en duurzame vrede’. Volgens rapporteur Belhirch biedt de aangenomen resolutie een praktisch vijf dimensionaal instrument voor post conflictsituaties. “Er ligt nu een verrijkte tekst waarin uiteenlopende conflictervaringen uit verschillende regio’s zijn verwerkt en een breed scala aan perspectieven wordt weerspiegeld. De resolutie vormt een kader voor parlementair handelen op het gebied van wederopbouw na conflicten,” aldus Belhirch. De inclusie van vrouwen en jongeren wordt expliciet genoemd als essentieel voor duurzame vrede. Rusland en Iran spraken zich uit tegen de resolutie. Het onderwerp van de Verenigde Arabische Emiraten voor een toekomstige resolutie werd gekozen, namelijk het versterken van maritieme veiligheid en de bescherming van kritieke infrastructuur in tijden van conflict. Tijdens de Governing Council gaf Belhirch een terugkoppeling over de werkzaamheden van deze commissie.

Commissie inzake duurzame ontwikkeling

Op 16 april besprak de commissie Duurzame Ontwikkeling circa 60 amendementen op de resolutie over het bouwen aan een eerlijke en duurzame mondiale economie: de rol van parlementen bij het bestrijden van protectionisme, het verlagen van tarieven en het voorkomen van belastingontwijking door bedrijven. Het amendement van Van Langen Visbeek om nationale parlementen op te roepen geen aanvullende nationale regelgeving bovenop internationale regelgeving vast te stellen, werd niet aangenomen; wel haar amendement waarin werd opgeroepen af te zien van handelsmaatregelen die de beschikbaarheid onevenredig beperken. De commissie stemde in met een onderwerp voor een nieuwe resolutie, namelijk: Parlementair leiderschap bij de bescherming van berg- en oceaanecosystemen.

Commissie inzake democratie en mensenrechten

Op 17 april vond in de Commissie Democratie en Mensenrechten een debat plaats over inclusieve sociale ontwikkeling en de rechten en empowerment van mensen met een handicap, het onderwerp voor de volgende resolutie van deze commissie. Wereldwijd leven meer dan één miljard mensen met een beperking, die nog altijd te maken hebben met aanzienlijke sociale en economische ongelijkheden, zoals beperkte toegang tot zorg, onderwijs en werk. Tijdens het debat werd gewezen op het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de Duurzaamheidsdoelen (SDG’s) als belangrijke kaders voor inclusie en gelijke rechten. Het belang van volledige participatie van mensen met een beperking in de samenleving werd benadrukt, evenals de rol van parlementen bij wetgeving, toezicht en het bevorderen van gelijke kansen. Parlementariërs deelden daarbij ervaringen. Op 18 april was er een debat over de uitvoering van het parlementaire mandaat inzake kunstmatige intelligentie: voortgang, genomen maatregelen en prioriteiten. Op dit onderwerp nam de commissie de motie ‘Het stimuleren van parlementaire maatregelen op het gebied van kunstmatige intelligentie’ aan. Roovers woonde deze commissiebijeenkomst bij.

Commissie inzake VN-aangelegenheden

Op 17 en18 april was Martin van Rooijen aanwezig bij de vergaderingen van de commissie tijdens de sessie werd gesproken over de rol van de VN in Turkije en het belang van nauwere samenwerking tussen VN-landenteams en parlementen om draagvlak en controle te versterken. Ook kwam de VN80-hervormingsagenda aan bod, gericht op efficiënter werken.

Daarnaast werd de noodzaak besproken om de VN te hervormen, onder meer via een mogelijke herziening van het VN-Handvest. De Article 109 Coalition presenteerde haar plannen en de rol die parlementen daarbij kunnen spelen.

Commissie inzake Midden-Oosten vraagstukken

De commissie Midden-Oosten vergaderde onder voorzitterschap van Talsma op 16 en 18 april. Tijdens de vergadering werd gesproken over het voorstel tot herstructurering van de commissie met als doel een duidelijker mandaat, een evenwichtiger samenstelling, een gestructureerde werkwijzen en meer gerichte uitkomsten. Ook zullen de leden naast de vaste focus op het Israëlisch-Palestijnse conflict, meer aandacht gaan schenken aan andere regionale conflicten en deze agenderen vanuit een meer thematische invalshoek. In de toekomst zullen de 12 leden van deze commissie bestaan uit de twee leden uit de geopolitieke groepen (één man en één vrouw) om politieke en genderbalans te waarborgen. Talsma droeg vanwege het verstrijken van de maximale termijn van twee jaar het voorzitterschap van deze commissie over aan Asuman Erdoğan uit Turkije. Tijdens de vergadering van de Governing Council op 19 april deed Talsma verslag van de werkzaamheden van de commissie.

Comité van de mensenrechten van parlementariërs

Het speciale comité binnen de IPU dat zich bezighoudt met schendingen van mensenrechten van parlementsleden wereldwijd behandelde 841 zaken uit 48 landen.

Op de slotdag legde ze aan de Assemblee situaties van schendingen voor in onder meer Bangladesh, Pakistan en Nicaragua. Ook werden er meldingen van 109 gevangengenomen oppositieleden in Turkije onderzocht, waarbij tevens is gekeken naar de naleving door Turkije van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De algehele conclusie was dat de huidige situatie in Turkije geen ‘bedreiging’ vormt voor de democratische ruimte hoewel er wel zorgen zijn over de politieke context, het is een voortdurende, actieve poging om de duidelijk uitgesproken wil van miljoenen kiezers te ondermijnen. De commissie maakte ook melding van een aantal opgeloste zaken onder meer uit Congo, Madagaskar en Zambia waar eerder gearresteerde oppositieleden inmiddels zijn vrijgelaten. Besluiten over casussen van de bedreigde parlementsleden werden voorgelegd en aangenomen door de Governing Council op 19 april (als bijlage toegevoegd aan dit verslag).

Overige

De delegatie nam deel aan alle 12 Plus Groep-overleggen voorafgaand en en marge van de Assemblee. Roovers en Belhirch woonden het Forum van vrouwelijke parlementsleden bij op 15 april en Talsma en Belhirch waren aanwezig bij de gezamenlijke bijeenkomst met de voorzitters van de geopolitieke groepen, de voorzitters van de vaste commissies en de voorzitters van de overige gespecialiseerde organen van de IPU. Op 17 april nam Van Langen‑Visbeek deel aan een workshop over nieuwe mondiale methaanregels en op 18 april aan een workshop oceanen en klimaatverandering. Belhirch en Roovers hadden een onderhoud met UNWRA op 15 april. Parallel aan de IPU Assemblee was er op 16 april een bijeenkomst van Women Politicians Combatting Global Warming (WPGW) waaraan Roovers als panellid deelnam. Talsma nam op 17 april deel aan een workshop over multistakeholder‑benaderingen voor vrede en verzoening. Belhirch nam deel aan een speciale sessie over het bevorderen van de tweestatenoplossing voor Israël en Palestina en was een van de sprekers tijdens de discussie over de bevordering van diversiteit in het parlement binnen het kader van WYDE, dat werd bijgewoond door Van Langen-Visbeek. Op 18 april woonde Belhirch de workshop over cybercrime bij en was spreker bij een interregionale trainingssessie gericht op het veranderen van sociale normen die vrouwen achterstellen. Op 18 april spraken leden van de delegatie met hun collega’s uit het Turks parlement over de arrestatie van de burgemeester van Istanbul, Ekrem İmamoğlu. En marge van de Assemblee bracht de delegatie een bezoek aan het Hrant Dink Memorial Center en sprak met zijn dochter. De ASGP vergaderde van 17 tot en met 19 april over innovaties in parlementen, versterking van de bescherming van het parlement als democratische instelling, de wijze van benoeming van secretarissen-generaal in parlementen en de reikwijdte van hun rol, en het gebruik van kunstmatige intelligentie binnen parlement. Dit was de laatste zitting van Remco Nehmelman als vice-voorzitter van het uitvoerend comité van de ASGP. Hij heeft deze positie vervuld vanaf maart 2023. De 153e IPU Assemblee vindt van 5 tot en met 9 oktober 2026 plaats in Arusha.

De voorzitter van de delegatie,

Talsma

De griffier van de delegatie,

Bakker-de Jong