Amendement van het lid Ceder c.s. over het schrappen van de verplichting om oordelen van de klachtencommissie in beginsel op te volgen
Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs)
Amendement
Nummer: 2026D26700, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-02 15:46, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.G.M. Ceder, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
- Mede ondertekenaar: C. Stoffer, Tweede Kamerlid (SGP)
- Mede ondertekenaar: D.T. Boomsma, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van zaak 2026Z11705:
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL | 2 | |
| Vergaderjaar 2025-2026 | ||
| 36 777 | Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking van het veiligheidsbeleid op scholen (Wet vrij en veilig onderwijs) | |
| Nr. 28 | AMENDEMENT VAN HET LID ceder c.s. | |
| Ontvangen 2 juni 2026 | ||
| De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: | ||
I
Het met artikel I, onderdeel F, voorgestelde artikel 14e, wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid vervalt.
2. In het zesde lid wordt na “op welke wijze” ingevoegd “wordt omgegaan met” en vervalt “worden opgevolgd”.
3. Het zevende lid vervalt.
II
Het met artikel II, onderdeel F, voorgestelde artikel 17e wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid vervalt.
2. In het zesde lid wordt na “op welke wijze” ingevoegd “wordt omgegaan met” en vervalt “worden opgevolgd”.
3. Het zevende lid vervalt.
III
Het met artikel III, onderdeel F, voorgestelde artikel 23e wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid vervalt.
2. In het zesde lid wordt na “op welke wijze” ingevoegd “wordt omgegaan met” en vervalt “worden opgevolgd”.
3. Het zevende lid vervalt.
IV
Het met artikel IV, onderdeel D, voorgestelde artikel 3.36c wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid vervalt.
2. In het zesde lid wordt na “op welke wijze” ingevoegd “wordt omgegaan met” en vervalt “worden opgevolgd”.
3. Het zevende lid vervalt.
Toelichting
Dit amendement regelt dat de wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om in principe het oordeel en de aanbevelingen van de klachtencommissie op te volgen wordt geschrapt. Bovendien wordt ook het artikellid geschrapt dat regelt dat de klachtencommissie een melding doet bij de inspectie als de commissie vermoedt dat het bevoegd gezag deze niet opvolgt. Indieners vinden het wenselijk dat in de regel een oordeel en aanbevelingen worden opgevolgd. Het wettelijk verplichten van opvolging leidt er volgens indiener echter toe dat het klachtenstelsel trekken begint te krijgen van gerechtelijke geschillenbeslechting en kan leiden tot forse inbreuken in de vrijheid van inrichting. Dat is, zo menen indieners, onwenselijk.
Zoals in de memorie van toelichting wordt gesteld is het klachtenstelsel in het beginsel bedoeld om tot kwaliteitsverbetering te komen. Middels het indienen van een klacht kunnen leerlingen, ouders of personeelsleden een signaal afgeven en het bevoegd gezag zo de kans geven zich te verbeteren. Dit klachtenstelsel bestaat naast mogelijkheden van (gerechtelijke) geschilbeslechting. Zo hebben ouders, maar ook werknemers, de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen of in beroep gaan tegen beslissingen van het bevoegd gezag. Het klachtenstelsel is bedoeld voor kwaliteitsverbetering, geschillenbeslechting om een bepaalde beslissing van het bevoegd gezag te laten herzien. Met de wettelijke verplichting voor het bevoegd gezag om oordelen van een klachtencommissie in beginsel op te volgen dreigen de verschillen te vervagen en dreigt de klachtenprocedure een vorm van geschilbeslechting te worden.
Indieners achten dit onwenselijk. Allereerst omdat, zo menen de indieners, vermenging van het klachtenstelsel en de mogelijkheden voor geschillenbeslechting via bezwaar en beroep moet worden voorkomen. Het klachtenstelsel dreigt hierdoor onnodig te worden gejuridiseerd en een klachtencommissie begint hierbij trekken te krijgen van een gerechtelijke instantie; het wordt wettelijk mogelijk dat de onderwijsinspectie een bekostigingssanctie oplegt als het oordeel en de aanbevelingen van een klachtencommissie niet worden opgevolgd, aangezien de verplichting tot het opvolgen een bekostigingsvoorwaarde wordt.
Ten tweede omdat via de wettelijke route die nu wordt gecreëerd potentieel een aanzienlijke inbreuk op de vrijheid van inrichting van het bevoegd gezag kan vormen. Een klachtencommissie kan in principe het bevoegd gezag dwingen om het beleid te wijzigen, ook beleid over onderwijskundige zaken. De vrijheid van onderwijs is niet absoluut en het inperken van de vrijheid kan proportioneel zijn. Indieners menen dat de vrijheid van onderwijs in beginsel slechts door de wetgever kan worden ingeperkt, mits goed onderbouwd en na een democratisch genomen besluit. Het is volgens indieners niet wenselijk als oordelen en aanbevelingen van een klachtencommissie tot dergelijke inperking kunnen leiden.
In de regel achten indieners het uiteraard verstandig dat scholen oordelen van klachtencommissies opvolgen. De regering schrijft in de nota naar aanleiding van het verslag dat het de ervaring van de klachtencommissies is dat de meeste scholen dit ook doen. Een verplichting achten indieners echter gezien bovenstaande niet wenselijk.
Ceder
Stoffer
Boomsma