Antwoord op vragen van het lid Raijer over het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza: 'We are preparing for the worst'''
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D26763, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-03 09:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z08986:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2113
Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 2 juni 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 1832
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel 'UvA student sails with flotilla to Gaza:
"We are preparing for the worst'''? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u aangeven of u het wenselijk vindt dat docenten studenten
aanmoedigen om dergelijke gevaarlijke reizen naar onder andere Gaza te
ondernemen? Zo nee, welke maatregelen gaat u hierop ondernemen?
Antwoord 2
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele casuïstiek.
In algemene zin is het reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de Gazastrook rood. Dat betekent dat het advies is aan Nederlanders: wat uw situatie ook is, reis hier niet heen, het is er te gevaarlijk. Ook waarschuwt het ministerie in het reisadvies dat de Nederlandse vertegenwoordiging niet kan helpen als Nederlanders in de Gazastrook in de problemen komen. Het reisadvies is helder, het is onverstandig dit te negeren.
Vraag 3
Kunt u bevestigen dat studenten alleen recht hebben op
studiefinanciering wanneer zij hun studie daadwerkelijk volgen en niet
door eigen toedoen of vrijwillige uitstapjes bewust studievertraging
veroorzaken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, voor een aanspraak op studiefinanciering is het niet vereist dat
iemand daadwerkelijk de studie volgt. Ook vervalt hun aanspraak niet op
het moment dat zij door eigen toedoen bewust studievertraging
veroorzaken. De aanspraak op studiefinanciering is verbonden aan de
inschrijving bij een opleiding die aanspraak geeft op
studiefinanciering, en daarnaast aan het voldoen aan de overige
leeftijds- en nationaliteitseisen. Daarbij is wel het aantal maanden
prestatiebeurs dat een student kan ontvangen gemaximeerd. Bij
studievertraging kan een student gedurende de opleiding dus in de
leenfase terecht komen en geen recht meer hebben op een prestatiebeurs.
Wanneer de student niet binnen de diplomatermijn een diploma haalt,
wordt de prestatiebeurs bovendien niet omgezet in een gift. Het is aan
de student zelf om tegen deze achtergrond keuzes te maken om
ingeschreven te blijven staan of de studie (tijdelijk) te stoppen.
Vraag 4
Kunt u bewerkstelligen dat studenten die deelnemen aan extremistische
activiteiten hun recht op studiefinanciering verliezen en bovendien
worden geschorst of van hun onderwijsinstelling worden verwijderd? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 4
Waar het gaat om studiefinanciering vervalt de aanspraak alleen als is
vastgesteld dat de student een uitreiziger is.1
Daarvan is sprake als uit een melding van bevoegde opsporingsdiensten of
inlichtingen- en veiligheidsdiensten blijkt dat er een gegronde reden
bestaat dat de student zich buiten Nederland bevindt met het doel zich
aan te sluiten bij een terroristische organisatie.2 Op
basis daarvan kan ik als minister van OCW besluiten de aanspraak op
studiefinanciering te laten vervallen.
Waar het gaat om schorsing of verwijdering van een student van de
onderwijsinstelling, heb ik als minister van OCW daartoe geen
mogelijkheden. Die bevoegdheid ligt bij het bestuur van de
onderwijsinstellingen op grond van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Wanneer een student de
huisregels overtreedt en een veilige leer- en/of werkomgeving voor
studenten en/of medewerkers schaadt, kan het instellingsbestuur die
student voor maximaal een jaar de toegang tot de gebouwen en terreinen
ontzeggen of de inschrijving voor eenzelfde periode beëindigen. Wanneer
een student de huisregels overtreedt, ernstige overlast heeft
veroorzaakt en ook na waarschuwingen daarmee niet is gestopt, kan het
instellingsbestuur die student de toegang tot de instelling definitief
ontzeggen of zijn inschrijving beëindigen.3 Een
instellingsbestuur neemt een dergelijk besluit niet lichtvaardig en de
impact is groot, mede ook tegen het licht van het recht op onderwijs.
Daarom wordt tegen dit soort besluiten vaak in beroep gegaan bij een
rechter. Uit de rechtspraak blijkt het belang van een gedegen
belangenweging en proces, voordat tot zo’n beslissing kan worden
overgegaan. Een schorsing moet evenredig zijn aan de mate waarin de
huisregels zijn overtreden. Daarbij moet waar mogelijk de
onderwijsvoortgang niet onevenredig worden belemmerd als gevolg van een
maatregel. Ook moet eerst gekeken worden of op andere manieren het
gedrag kan worden gewijzigd. Als dit na aanhoudende pogingen niet lukt,
kan een student definitief worden uitgeschreven.
Vraag 5
Welke maatregelen wil u nemen om vroegtijdige radicalisering in het
onderwijs, vooral de breed geaccepteerde linkse radicalisatie, aan te
pakken om deze situaties in de toekomst te voorkomen?
Antwoord 5
Ik heb geen signalen dat er sprake is van breed geaccepteerde linkse
radicalisatie in het onderwijs.
1) Folia, 21 april 2026, UvA student sails with flotilla to Gaza: "We are preparing for the worst" (https://www.folia.nl/en/actueel/173811/uva-student-sails-with-flotilla-to-gaza-we-are-preparing-for-the-worst)
Zie artikel 2.17 WSF 2000.↩︎
In artikel 2.17 WSF 2000 gedefinieerd als: ‘(…) een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.’↩︎
Zie artikel 7.57h in de WHW.↩︎