[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Toezeggingen inzake landenboycot en moties inzake het voorkomen van antisemitisme bij culturele instellingen

Racisme en Discriminatie

Brief regering

Nummer: 2026D26780, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-08 13:54, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30950 -547 Racisme en Discriminatie.

Onderdeel van zaak 2026Z11747:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


30950 Racisme en Discriminatie

Nr. 547 minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2026

In het Wetgevingsoverleg Cultuur van 19 januari 2026 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer toegezegd een verkenning te doen naar de mogelijkheden om bij de subsidies aan culturele instellingen als voorwaarde of verplichting te stellen dat zij landen niet mogen uitsluiten. Ook heb ik u toegezegd de mogelijkheid te onderzoeken van het korten van subsidie in het geval een land geboycot wordt.

Met deze brief doe ik voorgaande toezeggingen gestand. Tevens reageer ik met deze brief op:

  • De motie van het lid Eerdmans over in de subsidievoorwaarden van poppodia opnemen dat antisemitisme niet wordt getolereerd1;

  • De motie van het lid Ellian om er zorg voor te dragen dat samenwerkingen niet beëindigd worden op basis van alleen de Joodse achtergrond van de samenwerking2;

  • De motie van de leden Ellian en Bikker om uit te werken op welke wijze consequenties kunnen worden verbonden aan verstrekte subsidies indien gesubsidieerde organisaties bewust Joodse artiesten geen podium bieden3;

  • De motie van het lid Ellian die ertoe oproept ervoor te zorgen dat Joodse artiesten kunnen blijven optreden in Nederlandse zalen4.

Allereerst wil ik benadrukken dat Nederland een lange traditie kent als het gaat om een open cultureel klimaat. Die vrijheid vertaalt zich in een rijk cultureel landschap, waarin we elkaar ontmoeten, met elkaar samenwerken en de rijkdom van cultuur delen. Ik zie de waarde van die traditie en zie de vrijheid van artistieke expressie als absolute kernwaarde in het cultuurbeleid. Echter, artistieke vrijheid kan nooit een vrijbrief zijn voor discriminatie. Deze dient uitgeoefend te worden binnen de kaders van de wet en met respect voor andere grondrechten. Voor antisemitisme is geen plaats in de culturele sector.

Hieronder ga ik achtereenvolgens per paragraaf in op respectievelijk de twee toezeggingen en de drie moties.

Verbod op landenboycot als verplichting bij subsidies voor culturele instellingen

Het juridisch kader dat bepaalt welke voorwaarden en verplichtingen aan subsidieontvangers kunnen worden opgelegd volgt uit de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb). In dat kader staat onder meer dat subsidieverplichtingen niet in strijd mogen zijn met geldende wet- en regelgeving. Juist op dit punt is sprake vaneen complicatie. Een verplichting dat landen niet mogen worden geboycot staat op gespannen voet staan met onder meer het grondrecht op vrijheid van meningsuiting en het daaronder vallende recht op artistieke vrijheid. Het dwingend opleggen van samenwerking met partijen uit alle landen miskent het recht voor culturele instellingen en makers om een eigen afweging te kunnen maken in situaties van politieke spanning of conflict. Gezien vorenstaande acht ik het niet alleen zeer onwaarschijnlijk dat het opnemen van een dergelijke vergaande algemene verplichting juridisch is toegestaan, ik vind het ook niet passen bij het recht op artistieke vrijheid, noch bij het adagium van Thorbecke.

Dit neemt niet weg dat het non-discriminatiebeginsel onverkort dient te worden nageleefd. Keuzes die culturele instellingen maken mogen nimmer gebaseerd zijn op gronden die wettelijk als discriminatie worden aangemerkt. Daar kom ik hieronder op terug.

Korten van subsidies in het geval een land geboycot wordt

Het juridische kader waarbinnen verleende subsidies (gedeeltelijk) kunnen worden ingetrokken wordt in casu bepaald door de Awb, de Wet en Regeling op het specifiek cultuurbeleid (verder: Wsc en Rsc), de Wet overige OCW-subsidies, de Kaderregeling subsidies OCW, SZW, VWS, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen voor het openbaar bestuur (verder: Wet Bibob), en in het verlengde daarvan het Wetboek van Strafrecht en de Grondwet.

Hier vloeit onder meer uit voort dat ik subsidies (gedeeltelijk) kan intrekken als sprake is van het niet voldoen aan de subsidieverplichtingen, dan wel indien ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Zoals hiervoor besproken is er op dit moment geen subsidieverplichting die ertoe strekt dat landen niet mogen worden geboycot en is een dergelijke verplichting ook niet passend. De vraag of sprake is van een strafbaar feit door een land te boycotten moet per geval worden beoordeeld. Een culturele instellingen mag niet discrimineren. Het is echter aan de rechter hier een uitspraak over te doen, alvorens de subsidie (gedeeltelijk) wordt ingetrokken. Indien rechterlijk is komen vast te staan dat een door mij verleende subsidie wordt aangewend voor het plegen van een strafbaar feit dan kan ik deze (al dan niet gedeeltelijk) intrekken.

Het opleggen als subsidievoorwaarde aan poppodia dat antisemitisme niet wordt getolereerd, het dragen van zorg dat samenwerkingen niet mogen worden beëindigd op basis van de Joodse achtergrond van de samenwerking en mogelijke consequenties aan verstrekte subsidies indien gesubsidieerde organisaties bewust Joodse artiesten geen podium bieden

Laat ik vooropstellen dat ik sta voor een culturele sector waarin we elkaar altijd als mens zien en waarin we elkaar ontmoeten, met elkaar samenwerken en de rijkdom van cultuur delen. Het beëindigen van een samenwerking op basis van iemands achtergrond past daar niet in en kan op grond van gelijke behandelingswetgeving als strafbare discriminatie worden aangemerkt. Dit geldt ook voor het beëindigen van samenwerkingen uitsluitend op basis van de Joodse achtergrond van de samenwerkingspartner, of het weren van een Joodse artiest uitsluitend omdat deze Joods is.

Zoals onder de paragraaf hiervoor beschreven kan een subsidie worden ingetrokken als deze wordt gebruikt voor het begaan van strafbare feiten. Opname van de mogelijkheid hiertoe in subsidievoorwaarden is derhalve niet nodig. Handhaving en (subsidie)sanctionering zijn hiermee geborgd binnen het reguliere rechtssysteem.

Overigens merk ik op dat specifiek voor de poppodia geldt dat deze niet door mijn ministerie gefinancierd worden, maar primair de verantwoordelijkheid zijn van gemeenten. Dit doet echter niet af aan hetgeen ik hiervoor heb gesteld. Ook zij kunnen hun subsidie intrekken wanneer deze gebruikt worden voor strafbare feiten.

Zorgen dat Joodse artiesten kunnen blijven optreden in Nederlandse zalen

Uitgangspunt is dat de culturele sector een openbare plek is en dat moet worden voorkomen dat activiteiten niet kunnen doorgaan omdat mensen aanstoot nemen aan de inhoud of de persoonskenmerken van de uitvoerende(n). Het mag niet zo zijn dat een voorstelling, concert of andere culturele activiteit niet doorgaat vanwege een Joods thema of Joodse achtergrond van de artiest.

De situatie in het Midden-Oosten en de positie van Israël levert ook verhoogde spanning op binnen culturele instellingen. Om die reden is in het kader van de ‘Strategie Bestrijding Antisemitisme’ een subsidieverzoek ingewilligd van Kunsten 92’ in samenwerking met het Verwey-Jonker instituut om de culturele en creatieve sector handvatten te bieden voor het omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie. Het resultaat daarvan is 20 januari 2026 gepubliceerd in een onderzoeksrapport genaamd ‘Weerbare cultuursector; Omgaan met maatschappelijke spanningen en polarisatie’5 met een bijbehorende ‘handreiking weerbare cultuursector’6.

Uit dit rapport blijkt dat een besluit om iets wel of niet te programmeren - naast de kernwaarden van een culturele instelling - in de praktijk ook afhangt van de risico’s op onveiligheid voor medewerkers, bezoekers en de artiest, maker of kunstenaar, en van het risico op mogelijke schade aan materialen en gebouwen. Daarmee heeft dit probleem ook een financiële component, bijvoorbeeld vanwege te maken beveiligingskosten.

Het is belangrijk dat culturele instellingen goed voorbereid zijn op het moment dat er signalen van veiligheidsverstoring zijn. In het gesprek met de cultuursector is geconstateerd dat er verschillen zijn in de mate waarin een culturele organisatie voorbereid is op een dergelijke verstoring. Het is hierbij met name van belang dat een culturele organisatie weet hoe snel verbinding kan worden gelegd met de lokale driehoek van politie, burgemeester en officier van justitie. En dat vervolgens het lokale gezag adequaat optreedt om de orde te handhaven en politie en het Openbaar Ministerie zo nodig ook strafrechtelijke handhaaft. Grotere instellingen zijn in de regel beter voorbereid en hebben reeds contact met de lokale driehoek. Voor kleinere organisaties is dit niet altijd het geval. De hiervoor genoemde handreiking van Kunsten 92’ in samenwerking met het Verwey-Jonker instituut helpt bij het opstellen van gezamenlijke veiligheidsprotocollen zodat culturele organisaties goed voorbereid zijn op verstoringen en de veiligheid van alle betrokken is verzekerd.

Naar aanleiding van het advies van de Raad voor Cultuur inzake artistieke vrijheid7 wordt bezien op welke wijze verdere versterking van de bescherming van de culturele en creatieve sector kan worden vormgegeven. In dit kader wordt, als aangekondigd in de voortgang en actualisatie van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030, beoogd een beschermingspilot specifiek voor de culturele en creatieve sector in te stellen. Naar verwachting zal de pilot eind 2027 worden afgerond. De resultaten van deze pilot zal ik met uw Kamer delen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.M. Letschert


  1. Kamerstukken II 2025/26 30950, nr. 465↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26 30950, nr. 477↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26 30950, nr. 532↩︎

  4. Kamerstukken II 2025/26 30950, nr. 476↩︎

  5. https://www.kunsten92.nl/wp-content/uploads/2026/01/124410_Weerbare-cultuursector.pdf↩︎

  6. https://www.kunsten92.nl/wp-content/uploads/2026/01/124410_Handreiking-weerbare-cultuursector.pdf↩︎

  7. https://www.raadvoorcultuur.nl/documenten/2026/01/19/advies-artistieke-vrijheid-maken-zonder-druk↩︎