Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D26800, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-03 09:03, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-06-02 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Diederik van Dijk
Vragen van het lid Diederik van Dijk aan de
staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de
minister van Asiel en Migratie, viceminister-president, over het
bericht "Optredens Kanye West in GelreDome kunnen doorgaan: vergunning
is verleend".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Ik geef daarvoor als eerste het
woord aan de heer Diederik van Dijk voor zijn vragen namens de fractie
van de Staatkundig Gereformeerde Partij aan de staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid, bij afwezigheid van de minister van Asiel en
Migratie. Ik heet de staatssecretaris van harte welkom in het parlement.
Meneer Van Dijk, u heeft het woord.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Het is nauwelijks voor te stellen dat het echt
waar is: terwijl onze Joodse gemeenschap steeds meer bedreigd wordt in
Nederland, laten wij hier de antisemitische rapper Ye West optreden.
Welke boodschap geven we daarmee af? Ye verkocht T-shirts met
hakenkruizen, deed antisemitische uitspraken, prees Hitler en bracht
zelfs een liedje uit met als titel Heil Hitler. De burgemeester en het
kabinet mompelen wat en doen de deur voor hem open.
Voorzitter. Dit is de omgekeerde wereld. Terwijl Joodse artiesten al
verschillende keren een podium werd geweigerd, beklimt Jodenhaat wél het
podium in Nederland. Engeland, Frankrijk, Australië, Polen en Italië
wezen deze rapper resoluut de deur, maar Nederland zet de voordeur open.
Hoe kan het dat andere landen wél ingrijpen en dat Nederland lijdzaam
toekijkt? Voelt het kabinet zich werkelijk meer thuis bij Turkije, dat
Ye wel toeliet, dan bij de verenigde coalitie van landen tegen het
antisemitisme?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. En ook hartelijk dank aan de vraagsteller.
Uiteraard begin ik met iets wat heel belangrijk is, namelijk dat die
uitspraken die in het verleden zijn gedaan door Ye, verwerpelijk zijn.
Dat is iets wat we met elkaar erkennen, als Kamer maar ook als kabinet.
Dit is natuurlijk iets wat totaal onacceptabel is en waarbij we dan ook
tot het uiterste zijn gegaan om te onderzoeken welke gronden er zijn om
te voorkomen dat deze artiest naar Nederland komt. Dan is er dus de
juridische ladder, die ook al door de spreker wordt aangegeven, met
mogelijkheden om zowel vanuit nationaal veiligheidsbelang als vanuit
overwegingen van lokale openbare orde en gezag te kijken of er gronden
zijn om de komst te verbieden en om daar met elkaar een standpunt over
in te nemen. Dit is heel moeilijk gebleken. Sterker nog, die
mogelijkheden zijn er niet. Dat is de conclusie.
Wij trekken die conclusie op basis van het gesprek dat we gevoerd hebben
met de AIVD en met de NCTV en juist ook gezien de mogelijkheden om
vanuit het lokaal gezag erop te anticiperen; dat is natuurlijk de grond
die de burgemeester van Arnhem zelf aanhaalt. We zien dat er daar geen
ruimte is. Daarom de conclusie van de minister van Asiel en Migratie,
namens wie ik hier vandaag sta. Namens hem maar vooral namens het
kabinet zeg ik dat dit het maximaal haalbare is wat we kunnen doen
binnen de grenzen van de wet in onze rechtsstaat. De conclusie is dus
ook dat het optreden in beginsel gewoon door kan gaan, daarbij gezegd
hebbende dat natuurlijk alle opmerkingen, alle gesprekken, alle acties
en uitingen die in Nederland worden gedaan door Ye, ook ten tijde van de
aanwezigheid van Ye, op hun merites zullen worden beoordeeld, tijdens
een concert, daarvoor en daarna, door het OM en de politie. Het is
belangrijk om dat hier te markeren. Wat strafrechtelijk niet mag, zullen
we ook daadwerkelijk strafrechtelijk vervolgen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter. Het kan wél. Eerder werd de antisemitische haatprediker
Khatib de toegang tot ons land ontzegd. Het kabinet verschuilt zich nu
achter regels. Dat klinkt prachtig, maar toen kon het wél. Ik citeer
Jaap Smit, de voorzitter van de Taskforce Antisemitismebestrijding, die
treffend zei: "Soms moet je als bestuurder, ook als het juridisch
misschien niet helemaal duidelijk is, lef tonen en zeggen 'ik vind dit
gewoon niet goed'." Dat is wat ik van dit kabinet vraag: toon lef voor
onze Joodse gemeenschap. Waarom gaan we op voorhand op onze handen
zitten, uit angst voor de consequenties? Waarom kiest het kabinet er
niet voor om hem de toegang te weigeren en nemen we voor mijn part niet
het risico dat we misschien achteraf een tikje op de vingers krijgen van
de rechter?
Staatssecretaris Van Bruggen:
De uitingen zijn verwerpelijk. Het kabinet wil dat steeds blijven
benadrukken. Tegelijkertijd hebben we in Nederland een rechtsstaat en
houden we ons hier aan de wet. We hebben tot het maximale uitgezocht wat
er mogelijk is om hierover een standpunt in te kunnen nemen dat verder
gaat dan het standpunt tot nu toe en dat meer recht doet aan de wens die
niet alleen politiek maar vooral maatschappelijk geuit wordt. We hebben
dat tot het uiterste uitgezocht. We hebben gekeken of er mogelijkheden
zijn. Die zijn er niet. We bekijken natuurlijk wel doorlopend, ook in
het heden, of er strafrechtelijke gronden zijn waarop we alsnog actie
kunnen ondernemen als de heer Ye in Nederland is. Die zullen we dan te
zijner tijd op hun merites beoordelen. Dat is nu niet het geval en op
basis daarvan nemen we dan ook dit besluit.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Het huis staat in brand — dat hebben we in deze zaal al heel vaak
geconstateerd — en die brand laait steeds verder op. De kans bestaat nu
zelfs dat een pyromaan olie op het vuur gooit. Het kabinet verschuilt
zich achter regels. Je zou verwachten dat die uitslaande brand van
toenemend antisemitisme wordt geblust en dat elke vorm van brandstof
hiervoor wordt verwijderd. Maar niets is minder waar: Joodse
Nederlanders voelen zich bedreigd en in de hoek gedrukt. Maar omdat er
geen verstoring van de openbare orde op handen is, lijkt alles te moeten
kunnen. Dat klopt, want die Joden gaan niet de straat op. Die steken de
boel niet in de fik en die gaan de boel niet in elkaar slaan. Maar dat
betekent toch niet dat deze bedreigde groep nog meer moet worden
bedreigd? Kan de staatssecretaris nader toelichten of iedereen inderdaad
op scherp staat, en hoe dan precies, zodat die Ye in ieder geval alsnog
wordt opgepakt en uitgezet zodra hij uitlatingen doet die niet te
tolereren zijn?
Ik heb ook een belangrijke vraag voor de toekomst: wordt er daarnaast
gewerkt aan wetgeving die elke juridische onduidelijkheid wegneemt en
die het mogelijk maakt om dergelijke onwelgevallige sprekers
daadwerkelijk de toegang tot Nederland te ontzeggen, in navolging,
nogmaals, van andere Europese landen die aan dezelfde verdragen zijn
gebonden als Nederland?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat zijn twee duidelijke vragen, die ook duidelijk te beantwoorden zijn.
De eerste vraag beantwoordde ik al in het eerste gedeelte. Het antwoord
is namelijk als volgt. Op het moment dat er tijdens het evenement of
tijdens het verblijf van de heer Ye in Nederland strafbare uitingen
worden gedaan, zal daar ook meteen door de politie en het OM op
geacteerd worden. Wees daar dus zeker van. Iedereen staat daarbij
natuurlijk op scherp, omdat we weten dat dit ongemak geeft. Dit is de
ruimte die we wettelijk hebben. Zo hebben we het getoetst op basis van
het veiligheidsbeleid dat wij hebben, en het advies van de AIVD en de
NCTV. Het allerbelangrijkste is dat we het blijven monitoren. Op het
moment dat het aan de orde is, kunnen en zullen de politie en het OM
ingrijpen.
De tweede vraag is, denk ik, naar aanleiding van iets dat al eerder is
teruggekomen in een motie van mevrouw Bikker en de heer Ellian. De vraag
is welke mogelijkheden er nou precies zijn binnen de wet die we nu
hebben om te zien of die regelgeving wel echt passend en toereikend is.
Ik kan in ieder geval aangeven dat daar eind van de week een
inhoudelijke reactie over zal komen in een brief aan uw Kamer, waarin
wordt aangegeven welke ruimte we wel of niet zouden willen of zelfs
zouden moeten onderzoeken. Dat is dus een toezegging die ik hier namens
het kabinet kan doen.
De heer Diederik van Dijk (SGP):
Voorzitter, tot slot. Het is om te huilen dat we de Joodse artieste
Lenny Kuhr laten vertrekken en dat we iemand als Ye hier binnenlaten om
zijn antisemitische uitspraken te kunnen spuien. Als dit werkelijk het
antwoord vanuit vak K richting Joods Nederland is, dan moeten we ons
gewoon kapot schamen.
De voorzitter:
Wenst de staatssecretaris daar nog op te reageren? Dat is niet het
geval. Het woord is aan de heer Tijs van den Brink.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
De CDA-fractie is teleurgesteld dat het niet is gelukt om Ye West te
weren uit ons land. Hij heeft dermate schokkende en antisemitische
uitspraken gedaan dat wij vinden dat er in ons land geen plaats is voor
iemand als hij. Tegelijkertijd willen we graag de rechtsstaat
respecteren. Het interessante is natuurlijk dat andere Europese landen
dat ook willen maar kennelijk wél de gelegenheid zien om hem tegen te
houden. Is de staatssecretaris bereid om bij Italië, Polen en Frankrijk
na te gaan op welke gronden zij het wel voor elkaar gekregen hebben om
Ye te weren? En bent u bereid om dat dan ook zo snel mogelijk aan ons te
laten weten?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zeker. Dat zal ik ook mee laten nemen in de brief die uiterlijk
aanstaande vrijdag naar uw Kamer gaat. In een aantal genoemde landen is
niet zo zeer de toegang tot het grondgebied geweigerd, maar heeft de
heer Ye zelf om allerlei redenen besloten om het concert te annuleren.
Er zitten dus verschillen tussen allerlei landen. Dan heb ik het over de
UK, Frankrijk en Italië, maar er werd ook nog een aantal andere landen
genoemd. De interpretatie van die afweging zal ik mee laten nemen in die
Kamerbrief.
De heer Tijs van den Brink (CDA):
Als er een aanleiding is om te denken dat zij een grond gevonden hebben
die u niet had bedacht of gezien, bent u dan bereid om die afweging te
heroverwegen en hem dus alsnog tegen te houden?
De voorzitter:
"Is de staatssecretaris dan bereid …"
Staatssecretaris Van Bruggen:
We zijn ervan overtuigd dat we binnen alle mogelijkheden die de
Nederlandse wet biedt, hebben onderzocht of we op een bepaalde grond
vreemdelingrechtelijke maatregelen kunnen treffen om deze man de toegang
tot Nederland te kunnen ontzeggen. Dat is maximaal gebeurd. Zoals ik ook
in mijn inleiding al probeerde aan te geven, kijken we ook naar het
heden, naar alle actualiteiten en alle uitingen. We gebruiken alle
mogelijkheden die er zijn om te onderzoeken of we dit concert toch
kunnen verbieden. Dan bedoel ik niet zozeer het concert verbieden als
wel de toegang van deze meneer tot Nederland weigeren. We zullen dit de
komende periode, de komende dagen, nauwlettend volgen.
De heer Mathlouti (D66):
De uitspraken van Ye zijn natuurlijk verwerpelijk en onsmakelijk. Daar
nemen we volgens mij Kamerbreed afstand van. Maar we zien nu in de
praktijk dat de burgemeester van Arnhem alle risico's heeft afgewogen en
een vergunning heeft afgegeven, waarmee het concert, zoals het er nu
naar uitziet, gewoon doorgaat. Sterker nog: het is uitverkocht. Ik
hoorde dit net al tussen de regels van de staatssecretaris doorklinken,
maar ik stel toch expliciet de vraag welke middelen het kabinet ziet om
hier toch nog een stokje voor te steken.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Zoals ik net al zei, hebben we de mogelijkheden binnen de Nederlandse
wet tot het uiterste benut. Ik zal maar even de drietrapsraket
weergeven. We doen dat op landelijk niveau. We zien dat op lokaal niveau
de burgemeester hierin ook een eigen afweging maakt. Maar ook de
organisatie en de uitbater hebben hier een afweging in gemaakt. Op
verschillende momenten heeft iedereen, binnen zijn eigen
verantwoordelijkheden en op alle mogelijke manieren, gekeken of er een
grond is om de toegang tot Nederland te weigeren, de vergunning in te
trekken ofwel, bijvoorbeeld vanuit het uitbaterperspectief, uiteindelijk
het concert niet mogelijk te maken. Op dit moment is het antwoord op die
vraag alle drie de keren "nee" gebleken. Dat is hoe het beoordeeld
wordt, binnen de wettelijke maatregelen die er zijn, binnen de kaders
van de wet in Nederland. Tegelijkertijd moeten we steeds de actualiteit
blijven bekijken, vanaf dit moment tot aan het moment dat de concerten
zijn geweest. Wat zegt de actualiteit ons? Welke beoordeling maken we in
het heden, binnen de kaders van wet en rechtsstaat zoals we die in
Nederland hebben, om ervoor te zorgen dat we uiteindelijk daadwerkelijk
met elkaar kunnen besluiten of er een goede afweging is gemaakt?"
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
David Icke werd wel de toegang ontzegd en deze man niet. Mij bekruipt
toch het gevoel dat er met twee maten gemeten wordt, al naargelang de
boodschap die je uit. Maar goed, ik geef het voordeel van de twijfel.
Deze staatssecretaris zegt dat het kabinet op scherp staat. Mag ik ervan
uitgaan dat als naziverheerlijking en antisemitische vullis, waar het
hier over gaat, op het podium klinken, de stekker er ter plekke uit gaat
en er een einde komt aan dit optreden?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Meteen. Dat is ook een vraag die ik gesteld heb, meteen toen ik wist dat
ik dit vragenuur met u zou hebben: wat gebeurt er en welke
verantwoordelijkheid is er als bij een optreden sprake is van uitingen
die absoluut onacceptabel zijn en die strafrechtelijk vervolgd zouden
moeten worden? Dan kan door de politie en het OM meteen worden
ingegrepen.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ten eerste dank aan de heer Diederik van Dijk van de SGP voor het
agenderen van dit onderwerp. Onze fractie sluit zich geheel aan bij zijn
woorden. Wat moet de Joodse gemeenschap hier nou van denken? In
Amsterdam is een grote afstand ingesteld tussen demonstranten voor een
abortuskliniek. Demonstreren mag, maar er is een hele grote afstandsnorm
ingesteld door de burgemeester, om vrouwen die naar die kliniek gaan te
beschermen tegen demonstranten. Dat heeft het niet gehaald; dat is door
de Raad van State teruggefloten. Waarom kon in dit geval nergens de
bestuurlijke moed gevonden worden om deze verschrikkelijke meneer de
toegang tot ons land te weigeren, niet bij de regering en niet bij de
burgemeester? Waarom is het nou zo ingewikkeld geweest om dit proactief
te verbieden, om de hele kleine groep Joden in Nederland, die al zo
onder druk staan, te beschermen of hun in ieder geval het signaal te
geven dat wij onze nek voor hen uitsteken? Want dat is het gevoel dat nu
leeft: niemand steekt zijn nek voor ons uit.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Natuurlijk is dat een hele terechte vraag en constatering. Ik hoor
vragen welke ruimte er is. Tegelijkertijd werken we in Nederland niet
alleen binnen de wet, maar hebben we ook een bevoegdheidsverdeling. Die
bevoegdheidsverdeling betekent dat de burgemeester op zijn eigen gronden
een afweging maakt op basis van de verschillende interpretaties. Ik denk
dat het belangrijk is dat we er heel duidelijk over zijn dat wij daar
als Rijk niet in treden. Dit is dus een afweging die gemaakt is door de
burgemeester van Arnhem; dit is een afweging die gemaakt is door de
organisator en door de uitbater. Wat wij kunnen doen, is kijken naar de
gronden op basis waarvan iemand de toegang tot Nederland geweigerd zou
kunnen worden. Natuurlijk neem je die afwegingen dan in de breedte mee.
Wij hebben gezegd dat we op basis van het professionele advies van de
AIVD en de NCTV en de inschatting die gemaakt wordt, nu niet kunnen
zeggen dat dit concert niet door kan gaan of de toegang tot Nederland
geweigerd wordt.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik krijg weer een teleurstellend formeel antwoord op een morele vraag.
Dan de openbare orde. Ik hoorde de staatssecretaris tegen mevrouw
Keijzer zeggen dat er kán worden ingegrepen als er sprake is van
antisemitische of onwettige uitingen. Ik vind dat weinig geruststellend.
Kan deze staatssecretaris toezeggen dat er wórdt ingrepen, punt? Die
stekker gaat er dan gewoon uit, het licht gaat uit en de mensen gaan
naar huis als die meneer daar dingen gaat roepen die niet mogen van de
Nederlandse wet. Dat moet — dus niet "kan" — gebeuren.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Absoluut. Dat is ook wat we met elkaar hebben afgesproken in Nederland:
op het moment dat er geconstateerd wordt dat er strafrechtelijke feiten
worden gepleegd, wordt er ingegrepen.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Deze Kamer was glashelder bij het aannemen van de motie die ik heb
ingediend met collega Ellian: doe er alles aan om te voorkomen dat deze
meneer naar Nederland komt, aangezien hij zich antisemitisch en
extremistisch heeft geuit. Ik vind het uitermate teleurstellend dat dat
volgens de regering binnen de huidige regelgeving kennelijk niet kan. Ik
hoop dat de regering, ook gezien de eerdere beantwoording, alles in het
werk stelt om te blijven kijken of er aanleiding is om dat wél voor
elkaar te krijgen, te meer omdat de Joodse gemeenschap zegt dat het
antisemitisme al zó toeneemt in Nederland. Moeten we deze meneer nou een
nog groter podium geven? Ik ben ook benieuwd welke maatregelen het
kabinet, ook als die meneer komt — ik mag hopen van niet, maar stel dat
dat gebeurt — verder inzet om te voorkomen dat het antisemitisme wordt
aangewakkerd en om juist heel helder aan te geven dat er in Nederland
geen plek is voor antisemitisme.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ook hier: natuurlijk roept dit ook ongemak op, ook voor het kabinet.
Daar zijn we ook heel eerlijk over. De ruimte die we hebben om dit
binnen de wet te doen, hebben we ten volle benut. Tegelijkertijd zullen
we ook kijken welke actualiteit en welke overwegingen nog meer kunnen
bijdragen aan het maken van een andere overweging; daar riep de motie
die u samen met de heer Ellian heeft ingediend volgens mij ook toe op.
Ik heb ook al toegezegd dat daar uiterlijk eind deze week een reactie op
komt. Die gronden zijn er op dit moment niet.
Mevrouw Bikker (ChristenUnie):
Tegelijkertijd geeft het kabinet in antwoord op schriftelijke vragen die
ik hier eerder over stelde aan: "Extremisme ondermijnt onze rechtsstaat
en onze manier van samenleven. Het kabinet is er dan ook alles aan
gelegen om de verspreiding van extremistisch gedachtegoed tegen te
gaan." Vervolgens wordt in deze beantwoording gezegd dat antisemitisme
een fenomeen is en dat dat weer iets anders is dan een extremistische
ideologie. Ik hecht eraan om te zeggen dat of antisemitisme nou in een
extremistische ideologie voorkomt of op zichzelf staat, de gevolgen
hetzelfde zijn voor de Joodse gemeenschap in ons land. Ik zou het
kabinet dus echt willen waarschuwen: blijf niet hangen in teksten die op
zich wetenschappelijk fantastisch zijn, maar die eigenlijk niet de
erkenning geven aan de Joodse gemeenschap op dit moment, de grote zorgen
die zij hebben. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen dat er ook met
degene die het podium verleent en de organisator wel het gesprek wordt
gevoerd over wat je in beweging brengt in ons land? Ik snap heel goed
dat we vrijheid van meningsuiting hebben en dat het kabinet niet gaat
over wie een organisator uitnodigt, maar het gaat wel over de gevolgen
voor de samenleving. Ik zou die morele oproep ook aan het kabinet willen
doen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De woorden die mevrouw Bikker gebruikt zijn heel terecht. Er is ons
alles aan gelegen om juist hier de orde en de rust te bewaren en het
ongemak weg te halen en om hier heel duidelijk en helder over te zijn.
Dit blijft voor iedereen ontzettend verwerpelijk. Wat er in het verleden
door de heer Ye is gezegd, is verwerpelijk. Dat moeten we met elkaar
niet accepteren. Tegelijkertijd is dit als je naar de wet kijkt en de
mogelijkheden van de wet — daar heb ik net natuurlijk al duidelijk iets
over gezegd — het maximaal haalbare. Waar de motie toe heeft opgeroepen,
is om te onderzoeken welke mogelijkheden er aanvullend zouden kunnen
zijn — dat heb ik net al toegezegd — en naar andere landen te kijken om
te zien of daar gronden zijn die ons zouden kunnen inspireren en waar we
ook binnen onze eigen wet- en regelgeving nog een vorm voor zouden
kunnen vinden. We hebben natuurlijk wel te maken met die wet- en
regelgeving; gelukkig maar, want we wonen in een rechtsstaat. Dat is de
actualiteit die we steeds in ogenschouw willen nemen, tot aan en ten
tijde van het concert, de concerten.
De heer Ellian (VVD):
Wat me ontgaat in dit geheel, is waarom de aanwezigheid van iemand die
heeft gezegd "ik ga DEFCON 3 op Joden", die een nummer over Hitler heeft
uitgebracht en die T-shirts met een swastika's erop heeft verkocht, op
zichzelf niet een gevaar voor de openbare orde constitueert. Als één
persoon alleen al uiting geeft en uitvoering geeft aan wat Ye heeft
gezegd, is de openbare orde immers in het geding, want we moeten de
gemeenschap beschermen.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk dat dat een terechte en herkenbare zorg is. Daarom is het een
vraag die we niet zomaar even op een namiddag beantwoorden, maar die we
ook bij de professionals van de AIVD en de NCTV neerleggen om te
adviseren aan de IND of er gronden denkbaar zijn om nu te zeggen, op
basis van de vreemdelingenrechtelijke wetten die er zijn: we kunnen de
heer Ye de toegang tot Nederland ontzeggen. Die zijn er niet op basis
van de wetten die wij nu hebben met elkaar. We onderzoeken of er ruimte
is. Dat is waar de Kamerbrief die richting het einde van de week
verstuurd zal worden op terug zal komen. Tegelijkertijd zal, zoals ik u
zei, de actualiteit ons steeds heel scherp houden en zal ten tijde van
het concert ingegrepen worden als dat noodzakelijk is.
De heer Vermeer (BBB):
Bij mij wordt toch de indruk gewekt dat hier sprake is van te veel
juridische haarkloverij. In de beantwoording gaat het over antisemitisme
als fenomeen en over extremistische ideologieën. Daar wordt dan weer
onderscheid tussen gemaakt. De staatssecretaris kan toch gewoon de
rechter laten beslissen? Het kabinet kan gewoon een inreisverbod
instellen en dan moet de rechter toch maar beoordelen welke van die twee
het is in plaats van dat nu al als een risico zien? Waarom neemt de
staatssecretaris gewoon niet dat risico en doet ze eigenlijk niets?
Staatssecretaris Van Bruggen:
We hebben heel veel gedaan, kan ik in ieder geval hier zeggen. De
afweging die wij formeel hebben moeten maken, hebben we gemaakt op basis
van alle gronden die we tot onze beschikking hadden. Er is ook een
juridische procedure aangekondigd door het CJO. Daar vertel ik u ook
niks nieuws mee. Die procedure loopt. Volgens mij moeten we daar als
kabinet helemaal niet in gaan treden en is het allerbelangrijkste dat
wij de mogelijkheden die er zijn om wat te doen ten volle hebben benut.
Ik denk dat dat voor nu het belangrijkste is dat we met elkaar kunnen
delen.
De heer Vermeer (BBB):
Ik vind dat niet. We laten het over aan een derde partij, terwijl het
kabinet verantwoordelijk is voor de veiligheid. We hebben hier vorige
week met Kamer en kabinet over gedebatteerd. Op alle manieren werd
extremistisch gedrag veroordeeld. Nu kunnen we een keer een punt maken
en overgaan tot daden, en dan krijgen we als antwoord: er wordt 12 juni
over gestemd en aan het eind van de week komt er ergens een keer een
brief. Dat kan toch niet waar zijn? Wat zijn al die woorden in de
debatten waard als die niet gevolgd worden door acties van dit
kabinet?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik begrijp het ongemak en de boosheid die hieronder kunnen zitten. Die
voelen we volgens mij allemaal. We willen de ruimte ten optimale
benutten. Dat is wat we tot nu toe hebben gedaan. Dat is ook wat het
kabinet tot nu toe als verantwoordelijkheid naar zich toe heeft
getrokken. Er is ontzettend veel gebeurd. Er gebeurt nog steeds
ontzettend veel. Het is natuurlijk een actuele casus. We kijken dus niet
alleen naar het verleden, maar ook naar het heden. We kijken in het
heden naar welke mogelijkheden er steeds zijn. Dat is ook wat in de
brief zal komen te staan. Ik denk dat dat voor nu ook het enige is wat
ik u kan meegeven. We zullen met elkaar de actualiteit blijven volgen.
Gelukkig wonen we in een rechtsstaat, dus op het moment dat er
strafrechtelijke feiten worden gepleegd, wordt er ingegrepen.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde
vragen.
Vragen Jagtenberg
Vragen van het lid Jagtenberg aan de staatssecretaris
van Defensie over het bericht "Omstreden techbedrijf Palantir
kan bij geheime data van Defensie".
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Jagtenberg voor haar vragen namens de fractie
van D66 aan de staatssecretaris van Defensie, die ik van harte welkom
heet in het parlement. Het woord is aan u, mevrouw Jagtenberg.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst even een kleine persoonlijke
boodschap aan de staatssecretaris. We treffen elkaar in de plenaire zaal
na onze eerste 100 dagen. Ik vind het dan ook heel leuk dat we het over
een heel belangrijk onderwerp kunnen hebben. Ik zal mijn betoog
beginnen.
Voorzitter. "Democratie en vrijheid zijn niet verenigbaar." "Het is
prima als onze software wordt gebruikt om burgers te doden." "Er bestaat
een hiërarchie tussen culturen. Sommige zijn disfunctioneel en
regressief." Op zichzelf zijn dit walgelijke, doodenge uitspraken. Het
is doodeng om te beseffen dat deze uitspraken komen van de oprichters
van Palantir, het bedrijf dat software levert voor Defensie, de politie
en de NAVO. In het kort: een commercieel bedrijf met openlijk racistisch
en walgelijk gedachtegoed, dat haaks staat op onze vrije normen en
waarden. Niet alleen Nederlandse werknemers, maar ook Amerikanen en
andere nationaliteiten hebben op deze manier toegang tot onze geheime en
missiegevoelige informatie. Dit is een direct risico voor onze nationale
veiligheid. Na weken van vragen stellen verwacht ik vandaag
duidelijkheid van de staatssecretaris. Waar en waarom maakt Nederland
nog gebruik van deze software?
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Boswijk:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst ook dank aan mevrouw Jagtenberg, want
zij snijdt een ontzettend belangrijk onderwerp aan. Het kabinet deelt
deze zorg met de Kamer. Die zorg is eigenlijk tweeledig. De eerste zorg
is natuurlijk onze enorme afhankelijkheid als Nederland en Europa van
wapensystemen buiten Europa. De tweede zorg is de groeiende
afhankelijkheid en de ontwikkeling van AI. Ik heb het dan specifiek over
AI in het militaire domein, over de invloed van big tech — mevrouw
Jagtenberg refereerde er al even aan — en vooral ook over de ethische
dilemma's waar we tegenaan lopen. Twee à drie jaar geleden hadden we
daar nog helemaal geen weet van. Dit ontwikkelt zich met hoge
snelheid.
Vandaag hebben we het specifiek over Palantir. Het is goed om te weten
dat Defensie al sinds 2010 op een kleine schaal samenwerkt met Palantir.
Ook gebruikt Oekraïne dit systeem op zeer grote en zeer effectieve
schaal, omdat er simpelweg op dit moment geen beter alternatief is. Ik
zeg er duidelijk bij dat het gebruik door Nederland zeer beperkt,
gecompartimenteerd en kleinschalig is. De data die worden gebruikt, zijn
en blijven altijd Nederlands bezit. Externen hebben toegang tot
synthetische data, dus kunstmatig gemaakte data om mee te kunnen
oefenen, of oude data, tenzij er op incidentele basis ineens een
verbetering nodig is en een externe specialist moet worden ingehuurd,
bijvoorbeeld bij een operatie. Al deze externe specialisten worden
allemaal vgb-A goedgekeurd door de MIVD. Zij werken ook nooit zonder
toezicht van Defensie. Er zit dus nooit een extern iemand te werken aan
deze systemen, die niet in het zicht is van iemand van Defensie.
Ondanks al deze voorzorgsmaatregelen delen wij zeker de zorg die mevrouw
Jagtenberg en ook een deel van uw Kamer meerdere keren hebben
geadresseerd. Daarom heb ik afgelopen maand de opdracht gegeven om te
werken aan een tweesporenbeleid. Bij spoor één ligt de grootste
prioriteit: het ontwikkelen van een Europees alternatief. Spoor twee is:
zolang het alternatief er nog niet is, nog wel gebruikmaken van
Palentir, maar wel met de duidelijke voorzorgsmaatregelen die we hebben.
Dat is dus gecompartimenteerd en kleinschalig. Als het nodig is dat
externen er gebruik van maken, dan zijn zij altijd vgb-A gekeurd en
gebeurt dat altijd onder toezicht van Defensie zelf. Het is mijn streven
om zo snel mogelijk van spoor twee naar spoor één te gaan, zo snel
mogelijk dat alternatief te hebben en de kennis die wij opdoen in spoor
twee zo snel mogelijk ook in spoor één te gebruiken. De doelstelling is
om binnen twee jaar het volwaardige alternatief te hebben. Het is mij
natuurlijk een lief ding waard als het sneller kan.
Voorzitter, tot slot. Zoals u weet, komen de minister en ik eind deze
maand met de Defensienota, waarin wij duidelijk invulling gaan geven aan
de stijging van 2% naar 3,5%. Dan zal u ook zien dat er een forse
investering zal gaan naar digitalisering en meer soevereine systemen. We
zullen hiervan ook een duidelijke vertaling hebben. Wij zijn hier op dit
moment al heel hard mee bezig. De eerste resultaten worden al geboekt.
Zoals u weet, hebben we vrij recent de staatsgeheime cloud gelanceerd.
Daar zijn wij als ministerie van Defensie trots op, omdat wij hiermee de
eerste in Nederland zijn. Daarom heb ik ook het volle vertrouwen dat we
die twee jaar niet nodig hebben en dat we er gas op geven. Maar ik deel
uw zorg en we zijn ermee bezig.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Heel fijn om te horen dat hier in ieder geval aandacht voor is en dat de
staatssecretaris zich ook zorgen maakt, maar ik vind het toch nog wat
afgezwakt ten opzichte van wat ik eerder zei in mijn betoog. Ik had het
namelijk over openlijk racistisch en walgelijk gedachtegoed en over het
punt dat er toegang is tot onze staatsgeheime informatie. Ik zou toch
graag van de staatssecretaris willen horen of hij erkent dat we te maken
hebben met een direct veiligheidsrisico. Kan de staatssecretaris hier en
nu zeggen dat dit bedrijf op iedere mogelijke manier in strijd met onze
normen en waarden handelt en we daarom per direct, zo snel mogelijk, de
afhankelijkheid afbouwen?
Staatssecretaris Boswijk:
Allereerst het laatste: met per direct afbouwen zijn we dus bezig. Ik
heb inderdaad afgelopen maand de opdracht gegeven om te werken aan een
alternatief. Ik zou niet adviseren om per direct de banden door te
hakken, zoals mevrouw Jagtenberg zegt. Er komen dan simpelweg meteen
veiligheidsrisico's bij. Hoewel ze beperkt zijn, zijn die er dan nog
steeds. Daarnaast kunnen we dan niet de optimale systemen hebben.
Het tweede punt ging over wat ik van de uitspraken van de oprichters van
dit bedrijf vind. Het mag duidelijk zijn dat die verwerpelijk zijn. Wij
zien dat natuurlijk ook. Het is een van de redenen dat wij de
afhankelijkheden willen afbouwen. Ik zeg er ook meteen bij dat elke
afhankelijkheid in potentie een veiligheidsrisico is. We moeten
accepteren dat we nooit honderd procent vrij van risico's zullen zijn.
Tegelijkertijd weten we nu van dit risico en bouwen we het zo snel
mogelijk af. Om iets van comfort te geven: we komen met de Defensienota.
Dan heb ik snel geld beschikbaar of zijn in ieder geval de budgetten
verdeeld. U zult zien dat dit voor het kabinet een grote prioriteit is,
omdat wij uw zorgen delen. Ik zou u kunnen toezeggen dat wij richting de
zomer nog met een brief komen, met daarin expliciet de vertaling van de
Defensienota en de verdere uitwerking van het tweesporenbeleid, waar ik
vorige maand de opdracht toe heb gegeven. Ik zal dat zo snel mogelijk
met uw Kamer delen, omdat wij, nogmaals, die zorg delen.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik waardeer de toezegging van een brief, maar ik vraag niet om woorden
maar om daden. In andere Kamervragen vroeg ik naar de samenwerking met
bijvoorbeeld het Oekraïense Delta-systeem. In eerste instantie vond ik
dat ook een goed alternatief, totdat ik er tot mijn grote schrik achter
kwam dat Palantir daar ook achter zit. In de beantwoording van de vragen
stond echter: ja, hoor, wij gaan hier ook naar kijken; wij vinden dit
ook interessant. Hoe strookt dat met het afbouwen en het
tweesporenbeleid, dat de staatssecretaris net benoemde?
Staatssecretaris Boswijk:
Zoals ik net ook als zei, gebruikt Oekraïne dit systeem. Het zou op dit
moment ondenkbaar zijn voor Oekraïne om dit systeem niet te gebruiken.
Als ze dat zouden doen, dan zou dat meteen een veiligheidsrisico zijn
voor Oekraïne. Er is op dit moment geen alternatief voor Oekraïne. Maar
nogmaals, wij zien dezelfde dilemma's, ook de morele en ethische
dilemma's. Wij zien ook het bredere plaatje, namelijk het afbouwen van
onze afhankelijkheden. Het zijn nu nog woorden, in de zin dat ik hier
vorige maand de opdracht toe heb gegeven. Mevrouw Jagtenberg zei het net
zelf: we zitten hier 100 dagen. We maken echt snelheid. Ik hoop voor de
zomer met concrete voorbeelden te komen, maar ik vraag de Kamer om ons
de mogelijkheid te geven om dit daadwerkelijk uit te voeren. Het is geen
knop die je omswitcht. Er moet kennis worden opgebouwd en de systemen
moeten daarop worden afgestemd. Eerlijk is eerlijk: het is ook mijn
grote frustratie dat we op dit gebied ... Sorry, voorzitter. De
voorzitter weet uit mijn vorige leven hoe breedsprakig ik ben.
De voorzitter:
Zeker.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik werk eraan! Nee, maar dit is zulke specialistische kennis. Wij lopen
als Nederland, als Europa, echt nog wel achter. Wij moeten dus heel snel
een been bijtrekken. We hebben helaas niet de luxe om te zeggen dat we
die switch van vandaag op morgen maken, want dat zou meteen
veiligheidsimplicaties hebben. Dat dilemma moet ik ook wegen.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Dat klinkt ook een beetje als een paradoxaal veiligheidsrisico. Het ziet
op het operationele, maar natuurlijk ook op de afhankelijkheden van de
software. Misschien kan de staatssecretaris zich laten inspireren door
andere landen die laten zien hoe het wel kan. Duitsland heeft de
samenwerking met Palantir al "onvoorstelbaar" genoemd. Het Zwitserse
leger geeft duidelijk aan ethische bezwaren te hebben. Het kan dus wel
op die manier. Kan de staatssecretaris toezeggen om inspiratie uit die
andere landen mee te nemen in zijn brief?
Staatssecretaris Boswijk:
Wij kijken natuurlijk continu naar wat onze buurlanden doen. Het is soms
alleen wel appels met peren vergelijken, omdat de krijgsmacht gewoon een
andere vorm heeft. Zoals ik al zei hebben wij deze samenwerking al heel
lang, sinds 2010. De dilemma's spelen nu op. Sommige landen zullen niet
zo'n lange samenwerking hebben en zullen misschien ook technologisch
niet zo ver zijn als wij als Nederland zijn. Het vergelijken gaat dus
niet altijd op. Ik kan wel zeggen dat wij natuurlijk naar onze
buurlanden kijken. Als wij aan een Europees alternatief willen werken,
en dat willen we, dan zullen we dit met Europese landen moeten doen. We
zijn ook, op heel veel thema's, door heel Europa aan het crossen om die
banden aan te halen en om op een hele pragmatische manier de kennis te
bundelen. Ik doe dat overigens niet alleen. Ik ben vorige week nog met
collega-staatssecretaris Aerdts naar Tsjechië geweest. We zijn er dus
echt mee bezig, maar ik vraag u toch ook om ons de tijd te geven om dit
op een goede manier te doen. Nogmaals, ik voel de frustratie. Wat mij
betreft kan het niet snel genoeg gaan.
Mevrouw Jagtenberg (D66):
Ik ben blij om te horen dat goed teamwork ook bij de ministeries te
vinden is. Het begint met ambitie. We moeten baas worden over onze eigen
bits. We moeten zelf de normatieve kaders kunnen bepalen achter
gevoelige software, zoals bij Defensie, en het niet overlaten aan
Amerikaanse miljardairs met een dubbele agenda en racistisch
gedachtegoed. Er is nu leiderschap nodig. Als ingenieur heb ik zelf
gezien dat het kan. Er werd net gezegd dat men door het land crost voor
verschillende alternatieven en met Europese partners gaat kijken. U
hoeft niet ver te gaan reizen, staatssecretaris, want dat kan in
Nederland. Ik heb zelf in de praktijk gezien dat er voldoende
Nederlandse bedrijven zijn die vooroplopen in dit soort software, die
aan de bak kunnen met AI en die staan te springen om dit soort software
wél met normen, waarden en binnen onze ethische kaders te ontwikkelen.
Technisch kan het, industrieel kan het en financieel kan het. Pak samen
met de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit dat
leiderschap op en zet samen vol in op een Nederlands alternatief.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Wenst de staatssecretaris daar nog op te reageren?
Staatssecretaris Boswijk:
Ja. Dat is vragen naar de bekende weg.
De voorzitter:
Kort dan.
Staatssecretaris Boswijk:
Van ingenieur tot ingenieur: dit is mij uit het hart gegrepen. Ik ben
ervan overtuigd dat we dit kunnen doen. Ik was het bijna vergeten, maar
mevrouw Aerdts en ik hebben pas geleden ook nog geluncht. Ik heb toen
mijn CIO meegenomen. Ik denk dat die een van de besten van Nederland is,
omdat wij als Defensie best wel ver zijn op dit gebied. Nogmaals, we
zitten in een window of vulnerability, zoals dat met een mooie term
heet. We hebben op dit moment nog bepaalde afhankelijkheden, terwijl we
heel hard werken om die afhankelijkheden af te bouwen. In de tussentijd
zet je in op die twee sporen. Ik heb ook nog een ander moreel dilemma,
namelijk dat ik ook de beste spullen wil geven aan onze mensen, mannen
en vrouwen, die ons veilig houden. Dat dilemma moet ik ook meewegen. Ik
wil die window zo kort mogelijk houden.
Mevrouw Beckerman (SP):
We hebben het hier over Palantir, dat in verband wordt gebracht met
mensenrechtenschendingen in Iran, Palestina en de VS. Nu blijkt dat ze
bij geheime, missiegevoelige Defensiedata kunnen. Vorige week stonden we
hier vanwege Meta, dat gegevens van ambtenaren doorgaf aan de
Amerikaanse overheid. Deze week staan we hier vanwege Palantir. Zo
kunnen we hier week na week na week na week staan. Nederland zit nog
steeds in de wurggreep. Ik vind het goed dat de staatssecretaris zegt
dat we hiermee gaan stoppen, maar ik vind die twee jaar gewoon heel erg
lang. Moet u niet, zeg ik via de voorzitter, samen met uw buurvrouw écht
een goede strategie bedenken, zodat we zo snel mogelijk onafhankelijk
worden? Andere landen kunnen dat ook.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik zei iets in de trant van: uiterlijk twee jaar. Ik wil het echt zo
kort mogelijk houden, maar ik wil u als Kamer tegelijkertijd ook geen
beloftes doen die ik niet waar kan maken. Ik denk dat dat kan, dus dat
het veel sneller kan. Ik ben zeker bereid om dat gezamenlijk te doen,
ook gezamenlijk met het Nederlandse en het Europese bedrijfsleven.
Natuurlijk is die samenwerking er al. Ik ben het zeer eens met wat
mevrouw Jagtenberg net zei, namelijk dat het echt indrukwekkend is
hoeveel kennis wij als Nederland op dit gebied hebben. Ik ben dus best
hoopvol, maar ik wil van uw Kamer toch ook het volgende vragen. Ik heb
vorige maand opdracht gegeven tot het tweesporenbeleid, om die
onafhankelijkheid en dat alternatief zo snel mogelijk te bouwen. Geef
ons ook even de tijd om dat verder uit te werken en uw Kamer voor de
zomer over de voortgang te informeren. Wat mij betreft kunnen wij dat
periodiek doen, want, nogmaals, wij delen de zorgen en wij zien de
urgentie. Maar het is ook geen lichtknopje dat ik gewoon aanzet.
De voorzitter:
Mevrouw Beckerman, via de voorzitter.
Mevrouw Beckerman (SP):
Ja, voorzitter. Tegelijkertijd zien we dat Nederland zich digitaal laat
gijzelen en dat we in zo'n wurggreep zitten en dat de vraag is hoe we
daaruit komen. Terecht geeft het kabinet ook aan dat er alternatieven
zijn. Een van de problemen waardoor het zo lang duurt, is dat dit
kabinet onvoldoende geld heeft vrijgemaakt om echt digitaal
onafhankelijk te worden, dus digitaal soeverein te zijn. Er zijn
meerdere moties van de Kamer aangenomen om dat wel te doen. Ziet het
kabinet op dit punt niet ook een essentieel probleem? Het is niet zo dat
het niet kan. Het kan namelijk. Daar hebben we de technieken voor en
andere landen doen het al. Het probleem is ook dat we het niet voldoende
gefinancierd hebben. Zou het kabinet niet willen zorgen voor meer geld,
zodat ook de collega van de staatssecretaris met een echte strategie kan
komen en we dit veel sneller kunnen afbouwen?
Staatssecretaris Boswijk:
Een zeer terechte vraag. Ik denk dat het niet alleen om een gebrek aan
geld gaat, maar eerlijk gezegd ook gewoon om een gebrek aan urgentie en
om het punt dat we worden ingehaald door de realiteit. Ik denk dat dat
ook meespeelt. Zoals ik net al aangaf, komen wij eind deze maand met de
Defensienota. Daarin komen de minister en ik met een visie waarin staat
dat we van 2% naar 3,5% gaan en hoe dat er dan uitziet. Ik kan hier al
zeggen dat ... Toen twee jaar geleden de Defensienota werd
gepresenteerd, was de afdronk dat de tank weer terugkwam. Volgens mij is
dat nog steeds iets heel belangrijks, maar dat zal bij deze Defensienota
niet de afdronk zijn. Daar zal digitalisering echt een heel groot
onderdeel van zijn, omdat wij gewoon zien dat de dreigingen lang niet
allemaal meer fysiek zijn, maar ook in het digitale domein zitten. Zoals
u weet, is in het coalitieakkoord afgesproken om zo veel als mogelijk
Europees te besteden.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Wij hebben het kabinet een jaar geleden deze vraag gesteld: welke
organisatieonderdelen binnen het ministerie maken direct gebruik van of
hebben toegang tot Palantirsoftware? Het antwoord van het kabinet was:
vanwege de vertrouwelijkheid kan ik niet delen welke specifieke
organisatieonderdelen binnen Defensie gebruikmaken van Palantirsoftware.
We hebben dus helemaal geen antwoord gekregen. Nou is mijn vraag, via u,
voorzitter, hoe het nou kan dat Follow the Money wél met die
detailinformatie komt, bijvoorbeeld dat SOCOM, de Special Operations
Command, daar gebruik van maakt. Dat baseren ze, schrijft Follow the
Money, op bronnen binnen Defensie. Journalisten krijgen dus wel antwoord
op deze vragen en wij als Kamer niet. Mijn vraag aan de minister is hoe
dat kan. "Staatssecretaris" moet ik zeggen.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik was al bijna gepromoveerd! Ik deel de frustratie van de heer Van
Houwelingen, want het kan natuurlijk niet zo zijn dat journalisten
bepaalde informatie wel krijgen en Kamerleden niet. Ik zeg er wel meteen
bij dat bepaalde informatie die ik weleens lees ook niet out in the open
hóórt te zijn. Soms worden er helaas dingen gelekt waarvan het gewoon
echt niet oké is, wat ook veiligheidsrisico's met zich mee kan brengen.
Maar laat ik zeggen dat het principe natuurlijk moet zijn dat eerst de
Kamer wordt geïnformeerd en daarna de rest van de wereld. De frustratie
van de heer Van Houwelingen snap ik dus in die zin.
De heer Van Houwelingen (FVD):
Tot slot. Dank voor de beantwoording. Ik heb dan toch nog een
vervolgvraag. Ik begrijp dus dat die detailinformatie is gelekt. Dat
zegt de staatssecretaris. Gaat de minister daar nog wat aan doen? Want
dan is er dus gelekt binnen het ministerie. Wat wordt er dan gedaan?
Wordt er nog een onderzoek ingesteld of laat de staatssecretaris het
hierbij?
Staatssecretaris Boswijk:
Daar laten we ons niet over uit, want dat zijn echt operationele
processen, maar wij zijn er wel van op de hoogte.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Palantir is letterlijk een levensgevaarlijk bedrijf. Ik mis in de
beantwoording van de staatssecretaris toch nog het besef van de urgentie
om er ook echt nú van af te komen. Het bedrijf wordt in verband gebracht
met grove mensenrechtenschendingen, ook bijvoorbeeld op de Westelijke
Jordaanoever, waar de staatssecretaris zelf is geweest. Hij heeft zelf
gezien hoe erg die onderdrukking daar is. Het bedrijf zelf heeft in
april 2025 erkend dat het betrokken is bij het doden van Palestijnen in
Gaza. In 2025 dus al. Als je dat hoort, vraag je je af welke morele
kaders Defensie heeft dat het niet meteen heeft gezegd: we stappen
hiervan af.
Staatssecretaris Boswijk:
Allereerst is het goed om te vermelden dat ik op de Westelijke
Jordaanoever ben geweest in mijn vorige leven, dus niet als
staatssecretaris maar als Tweede Kamerlid. Ik heb daar inderdaad de
situatie gezien die mevrouw Teunissen omschrijft. Nogmaals, ik heb in
deze rol meerdere dilemma's te delen. Enerzijds hebben we natuurlijk
onze eigen waarden waar we ons aan willen houden, en tegelijkertijd heb
je een enorme afhankelijkheid, en overigens niet alleen op dit systeem.
We hebben meerdere afhankelijkheden, ook op bepaalde wapensystemen.
Mevrouw Teunissen heeft twee jaar geleden, meen ik, een motie ingediend
over wapensystemen, met het verzoek om die afhankelijkheden zo snel
mogelijk af te bouwen. Toen die motie is aangenomen, heeft het vorige
kabinet gezegd: die gaan we uitvoeren. Het huidige kabinet doet dat ook,
maar wel op een verantwoorde manier. Ik snap het ongeduld van mevrouw
Teunissen, want voor haar zal het zeer waarschijnlijk nooit snel genoeg
gaan, maar als het alternatief is dat we onze mannen en vrouwen in een
window of vulnerability niet de beste spullen of de beste kennis geven,
ontstaan daar ook weer kwetsbaarheden. Dat is eerlijk gezegd ook een
moreel dilemma. Dat moeten wij wegen. Enerzijds hebben we
afhankelijkheden van landen of organisaties die we eigenlijk niet
willen. Anderzijds willen we tegelijkertijd wel de beste spullen voor
onze mensen. Mijn opdracht als staatssecretaris is om die
afhankelijkheden zo snel mogelijk af te bouwen, omdat ik de frustraties
deel die mevrouw Teunissen heeft, en tegelijkertijd wel te zorgen dat
onze mensen de beste spullen hebben. Het gaat er dus om dat we het
window of vulnerability zo klein mogelijk houden.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het gaat mij er natuurlijk niet om dat het niet snel genoeg gaat. Het
gaat er gewoon om dat als een bedrijf mensenrechtenschendingen pleegt,
je zegt: hier trekken we de streep en we gaan er nu vanaf. Dat is niet
gebeurd. Het is ook een heel groot gevaar voor onze nationale
veiligheid, een acuut gevaar. Ik zie dat Duitsland gewoon zegt: we gaan
niet met dit bedrijf in zee. Het Zwitserse leger zegt: wij werken niet
samen met Palantir. Die hebben dus gewoon alternatieven. Waarom zegt de
staatssecretaris dan nu: ik heb heel veel tijd nodig; het gaat me nog
twee jaar kosten. Kennelijk zijn die alternatieven er dus al in Europa.
Waarom trekt Nederland niet samen op met Duitsland en Zwitserland? Dat
zijn niet bepaald landen die achter Nederland aan lopen.
Staatssecretaris Boswijk:
Laat dit helder zijn: op dit specifieke terrein is er op dit moment nog
geen alternatief dat net zo goed is als wat Palantir biedt. Dat is
buitengewoon frustrerend, omdat ik vind dat wij als Europa in staat
moeten zijn om die kwaliteit te kunnen bieden. Wij kunnen die ook
bieden. Daar is onze inzet ook op gericht, maar dat lukt niet van
vandaag op morgen. Zoals ik al aangaf, zitten wij hier vandaag — ik
dacht dat het morgen was, maar het is al vandaag — 100 dagen. Vorige
maand heb ik de opdracht gegeven, omdat uw Kamer daarnaar vroeg en
verschillende media — ik geloof dat het Follow the Money was — daar
meerdere keren over hebben geschreven. Dank dat u ons daar scherp op
houdt; dat helpt. Maar ik vraag dan ook wel enig respijt van de Kamer om
op een verantwoorde manier uitvoering te geven aan uw wens.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Als we ergens soevereine ICT nodig hebben, dan is het wel bij Defensie.
Daar gaat het echt om onze gevoeligste data. Naast al die plannen met
het doodenge surveillancebedrijf Palantir loopt er ook een project van 4
miljard met Kyndryl. Ja, er gaat nu bij iedereen een belletje rinkelen:
o ja, dat is dat bedrijf dat DigiD wilde kopen. De overname is volledig
geblokkeerd, want dat was in het algemeen belang. Er zouden te veel
risico's zijn. Het is onnavolgbaar dat die DigiD-uitspraak geen
consequenties zou hebben voor Defensiecontracten. Ik wil dus heel graag
van de staatssecretaris weten wat de consequenties zijn van de
DigiD-uitspraak voor de Defensiecontracten. Als de staatssecretaris daar
vandaag niet mondeling antwoord op kan geven — dat begrijp ik — dan zou
ik dat graag in een brief richting de Tweede Kamer zien komen.
Staatssecretaris Boswijk:
Allereerst complimenten aan mevrouw Kathmann, want ik weet dat zij al
met dit onderwerp bezig was toen een groot deel van ons dat nog niet
was. Die credits wil ik dus wel geven. Tegelijkertijd heeft
staatssecretaris Aerdts vorige week of de week daarvoor … Dat was vorige
week, hoor ik haar zeggen. Ze moest overhaast weg bij de lunch waar ik
het net over had; ik begrijp nu waarom. Zij heeft laten zien dat het
kabinet de zorg van de Kamer serieus neemt. Zij heeft ook doortastend
ingegrepen, denk ik. Dat gezegd hebbende denk ik dat de "DigiD-zaak", om
het maar even zo te noemen, niet te vergelijken is met waar wij het nu
over hebben, alleen al vanwege de schaal. Zoals ik zei, is het zeer
gecompartimenteerd. Het is afgesloten van de rest van de organisatie. De
externen die er werken — dan hebben we het over een heel klein groepje
mensen — worden extra gekeurd en werken nooit zelf, zonder toezicht van
Defensie, aan de systemen. De data waarmee ze werken, is synthetisch,
dus kunstmatig gemaakt om te kunnen oefenen of het systeem te kunnen
trainen, of oud. Er zijn uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als er
tijdens een operatie iets fout gaat en een externe moet komen kijken.
Maar dan nog steeds is het iemand die vgb-A gekeurd is door de MIVD en
staat er altijd iemand van Defensie bij. De data die we genereren is en
blijft Nederlands bezit. Dat gezegd hebbende deel ik de zorg van de
Kamer nog steeds in den brede. Ik bedoel de zorg over de grote
afhankelijkheid van bedrijven buiten Europa en de normvervaging die door
de hele ontwikkeling van AI, zeker in het militaire domein, aan het
ontstaan is. Die zorg is terecht. Wat mij betreft is het onze taak om
die normen te handhaven.
De heer Dassen (Volt):
Het is zeer zorgwekkend dat Palantir nog steeds onderdeel is van
Defensie, maar ook van andere onderdelen van de overheid. We hebben
hierover vorige week nog een motie in stemming gehad. Die motie verzoekt
de regering om de afhankelijkheid van Palantir af te bouwen en in te
zetten op Europese alternatieven. Die motie werd door dit kabinet
ontraden. Dat strookt in mijn ogen niet met het verhaal dat de
staatssecretaris hier vertelt. Wellicht kan hij daar dus enige uitleg
over geven.
Staatssecretaris Boswijk:
Zoals de heer Dassen weet, loop ik altijd ver voor op wat de Kamer doet.
Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik de strekking van de motie niet ken.
Ik ben dus even abuis. Uw Kamer dient ook veel moties in; ik heb deze
motie even niet scherp. Maar als de strekking is dat wij onze
afhankelijkheden op dit gebied willen afbouwen en dat we meer willen
inzetten op Europees: dat is inderdaad wat ik doe. Ik weet de exacte
formulering even niet, dus ik weet niet over welke termijn het gaat of
dat met het ene gestopt moet worden voordat er een alternatief is. Dat
kan ik even niet toetsen, maar zoals de heer Dassen het net formuleerde,
is dat inderdaad waar ik vorige maand binnen mijn ministerie opdracht
toe heb gegeven.
De heer Dassen (Volt):
Wat ik net voorlas, was letterlijk het dictum, maar goed. We gaan er
deze week tijdens een debat nog verder over spreken. Als de
staatssecretaris dit zegt, ben ik benieuwd. Nederland is net aangesloten
op het CCA-programma. Ook daarbij worden de software en de AI-sturing
geleverd door Palantir. Betekent het dan ook dat wij binnen de twee jaar
die de staatssecretaris nu aangeeft, geen onderdeel meer zullen uitmaken
van het CCA-programma? Volgens mij is dat namelijk ook een
afhankelijkheid die we dan niet meer willen hebben.
Staatssecretaris Boswijk:
CCA is echt veel meer dan dit. Dat gaat echt over een onbemand
vliegtuig, waarbij veel meer komt kijken dan alleen het systeem van
Palantir. We hebben overigens al best veel kaders ingebouwd: we delen
geen informatie en doen niet aan normvervaging omdat de andere partij er
een andere norm op nahoudt. Ik wil ook zeggen dat er altijd een bepaalde
afhankelijkheid van en uitwisseling met landen buiten de EU, binnen de
NAVO, zal zijn. Sommige landen zijn namelijk gewoon veel verder op
bepaalde capaciteiten. Maar nogmaals, wij hebben als coalitie gezegd dat
we zo veel mogelijk binnen Europa willen doen, minimaal 50%. Daar wordt
heel hard aan gewerkt. Kunstmatige intelligentie en normen zijn voor ons
twee van de grote prioriteiten. Zeggen we daarmee dat we een streep
zetten door alle programma's? Nee.
Mevrouw Ten Hove (Groep Markuszower):
Defensie heeft als taak Nederland te beschermen. Data horen daar
uiteraard ook bij. Maar als dat bij data al niet lukt, hoe gaat Defensie
ons grondgebied dan beschermen? Wij verwachten van dit kabinet snel
soevereiniteit op het gebied van die digitale maatregelen. Twee jaar is
echt te lang.
Staatssecretaris Boswijk:
Ik denk dat wij als Kamer en kabinet redelijk op één pagina zitten,
namelijk dat we allemaal zo snel mogelijk de afhankelijkheden willen
afbouwen. Sterker nog, we willen wederzijdse afhankelijkheden opbouwen.
We willen dus zo ontiegelijk goed worden dat andere landen onze
informatie willen gebruiken. Ik denk dat dat kan. Dat vraagt alleen veel
meer samenwerking met onze Europese bondgenoten. Ik heb net de twee jaar
genoemd; dat is het streven. Ik ga natuurlijk proberen het sneller te
doen, maar ik wil hier ook geen beloftes doen die ik niet waar kan
maken. We moeten ons ook realiseren dat er op het gebied van specifieke
militaire kunstmatige intelligentie op dit moment geen Europese
alternatieven van hetzelfde niveau zijn. We moeten ervoor zorgen dat die
er zo snel mogelijk zijn. Het kan, maar het is niet vandaag of morgen
gerealiseerd.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde
vragen.
Staatssecretaris Boswijk:
Het was me een genoegen.
De voorzitter:
Het genoegen is geheel wederzijds.
Vragen Zwinkels
Vragen van het lid Zwinkels aan de staatssecretaris
Digitale Economie en Soevereiniteit over het bericht
"AI-assistenten liegen en bedriegen, ondanks wetten en
regels".
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Zwinkels voor haar mondelinge vragen namens de
fractie van het CDA aan de staatssecretaris van Economische Zaken en
Klimaat. Er werd al even naar verwezen. Van harte welkom in het
parlement. Mevrouw Zwinkels, u heeft het woord.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voor het CDA is ten aanzien van AI één ding
fundamenteel, namelijk dat technologie de mens moet dienen en niet
andersom. AI is steeds meer verbonden met ons dagelijks leven, niet
alleen als handige teksthulp, maar ook als klantenservicemedewerker, als
verkoophulp, als persoonlijk assistent en zelfs als adviseur bij
ingewikkelde keuzes. AI-technologie biedt kansen; dat ziet het CDA ook.
Wij willen dat Nederland vooroploopt in nieuwe technologie, innovatie en
digitale weerbaarheid. Maar dat AI-assistenten liegen en bedriegen,
ondanks wetten en regels, laat zien dat het niet vanzelf gaat. Zelfs het
best scorende model overtrad volgens het onderzoek 46% van de scenario's
uit de wet. Een AI-assistent die zich voordoet als mens, terwijl het
altijd helder moet zijn of je met AI praat of niet, raakt op een gegeven
moment aan het vertrouwen. Zoals paus Leo onlangs al waarschuwde, mag
technologische vooruitgang nooit losraken van menselijke
waardigheid.
Voor het CDA zit hier dan ook de diepere zorg, want AI kan een nieuwe
ongelijkheid veroorzaken. Aan de ene kant zijn er mensen die weten hoe
AI werkt en hoe je het kunt controleren, maar aan de andere kant zijn er
ook mensen die niet doorhebben dat zij worden gestuurd, beïnvloed of
bedrogen. Juist kwetsbare mensen kunnen dan in de val lopen.
Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is daarom: deelt zij de zorg
van het CDA dat AI-toepassingen alleen verantwoord kunnen groeien als
menswaardigheid, veiligheid en bescherming van kwetsbare mensen centraal
staan? Graag een reflectie.
De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Aerdts:
Voorzitter. Ja, de inzet van het kabinet is natuurlijk dat AI
verantwoord ingezet wordt. Ik vind het dan ook zorgelijk dat het erop
lijkt dat je die AI-modellen opdrachten kan geven waarmee bijvoorbeeld
de AI-verordening of andere wetgeving wordt overtreden. Dat maakt de
uitkomsten van de opdrachten weinig waardevol, maar het is ook
zorgelijk, ook voor wat betreft het vertrouwen dat men in AI heeft. Ik
hecht ook groot belang aan die waarden, die ook met die Europese
wetgeving worden beschermd. Zeker ook het vertrouwen in de diffusion,
het gebruik van AI, is daarin een hele belangrijke.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik ben heel erg blij om dat te horen. Mijn vervolgvraag is dan: op welke
wijze borgt het kabinet dat die AI-agenten zich daadwerkelijk houden aan
de bestaande wet- en regelgeving? En wie is er juridisch
verantwoordelijk wanneer een autonome AI-agent de wet overtreedt? Kan de
staatssecretaris daar ook op reflecteren?
Staatssecretaris Aerdts:
Een aantal zaken. Misschien is het eerst goed om te vermelden dat de
AI-verordening deels al in werking is getreden en deels dus nog niet.
Bepaalde praktijken, zoals misleiding of manipulatie — daar had u het
net over — zijn op dit moment al verboden. In appendix 3, zeg ik uit m'n
hoofd, is een lijst opgenomen met AI die echt niet gebruikt mag worden.
Het lastige is natuurlijk, zeker bij dit soort zaken ... Wetgeving loopt
natuurlijk eigenlijk per definitie een beetje achter de feiten aan, maar
zeker bij AI is dat er ook echt nog wel eentje om goed in het
achterhoofd te houden. De toezichthouders in het kader van die
AI-verordening moeten nog worden aangewezen. Uw Kamer heeft hier
volgende week, zeg ik uit m'n hoofd, een schriftelijk overleg over, om
hier ook heel specifiek op in te gaan.
Precies dat stukje over die ... In principe zijn natuurlijk de
ontwikkelaars van de taalmodellen verantwoordelijk voor hoe zij het
model opstellen en hebben mensen zelf natuurlijk ook een
verantwoordelijkheid als het gaat om de vragen die zij stellen, maar die
verantwoordelijkheid kan natuurlijk niet volledig bij mensen gelegd
worden. Daarom is in die AI-verordening ook opgenomen dat bedrijven een
gebruikersinstructie moeten meegeven. Maar heel specifiek dat juridische
stukje … Dat is ook echt nog de vraag die wij hebben en ook in Europees
verband oppakken.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Het is goed om te horen dat er al een aantal zaken lopen en dat er ook
nog een aantal openstaande punten zijn. Daarbij werden de
toezichthouders al genoemd. Ik zou ook willen weten: hoe wordt er op dit
moment op toegezien dat AI-systemen, voordat zij worden ingezet richting
burgers of consumenten, daadwerkelijk zijn getest op risico's zoals
misleiding, manipulatie en andere onverantwoorde effecten?
Staatssecretaris Aerdts:
Misschien is het goed om te vermelden dat niet alle AI-systemen vooraf
getest hoeven te worden. Dit gaat eigenlijk risicogestuurd, zoals we dat
bijvoorbeeld ook zien bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Daarom gaf ik ook aan: sommige dingen mogen volgens de AI-verordening
niet. Sommige, met een heel hoog risico, moeten inderdaad getest worden.
Maar aan de andere kant heb je natuurlijk ook de innovatiekant. Je kan
niet alle systemen testen voordat er wat mee gebeurt. Als je het bij
wijze van spreken over een simpele Excelsheet hebt, dan hoeft dat niet
van tevoren getest te worden. Het is dus, denk ik, wel goed om de
gelaagdheid daarin aan te geven. We zitten op dit moment ook een beetje
in een vacuüm, want een deel van die AI-verordening is inderdaad al in
werking getreden, maar de toezichthouders zijn nog niet aangewezen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Je kunt dan wel met elkaar betwisten over in hoeverre dit "hoog risico"
betreft, want wat ons betreft maken we ons hier zeker zorgen over en
grijpen we hierop in.
Maar ik zou, gelet op de tijd, graag nog een laatste vraag willen
stellen. Dat is eigenlijk een vraag om een toezegging: is de
staatssecretaris bereid om toe te zeggen om met een plan van aanpak
"menswaardige en veilige AI" te komen, waarin staat hoe burgers worden
beschermd tegen die misleiding, hoe bewust gebruik van AI wordt
versterkt en hoe kwetsbare groepen niet de dupe worden?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik denk eigenlijk dat we dat al hebben. In de Strategie Digitale
Economie wordt specifiek over verantwoord gebruik van AI gesproken. Ook
de Nederlandse Digitaliseringsstrategie neemt dit mee, net als diverse
Europese wetgeving. Ik spreek heel uitgebreid met mijn collega van OCW
over de digitale vaardigheden en AI-vaardigheden die we willen meegeven.
Ik denk dus dat we dit al doen in de verschillende plannen en
strategieën die we hebben. Tijdens ons eerste wetgevingsoverleg heb ik
er ook met mevrouw Zwinkels over gesproken dat ik drie A4'tjes heb
volgeschreven met alle plannen en strategieën die we hebben. Ik zou u om
het vertrouwen willen vragen dat we met deze strategieën aan de slag
kunnen gaan, juist ook om het tempo erin te houden.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dat laatste vind ik toch wel jammer om te horen. Ik weet dat de
staatssecretaris hard werkt als het gaat om digitale autonomie en
cybersecurity, maar het gaat mij om de ethische vraag, om de
menswaardigheid. Wij vinden dat dat op dit moment echt nog onvoldoende
in de plannen is verwerkt. Wij zien hier echt graag meer actie op
tegemoet en ook meer visie van het kabinet. Ik zou dan toch weer in
herhaling willen vallen en de staatssecretaris het volgende willen
vragen. Als er geen apart plan van aanpak kan worden verwacht, kunnen
wij zelf voorstellen doen, maar is zij dan in ieder geval bereid om in
een eerstvolgende brief over de digitale strategie expliciet hierop te
reflecteren?
Staatssecretaris Aerdts:
Ja, dat kan ik toezeggen.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Fijn, dank u wel.
Mevrouw Kathmann (GroenLinks-PvdA):
Chatbots die liegen en bedriegen kunnen bizarre schade toebrengen. Er
zijn chatbots die tegen jongeren met suïcidale neigingen … Eerst doen ze
zich voor als een mens. Dan worden de jongeren niet doorverwezen naar
goede hulp en wordt er door die chatbots alleen maar geroepen: praat
erover. Dat is echt gigantisch zorgelijk. Je moet er gewoon op kunnen
vertrouwen dat je op belangrijke en moeilijke momenten in je leven goede
hulp krijgt. Daarom vind ik ook echt dat het recht op menselijk contact
bij wet moet worden afgedwongen. Op 28 juni hebben we hier een
commissiedebat over. Kan de staatssecretaris toezeggen om vóór 28 juni
in gesprek te gaan met zorg- en veiligheidspartners en misschien met nog
meer partners die ze kent die hierbij moeten aansluiten, om met een
overzicht te komen van alle mogelijkheden die we hebben om liegende
chatbots in de ban te doen?
Staatssecretaris Aerdts:
Ik wil dat zeker oppakken in de voorbereiding van dit debat. Ik denk dat
ik dit deels samen met mijn collegae moet doen. Ik weet niet of het een
uitputtend overzicht van alle mogelijkheden zal zijn, maar we zullen dat
voor het debat oppakken.
De heer Verkuijlen (VVD):
Regels die niet worden gehandhaafd zijn krachteloos. Ik denk dat de
toezichthoudende instellingen daarom hard nodig zijn. Maar er komen nog
krachtigere AI-modellen aan. Ik zag vandaag in antwoorden op vragen van
de Kamer dat het kabinet ervan overtuigd is dat de regels ook gaan
werken voor die krachtige modellen. Naar aanleiding van dit bericht ben
ik wel benieuwd of de staatssecretaris nog steeds die mening is
toegedaan.
Staatssecretaris Aerdts:
De AI-verordening moet nog in werking treden, ook als het om het
toezicht gaat. We spreken hier volgende week in de Kamer over, maar de
toezichthouders moeten nog worden aangewezen. Dit is natuurlijk
nadrukkelijk een zorg die het kabinet deelt en ook zal opvolgen op het
moment dat de verordening in werking is getreden en de uitvoeringswet in
Nederland van kracht is geworden. Hier houden we nadrukkelijk een vinger
aan de pols.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Het is heel onwenselijk als AI zich voordoet als mens. We zien ook dat
het impact heeft op het dagelijks gebruik, omdat mensen het ook
gebruiken als psycholoog of voor psychologisch advies. Dat is enorm
gevaarlijk. Daarom is het des te belangrijker dat we inzicht krijgen in
hoe zo'n AI eruitziet. Zouden we daarom meer kunnen doen op het gebied
van de transparantienorm om meer inzicht te krijgen in de algoritmes van
dit soort AI's?
Staatssecretaris Aerdts:
Wat dat betreft ben ik heel blij met de AI-verordening, want die kijkt
naar de hele AI-keten. Je moet weten dat content via AI gegenereerd is.
Ik sprak net al over gebruikersinstructies. Als besluiten met een hoog
risico door AI-systemen worden genomen, moet dat van tevoren bekend
zijn. Er wordt ook naar de systeemrisico's gekeken. Ik denk dat dit heel
erg gaat helpen in de transparantie van de normen. Ik deel de zorg die u
hier aangeeft.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording van de gestelde
vragen. Ik schors een enkel ogenblik, waarna we overgaan tot de
stemmingen. De vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.