Tweeminutendebat JBZ-Raad (Luxemburg) (CD 27/5) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D26807, datum: 2026-06-02, bijgewerkt: 2026-06-03 09:12, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-06-02 17:10: Tweeminutendebat JBZ-Raad (Luxemburg) (CD 27/5) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
JBZ-Raad (asiel en migratie)
Voorzitter: Krul
JBZ-Raad (asiel en migratie)
Aan de orde is het tweeminutendebat JBZ-Raad d.d. 4-5 juni 2026
(asiel en migratie) (CD d.d. 27/05).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat JBZ-Raad.
Ik heet van harte welkom de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
mevrouw Van Bruggen, bij afwezigheid van de minister van Asiel en
Migratie. Ja, hoor, meneer Boomsma, u bent aan de beurt. De eerste
spreker is de heer Diederik Boomsma, die spreekt namens JA21.
De heer Boomsma (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de werking van het Europese Asiel- en migratiepact
afhankelijk is van handhaving van het Dublinsysteem;
overwegende dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daarbij formeel
uitgangspunt is, maar daar in de praktijk al jaren van wordt afgeweken,
waardoor asielzoekers in de Nederlandse procedure blijven;
overwegende dat het risico bestaat dat lidstaten asielzoekers niet
registreren of bewust laten doorreizen;
overwegende dat Dublinoverdrachten steeds complexer en
arbeidsintensiever zijn geworden door opeenstapeling van Europese
jurisprudentie en toetsingscriteria, waardoor de uitvoerbaarheid voor de
IND ernstig onder druk staat;
verzoekt het kabinet:
erop aan te dringen dat tussen lidstaten bij Dublin- en AMMR-overdrachten weer moet worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en waar nodig op vereenvoudiging van het Unierecht en/of toelaatbaarheidstoetsen om dat te bewerkstelligen;
in de JBZ-Raad en in bilateraal overleg duidelijk te maken dat volledige en tijdige registratie, screening en opname in Eurodac essentieel is;
aan te dringen op goede monitoring van de uitvoering door frontstaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1005 (32317) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat op grond van de Dublinverordening en het nieuwe
Migratiepact de lidstaat van binnenkomst verantwoordelijk is voor de
behandeling van de asielaanvraag;
overwegende dat het besluit om opvang te weigeren voor asielzoekers die
al in een ander EU-land een aanvraag hebben gedaan in België heeft
geleid tot een daling van 83% in enkele maanden voor die groep omdat het
ontmoedigt om naar dat land te gaan;
verzoekt de regering geen opvang meer te bieden aan asielzoekers die al
een asielprocedure in een ander land hebben lopen en deze zo snel
mogelijk over te dragen aan en terug te brengen naar de
verantwoordelijke lidstaat,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1006 (32317) (#2).
De heer Boomsma (JA21):
Nummer drie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het kabinet stelt dat de omstandigheden in Syrië niet
zodanig zijn gewijzigd dat kan worden gesproken van een
"niet-voorbijgaande situatie" zoals juridisch vereist en daarom in Q4
met een nieuw ambtsbericht wil komen;
overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU nog
niet is uitgekristalliseerd ten aanzien van het intrekken van
subsidiaire bescherming;
verzoekt de regering:
zo vroeg mogelijk met een nieuw ambtsbericht te komen en niet later dan oktober 2026;
in overleg te treden met andere EU-lidstaten, waaronder in ieder geval Duitsland, om het proces voor de terugkeer van Syriërs en herbeoordelingen van asielvergunningen zoveel mogelijk te versnellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Boomsma.
Zij krijgt nr. 1007 (32317) (#3).
Perfect op de seconde! Dank u wel.
De volgende spreker is mevrouw Vondeling, die namens de PVV spreekt.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering niet in te stemmen met de verlenging van de
Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne en ervoor te zorgen dat
Oekraïners Nederland snel verlaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vondeling.
Zij krijgt nr. 1008 (32317) (#4).
Mevrouw Vondeling (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De volgende spreker is de heer Schenk. Hij spreekt namens de
fractie van Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Ik heb een tweetal moties van de zijde van Forum voor
Democratie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Dublinsysteem slechts effectief kan functioneren
indien lidstaten in staat zijn de instroom via hun grenzen daadwerkelijk
te controleren;
constaterende dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordening
zijn overgedragen aan een andere lidstaat zich in de praktijk opnieuw
toegang kunnen verschaffen tot Nederland;
overwegende dat effectieve controle aan de binnengrenzen noodzakelijk is
om te voorkomen dat overgedragen asielzoekers zich opnieuw in Nederland
vestigen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke aanvullende maatregelen aan de
Nederlandse binnengrenzen kunnen worden genomen om te voorkomen dat
asielzoekers die op grond van de Dublinverordening zijn overgedragen aan
een andere lidstaat opnieuw Nederland binnenkomen, en de Kamer hierover
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1009 (32317) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordening
worden overgedragen aan een andere lidstaat zich in de praktijk opnieuw
naar Nederland kunnen begeven;
constaterende dat hierdoor situaties ontstaan waarin dezelfde persoon
herhaaldelijk tussen lidstaten wordt overgedragen zonder structurele
oplossing;
overwegende dat dit het functioneren van het Dublinsysteem ondermijnt en
leidt tot onnodige extra druk op de asielketen;
verzoekt de regering in kaart te brengen hoe vaak asielzoekers die op
grond van de Dublinverordening zijn overgedragen aan een andere lidstaat
binnen één jaar opnieuw in Nederland worden aangetroffen dan wel opnieuw
een asielaanvraag indienen, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 1010 (32317) (#6).
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker aan de zijde van de Kamer is de heer
Ellian, die spreekt namens de fractie van de VVD.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Het is fijn dat we dit tweeminutendebat nu nog kunnen
houden en dat de staatssecretaris de minister vervangt, want ik geloof
dat die onderweg is naar deze Raad.
Ik heb twee vragen aan de staatssecretaris, met het verzoek of zij die
kan meegeven aan de minister. Het zal niemand verbazen dat mijn eerste
vraag ziet op de machtigingen tot voorlopig verblijf. De uitvoering van
het EU-Migratiepact staat op de agenda. Het kan natuurlijk niet zo zijn
dat die machtigingen uiteindelijk een omzeiling zijn van dat pact. We
hebben alle moeite van de wereld gedaan om strengere procedures voor
elkaar te krijgen en dan zou je vervolgens op deze manier toch via een
binnen- of buitendeur, of hoe je het ook wilt noemen, asiel kunnen
krijgen. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegen aan? Is dat iets wat
zij op de agenda zou willen zetten?
De voorzitter:
Dat levert één vraag op. Zullen we het daarbij houden, meneer
Boomsma?
De heer Boomsma (JA21):
Ja, dat is goed.
De voorzitter:
Oké. Gaat uw gang.
De heer Boomsma (JA21):
Het is terecht dat de heer Ellian dit aankaart. Ik neem aan dat hij ook
doelt op de mvv's met als doel studie.
De heer Ellian (VVD):
Zeker. Je hebt er meerdere. Ik begrijp dat er een grotere discussie
wegkomt achter de mvv's die zien op werk, omdat dat een grotere groep
beslaat. Maar ook daarbij moet je wel een beetje kritisch kijken,
afhankelijk van het land van herkomst. Maar ik heb zeker ook vraagtekens
bij de mvv's die zien op studie en die bepaalde universiteiten uit een
bepaald gebied betreffen, om het zo maar even te zeggen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Ellian (VVD):
Voorzitter, ik heb nog een tweede vraag. Op de agenda staat het
transitiedocument als belangrijk punt. Het betreft een verlenging van de
opvang van Oekraïners of, feitelijk, van de status die ze hebben. Dat
begrijpen we, maar ik krijg diverse signalen uit gemeenten dat er soms
twijfels zijn over de identiteit van personen. Het kan zijn dat mensen
uit hele andere landen komen maar in Oekraïne een paspoort hebben
gekregen en vervolgens hier opvang genieten. Maar het kan ook zo zijn
dat mensen in meerdere Europese landen voordelen genieten en opvang
krijgen. Is de minister, of de staatssecretaris, bereid om op de agenda
van de JBZ-Raad bespreekbaar te maken dat identiteitscontrole van groot
belang is en dat we niet willen dat personen die geen recht hebben op
opvang, onder de noemer van de ontheemdenstatus voor Oekraïners toch
opvang krijgen?
Dat zijn mijn vragen, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik was abuis, mevrouw Westerveld. U kunt gewoon spreken,
want mevrouw Kröger heeft namens uw fractie meegedaan aan het
commissiedebat. De laatste spreker aan de zijde van de Kamer is mevrouw
Westerveld.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Dank, voorzitter. Wij willen ook nog graag twee boodschappen meegeven
aan het kabinet.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat er een akkoord is bereikt tussen het Europees
Parlement, de Commissie en de Raad over de Terugkeerverordening, waarin
is opgenomen dat gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs kunnen worden
gestuurd;
overwegende dat dit in strijd is met het Kinderrechtenverdrag en grote
schade als gevolg kan hebben op het welzijn en de ontwikkeling van
kinderen;
van mening dat kinderen niet thuishoren in terugkeerhubs;
verzoekt de regering niet van deze mogelijkheid gebruik te maken en
vanuit Nederland geen gezinnen met kinderen naar terugkeerhubs te
sturen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 1011 (32317) (#7).
De heer Schenk (FVD):
Die mensen worden natuurlijk niet voor niets naar zo'n terugkeerhub
gestuurd. Dat is omdat ze geen recht hebben op asiel. Dus ik vraag me af
wat de oplossing van GroenLinks-Partij van de Arbeid dan wél is.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Niet om ze te sturen naar een land waar ze geen enkele binding mee
hebben, in een zogenaamde terugkeerhub. Dat is een heel vriendelijk
woord, maar mensen worden daar gewoon opgesloten. In deze motie staat
dat dat in strijd is met het Kinderrechtenverdrag. Eigenlijk vinden we
dat niemand in een terugkeerhub hoort, maar al helemaal geen gezinnen
met kinderen.
De voorzitter:
Eén vraag.
De heer Schenk (FVD):
Die mensen hebben net zo goed geen enkele binding met Nederland, dus dat
argument gaat dan ook op wanneer ze hier blijven. Ik zou daar graag ook
nog een reflectie op willen horen.
Mevrouw Westerveld (GroenLinks-PvdA):
Mensen zijn vaak hiernaartoe gekomen met een reden, zitten hier vaak
maanden in procedure en worden, als je kijkt naar wat er uit dit akkoord
is gekomen, teruggestuurd naar een terugkeerhub. Daar zijn wij geen
voorstander van. Volgens mij is dat genoeg hierover.
Voorzitter. Dan een tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de taliban een verschrikkelijk regime is dat zich
schuldig maakt aan de schending van vrouwen- en mensenrechten;
verzoekt de regering om geen steun te geven aan EU-onderhandelingen met
de taliban,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld.
Zij krijgt nr. 1012 (32317) (#8).
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik stel voor dat we tien minuten schorsen, tot 17.35 uur, voor de termijn van het kabinet.
De vergadering wordt van 17.25 uur tot 17.36 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de termijn van het kabinet. Ik
vraag de staatssecretaris kort en bondig te appreciëren en laat één
vraag per ingediende motie toe. Het woord is aan de
staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, dank u wel. Ik wil graag beginnen met de beantwoording van
de twee vragen die aan mij gesteld zijn door de heer Ellian. De eerste
gaat over de mvv, om het maar even zo te zeggen. Belangrijk is dat u de
zorgen heeft geuit over de personen in kwestie die naar Nederland komen
en die hier mogelijk een andere motivatie voor hebben dan die we met
elkaar wenselijk achten. Ik wil toezeggen dat er op dit moment juist een
cijfermatige analyse gemaakt wordt over de situatie: hoe vaak wordt er
nou na een mvv voor een regulier verblijfsdoel asiel aangevraagd, door
welk soort migrant wordt dat gedaan en zijn er landen die eruit
springen? Dat zijn allemaal dingen die we op dit moment in kaart willen
brengen. Het staat nu niet op de agenda van de JBZ-Raad, dus het is
belangrijk voor ons om dat inzichtelijk te maken. Die reactie zal voor
de zomer ook naar uw Kamer komen, zodat u daar op een volgend moment
weer op terug kunt komen met elkaar en, zo lijkt mij, vooral met de
minister.
De tweede vraag van de heer Ellian ging over de Oekraïners die hier
zijn. De IND kan via een Europees platform nagaan of iemand al elders
tijdelijke bescherming heeft. Als dat het geval is, dan kan de toegang
tijdelijk verblijf geweigerd worden, ook op grond van de regelgeving die
we nu hebben. In die zin is het belangrijk dat we daar aandacht voor
hebben. Ik geleid de vraag dan ook graag door naar de minister om hier,
als het mogelijk is, een gesprek over te hebben in de JBZ-Raad. Het
staat niet op de agenda, maar belangrijk is wel dat we het dan ook in
het verslag dat zo snel mogelijk naar u toe komt, terug zullen
zien.
Dan ga ik naar de appreciatie van de moties. De motie op stuk nr. 1005
van de heer Boomsma geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 1006 moet ik ontraden. In de herziene
Opvangrichtlijn staat dat lidstaten mogen afwijken van materiële
voorzieningen, maar dat er nog steeds een levensstandaard gewaarborgd
moet worden die in lijn is met het Unierecht, inclusief het Handvest en
internationale verplichtingen.
De motie op stuk nr. 1007, over het versnellen van de Syriëprocedure,
moet ik ontraden. Het opstellen van een ambtsbericht valt onder de
verantwoordelijkheid van de minister van Buitenlandse Zaken. Dat
ambtsbericht staat gepland voor december 2026. Ik zou hier uit
zorgvuldigheid ook niet namens hem op vooruit willen lopen.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1008 van het lid Vondeling. Die moet
ik ook ontraden. Het kabinet is voorstander van een verlenging van de
richtlijn. We staan wel open voor een gesprek over de beperkingen. Dat
is juist ook wat we met elkaar in de JBZ-Raad doen.
De voorzitter:
U heeft een vraag van mevrouw Vondeling.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Staat het kabinet ervoor open om de beperking om tijdelijke bescherming
te geven aan Oekraïense mannen op te nemen in die richtlijn, of dat
mannen er in ieder geval niet meer onder vallen?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Die beperking zouden we niet op voorhand willen meegeven, omdat we juist
ook de ruimte willen hebben om daar een goede afweging in te kunnen
maken.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1008: ontraden.
Staatssecretaris Van Bruggen:
De motie op stuk nr. 1009 van het lid Schenk moet ik ook ontraden. Het
kabinet heeft op 8 mei jongstleden besloten de controles aan de
binnengrens te wijzigen wanneer het nieuwe kader voor
binnengrenstoezicht in werking treedt. In de tussentijd, tot 30
september, blijft het kabinet de binnengrenscontroles voeren.
De motie op stuk nr. 1010, ook van de heer Schenk, ontraad ik. De motie
vraagt om extra administratieve last bij de uitvoering. Daar hebben wij
zorgen over. Het is ook onduidelijk welk nut en handelingsperspectief
ermee gediend wordt. Wij zien hier dus echt onvoldoende meerwaarde in,
ook inhoudelijk. De motie is ontraden.
De motie op stuk nr. 1011 is van mevrouw Westerveld. De motie verzoekt
de regering om geen gezinnen met kinderen terug te sturen naar een
terugkeerhub. Het kabinet wil juist graag de opties voor de terugkeerhub
openhouden en enkel alleenstaande minderjarigen bij voorbaat uitsluiten.
Het kabinet houdt uiteraard voor ogen dat de opvang van gezinnen met
kinderen binnen de lijnen van het Europees en internationaal recht
gebeurt. De motie moet ik wel ontraden, omdat die op voorhand al te veel
zou beperken.
De motie op stuk nr. 1012, ook van mevrouw Westerveld, gaat over het al
dan niet onderhandelen met niet-erkende regimes, zoals de Taliban. Wat
betreft de terugkeer van afgewezen asielzoekers naar Afghanistan steunt
het kabinet het initiatief van de Commissie om verkennende operationele
gesprekken te voeren met de Taliban in het kader van een gezamenlijke
EU-aanpak voor terugkeer. Dat laat onverlet dat Nederland de Taliban
niet erkent als legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking.
Dat is zo en dat blijft zo. De motie moeten we ontraden.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee is er een einde gekomen aan de bijdrage van het
kabinet.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We stemmen morgen over de ingediende moties. Ik ga de vergadering
schorsen tot 18.30 uur. Dat is gelijk de dinerpauze. Daarna gaan we
verder met de Wet vrij en veilig onderwijs. Ik schors de vergadering tot
18.30 uur.
De vergadering wordt van 17.41 uur tot 18.30 uur geschorst.