Antwoord op vragen van de leden Van der Werf en Becker over het bericht 'Meer genitale verminking door migratie: Nederlandse cijfers vrouwenbesnijdenis stijgen'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D26858, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-03 14:51, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede namens: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
- Mede namens: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z06250:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2128
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Asiel en Migratie (ontvangen 3 juni 2026)
Vraag 1
Welke concrete stappen zijn er sinds het WODC-rapport 'over grenzen' gezet om slachtoffers van genitale verminking beter in beleid te krijgen én beter te beschermen?1
Antwoord op vraag 1
In december 2025 heeft uw Kamer de beleidsreactie op dit onderzoek ontvangen. Daarin is benoemd dat zal worden verkend of en hoe preventieve beschermingsbevelen kunnen worden mogelijk gemaakt, mede in relatie tot het verbetertraject van het tijdelijk huisverbod waarin onder meer wordt bezien of er aanvullende bestuursrechtelijke beschermingsmaatregelen moeten worden gecreëerd. Deze beleidsverkenning is inmiddels gestart. De Kamer wordt voor het einde van het jaar over de voortgang geïnformeerd.
Vraag 2
Wat is de stand van zaken van het toegezegde voorstel voor een beschermingsmaatregel in de vorm van een uitreisverbod bij een verdenking van genitale verminking? Wanneer wordt een voorstel hiertoe naar de Kamer gestuurd?
Antwoord op vraag 2
In het coalitieakkoord wordt de mogelijkheid tot een uitreisverbod bij risico op vrouwelijke genitale verminking en huwelijksdwang benoemd. In de beleidsverkenning naar de preventieve beschermingsbevelen wordt dit meegenomen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 is deze beleidsverkenning gestart en wordt de Kamer voor het einde van het jaar geïnformeerd over de voortgang.
Vraag 3
Hoe verklaart u dat sinds het strafbaar stellen van vrouwenbesnijdenis in Nederland er nog nooit een strafzaak heeft plaatsgevonden? Welke maatregelen neemt u om de opsporing en strafrechtelijke aanpak van genitale verminking te versterken?
Antwoord op vraag 3
Tot op heden heeft er één vervolging plaatsgevonden, maar er zijn nog geen veroordelingen voor vrouwelijke genitale verminking of het aanzetten daartoe. Uit diverse onderzoeken2 blijkt dat de daadwerkelijke handhaving en opsporing complex is, onder meer door een gebrek aan concrete signalen en informatie over mogelijke dreiging.
Het overheidsbeleid richt zich met name op preventie en vroegtijdige signalering. Het kabinet zet in op bewustwording, bescherming en het versterken van de samenwerking tussen zorgprofessionals, politie en justitie om vrouwelijke genitale verminking te voorkomen en sneller in te grijpen bij vermoedens van dreiging. Voorbeelden hiervan zijn de meldcode eergerelateerd geweld, de verklaring tegen meisjesbesnijdenis, de e-learning voor professionals over deze geweldsvorm en diverse voorlichtingsactiviteiten en campagnes.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de signalen dat slachtoffers moeilijk hulp kunnen vinden, bijvoorbeeld omdat zij de taal niet kennen of in een asielzoekerscentrum verblijven? Welke maatregelen neemt u om op korte termijn de toegang tot zorg voor deze groep te verbeteren?
Antwoord op vraag 4
Het is van belang dat ieder slachtoffer, ongeacht of zij de Nederlandse taal machtig is of niet, passende hulp ontvangt. Het kabinet zet zich in om de toeleiding naar hulpverlening te versterken en drempels richting passende ondersteuning en zorg te verlagen. Daarbij wordt onder meer ingezet op de versterking van de brugfunctie van sleutelpersonen binnen (gesloten) gemeenschappen.
Sleutelpersonen spelen een belangrijke rol bij het bereiken van mensen die de weg naar zorg niet vanzelfsprekend weten te vinden. Zij kunnen signalen vroegtijdig opvangen, bespreekbaar maken en toeleiden naar passende hulp. Het kabinet werkt op dit moment al samen met organisaties die specifieke contacten en ingangen hebben bij deze gemeenschappen. Deze organisaties zijn onderdeel van het Netwerkknooppunt Schadelijke Praktijken dat met subsidie van het ministerie van VWS door Pharos wordt georganiseerd. Het netwerk zorgt voor het delen van informatie tussen relevantie organisaties en het versterken van samenwerking. Ook de betrokken departementen maken onderdeel uit van dit netwerk. Op deze manier wordt de inzet van sleutelpersonen, onder andere bij gemeenten en maatschappelijke organisaties, verder ondersteund. Daarnaast bestaan er diverse maatschappelijke initiatieven en organisaties die inzetten op het bereiken van deze doelgroepen, bijvoorbeeld Dokters van de Wereld.
Vrouwen en meisjes die zijn besneden kunnen met fysieke, mentale en seksuele klachten bijvoorbeeld naar de huisarts. De huisarts geeft reguliere zorg en kan doorverwijzen naar een specialist indien nodig. Om goede zorg te leveren kan de inzet van professionele tolk noodzakelijk zijn. Er zijn signalen bekend dat er knelpunten bestaan in de bekostiging van deze tolken. Het ministerie van VWS, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut werken op dit moment bekostigingsopties uit voor de inzet van tolken in de huisartsenzorg en andere vormen van zorg. Daarnaast worden ook binnen de Jeugdgezondheidzorg (JGZ) tolken ingezet indien nodig. De inzet van de JGZ is met name gericht op preventie; zij voeren gesprekken met ouders, geven voorlichting en voeren bij toestemming medische controles uit.
Dat vrouwen in asielzoekerscentra moeilijk hulp kunnen vinden is overigens niet een signaal dat als zodanig blijkt uit het onderliggende onderzoek van Pharos of uit het betreffende NRC-artikel.
Op of in de nabijheid van ieder asielzoekerscentrum is laagdrempelige toegang tot medische zorg geregeld via de zogeheten gezondheidszorg asielzoekers (GZA). In deze (huisartsen)praktijk is naast de huisarts ook een praktijkondersteuner voor geestelijke gezondheidszorg aanwezig. Om de taalbarrière te slechten kunnen tolken worden ingezet binnen de medische zorg voor asielzoekers maar ook door de medewerkers van het COA.
In het NRC-artikel komt overigens wel naar voren dat vrouwen in asielzoekerscentra vaak nog in de overlevingsstand zitten waardoor ze soms nog niet toe zijn aan voorlichting over besnijdenis. Dat is reden om niet enkel tijdens de fase van asielopvang aandacht en voorlichting te bieden over dit vraagstuk, maar dit ook te laten doorlopen in de latere fasen van het proces, bijvoorbeeld bij de inburgering en na gemeentelijke huisvesting.
Vraag 5
Welke stappen zet u om de kennis in het onderwijs en bij zorgverleners, met name bij huisartsen, te vergroten? Hoe wordt daarbij ook de handelingsverlegenheid binnen deze groep wordt weggenomen?
Antwoord op vraag 5
De huisarts speelt een actieve rol in de vroegsignalering, aangezien de huisarts regelmatig in contact is met uiteenlopende doelgroepen. Tijdens consulten kan de huisarts signalen opvangen die wijzen op mogelijke onveiligheid. Huisartsen zijn verplicht te werken volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waarin specifieke stappen voor handelen bij vermoedens van huiselijk geweld zijn vastgelegd. Ook andere zorgprofessionals, waaronder artsen, verpleegkundigen, verzorgenden, sociaal werkers en wijkteams, vallen onder de Wet verplichte meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Zij zijn verplicht de meldcode toe te passen en te handelen volgens de vijf stappen. Beroepsgroepen werken met eigen afwegingskaders, gebaseerd op het landelijke basismodel, die ondersteunen bij de afweging om Veilig Thuis te consulteren of een melding te doen.
Om kennis en vaardigheden te vergroten wordt ingezet op deskundigheidsbevordering via opleidingen en trainingen, richtlijnen en handreikingen. Het verminderen van handelingsverlegenheid is daarbij een groot aandachtspunt. Professionals worden ondersteund met concrete handvatten voor signalering, gespreksvoering en het maken van afwegingen met aandacht voor cultuursensitief werken. Daarnaast worden professionals gestimuleerd om tijdig te overleggen en te consulteren, bijvoorbeeld met Veilig Thuis, zodat professionals zich gesteund voelen en eerder tot handelen overgaan bij vermoedens van onveiligheid. Specifiek gericht op huisartsen en verloskundigen werkt Pharos aan opleidingsmateriaal over vrouwelijke genitale verminking dat kan worden meegenomen in de beroepsopleiding. Voor de jeugdgezondheidszorg wordt een vernieuwde richtlijnmodule ontwikkeld die professionals handvatten biedt bij de gespreksvoering en registratie in geval van (vermoedens van) vrouwelijke genitale verminking. Daarnaast werkt het kabinet aan een verkenning voor een adviesplicht, waarbij meldcodeplichtige professionals verplicht advies zouden moeten vragen als zij vermoedens hebben van huiselijk geweld, waaronder vrouwelijke genitale verminking.
Dit jaar is voor onderwijsprofessionals extra scholingsaanbod georganiseerd door de Landelijke Vereniging van Aandachtsfunctionarissen Kindermishandeling, in samenwerking met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Hierin is specifiek aandacht voor het werk van Veilig Thuis en goed gebruik van de meldcode. Deze bijeenkomsten vinden door het hele land plaats en zijn gratis toegankelijk voor professionals uit het onderwijs. In het verleden is er voor het onderwijs een specifiek handelingskader opgesteld gericht op goed gebruik van de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. OCW besteedt zelf geregeld aandacht aan alertheid op signalen via nieuwsbrieven gericht op scholen in het primair en voortgezet onderwijs.
Vraag 6
Kunt u de Kamer periodiek blijven informeren over de voortgang van de aanpak van genitale verminking?
Antwoord op vraag 6
Het onderwerp vrouwelijke genitale verminking heeft binnen het beleid onverminderd de aandacht. Gelet op de inhoudelijke samenhang tussen de aanpak van schadelijke praktijken en de bredere aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt uw Kamer jaarlijks middels een integrale voortgangsbrief geïnformeerd over de voortgang, ook over de voortgang van de aanpak van genitale verminking.
Vraag 7
Wat is de voortgang van de verbeterinitiatieven die zijn genomen voor en door de Koninklijke Marechaussee (KMar) om de indicatoren voor het onderkennen van een risico op vrouwelijke genitale verminking?
Antwoord op vraag 7
Omdat de grenswachter aandacht moet hebben voor meerdere vormen van grensgerelateerde criminaliteit, is het initiatief genomen om een applicatie voor de mobiele (dienst)telefoon te ontwikkelen die snel toegang geeft tot de indicatoren, waaronder die van vrouwelijke genitale verminking. Ook wordt er in samenwerking met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens gewerkt aan een uitbreiding van de beschikbare gezagsinformatie, waaronder de gezinssamenstelling. Inzicht in de gezinssamenstelling kan een bijdrage leveren bij het onderkennen van indicatoren die onder andere gerelateerd kunnen worden aan vrouwelijke genitale verminking. Hier wordt nog steeds aan gewerkt.
Vraag 8
Heeft u de mogelijkheden met Schiphol geïnventariseerd om samen op te trekken in campagnes tegen vrouwelijke genitale verminking?
Antwoord op vraag 8
Ja. Het kabinet werkt in overleg met Schiphol aan een campagne gericht op potentiële slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating, vrouwelijke genitale verminking en mensenhandel. Het doel is om potentiële slachtoffers die op het punt staan uit te reizen, te wijzen op de mogelijkheid van spoedhulp bij dreiging van bovengenoemde risico’s. De afgelopen maanden hebben we samen met veldorganisaties gekeken naar de opvolging door de KMar, de inzet van beschermingsmaatregelen en eventuele opvang en zorg (via Veilig Thuis). We werken op dit moment de campagne(uitingen) verder uit. De campagne is gereed voor de zomervakantie.
Vraag 9
Hoe staat het met de verkenning vanuit SZW, VWS, JenV, OCW en AenM met partijen in het veld zoals toegezegd in de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Becker op 22 mei 2025?
Antwoord op vraag 9
Deze verkenning is uitgevoerd door het vorige kabinet, om inzichten uit de praktijk op te halen voor eventuele nieuwe acties binnen de aanpak van schadelijke praktijken. Tegen die achtergrond is middels een expertsessie gekeken naar knelpunten in de aanpak, de behoeften van partijen in het veld en effectieve interventies. Deze verkenning heeft waardevolle inzichten opgeleverd, waaronder het belang van de inzet van sleutelpersonen en de noodzaak van een samenhangende interdepartementale aanpak. Deze inzichten worden binnen het huidig beschikbare financiële kader meegenomen in lopende of nog op te starten projecten en subsidies, onder meer gericht op het versterken van de samenwerking tussen betrokken partijen, het bevorderen van deskundigheid en het beter benutten van bestaande initiatieven.
De inzichten over de aanpak van vrouwelijke genitale verminking (en andere vormen van geweld zoals huwelijksdwang, achterlating en eergerelateerd geweld) zullen ook worden meegenomen in het nog op te stellen Nationaal Actieplan Geweld tegen vrouwen en Huiselijk Geweld.
Vraag 10
Bent u bereid te kijken of en hoe het aanbevelen van genitale verminking strafbaar kan worden gesteld, dan wel beter kan worden vervolgd onder het huidige strafrecht?
Antwoord op vraag 10
Momenteel is het in het openbaar oproepen tot en verheerlijken van vrouwelijke genitale verminking in voorkomende gevallen al strafbaar, namelijk als anderen daarmee worden aangespoord tot het toebrengen van zulke genitale verminking. In dat geval kan immers sprake zijn van opruiing (artikel 131 Sr) of het aanzetten tot geweld tegen vrouwen wegens hun geslacht (artikel 137d Sr). Verder is het dwingen van vrouwen en meisjes om genitale verminking te ondergaan strafbaar (artikel 284 Sr).
In aanvulling op deze bestaande wetgeving, wordt gewerkt aan een implementatiewetsvoorstel ter uitvoering van de EU-richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Richtlijn EU 2024/1385). Dit wetsvoorstel – dat naar verwachting op korte termijn aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden aangeboden – bevat een aantal nadere aanscherpingen van het strafrechtelijk kader. Het gaat onder andere om het strafbaar stellen van degene die een vrouw of meisje ertoe dwingt of beweegt om vrouwelijke genitale verminking te ondergaan (of daar een poging toe doet). Daarmee wordt eveneens uitvoering gegeven aan de motie-Eerdmans om verheerlijking en propaganda van vrouwelijke genitale verminking strafbaar te stellen (Kamerstukken II 2024/25, 29 279, nr. 9619), zoals eerder toegezegd (Handelingen II 2024/25, nr. 89, item 3, p. 9). Hierdoor worden ook degenen die vrouwen of meisjes – ook zonder dat sprake is van dwang – (proberen) over te halen om zich te onderwerpen aan vrouwelijke genitale verminking, strafbaar.
NRC, 24 maart 2026, ‘Meer besneden meisjes en vrouwen in Nederland, duizenden meisjes lopen risico op genitale verminking.’↩︎
Zie o.a. Nijboer, J.F., Aa, N.M.D. van der & Buruma, T.M.D. (2010). Strafrechtelijke opsporing en vervolging van vrouwelijke genitale verminking. Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid↩︎