Publicatie CBS-monitor fosfaat- en stikstofexcretie, eerste kwartaalrapportage 2026
Mestbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D26885, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-04 17:11, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 33037 -646 Mestbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z11775:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-09 16:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
33037 Mestbeleid
Nr. 646 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Op mijn verzoek stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) na afloop van ieder kwartaal een berekening samen van de verwachte fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel. Hieraan is eveneens op mijn verzoek een prognose toegevoegd van het ruweiwitgehalte in het melkveevoerrantsoen. Met deze brief informeer ik de Kamer dat het CBS op 3 juni 2026 de eerste kwartaalrapportage 20261 gepubliceerd heeft.
De eerste kwartaalrapportage 2026 geeft een momentopname van de verwachte fosfaat- en stikstofexcretie over het geheel van 2026. Dit is op basis van de op 1 april 2026 beschikbaar gekomen nieuwe en actuele gegevens over onder meer de omvang van de rundveestapel, de melkproductie per koe en de beschikbaarheid van krachtvoer en ruwvoer. Voor het aantal overige dieren, zoals varkens, is uitgegaan van de definitieve cijfers van de Landbouwtelling op peildatum 1 april 2025. Voor pluimvee is uitgegaan van de voorlopige cijfers van de Landbouwtelling op peildatum 1 december 2025. De voor 2026 verwachte fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel is weergegeven in tabel 1. Voor de eerste kwartaalrapportage 2026 zijn onvoldoende gegevens beschikbaar over de samenstelling van krachtvoer en ruwvoer om een indicatie te kunnen geven van het verwachte ruweiwitgehalte in het melkveevoerrantsoen in 2026.
Uit tabel 1 blijkt dat het CBS verwacht dat in 2026 de fosfaatexcretie van de Nederlandse veestapel boven het nationale plafond uitkomt (2,7%). Daarentegen zal de totale stikstofexcretie naar verwachting lager zijn dan het nationale plafond (- 0,4%). Op sectorniveau verwacht het CBS een overschrijding in 2026 van de sectorale mestproductieplafonds voor melkvee (fosfaat) en varkens (fosfaat en stikstof). Voor pluimvee verwacht het CBS dat de sectorale mestproductieplafonds in 2026 niet overschreden zal worden.
Tabel 1: Momentopname van de verwachte fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel over 2026 (in miljoen kg)
| Fosfaat | Stikstof | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Plafond | 1e kw 2026 | Plafond | 1e kw 2026 | ||
| Nationaal | 135,0 | 138,6 | 440,0 | 438,0 | |
| Melkvee | 71,8 | 73,3 | 267,8 | 264,8 | |
| Varkens | 27,8 | 29,7 | 70,3 | 73,8 | |
| Pluimvee1 | 20,3 | 19,8 | 48,4 | 46,8 | |
| Overig2 | 15,1 | 15,8 | 53,5 | 52,8 | |
N.B. Door afrondingen kan de som van de cijfers afwijken van het totaal.
1) Het sectoraal plafond voor de pluimveehouderij heeft alleen betrekking op de mestproductie van die diersoorten waarop het stelsel van pluimveerechten van toepassing is, te weten kippen en kalkoenen.
2) Voor ‘overig’ is in de Meststoffenwet geen sectoraal plafond opgenomen. Het hier vermelde plafond is de voor ‘overig’ beschikbare mestproductieruimte die is afgeleid van het nationale plafond en de plafonds voor melkvee, varkens en pluimvee.
De onzekerheid in de prognose van het CBS is relatief groot, onder meer omdat sommige gegevens, zoals de samenstelling van het ruwvoer, pas later in het jaar beschikbaar komen en het CBS voor zijn berekening daarom is uitgegaan van een schatting. Een andere, belangrijke factor voor de onzekerheid in de prognose is dat het CBS zich in de eerste kwartaalrapportage 2026 voor het aantal stuks melkvee baseert op identificatie en registratie (I&R)-gegevens aan het einde van het eerste kwartaal 2026, terwijl voor de andere landbouwhuisdieren – waaronder varkens - wordt uitgegaan van de gegevens uit Landbouwtelling op 1 april 2025 of op 1 december 2025 in het geval van pluimvee. Met name voor varkens komt hierdoor het effect van deelname aan de beëindigingsregelingen Lbv en Lbv-plus niet of nauwelijks tot uiting in deze kwartaalrapportage.
Het kabinet zal de uitkomsten van de eerste kwartaalrapportage 2026 betrekken bij de keuzes die in de komende periode in de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof gemaakt zullen worden om uitwerking te geven aan de afspraken uit het Coalitieakkoord omtrent afroming bij het overgaan van dierrechten buiten familieverband. Ik zal u nog voor de zomer daarover verder informeren.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
J. van Essen
https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/aanvullende-statistische-diensten/2026/monitor-fosfaat-en-stikstofexcretie-in-dierlijke-mest-eerste-kwartaal-2026↩︎