Reactie op het ACOI-advies over generieke Woo-voorziening
Toepassing van de Wet open overheid
Brief regering
Nummer: 2026D26903, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-05 11:43, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
- ACOI-advies over generieke Woo-voorziening
- Beslisnota bij Kamerbrief Reactie op het ACOI-advies over generieke Woo-voorziening
Onderdeel van kamerstukdossier 32802 -144 Toepassing van de Wet open overheid.
Onderdeel van zaak 2026Z11784:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-06-09 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
32 802 Toepassing van de Wet open overheid
Nr. 144 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Hierbij bied ik u mijn reactie aan op het advies van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) over de generieke Woo-voorziening, dat ik op 25 maart jl. heb ontvangen. Ik ben het ACOI erkentelijk voor het advies en de waardevolle aanbevelingen.
Een open overheid die actief inzicht biedt in overheidsbesluiten, beleid en uitvoering verbetert de transparantie van de overheid en is daarmee een belangrijk onderdeel van de democratische rechtsstaat. In artikel 3.3 van de Wet open overheid (Woo) zijn daarom 17 informatiecategorieën opgenomen die bestuursorganen verplicht actief openbaar moeten maken. Deze verplichting treedt gefaseerd - in zogeheten tranches - in werking.
Op grond van artikel 3.3b van de Woo dienen deze documenten daarnaast vindbaar gemaakt te worden op een centrale digitale infrastructuur: de generieke Woo-voorziening.1 De ontwikkeling van deze voorziening heeft meermaals vertraging opgelopen. In februari van dit jaar heeft de vorige minister van BZK uw Kamer geïnformeerd over een nieuwe vertraging in de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening.2 Als gevolg hiervan bevindt de actieve openbaarmaking van de verplichte informatiecategorieën zich op dit moment in een impasse. Net als het ACOI vind ik het belangrijk deze impasse te doorbreken, zodat overheidsbreed versneld voortgang kan worden geboekt met de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie.
Advies van het ACOI
Het ACOI benadrukt in zijn advies het belang van actieve openbaarmaking en de inwerkingtreding van de wettelijke verplichting voor het openbaar maken van de zeventien informatiecategorieën hiertoe. Het ACOI geeft aan dat dit nu afhankelijk is van de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening die meermaals vertraging heeft opgelopen. Het doet daarom drie aanbevelingen:
Leg het werk aan een centraal zoekportaal stil en kies voor een decentraal model (publiceren bij de bron). Verplicht overheidsorganisaties vanaf 2027 de documenten in alle 17 verplichte categorieën van de Woo op eigen websites te publiceren.
Zorg daarnaast voor heldere standaarden die bepalen hoe overheden publiceren op eigen websites.
Geef subsidies aan projecten die bijdragen aan de verdere zichtbaarheid van overheidsinformatie.
Kern van de reactie op het ACOI-advies
In de huidige opzet is publicatie van documenten bij de bron al
een belangrijk uitgangspunt. Daarnaast moeten deze documenten ook
vindbaar worden gemaakt op de generieke Woo-voorziening. In lijn met het
ACOI-advies zet ik in op snellere inwerkingtreding van de overige
informatiecategorieën. Om dit mogelijk te maken, laat ik de verplichting
om deze documenten ook vindbaar te maken op de generieke Woo-voorziening
tijdelijk los. Dit betekent dat organisaties in eerste instantie de
documenten behorende tot de verplichte informatiecategorieën enkel op
hun eigen platform openbaar en vindbaar hoeven te maken. In overleg met
het Rijk en medeoverheden zal ik toewerken naar een exacte en haalbare
planning, waarbij het streven is om de verplichting om documenten actief
openbaar te maken op het eigen platform in de tweede helft van 2027
verder in werking te laten treden.
De generieke Woo-voorziening De generieke Woo-voorziening zorgt ervoor dat overheidsinformatie beter centraal vindbaar wordt voor inwoners, bedrijven, journalisten en onderzoekers. Het uitgangspunt is dat overheidsinformatie bij de bron wordt gepubliceerd en via een van de aanlevermethoden van de voorziening centraal vindbaar wordt gemaakt via de website open.overheid.nl. De website en de aanlevermethoden vormen samen de generieke Woo-voorziening. Daarnaast fungeert de generieke Woo-voorziening als monitor voor actieve openbaarmaking. Hiermee wordt inzichtelijk welke overheidsorganisaties welke informatie actief openbaar maken. Ook vormt de voorziening een centrale bron waar andere initiatieven en toepassingen gebruik van kunnen maken. De generieke Woo-voorziening dient op dit moment al als digitale bibliotheek van openbaar gemaakte stukken van de Rijksoverheid, onder andere doordat alle Kamerstukken via de voorziening vindbaar worden gemaakt. Momenteel staan er ruim 680.000 documenten op open.overheid.nl. |
|---|
In de tussentijd wordt de generieke Woo-voorziening verder (door)ontwikkeld. Open.overheid.nl blijft daarmee het centrale platform waar alle documenten op termijn te vinden zullen zijn. Het reeds aangekondigde onderzoek naar de eerdergenoemde vertraging wil ik benutten om de voorziening en de ontwikkelaanpak te verbeteren.3 In de tussentijd stimuleer ik bestuursorganen om zoveel mogelijk eerder vrijwillig hun informatie vindbaar te maken op de generieke Woo-voorziening. Daarnaast wordt voor organisaties met lage volumes aan verplicht actief openbaar te maken documenten en die (nog) niet beschikken over een geschikt eigen platform handmatige aanlevering mogelijk gemaakt. Wanneer de generieke Woo-voorziening gereed is voor grootschalige aansluiting, wordt alsnog invulling gegeven aan artikel 3.3b Woo. Daarmee blijft de doelstelling van de Woo rondom centrale vindbaarheid van overheidsinformatie overeind.
Hieronder ga ik in op de maatregelen naar aanleiding van dit advies van het ACOI.
Maatregelen per aanbeveling van het ACOI
Aanbeveling 1: Kies voor een decentraal model voor inwerkingtreding en verplicht overheidsorganisaties om de 17 verplichte informatiecategorieën vanaf 2027 openbaar te maken
Het ACOI constateert in zijn advies dat de energie en het draagvlak voor actieve openbaarmaking afneemt naarmate de verplichting langer op zich laat wachten. Het ACOI roept daarom op tot inwerkingtreding van verplichte actieve openbaarmaking en de documenten die vallen onder de 17 verplichte informatiecategorieën decentraal te publiceren. Daarbij is het uitgangspunt dat bestuursorganen hun informatie publiceren op de eigen website. Dit maakt dat de actieve openbaarmaking van de 17 verplichte informatiecategorieën niet meer afhankelijk is van de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening en daarmee versneld in werking kan treden.
De actieve openbaarmaking van de verplichte informatiecategorieën bevindt zich op dit moment in een impasse. Bij de huidige opzet van de generieke Woo-voorziening is publicatie bij de bron al het uitgangspunt. Daarnaast is het op dit moment verplicht deze informatie gelijktijdig vindbaar te maken via de generieke Woo-voorziening. Dit volgt uit artikel 3.3b Woo. De gereedheid van de centrale voorziening is daarmee randvoorwaardelijk geworden voor de inwerkingtreding van de verplichting tot actieve openbaarmaking van de verschillende informatiecategorieën. Dit leidt tot een grote afhankelijkheid van de ontwikkeling van deze voorziening en maakt het traject zowel technisch als bestuurlijk complex.
Om de centrale vindbaarheid van alle verschillende informatiecategorieën via de generieke Woo-voorziening mogelijk te maken, moet de voorziening worden doorontwikkeld. Naar verwachting zullen niet alle daarvoor benodigde functionaliteiten vóór 2029 volledig beschikbaar zijn voor grootschalige implementatie. Indien wordt vastgehouden aan de huidige insteek, waarbij overheidsinformatie naast publicatie bij de bron gelijktijdig centraal vindbaar moet worden gemaakt via de generieke Woo-voorziening, is de verwachting dat de verplichting tot actieve openbaarmaking verder wordt vertraagd en niet eerder dan in 2029 in werking kan treden.
Gelet op het belang van versnelde actieve openbaarmaking, wil ik in lijn met het ACOI de inwerkingtreding van de verplichte actieve openbaarmaking (3.3 Woo) voorlopig loskoppelen van de ontwikkeling van en aansluiting op de generieke Woo-voorziening (3.3b Woo). Dit betekent dat het voor bestuursorganen voorlopig zal volstaan om de documenten enkel op het eigen platform of website te publiceren en niet vindbaar te maken op de centrale voorziening. Met deze aanpak kan de inwerkingtreding van de verplichte actieve openbaarmaking van de volgende tranches op eigen platforms en websites naar verwachting in de tweede helft van 2027 verder in werking treden.
Tegelijkertijd is het onwenselijk om de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening volledig stil te leggen en centrale vindbaarheid van overheidsinformatie volledig los te laten. Op dit moment zijn al ruim 680.000 documenten openbaar gemaakt via de generieke Woo-voorziening en dat aantal groeit dagelijks. De generieke Woo-voorziening is daarnaast essentieel voor verschillende bedrijfsprocessen, zoals het openbaar maken van Kamerstukken. Deze functionaliteiten mogen niet komen te vervallen. Ook beschikken nog niet alle bestuursorganen over een geschikt eigen publicatieplatform. Een volledig decentrale aanpak zou betekenen dat alle bestuursorganen, ook die nu niet over een eigen platform beschikken, zelf voorzieningen moeten ontwikkelen en beheren. Met de generieke Woo-voorziening blijft hiervoor een gezamenlijke voorziening beschikbaar.4
Daarnaast fungeert open.overheid.nl momenteel voor de Rijksoverheid als het centrale loket (de ‘bibliotheek’) waar openbaar gemaakte documenten vindbaar zijn. In dit kader is de continuering van de generieke Woo-voorziening voor de Rijksoverheid extra van belang. Burgers en bedrijven ervaren het Rijk namelijk als één geheel en versnippering van overheidsinformatie over allerlei Rijkswebsites is daarom onwenselijk.
De komende periode wordt daarom verder gewerkt aan de generieke Woo-voorziening. Hierbij maak ik gebruik van de uitkomsten van het onderzoek naar de generieke Woo-voorziening dat door mijn ambtsvoorganger in een eerdere Kamerbrief is aangekondigd (verwachte oplevering Q3 2026).5 Vooruitlopend op de verplichting kunnen organisaties al vrijwillig hun informatie vindbaar maken op de generieke Woo-voorziening. Zodra de digitale infrastructuur gereed is voor grootschalige aansluiting, wordt alsnog invulling gegeven aan artikel 3.3b. Daarmee blijft de doelstelling van de Woo rondom centrale vindbaarheid van overheidsinformatie onverkort overeind.
Verhouding met artikel 3.3b van de Woo
Het advies van het ACOI stelt dat een decentraal model met publicatie bij de bron, in combinatie met publicatiestandaarden, juridisch houdbaar is onder artikel 3.3b Woo. Dit is een ruime interpretatie van het betreffende artikel. Ik realiseer mij dat met bovenstaande aanpak tijdelijk geen uitvoering wordt gegeven aan deze bepaling. Gelet op het belang van het versnellen van de actieve openbaarmaking, vind ik het echter acceptabel om de verplichting tot aansluiting op de generieke Woo-voorziening voorlopig nog niet te effectueren. Een alternatief zou zijn om, vooruitlopend op de aanstaande wetsevaluatie van de Woo (uiterlijk 1 mei 2027 afgerond), een wetgevingstraject te starten om artikel 3.3b van de Woo te wijzigen. Een andere mogelijkheid is om toch vast te blijven houden aan volledige centrale aansluiting voordat verdere inwerkingtreding plaatsvindt. Dit zou betekenen dat de gereedheid van de generieke Woo-voorziening in belangrijke mate bepalend blijft voor het tempo van de verdere inwerkingtreding van de verplichte actieve openbaarmaking. Deze alternatieven belemmeren de gewenste versnelling van actieve openbaarmaking.
Financiële consequenties
Rijksorganisaties en medeoverheden hebben eerder al financiële compensatie ontvangen voor de implementatie en uitvoering van de Woo, waaronder voor de openbaarmaking van de verplichte informatiecategorieën en het inrichten van eigen platformen.6 Op dit moment beschikken veel bestuursorganen al over een eigen platform of website. Het uitgangspunt was immers al publicatie bij de bron. Naar verwachting zal de gekozen oplossingsrichting dan ook geen of beperkte financiële consequenties hebben voor bestuursorganen. Wel is het van belang om de daadwerkelijke kosten goed te monitoren. Zoals reeds toegezegd, zal daarom samen met medeoverheden gewerkt worden aan een monitor om de daadwerkelijke kosten van de verplichte actieve openbaarmaking in beeld te brengen.
Draagvlak en inwerkingtreding 3.3
Ook bestuursorganen hebben de ambitie om zo snel mogelijk te starten met de verplichte actieve openbaarmaking van de 17 informatiecategorieën. De koepels van de medeoverheden hebben hun achterban opgeroepen om op lokaal niveau door te werken aan actieve openbaarmaking en informatie openbaar te maken via hun eigen kanalen.7 De komende periode hebben overheidsorganisaties tijd nodig om zich hierop voor te bereiden. Daarom wordt toegewerkt naar de verdere inwerkingtreding van de verplichte informatiecategorieën in de tweede helft van 2027. De komende periode wil ik benutten om met het Rijk en de koepels van medeoverheden in gesprek te gaan over een exacte en haalbare planning van de inwerkingtreding van de verschillende informatiecategorieën.
Aanbeveling 2: Zorg voor heldere standaarden
Standaarden zijn essentieel voor vindbaarheid, vergelijkbaarheid en hergebruik van overheidsinformatie. In een model waarin publicatie bij de bron plaatsvindt, neemt het belang van uniforme standaarden verder toe. In lijn met ACOI-advies zal daarom, onder regie van mijn ministerie, een expertwerkgroep ingericht worden om over deze standaarden te adviseren. Het uitgangspunt daarbij is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande standaarden van Forum Standaardisatie en andere standaarden voor duurzame toegankelijkheid van overheidsinformatie. Daarbij wordt pragmatisch begonnen met haalbare en breed geaccepteerde standaarden waar overheidsorganisaties en leveranciers snel mee uit de voeten kunnen.
Het uitgangspunt is dat de gehanteerde standaarden zowel decentrale publicatie ondersteunen als toekomstige centrale vindbaarheid via de generieke Woo-voorziening mogelijk maken. Daarmee wordt aangesloten op het eindbeeld waarin overheidsinformatie van alle bestuursorganen centraal vindbaar is. Ook voor toekomstige toepassingen, zoals AI en geavanceerde zoekfunctionaliteiten, blijven standaarden en een goede structurering van informatie essentieel.
Aanbeveling 3: Subsidieer maatschappelijke initiatieven die bijdragen aan de zichtbaarheid van overheidsinformatie
Ik erken het belang van maatschappelijke en commerciële initiatieven. In de praktijk dragen verschillende maatschappelijke initiatieven al bij aan de vind- en zichtbaarheid van overheidsinformatie. Op dit moment worden vanuit mijn ministerie al verschillende maatschappelijke initiatieven ondersteund die bijdragen aan de vindbaarheid van overheidsinformatie, zoals zoek.openraadsinformatie.nl. Tegelijkertijd is het onwenselijk om de vindbaarheid en duiding van overheidsinformatie enkel aan externe partijen over te laten, mede in het licht van het uitgangspunt van digitale soevereiniteit en continuïteit. Voor een publieke taak als actieve openbaarmaking blijft een stevige rol van de overheid dan ook noodzakelijk.
Tot slot
Met deze aanpak doorbreken we de huidige impasse en zetten we een belangrijke stap richting verdere actieve openbaarmaking en betere vindbaarheid van overheidsinformatie. De komende periode zal ik deze aanpak samen met bestuursorganen en andere betrokken partijen verder uitwerken en implementeren. Hierover houd ik uw Kamer periodiek op de hoogte.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
De openbaarmaking van de in de artikelen 3.3 en 3.3a genoemde documenten geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze door middel van een door Onze Minister in stand gehouden digitale infrastructuur. Deze infrastructuur is beschikbaar voor de openbaarmaking van andere documenten.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 32802 nr. 138.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 32802, nr. 138.↩︎
Bestuursorganen hoeven daarbij niet noodzakelijk een volledig afzonderlijk publicatieplatform of website te ontwikkelen. Voor kleinere organisaties of beperkte aantallen documenten blijft het handmatig aanleverloket (HAL) beschikbaar. Daarnaast wordt gewerkt aan een Application Programming Interface (API) waarmee ook vanuit een eigen digitale opslagomgeving documenten centraal ontsloten en vindbaar kunnen worden gemaakt, zonder dat daarvoor altijd een afzonderlijk publicatieplatform nodig is.↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 32802, nr. 138.↩︎
In totaal ging het incidenteel om € 60 mln. voor het Rijk en € 140 mln. voor de medeoverheden en structureel om € 48 mln. voor het Rijk en € 51 mln. voor de medeoverheden.↩︎
Verdere inwerkingtreding Woo opnieuw uitgesteld | VNG en Verdere invoering Woo opnieuw uitgesteld | IPO↩︎