[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn] [open vragen]
[toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo]←NIEUW! [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag van een schriftelijk overleg over over o.a. de geannoteerde Agenda informele Raad Algemene Zaken - Cohesie 4-5 juni 2026 Nicosia (Kamerstuk 21501-08-1031)

Milieuraad

Verslag van een schriftelijk overleg

Nummer: 2026D26925, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-09 10:52, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 08-1032 Milieuraad.

Onderdeel van zaak 2026Z11791:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 501-08 Milieuraad

Nr. 1032 Verslag van een schriftelijk overleg

Vastgesteld 3 juni 2026

De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake de Geannoteerde agenda informele Raad Algemene Zaken Cohesie d.d. 4 en 5 juni 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1031) en de brief van de minister van Economische Zaken en Klimaat d.d. 23 maart 2026 inzake het Verslag Raad Algemene Zaken - Cohesie 26 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08, nr. 1029).

De vragen en opmerkingen zijn op 28 mei 2026 aan de minister van Economische Zaken en Klimaat voorgelegd. Bij brief van 3 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,

Van Meetelen

Adjunct-griffier van de commissie,

Moonen


Inhoudsopgave

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon

Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie


Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon


Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie

1

Kan de minister specifiek toelichten wat haar inzet zal zijn als het gaat om de toegang van het Caribisch deel van ons koninkrijk tot Europese Unie (EU)-financiering (zowel Bonaire, Sint-Eustatius en Saba als Curaçao, Aruba en Sint-Maarten)?

Antwoord
De toegang van de Caribische delen van het Koninkrijk tot EU-financiering en het instrument voor de Landen en Gebieden Overzee heeft de nadrukkelijke aandacht van het kabinet. In april 2023 is de speciaal gezant voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangesteld om de eilanden te ondersteunen bij het aantrekken van EU-financiering. Aruba, Curaçao en Sint Maarten kunnen middels een brief het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) officieel verzoeken om het gezantschap in te zetten voor hun land. Tot op heden heeft BZK geen officiële verzoeken ontvangen.

Daarnaast is in het beoordeling nieuwe commissievoorstellen (BNC)-fiche1 over het landen en gebieden overzee (LGO)-besluit voorstel, als onderdeel van het aankomende Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034, de kabinetsinzet ten aanzien van het verbeteren tot toegang tot EU-financiering uiteengezet. Alle geoormerkte middelen voor de LGO zijn geregeld via dit besluit. Het kabinet zal zich in om de procedures t.a.v. deze middelen verder te vereenvoudigen en pleit ook voor op de LGO toegesneden formats voor het indienen van voorstellen en rapportage verplichtingen. Ook heeft de toegang van de Caribische delen van het Koninkrijk tot de mondiale pijler van Global Europe de nadrukkelijke aandacht van het kabinet.

2

Wat is de Nederlandse inzet voor wat ze terug willen zien over het Caribisch deel van ons Koninkrijk in de nieuwe strategie voor eilanden?

Antwoord

Het is voor Nederland van belang dat er in de strategie ook aandacht is voor de LGO en Ultraperifere Gebieden (UPG) van de EU. De LGO zijn, samen met de UPG, strategische buitenposten van de EU. Onder andere de nabijheid van de Verenigde Staten en de geografische ligging van Venezuela maakt het Caribisch gebied in dat opzicht uiterst relevant. Ook dient er aandacht te zijn voor de gevolgen van klimaatverandering en de economische ontwikkeling van de eilanden.

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

3

De leden van de VVD-fractie constateren dat het tijdens bovenstaande Raad onder andere zal gaan over de leefbaarheid van Europese regio’s op de termijn. Uiteraard ondersteunen deze leden het uitgangspunt van de ‘Right to Stay’ strategie dat beleid zo goed mogelijk aan moet sluiten bij de specifieke behoeften van regio’s. Denkt de minister in het kader hiervan dat de uitgangspunten van deze strategie het beste op nationaal, of op Europees niveau uitgewerkt kunnen worden? En wat kan Nederland in het verlengde hiervan doen om ervoor te zorgen dat nationaal en Europees beleid om regio’s te ondersteunen niet onnodig overlapt, maar juist elkaar versterkt?

Antwoord

De Commissie zal de “Right to Stay” strategie naar verwachting in Q4 van 2026 publiceren. Het kabinet zal de strategie na publicatie beoordelen en toetsen op het subsidiariteitsbeginsel. Uw Kamer zal hier t.z.t. via de gebruikelijke procedures over worden geïnformeerd.

Het kabinet wil dat in de toekomst de plaatsgebonden aanpak van het cohesiebeleid wordt vormgegeven door te kijken naar bredere regionale plannen en transitieplannen, waarin de kansen en uitdagingen op de drie transities (groen, digitaal, arbeidsmarkt) in de verschillende regio’s geïdentificeerd worden.2 Daarbij kan worden voortgebouwd op de huidige regionale slimme specialisatie strategieën (RIS3) die een Europees kader bieden voor regionale investeringen. Het kabinet zet zich daarom bij de MFK-onderhandelingen ervoor in dat deze strategieën een centrale rol krijgen in de opzet van de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP's).3

4

Is de minister daarnaast van plan om gebruik te maken van Europese wetgeving die het mogelijk maakt om de regeldruk in bepaalde regio’s te verminderen om economische groei aan te jagen?

Antwoord

Het kabinet staat positief tegenover het benutten van ruimte in Europese regelgeving om onnodige regeldruk te verminderen, ook wanneer dit regionale economische groei kan ondersteunen. Daarbij blijft uitgangspunt dat regels publieke doelen dienen, maar werkbaar, proportioneel en zo eenvoudig mogelijk moeten zijn voor ondernemers en medeoverheden. Ook in de MFK-onderhandelingen, waaronder die over de NRPP's, heeft het kabinet aandacht voor het beperken van administratieve lasten en zet het zich actief in voor de uitvoerbaarheid voor begunstigden.

5

Hoe kijkt de minister in dit kader naar de mogelijkheid die artikel 25 (en verder) van de Industrial Accelerator Act bieden om bepaalde regio’s als national industrial manufacturing acceleration areas aan te wijzen?

Antwoord

Het kabinet ziet potentieel grote samenhang tussen de clusteraanpak in Nederland en het aanwijzen en stimuleren van de transitie via versnellingsgebieden onder de Industrial Accelerator Act (IAA). De IAA poogt zowel de ombouw van bestaande industrie naar schone productieprocessen te stimuleren als nieuwe schone productieprocessen te versnellen. Hoe de basisvergunning uit de IAA juridisch geduid moet worden is nog onbekend, aangezien een dergelijke vergunning in Nederland niet bestaat. De basisvergunning zal in ieder geval moeten gelden voor meerdere industriële activiteiten in een bepaald versnellingsgebied (cluster) en daar zullen activiteiten in de nieuwe industrie ook onder moeten vallen. Zo kunnen ook nieuwe activiteiten sneller een vergunning krijgen en sneller opschalen. Daarbij is de vergunningsverlening bij de opschaling van nieuwe industrie een belangrijk knelpunt, maar ook financiering, beschikbare ruimte, aansluiting op het net, marktcreatie en lange termijn beleidszekerheid spelen een cruciale rol. Het is bovendien positief dat het voorstel ook oog heeft voor andere strategische industrieën binnen dezelfde gebieden zodat synergievoordelen kunnen worden benut. Voor de nadere inzet van het kabinet in de onderhandelingen over de IAA verwijs ik u naar het BNC-fiche4 dat daarover recent met uw Kamer is gedeeld.

6

Tot slot vragen deze leden welke gevolgen de strategie heeft voor de onderhandeling in het kader van het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU?

Antwoord

Het kabinet heeft uw Kamer op 22 mei jl. middels een brief geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen van het MFK.5 De verwachting is niet dat de aangekondigde “Right to Stay” strategie grote gevolgen gaat hebben voor deze onderhandelingen.

7

De leden van de VVD-fractie constateren voorts dat er tijdens de Raad stil zal worden gestaan bij de opkomende strategieën voor eilanden en kustgemeenschappen. Welke impact zullen deze strategieën hebben op Caribisch Nederland en op de Waddeneilanden? Hoe zorgt de minister dat deze eilanden maximaal baat hebben bij eventuele initiatieven die voortvloeien uit de strategieën, zonder dat daarbij afgeweken wordt van de onderhandelingspositie van Nederland in het kader van het MFK?

Antwoord

De EU Strategie voor Eilanden is nog niet gepubliceerd. Het is daarmee te vroeg in het proces om te kunnen beoordelen welke impact de EU Strategie voor Eilanden zal hebben op Caribisch Nederland en de Waddeneilanden. Zoals hierboven aangegeven is het voor Nederland wel van belang dat er ook voldoende aandacht is voor uitdagingen en economische ontwikkeling van Caribisch Nederland en de Waddeneilanden.

8

Een aantal burgemeesters van grote steden hebben er bij de voorzitter van de Europese Raad op aangedrongen om meer beleid op Europees niveau te creëren om de tekorten op de woningmarkt tegen te gaan. Hoe kijkt de minister aan tegen deze oproep? Is de minister het met deze leden eens dat woningbouw primair een nationale bevoegdheid dient te blijven en dat te allen tijde voorkomen dient te worden dat dit soort initiatieven leiden tot extra regeldruk, waardoor het juist lastiger wordt om aan de woningbouwopgave te voldoen?

Antwoord

Woonbeleid is een nationale bevoegdheid en dat moet zo blijven. Nieuwe voorstellen vanuit de Europese Commissie zal het kabinet daarop beoordelen. De Europese Commissie bevestigt in het Affordable Housing Plan dat zij dit ook zo ziet en ook andere lidstaten delen dit standpunt. Daarbij bieden de voorgestelde initiatieven van de Europese Commissie ook kansen. Zo zal de Europese Commissie in 2027 een Europees vereenvoudigingspakket voor woningbouw presenteren. Ook kan een Europees schaalniveau innovatie en efficiëntie bevorderen. Dergelijke initiatieven kunnen onze woningbouw sneller, goedkoper en duurzamer maken.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

9

De leden van de PVV-fractie lezen dat de Europese Commissie (EC) werkt aan een “Right to Stay”-strategie terwijl in het kader van het nieuwe MFK juist wordt gesproken over het onderbrengen van cohesiefondsen en andere fondsen in één Nationaal en Regionaal Partnerschapsplan (NRPP) per lidstaat. Deze leden vragen de minister hoe deze strategie zich verhoudt tot de voorgenomen herinrichting van het cohesiebeleid onder het nieuwe MFK. Zij vragen de minister hoe de aangekondigde “Right to Stay”-strategie concreet zal worden ingepast binnen de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen en of de lidstaten hierdoor verplicht kunnen worden om nationale of regionale middelen in te zetten voor door de Europese Commissie geformuleerde doelstellingen.

Antwoord

De aanstaande “Right to Stay” strategie van de Europese Commissie is een mededeling die zich naar verwachting richt op het bieden van kansen aan mensen om in hun eigen regio een toekomst op te bouwen en staat in principe los van de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen (NRPP’s). Een specifieke doelstelling in het NRPP raakt aan het concept van “Right to Stay”, daar lidstaten aandacht moeten hebben voor het bevorderen van de aantrekkelijkheid van gebieden ter ondersteuning van het recht op verblijf. Het is aan de lidstaten zelf om te bepalen in welke mate zij deze doelstelling in hun NRPP willen opnemen.

10

De leden van de PVV-fractie vragen de minister of Nederland straks verplicht kan zijn om een “Right to Stay”-agenda nationaal vorm te geven enkel omdat de Europese Commissie of een Eurocommissaris deze beleidslijn wenselijk acht. Deze leden vragen hoe wordt voorkomen dat “Right to Stay” in de praktijk leidt tot extra Brusselse sturing op waar mensen zouden moeten wonen, werken of blijven en wanneer volgens de minister een “Right to Stay” dreigt te veranderen in een feitelijke “Obligation to Stay”.

Antwoord

De “Right to Stay” strategie betreft naar verwachting een mededeling en zal daarom geen verplichtend karakter hebben. De Commissie zal de “Right to Stay” strategie naar verwachting in Q4 van 2026 publiceren. Het kabinet zal de strategie na publicatie beoordelen. Uw Kamer zal hier t.z.t. via de gebruikelijke procedures over worden geïnformeerd.

11

De leden van de PVV-fractie vragen of de minister erkent dat dure Brusselse regels op het gebied van klimaat, energie, landbouw, bouwen en ondernemen de betaalbaarheid en leefbaarheid van regio’s onder druk zetten en hoe dit zich verhoudt tot de ambitie dat mensen in hun eigen regio moeten kunnen blijven wonen en werken.

Antwoord

Het kabinet herkent dat regelgeving, ook Europese regelgeving, gevolgen kan hebben voor ondernemers, inwoners en medeoverheden in regio’s. Daarom zet het kabinet zich nationaal en Europees in voor betere regelgeving: regels moeten noodzakelijke publieke doelen dienen, maar tegelijkertijd uitvoerbaar, proportioneel en zo lastenluw mogelijk zijn. Het kabinet zet zich er daarom voor in dat bij nieuwe EU-voorstellen de effecten op regeldruk, mkb en uitvoerbaarheid goed in beeld worden gebracht, en dat bestaande regelgeving waar mogelijk wordt vereenvoudigd zonder afbreuk te doen aan belangrijke beleidsdoelen.

12

Deze leden verzoeken daarnaast of de minister bereid is zich in de onderhandelingen over het nieuwe MFK en de NRPP’s te verzetten tegen iedere poging om de “Right to Stay”-strategie te gebruiken als nieuwe grondslag voor hogere Nederlandse afdrachten, extra EU-fondsen of aanvullende Europese voorwaarden aan nationale beleidskeuzes.

Antwoord

Het kabinet heeft uw Kamer op 22 mei jl. middels een brief6 geïnformeerd over de inzet van het kabinet ten aanzien van de onderhandelingen over het MFK voor de periode 2028-2034. Daarin geeft het kabinet aan dat budgettaire impact van het Commissievoorstel in huidige vorm leidt tot een onacceptabele stijging van de Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie. Een verlaging van de EU-begroting dient samen te gaan met behoud van de door de Commissie voorgestelde modernisering. De voorgestelde vereenvoudiging van de EU-fondsenstructuur is onderdeel van deze modernisering. De aanstaande mededeling over de “Right to Stay” strategie verandert de kabinetsinzet niet.

Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie

13

Deze leden vragen de minister hoe zij het “Right to Stay” precies duidt. Gaat dit volgens de minister alleen over toegang tot banen, voorzieningen en bereikbaarheid, of ook over het behoud van bestaande economische activiteiten, waaronder landbouwbedrijven, familiebedrijven en andere dragers van de regionale economie?

Antwoord

Het kabinet interpreteert het “Right to Stay” als een visie om mensen een reden te geven om te blijven in de regio waar zij vandaan komen. Het kabinet wil dat in de toekomst een plaatsgebonden aanpak voor het cohesiebeleid wordt vormgegeven door te kijken naar bredere regionale plannen en transitieplannen, waarin de kansen en uitdagingen op de drie transities (groen, digitaal, arbeidsmarkt) in de verschillende regio’s geïdentificeerd worden.7 Daarbij moeten regio’s in staat gesteld worden om te kunnen investeren in regionale economische activiteiten die bijdragen aan lange termijn groei en het verbeteren van de concurrentiekracht.

14

De leden van de BBB-fractie vragen de minister daarnaast om bij dit agendapunt expliciet in te brengen welke impact Natura 2000-gebieden en de daarmee samenhangende beperkingen kunnen hebben op het “Right to Stay”. Erkent de minister dat inwoners en ondernemers in en rond deze gebieden soms juist worden beperkt in hun mogelijkheden om te blijven wonen, werken, bouwen of boeren in hun eigen streek? Is de minister bereid om in Europees verband te benadrukken dat natuurbeleid niet mag leiden tot een sluipende verdringing van mensen en bedrijven uit het landelijk gebied?

Antwoord

Het kabinet herkent dat maatregelen die voortvloeien uit Natura 2000-verplichtingen in sommige gevallen ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor inwoners en ondernemers in en rond Natura 2000-gebieden. Het kabinet vindt het van belang dat mensen perspectief houden om te wonen, werken en ondernemen in hun eigen regio. Het kabinet zet zich er dan ook voor in dat de uitvoering van de natuurverplichtingen zo goed mogelijk samengaat met een leefbaar en economisch vitaal landelijk gebied. Daartoe wordt zowel in de monitoring als in de aanpak voor landbouw, natuur en stikstof uitdrukkelijk aandacht besteed aan mogelijke sociaaleconomische effecten en ingezet op behoud en versterking van de vitaliteit van het platteland. Het kabinet zal bij de verdere Europese gesprekken over natuur- en plattelandsbeleid aandacht blijven vragen voor een evenwichtige benadering, waarbij zowel natuurdoelen als sociaaleconomische belangen en de leefbaarheid van het landelijk gebied zorgvuldig worden meegewogen.

15

De leden van de BBB-fractie vragen tot slot hoe de minister kijkt naar het principe van een “Right to Farm”, zoals dat in Frankrijk steviger juridisch is verankerd. Acht de minister het wenselijk om ook in Nederland te onderzoeken hoe bestaande agrarische activiteiten beter kunnen worden beschermd tegen klachten, procedures en beperkingen die ontstaan doordat nieuwe bewoners of nieuwe functies zich vestigen in een gebied waar al generaties lang wordt geboerd?

Antwoord

Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.


  1. Kamerstuk 22 112, nr. 4187↩︎

  2. Kamerstuk 21501-08 nr. 963↩︎

  3. Kamerstuk 22 112, nr. 4144↩︎

  4. Kamerstuk 22 112, nr. 4306↩︎

  5. Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  6. Kamerstuk 22 112, nr. 4357↩︎

  7. Kamerstuk 21501-08, nr. 963↩︎