Seksuele uitbuiting van minderjarigen
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D27002, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-03 14:23, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P. van Duijvenvoorde, Tweede Kamerlid (FVD)
Onderdeel van zaak 2026Z11814:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (π origineel)
(ingezonden 3 juni 2026)
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de minister van Justitie en Veiligheid over seksuele uitbuiting van minderjarigenVraag 1Bent u bekend met de berichtgeving vanaf 21 mei 2026 over een lopend politieonderzoek in het Duitse Neurenberg, waarbij de recherche een speciale onderzoekscommissie genaamd "EKO Kajal" heeft ingesteld naar aanleiding van signalen dat minderjarige meisjes β van wie het jongste bekende slachtoffer dertien jaar oud is β rondom het centraal station stelselmatig werden benaderd door een groep verdachten van voornamelijk Syrische, Noord-Afrikaanse en Pakistaanse afkomst, afhankelijk werden gemaakt van harddrugs zoals crystal meth en vervolgens seksueel werden uitgebuit?Vraag 2Hoe beoordeelt u deze berichtgeving, mede in het licht van de grootschalige zaken in Rotherham en Rochdale, waarbij de dadergroepen overwegend bestonden uit mannen van Pakistaanse afkomst en de slachtoffers overwegend autochtone Britse meisjes waren β en waarbij de officiΓ«le evaluatie (Jay Report, 2014) concludeerde dat autoriteiten jarenlang hebben gefaald doordat zij de etnische achtergrond van de dadergroepen niet durfden te benoemen β en deelt u de opvatting dat onderzocht moet worden in hoeverre bij dergelijke zaken sprake is van etnisch gemotiveerde selectie van slachtoffers?Vraag 3Deelt u de opvatting dat zaken als Rotherham en Rochdale enerzijds, en de huidige zaak in Neurenberg anderzijds, een structureel patroon laten zien waarbij kwetsbare minderjarigen door georganiseerde groepen worden gerekruteerd, via alcohol, drugs of intimidatie in een positie van afhankelijkheid en onmacht worden gebracht en vervolgens stelselmatig seksueel worden misbruikt en uitgebuit β en dat dit patroon zich doorgaans buiten het directe zicht van politie, hulpverlening en lokale overheden afspeelt?Vraag 4Beschikt u over signalen dat vergelijkbare vormen van georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen β waarbij drugsafhankelijkheid of intimidatie als instrument van dwang wordt ingezet β zich ook in Nederland voordoen? Zo ja, wat is hierover bekend? Zo nee, op basis waarvan concludeert u dat dergelijke signalen ontbreken, mede gelet op het feit dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in 2025 heeft gewaarschuwd voor infiltratie van criminele netwerken in zorginstellingen?Vraag 5Worden in Nederland gegevens bijgehouden over de mate waarin minderjarige meisjes via drugs, schulden, afhankelijkheidsrelaties of andere vormen van dwang in seksuele uitbuiting terechtkomen? Zo ja, wat laten deze gegevens zien over de afgelopen vijf jaar? Zo nee, waarom niet, en acht u dit aanvaardbaar?Vraag 6Kunt u aangeven in hoeveel zaken van seksuele uitbuiting of verkrachting van minderjarigen de afgelopen vijf jaar sprake was van een georganiseerd samenwerkingsverband van meerdere daders, en in hoeveel zaken van een individuele dader?Vraag 7In hoeverre beschikken politie, Openbaar Ministerie, gemeenten, jeugdzorginstellingen en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel over voldoende instrumenten om georganiseerde netwerken die minderjarigen seksueel uitbuiten vroegtijdig te herkennen en te ontmantelen, en welke knelpunten worden hierbij gesignaleerd?Vraag 8Wordt in Nederland structureel onderzocht of bepaalde groepen minderjarige meisjes een verhoogd risico lopen slachtoffer te worden van deze vorm van uitbuiting β bijvoorbeeld meisjes uit instabiele gezinssituaties, de jeugdzorg of de gesloten jeugdhulp β en zo ja, wat zijn de uitkomsten van dat onderzoek?Vraag 9Beschikt u over gegevens omtrent de nationaliteit, migratieachtergrond of verblijfsstatus van verdachten die in Nederland betrokken zijn bij georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen? Zo ja, bent u bereid deze gegevens met de Kamer te delen? Zo nee, deelt u de opvatting dat het ontbreken van deze registratie β gelet op de uitdrukkelijke conclusie in het Britse Jay Report dat het niet benoemen van de achtergrond van dadergroepen het ingrijpen heeft vertraagd en slachtoffers heeft geschaad β zelf een beleidsrisico vormt dat correctie behoeft?Vraag 10Indien gegevens over de achtergrond van daders bij georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen niet structureel worden verzameld of geanalyseerd, acht u het wenselijk hierin verandering te brengen, zodat beter inzicht ontstaat in de aard, omvang en achtergrond van deze ernstige vorm van criminaliteit en de aanpak daarop kan worden afgestemd?Vraag 11Welke concrete lessen trekt u uit de zaken in Neurenberg, Rotherham, Rochdale en vergelijkbare buitenlandse onderzoeken, en ziet u aanleiding om de Nederlandse aanpak β inclusief het instrumentarium voor vroegherkenning, registratie en vervolging β tegen het licht te houden?Vraag 12Bent u bereid de Kamer een overzicht te sturen van de aard en omvang van georganiseerde seksuele uitbuiting van minderjarigen in Nederland, inclusief de wijze waarop politie, Openbaar Ministerie en hulpverlening dit monitoren en bestrijden, alsmede een beoordeling of het huidige instrumentarium toereikend is?