Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht ‘Mishandeling van ouderen onbelicht’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D27010, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-06-03 14:55, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z09235:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2130
Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 3 juni 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2031
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Veilig Thuis is blij met meer meldingen,
maar maakt zich om één groep zorgen: “Er gebeurt veel meer dan we nu
zien”’?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Deelt u de zorgen dat ouderenmishandeling vermoedelijk veel vaker
voorkomt dan uit de officiële meldcijfers blijkt?
Antwoord 2
Voor een verbeterd inzicht is representatief onderzoek naar de
daadwerkelijke omvang van ouderenmishandeling noodzakelijk. Op dit
moment voert de Universiteit Maastricht grootschalig onderzoek uit naar
de omvang van ouderenmishandeling. De resultaten worden in de tweede
helft van 2026 verwacht en zullen leiden tot een betrouwbare schatting
van de omvang van ouderenmishandeling in Nederland.
Het vermoeden van een discrepantie tussen de meldcijfers van Veilig Thuis en de werkelijke omvang is gebaseerd op een onderzoek van Regioplan (2018). Slechts een beperkt deel van de meldingen bij Veilig Thuis betreft ouderenmishandeling. Afgezet tegen de uitkomsten van Regioplan is het aantal meldingen van ouderenmishandeling bij Veilig Thuis laag. Er zijn tegelijkertijd geen actuelere onderzoeken bekend die wijzen op aanzienlijk hogere schattingen. Om die reden kan op dit moment niet met zekerheid worden vastgesteld hoe groot het verschil is tussen de officiële meldcijfers en de daadwerkelijke omvang van ouderenmishandeling.
Ik herken echter het vermoeden dat er sprake zou kunnen zijn van onderrapportage. Dat ouderenmishandeling moeilijk zichtbaar wordt hangt samen met verschillende factoren. Zo is er vaak sprake van schaamte en taboe, afhankelijkheid van de pleger, sociaal isolement en handelingsverlegenheid bij omstanders en professionals. Daarnaast zijn signalen van ouderenmishandeling in de praktijk vaak minder zichtbaar en minder eenduidig dan bij andere vormen van huiselijk geweld, waardoor herkenning lastiger kan zijn. Veranderingen in gedrag, gezondheid of zelfredzaamheid kunnen bijvoorbeeld ook het gevolg zijn van ouderdom, ziekte, dementie, eenzaamheid of medicatiegebruik. Hierdoor kan het lastiger zijn onderscheid te maken tussen kwetsbaarheid door veroudering en signalen van mishandeling.
Vraag 3
Klopt het dat in 2025 bij Veilig Thuis slechts 4.800 meldingen van
ouderenmishandeling zijn gedaan, terwijl wordt geschat dat jaarlijks
meer dan 210.000 thuiswonende ouderen slachtoffer zijn van
ouderenmishandeling?
Antwoord 3
Het meest recente grootschalige onderzoek van Regioplan (2018) geeft
percentages van ouderenmishandeling. Op basis daarvan circuleren
verschillende cijfers en schattingen over de omvang van het probleem.
Het onderzoek van de Universiteit Maastricht zal bijdragen aan een
actuelere schatting van de omvang van ouderenmishandeling in
Nederland.
Vraag 4
Hoe verklaart u dit grote verschil tussen het aantal vermoedelijke
slachtoffers en het aantal meldingen?
Antwoord 4
Dit verschil hangt samen met het feit dat adviezen en meldingen bij
Veilig Thuis laten zien wat daadwerkelijk in beeld komt, terwijl de
verwachting is dat ouderenmishandeling in de praktijk vaker verborgen
blijft en niet altijd wordt herkend of gemeld.
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat het onacceptabel is als ouderen die
afhankelijk zijn van familie, mantelzorgers of andere naasten niet
veilig zijn in hun eigen huis?
Antwoord 5
Ja, daar ben ik het mee eens. Kwetsbare ouderen moeten veilig kunnen
zijn in hun eigen huis, ook wanneer zij afhankelijk zijn van familie,
mantelzorgers of andere naasten.
Vraag 6
Welke concrete maatregelen neemt u om ouderenmishandeling eerder te
signaleren, met name bij thuiswonende 65-plussers die afhankelijk zijn
van zorg, mantelzorg of financiële hulp?
Antwoord 6
Voor vroegsignalering is het belangrijk dat professionals toegerust
zijn, signalen eerder herkennen, laagdrempelig advies inwinnen bij
Veilig Thuis en er een goede samenwerking is tussen zorg, sociaal domein
en veiligheidsketen.
Veilig Thuis biedt advies en ondersteuning aan zowel professionals als burgers, ook wanneer nog geen sprake is van acute onveiligheid of een formele melding. Steeds vaker weten professionals en burgers Veilig Thuis in een vroeg stadium te vinden voor advies, wat kan bijdragen aan het voorkomen van escalatie van situaties.
Daarnaast biedt Veilig Thuis informatie over ouderenmishandeling, de bijbehorende signalen en handelingsperspectief voor professionals en betrokkenen. Er zijn regionale voorbeelden waarbij men aansluit bij casuïstiekoverleggen over huiselijk geweld en ouderenmishandeling, waarin professionals uit zorg, sociaal domein en veiligheidsketen samenwerken. In dit soort samenwerkingen zetten professionals steeds vaker signaleringsinstrumenten in die helpen om ouderenmishandeling eerder te herkennen en bespreekbaar te maken.
Daarnaast organiseren regionale netwerken en samenwerkingsverbanden activiteiten waarin kennisdeling en bewustwording centraal staan. Veilig Thuis Gelderland-Zuid neemt bijvoorbeeld deel aan casuïstiekoverleggen over huiselijk geweld en ouderenmishandeling binnen regionale ziekenhuizen. Ook organiseren Veilig Thuis-organisaties bijeenkomsten, scholingen en andere activiteiten om het handelingsperspectief van professionals te versterken en de vroegsignalering van ouderenmishandeling te verbeteren. Daarnaast geven zij in onderwijs- en praktijkcontexten voorlichting en gastlessen om de kennis van (toekomstige) professionals over ouderenmishandeling te vergroten, zodat zij signalen herkennen en eerder kunnen ingrijpen.
Verder biedt Veilig Thuis telefonisch advies, gericht op het doorbreken van taboes en het bespreekbaar maken van ouderenmishandeling. Om drempels te verlagen is Veilig Thuis ook via de chat bereikbaar voor advies en ondersteuning. De chatfunctie wordt op dit moment verder doorontwikkeld met als doel deze 24/7 beschikbaar te maken, naar verwachting binnenkort.
Aanvullend is door het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) een signalenpagina over ouderenmishandeling gelanceerd. Deze pagina biedt informatie over het herkennen van signalen, mogelijke handelingsperspectieven en beschikbare ondersteuning en advisering.
Tot slot is er ook het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling (LPBO), bestaande uit medewerkers van Veilig Thuis-organisaties. Dit platform richt zich op kennisontwikkeling, deskundigheidsbevordering en het versterken van de aanpak van ouderenmishandeling.
Vraag 7
In hoeverre worden huisartsen, wijkverpleegkundigen,
thuiszorgmedewerkers, apothekers en andere eerstelijnszorgverleners
voldoende toegerust om signalen van ouderenmishandeling te herkennen en
te melden?
Antwoord 7
Huisartsen, wijkverpleegkundigen, thuiszorgmedewerkers, apothekers en
andere eerstelijnszorgverleners vallen onder de Wet verplichte meldcode
huiselijk geweld en kindermishandeling. De wet verplicht deze
beroepsgroepen om te werken met een vast stappenplan bij signalen van
ouderenmishandeling.
Binnen dit kader worden professionals in de zorg toegerust om signalen te herkennen en te handelen. De meldcode bevat onder meer de stappen van signaleren, overleg met collega’s, en het inwinnen van advies. In het stappenplan is expliciet opgenomen dat professionals advies kunnen vragen bij of melding kunnen doen bij Veilig Thuis. Voor de wijkverpleging is de richtlijn ‘Vermoeden van ouderenmishandeling’ beschikbaar. Deze richtlijn helpt zorgverleners om alert te zijn, tijdig misstanden te signaleren en adequate maatregelen te nemen. In deze richtlijn wordt ook verwezen naar de meldcode. Aanvullend zijn er ook sectorgerichte trainingen waarin ouderenmishandeling als onderdeel van de bredere meldcode-aanpak wordt behandeld. Door deze combinatie van wettelijke verplichting en de beschikbaarheid van advies- en meldstructuren zoals Veilig Thuis, zijn eerstelijnszorgverleners in beginsel voldoende toegerust om signalen van ouderenmishandeling te herkennen en op te volgen.
Tot slot speelt de huisarts een grote rol in de signalering van ouderenmishandeling, omdat huisartsen regelmatig contact hebben met ouderen. Huisartsen zijn net zoals andere eerstelijnszorgverleners verplicht te werken volgens de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, waarin ouderenmishandeling nadrukkelijk wordt genoemd als een van de vormen van huiselijk geweld. Dat betekent dat zij de meldcode moeten kennen en handelen volgens de vijf stappen. Ook heeft de KNMG een podcast beschikbaar gesteld die specifiek ingaat op het herkennen en aanpakken van ouderenmishandeling. Verder is op de website van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) een themapagina ingericht waar informatie over ouderenmishandeling overzichtelijk is gebundeld. Ook heeft de LHV meegeschreven aan de vernieuwde Handreiking Kwetsbare Ouderen (februari 2025) waarin ouderenmishandeling eveneens aan bod komt.
Vraag 8
Herkent u het beeld dat Veilig Thuis signalen van ouderenmishandeling
vaak pas ontvangt nadat de politie al betrokken is geweest?
Antwoord 8
Veilig Thuis signaleert dat situaties van ouderenmishandeling regelmatig
in beeld komen wanneer de problematiek al is geëscaleerd. In sommige
gevallen is daarbij al sprake geweest van acute onveiligheid waarbij
inzet van politie noodzakelijk was. Tegelijkertijd is een ontwikkeling
zichtbaar waarbij professionals steeds vaker in een eerder stadium
advies vragen om signalen te bespreken, wat kan bijdragen aan
vroegtijdiger ingrijpen en het voorkomen van verdere escalatie.
Vraag 9
Wat zegt dit volgens u over de vroegsignalering door zorgverleners,
gemeenten en andere betrokken instanties?
Antwoord 9
Het herkennen van ouderenmishandeling is complex, mede doordat de
problematiek vaak geleidelijk ontstaat, afhankelijkheidsrelaties
ingewikkeld zijn, mantelzorgers soms overbelast raken en ouderen
terughoudend kunnen zijn om hulp of ondersteuning te vragen. Dat maakt
dat er blijvende inzet nodig is op deskundigheidsbevordering, het
gebruik van de meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling,
bewustzijn rondom de adviesfunctie van Veilig Thuis en het bevorderen
van korte lijnen tussen zorg, sociaal domein en veiligheidspartners.
Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen zichtbaar. Professionals en burgers weten Veilig Thuis steeds beter te vinden voor advies, er is meer aandacht voor de veiligheid van ouderen en de samenwerking tussen betrokken organisaties neemt toe. Dat draagt bij aan het eerder bespreekbaar maken van signalen.
Vraag 10
Welke stappen gaat u zetten om te voorkomen dat ouderenmishandeling pas
zichtbaar wordt wanneer de situatie al is geëscaleerd?
Antwoord 10
Ik deel het belang dat ouderenmishandeling zo vroeg mogelijk moet worden
herkend, zodat kan worden voorkomen dat situaties pas in beeld komen
wanneer ze al zijn geëscaleerd. Daarom blijft de inzet gericht op het
versterken van vroegsignalering zoals omschreven bij vraag 6.
Vraag 11
Herkent u de signalen dat financiële uitbuiting van ouderen voorkomt,
bijvoorbeeld doordat kinderen de pinpas van hun ouders afpakken of druk
uitoefenen rond testamenten?
Antwoord 11
Ja, deze meldingen komen voor.
Vraag 12
Welke mogelijkheden zijn er op dit moment om financiële uitbuiting van
ouderen eerder te herkennen en aan te pakken?
Antwoord 12
De huidige aanpak richt zich specifiek op bewustwording rondom
financieel misbruik. Een goed voorbeeld hiervan is de ‘Lokale Allianties
Veilig Financieel Ouder Worden’, een samenwerking van notarissen,
banken, ouderenmaatschappelijk werk en Veilig Thuis, gekenmerkt door
korte lijnen en expertise. Vanuit VWS wordt samen met de Vereniging van
Nederlandse Gemeenten (VNG) gestimuleerd dat lokale allianties worden
opgezet en versterkt. VWS neemt ook deel aan de Brede Alliantie
Financieel Veilig Ouder Worden, waarin onder andere Veilig Thuis,
ouderenbonden, diverse grootbanken, de VNG en het ministerie van
Justitie en Veiligheid (JenV) samenwerken aan preventie en aanpak van
financieel misbruik.
Daarnaast is er een samenwerking tussen de grootbanken en Veilig Thuis om anoniem te overleggen en vinden binnen de banken trainingen plaats om op dit thema vroegtijdig te signaleren. De banken en Veilig Thuis hebben korte lijnen en melden ook bij Veilig Thuis als zij misstanden tegenkomen en vermoedens hebben van financiële uitbuiting. Veilig Thuis geeft eveneens breder voorlichting aan medewerkers van gemeenten over veilig financieel ouder worden.
Verder is in opdracht van VWS en de VNG een onderzoek uitgevoerd naar de succesfactoren van Lokale Allianties. Dit heeft geleid tot een toolbox met verschillende praktische instrumenten die gratis beschikbaar zijn op de website van huiselijkgeweld.nl. De toolbox stelt gemeenten en lokale partners in staat hun eigen aanpak van financieel misbruik te versterken door lokale allianties op te zetten. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van een samenhangende aanpak van huiselijk geweld in hun lokale beleid, daar valt ook het vormgeven van een aanpak gericht op ouderenmishandeling onder.
Aanvullend stelt VWS de fysieke informatiebox 'Financieel veilig ouder worden' beschikbaar, die kosteloos online kan worden aangevraagd en steeds beter vindbaar is. Het doel van de box is ouderen informeren en tijdig laten nadenken over de financiële kant van ouder worden, met vragen zoals: hoe regel ik mijn bankzaken goed en veilig? Wie geef ik inzage in mijn administratie als ik het zelf niet meer kan? Waar kan ik terecht als ik iets wil weten over financieel misbruik? De informatieboxen worden veel besteld door gemeenten die de boxen inzetten ter vergroting van het bewustzijn en eventuele vervolgstappen voor ouderen zelf.
Vraag 13
Bent u bereid om samen met banken, notarissen, gemeenten, wijkteams en
Veilig Thuis te bezien hoe financiële uitbuiting van ouderen sneller kan
worden opgespoord?
Antwoord 13
Ja, wij werken hier al actief aan samen, onder meer binnen de Brede
Alliantie Veilig Financieel Ouder Worden, waarin verschillende partijen
kennis en signalen bundelen om financiële uitbuiting van ouderen eerder
te herkennen en tegen te gaan. Vanuit die bestaande samenwerking zijn
wij bereid om met de Brede Alliantie verder te bezien hoe signalering,
bewustwording en opvolging nog effectiever kan worden ingericht. Zo zijn
er recente ontwikkelingen bij banken, waarbij het onderwerp onder de
aandacht wordt gebracht bij medewerkers om het bewustzijn rondom
financieel misbruik te vergroten. Ook werken we binnen de alliantie aan
de versterking van de onderlinge samenwerking tussen partijen. Een
voorbeeld hiervan is een betere bereikbaarheid en samenwerking tussen de
banken en Veilig Thuis, zodat ze elkaar sneller weten te vinden bij
zorgen over de veiligheid of financiële situatie van een oudere.
Vraag 14
Hoe beoordeelt u het gegeven dat het aantal potentiële mantelzorgers
niet meegroeit, terwijl de druk op mantelzorgers toeneemt?
Antwoord 14
Als gevolg van de vergrijzing stijgt het aantal ouderen met een
zorgvraag. Het aantal (potentiële) zorgverleners, evenals het aantal
(potentiële) mantelzorgers groeit niet mee. Dit kan leiden tot een
toenemende druk op mantelzorgers, wat ook betekent dat het risico op
overbelasting toeneemt. Ik vind het belangrijk dat mantelzorgers
ondersteund worden om zo het risico op overbelasting te verkleinen. In
de uitvoering van de Mantelzorgagenda 2023 – 2026 en, in aanvulling
daarop, in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg heb ik dan ook specifieke
aandacht voor het versterken van het ondersteuningsaanbod voor
mantelzorgers.
Vraag 15
Deelt u de zorg dat overbelasting van mantelzorgers kan bijdragen aan
ontspoorde mantelzorg en daarmee aan ouderenmishandeling?
Antwoord 15
Overbelasting en onmacht bij mantelzorgers kan leiden tot het
overschrijden van grenzen. Zonder dat dit opzettelijk is kunnen er dan
situaties ontstaan waarin sprake is van ‘ontspoorde’ mantelzorg. Om te
voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken vind ik het belangrijk dat
er passende ondersteuning is voor mantelzorgers.
Vraag 16
Welke concrete ondersteuning krijgen mantelzorgers om te voorkomen dat
overbelasting leidt tot onveilige situaties voor kwetsbare ouderen?
Antwoord 16
Een belangrijk doel van mantelzorgondersteuning is het voorkomen van
overbelasting van de mantelzorger. Daarmee heeft dit ook een preventieve
werking op het voorkomen van ‘ontspoorde’ mantelzorg. Gemeenten hebben
vanuit de Wmo 2015 de taak om mantelzorgers te ondersteunen. Zij bieden
verschillende vormen van mantelzorgondersteuning aan, omdat de
ondersteuningsbehoefte van mantelzorgers verschilt per
(mantelzorg)situatie. In de uitvoering van de Mantelzorgagenda 2023 –
2026 en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg is deze diversiteit in het
ondersteuningsaanbod, volgens de acht vraaggebieden van mantelzorgers,
daarom ook het uitgangspunt.
Vraag 17
Bent u van mening dat gemeenten voldoende zicht hebben op overbelaste
mantelzorgers en kwetsbare ouderen die thuis wonen?
Antwoord 17
Gemeenten hebben vanuit de Wmo 2015 een wettelijke taak in de
ondersteuning van mantelzorgers en het bieden van maatschappelijke
ondersteuning aan kwetsbare inwoners, waaronder ouderen die thuis wonen.
In de praktijk verschilt de mate waarin gemeenten hier zicht op hebben
en de wijze waarop zij dit organiseren, bijvoorbeeld afhankelijk van
lokale samenwerkingsstructuren en netwerken.
Vraag 18
Kunt u de Kamer voor het commissiedebat Ouderenzorg informeren over de
ontwikkeling van het aantal meldingen van ouderenmishandeling in de
afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar aard van de mishandeling, zoals
fysieke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing en
financiële uitbuiting? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 18
Op basis van de CBS-cijfers zijn in 2025 circa 2.600 meldingen van
ouderenmishandeling (65+) bij Veilig Thuis geregistreerd. Het CBS maakt
daarbij onderscheid tussen meldingen enerzijds en een bredere categorie
registraties en contactmomenten anderzijds, waarin ook adviesvragen en
andere vormen van contact rondom (vermoedens van) ouderenmishandeling
zijn opgenomen.
Binnen deze meldingen is de volgende uitsplitsing naar aard van het geweld zichtbaar: 1.645 meldingen van psychische of emotionele mishandeling, 1.090 meldingen van fysieke mishandeling, 710 meldingen van financiële uitbuiting, 520 meldingen van verwaarlozing en 75 meldingen van seksueel misbruik.
Het hogere cijfer van circa 4.800 heeft betrekking op de bredere categorie registraties en contactmomenten rondom (vermoedens van) ouderenmishandeling, waaronder ook adviesvragen. Daarbij kan één casus meerdere contactmomenten of registraties omvatten, bijvoorbeeld een adviesvraag gevolgd door een melding of meerdere signalen binnen één situatie.
Op basis van de CBS-cijfers vanaf 2019 is zichtbaar dat het aantal geregistreerde meldingen van ouderenmishandeling in de meest recente jaren (2024–2025) iets hoger ligt dan aan het begin van de periode. Het CBS spreekt daarbij niet van een sterke stijging, maar van een lichte toename in geregistreerde meldingen over de tijd.
Vraag 19
Bent u bereid om op korte termijn in overleg te treden met
ouderenorganisaties en met een concreet actieplan te komen om
ouderenmishandeling beter zichtbaar te maken, sneller te signaleren en
harder aan te pakken, en de Kamer vóór het commissiedebat Ouderenzorg te
informeren over de eerste stappen die hierin worden gezet?
Antwoord 19
De aanpak van ouderenmishandeling maakt onderdeel uit van de bredere
inzet op huiselijk geweld. Binnen die inzet wordt al actief samengewerkt
met ouderenorganisaties, onder andere via de Brede Alliantie. Het
contact met deze organisaties is structureel en gericht op het ophalen
van signalen uit de praktijk en het tegengaan van ouderenmishandeling.
Daarnaast neemt VWS deel aan het Landelijk Platform Bestrijding
Ouderenmishandeling (LPBO), waar signalen en ervaringen uit de praktijk
worden gedeeld.
Deze bestaande samenwerking en activiteiten worden onverminderd voortgezet, met blijvende aandacht voor het beter zichtbaar maken en eerder signaleren van ouderenmishandeling binnen de huidige structuren.