Reactie op de Motie van het lid Jimmy Dijk over middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds alleen inzetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren (Kamerstuk 32716-64)
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D27067, datum: 2026-06-03, bijgewerkt: 2026-08-17 09:10, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiΓ«le HTML versie (kst-36800-XV-114).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 XV-114 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z11857:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:19 β Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2026-06-16 16:30 β Betrokken bij het plenaire debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20 β Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-04 10:15 β Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-04 10:15: Debat over het ultimatum van de vakbeweging inzake de bezuinigingen op de sociale zekerheid (Plenair debat (debat)), TK
- 2026-06-09 16:20: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-16 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-09-03 14:19: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (π origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
Nr. 114 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
In de regeling van werkzaamheden van 2 juni jl. heeft Uw Kamer mij verzocht om een reactie te geven op de aangenomen motie van het lid Dijk (Kamerstuk 32 716β64). Met deze brief geef ik uitvoering aan dit verzoek.
De motie Dijk verzoekt de regering om de middelen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds in te zetten om arbeidsongeschiktheidsregelingen te verbeteren en nergens anders voor in te zetten. Ik heb deze motie tijdens het tweeminutendebat Werknemersverzekeringen van 22 april jl. als overbodig geapprecieerd omdat in de artikelen 115 en 118 van de Wet financiering sociale verzekeringen nu al wettelijk is vastgelegd waar de middelen uit het Aof aan uitgegeven mogen worden. De middelen uit het Aof worden uitsluitend aan de in deze artikelen genoemde zaken uitgegeven.
De uitgaven en inkomsten van de fondsen zijn collectieve uitgaven en inkomsten. Zij tellen mee in het EMU-saldo en EMU-schuld van de overheid. Dit betreft het saldo van Rijk, de sociale fondsen en de lokale overheden. Als de Aof-premie stijgt, verbetert het EMU-saldo van de sociale fondsen. Dit maakt ruimte op de begroting om andere rijksuitgaven te doen, zonder dat deze uit het Aof gaan. Omdat deze rijksuitgaven niet uit het Aof komen, neemt het fondsvermogen toe. Het EMU-saldo van de sociale fondsen laat een overschot zien en het EMU-saldo van het Rijk een tekort. De middelen uit het Aof worden, in lijn met de motie, nooit uitgegeven aan rijksuitgaven.
Vanwege de complexiteit van de fondsensystematiek stuur ik voor de zomer een uitgebreidere brief aan uw Kamer, waarin ik in ga op de werking van de fondsensystematiek en de technische vragen uit het commissiedebat van 8 april jl. In het najaar ontvangt uw Kamer een brief met de visie van het kabinet op de toekomst van de fondsensystematiek.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief