Fiche: Mededeling Betere Regelgeving
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Brief regering
Nummer: 2026D27649, datum: 2026-06-05, bijgewerkt: 2026-08-24 14:33, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-22112-4364).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4364 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z12189:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-07-15 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-07-02 11:30 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vaststellen op woensdag 15 juli om 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-06-23 16:45 ⇒ De commissie EU verzoeken de behandeling over te nemen. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-09 16:20: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-23 16:45: Procedurevergadering Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-07-02 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-07-15 14:00: Fiche: mededeling betere regelgeving (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4364 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij één fiche dat werd opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1: Mededeling Betere Regelgeving
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche 1: Mededeling Betere Regelgeving
1. Algemene gegevens
a) Titel voorstel
Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s. Eenvoudigere, duidelijkere en beter gehandhaafde EU-regelgeving.
b) Datum ontvangst Commissiedocument
28 april 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM(2026) 380
d) EUR-Lex
EUR-Lex – 52026DC0380 – EN – EUR-Lex
e) Nr. impact assessment (effectbeoordeling) Commissie en Opinie
Niet opgesteld
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Concurrentievermogen
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
2. Essentie voorstel
De Europese Commissie (hierna: de Commissie) publiceerde 28 april jl. een mededeling ter versterking van het beleid dat de Commissie voert met het oog op «betere regelgeving». Hierin kondigt de Commissie aan de hand van vijf actielijnen maatregelen aan die ervoor moeten zorgen dat de wetgeving van de Europese Unie (EU) eenvoudiger en duidelijker wordt, gepaard gaat met minder regeldruk en beter wordt geïmplementeerd en gehandhaafd.
De eerste actielijn heeft betrekking op een beter en eenvoudiger ontwerp van nieuwe voorstellen voor regelgeving. Uit regelgeving moet duidelijker blijken wat het doel is, wie wat moet doen en wanneer, hoe nieuwe regels en verplichtingen overeenkomen met bestaand beleid, hoe naleving wordt bereikt en wat de gevolgen zijn van het niet naleven. Dit moet ook bijdragen aan een betere implementatie en handhaving van regelgeving. De Commissie kondigt verder aan meer nadruk te leggen op subsidiariteit en proportionaliteit en beter gebruik te maken van evaluatie- en horizonbepalingen zodat sneller kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen.
De tweede actielijn ziet op het gebruik van effectbeoordelingen, consultaties en evaluaties. Effectbeoordelingen en evaluaties zullen beperkt zijn tot de belangrijkste economische, sociale en milieuaspecten van een voorstel. Op deze manier acht de Commissie zich in staat om een groter aantal voorstellen te voorzien van een effectbeoordeling. De Commissie maakt onderscheid tussen enerzijds «grote» voorstellen en anderzijds «gerichte» voorstellen die geen significante wijziging van de beleidsdoelstellingen beogen, maar gericht zijn op het verminderen van regeldruk en het vereenvoudigen en verbeteren van de effectiviteit van regelgeving. Voor de specifieke voorstellen zal een minder diepgaande effectbeoordeling worden gemaakt. De Regulatory Scrutiny Board (RSB, Raad voor Regelgevingstoetsing) zal voor de «grote» voorstellen, net als vandaag de dag, een «opinie» afgeven. Voor de overige («gerichte») voorstellen zal de RSB «aanbevelingen» formuleren. De Commissie introduceert ook een «spoedprocedure». In geval van «spoed» zal de Commissie toch zoveel mogelijk proberen om een effectbeoordeling te maken en belanghebbenden te consulteren. De effectbeoordeling zal bij een spoedprocedure aan de RSB worden voorgelegd om «aanbevelingen» te kunnen doen. De Commissie maakt onderscheid tussen een «gewone» spoedprocedure en gevallen waarin sprake is van «uitzonderlijke omstandigheden».
In die uitzonderlijke spoedsituaties kan de Commissie afzien van consultatie en het maken van een effectbeoordeling. In dat geval zal de Commissie uiterlijk 3 maanden na aanname van het voorstel een Commissie-werkdocument (Staff Working document) publiceren met een beschrijving van de belangrijkste effecten van het voorstel. Er worden verbeteringen aangebracht in het consultatiesysteem. De Commissie wil voorkomen dat belanghebbenden meerdere keren over hetzelfde onderwerp worden bevraagd en wil beter feedback geven aan deelnemers aan consultaties over wat er met hun bijdrage is gedaan. Ook zal de Commissie bij het plannen van evaluaties beter rekening houden met vakantieperiodes. De mededeling wijst ook op de verantwoordelijkheid van Europees Parlement en Raad om de effecten in kaart te brengen wanneer zij overwegen om substantiële wijzigingen aan te brengen in voorstellen van de Commissie en doet suggesties hoe dit concreet kan worden gedaan. Belangrijke eerste stap is volgens de Commissie dat het Europees Parlement en de Raad het eens worden over een gezamenlijke definitie van wat een «substantiële» wijziging is.
Als derde actielijn presenteert de Commissie een actieplan voor het grondig doorlichten van bestaande regelgeving om regeldruk te verminderen en de effectiviteit te verhogen. Het actieplan richt zich op 12 gebieden: vrij verkeer van goederen en diensten, financiële diensten, douane, belastingen, gezondheid en voedselveiligheid, landbouw, vervoer, energie, klimaat, milieu, digitale zaken, huisvesting en vergunningverlening. Er zal een «Platform voor vereenvoudiging» («Simplification platform») worden opgericht om de Commissie te adviseren. Het platform zal bestaan uit vertegenwoordigers van met name nationale, regionale en lokale overheden en belanghebbenden als mkb, vakbonden, consumenten etc.
De vierde actielijn is gericht op het beperken van «goldplating». Hiervan is sprake als een lidstaat het toepassingsbereik van regelgeving verbreedt, of strengere regels of verplichtingen introduceert, terwijl dat niet noodzakelijk is voor een correcte omzetting en implementatie van EU-wetgeving. Er komt een toolkit met best practices om lidstaten te helpen goldplating te identificeren en zoveel mogelijk te voorkomen. De Commissie zal zelf goldplating proberen te identificeren via kunstmatige intelligentie en bestaande instrumenten zoals consultatie van belanghebbenden en mechanismen zoals het Europees Semester en de Single Market Enforcement Taskforce. De Commissie zal vaker kiezen voor verordeningen, om het risico op goldplating te verkleinen.
De vijfde actielijn is gewijd aan betere implementatie en robuuste handhaving van het EU-recht. De Commissie wil zorgen voor realistische, haalbare deadlines voor omzetting en implementatie. Er komt één centraal digitaal portaal voor de kennisgeving van nationale maatregelen die worden vastgesteld ter uitvoering van verordeningen. De Commissie wijst 11 focusgebieden van de interne markt aan waarop het beter wil handhaven. Ook gevallen van goldplating zullen daarbij worden geïdentificeerd. De Commissie zal meer pre-infractie dialogen starten en waar nodig sneller overgaan tot inbreukprocedures, zoals wanneer lidstaten in onvoldoende mate informatie geven over de omzetting van het EU-recht. De Commissie wil de doorlooptijden van inbreukprocedures verkorten en zal hogere boetes voorstellen aan het Hof.
3. Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet vindt het belangrijk dat er ten behoeve van burgers, bedrijfsleven en (mede)overheden wordt gewerkt aan de kwaliteit van EU-wet- en regelgeving en aan verbetering van de wijze waarop die wet- en regelgeving tot stand komt, wordt uitgevoerd en gehandhaafd. Het gaat hierbij wat het kabinet betreft om drie kernpunten: strikte toepassing van het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel bij voorgestelde wet- en regelgeving, kritische herziening en vereenvoudiging van bestaande regelgeving, en effectieve, uitvoerbare en handhaafbare nieuwe regelgeving, zonder onnodige regeldruk.
Het aanpakken van onnodige regeldruk is voor dit kabinet een topprioriteit, zoals aangegeven in het coalitieakkoord.1 Met respect voor belangrijke beleidsdoelstellingen die met regelgeving wordt nagestreefd en met oog voor het belang van consistent en stabiel overheidsbeleid, moeten regels werkbaar en passend zijn, zonder onnodige regeldruk en onnodige uitvoeringslasten voor (mede)overheden. Daarnaast zet het kabinet zich in voor versterking van de interne markt.2 Betere regelgeving draagt bij aan een gelijk speelveld op de interne markt.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet heeft een positieve grondhouding ten aanzien van de door de Commissie getoonde ambitie en wil graag samenwerken met Commissie, andere lidstaten in de Raad en het Europees Parlement om concrete resultaten te boeken. Op diverse punten adresseert de Commissie in de mededeling wensen en suggesties die Nederland – samen met andere lidstaten – heeft gedaan in overleggen met de Commissie over versterking van de interne markt en het beleid inzake Betere Regelgeving.
Zo heeft Nederland herhaaldelijk benadrukt dat het onwenselijk is dat er in diverse gevallen voorstellen worden gepresenteerd zonder ex ante en sectoroverschrijdende effectbeoordeling, waarbij ook vroegtijdig aandacht dient te worden besteed aan de uitvoering en handhaving van het voorstel. Het is daarbij van belang dat deskundigen en uitvoerders hier consistent en tijdig bij worden betrokken. Ook heeft Nederland bezwaar gemaakt tegen de tendens dat de Commissie daarbij te vaak «spoed» als excuus hanteert en dat wanneer de Commissie effecten in kaart brengt, dit steeds vaker doet in een Commissie-werkdocument.
Deze Commissie-werkdocumenten zijn minder grondig en worden, anders dan echte effectbeoordelingen, niet door de RSB getoetst op kwaliteit. Nederland heeft de suggestie gedaan om effectbeoordelingen voortaan meer te richten op de belangrijkste aspecten. Daarmee kunnen effectbeoordelingen minder omvangrijk en duidelijker worden, hetgeen ook de leesbaarheid en bruikbaarheid ten goede komt. Bovendien is de Commissie dan beter in staat om in meer gevallen een effectbeoordeling te maken. De Commissie heeft dit idee overgenomen en de intentie uitgesproken om inderdaad meer effectbeoordelingen te gaan maken en deze te beperken tot een aantal kernaspecten. De Commissie zal hiervoor een beschrijving gaan maken van wat die kernaspecten zijn. Over dit laatste punt neemt het kabinet een afwachtende houding aan, tot duidelijk is welke elementen tot de kernaspecten zullen horen.
Verder heeft Nederland eerder gepleit voor het ambitieus doorgaan met het doorlichten van bestaande regelgeving om regeldruk te verminderen en de effectiviteit te verhogen en de suggestie gedaan om een vervolg te geven aan het zogenaamde Fit for Future-platform, dat tot eind 2024 actief was. Dit platform bestond uit vertegenwoordigers van nationale, regionale en lokale overheden en diverse andere maatschappelijke belanghebbenden en adviseerde de Commissie over het concreet verminderen van regeldruk in bestaande EU-wetgeving. Beide punten heeft de Commissie overgenomen. Het kabinet wil de Nederlandse regeldrukaanpak, zoals beschreven in het coalitieakkoord, zoveel mogelijk laten aansluiten op het werk van de Commissie. Waar het kabinet bij het doorlichten van regelgeving bepaalde -delen van- EU-regelgeving identificeert om te vereenvoudigen of te schrappen, zal het kabinet zoveel mogelijk de doorlichtings-werkzaamheden van de Commissie en het werk van het Platform voor vereenvoudiging benutten om die knelpunten te agenderen en aan te pakken.
In deze mededeling wordt slechts aangekondigd dat regelgeving zal worden doorgelicht. Eventuele voorstellen tot aanpassing van regelgeving die daaruit volgen, zal het kabinet individueel beoordelen. Uw Kamer zal daarover via de geëigende wegen worden geïnformeerd over de kabinetspositie.
Nederland heeft er ook eerder op aangedrongen dat in het belang van een goed functionerende interne markt, als het fundament van de Europese economie en ons concurrentievermogen, meer aandacht wordt gegeven aan (de ondersteuning van) een uniforme uitvoering en effectieve handhaving van EU-regels. Het is positief dat de Commissie in deze mededeling op deze punten in gaat.
Het kabinet vindt het terecht dat de Commissie ook wijst op de rol en verantwoordelijkheid die de Raad, het Europees Parlement en de lidstaten hebben. De Commissie benadrukt dat de Raad (en het Europees Parlement) effectbeoordelingen zouden moeten uitvoeren wanneer ze overwegen om amendementen aan te nemen die mogelijk substantiële gevolgen hebben. Het kabinet vindt het belangrijk dat de Raad op basis van de suggesties die de Commissie in de mededeling daarvoor doet, daadwerkelijk aan de slag gaat met het maken van effectbeoordelingen. De Commissie gaat ook in op de toezegging die is gedaan in de conclusies van de Europese Raad van 19 maart 2026 om goldplating tegen te gaan. Het kabinet ondersteunt de voorgestelde actie van de Commissie om goldplating zoveel mogelijk te beperken en verwelkomt het voornemen van de Commissie om waar passend vaker te kiezen voor verordeningen, in plaats van richtlijnen, om het risico op goldplating te verkleinen.
Daarnaast mist het kabinet in de mededeling expliciete aandacht voor de keuze tussen doel- en middelvoorschriften als onderdeel van «simplicity by design». Hoewel de Commissie in de huidige Toolbox al verwijst naar doelvoorschriften (outcome-oriented legislation), zou een motiveringseis waarom een middelvoorschrift noodzakelijk is als een doelvoorschrift het beschermingsniveau evengoed waarborgt – de kwaliteit van regelgeving verder kunnen verbeteren. Doelvoorschriften werken het best waar partijen de bijbehorende speelruimte kunnen benutten, terwijl specifieke regels voor kleine ondernemers of burgers soms juist meer duidelijkheid kunnen bieden. Ook dient de Commissie bij het ontwerp van nieuwe regelgeving oog te hebben voor de stapeling van horizontale en sectorspecifieke verplichtingen, omdat deze in de praktijk kan leiden tot complexiteit en onnodige regeldruk.
Het kabinet ziet enkele aandachtspunten bij de mededeling van de Commissie. Het eerste aandachtspunt gaat over het maken van effectbeoordelingen en het onderscheid dat de Commissie wil maken tussen enerzijds «grote» voorstellen en anderzijds voorstellen die gericht zijn op het verminderen van regeldruk en het vereenvoudigen en verbeteren van de effectiviteit van regelgeving. De Commissie wil de RSB over de effectbeoordelingen die betrekking hebben op de «gerichte» voorstellen, slechts «aanbevelingen» laten doen, in plaats van «opinies», zoals de RSB die vandaag de dag voor alle effectbeoordelingen afgeeft.
Deze «aanbevelingen» zijn vrijblijvender en verzwakken de positie van de RSB. Bij een negatieve «opinie» van de RSB is de Commissie verplicht om een aangepaste versie van de effectbeoordeling in een tweede ronde voor te leggen aan de RSB. Deze verplichting geldt niet bij «aanbevelingen».
Het kabinet is geen voorstander van het onderscheid dat de Commissie wil maken tussen voorstellen als het gaat om de rol van de RSB. Het kabinet vindt het belangrijk dat de RSB een sterke positie heeft en bij alle effectbeoordelingen een opinie kan afgeven.
Het tweede aandachtspunt heeft betrekking op de «gewone» spoedprocedure en de procedure voor «uitzonderlijke spoed-situaties» die de Commissie wil introduceren voor effectbeoordelingen.
Het kabinet vindt het belangrijk dat slechts in bijzondere situaties -denk aan oorlog en crises zoals covid- uitzonderingen worden gemaakt op de hoofdregel dat de Commissie een effectbeoordeling maakt en dat de RSB daar een opinie over kan geven. Het kabinet zal kritisch volgen wanneer de Commissie iets als «spoedeisend» kwalificeert. In de mededeling noemt de Commissie daarvoor enkele redenen ter illustratie, waaronder «de politieke context». Dit duidt wat het kabinet betreft op een te ruime interpretatie van het begrip «spoed». Zonder duidelijke inkadering van dit begrip, ontstaat het risico dat de spoedprocedures oneigenlijk worden gebruikt om de rol van de RSB met onvoldoende grond af te zwakken, bijvoorbeeld bij een politieke wens om bepaalde regelgeving te introduceren. Het kabinet vindt een dergelijke afzwakking van de rol van de RSB onwenselijk. Het maken van effectbeoordelingen en een sterke positie van de RSB in dat proces, is er juist op gericht om de politiek te helpen en te komen tot betere regelgeving en tot betere besluiten.
Een derde aandachtspunt betreft het totaal overzicht op hoe de regeldruk op EU-niveau zich ontwikkelt. Aan de ene kant wordt bestaande EU-regelgeving aangepast om regeldruk te verminderen, terwijl er aan de andere kant ook nieuwe regelgeving wordt geïntroduceerd die regeldruk met zich meebrengt. Het kabinet zou graag een indruk krijgen van wat het totale beeld is van hoe de toe- en afname van de regeldruk zich ontwikkelt.
Een vierde aandachtspunt ziet op de aankondiging van de Commissie om sneller en strenger te handhaven en om daarnaast in te zetten op meer realistische implementatie termijnen. Het kabinet is zowel voorstander van realistischere implementatietermijnen als versnelde handhaving, maar vindt dat deze twee zaken hand in hand moeten gaan. Het is hierbij ook van belang dat in het onderhandelingsproces aandacht is voor een realistische implementatietermijn. Hier zal Nederland in onderhandelingsprocessen op inzetten. Als toch een onrealistische termijn wordt opgenomen en Nederland hierdoor de implementatietermijn niet dreigt te kunnen halen, zal het kabinet hier vroegtijdig aandacht voor vragen bij de Commissie.
Een laatste aandachtspunt heeft betrekking op de door de Commissie in de bijlage van deze mededeling genoemde interne-marktfocusgebieden voor handhaving. Het kabinet zet zich al langer in voor meer transparantie over de handhavingsprioriteiten van de Commissie. Hoewel het kabinet positief is over het feit dat de Commissie haar focusgebieden voor handhaving deelt, heeft het de vraag hoe deze focusgebieden zich verhouden tot de jaarlijkse interne-markthandhavingsagenda. Genoemde agenda heeft de Commissie dit jaar voor het eerst gepresenteerd. Deze was zeer beknopt en bevatte slechts twee prioriteiten.
Wat het kabinet betreft zouden de focusgebieden voor handhaving die de Commissie in deze mededeling noemt, onderdeel moeten zijn van de jaarlijkse interne-markthandhavingsagenda en zou over de keuze voor bepaalde focusgebieden een dialoog moeten worden gevoerd met het Europees Parlement en de lidstaten.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Onder lidstaten bestaat brede steun voor Betere Regelgeving en leeft het besef dat dit onderwerp voortdurende aandacht vraagt. De analyse, acties en maatregelen die de Commissie heeft aangekondigd, zullen naar verwachting grotendeels op steun kunnen rekenen van lidstaten. Tegelijkertijd is de verwachting op basis van eerdere discussies in de Raad dat een aanzienlijk aantal lidstaten dezelfde aandachtspunten hebben bij deze mededeling als Nederland. Het Europees Parlement onderschrijft in het algemeen het belang van Betere Regelgeving en het doorvoeren van verbeteringen in de aanpak. Ten aanzien van de nu voorliggende mededeling van de Commissie heeft het Europees Parlement nog geen standpunt ingenomen.
4. Grondhouding ten aanzien van bevoegdheid, subsidiariteit, proportionaliteit, financiële gevolgen en gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
a) Bevoegdheid
Dit betreft een (niet-bindende) mededeling van de Commissie waarin de Commissie geen nieuwe wetgevende maatregelen voorstelt. Nadere beoordeling van de rechtsgrondslag zal daarom te zijner tijd plaatsvinden, als de Commissie bij voorstellen voor nieuwe wetgevende maatregelen een rechtsgrondslag kiest. Ten aanzien van de mededeling die nu voorligt is de grondhouding van het kabinet positief. De mededeling heeft betrekking op het gehele EU-acquis en daarmee op alle beleidsterreinen van de EU.
b) Subsidiariteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de regeldruk voor burgers, ondernemingen en overheden in de EU te verminderen en het beleid en de wetgeving van de EU te vereenvoudigen en te verbeteren en de uitvoering en handhaving te versterken. Door de aangekondigde maatregelen kunnen belemmeringen voor entiteiten die bijvoorbeeld op de interne markt actief zijn, of in de landbouwsector worden weggenomen. Aangezien EU wet- en regelgeving alleen door de EU-wetgever kan worden aangepast, kan dit onvoldoende door lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Het is van groot belang dat bij het uitoefenen van haar regelgevende bevoegdheden, de EU-wetgever voldoende aandacht geeft aan de kwaliteit van regelgeving en aan regeldruk, uitvoering en handhaving. Om die reden is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
De subsidiariteitsvraag is niet van toepassing voor zover de Commissie zal komen met wetgevende maatregelen die zien op terreinen waarop de EU exclusief bevoegd is op grond van artikel 2, lid 1, juncto artikel 3 EU-Werkingsverdrag.
c) Proportionaliteit
De grondhouding van het kabinet is positief. De mededeling heeft tot doel de regeldruk voor burgers, ondernemingen en overheden in de EU te verminderen en het beleid en de wetgeving van de EU te vereenvoudigen en te verbeteren en de uitvoering en handhaving te versterken. De werkzaamheden en voornemens die de Commissie beschrijft in deze mededeling, sluiten nauw aan op de activiteiten die de Commissie al jaren onderneemt in het kader van het beleid inzake Betere Regelgeving. De in de mededeling aangekondigde maatregelen – zoals het eenvoudiger ontwerpen van nieuwe regelgeving, het gerichter inzetten van effectbeoordelingen, het doorlichten van bestaande regelgeving via het actieplan «Regulatory Deep Cleaning», het tegengaan van goldplating en het versterken van implementatie en handhaving – zijn geschikte middelen gebleken om EU wetgeving te vereenvoudigen en te verbeteren, de regeldruk te verminderen en de uitvoering en handhaving te versterken. Deze maatregelen bouwen daarop voort en gaan naar het oordeel van het kabinet daarom niet verder dan noodzakelijk om het beoogde doel te bereiken.
d) Financiële gevolgen
De mededeling zelf heeft geen financiële gevolgen. Het is op dit moment niet duidelijk wat de impact is op de EU-lidstaten en regionale en lokale overheden van de aangekondigde acties en maatregelen. Daarvoor zijn de aangekondigde acties en maatregelen in deze mededeling nog onvoldoende concreet. De verwachting is wel dat er slechts zeer beperkt sprake zal zijn van financiële gevolgen omdat de bijdrage van EU-lidstaten en regionale en lokale overheden aan het streven naar Betere Regelgeving voor het grootste deel wordt geleverd in de vorm van de inzet van ambtenaren. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijke departement, conform de regels van de budgetdiscipline.
e) Gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
De mededeling zelf heeft geen implicaties voor de regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten. In dit stadium is niet duidelijk wat de concrete gevolgen zijn van de in deze mededeling aangekondigde nieuwe acties en maatregelen. De in de mededeling geschetste aanpak borduurt voort op eerder beleid en zal naar verwachting (en tot nu toe gebleken) inderdaad een positief effect hebben op de kwaliteit van EU-regelgeving en zal leiden tot een vermindering van regeldruk voor burgers, (mede)overheden en het bedrijfsleven, vooral voor het mkb en tot een betere uitvoering en handhaving. Kwalitatief goede regelgeving, zonder onnodige regeldruk, die effectief wordt uitgevoerd en gehandhaafd is een belangrijke voorwaarde voor een goed functionerende interne markt en draagt bij aan de concurrentiekracht van de EU.
Coalitieakkoord 2026–2030 – Aan de slag↩︎
Kamerstukken II, 2021–2022, 22 112, nr. 3437.↩︎