[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Lijst van vragen en antwoorden inzake over de brieven van 20 mei 2025 inzake het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (36945-VI-1); het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (36945-VII-1); het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Economische Zaken (36945-XIII-1), voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering

Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025

Lijst van vragen en antwoorden

Nummer: 2026D28190, datum: 2026-06-09, bijgewerkt: 2026-06-22 16:56, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36945 VI-7 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 .

Onderdeel van zaak 2026Z12412:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 945 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025

36 945 VII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025

36 945 XIII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken 2025


Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026

De vaste commissie voor Digitale Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de bewindspersonen van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, en Economische Zaken over de brieven van 20 mei 2025 inzake:
- het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (36945 VI, nr. 1),
- het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (36740 VII-1),
- het Jaarverslag 2025 van het Ministerie van Economische Zaken (36740 XIII-1), voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering.

De vragen zijn op 27 mei 2026 aan de bewindspersonen van Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, en Economische Zaken voorgelegd. Bij brief van 9 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie,

Dekker

Adjunct-griffier van de commissie,

Muller


Vragen inzake Jaarverslag Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 (Kamerstuk 36945 V1, nr. 1)

Geen vragen.

Vragen en antwoorden inzake Jaarverslag Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025 (Kamerstuk 36740 VII, nr. 1)

Vraag 1

Kunt u concreet uitleggen hoe Vlam-chat wordt gebruikt binnen de Rijksoverheid? Wat zijn tot nu toe de ervaringen met deze AI-toepassing?

Antwoord

Vlam-chat, een AI-toepassing ontwikkeld en beheerd door SSC-ICT, staat voor Veilige Lokale AI Modellen en fungeert als een soeverein alternatief voor commerciële chatbots zoals ChatGPT, Claude of Gemini. De toepassing wordt momenteel geïmplementeerd bij meerdere onderdelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en loopt in pilotfase bij diverse andere overheidsorganisaties. Een brede uitrol in productie is voorzien in de tweede helft van 2026, na afronding van de nodige risicoanalyses en procedures.

Vlam-chat wordt primair ingezet ter ondersteuning van ambtenaren bij taken als tekstbewerking en -controle, vertalingen, brainstormen, sparren en samenvatten. Op dit moment wordt er nog geen vertrouwelijke of privacygevoelige informatie verwerkt. Uit een recent gehouden enquête (april 2026) onder 285 respondenten bleek een gemiddelde tevredenheidsscore van 7,1. Daarnaast meldde 77% een efficiëntiewinst, terwijl 82% Vlam-chat actief gebruikt (ten minste wekelijks). Gebruikerservaringen benadrukken met name de prestaties van het taalmodel en de toegevoegde waarde in specifieke werkprocessen. Er is tevens vraag naar uitbreiding van functionaliteiten, zoals gebruikersgeschiedenis en internetzoekmogelijkheden.

Vraag 2

Ziet u mogelijkheden om het gebruik van Vlam-chat binnen de Rijksoverheid op te schalen? Is dit uw ambitie?

Antwoord

Ja, de verdere opschaling van Vlam-chat binnen de Rijksoverheid is een ambitie. Hoewel overheidsorganisaties autonoom blijven in hun keuze om de toepassing wel of niet af te nemen, wordt momenteel daadwerkelijk vormgegeven aan een brede uitrol. SSC-ICT levert op dit moment Vlam-dienstverlening aan BZK, VWS, FIN, AZ, OCW, IenW en de Hoge Colleges van Staat.

In de komende maanden zal Vlam-chat naar verwachting verder worden uitgerold bij onderdelen van het Rijk. Hierbij worden de opgedane gebruikerservaringen meegenomen in de doorontwikkeling van de toepassing, om zo de functionaliteit en bruikbaarheid te optimaliseren.

Vraag 3

Is het beschikbaar stellen van voldoende middelen een randvoorwaarde om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie te laten slagen?

Antwoord

Ja, de beschikbaarheid van voldoende middelen is een randvoorwaarde om de strategische doelen van de NDS te behalen.

Vraag 4

Hoeveel geld is er minimaal nodig om opvolging te geven aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?

Antwoord

In de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS, verzonden op 17 november 2025, is een eerste inzicht geboden in de kosten om de strategische doelen van de NDS geheel te kunnen realiseren.1 Omdat er vanuit het coalitieakkoord geen middelen voor de NDS beschikbaar zijn gesteld, moeten activiteiten waar onvoldoende dekking voor is worden afgeschaald, uitgesteld of anders worden aangepakt ten opzichte van het ambitieniveau en voorziene tempo waar de Kamerbrief Stand van zaken Investeringsagenda NDS vanuit gaat. Daarom is het nodig om de aanpak van de NDS aan te scherpen en keuzes te maken. Daarbij wordt gekeken naar slim samenwerken met de markt, het verkennen van centrale financiering samen met de NDS-partners en het bijstellen van onze ambities. Via de jaarrapportage NDS die naar verwachting eind 2026 wordt opgeleverd wordt uw Kamer geïnformeerd over bereikte resultaten en wat er komend jaar mogelijk is.

Vraag 5

Welke middelen heeft u in totaal besteed aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie in het afgelopen jaar? Kunt u de uitgaven nauwkeurig uiteenzetten?

Antwoord

De aan de NDS gelieerde uitgaven in 2025 zijn uit bestaande budgetten gefinancierd, waarbij op basis van de financiële administratie niet eenduidig aangegeven kan worden wat het totaalbedrag aan de NDS gelieerde uitgaven betrof.

Vraag 6

Welke bijdrage leveren andere departementen aan de uitvoering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? Kunt u dit per departement uiteenzetten?

Antwoord

Door andere departementen wordt op dit moment geen financiële bijdrage aan de uitvoering van de NDS geleverd. Omdat de NDS een overheidsbrede samenwerking is, wordt er aan bepaalde prioriteiten wel in beperkte mate personele capaciteit door andere departementen, (mede-)overheden en publieke dienstverleners geleverd.

Vraag 7

Waarom is er nog geen concrete invulling gegeven aan de investeringsagenda die nodig is voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?

Antwoord

Het kabinet wil met de investeringsagenda inzicht geven in de middelen die voor de NDS beschikbaar zijn. Er is langer nodig om de beschikbare middelen in kaart te brengen en invulling te geven aan de motie Kathmann die oproept tot het opstellen van een investeringsagenda.2 De afgelopen periode is gewerkt aan het nauwkeuriger in kaart brengen van de kosten van de NDS, met als doel om het maken van scherpe keuzes over voortzetting van de NDS te faciliteren. De jaarrapportage NDS die naar verwachting eind 2026 met uw Kamer wordt gedeeld zal meer inzicht verschaffen in wat er binnen de bestaande budgetten wél en niet mogelijk is. De jaarrapportage NDS geeft dan ook invulling aan de voornoemde motie Kathmann.

Vraag 8

Wat is de rol van BZK in het coördineren en bekostigen van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, nu EZ beleidsverantwoordelijk is gemaakt voor Digitale Zaken?

Antwoord

De verantwoordelijkheid voor de NDS is in dit kabinet belegd bij de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit. Desalniettemin zal er zeer nauwe samenwerking tussen BZK en EZK nodig zijn, omdat BZK zich blijft richten op de realisatie van het digitaliseringsbeleid binnen de Rijksoverheid en daarmee op de realisatie van de NDS.

Vraag 9

Welke investeringen zijn nodig om de basisinfrastructuur voor ICT federatief te organiseren? Zijn hier middelen voor beschikbaar?

Antwoord

De Generieke Digitale Infrastructuur is er voor de hele overheid. In de MIDO-governance werken alle overheidslagen (rijk, gemeenten, provincies en waterschappen) samen aan gemeenschappelijke ICT-bouwstenen. Er is overheidsbrede, structurele, centrale financiering om deze basisinfrastructuur te onderhouden en te vernieuwen. In 2025 bedroegen de uitgaven aan de Generieke Digitale Infrastructuur circa €353 mln.

Vraag 10

Wanneer kunt u het BSN ook opnemen op de ID-kaarten van inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba?

Antwoord

De opname van het BSN op de ID-kaart BES is voorzien in 2028. Dit moment sluit aan bij het vastgestelde aanbestedingsritme voor de ID-kaart BES en biedt daarom de eerstvolgende geschikte gelegenheid.

Vraag 11

Welke voortgang heeft u geboekt bij de uitvoering van de motie-Kathmann/White [Kamerstuk 36455-(R2188), nr. 11] om een plan te maken voor gelijkwaardige privacybescherming in het hele Koninkrijk?

Antwoord

De uitvoering van de motie-Kathmann/White sluit aan bij een traject dat reeds vóór de indiening van deze motie in gang is gezet. Binnen het Koninkrijk wordt al geruime tijd gewerkt aan een consensusrijkswet inzake gegevensbescherming, met als doel het gegevensbeschermingsrecht binnen het gehele Koninkrijk verder te harmoniseren en te komen tot een gelijkwaardig niveau van privacybescherming voor zowel de Caribische landen als Caribisch Nederland.

De totstandkoming van deze consensusrijkswet vindt plaats in nauwe samenwerking met de landen binnen het Koninkrijk. In dat kader wordt intensief overleg gevoerd over de inhoud van de wet en de wijze waarop een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau voor persoonsgegevens in alle delen van het Koninkrijk kan worden gewaarborgd.

De verdere uitwerking van de consensusrijkswet en het daarbij behorende overleg met de landen en openbare lichamen van het Koninkrijk vormen een belangrijk onderdeel bij de totstandkoming van de wet die wordt besproken in het Justitieel Vierpartijenoverleg, waaraan de autonome Caribische landen deelnemen. De consensusrijkswet bevindt zich momenteel in een afrondende fase. Met de totstandkoming daarvan wordt een belangrijke stap gezet richting een geharmoniseerd stelsel van gegevensbescherming en een gelijkwaardig beschermingsniveau voor persoonsgegevens binnen het gehele Koninkrijk.

Vraag 12

Kunt u onderbouwen dat u met de acties op het punt van AI heeft bijgedragen aan de verantwoorde adoptie van toepassingen?

Antwoord

De acties op het gebied van AI, zoals opgenomen in het jaarverslag, dragen op verschillende manieren bij aan de verantwoorde opschaling van AI-toepassingen. Zo is de AI-opschalingsfaciliteit bij ICTU gestart om kansrijke AI-initiatieven te ondersteunen bij opschaling. Dit heeft concreet al geleid tot verschillende succesvolle AI-toepassingen, zoals GemChat en de Omgevingschat.

Deze opschalingsfaciliteit werkt aan de hand van een handreiking voor het opschalen van AI, waarin belangrijke afwegingen rond verantwoorde inzet, zoals wetgeving, governance en beheer, worden meegenomen. Ook worden via het Platform AI en Overheid lessen gedeeld over succesvolle en verantwoorde manieren waarop AI-opschaling binnen overheidscontexten kan worden gerealiseerd.3

Daarnaast worden binnen de NDS prioriteit AI nog verschillende andere acties verkend die bij kunnen dragen aan de verantwoorde adoptie van AI binnen de overheid, zoals het komen tot een auditeerbaar kader en een inkoopaanpak.

Vraag 13

Waarop baseert u de aanname dat het gebruik van AI “steeds belangrijker [is] voor de aansluiting bij de leefwereld van burgers en ondernemers”?

Antwoord

Dit is gebaseerd op het feit dat het gebruik van AI binnen de samenleving en de private sector de afgelopen jaren flink is toegenomen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze ontwikkelingen duiden erop dat de adoptie van AI wijdverspreid is geraakt en daarmee steeds dieper doordringt tot in de haarvaten van werk, onderwijs en daarmee ons dagelijks leven. Daarbij kan de inzet van AI bijdragen aan een positieve interactie met de overheid door burgers en ondernemers. Zo kan AI bijvoorbeeld de toegankelijkheid en de transparantie van besluiten vergroten.

Vraag 14

Welke knelpunten voor proactieve dienstverlening zijn geïdentificeerd en geprioriteerd? Kunt u deze concreet benoemen?

Antwoord

Proactieve dienstverlening kan verschillende vormen aannemen: eerder aanbieden van dienstverlening, verbreden van de vraag en initiatiefverschuiving van mensen naar de overheid. Of en in welke vorm het waarde toevoegt voor mensen, hangt af van de specifieke situatie. Proactieve dienstverlening is geen doel op zich, maar wordt ingezet wanneer het daadwerkelijk waarde toevoegt. Dit vraagt om gedeeld eigenaarschap. Als overheidsinstanties delen we met elkaar dezelfde opdracht om mensen op tijd te informeren, te helpen en de juiste diensten aan te bieden. Voor proactieve dienstverlening zijn de volgende drie knelpunten geïdentificeerd en geprioriteerd: veranderopgave (hoe stellen we organisaties in staat om proactieve diensten te verlenen), wettelijke ruimte en gegevensuitwisseling.

Bij proactieve dienstverlening is het van belang dat er binnen organisaties een cultuur leeft waarin medewerkers de ruimte hebben om te vernieuwen, signalen van mensen actief op te pakken en initiatief te nemen. Het betekent een verschuiving van reactief naar proactief handelen en een transformatie in hoe medewerkers, leidinggevenden en management denken, hoe teams samenwerken en hoe processen zijn ingericht.

Daarnaast zijn er juridische en technische uitdagingen om proactieve dienstverlening mogelijk te maken. Hierbij ligt de focus op het vertalen van juridische kaders naar handvatten voor medewerkers bij het ontwikkelen van proactieve diensten. En daarnaast om gegevensdeling beter mogelijk te maken. Zonder verantwoorde gegevensdeling weet de overheid niet wanneer ze proactief moet handelen. En zonder goede samenwerking tussen organisaties kan ze niet handelen, zelfs als ze weet wat er nodig is.

Ook in de ombudsvisie Proactieve Overheid4 wordt gesteld dat proactieve dienstverlening als opstelling van de overheid geen vrijblijvende optie meer is. En dat dit vraagt om de juiste waarborgen en randvoorwaarden, waaronder verantwoorde gegevensdeling.

Vraag 15

Kunt u concreet uitleggen hoe u overheidsorganisaties heeft geholpen te voldoen aan toegankelijkheidseisen?

Antwoord

Overheidsorganisaties moeten voldoen aan de wettelijke eisen in de Wet digitale overheid. Dit wordt aangetoond met een Toegankelijkheidsverklaring die op het Dashboard Digitoegankelijk gepubliceerd wordt.5 Overheidsorganisaties worden hiervoor ondersteund via Digitoegankelijk.nl en verschillende evenementen waaronder Roadshows. Nederland neemt actief deel aan het vaststellen van standaarden op het gebied van Digitale Toegankelijkheid via de W3C.

Met NL Design System worden overheidsorganisaties ondersteund met gebruiksvriendelijke, toegankelijke componenten, patronen en sjablonen voor hun websites.6 Het Expertteam Digitale Toegankelijkheid helpt bij het bouwen van gereedschappen om toegankelijkheid in content, huisstijl en code te helpen verbeteren met behulp van NL Design System.7 NLdoc kan ingezet worden om PDF-documenten toegankelijk te maken.

Vraag 16

Kunt u concreet uitleggen wat u heeft gedaan om “de positionering van ICT-personeel” te versterken? Tot welke resultaten heeft dit geleid?

Antwoord

Vanuit het Rijk zijn er verschillende concrete acties ondernomen om de positionering van ICT personeel te versterken. Rond instroom zijn er concrete acties ondernomen zoals een open huis IV/IT organiseren. Dit evenement had een prachtige opkomst van ruim 700 IT- en informatieprofessionals die in gesprek gingen met 43 verschillende (rijks)organisaties met vacatures. Daarnaast zijn I-loopbaanpaden ontwikkeld om doorstroom van ICT personeel binnen de overheid te stimuleren. Tot slot is er een start gemaakt aan de data gedreven personeelsstrategie voor digitalisering om gerichter de acties rondom de positionering van ICT-personeel te versterken. Deze strategie wordt in 2027 naar de kamer verzonden. De succesvolle rijksbrede initiatieven worden vanuit de overheidsbrede aanpak breder uitgerold. Zo heeft de gemeente Almere als pilot het kwaliteitsraamwerk IV (KWIV) geïmplementeerd. Dit is ter voorbereiding op de overheidsbrede uitrol. Daarnaast zijn in een overheidsbrede kick off over KWIV en strategische personeelsplanning de best practices gedeeld om zo de positionering van ICT-personeel te versterken.

Vraag 17

Heeft u het effect van de bewustwordingscampagne voor digitale weerbaarheid, samen met JenV, geëvalueerd op bereik en effect? Zo ja, wat zijn de uitkomsten?

Antwoord

Campagnes van de Rijksoverheid worden volgens de gebruikelijke werkwijze geëvalueerd met een campagne-effectonderzoek. Het onderzoek naar deze campagne is op 28 april jl. gepubliceerd op open.overheid.nl.8

De campagne “Laat je niet interneppen” liep in het najaar van 2025. Uit het onderzoek blijkt dat de campagne goed wordt gewaardeerd en de campagneboodschap duidelijk overkwam. Vooral de nadruk op pauzeren en controleren (“Geef jezelf 3 tellen en bij twijfel: klik weg”) blijft hangen. De humoristische insteek van de campagne heeft daarbij bijgedragen aan de positieve beoordeling. De effectmeting toont geen significatie gedragsverandering aan die toe te schrijven is aan de campagne. Het bereik van de campagne, gemeten via herkenning en zichtbaarheid, bleef achter. Ook wordt de campagne niet als nieuwe informatie gezien omdat het onderwerp al sterk leefde voor de campagne.

Met de betrokken bureaus binnen de mantelovereenkomsten is de evaluatie uitgevoerd. De opgedane inzichten worden meegenomen voor de campagne in het najaar van 2026. Zo blijven bewustwordingscampagnes actueel en wordt ingezet op een zo hoog mogelijke alertheid om slachtofferschap van cybercrime te voorkomen. Uiteindelijke gedragsverandering vraagt om een lange adem en herhaling.

Vraag 18

Welke concrete acties volgen uit het opnemen van ‘digitale autonomie’ en ‘cloud’ als NDS-prioriteiten? Welke middelen heeft u hier aan besteed?

Antwoord

We werken aan een verkenning van het realiseren van een overheidsbrede soevereine clouddienst in samenwerking met bestaande overheidsdienstverleners en de markt. Momenteel zit de verkenning in een afrondende fase. Hierover zal de Tweede Kamer op korte termijn nader worden geïnformeerd. Ook zijn er tussen november 2025 en januari 2026 open dialogen met de markt gevoerd over het komen tot een soevereine clouddienst en de wijze waarop daarin samengewerkt kan worden met de markt. Ook zetten we binnen de NDS prioriteit Cloud stappen richting een centrale overheidsmarktplaats voor cloudtechnologieën, die vraag aan het juiste aanbod koppelt. In de uitwerking van de ontwikkeling van de centrale marktplaats gaan we in gesprek met partijen in de markt, waarbij we streven naar een brede uitnodiging om een gelijk speelveld te hanteren.

Voor digitale autonomie in de NDS is de visie digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid eind vorig jaar in de ministerraad vastgesteld. Er wordt nu gewerkt aan een routekaart digitale autonomie en een referentiekaart digitale autonomie.

Vraag 19

Welke concrete acties volgen uit de visie op digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid? Welke middelen heeft u hieraan besteed?

Antwoord

Via de Nederlandse Digitaliseringsstrategie wordt gewerkt aan de volgende acties:

  • Ontwikkelen, vaststellen en toepassen van rijksbrede kaders voor digitale autonomie en soevereiniteit.

    • Herziening Cloudbeleid,

    • Referentiekader Digitale Autonomie

    • Routekaart Digitale Autonomie

    • Opstellen van beleid en standaarden voor verantwoord gebruik van cloud- en platformdiensten.

    • Financiële Strategie, waarin wordt ingegaan op de kosten en baten van Digitale Autonomie.

  • Stimuleren van open standaarden, open source en interoperabele oplossingen binnen de overheid.

  • Versterken van kennisdeling via initiatieven zoals het Digitale Autonomie Competence Center (DACC).

  • Vergroten van controle over opslag, verwerking en toegang tot overheidsdata.

  • Samenwerken met Europese initiatieven rondom digitale soevereiniteit en cloudontwikkeling. Dit in EDIC (European Digital Infrastructure Consortium) verband, maar bijvoorbeeld ook door de samenwerking met de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel te intensiveren.

  • Ondersteunen van overheidsorganisaties bij het maken van strategische technologiekeuzes vanuit publieke waarden. Naar analogie van privacy-assessments wordt hierbij systematisch getoetst op effecten voor grondrechten, zoals gelijke behandeling, non-discriminatie en vertrouwen in de overheid. Een vergelijkbaar afwegingskader voor digitale autonomie ligt voor de hand, zodat afhankelijkheden, regieverlies en risico's voor de publieke taak expliciet worden meegewogen in de besluitvorming.

  • De financiering van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) in 2026 wordt geleverd vanuit de reguliere personele bezetting van het ministerie van BZK. Voor aanvullende activiteiten en productontwikkeling, zoals de ontwikkeling van een overheidscloud of het inrichten van een Federatief Security Opererations Center, zijn geen extra financiële middelen beschikbaar. Het Digitale Autonomie Competentiecentrum (DACC) is een zelfstandig samenwerkingsverband van overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke partners dat overheden en publieke organisaties ondersteunt bij het versterken van digitale autonomie en het verminderen van afhankelijkheden van grote technologiebedrijven. Het centrum ontwikkelt praktische instrumenten, deelt kennis en voert onderzoek uit op het gebied van digitale soevereiniteit. Het DACC kent een eigen financieringsstructuur en wordt bekostigd door de deelnemende organisaties.

Vraag 20

Vanuit welke middelen zullen de NDS-prioriteiten ‘digitale autonomie’ en ‘cloud’ voortaan bekostigd worden? Welke departementen leveren een bijdrage?

Antwoord

Dat is op dit moment nog niet bekend. Hierover wordt uw Kamer geïnformeerd via de jaarrapportage NDS, die eind 2026 wordt verwacht. De jaarrapportage NDS zal ook meer inzicht verschaffen in de mogelijkheden.

Vraag 21

Hoe voert u de motie-Kathmann [Kamerstuk 26643, nr. 1316] uit over het aanbesteden van een Rijkscloud? Wanneer verwacht u dat de Rijkscloud er is?

Antwoord

Zoals eerder gedeeld met de Kamer in het debat over de NDS d.d. 30 september 2025,9 en in de beantwoording Kamervragen lid Stoffer (SGP) over de verkoop van het cloudbedrijf van DigiD en MijnOverheid,10 werken we op dit moment aan de verkenning van de soevereine overheidscloud. De resultaten van deze verkenning worden voor de zomer aan de Tweede Kamer verstuurd. Op basis van die verkenning volgt een voorkeurscenario dat nader uitgewerkt gaat worden. Aanbesteden is één van de scenario’s die in de verkenning wordt bekeken. Het uitwerken van een raming van het voorkeursscenario is een volgende stap.

Vraag 22

Hoeveel kosten zijn er reeds gemaakt om de motie-Kathmann [26643-1316] uit te voeren? Zijn deze direct ten goede gekomen aan het bouwen van een Rijkscloud?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 21.

Vraag 23

Waarom is er nog geen definitieve investeringsagenda voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? Wanneer kan de Kamer deze wel verwachten?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 7.

Vraag 24

Wat gebeurt er vanuit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, zolang er geen middelen voor beschikbaar zijn?

Antwoord

De uitvoering van de NDS vindt plaats voor zover passend binnen bestaande budgetten en de personele capaciteit die door departementen, publieke dienstverleners en (mede-)overheden wordt geleverd.

Vraag 25

De titel van het laatste kopje ‘Onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht’ besteedt alleen aandacht aan de krappe capaciteit; welke problemen zijn er rondom middelen en slagkracht?

Antwoord

Het hebben van onvoldoende capaciteit, middelen en slagkracht hangt met elkaar samen. Wanneer er te weinig capaciteit is, kan dit van invloed zijn op de slagkracht. Beleid kan dan bijvoorbeeld later of minder volledig worden uitgevoerd dan beoogd, zoals ook toegelicht in het jaarverslag. Daar komt bij dat het kabinet heeft afgesproken de overheidsuitgaven te beheersen. Rijksbreed staat er daarom druk op de financiën en moeten er keuzes gemaakt worden. Dat heeft dus ook invloed op de beschikbare middelen voor het ministerie van BZK en hangt samen met de capaciteit en slagkracht. Een voorbeeld zijn de vele ambities op het digitale vlak (zoals de NDS) zonder voldoende bijbehorende middelen.

Vraag 26

Hoe voert u de motie-Kathmann/Tseggai [Kamerstuk 32034, nr. 71] uit om diploma-eisen bij de I-Traineeships van het Rijk los te laten? Wanneer is dit afgerond?

Antwoord

Vanuit het Rijk wordt momenteel gewerkt aan de uitvoering van de motie-Kathmann/Tseggai (GL-PvdA) over het loslaten van diploma-eisen binnen de I-traineeships. Daarbij wordt in kaart gebracht welke I-traineeships binnen het Rijk worden aangeboden en op welke wijze diploma-eisen hierin worden toegepast. Daarnaast vinden gesprekken plaats met andere traineeprogramma’s om ervaringen en werkwijzen op te halen rondom competentiegericht selecteren. Op basis hiervan wordt bezien hoe hier binnen de rijksbrede I-traineeships verdere invulling aan kan worden gegeven. De verwachting is dat dit traject uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 wordt afgerond.

Vraag 27

Hoe voert u de motie-Kathmann/Six Dijkstra [Kamerstuk 36740-VII, nr. 22] uit om meer ICT-personeel in vaste dienst te nemen?

Antwoord

Met de personeelsstrategie voor digitalisering, een van de doelstellingen binnen de prioriteit Digitaal Vakmanschap in NDS, wordt deze motie uitgevoerd. Zoals eerder aangegeven in de Kamerbrief over plan van aanpak uitvoeren moties Wetgevingsoverleg Digitale Zaken van 28 augustus 2025.11 In deze data gedreven personeelsstrategie voor digitalisering staan interventies zoals bijvoorbeeld het meer gebruik maken van interne pools in plaats van externe inhuur om zo kennis te borgen. Het plan van aanpak voor de ontwikkeling van de personeelsstrategie voor digitalisering wordt momenteel uitgewerkt. Vooruitlopend op de personeelsstrategie wordt in juni een dashboard IV/IT personeel gepubliceerd, wat onderdeel is van de personeelsstrategie voor digitalisering. In de verzamelbrief Digitaal Vakmanschap in Q4 informeer ik de Kamer wederom over de status van de uitvoering van deze motie.

Vraag 28

Kunt u een nieuw overzicht over de rol en verantwoordelijkheid voor Digitale Zaken opstellen, op basis van de nieuwe portefeuilleverdeling in het kabinet?

Antwoord

Op dit moment worden de gesprekken over de departementale herschikking tussen EZK en BZK afgerond. Daarmee komt er meer duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid van beide betrokken bewindspersonen.
De budgettaire consequenties voor de begrotingen van BZK en EZK worden zichtbaar in de ontwerpbegrotingen 2027 die bij Prinsjesdag gepresenteerd zullen worden.

Vraag 29

Hoe staat het met de uitvoering van het “Plan van aanpak online discriminatie” als onderdeel van de aanpak van desinformatie?

Antwoord

Het Plan van aanpak tegen online discriminatie is geen onderdeel van de Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie. In de aanpak van beide opgaven wordt wel samengewerkt en er zijn raakvlakken.

Op dit moment wordt uitvoering gegeven aan het Plan van aanpak. In dat kader starten we deze zomer onder meer met een hybride maatschappelijk dialoog over online discriminatie om bewustwording te vergroten en digitale burgerschapsvorming te stimuleren. Daarnaast ondersteunt het kabinet trainingen voor maatschappelijke organisaties om inzicht te krijgen in de impact van online haat en de handelingsperspectieven die zij hebben.

Online discriminatie is ook onderdeel van de beoogde stelselherziening voor de aanpak van discriminatie. Het kabinet wil Discriminatie.nl als landelijke organisatie verantwoordelijk maken voor het behandelen van meldingen en het ondersteunen van mensen die een discriminatiemelding doen. Om nauwer samen te werken rond de aanpak van online discriminatie hebben Discriminatie.nl en Meld Online Discriminatie in april een samenwerkingsovereenkomst getekend. Ook wordt er samengewerkt met Offlimits aan het uitbreiden van handelingsperspectieven voor slachtoffers van schadelijke, maar legale content in den brede. Ten slotte investeert het kabinet in het Expertise Centrum Aanpak Discriminatie-Politie (ECAD-P) om onder andere de expertise rond online discriminatie te vergroten bij de politie.

Vraag 30

Hoe voert u de motie-Kathmann [Kamerstuk 36740-VII, nr. 23] uit die vraagt om structureel meer middelen beschikbaar te stellen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s)? Welke aanvullende middelen hebben gemeenten hiertoe ontvangen?

Antwoord

De motie van het lid Kathmann verzoekt de regering om structureel extra middelen beschikbaar te stellen voor de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's), en dit voor de komende jaren te dekken uit de vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstverlening. Ook verzoekt de motie om een voorstel uit te werken dat ten minste tegemoetkomt aan de daadwerkelijk gemaakte kosten van IDO's en dit te verwerken in de begroting van het komende jaar.

Zoals eerder aan de Kamer doorgegeven is de door het lid Kathmann voorgestelde dekking niet mogelijk. Ook het beschikbaar stellen van extra financiering bleek niet mogelijk. Het kabinet heeft invulling gegeven aan deze motie door in ieder geval de eerder doorgevoerde 10% budgetkorting te compenseren in de 1e suppletoire begroting van 2026. Deze middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering (DU) overheidsbrede dienstverlening.

Een DU verplicht gemeenten niet om IDO-dienstverlening aan te bieden. De staatssecretaris van BZK maakt bestuurlijke afspraken met gemeenten om de IDO-dienstverlening zo veel als mogelijk te bestendigen.

Vraag 31

Kunt u meer uitleg geven over het Competentiecentrum Digitale Autonomie? Wat is het doel van dit centrum?

Antwoord

Het Digitale Autonomie Competence Center (DACC) helpt overheden en publieke organisaties om meer regie te krijgen over hun digitale infrastructuur en data. Het doel is om de afhankelijkheid van grote buitenlandse technologiebedrijven te verkleinen.

Het DACC ondersteunt bij keuzes rondom cloud, software, dataopslag en digitale samenwerking. Het centrum deelt kennis, ontwikkelt standaarden en stimuleert samenwerking tussen overheden. Het draagt bij aan een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige digitale overheid. Daarbij staan publieke waarden centraal, zoals transparantie, controle over data, veiligheid en digitale soevereiniteit.

Vraag 32

Wat is de stand van zaken van de voorgenomen (gedeeltelijke) migratie van de werkplekken van SSC-ICT naar Microsoft? Gaat de migratie nog door?

Antwoord

De migratie naar de nieuwe werkplek is gestart met een proef-uitrol bij SSC-ICT zelf. Binnenkort zal de migratie voor de afnemende ministeries starten. De nieuwe werkplek kent de nodige verbeteringen op het gebied van veiligheid en privacy, hetgeen gezien de veranderende geopolitieke situatie en het grote aantal cyberaanvallen van de afgelopen tijd steeds belangrijker is. Data en e-mail blijven in eigen beheer binnen het eigen overheidsdatacenter (ODC), en gaan dus niet naar de Microsoft-Cloud. Ik verwijs naar de inhoud van de Kamerbrieven d.d. 27 maart 202612 en 18 februari 202513.

Vraag 33

Hoe staat het met het Onderzoeksprogramma impact van desinformatie?

Antwoord

De resultaten van het onderzoek naar de impact van desinformatie op de democratische rechtsstaat worden in september 2026 verwacht. De appreciatie van het onderzoek wordt eind 2026 met uw Kamer gedeeld door de minister van BZK.


Vragen en antwoorden inzake Jaarverslag Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2025 (Kamerstuk 36740 XIII, nr. 1)

Vraag 34

De integratie van het Digital Trust Center (DTC) en het CSIRT-DSP met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) is eind 2025 afgerond. Hoe wordt gewaarborgd dat de specifieke expertise voor het niet-vitale bedrijfsleven behouden blijft binnen deze nieuwe centrale organisatie?

Antwoord

Het vernieuwde Nationaal Cyber Security Centrum is er voor álle organisaties in Nederland, dus ook voor alle mkb-ers. Hier is de dienstverlening van het vernieuwde Nationaal Cyber Security Centrum op aangepast. Uitgangspunt is dat het beste van beide organisaties wordt gecombineerd.

Er is in de aanloop naar de integratie zorgvuldig gekeken naar de dienstverlening die door beide partijen is aangeboden en hoe deze in het vernieuwde Nationaal Cyber Security Centrum een plek krijgen. Daarbij is er ook oog voor de verschillen in behoeften van de verschillende doelgroepen en wordt gekeken naar verschillende producten en diensten waarop doelgroepen op een voor hen passende wijze kunnen worden bereikt. Het mkb is daarbinnen een belangrijke doelgroep. EZK blijft als opdrachtgever betrokken en zal ook vanuit die rol toezien op dit belang.

Vraag 35

Het ministerie signaleert dat er steeds meer Europese taken op het gebied van digitale wetgeving (zoals de DSA en NIS2) bijkomen zonder dat de budgettaire gevolgen vooraf duidelijk zijn, wat druk legt op de krimpende begroting. Welke structurele aanpassingen worden overwogen in het besluitvormingsproces om beter te kunnen anticiperen op deze EU-verplichtingen?

Antwoord

Zoals in het jaarverslag is aangegeven, wordt binnen EZK momenteel onderzocht hoe beter kan worden geanticipeerd op de budgettaire gevolgen van EU-wetgevingsvoorstellen in relatie tot de interne besluitvormingsprocessen. Omdat dit nog loopt, is nog niet inzichtelijk welke aanpassingen dit vraagt.

Overkoepelende / overige vragen die betrekking hebben op bovenstaande Jaarverslagen

Vraag 36

Er is in 2025 een Rijksbreed datalek ontdekt in metadata van openbaar gemaakte documenten. Welke structurele ICT-oplossingen worden geïmplementeerd om te voorkomen dat metadata in de toekomst handmatig geschoond moeten worden bij publicaties?

Antwoord

In 2025 zijn alle aanwezige documenten op Open.overheid.nl geschoond van persoonsgegevens in de metadata van documenten. Er loopt besluitvorming om tot een structurele oplossing te komen om het lekken van metadata op Open.overheid.nl te voorkomen. De lijn hiervan is dat aanleveraars verantwoordelijk zijn en blijven voor het aanleveren van geschoonde stukken ter publicatie op Open.overheid.nl maar dat via de dienstverlening van Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH) de mogelijkheid wordt geboden om documenten te schonen van persoonsgegevens. Tevens scant RvIHH momenteel alle parlementaire stukken van de departementen die op Open.overheid.nl gepubliceerd staan op onterechte persoonsgegevens in de metadata. RvIHH beschikt over een oplossing om zowel reeds geconstateerde datalekken op te lossen als toekomstige incidenten te voorkomen.

Daarnaast is door RvIHH een generieke functionaliteit operationeel gesteld. Departementen hebben nu de keuze om:

  • zelf voorafgaand aan publicatie persoonsgegevens uit de eigenschappen van documenten te verwijderen;

  • Het volledige publicatieproces bij aanleverende partijen uit te besteden aan RvIHH.

Vraag 37

Wat is de huidige stand van zaken van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS)?

Antwoord

Het uitvoeringsprogramma van de NDS is ingericht en operationeel. De uitvoering van de prioriteiten en interventies vindt plaats voor zover passend binnen bestaande budgetten en capaciteit. Daarbij worden in samenwerking met de verschillende overheden wel keuzes gemaakt in prioriteitstelling, tempo en reikwijdte. Uw Kamer wordt hier nader over geïnformeerd via de jaarrapportage NDS die eind 2026 wordt verwacht.

Vraag 38

Kunt u een bijgestelde raming van de NDS verstrekken, uitgesplitst naar prioriteiten en interventies?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 7.


Vragen en antwoorden inzake Slotwet aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. [2026D25283]

Vragen inzake Slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2025 (36945-VI)

Vraag 1

Kunt u toelichten welk deel van de ophoging van €11,3 mln voor het Openbaar Ministerie samenhangt met versterking van de informatievoorziening? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-4, Memorie van toelichting, artikel 33]

Antwoord

Het bedrag van €11,3 mln. is een saldo van diverse posten maar is grotendeels toe te schrijven aan uitgaven met betrekking tot de (versterking van) de informatievoorziening c.q. het herstellen van de informatievoorziening na het beveiligingsincident van medio 2025.

Vraag 2

Bij het Openbaar Ministerie zijn de verplichtingen opgehoogd met €41,6 mln door correctieboekingen na accountantscontrole, waarbij verplichtingen niet waren vastgelegd in de verplichtingenadministratie. Kunt u aangeven of hieronder ook ICT- of informatievoorzieningsverplichtingen vielen? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-4, Memorie van toelichting, artikel 33]

Antwoord

Het bedrag van €41,6 mln. hangt voor het grootste deel samen met verplichtingen op het terrein van de informatievoorziening.

Vraag 3

Kunt u toelichten welke meerjarige opdracht tot en met 2027 is verstrekt voor de implementatie van de AI-verordening, inclusief opdrachtnemer, looptijd, doel, mijlpalen en de besteding van de €5 mln verplichtingen in 2025? [Kamerstuk, 36945-VI 36945-VI-4, Memorie van toelichting, artikel 34]

Antwoord

Deze vraag is meegenomen in de beantwoording op vraag 9.

Vraag 4

Waarom zijn de PNR-middelen in 2025 niet of niet volledig besteed, en welke activiteiten of systemen zijn daardoor vertraagd? [Kamerstuk, 36945-VI 36945-VI-4, Memorie van toelichting, artikel 36]

Antwoord

Tijdens de start van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland is ervoor gekozen om te beginnen met een Passagiersinformatie-eenheid vanuit een startscenario en van daaruit met de ketenpartners verder uit te bouwen op basis van de praktijkervaring met het instrument, denk hierbij aan het aansluiten van nieuwe databanken en de verdere versterking van de gegevensbescherming binnen de Passagiersinformatie-eenheid Nederland, zoals ook tot uitdrukking komt in de recente rapportage van de Functionarisgegevensbescherming Passagiersinformatie-eenheid Nederland14.

Door prioriteit te geven aan de implementatie van de maatregelen naar aanleiding van de Uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 juni 202215 is deze doorontwikkeling vertraagd. Daarnaast speelt ook de krappe arbeidsmarkt een rol waardoor (specialistische) vacatures niet gelijk kunnen worden opgevuld.

Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat de Passenger Name Data op dit moment met maar één databank, te weten het Schengeninformatiesysteem, wordt vergeleken. Ook is de in de JenV beleidsagenda voor Caribisch Nederland 2021–202516 aangekondigde verkenning naar de mogelijkheden voor het invoeren van wetgeving voor Caribisch Nederland ten aanzien van het gebruik van passagiersgegevens (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit ernstig vertraagd.

Vraag 5

Kunt u voor de Justitiële ICT Organisatie toelichten waarom de totale baten €9,641 mln hoger zijn dan totaal geraamd, terwijl de totale lasten €1,749 mln lager zijn dan geraamd? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-3, Voorstel van wet, agentschap Justitiële ICT Organisatie]

Antwoord

De baten zijn hoger dan begroot vanwege extra vraag vanuit de opdrachtgevers. De lagere kosten komen vanwege lagere afschrijvingskosten door minder investeringen in 2024 en 2025 en lagere ICT-kosten door positieve contractonderhandelingen.

Vraag 6

Kunt u toelichten waarom de kapitaalontvangsten bij de Justitiële ICT Organisatie €19,844 mln lager zijn en de kapitaaluitgaven €13,242 mln lager zijn dan begroot? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-3, Voorstel van wet, agentschap Justitiële ICT Organisatie]

Antwoord

De kapitaalontvangsten bij de Justitiële ICT Organisatie zijn €19,8 mln. lager dan begroot, omdat de gerealiseerde investeringen lager zijn uitgevallen dan oorspronkelijk voorzien en deels zijn investeringen uit eigen middelen gefinancierd. Dit resulteerde in een lagere financieringsbehoefte. De kapitaaluitgaven zijn €13,2 mln. lager dan begroot, doordat in 2024 en 2025 minder is geïnvesteerd en minder is geleend dan voorzien in de begroting over 2025. Dit resulteert in lagere aflossingslasten.

Vraag 7

Kunt u voor het CJIB toelichten of de lagere totale baten van €29,898 mln en lagere totale lasten van €16,612 mln samenhangen met digitaliseringsprojecten, inningssystemen of andere ICT-voorzieningen? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-3, Voorstel van wet, agentschap Centraal Justitieel Incassobureau]

Antwoord

De totale lagere lasten en baten bij het CJIB hebben naast vertraagde projecten grotendeels betrekking op andere factoren zoals compensatie LPO en projectenkostenvergoedingen.

Vraag 8

Kunt u bij de hogere ontvangsten op VOG en naamwijzigingen aangeven of dit heeft geleid tot hogere ICT-belasting of aanpassingen in digitale aanvraagprocessen? [Kamerstuk 36945-VI 36945-VI-4, Memorie van toelichting, artikel 34]

Antwoord

De hogere ontvangsten voor de VOG-producten en naamswijzigingen worden veroorzaakt door een hoger aantal aanvragen van deze producten. Dit heeft niet geleid tot hogere ICT-belasting of aanpassingen in digitale aanvraagprocessen.

Vraag 9

Kunt u uitleggen wat de concrete mijlpalen zijn voor 2026 en 2027 die met dit budget moeten worden gerealiseerd aangezien de implementatie van de AI-verordening is gestart met een verplichting van €5 mln?

Antwoord

Vragen 3 en 9 worden hier in gezamenlijkheid beantwoord. Voor de implementatie van de AI-verordening binnen de domeinen van het ministerie van Justitie en Veiligheid loopt er een meerjarige opdracht van 2025 tot en met 2029. Mijlpalen in deze opdracht zijn het bevorderen van capaciteits- en kennisopbouw bij de taakuitvoering met opleidingen, het opstellen van uitvoerbare kaders en het toetsen en leren van concrete AI-toepassingen. Het grootste gedeelte van de totale middelen voor deze opdracht gaan naar de taakuitvoering. Dit gaat via een bijdrageregeling die direct ten goede komt aan de uitvoering. Verder is er een expertteam ingesteld van twaalf experts die via tijdelijke opdrachten bij uitvoeringsorganisaties bijdragen aan de implementatie van de AI-verordening in die organisaties.

Voor dit expertteam is er een verplichting aangegaan van € 5 mln. door middel van inbesteding bij het Rijks ICT Gilde die tot uiting komt in uitgaven in 2026 en 2027. De AI-verordening verplicht organisaties uiterlijk eind 2030 stapsgewijs de eisen uit de verordening ingevoerd te hebben. Bovengenoemde activiteiten zorgen ervoor dat JenV-organisaties hier in de aanloop 2030 aan die vereisten kunnen voldoen.

Vragen inzake Slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025

(36945-VII)

Vraag 10

Kunt u uitsplitsen welke subsidies en bijdragen op artikel 6 hebben geleid tot de overschrijding van het verplichtingenbudget met €7,2 mln, en welk deel daarvan direct samenhangt met digitalisering? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 6]

Antwoord

Alle uitgaven en verplichtingen op artikel 6 hebben betrekking op digitalisering. De overschrijding van het verplichtingenbudget met € 7,2 mln. is veroorzaakt door de bijdrage aan ICTU voor het ondersteuningsteam NDS en de ondersteuning van de NDS-Raad / centrale commissie Gegevensgebruik en het verstrekken van subsidies, waaronder het Meldpunt Schadelijke Content en de training tegen Online Haat.

Vraag 11

Kunt u specificeren welke bijdragen aan ICTU in het kader van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) in 2025 hoger zijn toegekend dan eerder geraamd, uitgesplitst naar opdracht, programma en bedrag? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 6]

Antwoord

Er zijn twee bijdragen verstrekt aan ICTU in het kader van de NDS die niet waren voorzien met de Najaarsnota:

  1. Het coördinatie- en ondersteuningsteam Realisatie NDS, betreft een opdracht van € 1,6 mln.

  2. Opdracht voor de ondersteuning van de NDS-Raad en Centrale Commissie Gegevensgebruik, betreft een opdracht van € 2,252 mln.

Vraag 12

Waarom was bij het verplichtingenbudget op artikel 6 eerder onvoldoende rekening gehouden met hogere ICTU-bijdragen voor de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 6]

Antwoord

Deze kosten waren nog niet voorzien met de Najaarsnota.

Vraag 13

Welke concrete activiteiten of producten binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zijn met de hogere ICTU-bijdragen gefinancierd? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 6]

Antwoord

Zie antwoord op vraag 11.

Vraag 14

Kunt u aangeven welke verantwoordingen van Logius niet in 2025 zijn ontvangen, waardoor restantbetalingen niet in 2025 gerealiseerd konden worden? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 6]

Antwoord

De onderstaande verantwoordingen zijn in 2025 niet van Logius ontvangen. Hierdoor konden de restantbetalingen ter hoogte van €4,3 mln niet in 2025 worden gerealiseerd. Het betreft verantwoordingen met betrekking tot werkzaamheden uit eerdere jaren, waaronder:

  • Herbouw Officiële Electronische Publicaties en BasisWettenBestand €1,8 mln

  • Notificatieservices voor Berichten over uw Buurt €0,8 mln

  • Beheer & Exploitatie Bekendmakingswet €0,4 mln

  • Beheer & Exploitatie Officiële Publicaties €0,2 mln

  • Diverse bijdragen €1,1 mln

De betreffende verantwoordingen zijn door Logius niet tijdig afgerond, waardoor afrekeningen en bijbehorende restantbetalingen in 2025 niet meer mogelijk waren.

Vraag 15

Kunt u verklaren waarom de uitgaven aan ICT op artikel 11 €12,7 mln. lager zijn uitgevallen en de verplichtingen €11,6 mln. lager zijn uitgevallen dan geraamd? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-4 Memorie van toelichting, artikel 11]

Antwoord

De uitvoering van gestelde groeiambities en (door)ontwikkeling van programma’s en producten/diensten, heeft vertraging in de planning opgelopen, onder andere door afhankelijkheid van stelselpartijen. Hierdoor zijn bepaalde investeringen (nog) niet gedaan, wat ook zijn effect heeft op zowel de uitgaven als ook de ontvangsten bij RvIHH. Uiteindelijk is het voor de RvIHH van belang dat de uitgaven en ontvangsten binnen het kas jaar in balans zijn conform de richtlijnen voor kas/verplichtingen.

Vraag 16

Kunt u voor de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens toelichten waarom de totale baten €10,178 mln lager en de totale lasten €9,838 mln lager zijn dan totaal geraamd, en welke digitale identiteitsdiensten hierdoor zijn geraakt? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-3 Voorstel van wet, agentschap Rijksdienst voor identiteitsgegevens]

Antwoord

Aan de batenzijde wordt de grootste afwijking veroorzaakt door de opbrengsten uit reisdocumenten. Gedurende het jaar werd op basis van de prognoses (verwachte uitgegeven documenten) begin van 2025 verwacht dat de omzet uit reisdocumenten hoger zou uitvallen. Deze ontwikkeling heeft zich echter niet gedurende het gehele jaar voortgezet, waardoor de gerealiseerde omzet achterbleef bij de eerdere prognose.

Aan de lastenzijde zijn de personeelskosten lager uitgekomen dan begroot. Dit komt onder andere door de reorganisatie en de implementatie van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. Daarnaast hebben vertragingen plaatsgevonden bij een aantal geplande activiteiten binnen de ICT-begroting. Deze activiteiten hadden voornamelijk betrekking op de realisatie van technische doorontwikkelingen. De continuïteit van de dienstverlening is hierdoor niet geraakt. De genoemde vertragingen hebben tevens geleid tot lagere opbrengsten aan de batenzijde.

Vraag 17

Kunt u voor SSC-ICT verklaren waarom de totale kapitaaluitgaven €248,497 mln lager zijn dan totaal geraamd en zelfs negatief zijn gerealiseerd? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-3 Voorstel van wet, agentschap Shared Service Center-ICT]

Antwoord

De vastgestelde begroting met betrekking tot de kapitaal uitgaven van SSC-ICT was voor 2025 € 145,7 mln. Er is in 2025 € 102,8 mln. gerealiseerd. Dat is €42,953 mln. minder dan initieel begroot. Dit komt voornamelijk doordat er minder is geïnvesteerd dan verwacht voor de buitenlandse posten en kosten voor onderhoudscontracten. Verder zijn een deel van de begrote investeringen doorgeschoven naar 2026.

Vraag 18

Welke investeringen, vervangingen of ICT-projecten bij SSC-ICT zijn geraakt door de lagere kapitaaluitgaven en lagere kapitaalontvangsten? [Kamerstuk 36945-VII 36945-VII-3 Voorstel van wet, agentschap Shared Service Center-ICT]

Antwoord

De kapitaalontvangsten zijn lager uitgevallen dan begroot omdat er minder beroep is gedaan op de leenfaciliteit. Dat komt doordat de investeringen lager waren dan begroot. Dit komt met name doordat er minder is geïnvesteerd is in onderhoudscontracten en de buitenlandse posten.

Vraag 19

Kunt u een volledig overzicht geven van de kosten die het afgelopen jaar zijn gemaakt ten behoeve van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? Hoeveel kosten zal u in het komende jaar naar verwachting maken?

Antwoord

Zie antwoord op vraag 5 en 7 bij het kopje Jaarverslagen Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Vraag 20

Kunt u duidelijk uitleggen welke middelen aan ICTU zijn uitgekeerd, ten behoeve van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie?

Antwoord

De uitgekeerde middelen ten behoeve van de NDS zijn:

  • € 1,6 mln. voor het coördinatie- en ondersteuningsteam Realisatie NDS.

  • € 2,252 mln. voor de ondersteuning van de NDS-Raad en Centrale Commissie Gegevensgebruik.

Vraag 21

Welke verantwoordingen is Logius in 2025 niet nagekomen, en waarom niet?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 14.

Vraag 22

Kunt u toelichten waarom de opdrachten voor de verbetering van de informatiehuishouding niet op tijd zijn uitgezet, terwijl dit een cruciaal onderdeel is van een transparante overheid?

Antwoord

De wettelijke aanbestedingsregels zijn bedoeld om transparantie en gelijke kansen te waarborgen in het inkoopdomein. Het deugdelijk voorbereiden, toetsen en uitzetten van opdrachten vraagt tijd. Zo ook voor het uitzetten van opdrachten voor de verbetering van de informatiehuishouding.

Vraag 23

Kunt u toelichten waarom het organisaties als Logius en de Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding niet lukt om hun verantwoordingen en facturatie binnen het lopende begrotingsjaar af te ronden, en welke risico's brengt dit mee voor de continuïteit van de digitale dienstverlening?

Antwoord

Tarieven voor rijksbrede ICT-voorzieningen worden achteraf gecorrigeerd op basis van het daadwerkelijke operationele verbruik. Het vaststellen van deze definitieve afrekeningen kan pas plaatsvinden als alle verbruiksgegevens van het gehele kalenderjaar compleet en gecontroleerd zijn.

Vraag 23

Kunt u duidelijker uitleggen waarom de uitgaven en verplichtingen aan ICT lager zijn uitgevallen? Is dit in lijn met wat er ieder jaar wordt overgehouden? Worden de onderbestede middelen alsnog aan ICT uitgegeven?

Antwoord

De grootste veroorzaker van de lagere uitgaven is de afrekening van SSC-ICT voor de doorontwikkeling 2024. Het volledige budget van 2024 via een kasschuif doorgeschoven naar 2025. De uitgave voor 2024 in 2025 viel € 0,8 mln. lager uit dan begroot. Elk jaar worden de kosten voor doorontwikkeling en vernieuwing ICT begroot door leveranciers. De daadwerkelijke uitgaven lijken structureel lager uit te vallen dan begroot. Door vroegtijdige signalering op bijdragen houden we controle over de onderbesteding die elk jaar lager wordt.

Vragen inzake Slotwet Ministerie van Economische Zaken 2025 (36945-XIII)

Vraag 24

Welke diensten, opdrachtgevers of projecten verklaren de hogere baten bij DICTU in 2025? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-3, Voorstel van wet, agentschap, Dienst ICT Uitvoering]

Antwoord

Dit komt met name door een toename in de vraag naar de diensten / producten Werkplekservices (+ € 9,3 mln.), Applicatie Services (+ € 8,2 mln.) en Ontwikkelopdrachten (+ € 5,8 mln.). Het aantal werkplekken is ten opzichte van de DICTU ontwerpbegroting 2025 bijna 4% hoger, voornamelijk bij de ministeries van EZ en LVVN en de RVO.

De hogere baten bij Applicatie Services zijn het gevolg van het in gebruik nemen van eerder ontwikkelde onderdelen. De hogere baten bij Ontwikkelopdrachten komen voornamelijk voort uit een groei van de ontwikkeling van websites.

Vraag 25

Kunt u toelichten waarom DICTU een positief saldo van baten en lasten van €14,328 mln realiseert, terwijl bij de begroting een saldo van nul was geraamd? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-3, Voorstel van wet, agentschap Dienst ICT Uitvoering]

Antwoord

DICTU is een agentschap waardoor DICTU conform het agentschapsmodel altijd raamt op een saldo van nul. Het hogere resultaat is te verklaren door de hogere omzet omdat er meer is afgenomen vanuit de klanten dan voorzien. Hierdoor zijn schaalvoordelen gerealiseerd bij werkplekdiensten en applicatie services. Daarnaast zijn als gevolg van een lager investeringsniveau de afschrijvingskosten en andere daaraan gerelateerde uitgaven lager.

Vraag 26

Kunt u aangeven waarom de kapitaalontvangsten bij DICTU €9,975 mln lager zijn dan totaal geraamd en wat dit betekent voor ICT-investeringen of afschrijvingen? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-3 Voorstel van wet, agentschap Dienst ICT Uitvoering]

Antwoord

Het verschil tussen de gerealiseerde en geraamde kapitaalontvangsten betreft grotendeels een lager beroep op de leenfaciliteit, doordat er minder is geïnvesteerd in infrastructuur. Dit is uitgesteld vanwege de ontwikkeling van een nieuwe bedrijfsstrategie. Deze investeringen schuiven door naar 2026 en 2027.

Vraag 26

Kunt u voor de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) toelichten waarom de totale lasten €4,986 mln lager zijn dan totaal geraamd? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-3 Voorstel van wet, agentschap Rijksinspectie Digitale Infrastructuur]

Antwoord

De toelichting op de realisatie is te vinden in de agentschapsparagraaf van het jaarverslag. Daarin staat dat de geraamde lasten lager zijn uitgevallen omdat het percentage externe inhuur lager was dan begroot en omdat de materiële kosten voor de uitvoering van structurele en incidentele taken voor departementen binnen de begroting bleven. Daarnaast leidden achterblijvende geplande investeringen in materiële vaste activa en lagere realisaties op overige IV-projecten tot lagere afschrijvingskosten dan begroot.

Vraag 27

Kunt u uitleggen waarom doorbelastingen van ICT-kosten naar concernonderdelen als negatieve kosten zijn geboekt onder bijdrage aan SSO's, terwijl deze onder SSO DICTU geboekt hadden moeten worden? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-4, Memorie van toelichting, artikel 40]

Antwoord

Bij het boeken van de negatieve kosten is de verkeerde grootboekrekening/kostensoort gebruikt, waardoor de kosten onder het verkeerde onderwerp in de realisatie is geland. Voor de negatieve kosten in 2026 wordt in goed overleg tussen de betreffende stafdirectie en de afdeling Financiële Diensten en Administratie bepaald waar deze kosten landen.

Vraag 28

Welke correctiemaatregelen neemt het ministerie om te voorkomen dat ICT-doorbelastingen opnieuw op het verkeerde budgetonderdeel worden geboekt? [Kamerstuk 36945-XIII 36945-XIII-4, Memorie van toelichting, artikel 40]

Antwoord

De betreffende casus is intern besproken en hier wordt nu beter op gecontroleerd.

Vraag 29

Kunt u uitleggen wat de exacte oorzaak is van de vertraging bij de projecten Quantum Delta en Photon Delta, en in hoeverre dit de Nederlandse positie op het gebied van digitale soevereiniteit en hoogwaardige technologie in gevaar brengt?

Antwoord

Bij de uitwerking van NGF-plannen is het mogelijk dat in de praktijk meer tijd nodig is voor de RVO in samenwerking met de NGF-stichtingen om de middelen aan te wenden. Dit betekent dat in de uitvoering de RVO en de stichtingen de precieze plannen afstemmen met de markt en de actuele financieringsbehoefte daarop wordt aangepast. Hierdoor worden sommige elementen van de programma’s later gerealiseerd. De voortgang wordt zorgvuldig gemonitord zodat de plannen wel zo snel mogelijk ten uitvoer worden gebracht en de Nederlandse positie gewaarborgd blijft.

Vraag 30

Kunt u aangeven hoe de aanzienlijke boekingsfout van €18,7 mln. bij de doorbelasting van ICT-kosten heeft kunnen ontstaan, en welke maatregelen vervolgens zijn genomen om de transparantie van ICT-uitgaven binnen de rijksoverheid te verbeteren?

Antwoord

Ongeveer € 8 mln. wordt verklaard doordat bij doorbelasten van kosten de verkeerde grootboekrekening/kostensoort is gebruikt. Een deel wordt verklaard door een verkeerde koppeling tussen de begroting in de financiële administratie en de begroting in onze begrotingsstukken. Om dit op te lossen vinden aanpassingen plaats in de financiële administratie, waardoor het budget en de kosten voor DICTU nu op de juiste plek worden weergegeven in de begrotingsstukken van EZK.

Overkoepelende / overige vragen die betrekking hebben op bovenstaande slotwetten

Vraag 31

Wat zijn de kosten geweest om het nieuwe Staatssecretariaat voor Digitale Economie en Soevereiniteit in te richten? Kunt u inzicht bieden in hoe de politieke verantwoordelijkheid voor Digitale Zaken nu organisatorisch is ingericht?

Antwoord

In de voorjaarsbesluitvorming is binnen de budgetten van EZK € 5,7 mln. vrijgemaakt voor directe ondersteuning van de twee extra bewindspersonen bij EZK ten opzichte van het vorige kabinet. De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit is daar één van. Dit betreft directe ondersteuning voor stafadvies, vervoer, reizen, beveiliging, communicatie en huisvesting.

De organisatorische aanpassingen als gevolg van de portefeuilleverdeling tussen de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit en de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid worden op dit moment voorbereid. De budgettaire aanpassingen tussen BZK en EZK worden naar verwachting verwerkt in de ontwerpbegrotingen 2027.

Vraag 32

Hoe voert u de motie-Six Dijkstra [Kamerstuk 26 643, nr. 1407] uit om de kosten van ICT-licenties structureel beter inzichtelijk te maken?

Antwoord

Een haalbare uitvoering van de motie Six Dijkstra (NSC)17 is beschreven in de brief van afgelopen december18 waarmee ook gevolg is gegeven aan een tweetal toezeggingen19 voor het beter inzichtelijk maken van ICT-kosten. De kosten van ICT-licenties worden niet centraal bijgehouden. Er wordt wel gesproken over ICT-dienstverlening, waar licenties een onderdeel van kunnen uitmaken. Het spreken over ICT-dienstverlening in plaats van enkel licenties past bij de huidige ontwikkelingen waar de dienstverlening ‘as a service’ wordt aangeboden, doelend op de ontwikkelingen als Platform as a Service (PAAS), Infrastructure as a Service (IAAS) en Software as a Service (SAAS). Deze ICT-dienstverlening wordt via resellers gecontracteerd, waarmee geen primaire financiële transacties naar de uiteindelijke leveranciers inzichtelijk zijn.

Vanuit de begrotingscyclus wordt onder meer via datasets20 gerapporteerd over uiteenlopende categorieën van ICT-dienstverlening. Een specifieke duiding van licentiekosten is daar niet uit op te maken.


Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek aan het Ministerie van Justitie en Veiligheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. [2026D25284]

Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (36945-VI-2)

Vraag 1

Hoe verklaart u de trends rondom online criminaliteit?

Antwoord

De trends zoals opgenomen in het verslag van de Algemene Rekenkamer komen uit de CBS Veiligheidsmonitor die aan de Kamer is aangeboden op 2 maart 2026. In 2025 hebben ruim 200.000 personen van 15 jaar en ouder de vragenlijst ingevuld.

  • Politie en OM constateren dat de drempel voor online criminaliteit is verlaagd. Waar voorheen technische expertise vereist was, kunnen tegenwoordig kant-en-klare tools en handleidingen eenvoudig online worden aangeschaft via berichtendiensten en/of platforms (zoals Telegram, fora en het dark web). Ook het gebruik van AI speelt hierbij in toenemende mate een rol. Dit stelt individuen in staat om met minimale investering en technische kennis cyberaanvallen uit te voeren. Criminelen kunnen daarnaast met één handeling vaak vele mogelijke slachtoffers maken.

  • De Kamer wordt over trends en ontwikkelingen in online criminaliteit geïnformeerd via de jaarlijkse Kamerbrieven over de voortgang van de integrale aanpak van cybercrime en de integrale aanpak online fraude.

De laatste Voortgangsbrief over de aanpak van cybercrime was op 25 juni 2025. De eerstvolgende voortgangsbrief cyber is voorzien in september 2026. Dan wordt ook de publicatie van een nieuw Cybercrimebeeld van OM en politie 2026 verwacht. In de Kamerbrief van 9 december 2025 is geïnformeerd over de stand van zaken en doorontwikkeling van de integrale aanpak online fraude. De volgende update over de aanpak online fraude wordt voor het zomerreces aan de Kamer aangeboden.

Vraag 2

Waarom heeft u nog geen opvolging gegeven aan de vorig jaar geconstateerde ICT-gerelateerde onvolkomenheden? Kunt u op alle drie de onvolkomenheden concreet ingaan?

Antwoord

Zoals geconstateerd door zowel de Audit Dienst Rijk (ADR) als de Algemene Rekenkamer (ARK) is er in 2025 opvolging gegeven én voortgang geboekt op de bevindingen (ADR) en onvolkomenheden (ARK) omtrent informatiebeveiliging. Hieronder kort uiteengezet de voortgang op de geconstateerde onvolkomenheden.

1. Accreditaties
Het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan het vergroten van de personele capaciteit voor accreditaties. Daarnaast heeft het interdepartementale accreditatiebeleid geleid tot het opstellen van een specifiek accreditatiebeleid JenV, het inrichten van een stelsel van accreditatieprocesbeschrijvingen en het opzetten van een kwaliteitsraamwerk. Op basis hiervan is gestart met het risico-gestuurd accrediteren van een aantal hoog-gerubriceerde informatiesystemen, waarmee wordt bijgedragen aan verbeterde bescherming van deze systemen tegen mogelijke beveiligingsincidenten zoals cyberaanvallen en datalekken. Een deel van de achterstand in de accreditatieverlening is hiermee weggewerkt.

2. Opvolging verbeterpunten uit beveiligingstesten
Het realiseren van deze verbeterpunten heeft een meerjarig karakter en kan daarmee niet binnen één jaar worden weggewerkt. Het hiervoor opgestelde verbeterplan voorziet onder meer in het bestendigen van redteamonderzoeken in de lijnorganisatie. Daarnaast wordt door middel van een periodieke kwaliteitscyclus voor redteamonderzoeken getoetst of de mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd en het gewenste beveiligingseffect wordt gerealiseerd.

3. Informatiedeling
Aan de informatie-uitwisseling tussen departement en JenV-organisaties over informatiebeveiliging wordt gewerkt, onder meer door het proces informatiedeling verder aan te scherpen en het toezicht daarop nader uit te werken. Verder is informatiebeveiliging vaker en met meer diepgang onderwerp van bestuurlijk gesprek tussen departement en taakorganisaties.

Vraag 3

Hoe groot is de achterstand in de accreditatieverlening?

Antwoord

Accreditaties worden risico-gebaseerd opgepakt. Aan kritieke, hooggerubriceerde systemen en informatiesystemen die gerubriceerde informatie van EU of NAVO verwerken wordt voorrang gegeven. Van de informatiesystemen die aan voornoemde criteria voldoen zijn momenteel acht informatiesystemen geaccrediteerd en negen accreditatieonderzoek zijn lopen op het moment.

Vraag 4

Laat de achterstand in de accreditatieverlening zich alleen uitleggen door een gebrek aan personeel? Welke factoren spelen mogelijk nog een rol?

Antwoord

Het opbouwen van accreditatiedossiers met actuele en vastgestelde documentatie is een tijds- en arbeidsintensief proces voor de organisatieonderdelen, waardoor regelmatig wachttijden ontstaan. Dit wordt zo veel mogelijk ondervangen door gelijktijdig meerdere accreditatieonderzoeken op te starten, maar heeft desondanks, naast capaciteitsgebrek, een grote invloed op de snelheid waarmee achterstanden in de accreditatieverlening worden weggewerkt.

Een gestructureerde werkwijze (de Security Accreditatie Strategie) draagt bij aan een heldere werkwijze van het te doorlopen proces en de verwachte inspanning van de auditee.

Benadrukt wordt dat ondanks de druk om achterstanden weg te werken geen concessies worden gedaan aan kwaliteitsnormen.

Vraag 5

Welke opvolging geeft u aan beveiligingstesten van ethische hackers? Kunt u concreet uitleggen wat u met de uitkomsten doet of heeft gedaan, specifiek bij de drie door de Algemene Rekenkamer genoemde tekortkomingen?

Antwoord

Het realiseren van deze verbeterpunten heeft een meerjarig karakter en kan daarmee niet binnen één jaar worden weggewerkt. Het hiervoor opgestelde verbeterplan voorziet onder meer in het bestendigen van redteamonderzoeken in de lijnorganisatie. Daarnaast wordt door middel van een periodieke kwaliteitscyclus voor redteamonderzoeken getoetst of de mitigerende maatregelen zijn geïmplementeerd en het gewenste beveiligingseffect wordt gerealiseerd (d.m.v. herhaaltesten). Concreet zijn verder de volgende maatregelen getroffen in het kader van de genoemde tekortkomingen:

  • Voor (netwerk)monitoring wordt gericht detectie software ingezet op (actuele) kwetsbaarheden.

  • Ten aanzien van onveilig toegangsbeheer is departementaal beleid voor logging vastgesteld en worden tools ingezet voor verscherpt beheer en toezicht op het gebruik van gebruikersaccounts met hoge toegangsrechten.

  • In het kader van het verbeteren van onveilig netwerkontwerp wordt beleid ontwikkeld voor netwerksegmentering.

Vraag 6

Welke voordelen heeft het decentraal beleggen van de informatiebeveiliging bij 70 JenV-organisaties? Welke risico’s kent dit stelsel?

Antwoord

Het decentraal beleggen van de verantwoordelijkheid voor informatiebeveiliging is in lijn met de aanstaande cyberbeveiligingswet (cbw). Het legt daarmee de verantwoordelijkheid in de bestuurskamer van de individuele organisatie en geeft hiermee aan dat informatiebeveiliging niet enkel een ICT probleem is. De taakorganisatie heeft immers als geen ander kennis van de eigen (wettelijke en overige) kerntaken en mogelijke beveiligingsrisico’s. Zicht houden op de staat van informatiebeveiliging is een inherent risico bij een decentraal stelsel.

Vraag 7

Hoe ziet u er op toe dat alle 70 JenV-organisaties een gelijke mate van cyberveiligheid kennen?

Antwoord

Voor de staat van de informatiebeveiliging bij taakorganisaties is het van belang dat risico’s inzichtelijk zijn en erop wordt gestuurd. De informatie-uitwisseling die hiervoor nodig is wordt verbeterd, onder meer door het proces informatiedeling verder aan te scherpen en het toezicht daarop nader uit te werken. Verder is informatiebeveiliging vaker en met meer diepgang onderwerp van bestuurlijk gesprek tussen departement en taakorganisaties. De gelijke mate van cyberveiligheid krijgt ook concreet vorm door meer gebruik van centraal ingerichte basis ICT-voorzieningen zowel departementaal (Gemeenschappelijke Digitale Diensten) als rijksbreed (Generieke Digitale Infrastructuur) waarop de taakorganisaties hun informatiebeveiliging verder inrichten.

Vraag 8

Hoe vaak en hoe is het iTrechter-systeem gecontroleerd op een mogelijke discriminatoire bias? Kunt u deze analyse(s) met de Kamer delen?

Antwoord

Het iTrechter-systsem is in het verleden niet gecontroleerd op een mogelijke discriminatoire basis. De politie heeft de volgende maatregelen getroffen: het doel van ieder algoritme wordt beschreven in een brondocument, de officier van Justitie toetst de totstandkoming van een algoritme, vooraf aan het activeren van het algoritme wordt er getest of de drempelwaarden juist zijn ingesteld, het algoritme wordt voortdurend aangepast op (onbedoelde) uitzonderingssituaties, er zijn korte feedbackrondes om onterechte signalen gelijk aan te passen, overleg over- en onderhoud van algoritmes vindt wekelijks plaats, indien nodig ad-hoc, een signaal afkomstig uit het algoritme geldt niet als voldoende voor een controle, er zijn meerdere akkoorden.

Vraag 9

Hoe wordt de privacy van onschuldige burgers gewaarborgd bij het gebruik van iTrechter?

Antwoord

Vanaf de selectie van het veiligheidsprobleem tot aan de feitelijke interventie is in het systeem en het werkproces rekening gehouden met privacy. ANPR-camera’s worden uitsluitend geplaatst onder doelbinding. Dat betekent dat gegevens uit de camera’s niet voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor ze zijn ingesteld; data zonder verwerkingsgrondslag worden verwijderd, verwerking vindt plaats onder de bepalingen van de Wet politiegegevens; alleen geautoriseerde personen hebben toegang tot naar personen herleidbare data; er vindt een menselijke/professionele toets plaats tussen uitkomsten van het algoritme en de feitelijke controle op straat.

Vraag 10

Kunt u concreet ingaan op de risico’s die als categorie ‘midden’ of ‘hoog’ zijn getoetst bij het gebruik van iTrechter? Hoe gaat u deze punten concreet verbeteren?

Antwoord

Mitigerende maatregelen op de risico’s die als midden of hoog getoetst zijn, worden meegenomen in de ontwikkeling van het Generieke Sensingplatform (GSP).

Vraag 11

Waarom heeft u voor iTrechter geen gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) uitgevoerd? Gaat u dit alsnog doen?

Antwoord

De verplichting voor de uitvoering van een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) in de zin van een verwerking in het kader van de Wpg, indien er waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen is, is per 1 mei 2018 in de Wpg geïntroduceerd bij de implementatie van de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging. Aangezien een GEB voorafgaand aan de verwerking moet worden uitgevoerd, was dat voor de iTrechter niet verplicht, want de iTrechter bestond al. Er zal een GEB uitgevoerd worden voor het Generieke Sensingplatform (GSP).

Vraag 12

Bij hoeveel profielen heeft u het gebruiken van persoonsgegevens onvoldoende gemotiveerd?

Antwoord

Er zijn door de Algemene Rekenkamer drie algoritmes (profielen) onderzocht. Voor alle drie geldt dat in het onderliggende brondocument wordt vereist dat de gegevensverwerking voldoet aan de doelbinding. Aanvragers hoeven dit echter voor hun algoritme niet te onderbouwen waarom dit geldt voor hun inzet. De politie past dit aan in het vernieuwde brondocument.

Vraag 13

Hoe gaat u opvolging geven aan de aanbeveling om de werkwijze uit te breiden om privacyrisico’s te beperken? Wat is hiervoor uw tijdlijn?

Antwoord

iTrechterfunctionaliteit wordt overgeheveld naar het Generieke Sensingplatform. Aanbevelingen uit het verantwoordingsonderzoek zullen worden meegenomen in de ontwikkeling van dit nieuwe platform.

Vraag 14

Waarom kon u de Algemene Rekenkamer geen inzage geven in de beveiliging van iTrechter? Kunt u dit inzicht in het vervolg alsnog verlenen?

Antwoord

De Algemene Rekenkamer (ARK) heeft, zonder enige belemmering, inzage gehad in de gehele IT-infrastructuur (incl. beveiligingscomponenten) van de iTrechter tijdens haar onderzoek.

De ARK heeft bij deelonderdeel 4.09 'Security by design' van het toetsingskader aangegeven dat als gevolg van een verouderde omgeving niet kan worden aangetoond dat de principes van security by design destijds zijn toegepast. Inzage hierover is niet mogelijk omdat het systeem vijftien jaar oud is. Er valt op basis van de huidige informatie niet aan te tonen op basis van welke principes het ontwerp heeft plaatsgevonden.

Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (36945-VII-2)

Vraag 15

Welke hersteltermijnen hanteert SSC-ICT om digitale werkplekken na een langdurige verstoring weer beschikbaar te maken voor rijksambtenaren?

Antwoord

SSC-ICT levert haar dienstverlening conform voorwaarden die zijn vastgelegd in een Producten en dienstencatalogus (PDC). Er is sprake van een formele hersteltijd (RTO) van maximaal 16 werkuren.

Voor majeure en complexe verstoringen is vooraf geen hersteltijd af te geven. Dit is afhankelijk van de omstandigheden. Wel is SSC-ICT doende om het herstelproces zodanig te optimaliseren dat de doorlooptijd zo kort mogelijk is.

Vraag 16

Op welke wijze wordt digitale soevereiniteit meegewogen bij de keuze en inrichting van digitale werkplekken binnen de rijksoverheid?

Antwoord

Digitale autonomie en de inzet van Open Source heeft veel aandacht binnen de Rijksoverheid, ook bij de keuze en inrichting van de digitale werkplekken. De overheid volgt sinds 2020 het beleid ‘Open, tenzij-beleid’: software van de overheid moet zoveel mogelijk open source zijn. Voor wat betreft de ‘tenzij’ is aangesloten bij de weigeringsgronden van de Wet Open Overheid. Om overheden te helpen dit te operationaliseren is een afwegingskader gemaakt. De huidige digitale werkplek is op dit moment gebaseerd op Microsoft-componenten die deels of geheel in de cloud draaien. Stapsgewijs vervangen we die componenten door autonome componenten. SSC-ICT, DICTU en DUO hebben de opdracht gekregen om een soevereine digitale werkplek te ontwikkelen. Volgend jaar wil ik de eerste testgebruikers overzetten naar deze soevereine digitale werkplek.

Vraag 17

Hoe reageert u op de constatering dat de digitale werkplekken van het Rijk onvoldoende weerbaar zijn? Welke conclusies verbindt u hier aan?

Antwoord

De Algemene Rekenkamer (ARK) constateert dat SSC-ICT voldoende maatregelen treft om het risico op verstoringen of misbruik te verkleinen. De ARK geeft tevens aan dat een vastgesteld bedrijfscontinuïteitsbeleid en een crisismanagementplan mist, en dat SSC-ICT daardoor risico loopt. Zoals ook door de ARK wordt geconstateerd, werkt SSC-ICT hieraan middels een in 2025 gestart programma t.b.v. bedrijfscontinuïteitsmanagement en crisismanagement en het regelmatig oefenen daarvan. Dit programma heeft hoge prioriteit. Onderdeel van dit programma is het in 2026 uitwerken en oefenen van herstelplannen voor de belangrijkste diensten die SSC-ICT levert.

Vraag 18

Op welke manier is de weerbaarheid van de digitale werkplekken reeds onderzocht? Kunt u de uitkomsten, al dan niet vertrouwelijk, aan de Kamer doen toekomen?

Antwoord

SSC-ICT onderzoekt en test doorlopend de weerbaarheid van de digitale werkplekken door het uitvoeren van risicoanalyses, pentesten en audits. SSC-ICT kan de resultaten van security testen vertrouwelijk delen (via de leeskamer-procedure).

Vraag 19

Welke aanbevelingen of acties uit het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst zijn, 16 jaar na de start, volwaardig geïmplementeerd? Welke niet, en waarom niet?

Antwoord

Hiervoor verwijs ik u naar de Jaarrapportage Bedrijfsvoering (JBR) 2014.21 Het programma Compacte Rijksdienst is eind 2014 door het kabinet afgesloten. Twaalf van de 17 projecten waren op dat moment afgesloten en de resultaten opgeleverd en gemeld via de JBR 2014. De resterende vijf projecten die toen conform planning langer doorliepen zijn in de lijn belegd.

Vraag 20

Waarom is destijds door Economische Zaken besloten om toch eigen digitale werkplekken te ontwikkelen? Wat is het voordeel van de twee digitale werkplekken naast elkaar laten bestaan?

Antwoord

Dit vraagstuk speelde in 2014. Het ministerie van Economische Zaken zou gaan aansluiten bij de digitale werkplek van BZK/SSC-ICT, daarover waren bestuurlijk afspraken gemaakt. SSC-ICT had in die tijd echter geen gelegenheid om een ministerie van de omvang van Economische Zaken, met ruim 12.000 werkplekken (inclusief uitvoeringsorganisaties) te bedienen. Economische Zaken moest destijds een vervanging regelen voor het aflopende werkplekcontract met Capgemini, en kon niet wachten totdat SSC-ICT wel tijd had. Vanwege dit planningsprobleem heeft Economische Zaken besloten toch zelf een digitale werkplek in de markt te zetten. Dit was noodzakelijk voor de continuïteit op dat moment.

Wat verder een rol speelde was dat Economische Zaken ook een aantal uitvoeringsorganisaties bedient (RVO, NVWA) die hogere eisen stellen aan een digitale werkplek dan het gemiddelde kerndepartement. Denk daarbij aan de verwerking van geografische informatie en het mobiel ondersteunen van inspecties in het veld. De digitale werkplek van Economische Zaken biedt daar wel mogelijkheden voor, die de SSC-ICT-werkplek destijds niet bood. Een voordeel hiervan is dat de onderlinge informatie-uitwisseling tussen de uitvoeringsorganisaties en de kerndepartementen beter is geborgd.

Vraag 21

Waarom hebben Algemene Zaken, Defensie, en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap hun eigen werkplekvoorziening?

Antwoord

De keuze voor de eigen werkplekvoorziening is een departementale verantwoordelijkheid. Zeven departementen hebben besloten om hun werkplek bij SSC-ICT af te nemen, twee departementen nemen hun werkplek af bij DICTU. Drie departementen hebben besloten om een eigen werkplekvoorziening in te richten. Er is geen inzicht in de beweegredenen van deze departementen om een eigen werkplekvoorziening te gebruiken. Zoals eerder genoemd bij vraag 16, is er wel een initiatief gestart om de werkplekken bij drie dienstverleners te harmoniseren. SSC-ICT, DICTU en DUO hebben de opdracht gekregen om een soevereine digitale werkplek te ontwikkelen. Daarmee worden stappen gezet om een uniforme werkplek aan te bieden aan tien departementen.

Vraag 22

Welke afwegingen maken de verschillende departementen om te kiezen voor 1) de werkplek van SSC-ICT; 2) de werkplek van DICTU; 3) het inrichten van een eigen werkplek?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 21.

Vraag 23

Zijn er schaalvoordelen voor het samenvoegen van werkplekken tot één centrale, digitaal onafhankelijke werkplek? Zijn deze voordelen onderzocht, en zo ja, kunt u ze met de Kamer delen?

Antwoord

Het samenvoegen van werkplekken tot één centrale, digitaal onafhankelijke werkplek kan schaalvoordelen bieden, voor zover het mogelijk is om daarmee aan alle behoeften van de verschillende overheden te voldoen. In zijn algemeenheid geldt dat schaalvergroting tot spreiding van vaste kosten leidt, hetgeen ten goede komt aan de kostprijs. Schaalvergroting leidt ook tot verdere standaardisering binnen het Rijk en effectiever inzetten van schaars IT personeel. In het kader van een ‘slagvaardige overheid’ heeft schaalvergroting dan ook de nadrukkelijke aandacht van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Vraag 24

Waarom is er nog geen vervolg gegeven aan het onderzoek naar de samenwerking tussen SSC-ICT en DICTU? Wat zijn de redenen?

Antwoord

Er is inmiddels gestart met een verdiepingsonderzoek naar nadere samenwerking op diverse terreinen. De uitkomsten zijn over enige maanden beschikbaar.

Vraag 25

Welke onderzoeken vinden plaats in het kader van de aangekondigde ‘Digitale Dienst’? Wordt het wel of niet samenvoegen van SSC-ICT en DICTU hier expliciet bij betrokken?

Antwoord

Naar aanleiding van de motie Kathmann c.s.22 heeft de voormalig staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitale Zaken advies gevraagd aan de NDS-Raad over de digitale dienst. Dit advies is op 7 mei jl. ontvangen en wordt betrokken bij het verdere onderzoek naar de rol, het mandaat en de positionering die de dienst zou kunnen krijgen. Hoewel het advies niet direct ingaat op het samenvoegen van dienstverleners, wordt wel aangegeven dat een digitale dienst aandacht moet hebben voor het overheidsbreed ‘programmeren’, namelijk het verbinden van de portfolio’s, capaciteit en implementatieplanning van uitvoeringspartners. Uw Kamer wordt door de Staatsecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit nader geïnformeerd over de opvolging van dit advies en de eventuele oprichting van een digitale dienst, waarbij een lerende aanpak centraal staat.

Voorts is de Auditdienst Rijk (ADR) gevraagd een onderzoek te doen naar ICT-dienstverleners in de rijksbrede bedrijfsvoering, als vervolg op Motie Buijsse.23 Zij zal onderzoeken hoe de samenwerking tussen (enkele) dienstverleners, waaronder SSC-ICT en DICTU, verbeterd kan worden en of samenvoeging van diensten/dienstverleners daarbij voordelen kan bieden. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt uw Kamer in de eerste helft van 2027 geïnformeerd. Ook wordt vanuit de rijksorganisatie zelf gekeken hoe een verdere harmonisatie van de dienstverleners eruit zou kunnen zien. Op basis van de bevindingen zal worden beoordeeld of bijstelling van de startpositie van de Nederlandse Digitale Dienst noodzakelijk is.

Vraag 26

Wanneer komt het onderzoek uit naar autonome cloudvoorzieningen voor SSC-ICT en DICTU? Wat is het doel en de strekking van het onderzoek precies?

Antwoord

SSC-ICT, DICTU en DUO werken nauw samen bij het onderzoeken van de samenwerking op het terrein van een (rijksbrede) soevereine werkomgeving. De opdracht hiervoor wordt momenteel opgesteld in overleg met de ICBR (interdepartementale commissie bedrijfsvoering rijk). Bedoeling is om in 2026 diverse proof of concepts uit te voeren. Op basis hiervan wordt het vervolgtraject bepaald.

Vraag 27

Hoe verklaart u het grote verschil in de jaarlijkse kosten per gebruiker tussen de werkplek van SSC-ICT en DICTU? Hoe kunt u dat verschil kleiner maken?

Antwoord

Uit het onderzoek door de Rekenkamer is geen verklaring gekomen voor dit prijsverschil. DICTU gaat nu zelf in samenwerking met SSC-ICT onderzoek doen om dit tariefverschil te verklaren.

Vraag 28

Wordt er ook gekeken naar het opschalen van bestaande initiatieven voor digitale autonomie, zoals MijnBureau? Waarom gebruiken SSC-ICT en DICTU hun schaal niet om MijnBureau op te schalen?

Antwoord

Bestaande initiatieven voor digitale autonomie zoals MijnBureau en andere Europese initiatieven worden op herbruikbaarheid bezien bij de ontwikkeling van de (Rijksbrede) Soevereine werkomgeving. Zie hiervoor ook de antwoorden op vragen 22 en 26.

Vraag 29

Wat is uw ambitie voor het wel of niet samenvoegen of samen laten werken van SSC-ICT en DICTU? Welke voor- en nadelen zou dat hebben?

Antwoord

Mijn ambitie is gericht op optimale samenwerking tussen ICT-dienstverleners. Dat heeft als voordelen onder meer kostenbeheersing, interoperabiliteit en inzet van schaarse ICT-resources. Het samenvoegen van ICT-dienstverleners leidt af van de grote opgaven waarvoor het Rijk momenteel is gesteld. SSC-ICT en DICTU, twee van de grootste ICT-dienstverleners binnen het Rijk, werken al op diverse terreinen samen.

Zo lopen er (vervolg)onderzoeken naar nadere samenwerking op het terrein van Oracle en werkplekken en gaan beide organisaties samen met DUO SSC-ICT, in opdracht van de ICBR (interdepartementale commissie bedrijfsvoering rijk) aan de slag met het ontwikkelen van een soevereine werkomgeving. Dit wordt momenteel verder uitgewerkt in een opdracht van de ICBR. Zie ook het antwoord op vraag 26.

Vraag 30

Kunt u de gebruikstarieven voor SSC-ICT en DICTU uiteenzetten? Waar worden die 1.500 / 3.000 euro per werkplek aan uitgegeven?

Antwoord

De tarieven zijn gebaseerd op de kosten die worden gemaakt voor de levering van dienstverlening waaronder personeel, huisvesting, licenties, hardware etc.

Vraag 31

Kunt u alle geconstateerde onrechtmatigheden bij Logius, SSC-ICT en RvIG één-voor-één toelichten?

Antwoord

Hieronder staat een toelichting op de grootste onrechtmatigheden bij Logius, SSC-ICT en RvIG. De resterende onrechtmatigheden zijn relatief beperkt in financiële omvang. Deze zijn bijvoorbeeld ontstaan door foutieve inhuurprocedures, het niet goed doorlopen van een aanbestedingsprocedure voor producten of diensten, of onrechtmatigheden als gevolg van rijksbrede (overbruggings)overeenkomsten van categoriemanagement (deze laatste betreffen in totaal circa € 2,5 mln. voor Logius, SSC-ICT en RvIG).

Logius: totaal circa € 80,5 mln.

  • Infrastructuurovereenkomst: circa € 38,6 mln. door gebruik van een onrechtmatige overeenkomst. In 2025 zijn een aantal migraties naar de nieuwe infrastructuur afgerond, waardoor deze onrechtmatigheid in 2026 zal afnemen.

  • DigiD en DigiD-machtigen: circa € 15,5 mln. door verlenging van de overeenkomst in 2024. In 2025 is een nieuwe rechtmatige overeenkomst gesloten, waardoor deze onrechtmatigheid per 2026 vervalt.

  • Digipoort en Globe: circa € 24,8 mln. door voortgezet gebruik van een onrechtmatige overeenkomst.

SSC-ICT: totaal circa € 55,7 mln.

  • Overschrijding van de maximale contractwaarde van ICT-hardware overeenkomsten: circa € 38,5 mln. door onvoldoende monitoring van afnames, gestegen prijzen en hogere afnames dan vooraf ingeschat.

  • Bestellingen onder verlopen overeenkomst: circa € 12,5 mln., waarvan circa € 4 mln. het gevolg is van de door de Auditdienst Rijk (ADR) gehanteerde extrapolatiemethode als gevolg van een steekproefcontrole.

  • Prestatieonderbouwing bij factuurbetalingen: circa € 3,3 mln. door ontbrekende of onvoldoende kwaliteit van de onderbouwing in de administratie.

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG): totaal circa € 20,5 mln.

  • Berichtendiensten GBA en reisdocumenten: circa € 16,3 mln. door een rechtstreeks en tijdelijk gesloten overeenkomst. RvIG is bezig met het onderbrengen van deze dienstverlening in eigen beheer waarna dit tijdelijke onrechtmatige contract vervalt.

  • Siem/SOC-dienstverlening: circa € 1,2 mln. Siem/SOC-dienstverlenging als overbrugging voor het inbesteden van deze dienstverlening.

Voor een uitgebreidere toelichting wordt u verwezen naar de Bedrijfsvoeringsparagraaf in Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 202524.

Vraag 32

Hoe reageert u op de constatering dat de aanbestedingswetgeving niet wordt nageleefd? Op welke vlakken is dit het geval geweest?

Antwoord

Allereerst zet het ministerie van Binnenlandse Zaken zich in om de aanbestedingsregelgeving na te leven. Alleen in hoogst uitzonderlijke gevallen vindt een afweging plaats tussen rechtmatigheid en doelmatigheid, waarbij vanwege bijvoorbeeld continuïteit- en of veiligheidsredenen op gemandateerd niveau kan worden besloten een onrechtmatige inkoop te doen. Daarnaast kunnen in de controles van controlerende instanties ook rechtmatigheidsfouten worden gerapporteerd. In beide gevallen stuur ik op het voorkomen en ten minste verminderen van deze fouten. Dit doe ik door daarvoor op bestuurlijk niveau binnen het departement aandacht te blijven vragen en het gesprek daarover te blijven voeren, waarbij ook continuïteitsbelangen worden meegewogen.

In het antwoord op vraag 31 leest u op welke vlakken het niet voldoen aan aanbestedingsregelgeving onder meer het geval is geweest.

Vraag 33

Wordt / worden er door het niet naleven van de aanbestedingswetgeving één of meerdere marktpartijen bevoordeeld? Kunt u onderbouwen dat hier géén sprake van is?

Antwoord

Het valt niet uit te sluiten dat marktpartijen een voordeel hebben wanneer rechtstreeks een contract wordt gesloten of een overeenkomst onrechtmatig wordt verlengd.

Vragen inzake Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Economische Zaken (36945-XIII-2)

Vraag 34

Welke aanbevelingen of acties uit het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst zijn, 16 jaar na de start, volwaardig geïmplementeerd? Welke niet, en waarom niet?

Antwoord

Zie vraag 19.

Vraag 35

Kunt u de technische verschillen tussen de werkplekken van SSC-ICT en DICTU, die volgens de Rekenkamer sinds 2023 toenemen, verklaren? Op welke specifieke technische functies verschillen de werkplekken en waarom?

Antwoord

De grootste functionele verschillen bevinden zich op het gebied van opslag en standaardfunctionaliteiten. De opslag voor een gebruiker is bij DICTU ruimer en bij SSC-ICT zijn meer functionaliteiten ‘standaard’. De ‘Digitale Werkomgeving’ van SSC ICT blijft nagenoeg volledig on premise gehost. De ‘Cloud Werkplek’ van DICTU daarentegen maakt gebruik van een deel van de public clouddiensten van Microsoft. De belangrijkste public cloudapplicaties die DICTU inzet zijn Teams, OneDrive en Exchange Online.

Vraag 36

Wanneer wordt het onderzoek naar een open source cloudplatform afgerond? Hoe worden de uitkomsten gebruikt voor nieuw beleid?

Antwoord

Er heeft een eerste technisch onderzoek plaatsgevonden naar mogelijkheden en toepasselijkheid. Dit is recent met positief resultaat afgerond en biedt houvast voor een functioneel vervolgonderzoek. EZK en BZK bezien komende tijd nader hoe de uitkomsten kunnen worden toegepast in nieuw beleid.

Vraag 37

Kunt u de tariefverschillen tussen de werkplekken van SSC-ICT en DICTU verklaren?

Antwoord

Zie vraag 27.


  1. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/11/17/stand-van-zaken-investeringsagendands↩︎

  2. Kamerstuk 36740-VII, nr. 21↩︎

  3. Platform AI & Overheid↩︎

  4. Samenvatting - Ombudsvisie Proactieve overheid↩︎

  5. https://dashboard.digitoegankelijk.nl/↩︎

  6. https://nldesignsystem.nl/↩︎

  7. https://nldesignsystem.nl/project/expertteam-digitale-toegankelijkheid/↩︎

  8. https://open.overheid.nl/details/518d7ac4-52e1-40d2-81d7-2df52ca52945↩︎

  9. TZ202510-142↩︎

  10. 2025D53714 (dd. 19 december 2025)↩︎

  11. Kamerstuk II 2024/2025, 26643, nr. 1384↩︎

  12. kamerstuk II 2025/2026, 29362/26643, nr. 369↩︎

  13. kamerstuk II 2024/2025, 26643/31490, nr. 1282↩︎

  14. Kamerstukken II, 2025/2026, 34 861, nr. 43↩︎

  15. Kamerstukken II, 2022/2023, 34 861, nr. 36 en 38, Kamerstukken II, 2024/2025, 34 861, nr. 41↩︎

  16. Kamerstuk II, 2020/2021, 29 279, nr. 659↩︎

  17. Kamerstuk 26 643, nr. 1407↩︎

  18. Kamerstuk 26 643, nr. 1450↩︎

  19. TZ202506-047 & TZ202510-150↩︎

  20. Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid↩︎

  21. https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/ronl-archief-b2320711-dc7b-4f4c-b0a5-c538846743d9↩︎

  22. Kamerstuk 26 643, nr. 1405↩︎

  23. Kamerstuk 36740-VII, nr. 30↩︎

  24. Kamerstuk Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 945 VII, nr. 1↩︎