Lijst van vragen en antwoorden gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Kamerstuk 36945-VI-2)
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D28286, datum: 2026-06-09, bijgewerkt: 2026-08-31 09:42, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36945-VI-8).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (JA21)
- Mede ondertekenaar: I. van Tilburg, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36945 VI-8 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025 .
Onderdeel van zaak 2026Z12443:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:19 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2026-06-23 17:00 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-18 10:00 ⇒ Agenderen voor het wetgevingsoverleg over het jaarverslag en de Slotwet 2025 ministerie Justitie en Veiligheid op 23 juni 2026. (Besluit)
- 2026-06-11 13:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-11 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 10:00: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-06-23 17:00: Jaarverslag en Slotwet 2025 ministerie Justitie en Veiligheid (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-03 14:19: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 945 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2025
Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten van het verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Kamerstuk 36 945 VI, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
De griffier van de commissie,
Van Tilburg
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Wat zouden wat u betreft voor de politietaken aanzetten tot beleidsdoelstellingen kunnen zijn, gezien het feit dat er slechts voor één van de vier politietaken door het ministerie een aanzet gegeven voor beleidsdoelstellingen?
Er zijn verschillende mogelijkheden om de doelstelling van het beleidsartikel van de politie te concretiseren. Een van de mogelijkheden is het benoemen van indicatoren op prestatie- (output) of resultaatniveau (outcome). Daarvoor geldt dat deze indicatoren SMART-C geformuleerd zijn. Als basis kan wet- en regelgeving dienen en/of indicatoren die door de politie zelf zijn vastgesteld. Wij geven 2 voorbeelden van indicatoren. Zo kan voor de prestaties van het verlenen van noodhulp de aanrijdtijd van de politie gebruikt worden. Deze indicator wordt door de politie zelf gehanteerd. Zo kan voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid het aantal wijkagenten per 5.000 inwoners gebruikt worden. Deze indicator is gebaseerd op de Politiewet 2012, artikel 38A. Graag attenderen wij u erop dat wij op 18 juni 2026 een onderzoek publiceren over de prioritering in de opsporing bij de politie. Wij gaan daar in op het belang van de relatie tussen doelen, ingezette middelen en bereikte resultaten van de politie.
Vraag 2
Komt het vaker voor dat ministeries in strijd handelen met de comptabiliteitswet 2016 door niet te voldoen aan een herhaald informatieverzoek? Zo ja, hoe vaak en hoe vaak betrof dit het Ministerie van Algemene Zaken?
Dat ministeries niet voldoen aan (herhaalde) informatieverzoeken, in overeenstemming met de Comptabiliteitswet 2016, is uitzonderlijk. Het is voor het eerst in het recente verleden dat dit zich voordoet bij het Ministerie van Algemene Zaken.