Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36945-VII-2)
Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D28314, datum: 2026-06-09, bijgewerkt: 2026-08-27 09:26, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36945-VII-8).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: G.C. Honsbeek, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36945 VII-8 Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025 .
Onderdeel van zaak 2026Z12465:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-18 11:30 ⇒ Betrekken bij de stemmingen over de slotwetten. (Besluit)
- 2026-06-11 13:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-11 13:45: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 945 VII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2025
Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van 20 mei 2026 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36 945 VII, nr. 2).
De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Kisteman
De griffier van de commissie,
Honsbeek
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 168 miljoen euro op de post duurzaam herstel en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op de post duurzaam herstel. Hier hebben we geen onderzoek naar gedaan en dus geen oordeel over. Omdat schade wordt afgehandeld op aanvraag zou onderbesteding kunnen duiden op minder aanvragen dan verwacht.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 221 miljoen euro op de geraamde 1,165 miljard euro voor schades in 2025 en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op schades. Uit ons onderzoek blijkt dat er in 2025 79.171 aanvragen voor fysieke schade zijn afgehandeld. Dat is bijna 2 keer zoveel als in 2024. We hebben niet onderzocht waarom er desondanks sprake is van onderbesteding. Daarbij kan een rol spelen dat schadeafhandeling niet geheel planbaar is: schade kan pas worden afgehandeld als een aanvraag is ingediend.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 644 miljoen euro op de geraamde 1,6 miljard euro voor versterking en perspectief in 2025 en wat zijn volgens de u de oorzaken hiervan?
U vraagt naar onze beoordeling van de onderbesteding op versterking en perspectief. In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij onderzoek gedaan naar de voortgang van de versterkingsoperatie maar niet naar de oorzaken van onderbesteding op deze post. Wij zien voortgang in het aantal huizen dat voldoet aan de veiligheidsnormen. De Minister geeft voorrang geeft aan zorgvuldigheid ook als dat ten koste gaat van de voortgang. Dat kan tot gevolg hebben dat de versterkingsoperatie minder snel gaat dan technisch mogelijk. Wij hebben geen onderzoek gedaan naar beleid in het kader van «perspectief».
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de onderbesteding van 78 miljoen euro op de geraamde 112 miljoen euro voor versterking in eigen beheer en welke oorzaken identificeert u hiervoor?
In het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 hebben wij niet specifiek naar versterking in eigen beheer gekeken. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Hoe verklaart u dat juist bij regelingen die specifiek bedoeld zijn voor het oplossen van knelpunten, zoals vastgelopen situaties, de commissie bijzondere situaties en knelpunten IMG, sprake is van significante onder besteding?
U vraagt naar onze verklaring voor de onderbesteding op regelingen bedoeld voor het oplossen van knelpunten. Wij hebben in het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 niet specifiek onderzoek gedaan naar de onderbesteding door de commissie bijzondere situaties en op knelpunten IMG. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de voortgang van de versterkingsoperatie, waarbij ruim tien jaar na de start slechts 5.147 woningen zijn opgeleverd terwijl nog circa 8.700 woningen versterkt of herbouwd moeten worden?
Het oordelen over de voortgang is lastig, mede omdat de einddatum voor de versterking is losgelaten. We zien dat inmiddels 67% van de woningen veilig zijn. Daarvan zijn er 11.735 na onderzoek veilig verklaard en 7.137 na versterkingswerkzaamheden. De resterende opgave is 8.284.
Vraag 7
Heeft u onderzocht in hoeverre de onderbesteding op de verschillende posten samenhangt met structurele uitvoeringsproblemen bij de NCG en het IMG en welke bevindingen heeft u hierover?
U vraagt naar de samenhang tussen de onderbesteding en structurele uitvoeringsproblemen bij de NCG en het IMG. Vorig jaar constateerden we dat bij NCG meerjarige contracten niet volgens de aanbestedingen waren aangegaan. In 2025 heeft NCG herstelacties uitgevoerd en maatregelen getroffen om nieuwe onrechtmatige aanbestedingen te voorkomen. Wij hebben niet onderzocht of deze onvolkomenheid samenhangt met onderbesteding op de verschillende posten.
Vraag 8
Heeft u inzichtelijk gemaakt hoeveel gedupeerden gebruikmaken van de regelingen voor vastgelopen situaties en bijzondere situaties en hoe verhoudt dit zich tot het geraamde gebruik?
Wij hebben niet onderzocht hoeveel gedupeerden gebruikmaken van regelingen voor vastgelopen situaties en bijzondere situaties. Wij hebben hier geen informatie over.
Vraag 9
Heeft u onderzocht wat de gevolgen zijn van de geconstateerde onderbesteding voor gedupeerden die al jarenlang in onzekerheid verkeren over versterking of schadevergoeding?
U vraagt naar de gevolgen van onderbesteding voor gedupeerden. Hier hebben wij in het kader van ons verantwoordingsonderzoek 2025 geen onderzoek naar gedaan. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 10
Herkent u, op basis van uw onderzoek naar de uitvoering van het Groningse dossier in 2025, het beeld van de Nationale ombudsman dat de overheid de behoefte van de burger te weinig centraal stelt in hersteltrajecten en welke aanbevelingen doet u hierover?
Wij hebben in het verantwoordingsonderzoek gekeken naar de uitwerking van 11 maatregelen gericht op het «milder, menselijker en makkelijker» maken van de schadeafhandeling en de uitvoering van de versterking. Wij hebben ook alleen gekeken naar de afhandeling van fysieke schade. We zien dat die uitwerking heeft plaatsgevonden en dat in het algemeen zorgvuldiger met burgers wordt omgegaan. Het beeld van de Nationale ombudsman is gebaseerd op individuele gevallen en dat kan een ander beeld geven.