Lijst van vragen en antwoorden over het Jaarverslag Klimaatfonds 2025 (Kamerstuk 36945-M-1)
Jaarverslag en slotwet Klimaatfonds 2025
Lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D28429, datum: 2026-06-09, bijgewerkt: 2026-06-16 08:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei (CDA)
- Mede ondertekenaar: D.S. Nava, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 36945 M-7 Jaarverslag en slotwet Klimaatfonds 2025.
Onderdeel van zaak 2026Z12509:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-16 17:00 ⇒ Voor kennisgeving aangenomen. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-16 17:00: Procedurevergadering Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
36 945 M Jaarverslag en slotwet Klimaatfonds 2025
Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantal
vragen voorgelegd aan de minister van Klimaat en Groene Groei over het
Jaarverslag Klimaatfonds 2025 (Kamerstuk 36945 M, nr. 1).
De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026.
Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Zwinkels
De griffier van de commissie,
Nava
1 . Hoe gaat u de transparantie van de Klimaatfondsmiddelen, die nu verspreid zijn over minimaal zeven ministeries en zes percelen, verbeteren?
2. In hoeverre acht u het wenselijk dat de beleidsverantwoording alleen te reconstrueren is door meerdere jaarverslagen van verschillende ministeries te combineren?
3. Op welke wijze wordt in de toekomst voorkomen dat de Kamer afhankelijk is van een combinatie van verschillende documenten (fondsjaarverslag, departementale jaarverslagen, KEV, KEN en Miljoenennota) om één maatregel volledig te kunnen volgen?
4. Hoe wordt geborgd dat de Kamer een volledig en geconsolideerd overzicht krijgt van uitgaven én resultaten per perceel?
Antwoord 1 t/m 4
Het Klimaat- en energiefonds (KEF) is een overhevelingsfonds waarbij de middelen worden overgeboekt naar departementale begrotingen. De verdeling van middelen uit het KEF wordt jaarlijks weergegeven in het Meerjarenprogramma (MJP) KEF. Het MJP geeft een overzicht van alle maatregelen die bij het KEF zijn ingediend. Ook bevat het MJP een toelichting op de besluitvorming. Eveneens is zichtbaar welke bedragen in eerdere jaren zijn toegekend, waarmee zo transparant mogelijk wordt gemaakt hoe en waaraan middelen uit het KEF worden uitgekeerd. Het jaarverslag van het fonds geeft achteraf de realisatie van de overboekingen naar departementale begrotingen weer. De Klimaat- en energienota wordt gelijktijdig met de Miljoenennota gepubliceerd en geeft integraal inzicht in het gehele klimaat- en energiebeleid, dus breder dan alleen de maatregelen die gefinancierd worden uit het KEF. Het PBL stelt onafhankelijk de Klimaat- en energieverkenning (KEV) op.
Departementen zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding van de budgetten, waaronder de KEF-middelen, en daarom wordt de realisatie van KEF-middelen, conform de Comptabiliteitswet (CW) 2016, op de afzonderlijke begrotingen weergegeven. De begrotingsstukken (zoals de jaarverslagen) zijn gebonden aan de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV). Dit betekent echter wel dat de verantwoording van KEF-middelen in meerdere stukken wordt weergegeven. De cijfermatige verantwoording vindt zowel plaats in het jaarverslag van het fonds als van de departementale begrotingen. De beleidsmatige verantwoording vindt enkel plaats bij de beleidsverantwoordelijke departementen die de maatregelen uitvoeren. De minister van KGG is verantwoordelijk voor een rechtmatige, doelmatige en doeltreffende verdeling van de middelen uit het Klimaat- en energiefonds. De toelichting van dat proces is te vinden in het MJP. De uitvoering van de maatregelen ligt bij verschillende departementen.
Om de besteding van KEF-middelen transparanter te maken en te centreren zal er in het volgende jaarverslag van specifiek het KEF in de bijlage ook de stand van de ontwerpbegroting, de realisatie en onderuitputting duidelijker getoond worden zodat deze informatie op één centrale plek wordt gepresenteerd1. Bij de evaluatie van het Klimaat- en energiefonds zal aandacht worden geschonken aan de verantwoording over uitgaven van het KEF. Deze evaluatie wordt in de loop van 2027 afgerond.
5
Waarom ontbreekt in veel gevallen een directe koppeling tussen uitgaven, beleidsresultaat en o.a. CO2-effect, en hoe gaat u deze koppeling verbeteren?
Antwoord
Het Meerjarenprogramma KEF biedt inzicht in de uitgaven van het KEF en is breder dan de financiële weergave in de ontwerpbegroting. Dit document gaat onder andere in op het verwachte CO2-effect, dat een van de criteria is waar ingediende maatregelen op worden beoordeeld. Aangezien maatregelen uit het KEF vaak gelinkt zijn aan normerende en/of beprijzende maatregelen en integraal bezien moeten worden met het oog op de doelen voor 2030 en 2050, is het lastig om per maatregel aan te geven tot hoeveel daadwerkelijke CO2-reductie een maatregel individueel heeft geleid. In de Klimaat- en energienota geeft het kabinet (op basis van de KEV van het PBL) een overzicht van de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid, inclusief de verwachte emissiereductie van maatregelen in de verschillende klimaatsectoren. Evaluatie van een beleidsmaatregel vindt gebruikelijk enkele jaren nadat de uitvoering is gestart plaats. Veel maatregelen met middelen uit het KEF zijn hierdoor nog niet geëvalueerd.
6
Hoe wordt voorkomen dat verantwoording hoofdzakelijk financieel is en minder gericht op effect?
Antwoord
De verantwoording van maatregelen in jaarverslagen zijn hoofdzakelijk financieel, omdat deze gebonden is aan de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet. In het antwoord op vraag 1 is aangegeven dat in het MJP, naast de financiële verantwoording, inzicht wordt gegeven in de overwegingen die een rol speelden bij de toekenning van middelen. Om de besteding van KEF-middelen transparanter te maken en te centreren zal er in het volgende jaarverslag van specifiek het KEF in de bijlage ook de stand van de ontwerpbegroting, de realisatie en onderuitputting duidelijker getoond worden zodat deze informatie op één centrale plek wordt gepresenteerd2. Daarnaast voeren alle departementen periodieke beleidsevaluaties uit, zie ook de Strategische Evaluatie Agenda’s in de ontwerpbegrotingen. Alle klimaat- en energiemaatregelen worden in samenhang bezien en doorgerekend in de jaarlijkse Klimaat- en energieverkenning (KEV) van het PBL, waaruit blijkt wat het gezamenlijke effect van het beleid is. Tot slot is voorafgaand aan het nieuwe Klimaatplan 2025-2035 een evaluatieonderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van het klimaatbeleid uitgevoerd door CE Delft, en een lerende evaluatie van het klimaatbeleid uitgevoerd door PBL3. In lijn met de aanbevelingen die in het evaluatieonderzoek zijn gedaan is er in het beleid bijv. ook meer aandacht voor het verankeren van langetermijnvisie- en beleidsvorming bij overheden (bijvoorbeeld via de transitiepaden), het evalueren van normerende instrumenten, en wordt aanvullend op doelmatigheid en doeltreffendheid ook bezien hoe geëvalueerd kan worden op uitkomsten van beleid uit oogpunt van (principes van) rechtvaardigheid.
7
Welke concrete stappen worden gezet om de eerdere aanbevelingen van de Rekenkamer (2019 en 2023) over uniforme registratie en digitale ontsluiting van klimaatuitgaven alsnog volledig te implementeren?
Antwoord
Zoals toegelicht in de kabinetsreactie van 2 juni 2023 op het onderzoek van de Rekenkamer heeft het kabinet een uniforme definitie opgesteld van wat telt als klimaatuitgaven. In de begroting van EZK/KGG wordt op basis hiervan een leidend totaaloverzicht samengesteld. Dit overzicht wordt tevens opgenomen in bijlage 12 Integraal Overzicht Klimaat in de Miljoenennota en in de Klimaat- en energienota.
Kamerstukken II, 2025-36, 36945 M, nr. 1↩︎
Kamerstukken II, 2025-36, 36945 M, nr. 1↩︎
Kamerstukken II, 2023-24, 32813 nr. 1401↩︎