Openstaande toezegging uit het commissiedebat Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 mei 2026
Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D28615, datum: 2026-06-10, bijgewerkt: 2026-08-24 15:06, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36800-IV-62).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 IV-62 Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z12626:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-01 15:10 ⇒ Afgevoerd van de stand der werkzaamheden. (Besluit)
- 2026-06-24 13:00 ⇒ Betrokken bij het tweeminutendebat op 17 juni 2026 over Bonaire, Sint Eustatius en Saba (CD 27/5). (Besluit)
- 2026-06-17 17:50 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-17 17:50: Tweeminutendebat Bonaire, Sint Eustatius en Saba (CD 27/5) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2026-06-24 13:00: Procedurevergadering Koninkrijksrelaties (Procedurevergadering), vaste commissie voor Koninkrijksrelaties
- 2026-09-01 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 62 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juni 2026
Tijdens het Commissiedebat Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 mei jl. heb ik twee toezeggingen gedaan aan uw Kamer. Graag kom ik met deze brief terug op deze toezeggingen.
UNICEF
Tijdens het Commissiedebat Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 27 mei jl. heb ik lid Heera Dijk (D66) toegezegd om schriftelijk terug te komen op de wensen van UNICEF.1 Allereerst is het goed te vermelden dat de vakdepartementen hun verantwoordelijkheden wat betreft kinderrechten en jeugd de laatste jaren stevig hebben opgepakt (comply or explain). In de beleidsbrief van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 die op 24 april 2026 met uw Kamer is gedeeld, staat vermeld dat het kabinet zich inzet om voorzieningen voor jeugd gelijkwaardig te maken waarbij o.a. wordt ingezet op preventie, kansrijke start en schoolmaaltijden. Ook is er een Bestuursakkoord huiselijk geweld en kindermishandeling gesloten met de drie eilanden om in gezamenlijkheid een volwaardige en duurzame aanpak te realiseren.
In het gesprek dat ik met UNICEF heb gevoerd hebben ze aangegeven dat ze graag door willen gaan met de «Child friendly cities»; de kindvriendelijke gemeenten. Het doel van de kindvriendelijke gemeenten is ervoor te zorgen dat kinderen volwaardig kunnen opgroeien in een stad waar hun rechten, behoeften en ontwikkeling centraal staan. Dit programma wordt gedragen door de lokale besturen van Saba, Bonaire en Sint Eustatius en is ontwikkeld op basis van lokale wensen. Sint Eustatius is als eerste gestart in 2023, Saba volgde in 2024 en Bonaire is eind vorig jaar aangesloten bij dit programma. Naast de ondersteuning van dit programma bij het maken van een situatieanalyse, actieplan en monitoring, ondersteunt UNICEF ook bij de uitvoering van het actieplan.
Ik kijk terug op het belangrijke werk dat door UNICEF is gedaan en ben hoopvol dat de vakdepartementen ervoor zullen zorgdragen dat de jeugd in Caribisch Nederland gelijke kansen krijgt. Gezien de versterkte inzet van het kabinet en de nodige budgettaire afweging neem ik in mijn besluitvorming over verlenging van het project graag de opvattingen van uw Kamer mee.
Vestigingsvereiste Saba en Sint Eustatius
Tijdens bovengenoemd debat heeft lid Tijs van den Brink (CDA) gevraagd of ik bereid ben om te onderzoeken of er meer vestigingsvereisten zijn die marktfalen op de Bonaire, Sint Eustatius en Saba in de hand werken.3 Ik zie uw vraag als tweeledig: enerzijds vraagt u naar de vestigingsvereisten voor financiële instellingen en anderzijds vraagt u naar marktfalen in het algemeen. Wat betreft het vestigingsvereiste heeft de Minister van Financiën in 2025 het zetelvereiste voor Europees Nederlandse financiële instellingen, wat betreft de aanbieding van bancaire dienstverlening op de Sint Eustatius en Saba, geschrapt. Dit omdat uit onderzoek bleek dat er sprake is van marktfalen op het gebied van bancaire dienstverlening voor deze twee eilanden. Op dit moment ziet de Minister van Financiën geen verdere overbodige vereisten die marktfalen op het gebied van bancaire dienstverlening in de hand werken.
Reeds heb ik u toegezegd dat ik u dit najaar informeer over de voortgang op economische ontwikkeling voor de Caribische delen van het Koninkrijk. In deze brief wordt de voortgang op het verbeteren van bancaire dienstverlening ook meegenomen.
Ten slotte is de Minister van Economische Zaken en Klimaat stelselverantwoordelijk voor een goede marktwerking op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Op dit moment wordt er een onderzoek uitgevoerd door het Economisch Bureau Amsterdam (EBA) naar welk beleid en welke beleidsinstrumenten kunnen bijdragen aan het aanpakken van marktverstoring en het verbeteren van marktresultaten in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het Ministerie van EZK zal uw Kamer na afronding van dit onderzoek informeren over de resultaten van het onderzoek.
Ik vertrouw erop uw Kamer hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over deze openstaande toezeggingen.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg