Antwoord op vragen van het lid Ceder over de positie van christenen in India
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D29470, datum: 2026-06-12, bijgewerkt: 2026-06-12 17:27, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z11497:
- Gericht aan: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
AH 2241
Antwoord van minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 12 juni 2026)
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht âHarde maatregelen tegen christenen in India: water en werk geweigerdâ?[1]
Antwoord
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de situatie van christelijke gemeenschappen in het district Kanker in de Indiase deelstaat Chhattisgarh, maar kan deze berichten in dit specifieke district niet verifiëren. Dat laat vanzelfsprekend onverlet dat het kabinet berichten over het mogelijk ontzeggen van toegang tot water, banen en andere bestaansmiddelen aan christelijke families zorgwekkend acht.
In algemene zin geldt dat de oorzaken van geweld tegen religieuze minderheden in India zich niet altijd eenduidig vast laten stellen. Er zijn grote verschillen in de dynamiek op nationaal niveau en op niveau van de verschillende deelstaten. Voorts is niet steeds mogelijk om helder te differentiëren of er sprake is van conflict van religieuze of etnische aard, gerelateerd aan sociale klasse, aan economisch conflict (bijvoorbeeld conflict over land of grondstoffen), of aan een combinatie van dergelijke factoren. Dit geldt zeker voor een deelstaat als Chhattisgarh die reeds decennialang geteisterd wordt door conflict.
Vraag 2
Beschikt u over eigen informatie over de in het artikel beschreven situatie? Klopt het dat christelijke gemeenschappen via boycotmaatregelen onder druk worden gezet om hun geloof af te zweren?
Antwoord
Meldingen van sociale uitsluiting, discriminatie of druk in verband met religieuze identiteit zijn zorgelijk. De beschreven situatie zou passen binnen bredere spanningen rond religieuze bekeringen en de positie van religieuze minderheden waarover regelmatig gerapporteerd wordt door religieuze organisaties en mensenrechtenorganisaties. De Nederlandse ambassade in New Delhi volgt deze situatie nauwgezet. Zoals hierboven evenwel uiteengezet beschikt het kabinet momenteel niet over onafhankelijk geverifieerde informatie over de in het artikel beschreven situatie.
Vraag 3
Bent u bereid om deze situatie, zowel bilateraal als in EU-verband onder de aandacht te brengen van de Indiase autoriteiten en daarbij aan te dringen op bescherming van de getroffen christelijke gemeenschappen en op toegang tot de waterbronnen, banen binnen het overheidsprogramma en de producten uit het bos? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nederland zet zich, zowel bilateraal als samen met EUâpartners, in om zorgen over de positie van religieuze minderheden, waaronder christelijke gemeenschappen, bij de Indiase autoriteiten aan de orde te stellen. In EUâverband gebeurt dit onder meer via de jaarlijkse EUâmensenrechtendialoog met India en andere relevante politieke contacten, waar aandacht wordt gevraagd voor bescherming van kwetsbare groepen en hun toegang tot basisvoorzieningen en bestaansmiddelen.
Deze inzet vindt plaats binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid. Een van de prioriteiten van het kabinet in het mensenrechtenbeleid is vrijheid van religie en geloofsovertuiging. Nederland maakt gebruik van bilaterale en multilaterale kanalen om zorgen over vrijheid van religie en levensovertuiging over te brengen, in lijn met de inzet zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder van 25 maart 2026.
Vraag 4
Hoe taxeert u de antibekeringswet die is aangenomen door de Indiase deelstaat Chhattisgarh?[2] Is deze wet inderdaad in strijd met de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging? Op welke wijze heeft u deze kwestie aangekaart, zowel in bilateraal als in EU-verband?
Antwoord
Antibekeringswetgeving bestaat in verschillende Indiase deelstaten en is gericht op het voorkomen van bekeringen die volgens de wetgever tot stand komen door dwang, fraude of misleiding. De nieuwe wet in Chhattisgarh bevat onder meer bepalingen die personen die van religie willen veranderen verplichten dit vooraf te melden bij de autoriteiten. Daarnaast voorziet de wet in zware straffen voor bekeringen die volgens de wet door verboden middelen tot stand zijn gekomen.
De gevolgen van dergelijke wetgeving voor de vrijheid van religie en levensovertuiging baren het kabinet zorgen. Zowel artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) als artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) erkennen het recht om van religie of overtuiging te veranderen als onderdeel van de vrijheid van religie en levensovertuiging. Wetgeving die religieuze bekeringen onderwerpt aan voorafgaande meldings- of toestemmingsvereisten staat daarmee op gespannen voet met deze internationale mensenrechtenstandaarden. Zie overigens het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Kunt u in bredere context de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India schetsen? Deelt u de zorgen over onderdrukking van deze minderheden in India?
Antwoord
Naast christenen worden ook andere groepen zoals moslims in toenemende mate geconfronteerd met discriminatie, geweld en beperkende maatregelen. Dit past in een breder patroon van druk op religieuze minderheden in meerdere Indiase deelstaten. Het kabinet deelt de zorgen van de Kamer. De Nederlandse inzet is ingebed in een breed mensenrechtenkader dat zich richt op vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen, ongeacht geloofsovertuiging. In de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder van 25 maart 2026 heeft het kabinet bevestigd dat bescherming van religieuze minderheden, waaronder christenen, een prioriteit is.
Vraag 6
Wordt de situatie van christenen en andere religieuze
minderheden in India expliciet betrokken bij de Nederlandse inzet ten
aanzien van de betrekkingen met India? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord
De situatie van religieuze minderheden maakt onderdeel uit van de
bredere Nederlandse inzet op mensenrechten in India. Nederland volgt de
situatie van religieuze minderheden in India nauwgezet, zowel bilateraal
als in EU- en VN-verband. De Nederlandse ambassade in New Delhi
onderhoudt contacten met maatschappelijke organisaties en
mensenrechtenverdedigers om zicht te houden op ontwikkelingen rondom
vrijheid van religie en levensovertuiging. Ook spreekt de ambassade,
samen met andere EU-lidstaten, regelmatig met vertegenwoordigers van
religieuze minderheden over de situatie ter plaatse. Daarnaast wordt de
positie van religieuze minderheden, inclusief die van christenen,
geadresseerd in de EU-India mensenrechtendialoog.
Vraag 7
Is christenvervolging als gespreksonderwerp aan bod gekomen tijdens het recente bezoek van minister-president Modi aan Nederland, conform motie-Bikker/Stoffer (Kamerstuk 36800, nr. 56)? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kabinet handelt conform de motie-Bikker/Stoffer en betrekt vrijheid van religie en levensovertuiging structureel bij contacten met landen waar dit aan de orde is. Over de specifieke inhoud van diplomatieke gesprekken met minister-president Modi doet het kabinet in het openbaar geen mededelingen. Mensenrechten vormen een vast onderdeel van de Nederlandse inzet in contacten met India. De inzet op dit thema is in lijn met de kabinetsreactie op de initiatiefnota-Ceder.
Vraag 8
Welke concrete stappen zet Nederland momenteel in EU- en VN-verband ter bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging in India? Bent u bereid tot extra inzet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Nederland zet zich, samen met EUâpartners, in voor de bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging in India. Onder meer middels de EUâmensenrechtendialoog met India en in relevante bilaterale contacten.
Daarnaast wordt via de Nederlandse ambassade in New Delhi en de EUâdelegatie nauw contact onderhouden met mensenrechtenverdedigers, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van religieuze en andere kwetsbare gemeenschappen in India, om ontwikkelingen te volgen.
Deze inzet vindt plaats binnen het bredere Nederlandse mensenrechtenbeleid, waarin vrijheid van religie en levensovertuiging een prioriteit is. Nederland is actief lid van de International Freedom of Religion or Belief Alliance en zet zich daarbinnen in voor de bescherming van religieuze minderheden wereldwijd. In VN-verband steunt Nederland resoluties die vrijheid van religie bevorderen en spreekt het landen aan op schendingen. De diplomatieke inzet wordt ondersteund door programmatische instrumenten, waaronder het Mensenrechtenfonds en het FOCUS-programma (2026â2031, EUR 35 miljoen), actief in landen waar religieuze gemeenschappen aantoonbaar onder druk staan. De inzet richt zich naast concrete schendingen ook op onderliggende oorzaken zoals conflict, sociaaleconomische ongelijkheid en zwak bestuur, met als doel duurzame verbetering van de positie van religieuze minderheden.
[1] Cvandaag.nl, 29 mei 2026, âHarde maatregelen tegen christenen in India: water en werk geweigerdâ (https://cvandaag.nl/110319-harde-maatregelen-tegen-christenen-in-india-water-en-werk-geweigerd)
[2] Cvandaag.nl, 22 april 2026, âTienduizenden Indiase christenen protesteren tegen nieuwe antibekeringswetâ (https://cvandaag.nl/109915-tienduizenden-indiase-christenen-protesteren-tegen-nieuwe-antibekeringswet)