Antwoord op vragen van het lid Schilder over de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D29537, datum: 2026-06-15, bijgewerkt: 2026-06-15 11:58, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Onderdeel van zaak 2026Z09304:
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2245
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 15 juni 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2051
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de bekladding van het Nationaal Monument op de Dam met rode verf, vlak voor de Nationale Dodenherdenking? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze daad, mede gezien de symbolische waarde van het monument en het moment waarop deze plaatsvond?
Antwoord op vraag 2
Bekladding is verboden en onacceptabel. Dat keur ik uiteraard af. Dat geldt zeker in dit geval nu aan het Nationaal Monument op de Dam vernielingen zijn aangericht. Naast een monumentale status heeft dit ook een grote inhoudelijke betekenis voor Nederland, zeker zo vlak voor de nationale dodenherdenking op 4 mei. Onze rechtsstaat biedt burgers genoeg alternatieve mogelijkheden om een mening te uiten. Dat uiteindelijk om 20.00 uur de herdenking toch door kon gaan als gepland, is dankzij het werk van velen.
Vraag 3
Hoe is het mogelijk dat een nationaal monument op een dergelijk gevoelig moment niet afdoende beveiligd is gebleken en deelt u de mening dat dit in het vervolg anders aangepakt moet worden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?
Antwoord op vraag 3
De burgemeester is bevoegd tot het nemen maatregelen ter handhaving van de openbare orde. In de gemeente Amsterdam heeft de gemeenteraad aan de burgemeester de bevoegdheid gegeven om ter handhaving van de openbare orde camera’s in te zetten ten behoeve van toezicht op openbare plaatsen (art. 151c Gemeentewet). De burgemeester van Amsterdam heeft in vervolg daarop gebieden aangewezen waar cameratoezicht kan plaatsvinden. Het Nationaal Monument staat in een dergelijk gebied en er zijn twee camera’s op de Dam geplaatst.
Vraag 4
In hoeverre was er vooraf rekening gehouden met het risico op dergelijke acties, mede gezien eerdere incidenten en maatschappelijke spanningen?
Antwoord op vraag 4
De burgemeester is het lokaal gezag en legt verantwoording af aan de gemeenteraad. De gemeente Amsterdam heeft mij desgevraagd laten weten dat er vooraf geen enkele informatie was die erop wees dat het Monument op de Dam beklad zou worden. Dat is ook niet eerder voorgekomen voorafgaand aan de nationale herdenking. Er was geen aanleiding om aanvullend op het huidige toezicht permanente bewaking van het Nationaal Monument op de Dam in te stellen. De driehoek heeft zich voorbereid op een waardige en veilige herdenking, zoals deze ook heeft plaatsgevonden.
Vraag 5
Klopt het dat het Nationaal Monument de afgelopen jaren vaker doelwit is geweest van vandalisme en welke lessen zijn daaruit getrokken?
Antwoord op vraag 5
Ja, tijdens een demonstratie in augustus 2025 heeft een deelnemer het monument beklad met de tekst ‘Never again is now’. Deze persoon is kort daarna aangehouden.
Vraag 6
Deelt u de mening dat herhaalde incidenten wijzen op tekortschietende beveiliging en handhaving rond dit nationale symbool? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Welke concrete maatregelen worden genomen om herhaling te
voorkomen en acht u de huidige aanpak en strafmaat afschrikwekkend
genoeg? Zo ja, hoe rijmt u dat met het feit dat het herhaalde incidenten
zijn? Zo nee, bent u bereid deze flink aan te scherpen?
Antwoord op vragen 6 en 7
Zoals eerder aangegeven is de burgemeester van Amsterdam bevoegd tot het nemen maatregelen ter handhaving van de openbare orde en heeft het gebied rondom het Monument op de Dam aangewezen als gebied waar 24/7 cameratoezicht plaatsvindt. Daarnaast worden de Dam en omgeving doorlopend meegenomen in surveillancerondes van de politie. Dit toezicht wordt geïntensiveerd tijdens bijvoorbeeld evenementen en rond demonstraties.
Op deze manier kan met relatief beperkte capaciteit oog worden gehouden op monumenten. Schaarse inzet van politiemedewerkers in de openbare ruimte wordt primair ingezet ter bescherming van mensen. Het is aan het lokaal bevoegd gezag om hierover kaders te stellen en deze inzet te beoordelen.
De maximale straf voor vernieling ex artikel 350 lid 1 Sr is een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren of geldboete van de vierde categorie. Toepassing hiervan is in voorgaande gevallen uiteraard aan de rechter.
1) Telegraaf, 4 mei 2026, Woede op Dam na bekladding met rode verf: ’Schandalig, ik heb er geen ander woord voor’ (https://www.telegraaf.nl/binnenland/woede-op-dam-na-bekladding-met-rode-verf-schandalig-ik-heb-er-geen-ander-woord-voor/151034357.html).