Reactie op verzoek commissie over financiële situaties van pleegzorg
Jeugdzorg
Brief regering
Nummer: 2026D29722, datum: 2026-06-15, bijgewerkt: 2026-06-17 14:24, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 31839 -1176 Jeugdzorg.
Onderdeel van zaak 2026Z13130:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-24 10:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Jeugdbeleid op 30 september 2026. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-16 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-24 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-09-30 13:30: Jeugdbeleid (Commissiedebat), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
31 839 Jeugdzorg
Nr. 1176 Brief van de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
De vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft
gevraagd te reageren op de brief ‘de financiële situaties van pleegzorg’
van Landelijk Overleg PleegOuderRaden (LOPOR). Met deze brief reageer ik
op het verzoek.
De LOPOR uit in de brief zorgen over de tegemoetkoming voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang voor hun pleegkinderen, specifiek de onbekendheid van de verdeling van de middelen voor gemeenten, pleegzorgaanbieders en pleegouders. Ik herken deze zorgen en heb op 5 juni jl. schriftelijke Kamervragen van vergelijkbare strekking beantwoord.1
Voor de periode 2025 t/m 2027 is €10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als tegemoetkoming voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang van hun pleegkinderen. De uitkering van deze middelen verloopt via gemeenten. Het bedrag is toegevoegd aan het gemeentefonds via de algemene uitkering. Het bleek onuitvoerbaar om deze middelen direct vanuit het Rijk over te maken naar de betreffende pleegouders, of naar de pleegzorgaanbieders. De enige haalbare optie bleek om aan te sluiten bij de bestaande geldstromen binnen de pleegzorg, zoals de pleegvergoeding: van Rijk naar gemeenten, van gemeenten naar aanbieders en van aanbieders naar pleegouders. Vanwege de systematiek van het gemeentefonds kunnen er geen sluitende afspraken gemaakt worden die garanderen dat elke euro bij pleegouders terechtkomt.
Binnen deze context span ik mij in om ervoor te zorgen dat het geld zoveel mogelijk terechtkomt bij pleegouders. Dat doe ik samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de pleegzorgaanbieders verenigd in Jeugdzorg Nederland (JZNL) en de vertegenwoordiging van pleegouders in de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). Zo heeft VNG dringend geadviseerd aan haar leden deze middelen volledig te bestemmen voor de tegemoetkoming aan pleegouders. JZNL en VNG werken in afstemming met elkaar aan communicatie richting hun achterban om de uitvoering van deze tegemoetkoming aan pleegouders zoveel mogelijk te uniformeren. In aanvulling op eerdere communicatie vanuit pleegzorgaanbieders richting pleegouders verwachten JZNL en VNG voor de zomer extra te communiceren over op welke wijze pleegouders aanspraak kunnen maken op de tegemoetkoming.
De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,
W.R.C. Sterk
Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr.2160↩︎