Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 juni 2026, over Strafrechtelijke onderwerpen
Rechtsstaat en Rechtsorde
Verslag van een commissiedebat
Nummer: 2026D29917, datum: 2026-07-29, bijgewerkt: 2026-08-03 11:00, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (JA21)
- Mede ondertekenaar: I. van Tilburg, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 29279 -1066 Rechtsstaat en Rechtsorde.
Onderdeel van zaak 2026Z16574:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-06-10 10:00: Strafrechtelijke onderwerpen (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (🔗 origineel)
29279 Rechtsstaat en Rechtsorde
Nr. 1066 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 29 juli 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid heeft op 10 juni 2026 overleg gevoerd met mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid, over:
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 6 juni 2025 inzake kabinetsreactie op rapport Boetestelsels in balans (Kamerstuk 29398, nr. 1176);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 september 2025 inzake pilot betalingsherinnering Centraal Justitieel Incassobureau (Kamerstuk 29279, nr. 985);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 3 september 2025 inzake uitspraak hoger beroep in de zaak van de heer Singh (Kamerstuk 30010, nr. 62);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 11 september 2025 inzake periodieke rapportage forensische zorg (artikel 34.3.1.21 Begrotingswet) (Kamerstuk 33628, nr. 111);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 19 september 2025 inzake voortgangsbrief Straffen op maat (Kamerstuk 29279, nr. 986);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 28 november 2025 inzake WODC-onderzoek Resterende recidiverisico's na specifieke delicten (Kamerstuk 36800-VI, nr. 19);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 9 december 2025 inzake beleidsreactie op WODC-onderzoek naar effecten civiele verboden op outlaw motorcycle gangs (Kamerstuk 29911, nr. 491);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 10 december 2025 inzake versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid 2026-2029 (Kamerstuk 30420, nr. 437);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 19 december 2025 inzake uitvoering moties en toezegging bij het plenaire debat op 8 april 2025 over het bericht dat het OM strafbare feiten waarop maximaal zes jaar cel staat voortaan zelf gaat afhandelen via strafbeschikkingen (Kamerstuk 29279, nr. 1008);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 12 januari 2026 inzake beleidsreactie op het rapport van de procureur-generaal bij de Hoge Raad "Afgezien van vervolging. Over de naleving van de wet door het Openbaar Ministerie bij het nemen van sepotbeslissingen" (Kamerstuk 29279, nr. 1009);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 29 januari 2026 inzake eindrapport Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Kamerstuk 29398, nr. 1200);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 12 februari 2026 inzake beleidsreactie op het onderzoeksrapport van Inspectie JenV naar gebruik van algoritmes bij de reclassering (Kamerstuk 29270, nr. 162);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 11 februari 2026 inzake WODC-rapport Effectiviteit van strafrechtelijke sancties bij ernstige milieudelicten (Kamerstuk 22343, nr. 439);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 2 maart 2026 inzake rapportagebrief Internationale misdrijven 2024-2025 (Kamerstuk 36800-VI, nr. 132);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 9 maart 2026 inzake beantwoording vragen gesteld tijdens de procedurevergadering over het rapport Recidive voorkomen (opgesteld door de rapporteurs van het kennisthema recidive voorkomen) (Kamerstuk 36800-VI, nr. 134);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 13 maart 2026 inzake overdracht van de heer Singh (Kamerstuk 30010, nr. 63);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 17 maart 2026 inzake recidiveonderzoek (Kamerstuk 29911, nr. 500);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 18 maart 2026 inzake verschillende toezeggingen omtrent de inning van Wahv-boetes (Kamerstuk 29279, nr. 1012);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 25 maart 2026 inzake WODC-rapport Strafverzwaring in samenhang. De invloed van recente wetgeving op de gevangenisstraf bezien vanuit de wetssystematiek, rechtsvergelijking en praktijk (Kamerstuk 29279, nr. 1013);
- de brief van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid d.d. 13 april 2026 inzake toezeggingen naar aanleiding van plenaire behandeling wetsvoorstel ECRIS andere doelen (Kamerstuk 36657) (Kamerstuk 36657, nr. 17);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 13 mei 2026 inzake stand van zaken van de verkeershandhaving voorjaar 2026 (Kamerstuk 29398, nr. 1221);
- de brief van de minister van Justitie en Veiligheid d.d. 8 juni 2026 inzake beantwoording vragen commissie over het eindrapport Evaluatie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Kamerstuk 29398, nr. 1200) (Kamerstuk 29398, nr. 1227).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
De griffier van de commissie,
Van Tilburg
Voorzitter: Prickaertz
Griffier: Burger
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: El Abassi, Abdi, Ellian, Faber, Prickaertz, Sneller en Straatman,
en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, en de heer Van Weel, minister van Justitie en Veiligheid.
Aanvang 10.00 uur.
De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open de vergadering. We zijn hier vandaag voor het commissiedebat Justitie en Veiligheid. Als eerste natuurlijk van harte welkom aan de minister en de staatssecretaris en natuurlijk aan de Kamerleden. Ik stel voor dat we gaan starten met de eerste termijn. Ik stel maximaal drie interrupties per persoon in de eerste termijn voor. Ik geef het woord aan mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Dank u, voorzitter. Pinksteren beloofde een mooie zonnige stranddag te worden voor jong en oud, voor de horecaondernemers en hun gasten. De deceptie in Zandvoort was echter groot toen grote groepen jongeren de boel kwamen verstieren. Vrouwen werden lastiggevallen en er waren vernielingen en vechtpartijen. Als je denkt dat je alles hebt gehad: er werd een beveiliger met een parasol in zijn gezicht gestoken. Het is sowieso al van de zotte dat strandtenthouders beveiligers moeten inhuren. Een beveiliger kost €75 per uur per persoon. Huur je er twee in voor de hele dag, dan ben je zo €2.000 kwijt. Daar moet je heel wat colaatjes voor verkopen, en niet enkel omdat de overheid faalt. Vervolgens bezet het tuig je terras zonder wat te bestellen. Ze hebben een grote smoel tegen vrouwelijk bedienend personeel en gaan vervolgens over tot de sloopronde. Meerdere ondernemers voelden zich gedwongen om hun zaak te sluiten, terwijl zij het juist moeten hebben van dit soort dagen.
Het was niet voor het eerst. Volgens de woordvoerder strandpaviljoens, Niels Priester, is het een standaardriedeltje op de eerste warme dagen van het jaar. Deze ellende is al minstens vijf jaar gaande. De PVV Zandvoort maakt zich al jaren hard voor deze zaak. Er werden een politiepost en camera's geplaatst, maar hoe zit het met de bezetting van deze politiepost? Waarom worden deze beelden van het cameratoezicht niet gebruikt om de daders te identificeren en te berechten? Graag een reactie.
Na de ellende werd het gebied aangewezen als veiligheidsrisicogebied. In overleg met de strandtenthouders wordt per dag bepaald of deze maatregel moet worden gehandhaafd. Maar waarom zo moeilijk? Alsof de ondernemers niets anders te doen hebben. Waarom werd de maatregel niet eerder ingezet? Waarom is deze maatregel niet de hele zomer van kracht? Is het politieke onwil of politieke onmacht?
Op de stranden bij Nisselande in Rotterdam is het ook om de haverklap raak, met vechtpartijen en steekpartijen. Daar is de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied tot minimaal 12 juni van kracht. Wordt het niet eens tijd dat de politie altijd preventief mag fouilleren? En dan zonder selectiepaal.
Niet alleen op de stranden wordt de boel verziekt. In de Bijlmer kan men er ook wat van. Recentelijk toonden minderjarigen op video trots hun zware vuurwapens. Ze deinzen niet terug voor een liquidatie. Gezien hun jonge leeftijd worden zij amper gestraft en lopen ze zo weer op straat. Een jongerenwerker vertelt: ik zie weleens jongens van 12 jaar. Het begint met een mes, dan wordt het een machete en dan een vuurwapen. Wat hebben deze raddraaiers die ik heb opgenoemd gemeen? De beeldopnames tonen dat ze dikwijls jong zijn, dikwijls minderjarig zijn en vaak een migrantenachtergrond hebben. Ze weten: de pakkans is klein en de straffen zijn laag.
Dan de zaak van de nieuwe Nederlander die een Hollandse nieuwe ging halen in de viswinkel. De visboer weigerde de vrouw, gehuld in een nikab, te helpen, omdat hij haar gezicht niet kon zien en dat gaf geen vertrouwen. De vrouw was goed voorbereid en filmde al kibbelend direct de situatie. Zij deed vervolgens aangifte van discriminatie. Ja, niet echt origineel. In eerste instantie wilde het OM niet vervolgen. Zij liet het er niet bij zitten en het hof deed er nog een schep bovenop en gaf het OM alsnog de opdracht te vervolgen. Terwijl gezichtsbedekkende kleding verboden is in de openbare ruimte, moet je het in je eigen viszaak allemaal maar gedogen. De visboer wordt voor de rechter gedaagd, terwijl hij opkomt voor de Nederlandse open samenleving. De man verdient alle steun. Hij verdient een lintje. Graag een reactie van de minister.
In al de eerdergenoemde voorbeelden is er sprake van provocatie. Wij worden vierkant uitgelachen. Wij worden in de hoek gezet onder het mom van discriminatie.
In het tolerante Zweden is men wakker geworden. Daar kampt men ook met dergelijke problemen en ze zijn het spuugzat. Ze zijn overgegaan tot het inrichten van gevangenissen voor minderjarige criminele jeugd. Ook wil men de strafleeftijd voor de zwaarste misdrijven verlagen naar 13 jaar. Ik ben mij ervan bewust dat dit harde keuzes zijn, maar het is ook hard om onschuldige burgers bloot te stellen aan deze jonge criminelen. Een consequent streng beleid is de enige oplossing. Het motto moet zijn: uitzetten of opsluiten.
Tot zover, dank u.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. Keurig binnen de tijd. Vijf seconden langer, maar dat is acceptabel. Dan gaan we door naar de volgende spreker, mevrouw Straatman. Gaat uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het is een veelgehoorde opmerking: in Nederland kun je beter de flitspaal stelen dan geflitst worden. Hoewel die vergelijking een komische ondertoon heeft, is de boodschap dat niet: ons boetesysteem is failliet. Het systeem is doorgeslagen en gaat ten koste van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving. Dat zegt niet alleen een groot deel van deze Kamer, dat zeggen ook het Openbaar Ministerie, de rechtspraak, het CJIB en praktisch alle ketenpartners die hierbij betrokken zijn. Daarom organiseerden PRO en het CDA onlangs opnieuw een rondetafelgesprek over verkeersboetes. Afgelopen maandag kregen we de antwoorden op onze vragen hierover. Wij gaan samen zoeken naar oplossingen, want dat is hard nodig. Met name de verhogingen bij niet-betalen zijn wat ons betreft disproportioneel.
Vorige week zijn de boetebedragen weer opnieuw geïndexeerd. Iedere dag dat we geen oplossing vinden, wordt de disbalans groter en de financiële opgave lastiger. Want hoewel kabinetten op rij erkennen dat het systeem niet deugt, blijven boetes de makkelijkste knop om gaten op de begroting van Justitie en Veiligheid te dichten. Dat moet wat ons betreft stoppen. Daarom mijn vraag aan de staatssecretaris: erkent de staatssecretaris dat ons boetesysteem bijdraagt aan schuldenproblematiek en dat de maatschappelijke kosten groter zijn dan de opbrengsten? Welke stappen zet zij om de bestaande disbalans te verkleinen? Kan zij net als haar voorganger toezeggen geen aanvullende beleidsmatige verhogingen van boetes meer te zullen doorvoeren? Mijn collega Fatihya Abdi en ik zullen dit nauwlettend blijven volgen.
Voorzitter. Dan de aanpak van outlaw motorcycle gangs. Uit recent WODC-onderzoek blijkt dat civiele verboden het georganiseerde criminele milieu aantoonbaar bemoeilijken, maar dat het aantal leden nog steeds hoger ligt dan in 2014 en dat er nieuwe motorbendes zijn ontstaan. Tegelijkertijd geeft het Landelijk Strategisch Overleg aan dat er inmiddels vooral een regionale aanpak nodig is. Nu het LSO wordt opgeheven, rijst de vraag hoe kennis, expertise en informatie-uitwisseling worden geborgd. Is er regionaal voldoende capaciteit aanwezig om civiele verboden te handhaven en tijdig in te grijpen bij ondermijnende organisaties? Ik vraag het de minister.
Eind vorig jaar werd onze initiatiefwet voor een bestuurlijk verbod op ondermijnende organisaties in de Eerste Kamer helaas verworpen. Maar inmiddels voert de minister gesprekken met het Openbaar Ministerie en de Raad voor de rechtspraak om de doorlooptijden van civiele verboden te versnellen. Klopt het dat verboden steeds vaker uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard en daardoor direct effect hebben? Is dat inmiddels ook de standaardwerkwijze? En wat zijn eigenlijk de gemiddelde doorlooptijden tussen verzoek en daadwerkelijk verbod? Is de minister bereid de Kamer hierover periodiek te informeren?
Voorzitter. Tot slot het voorkomen van recidive. Het is belangrijk dat gemeenten en andere ketenpartners vroeg worden betrokken en goed geïnformeerd zijn. Zoals op zo veel terreinen is ook hier sprake van handelingsverlegenheid rond het delen van informatie. In de Kamerbrief schrijft de staatssecretaris dat daarvoor een handreiking is ontwikkeld en indien nodig ook een convenant wordt opgesteld. Wat is hiervan de stand van zaken, is mijn vraag. Daarnaast blijkt opnieuw dat het huidige keuzepalet aan straffen te beperkt is om recidive effectief te kunnen voorkomen. Korte gevangenisstraffen werken vaak averechts. Gedetineerden zitten te kort vast om echt werk te maken van re-integratie, terwijl zij in de tussentijd wel belangrijke basisvoorwaarden verliezen.
Kan de staatssecretaris aangeven tegen welke knelpunten in de praktijk wordt aangelopen bij korte gevangenisstraffen? Klopt het dat de aanname in de Wet versterking regie volkshuisvesting dat gedetineerden met een straf van drie maanden hun basisvoorwaarden behouden, in de praktijk vaak niet opgaat? Juist om de samenleving beter te beschermen en recidive te voorkomen, zullen D66 en het CDA binnenkort het wetsvoorstel slimmer straffen verdedigen. Zonder afbreuk te doen aan de vergelding van straffen, valt er namelijk nog veel te winnen met een slimmer ingericht sanctiestelsel, dat beter bijdraagt aan veiligheid en het voorkomen van nieuwe slachtoffers.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Straatman. Inmiddels mag ik ook welkom heten de heer Ellian en de heer El Abassi. Dan ga ik nu het woord geven aan mevrouw Abdi.
Mevrouw Abdi (PRO):
Voorzitter. Je bent qua strafmaat in dit land inderdaad beter af als je een auto vernielt dan wanneer je verkeerd parkeert op een gehandicaptenplaats. Dat is natuurlijk wel heel erg raar. Vooropgesteld: er zijn nog steeds veel te veel verkeersdoden, dus er moet gehandhaafd worden. Dat staat niet ter discussie. Maar er is al lang en breed kritiek op de boetefabriek die verkeersboetes zijn geworden. Van de hoogte tot de inning: het is simpelweg niet eerlijk. En het ergste is nog dat als boetes niet betaald worden, bijvoorbeeld omdat mensen in de financiële shit zitten, de overheid daar zelfs van profiteert. Een niet-betaalde boete van €500 kan ineens in twee stappen verdriedubbelen. Een overheid die verdient aan ellende van haar eigen burgers, dat is echt niet uit te leggen. Daarom zeggen het Openbaar Ministerie, het CJIB, de rechtspraak en de politie inderdaad: "Het systeem is uit balans. Je raakt de meest kwetsbare mensen. Dit moet eerlijker." Dit blijkt ook uit de uitvoerige evaluatie van de wet-Mulder.
Ik wacht even tot de bel voorbij is.
De voorzitter:
U wilt even pauzeren? Je went eraan hoor. Meestal praat iedereen gewoon door, door de bel heen. Maar ja, wat u wilt.
Mevrouw Abdi (PRO):
Oké, voorzitter. Er wordt vaak gezegd dat er veel verdeeldheid is in de Kamer, maar het gebeurt niet om de haverklap dat een motie van mijn hand met algemene stemmen wordt aangenomen, en die ging precies hierover. Een groot deel van de Kamer vindt namelijk ook dat dit niet deugt en moet veranderen. Daarom hebben we samen met het CDA het initiatief genomen voor een rondetafel over verkeersboetes. Afgelopen maandag kregen we de antwoorden op onze feitelijke vragen. Collega Straatman en ik gaan samen naar oplossingen zoeken. Dat is heel hard nodig. Met name de verhogingen bij niet betalen zijn niet proportioneel. Kan de staatssecretaris die gaat over rechtsbescherming toelichten wat in haar ogen nodig is voor een eerlijker systeem? Nu lijken vooral eenzijdige financiële overwegingen rondom de boetes de doorslag te geven en niet de financiële consequenties van dit systeem voor burgers in een kwetsbare positie. Welke stappen kunnen zij en ook de minister zetten om te zorgen dat er hersteld wordt? Hoe kijkt de minister naar de verhouding tussen de ernst van het feit en de hoogte van de boete? Graag een reactie hierop. Kan de minister ook toezeggen de boetes niet langer mee te laten groeien met de inflatie? Ook hier graag een reactie op.
Dan de berichtgeving over het toepassen van algoritmes bij de reclassering. Onjuist gebruik, oordeelde de inspectie. Zo zijn in een van de algoritmes formules verwisseld, waardoor dat nooit goed heeft voorspeld wat het risico is dat de verdachte of de veroordeelde uiteindelijk opnieuw een delict pleegt. Uit berekeningen van de inspectie blijkt ook dat daardoor bij een kwart van de adviezen het risico op recidive totaal verkeerd is ingeschat. Je moet hier natuurlijk niet al te lichtzinnig mee omgaan als overheid. De staatssecretaris gaf aan dat zij niet met terugwerkende kracht kan beoordelen of een reclasseringsmedewerker met behulp van algoritmes wel of niet fouten heeft gemaakt. Dat is iets te gemakkelijk wat ons betreft. Kan de staatssecretaris daarom toezeggen dat zij wel een onderzoek instelt naar de toepassing van algoritmes in de strafrechtspleging, desnoods steekproefsgewijs?
Dat was het.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Abdi. Keurig netjes binnen de tijd. Dan ga ik het woord geven aan meneer Sneller voor zijn vier minuten inbreng.
De heer Sneller (D66):
Dank je wel, voorzitter. Een straf is het kwaad dat men lijdt wegens een kwaad dat men deed, schreef Hugo de Groot ergens een keer in het Latijn. Het kwam bij mij op omdat er een aantal mooie WODC-onderzoeken over strafmaten op de agenda staan.
Ik wou beginnen met degene die heel kritisch is over mijn motie, want het is altijd goed om er, ook zelf, kritisch op te reflecteren. De meerderheid van de gesprekspartners geeft aan dat de motie die ik vier jaar geleden heb ingediend eigenlijk om symboolwetgeving zou vragen. Nou, dat is natuurlijk een tamelijk aanmatigende conclusie van zo'n onderzoek, maar wel eentje die je serieus moet nemen. Het gaat over milieucriminaliteit, een groot probleem met miljarden schade per jaar, bovendien oneerlijke concurrentie voor bedrijven die het wel gewoon netjes doen en een ondermijning van onze samenleving. Dus is het niet een prettige conclusie als ik vind dat de Wet op de economische delicten zou moeten zeggen dat sancties ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, want dat is wat de motie vroeg.
Als je dan verder spit, is het wel interessant om te lezen wat er dan wel zou moeten gebeuren. Dan komen we, denk ik, bij de kern van waar het strafrecht op dit moment in de strafrechtketen hapert, namelijk: een lage pakkans en trage snelheid ondermijnen het preventieve effect van alles wat al mogelijk is. Een andere bevinding is dat heel veel mogelijkheden die er al zijn -- stillegging van een bedrijf, herstel opleggen et cetera et cetera -- niet worden gebruikt, met als een conclusie een redelijk heftige: structurele en organisatorische problemen belemmeren een effectieve milieustrafrechtpleging en inspecties zijn schaars en vaak aangekondigd.
Oftewel, de vraag is, denk ik: wat is er de afgelopen vier jaar gebeurd om te zorgen dat die milieustrafrechtpleging effectiever wordt en wat gaan we daar de komende tijd aan doen? Als dat te ver voert voor dit debat, dan graag daar een reflectie op vóór het debat over de implementatie van de Europese richtlijn hierover. Want ook vier jaar geleden werd er al een motie van mij aangenomen om te zorgen dat er een infrastructuur is, zodat we kunnen zien welke bedrijven het betreft en wat die schade is. Dat is ook nodig voor rechters om die straffen op te leggen. Het interessante in deze conclusie vond ik dat er eigenlijk wordt gezegd: de oriëntatie voor straftoemeting in milieustrafzaken zou moeten worden herzien. Ik hoor graag wat het kabinet daar binnen de trias aan kan doen. Dat was namelijk ook de conclusie bij Strafverzwaring in samenhang, het andere WODC-rapport. Daarin werd gezegd dat een hogere strafbedreiging en de preventieve werking daarvan veelal niet nader onderbouwd worden met argumenten of verwijzingen naar criminologische literatuur ter zake. Oftewel: het is niet zo heel effectief en we onderbouwen dat ook slecht als wetgever. Maar ook daar wordt verwezen naar de oriëntatiepunten, in dit geval van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, die natuurlijk niet door ons worden opgesteld maar door anderen. Dus ik hoor ook hierover graag hoe het kabinet dat ziet.
Dan over de overbrenging van meneer Singh. Het heeft heel lang geduurd. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris op dat hele proces reflecteert. Zouden we de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, de WOTS, niet moeten aanpassen om te zorgen dat binding daarin beter gedefinieerd wordt, zodat we de humanitaire gronden beter tot uiting kunnen laten komen?
Voorzitter. Ten slotte de terugkijktijd bij de verklaring omtrent het gedrag. Er staat een mooi onderzoek op de agenda. De terugkijktijd is in sommige gevallen 30 plus jaar, bijvoorbeeld voor functies bij DJI. De rechter heeft onlangs gezegd dat dat in bepaalde gevallen niet proportioneel is, omdat het een individuele beoordeling eigenlijk te veel uitsluit. Het WODC zegt hierbij dat het aanbeveling verdient om aanvaardbare risico's te definiëren als criterium voor de terugkijktermijn, zodat een betere afweging tussen het belang van de bescherming van de maatschappij en de vog-aanvrager mogelijk wordt. Mijn concrete vraag aan het kabinet is: hoe gaat het ervoor zorgen dat de balans tussen de individuele beoordeling en de generieke termijnen beter wordt?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel voor uw inbreng. Dan gaan we door naar meneer Ellian. Aan u het woord.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Een mooi commissiedebat met veel onderwerpen en een rijke variëteit. Ik zou iets anders willen benoemen als het gaat om boetes. Ik zag de moeder van Tamar. Zij is komen te overlijden nadat zij is aangereden. De dader kreeg een boete van €1.500. Daar moest ik de afgelopen week toch aan denken. Inmiddels wordt hij weer vervolgd, maar de moeder heeft daar zes jaar voor moeten knokken. Dus als het gaat over disbalans, ben ik wel benieuwd hoe de bewindspersonen kijken naar zo'n geval. Ik zag de moeder gisteren bij RTL. Dat is waarvoor wij hier zijn. Als het gaat over disbalans en rechtvaardigheid, vraag ik me af hoe het kan dat zo'n situatie zich nog kan voordoen.
Voorzitter. Ik zou graag een nieuw idee willen voorleggen aan de minister van Justitie en Veiligheid. Al nadenkende over de boetes, de tekorten en criminaliteit keek ik weer eens naar de bedragen en het resultaat van het afpakken. Dat blijft natuurlijk echt gewoon ronduit bedroevend. Ik waardeer het echt dat de minister er, zeker de laatste maanden, stevig in zit. Daar ben ik blij om, maar we kunnen niet om de conclusie heen dat we niet veel afpakken. Als je vindt dat misdaad niet mag lonen, of het nou gaat om "een gevangenisstraf moet een gevangenisstraf zijn" of dat je geen voordeel mag hebben van criminaliteit, dan moeten we hier uit een ander vaatje tappen.
Al pratend met allerlei mensen kwam ik op het volgende idee. Er ligt nog zo veel geld, crimineel verdiend vermogen, voor het oprapen. De zaak van Piet Costa, de man van de martelcontainers, vind ik een mooi voorbeeld. De rechter legt een ontneming op van 19 miljoen, verdiend met drugscriminaliteit. Hoeveel is er nou afgepakt? Echt bijna niets. Ik weet dat er plenair, bij de APB, een keer werd gevraagd: hoeveel hebben we nou afgepakt van Ridouan Taghi? Hoe kijkt de minister naar het inzetten van opsporingsberichtgeving voor het afpakken van vermogen? Ik denk dus aan een soort Opsporing Verzocht 2.0. Deze persoon heeft geld verdiend met bijvoorbeeld internationale drugshandel, maar we weten niet precies waar zijn vermogen is. Zijn er mensen die weten waar deze persoon vaak kwam et cetera et cetera? Je kan hiermee namelijk een groep mensen bereiken die je anders nooit bereikt, maar je straalt ook als overheid uit: kijk, misdaad mag niet lonen en we komen het geld halen. Ik ben heel benieuwd hoe de minister hiertegen aankijkt.
In het verlengde hiervan: ik heb twee aangenomen moties.
Mevrouw Faber (PVV):
Een interessante inbreng van de heer Ellian. Maar het gebeurt ook dat het geld wel is opgespoord en dat men gewoon kan incasseren, maar dat men het te laat doorgeeft aan het incassobureau. Dan zijn de termijnen verlopen. Dat heeft toch meer te maken met het feit dat de strafrechtketen niet op orde is. Het klopt dat er geld blijft liggen, zoals u zegt, zeg ik via de voorzitter. Maar het schort er ook aan in de strafrechtketen, omdat zaken te laat worden doorgegeven.
De heer Ellian (VVD):
Dank voor deze scherpe vraag, want die geeft mij de kans om het nog iets nader te duiden. Ik denk dat inderdaad nog allerlei andere problemen een rol spelen, bijvoorbeeld dat het Openbaar Ministerie te weinig conservatoir beslag legt tijdens de strafrechtelijke procedure, waardoor de hele zaak zes, zeven jaar later, als een veroordeling definitief is geworden, naar het CJIB gaat. Het CJIB heeft geen opsporingsmogelijkheden. Op dit moment liggen er gewoon allerlei zaken -- ik bedoel dat niet oneerbiedig -- op de plank bij het CJIB, echt een grote hoeveelheid, duizenden zaken boven een ton. Ik zou zeggen: wat kun je daar nou mee? Uiteraard moet je mensen niet meteen vol in beeld brengen met hun hele naam en toenaam, maar er zijn echt heel veel grotere criminelen die nu de dans ontspringen. Volgens mij was het ook collega Faber die laatst heel positief was over Game Over?! Ik denk dat je het een beetje in die sfeer moet doen en dat je in beeld moet brengen: "Dit is de crimineel. Hij moet dit terugbetalen. We weten ongeveer waar hij zich ophield. Hebben mensen informatie over waar bijvoorbeeld vermogensbestanddelen kunnen zijn?" Ik denk dat het echt enorme kansen kan bieden.
Tot slot, voorzitter. Het directe antwoord op de vraag van mevrouw Faber is: het Openbaar Ministerie moet sneller beslag leggen en niet wachten, want als je wacht, dan is het nog steeds niet verloren, maar dan maak je het wel heel moeilijk.
Mevrouw Faber (PVV):
Als ik het goed begrijp, dan is meneer Ellian er een voorstander van om zaken openbaar te maken en daarvoor het publiek in te schakelen, dus een soort digitale schandpaal, zoiets dergelijks. Ja? Ja, ik noem het even de "digitale schandpaal", want dan snappen we allemaal waar we het over hebben. Dan is de vraag aan meneer Ellian: zullen we daar samen een motie voor indienen?
De heer Ellian (VVD):
Kijk, digitale schand… Ik denk dat Game Over?! overigens terecht door het publiek werd gezien als: haha, daar ben je; je zult gevonden worden. Ik weet niet of ik het zelf "digitale schandpaal" zou noemen, maar mevrouw Faber vatte net heel accuraat de essentie samen. Je betrekt het publiek erbij en je laat als justitie, als overheid, inderdaad wel degelijk zien: "Wij komen geld halen bij deze persoon. Je hebt namelijk geld terug te betalen dat je verdiend hebt met verschrikkelijke activiteiten." Ik weet niet of ik het "digitale schandpaal" zou noemen, maar je betrekt het publiek erbij. Nu heb je bij geweldsdelicten, overvallen en dat soort zaken vaak Opsporing Verzocht. "Wij zoeken Pietje, want …" Oké, je kan ook zeggen: "Wij weten wie Pietje is" -- of misschien is hij ook al aangehouden -- "maar we weten niet precies waar zijn geld zit. Wie kan helpen?" Uiteraard kijk ik altijd graag naar alles wat tot een meerderheid kan leiden.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik was toevallig afgelopen maandag op werkbezoek bij de FIOD, samen met collega's van de commissie voor Financiën. Tot mijn verbazing werd daar gezegd dat Nederland eigenlijk achteruitloopt als het gaat om het afpakken van crimineel vermogen, omdat de Kamer ook qua wetgeving veel te laat dingen heeft ingevoerd. Ik ben benieuwd hoe de heer Ellian hiernaar kijkt, met name als het gaat om de richtlijn over non-conviction based confiscation. Als knelpunt werd namelijk aangedragen dat wij als Nederland een beetje een rommeltje hebben als het gaat om het afpakken van criminele vermogens. Ik ben benieuwd hoe de heer Ellian daarnaar kijkt.
De heer Ellian (VVD):
Daarom is dit zo'n leuk debat, want dit is ook weer zo'n goede vraag. Ik verbaas me hier al jaren over. Ik heb een uitgebreid werkbezoek gebracht, samen met mijn gewaardeerde vriend, mag ik wel zeggen, John van den Heuvel aan de Guardia di Finanza in Italië, in Rome en in Zuid-Italië. Non-conviction based confiscation is essentieel, want je draait de bewijslast om. Je legt eigenlijk de bewijslast bij de crimineel: joh, vertel jij maar hoe je aan dit pand, deze auto of wat dan ook bent gekomen. Dat bewijs kunnen ze natuurlijk zelden leveren. De Italianen voegen er nog aan toe: dan geven we het terug en gaan we het maatschappelijk herbestemmen. Volgens mij is daar in Zaanstad ook iets mee geprobeerd. Ja, ik denk dat de regelgeving in Nederland écht een enorme boost nodig heeft. Ik geloof wel dat de minister bezig is met implementatie van die richtlijn, maar dat wetsvoorstel juich ik toe. In een van de consultatieversies zag ik dat het ingebed werd in een soort civielrechtelijke beslagprocedure, die ik zelf als advocaat veel heb gedaan. Ik was er zelf heel enthousiast over. Ik geloof dat het nu toch weer iets anders wordt ingericht. Maar de gedachte "wij gaan beslag leggen; leg jij maar uit hoe je eraan bent gekomen en zo niet, dan …" is superessentieel. Waarom ik hier zo gepassioneerd over praat, is omdat ik veel werk heb gemaakt van het Italiaanse antimaffiamodel, en zij altijd tegen mij zeiden: dat gevangenismodel, 41 bis, bewaken en beveiligen zijn allemaal superbelangrijk, maar jullie moeten leren focussen op follow the money. Giovanni Falcone, die zijn leven heeft gegeven, was eigenlijk geestelijk vader van follow the money. Wij moeten dat doen.
Tot slot wil ik het volgende zeggen, voorzitter. Wat ik van de Italianen hoor, is: jullie FIOD is heel erg goed, maar ze lopen nu tegen een wirwar van regels aan. Die zouden we moeten wegnemen.
De voorzitter:
Mevrouw Abdi heeft nog een vervolginterruptie.
Mevrouw Abdi (PRO):
Zeker. Wat de heer Ellian zegt klopt wel, maar ze gaven ook aan dat ze niet alleen te maken hebben met trage wetgeving van de Kamer, maar ook met onvoldoende capaciteit. Er is enorm veel concurrentie tussen de medewerkers en de specialisten. Ze zeggen: we hebben aan de voorkant als het gaat om intelligence eigenlijk veel te weinig mensen. Het Openbaar Ministerie heeft nu zes officiers van justitie die daarin gespecialiseerd zijn, maar dat is bij lange na niet genoeg. Kan ik dan op de heer Ellian rekenen, niet alleen als het gaat om een wet die eraan komt, maar ook om daadwerkelijk in de uitvoering mogelijk maken dat je genoeg mensen, expertise en middelen hebt om hier een succes van te maken? Zoals ze ook zeiden: elke euro die je hierin investeert, rendeert direct terug in de samenleving en geeft een normerend signaal af. Ik ben dus benieuwd hoe de heer Ellian hiernaar kijkt.
De heer Ellian (VVD):
Een vraag die ik aan de minister wilde stellen -- die heb ik hier staan -- is: wordt het niet tijd dat het CJIB en het OM een actieplan maken, om te spreken met de woorden van collega Mutluer, die er nu niet is? Zet even iedereen bij elkaar. Ik begrijp dat zodra iedereen bij elkaar wordt gezet, van FIOD tot aan FASTNL, het OM en het CJIB, er in no time opeens verdachten worden veroordeeld en gevonden, en hun geld ook. Dit heeft dus te maken met hoe je het organiseert en of je de wil hebt. Was het dit jaar weer een onvolkomenheid volgens de Rekenkamer? Dat weet ik eigenlijk niet, maar volgens mij wel. Dit is volgens mij al jaar op jaar op jaar een onvolkomenheid. Als het gaat om de aanpak van georganiseerde criminaliteit, bewegen we hemel en aarde voor een strenger gevangenisregime, hogere straffen en het meekijken in appgroepen. We doen dus van alles, maar de essentie is natuurlijk dat je het verdienmodel onderuit moet halen. Ik denk dus dat het ook te maken heeft met hoe je het inricht. Als daar meer mensen voor nodig zijn, sure, dan is dat iets wat we moeten overwegen, maar het heeft er vooral mee te maken of we afpakken centraal stellen of niet. Ik vind eerlijk gezegd dat dat nu niet helemaal het geval is.
De heer Sneller (D66):
Ik ben het helemaal eens met het gevoel van ongeduld over die non-conviction based confiscation. Tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid in 2020 werd daar een schriftelijk voorstel voor gedaan door Groothuizen en Van Nispen. Maar mijn vraag gaat over conservatoir beslag. Wat is in de analyse van de heer Ellian precies het knelpunt waardoor het OM dat onvoldoende doet?
De heer Ellian (VVD):
Dat was overigens een illuster duo, Groothuizen en Van Nispen. Die hebben veel interessante moties ingediend, maar dit raakt natuurlijk ook aan het ongeduld en de vraag van mevrouw Abdi. Dat is dus zes jaar geleden en die wet is er niet. Dat heeft dus wel te maken met intentie en motivatie, want we hadden die wet al kunnen hebben. Daarmee kun je zo veel afpakken van criminelen. Ik benijd het OM niet. Die hebben gigaveel op hun bord liggen, zoals ICT-problemen. Ze doen er alles aan om met het geld dat ze hebben ook verantwoording af te leggen. Ik zou menen dat de politie dat ook iets meer zou mogen doen, maar dat doen we bij een ander debat. Maar ik begrijp inderdaad dat er weinig gespecialiseerden zijn bij het OM. Het is natuurlijk echt een specialisme. Daar zijn er niet per se heel veel van. Je kunt je aandacht maar één keer verdelen. Het heeft er ook mee te maken dat het gefragmenteerd is. Het CJIB doet een deel en het OM doet een deel. Heel veel aandacht gaat natuurlijk naar de lopende strafzaak, de opdrachtgever van de moord, het pakken van de schutter of degene die een tasje cobra's bij een synagoge neerlegt.
Daar heb ik allemaal begrip voor, maar we zullen hier echt op een andere manier naar moeten kijken. Hoe zeg je het ook alweer? Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg. Dan wordt het volgend jaar weer 200 miljoen of 250 miljoen. Je moet echt het afpakken van crimineel vermogen centraal gaan stellen. Ik treed natuurlijk niet in de afwegingen van het OM; ik doe dat soms wel, omdat ik ze een beetje wil prikkelen, zeg ik met een knipoog tegen de minister. Maar ik denk dat je er wel naartoe moet dat je bij grotere criminelen, bijvoorbeeld bij de internationale drugshandel, separaat van opsporing eigenlijk ook meteen beslag legt op vermogensbestanddelen, want dan heb je het maar gedaan. Dan kan het CJIB die na de veroordeling meteen uitwinnen; dat zei mevrouw Faber eigenlijk ook. Ik ben geen officier, maar ik kan me indenken dat we hier eens wat dieper op ingaan met elkaar, want ik vind het ongelofelijk dat je uit kan gaan van 20 miljard verdiend vermogen in Nederland en dat we 200 miljoen afpakken.
De voorzitter:
Mag ik u vragen af te ronden?
De heer Ellian (VVD):
Wie houden we dan voor de gek? Ja, dat is leuk. Ik kom hier graag. Mag ik verder?
De voorzitter:
Als er verder geen interrupties zijn, wil ik u verzoeken uw inbreng voort te zetten.
De heer Ellian (VVD):
Dat ga ik doen. Ik heb nog anderhalve minuut. Ik ga er vogelvlug doorheen.
Over tipgeld heb ik twee moties ingediend. Die zijn allebei aangenomen. Ik begrijp dat het OM zegt dat het een beetje ingewikkeld is, maar tegen de minister zeg ik, via u, voorzitter: er liggen twee aangenomen moties en die moeten uitgevoerd worden. Op de nationale opsporingslijst staan een aantal criminelen waar geen bedrag bij staat of maar €10.000. Alsjeblieft, mag ik er nou op rekenen dat er iets gedaan wordt? Ik stelde 1 miljoen euro voor. Oké, als het OM dat niet wil, is dat prima, maar aangenomen moties, tot twee keer toe, moeten wel uitgevoerd worden. Ik ben dus benieuwd of de minister mij nu goed nieuws kan geven.
Dat hoop ik ook als het gaat om de genealogische databanken. Die pilot loopt nu vijf jaar. Cold cases liggen mij na aan het hart. Dat geldt voor velen in deze Kamer, ook voor mevrouw Mutluer, die er nu niet is. Hoe staat het nu met de genealogische databanken? Kunnen we daarbij een doorbraak verwachten? En wat is nu de bedoeling als het gaat om de cold cases en de politie-informatie? Als ik nabestaanden spreek -- dit raakt ook de portefeuille van de staatssecretaris -- merk ik dat die hun hart vasthouden omdat politie-informatie na vijf jaar verwijderd wordt. Die zeggen over cold cases: kouder dan koud wordt het niet meer, maar zonder die politie-informatie ga je die zaak nooit meer oplossen. Is de minister bereid om die wetten te herzien? Ik weet dat het een gigaklus is, maar ik denk wel echt dat het moet. Die vijfjaartermijn is voor de VVD-fractie echt onacceptabel.
Over de zaak van meneer Singh wil ik het volgende opmerken richting de staatssecretaris. Ik ken de zaak ook goed. Die is veel in de Kamer besproken. Ik zit er wat anders in dan de collega, maar dat is niet erg. Ik wil benadrukken dat de staatssecretaris ervoor moet zorgen dat de nabestaanden, die ik ook zelf gesproken heb, echt hun stem kunnen laten horen. Hun verhaal werpt namelijk echt een ander licht op meneer Singh en de gebeurtenissen waar je soms ook in de media over leest.
Dan ben ik er, voorzitter. Twaalf seconden over de tijd heen.
De voorzitter:
Het waren er zelfs maar negen, meneer Ellian. Geen enkel probleem. Als er verder geen interrupties zijn, wil ik graag het woord geven aan meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter. We spreken vaak over verkeershufters, maar vandaag wil ik het hebben over bestuurlijk huftergedrag of, aansluitend bij de woorden van de Kamer, bestuurshufters. Want ondanks waarschuwingen van de Raad van State, het CJIB, de rechtspraak en eerdere uitspraken van de Kamer worden verkeersboetes telkens opnieuw verhoogd, ook nu weer, met 2,7%. De minister verdedigt dat met de mededeling dat zijn prioriteiten elders liggen en dat hij het geld nodig heeft voor andere zaken. Daarmee worden verkeersboetes steeds meer gebruikt als melkkoe voor de begroting. Dit terwijl ze bedoeld zijn om verkeersveiligheid te bevorderen.
Voorzitter. Dit is niet uit te leggen aan de mensen die deze boetes moeten betalen. Namens al die burgers wil ik hier vandaag het volgende zeggen. Mensen maken fouten, mensen houden zich niet altijd aan de regels, en wie de regels overtreedt, mag daarvoor worden beboet. Daar is iedereen het mee eens, ook DENK. Maar boetes moeten wel proportioneel zijn. Die moeten in verhouding staan tot de overtreding en gericht zijn op gedragsverandering en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Ze mogen niet worden ingezet als middel om de staatskas te spekken. Daar wringt het. De overheid verwacht van burgers dat zij hun gedrag aanpassen wanneer regels bijvoorbeeld niet werken, maar wanneer deskundigen, uitvoerders en rechters waarschuwen dat deze boetes hun doel voorbijschieten, weigert de overheid zelf haar koers te wijzigen. Daarom wil ik nogmaals namens die burgers het kabinet één eenvoudige boodschap meegeven: houd u aan de regels die uzelf heeft vastgesteld; zorg voor proportionele boetes die bijdragen aan verkeersveiligheid in plaats van boetes die vooral dienen als inkomstenbron voor de schatkist. Is de minister bereid om de boetes te verlagen, of op z'n minst niet te verhogen?
Voorzitter. Ook zag ik een Kamerbrief over internationale misdrijven. Nederland zegt terecht: oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid moeten altijd worden bestraft. In dat licht mis ik iets wezenlijks, namelijk de oorlogsmisdaden gepleegd door Nederlanders in Israël. Dat uitgangspunt geldt ook voor Nederlanders, Nederlanders die uitreizen naar Israël om bij te dragen aan gruweldaden die daar worden gepleegd. Die daden kunnen wij zelfs moeiteloos volgen via social media, waarover de brief met geen woord rept. Dat terwijl inmiddels minimaal 645 Nederlanders met dat doel naar Israël zijn uitgereisd. Vergeleken met Syriëgangers is dat meer dan een verdubbeling. Dat waren namelijk nog 300 uitreizigers. Volgens de minister mag je aansluiting zoeken bij de Israëlische strijdkrachten. Meent de minister dit, zou ik hem willen vragen. Gelet op de openlijke oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid die daar worden gepleegd, wil ik van de minister weten hoe hij het verschil in politieke en strafrechtelijke zin verklaart tussen Syriëgangers destijds en Nederlanders die zich aansluiten bij het Israëlische genocideleger.
Voorzitter, tot slot het rechts-extremisme. Over intimidatie en terreur rond azc's en moskeeën heb ik het vaker gehad. Deze gruweldaden worden openlijk geclaimd door Defend Netherlands of Voorpost.
De voorzitter:
Meneer El Abassi, er is een interruptie voor u van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Nou, het is meer een opmerking. Ik vind het nogal ver gaan om het Israëlische leger te bestempelen als een genocideleger. Dat vind ik echt te ver gaan. Dan kunnen we nog wel een paar boekjes opendoen, maar dan zitten we hier de hele middag nog. Dit vind ik wel ver gaan.
De voorzitter:
Dank voor uw punt van orde.
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou best naar mevrouw Faber willen luisteren, maar ik luister liever naar experts, deskundigen, mensenrechtenorganisaties en het Internationaal Strafhof. Die zijn veel deskundiger dan mevrouw Faber.
Voorzitter, ik ga verder waar ik gebleven was.
De voorzitter:
Ogenblikje, meneer El Abassi, er is een interruptie van mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Het is goed om te horen dat de heer El Abassi naar het Strafhof wil luisteren, maar volgens mij is er nog helemaal geen uitspraak geweest dat het een genocideleger is. Ik weet dus niet waar hij dat dan vandaan haalt, maar ik vind het erg ver gaan, vooral omdat Israël een bevriende natie is van Nederland.
De heer El Abassi (DENK):
Volgens mij weet mevrouw Faber genoeg. Er loopt een serieus onderzoek. Die lopen niet zomaar. Tegelijkertijd weet mevrouw Faber ook hoe het Internationaal Strafhof tegengehouden wordt. Over de bewoordingen die ze hebben losgelaten, namelijk dat er mogelijk een genocide gaande is in Gaza, en tegelijkertijd het gegeven dat er internationaal allerlei druk uitgeoefend wordt op deze internationale rechters, heb ik de PVV en mevrouw Faber nog niet gehoord. Misschien zou mevrouw Faber zich daarop moeten focussen in plaats van op het goedpraten van een genocide.
De voorzitter:
Ik onderbreek u even voor een interruptie van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Ik vraag me toch wel het volgende af. Dat wil ik de heer El Abassi ook vragen. Vergelijkt hij nu Syriëgangers in de tijd van het IS-kalifaat, waar aantoonbaar de meest gruwelijke daden, van slavernij tot massamoord, plaatsvonden vanuit extreem islamitisch gedachtegoed, met het Israëlische leger? Vergelijkt hij het Israëlische leger met IS? Is dat wat de heer El Abassi zegt?
De heer El Abassi (DENK):
Ik heb nergens gezegd dat ik vergelijk. Dat is één. Tegelijkertijd heb ik het gevoel dat de heer Ellian dat wel doet, dat hij het ene geval kennelijk minder erg vindt dan het andere geval. Ik ben dus niet degene die het vergelijkt; dat doet de heer Ellian zelf. Maar we kunnen het hebben over wat Israël wel heeft gedaan: oorlogsmisdrijven, genocide, apartheid, administratieve detentie, geweld door kolonisten, nederzettingen en ga zo maar door. Er zijn daar Nederlanders heen gestuurd. Vanochtend is er nog een artikel verschenen over scherpschutters die daar mogelijk naartoe zijn gegaan, die op kinderen schoten in Gaza. Ik merk dat de heer Ellian mij hier vragen zit te stellen en kritisch probeert te zijn over het feit dat we daar vragen over stellen. Ik zou de heer Ellian willen vragen om ook te vragen aan deze minister waarom er nog niet één persoon uit Israël is opgepakt op dit moment en waarom we zo laks zijn als het gaat om de genocide die daar gepleegd wordt op dit moment.
De heer Ellian (VVD):
Ik stel een heel normale vraag, omdat uit het betoog van de heer El Abassi wel degelijk een vergelijking kwam tussen IS en het Israëlische leger. Ik denk niet dat er een genocide plaatsvindt in Gaza, maar waar het om gaat is het volgende. IS was een kalifaat. Ik weet dat de sharia voor DENK prima is, maar het was een misdadig systeem van onderdrukking van onschuldige burgers, nota bene overigens de eigen burgers. Wat Israël doet is een oorlog voeren -- ik weet dat dit ver buiten de orde is, maar daar kan ik niet zo veel aan doen -- in Gaza. Waar het om gaat is wat het leger dan doet en op welke manier dat leger proportioneel handelt. Daar kan je vragen over stellen, maar dat is volstrekt anders dan de barbarij van IS. En dat een collega-Kamerlid zegt dat het Israëlische leger daarmee te vergelijken is of dat ik het een minder erg vind dan het ander, dat laat zien dat de heer El Abassi gewoon Israël een terroristische staat vindt. Maar goed, dat wisten we al. Maar ik vind wel de vergelijking met IS echt buiten alle proporties. En geen woord overigens over de beestachtige daden van 7 oktober! Daar hoor ik hem ook geen vragen over stellen aan de minister. En dan zou ik deze minister moeten vragen naar Nederlanders die daar een van de mooiste landen in het Midden-Oosten willen verdedigen? Ik vind het echt ongelofelijk, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u. Ik wil voorstellen dat u uw inbreng voortzet, meneer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Uiteraard mag ik reageren, dus dat wil ik ook graag doen.
De voorzitter:
Heel kort, alstublieft.
De heer El Abassi (DENK):
Dan sla ik het punt van sharia even over. Als de heer Ellian het heeft over oorlog voeren: ik kwam al met een opsomming. Apartheid. Ik kwam al met administratieve detentie. Ik kwam al met geweld door kolonisten, nederzettingen waar Palestijnen uit huizen worden gehaald, kinderen bij wie op geslachtsdelen geschoten wordt en vrouwen die verkracht worden. Ze staan nu zelfs op de zwarte lijst. Daar zijn ze net op gezet door de VN, omwille van seksueel geweld. Aanvallen op ziekenhuizen. Aanvallen op scholen en op vluchtelingenkampen. Ik kan zo doorgaan. Blokkades voor voedsel. Als de heer Ellian dat oorlog voeren noemt, dan snap ik die tweedeling binnen de VVD. Want heel veel mensen binnen de VVD vinden dit wel een genocide en die irriteren zich dood aan Kamerleden …
De voorzitter:
Meneer El Abassi. Meneer El Abassi, ik wil u even onderbreken. Is dit een onderdeel van uw inbreng of bent u aan het reageren?
De heer El Abassi (DENK):
Eigenlijk niet voorzitter. Mij ging het alleen om internationale …
De voorzitter:
Ik had u verzocht om een heel korte reactie te geven. Het lijkt mij verstandig dat u uw inbreng alsnog voortzet. U heeft nog twaalf seconden.
De heer El Abassi (DENK):
Dat zal ik doen. Dat is veel korter dan ik dacht.
Dat uitgangspunt geldt ook voor Nederlanders. Het kan zijn dat ik een stukje opnieuw voorlees, voorzitter. Over Nederlanders die uitreizen naar Israël om bij te dragen aan gruweldaden die daar worden gepleegd -- die daden kunnen wij zelfs moeiteloos via social media volgen -- rept de brief met geen woord. Volgens mij had ik dat al eerder voorgelezen. Volgens de minister mag je aansluiting zoeken bij Israëlische strijdkrachten. Ik had al de vraag gesteld of de minister dat meent.
Ik was bij rechts-extremisten. Intimidatie en terreur rond azc's en moskeeën …
De voorzitter:
Meneer El Abassi, ik ga u helaas onderbreken. U bent ver over de tijd, dus ik wil ik vragen om het …
De heer El Abassi (DENK):
Dan bewaar ik het laatste blokje, voorzitter. Doen we.
De voorzitter:
Ja, dat lijkt me verstandig. Dank u wel.
Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. Ik kijk even naar de minister. 25 minuten? Dat lijkt me een goed plan. Zullen we voorzetten om 11.10 uur? Dan schors ik nu even tot 11.10 uur. Dank u wel.
De vergadering wordt van 10.43 uur tot 11.10 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. We zijn gekomen aan de eerste termijn van het kabinet. Ik wil de leden voorstellen dat we maximaal drie interrupties doen. Ik wil u verzoeken om de interrupties kort en bondig te houden, zodat we niet in tijdnood komen en ook nog een tweede termijn kunnen inplannen. Dan wil ik graag het woord geven aan de minister. U start. Ga uw gang.
Minister Van Weel:
Dank, voorzitter. Ik heb geen algemene inleiding, want de diversiteit van de onderwerpen die we hier bespreken, leent zich niet echt voor een kapstok. Ik doe dat dus in blokjes. Ik begin bij de boetes. Dan ga ik door naar motorbendes en bestuurlijk verbod. Dan ga ik naar overlast. Dan zal ik confiscatie doen. Daarna kom ik bij overig.
Laat ik beginnen bij de boetes en met de allermakkelijkste vraag. Die kwam van mevrouw Straatman. Zij vroeg of ik kan toezeggen dat ik geen aanvullende beleidsmatige verhogingen van de verkeersboetes doorvoer. Het antwoord daarop is: ja. Ik heb dat eerder gezegd. Ik betreur dat dat in het verleden is gebeurd. Dat heeft louter financiële achtergronden gehad. Een aantal van u merkten dat ook terecht op. Ik vind dat verkeersboetes daar niet voor bedoeld zijn. Ik heb daarom zelf gezegd dat ik geen beleidsmatige verhogingen zal doorvoeren. Ik moet overigens wel iets corrigeren: dat geld komt niet bij Justitie terecht, maar vloeit rechtstreeks door naar de staatskas. Er is voor mij as such dus geen perverse prikkel, maar die zou je als Staat natuurlijk wel kunnen hebben.
Wat ik echter niet kan doen, is toezeggen dat ik de inflatiecorrectie niet jaarlijks doorvoer. Dat is gewoon een vast patroon van ons leven. Ons salaris wordt gecorrigeerd voor inflatie. De prijzen in de supermarkt corrigeren zichzelf voor inflatie. Dat geldt ook voor boetes en strafbepalingen. Als ik dat niet doe, hebben we meteen een gat, omdat mijn begroting ook wordt gecorrigeerd voor inflatie. Dat gat loopt dan per jaar op tot 30 miljoen, zeg ik uit mijn hoofd. Dat zijn structurele bedragen, want de inflatiecorrectie die je niet doorvoert, werkt door tot in de oneindigheid. Dus, nee, geen beleidsmatige verhogingen meer. Ja, ik ben het met u en vele instanties eens dat er op dit moment sprake is van een disbalans. Ik wil daar ook nog een keer naar kijken, maar met de caveat dat ik niet nu binnen de begroting 300 miljoen heb gereserveerd dan wel ga reserveren om die volledige disbalans, zoals die nu bestaat, op te heffen door het verlagen van de verkeersboetes. Daar maak ik andere keuzes.
Mevrouw Straatman (CDA):
Heel goed om van de minister te horen dat die beleidsmatige verhogingen niet doorgevoerd worden. Tegelijkertijd hoeven we niet héél ver terug in het verleden te kijken, namelijk naar 2024, om te zien dat dat wel gebeurd is. Ik ben dus blij met deze toezegging van de minister, maar in de aanbevelingen van de evaluatie van de wet-Mulder wordt gezegd: kunnen we dan ook waarborgen in het systeem inbouwen, zodat het niet ook gebeurt als er een andere minister zit? Juist die beleidsmatige verhogingen zorgen namelijk voor die disbalans, die ook in de toekomst blijft. Ziet de minister daarin mogelijkheden om niet alleen via een toezegging, maar ook wettelijk te verankeren dat beleidsmatige verhogingen om financiële redenen geen reden zijn om boetes te verhogen?
Minister Van Weel:
We zijn natuurlijk nog bezig met de evaluatie van de wet-Mulder. We komen daar later dit jaar meer uitgebreid over te spreken. Daar wil ik dit vraagstuk ook heel graag in meenemen. Dat geldt overigens ook voor alle aanbevelingen die u mogelijk heeft, samen met mevrouw Abdi, naar aanleiding van de rondetafel die u heeft gehouden. Nogmaals, ik denk dat we allemaal dezelfde problematiek erkennen. De vraag is: hoe geven we daar goed gehoor aan? Overigens was ik over de afbakening van de boetes even vergeten te vertellen dat de staatssecretaris verder in zal gaan op de ophogingen dan wel de inningen.
De heer El Abassi (DENK):
Ik hoor de minister aangeven dat de vraag is hoe we daar goed gehoor aan geven. Volgens mij weten we dat al. Breng ze weer in balans. Verlaag die boetes. Zorg ervoor dat ze weer in balans zijn. Is de minister het met mij eens dat we die boetes zo snel mogelijk weer in balans moeten brengen?
Minister Van Weel:
Dat vereist keuzes. Als "het in balans brengen" zou betekenen dat we de overige sancties niet verhogen, maar alleen de verkeersboetes moeten verlagen, dan kost dat structureel 300 miljoen euro. Op dit moment geef ik die liever uit aan het op orde krijgen van de politiebegroting, of aan het zorgen voor meer recherchecapaciteit. Als er andere manieren zijn om die balans te herstellen -- je zou daarbij kunnen denken aan een andere verdeling binnen de verkeersboetes of aan de verhoudingen tot de sancties zoals het OM die oplegt voor andere misdrijven, zoals mishandeling -- dan valt daar natuurlijk wel over te spreken, maar ik ga geen 300 miljoen besteden aan het verlagen van de verkeersboetes zoals ze nu zijn.
De heer El Abassi (DENK):
Dit vind ik best gek. Ik kan het maar niet snappen. Ik noem een voorbeeld van een pakketbezorger die ik gesproken heb. Hij heeft wat boetes gehad, omdat hij flink op het gaspedaal gedrukt heeft. Hij geeft aan dat hij een keuken moest betalen die wat duurder was uitgevallen en dat hij om die reden, een financiële reden, het gaspedaal in die periode wat meer heeft ingedrukt dan in andere periodes. Als ik de minister zo volg, dan is dat een legitieme reden om dat te doen, namelijk een financiële reden zoals wij die hier in de Kamer en vanuit het kabinet benoemen, omdat er anders bepaalde dingen niet betaald kunnen worden. Dat geldt ook voor deze pakketbezorger, want hij kan zijn keuken anders niet betalen. Wat zegt de minister tegen deze pakketbezorger? Zeggen we dan ook: we schelden die boete kwijt, omdat hij anders financieel niet rondkomt en zijn keuken niet kan betalen?
Minister Van Weel:
Het is wel heel vreemd dat iemand denkt dat hij harder mag rijden dan wij met z'n allen hebben vastgelegd in de wet, omdat hij de keuken die hij gekocht heeft niet kan betalen. Absoluut niet, zou ik willen zeggen. Ik hoop dat hij geleerd heeft dat die keuken nog onbetaalbaarder wordt als je maar ongeremd op het gaspedaal duwt. Die regels zijn er niet voor niks. We hebben het hier over de hoogte van de boetes. Dat vind ik terecht. Laten we het feit dat je boetes krijgt alsjeblieft in stand houden, want we zien nog steeds een enorm aantal verkeersdoden. We zien de hufters in de grote steden. We zien mensen met 80 kilometer per uur door een woonwijk scheuren; ik woon vlak bij zo'n weg. Wat mij betreft houden we die sancties dus in stand.
De heer El Abassi (DENK):
Het is opmerkelijk dat de minister dat vreemd vindt. Ik vind dat niet vreemd. Ik vind het vreemd dat het kabinet zichzelf niet aan de regels houdt die we samen hebben afgesproken, namelijk dat boetes niet disproportioneel mogen zijn, dat ze moeten dienen voor de verkeersveiligheid, dat ze dienen om gedrag te veranderen en niet, zoals de minister net letterlijk noemt, om de staatskas te spekken. Dat zijn niet de regels die we hier samen hebben afgesproken. Ik zou de minister willen vragen of hij wel beseft dat hij naar deze burgers wijst, ze zelfs hufters noemt, terwijl het hufterige gedrag eigenlijk vanuit hier, vanuit het kabinet, komt.
Minister Van Weel:
Ik weet niet hoe dit filmpje geknipt gaat worden. Het maakt me eigenlijk ook allemaal niet zo veel uit, meneer El Abassi. Weet u, mensen moeten zich aan de wet houden. Het feit dat u het hier opneemt voor mensen die willens en wetens de wet breken en daarmee een gevaar veroorzaken voor de gezondheid van anderen, werp ik verre van mij. Daar zal ik nooit achter staan. Wij hebben het over overtredingen die zijn begaan. Die zullen bestraft worden. Het enige waar we het over hebben gehad en wat bespreekbaar is, wat mij betreft, is de disbalans die in het verleden tussen verkeersboetes en overige sancties is geslopen. Nogmaals, dat kun je op twee manieren opheffen. Dat kan ofwel door het ophogen van die overige sancties ofwel door het verlagen van de verkeersboetes ofwel door een andere distributie. Het is niet automatisch gezegd dat dat moet resulteren in het verlagen van die verkeersboetes, al zijn ze wel hoog. De allerbeste remedie tegen deze hoge verkeersboetes is je gewoon aan de wet houden.
De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen dat de minister doorgaat met zijn reactie. Dank u.
Minister Van Weel:
Laat ik onder het kopje boetes ook nog even het voorbeeld van de heer Ellian vervatten. Dat voorbeeld ging over de moeder van een verkeersslachtoffer en de boete van €1.500 voor de dader. Ik kan nooit ingaan op individuele gevallen. Het is wel zo dat verkeersongevallen heel veel complexe aspecten kunnen kennen. Het is zeker niet zo dat elk dodelijk ongeval in dezelfde mate verwijtbaar is aan de bestuurder. Nogmaals, ik weet niet wat er in dit geval gebeurd is. U vertelt dat er een vervolging is ingesteld. Ik ga er dus van uit dat het OM alle verschillende aspecten van deze casus zal wegen en dat het recht zijn beloop gaat krijgen. Dat is wel wat we vaak zien. Het is natuurlijk altijd te betreuren als er bij verkeersongevallen dodelijke slachtoffers vallen. Dat zijn er helaas veel te veel.
Dat was het blokje boetes, voorzitter. Althans, dat was het voor mijn deel.
De voorzitter:
Dan onderbreek ik u even, want er is een interruptie van mevrouw Abdi. Gaat uw gang.
Mevrouw Abdi (PRO):
Het is goed om te horen dat de minister die disbalans ziet en dat hij zegt dat hij daar serieus naar wil kijken. Ik heb een specifieke vraag. Ik vroeg natuurlijk naar de verhouding tussen de ernst van het feit en de hoogte van de boete. Kan de minister toezeggen dat er inderdaad wordt gekeken naar die wettelijke grensbedragen en überhaupt naar een soort heroriëntatie van alle feiten, omdat dat heel lang niet heeft plaatsgevonden? Is de minister bereid om daar ook naar te kijken? Kan hij dat toezeggen?
Minister Van Weel:
Dit nemen we ook mee in de wetsevaluatie. We zullen ook in gesprek met het OM treden om te kijken hoe er meer balans kan worden gevonden tussen die twee sanctiestelsels, dus tussen de wet-Mulder en de OM-sancties.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Minister Van Weel:
Dan kom ik op de motorbendes, de civiele verboden en de vraag of we de expertise niet missen. Nee, de expertise is geborgd, zeg ik. De landelijke en regionale expertisecentra tegen ondermijning spelen daarin een belangrijke rol. Zij houden natuurlijk ook het karakter van dit soort clubs in de gaten, die allang niet meer de Hells Angels van toen zijn, maar weer in hele andere verschijningsvormen opgeld doen. Er is ook voldoende capaciteit in de regio om de civiele verboden daarop te handhaven. Dat gebeurt ook op het moment dat die verboden worden overtreden. We blijven daar dus prioriteit aan geven. Het klopt dat ze steeds vaker uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat scheelt natuurlijk een hoop tijd in dit soort lange processen. Sinds 2022 hebben we twee zaken gezien waarbij dat concreet is gebeurd. Een zaak was die van de Hardlinersmotorclub in 2024. De andere zaak was in 2025 en betrof een bedrijf, Jet Air, dat vliegtuigonderdelen naar Rusland exporteerde. Er wordt dus wel degelijk gebruik van gemaakt. Het heeft effect. Het heeft ook impact op de doorlooptijden: waar we bij de Hells Angels hebben gezien dat die nog 41 weken was, was die bij de Hardliners 27 weken. Dat helpt natuurlijk enorm bij het verbieden.
Ik moet u eerlijk zeggen dat dat ook de reden is dat ik in mijn beleidsbrief heb aangekondigd dat ik onderzoek doe naar de mogelijkheden voor een bestuursrechtelijk verbod, waarbij ik wel breder wil kijken naar sommige gevallen waarin je acuut een gevaar voor de nationale veiligheid ziet ontstaan vanuit een organisatie. De route via artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek is soms lang en omslachtig, omdat die vaak gericht is op organisaties waarbij er over een langere tijd, met een cumulatie van strafbare feiten, een strafrechtelijk dossier ligt, waarmee je uiteindelijk een rechtszaak kan voeren. We zien ook af en toe organisaties opkomen of overwaaien vanuit het buitenland die bijvoorbeeld gelieerd kunnen zijn aan een terroristische organisatie in het buitenland. We willen in ieder geval kijken hoe we in navolging van de landen om ons heen, zoals Duitsland, Frankrijk, maar sinds kort ook België, daar sneller op kunnen acteren. To be continued. U vroeg daar niet naar, maar ik geef het u wel mee.
Dan kom ik bij de overlast. Mevrouw Faber vroeg daar terecht aandacht voor. Ik ben zelf langs geweest in Zandvoort. Het was gelukkig een regenachtige dag, dus ik kon ongestoord de paviljoenhouders, de boa's en de agenten van hun werk houden. Ik heb daar gesproken met alle betrokkenen. Het is schrijnend. Het was voor mij ook opvallend om te leren dat dit inderdaad een fenomeen is dat altijd in die eerste mooie weekenden van het jaar gebeurt en dan weer uitdooft, omdat mensen op vakantie gaan. Het is dus echt bepaald gedrag dat, hoe schadelijk ook, beperkt is in de tijd. Dat maakt het niet minder schadelijk. De strandpaviljoenhouders zeggen dat het lijkt alsof mensen denken dat ze in een soort vrijstaat zijn gekomen op het moment dat ze hier aankomen met de trein of de auto en dat ze alle normale regels die thuis, in hun eigen wijk of in hun eigen stad gelden van zich af kunnen gooien en kunnen losgaan op het strand. Dat uit zich in provocerend gedrag. Het uit zich in, zoals u zegt, het lastigvallen van andere gasten en in met z'n twintigen aan een tafel gaan zitten en één cola bestellen. Het is dus echt niet altijd strafbaar, maar het is wel irritant gedrag. De politie merkt daarbij op dat ze ook op de snelweg zien dat iedereen om hen heen 100 rijdt, totdat ze er een kilometer voor of achter gaan zitten, want dan zien ze in een keer een heel ander patroon. Het is dus ook lastig om deze mannen op heterdaad te pakken voor strafbaar gedrag, want ze vertonen het gewoon niet als de boa of de politie langsloopt. Wat doe je daar dan tegen? De burgemeester van Zandvoort heeft nu een aantal maatregelen genomen die echt wel effect hebben gehad, bijvoorbeeld het aanwijzen tot veiligheidsrisicogebied. Daarbij zagen ze dat het feit dat je dan preventief kunt fouilleren en mensen kunt wegsturen ook een afschrikwekkend effect had. Mensen kwamen daar daadwerkelijk in kleineren getale heen of keerden om. Dat was natuurlijk het gedrag dat de bestuurder daar wilde bereiken. Dat is niet het gedrag dat een bestuurder van een badplaats überhaupt wil bereiken. Die wil namelijk net als de paviljoenhouders dat het druk is, maar dan wel op een beheersbare manier en met klanten waar ze op zitten te wachten.
Je kunt zo'n veiligheidsrisicogebied nooit permanent maken; dat laat de Gemeentewet ook helemaal niet toe. Deze burgemeester heeft echter wel het idee om te kijken of hij een temperatuurgerelateerde noodverordening kan instellen in bepaalde periodes in het jaar. Dat gaat dan om het voorjaar, de eerste mooie dagen, en het najaar, op het moment dat iedereen terugkomt van vakantie. Dat zijn namelijk de pieken. Dat is interessant en we gaan kijken of dat juridisch mogelijk is. Dan heeft hij in ieder geval een middel waarmee hij ook aan de voorkant kan zitten en niet hoeft te wachten tot er een avond van alles gebeurd is voordat hij dat doet.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik dank de minister voor de beantwoording. Het is natuurlijk wel zo dat je een veiligheidsrisicogebied altijd van tevoren kan instellen. Dat kan gewoon voor een jaar, volgens de regels. Ik wil niet zeggen dat je het gelijk voor het hele jaar moet instellen, maar ik kan me voorstellen dat je het voor het zomerseizoen in ieder geval wel instelt. Ik vraag me af waarom dat niet gebeurt, want je ziet het al van verre aankomen. Dit is al jaren gewoon staande praktijk. Dan is het nog zo dat er camera's en een extra politiepost zijn geplaatst. Waarom worden de beelden van die camera's niet gebruikt om de daders op te sporen? De minister geeft terecht aan dat de strandtenthouders ook publiek willen hebben, maar op dit publiek zit je niet te wachten en daardoor blijft het goede publiek, dat wel graag in jouw strandtent wil zitten en wel een bestelling plaatst, gewoon weg.
Dat waren mijn vragen. Ik wil er wel nog een paar verzinnen, maar volgens mij ...
Minister Van Weel:
Waar strafbare feiten worden gepleegd en waar camera's behulpzaam kunnen zijn bij de opsporing en het aanhouden van mensen, gebeurt dat. Waar strafbare feiten worden geconstateerd, ofwel door boa's, ofwel door agenten, wordt daar ook tegen opgetreden. Waar strandpaviljoenhouders strafbare feiten constateren in hun zaak, hebben zij ook een portofoon waarmee zij direct verbinding hebben met de politie, zodat die daar kan komen optreden. Een heleboel van het gedrag dat we hebben gezien, is echter hoogst irritant, maar niet altijd strafbaar. Denk daarbij aan luid praten en met ziektes schelden op een terras. Je gaat daar als gezin niet meer naast zitten, dus dat is voor een strandpaviljoenhouder verschrikkelijk. Zeker als er op een gegeven moment wat drank in de man is, gebeurt dat. Er zijn ook paviljoenhouders die zeggen: om 16.00 uur ga ik dicht of laat ik geen vrouwen of meisjes meer lopen op het terras. Dat is verschrikkelijk, maar de politie is niet altijd de oplossing hiervoor.
Dat is denk ik waar de strandpaviljoenhouders met de politie en met de burgemeester naar kijken: wat zijn nou de maatregelen die we kunnen nemen om te zorgen dat dit soort mensen niet in hele grote hordes zo'n badplaats overspoelt? En nogmaals, dit was voor mij echt een les: het speelt niet in juli en augustus, het is echt in het voorseizoen en het naseizoen dat dit ineens tot uiting komt en mensen denken dat er geen grenzen bestaan. Nou, die bestaan wel en die handhaven we ook.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik mevrouw Faber nog even het woord voor een tweede interruptie.
Mevrouw Faber (PVV):
De minister geeft aan dat er geen strafbare feiten werden gepleegd, maar er werd wel een beveiliger met een parasol in zijn gezicht gestoken, er werden vrouwen lastiggevallen, er waren vernielingen. Dat zijn volgens mij gewoon zaken die helemaal niet pluis zijn. Dat kunnen we dat wel heel makkelijk afdoen met "ja, de politie is niet overal de oplossing voor", maar wie is dat dan wel? In feite is het natuurlijk wel zo dat de politie gewoon de taak heeft om te handhaven. Dat kan natuurlijk ook in samenwerking met de boa's.
Dan heb ik ook nog de volgende vraag. Er zijn camera's; waarom worden die beelden in Zandvoort dan niet gebruikt? Of staan die camera's uit en staan ze er alleen maar voor Jan Jurk? Dan zeg ik het nog netjes.
Minister Van Weel:
Ik heb geen enkele indicatie dat camera's niet gebruikt worden voor de opsporing van strafbare feiten. Dat gebeurt in elke stad. Het is gewoon aan het lokale gezag om dat te doen. Ik kan niet bedenken waarom dit niet gebruikt zou worden. En als dat zo is, dan zou ik daarover een vraag aan de burgemeester stellen, want hij heeft die mogelijkheden gewoon wel. Als ik zeg dat de politie niet overal de oplossing voor is … Natuurlijk is de politie de oplossing voor de handhaving en voor de opsporing van strafbare feiten, maar ik duidde er net al op dat veel van dit soort gedragingen niet per se strafbare feiten zijn. U noemde net een aantal strafbare feiten, namelijk vernielingen of mishandeling, maar lang niet alles is een strafbaar feit. Dat bedoel ik daarmee. Natuurlijk handhaaft de politie op strafbare feiten.
Onder dit kopje ga ik heel kort in op de zaak van de Nederlandse visboer. Die zaak is onder de rechter. Het helpt niet als ik daarop reageer. Ik reageer niet op individuele zaken, en niet op dit moment. Daar is de zaak niet mee geholpen en de visboer ook niet.
Mevrouw Faber (PVV):
Ik begrijp de scheiding der machten. Ik snap ook wel dat de minister niet graag wil ingaan op een zaak die onder de rechter ligt. De minister zou wel kunnen reageren op bijvoorbeeld de vraag of je hem zou willen voordragen voor een lintje.
Minister Van Weel:
Nou, dat was ik niet voornemens op dit moment, en ook … Er is altijd wel een collega te vinden die het dan anders doet, zeg ik tegen de heer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Zou u de voordracht tekenen?
Minister Van Weel:
Nee. Ook dat zou ik op dit moment trouwens zien als een inmenging in een zaak die onder de rechter ligt. Dat doe ik dus niet.
Voorzitter. Ik ga in op het onderwerp confiscatie. Daar zijn een hoop vragen over gesteld, en terecht. Ik denk dat we in Nederland lang naïef zijn geweest over de spilrol die wij vervullen in de internationale drugswereld. Dat zijn we allang niet meer. We zijn grofweg tien jaar geleden begonnen met het aanpakken van de grootste netwerken, waaronder dat van Taghi, maar kort daarna ook dat van Bolle Jos, iemand waar we natuurlijk nu nog achteraan zitten. Daarna hebben we besloten om heel veel werk te maken van het verhogen van de weerbaarheid tegen deze internationale drugshandel, door het dichtzetten van onze havens, onze luchthavens en kwetsbare plekken, zoals bloemenveilingen, maar ook door personeel minder kwetsbaar te maken voor deze criminelen. De volgende stap is absoluut het geld. Dat heeft de volle aandacht van het OM. Laten we eerlijk zijn: ook Bolle Jos is veroordeeld tot een boete van 96 miljoen euro. Dat wil nog niet zeggen dat die meteen vandaag op mijn begroting staan, zeg ik er dan maar bij tegen de heer Ellian. Dit is dus een veelkoppig monster, ook al omdat de constructies die voor witwassen worden gebruikt uiterst geraffineerd zijn. Het Dreigingsbeeld Ondermijning Nederland, dat ik vorige week in ontvangst heb genomen, geeft daar een schokkend inzicht in.
Nou, laten we maar teruggaan naar het voorbeeld van de keuken. U bestelt een keuken bij IKEA, maar u heeft geen zin om die op te halen of u heeft daar niet de capaciteit voor, ook niet om die te installeren. U zoekt dus online naar een bedrijfje dat dit voor u kan doen. Zij halen die keuken bij IKEA op met een busje, komen bij u thuis en zetten die bij u in elkaar. U betaalt daarvoor. U krijgt daar een factuur voor en het lijkt allemaal in orde. De kans is echter best wel groot dat dit soort bedrijfjes een constructie met meer lagen hanteert. De eerste, de tussenhandelaar die u ziet, lijkt helemaal legitiem, maar uiteindelijk is bij de uitvoering sprake van arbeidsuitbuiting, wordt het personeel zwart betaald of krijgt het een veel lager bedrag. Dat zwart geld wordt gebruikt om uiteindelijk het werk te doen op een manier die je eigenlijk niet zou moeten willen, terwijl ondertussen via de factuur en uw betaling het witwassen geschiedt.
Het kost enorm veel tijd en effort om in dit soort constructies te duiken en dat boven water te krijgen, maar dat lukt wel. Denk alleen maar aan wat er in Zaanstad is gebeurd met glazenwassers en hoe lokale bestuurders daar toch een antwoord op weten te vinden. De vermenging van de boven- en onderwereld is geslaagd, zou ik willen zeggen; die is overal om ons heen. Er is eigenlijk geen bedrijfstak waar je die niet in vindt. Ik lees dat er een hoop ophef is over Philip Morris -- laat ik dat dan nu ook maar noemen -- die zich mengt in een experiment met het telen van wiet. Ja, er zijn slechtere aandeelhouders te bedenken. Door de constructies die daarvoor gebruikt worden, vergt het ontzettend veel recherchewerk om dat op te sporen.
Daarbovenop zien we ook nog eens de internationale component. Zeker de grotere netwerk en de grotere jongens daarin zoeken natuurlijk naar paradijzen waar helemaal geen wetgeving is om te confisqueren of waarmee wij in ieder geval niet samenwerken. Dat maakt de internationale samenwerking zo belangrijk. De VAE zijn daar, denk ik, een heel geslaagd voorbeeld van. Daarmee hebben wij niet alleen een uitleveringsverdrag afgesloten, waardoor zij daar in fysieke zin niet meer veilig zijn, maar daarmee werken wij ook steeds beter samen om ook het geld af te kunnen pakken dat veroordeelde drugscriminelen daar hebben gestald. Ook de VAE werken daaraan mee, want uiteindelijk wil een land niet de reputatie hebben het afvoerputje te zijn voor de criminelen van de wereld. Zo weten we dat er ook een hoop geld in Marokko wordt neergezet. Marokko is nu bezig met het herzien van zijn confiscatierichtlijnen -- dat steunen we van harte -- zodat het makkelijker wordt om dat geld over te hevelen, bijvoorbeeld naar het buitenland, naar ons.
Wij zijn ook zelf bezig met de Confiscatierichtlijn. Dat werd al door een aantal van u genoemd. Die ligt op dit moment bij de Raad van State. Daarmee implementeren we de Confiscatierichtlijn na lange tijd -- ik zeg het eerlijk tegen de heer Sneller. Er zijn veel pogingen gedaan, maar het is telkens gestrand. Toen de Europese Confiscatierichtlijn in beeld kwam, is besloten om daarop te wachten en die te implementeren. Daarmee gaat het inderdaad makkelijker worden om geld af te pakken van criminelen, ook als zij nog niet veroordeeld zijn voor het plegen van strafbare feiten. Dat is de kern van de Confiscatierichtlijn. Dat komt dus aardig dicht in de buurt van comply or explain: hoe komt u aan deze Ferrari? Als het OM aanleiding heeft om te denken dat het aannemelijk kan maken dat er daar crimineel geld is, dan kan daar dus beslag op worden gelegd.
Ik vind dat heel belangrijk. Dat is de signaalwerking. Als ik in de wijken en buurten kom waar deze problematiek speelt, dan zie ik gouden Tesla's of enorme SUV's staan voor sociale huurwoningen met camera's aan de muur. Ik heb het al eerder gezegd: het is vaak postcodegerelateerd. Helaas wordt de kans dat je in aanraking komt met ondermijnende criminaliteit beïnvloed door waar je wieg staat; dat maakt uit. Iedereen in zo'n wijk weet dat. Zolang de overheid daar niets aan doet of niets aan kan doen, is zij haar geloofwaardigheid als rolmodel en voorbeeld voor een betere toekomst aan het verspelen. Dan gelooft men namelijk dat dat de snelste weg is naar geluk, veiligheid en geld. Dat moeten we doorbreken en daar horen zowel het afpakken van vermogen in zo'n wijk als de 96 miljoen van Bolle Jos bij. Ik denk dat dat minder is dan zijn maandinkomen, dus daar kan nog wel wat bij. Dus dat zullen we doen.
Dat dit een onvolkomenheid is, heeft te maken met een vrij hoge raming die al jaren op mijn begroting staat. Die is gerelateerd aan hele grote zaken die er toen met banken zijn geweest. Die heb je niet elk jaar en die worden zeker niet elk jaar betaald, ook al heb je wel zo'n vonnis over criminelen. Ik vind die raming dus gewoon te hoog. Dat helpt ons ook niet. De ambitie moet hoger, maar dat geldt niet per se voor het bedrag op de begroting.
Voorzitter. Ik kom bij het kopje overige.
De heer Sneller vroeg naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak, bijvoorbeeld bij milieudelicten. Ik kan die niet beïnvloeden. Dat past niet bij de scheiding der machten. Het is echt aan de rechter om de op te leggen straf vast te leggen, maar het is ook aan de rechtspraak zelf om de oriëntatiepunten vast te leggen. Wat ik wel regelmatig doe -- ik heb dat van de week nog gedaan over de 200%-eis bij geweld tegen hulpverleners -- is het gesprek aangaan met de rechtspraak, met het OM: wat vinden we hiervan, wat constateren we, wat zijn de oorzaken die jullie hiervan vinden? Dat wil ik ook met alle liefde op dit onderwerp doen.
Wat is er de afgelopen vier jaar dan gebeurd naar aanleiding van het rapport van het WODC? De afgelopen jaren is met het interbestuurlijk programma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving onder coördinatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hard gewerkt om de integrale aanpak van milieucriminaliteit te versterken. Daarbij gaat het om de versterking op het gebied van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Nou, het zit al in de naam.
Ook is gewerkt aan een bijdrage van het strafrecht aan het effectiever bestrijden van milieucriminaliteit, onder andere door het formaliseren van de Strategische Milieukamer, het verbeteren van de inrichting van de politiemilieutaak en door de implementatie van de nieuwe milieurichtlijn. In het kader van dat laatste, dus de nieuwe milieurichtlijn, wordt jaarlijks 3 miljoen structureel geïnvesteerd in de versterking van de aanpak, onder andere om het High Impact Environmental Crime-team van de politie te versterken. Maar het rapport laat ook zien dat we er nog niet zijn. Die conclusie deel ik dus. In de beleidsreactie zullen we daarop terugkomen en aangeven wat we daarbovenop nog kunnen doen.
Dan de genealogische databanken. De pilot loop op dit moment. De vraag vanuit die pilots is: kan dit zonder een aanvullende wettelijke basis? Ik denk dat dit de hoofdvraag is die erachter ligt. Het is een erg onderzoeksintensieve methode, vandaar dat we iets langer de tijd nemen voor de pilot, om te kijken of we daar echt resultaten uit kunnen halen. We willen het ook zo zorgvuldig mogelijk doen, om aan te tonen dat we hiermee wel binnen de grenzen blijven van privacywetgeving.
Ten slotte de moties van de heer Ellian over tipgeld. Daarna zal ik nog twee woorden wijden aan Israël. Ja, dit kan al en het gebeurt ook. Maar het OM is daarbij vaak in the lead. Het OM komt ook naar mij toe met het verzoek om in uitzonderlijke gevallen ofwel onder de radar in bepaalde circuits, ofwel boven de radar in het openbaar, bedragen te verhogen. Daar stem ik dan ook gaarne mee in. Dat is iets anders dan dat ik het opleg aan het OM. Zij weten echt vanuit het onderzoek wat zij denken dat effect kan hebben op de mensen die je probeert te bereiken met wat tipgeld.
Uw tip om Opsporing Verzocht in te zetten in het geldelijke domein neem ik graag mee. Ik ben gaarne bereid om ernaar te kijken of daar muziek in zou kunnen zitten.
De heer Ellian (VVD):
De minister gaat nog twee woorden wijden aan Israël, dus daaruit leid ik af dat hij bijna aan het einde van zijn beantwoording is. Fijn dat de minister bereid is om te kijken naar Opsporing Verzocht voor het afpakken van vermogen. Dan die 96 miljoen van Bolle Jos. Ik hoor het de minister zeggen. Ik vind het echt goed dat hij uitstraalt "we komen achter jullie aan". 96 miljoen. Die vangst in Spanje laatst was 1 miljard. Dat is een beetje het probleem. Als we al afpakken, is het weinig en in het grote geheel der dingen staat het nog niet helemaal in verhouding. Maar laten we alles doen wat we kunnen doen. Dat is ook waarom ik zo hecht aan Opsporing Verzocht in een nieuw jasje, waarbij je het publiek erbij betrekt en laat zien: het mag niet lonen.
Als het gaat om het tipgeld, zou ik niet willen dat ik nog een derde motie moet indienen. Ik snap het, maar wat de samenleving echt niet snapt, is: je zet allemaal figuren op die lijst en dan staan er bedragen bij, €15.000 of €20.000. Dat gaat nergens over. Ik weet hoe het werkt. Ik weet dat er ook heimelijk van alles mogelijk is. Daar moeten we hier niet over praten. Het enige wat ik vraag, is: kun je dan niet voor een aantal personen dat bedrag verhogen? Er is geen crimineel die hiervoor verraden gaat worden. Dan moet je, zeg ik in alle eerlijkheid, ook niet meer op die manier grote jongens op de opsporingslijst zetten. Het slaat nergens op. Het bedrag en wat ze hebben gedaan liggen veel te ver uit elkaar. Als een jongen voor €3.000 een aanslag op een synagoge wil plegen, gaat toch niemand voor €15.000 een grote crimineel verraden? Ik vraag dus nogmaals aan de minister: is er nou niet iets mogelijk? Die 1 miljoen was misschien wat overdreven. Misschien ook niet. Maar dit zijn zulke lage bedragen, wil de minister daar nog een keer naar kijken?
Minister Van Weel:
Ik ben sowieso gehouden om nog schriftelijk terug te komen op uw moties, dus dat zal ik doen. Ik ben altijd bereid om ernaar te kijken. Nogmaals, er is geen budgettaire reden om het niet te doen. Ik vind wel dat we het vanuit de inhoud beredeneerd moeten kunnen doen. Daarvoor is voor mij van belang dat het OM en de politie hier brood in zien en er effect van verwachten. Dat is wat ik ga meewegen in de komende periode en dan kom ik terug met een brief in antwoord op uw motie, na de zomer.
De voorzitter:
Dat is een toezegging van de minister.
Minister Van Weel:
Ik heb nu al last van al mijn toezeggingen van voor de zomer. Daar ben ik nu al elk weekend veel tijd aan kwijt. Er moeten ook nog dingen na de zomer.
De heer El Abassi had het over Nederlanders in vreemde krijgsdienst. Het is niet verboden om je als Nederlander aan te sluiten bij een krijgsmacht van een ander land. Dat geldt ook voor de IDF. De enige uitzondering daarop is als men actief Nederlands militair is. Dan zul je daarvoor toestemming moeten krijgen. Die wordt hoogstwaarschijnlijk niet verleend, omdat je een actief dienende Nederlandse militair bent. Anders dan dat geldt voor Nederlanders in vreemde krijgsdienst hetzelfde als voor Nederlanders wereldwijd. Misdrijven, ook oorlogsmisdrijven, kunnen door ons vervolgd worden op het moment dat daar sprake van is. Op dit moment hebben wij geen zaken lopen tegen Nederlanders van wie er aanleiding is om te veronderstellen dat zij oorlogsmisdaden hebben gepleegd dan wel dat iemand aangifte tegen hen heeft gedaan. Dat is de stand van zaken.
De voorzitter:
Daarmee bent u aan het einde gekomen van uw inbreng in eerste termijn. Dan wil ik graag het woord geven aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Voorzitter, hartelijk dank. Ook ik heb geen inleidende spreektekst, want gelet op de diversiteit -- ik zag het natuurlijk al wel op de convocatielijst -- kan ik het beter in blokjes doen. De blokjes die ik heb zijn: de inning van de verkeersboetes, waar verschillende vragen over zijn gesteld, de recidive en de risicotaxatie, de algoritmes bij de reclassering en de casus van de heer Singh. Bij dat laatste zeg ik meteen dat we in feite niet ingaan op individuele casuïstiek. Hierbij zijn we echter met elkaar een weg opgegaan, waardoor ik dat in dit geval nog wel even doe. Daarna ga ik in op de andere belangrijke onderwerpen, oftewel: overig.
In zijn algemeenheid geef ik wel even een reflectie op de verkeersboetes. Ze hebben al enige tijd de aandacht, zowel van de Kamer als van de media. We weten natuurlijk dat de Hoge Raad zich nog gaat buigen over de ophogingen, want die ophogingen van 50% en 100% zijn gewoon fors. Zoals de minister terecht al aangaf, ga ik gelet op de financiële dekking niet vooruitlopen of nu al anticiperen op de adviezen die we óók van de Raad voor de rechtspraak en het CJIB zelf krijgen. Dat kan ook niet, maar er zijn natuurlijk maatregelen die we wel kunnen nemen. Soms is dat budgetneutraal best te organiseren, maar soms gaat dat ook net niet budgetneutraal. Daarop zal ik terugkomen in mijn antwoord op de vragen die daarover vooral door mevrouw Straatman en mevrouw Abdi zijn gesteld.
Ik hecht eraan te vermelden dat de inning van de verkeersboetes over het algemeen wel heel goed verloopt. Ruim 80% van de mensen die een boete krijgen, betaalt die boete gewoon binnen de gestelde termijn. De recente evaluatie van de wet-Mulder heeft bevestigd dat het stelsel in het algemeen goed werkt. We moeten dus nagaan hoe we de verkeersboetes op een goede manier kunnen blijven innen. De uitspraak van de Hoge Raad nemen we daar natuurlijk in mee. Na de zomer komen de minister en ik daarop terug.
Dan ga ik in op de meer specifieke vragen die in dezen gesteld zijn over de maatschappelijke kosten-batenanalyse, die je hier ook op los kunt laten: "Welke stappen zet u dan eigenlijk? We zien immers dat de maatschappelijke kosten en baten uit balans zijn geraakt." De Hogeschool Utrecht heeft daar in 2024 al onderzoek naar gedaan. Daar is in de rondetafel ook op gereflecteerd. Dat heb ik in ieder geval gezien. Ik denk dat terecht is geconstateerd dat we dan vooruitlopen op 8,5 miljard aan maatschappelijke kosten die we anders zouden willen besteden. Daar moeten we dus goed naar kijken. Gelukkig doen we dat ook. We zijn met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid echt aan het kijken naar de brede schuldenproblematiek en de inning van die schulden. Daarnaast is in de rondetafel over (verkeers)boetes en oplopende betalingsproblemen gesproken over de maatschappelijke kosten van 750 miljoen per jaar die specifiek gerelateerd zijn aan verkeersboeteschulden.
Ik moet wel zeggen dat het natuurlijk niet alleen maar gaat om een maatschappelijke kosten-batenanalyse. We hebben immers een systematiek en boetes voor het geval iemand een overtreding begaat -- iemand rijdt bijvoorbeeld te hard. 80% van hen houdt zich daar gewoon aan, zoals ik net al zei. Komen mensen in hardvochtige situaties terecht, dan zijn er echt mogelijkheden om daar op een passende manier mee om te gaan. Dat heb ik zelf gezien toen ik bij het CJIB heb meegekeken en meegeluisterd naar gesprekken die gevoerd werden met mensen die belden om bijvoorbeeld een betalingsregeling te treffen. Volgens mij gaan we daar op deze manier, binnen de middelen die we beschikbaar hebben voor het systeem, zo goed mogelijk mee om.
Aanvullend daarop willen we bekijken of we de ondergrens van de betalingsregeling, die nu €75 is, omlaag zouden kunnen doen. Daarover ben ik met het CJIB in gesprek. We zeggen dus eigenlijk: zodra je boven de grens van €75 komt, kom je voor een betalingsregeling in aanmerking, maar misschien kunnen we kijken naar een lager bedrag. Alles moet wel op een budgetneutrale manier worden ingevuld. Dat is wel het uitgangspunt. Doen we dat niet, dan moeten daar natuurlijk middelen voor beschikbaar worden gesteld en dat is op dit moment gewoon lastig.
Dan heel specifiek over de ophogingen en het disproportioneel zijn. Mevrouw Abdi vraagt daarom of ik kan toelichten wat er nodig is voor een eerlijker systeem. In het verleden is door mijn voorganger, de staatssecretaris Rechtsbescherming, al een uitwerking van verschillende scenario's van de verlaging gepresenteerd.
De voorzitter:
Mevrouw de staatssecretaris, mag ik u even onderbreken? Er is namelijk een interruptie van mevrouw Straatman.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik had ook nog eventjes kunnen wachten, want het ging om hetzelfde punt.
Ik denk dat de staatssecretaris terecht aanhaalt wat we in de rondetafel hebben gehoord over de 750 miljoen aan maatschappelijke kosten die direct gerelateerd zijn aan de verkeersboetes en met name de ophogingen. Dat is waar ik vooral op zou willen inzoomen. Ik hoorde de minister zojuist heel terecht zeggen dat we ons gelukkig mogen prijzen dat we een boete kennen, want dat is ook heel belangrijk in het kader van de verkeersveiligheid. Nou, dat onderschrijf ik helemaal. Mijn probleem zit 'm met name in de disbalans bij die ophogingen. Het moet budgetneutraal. Dat begrijp ik ook, want wij kunnen het geld natuurlijk niet ergens vandaan toveren. Mijn vraag is of het beleid dat we nu hebben niet een beetje valt in de categorie "penny wise, pound foolish". We halen het immers binnen op de begroting van JenV, terwijl we weten dat een groot deel van de mensen door die verkeersboete in de schuldenproblematiek terechtkomt en we het via een andere begroting er weer uit laten vloeien. Ik ben daarom toch nog op zoek naar de potjes en naar de maatregelen die we nu nemen op andere begrotingen die ook direct raken aan deze verkeersproblematiek. Welke zijn dat? Zou de minister daar in het kader van de maatschappelijke kosten-batenanalyse misschien nog op in kunnen gaan? Die beantwoording in de brief was namelijk wel heel kort.
De voorzitter:
Ik ga ervan uit dat uw vraag aan de staatssecretaris was en niet aan de minister.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ja.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Volgens mij kan ik een antwoord geven op het deel dat over de ophogingen gaat. We hebben dit nu ingericht op basis van een verhoging van 50% en van 100%. Het ingewikkelde is dat we goed zullen moeten kijken naar het effect ervan, of dat nu mijn begroting of een andere begroting betreft. Dat is eigenlijk wat ik met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de brede agenda aan het uitrollen ben op basis van de eerdere analyse, het eerdere rapport: wat kost het ons maatschappelijk gezien dat we voor deze mensen uiteindelijk niet tijdig een passende oplossing weten te vinden? Dat is wat we met de aanpak schuldenproblematiek aan het inrichten zijn. Daar geldt natuurlijk exact hetzelfde voor. Het is dus niet zo dat we onze ogen sluiten voor het "penny wise, pound foolish"-aspect. We zien zelf immers ook dat het ingewikkeld is om bij deze hele specifieke groep uiteindelijk op tijd in te grijpen. De mogelijkheden om dat te doen, zijn er wel. Deze mensen kunnen echt wel, als het lukt, bellen naar het CJIB om een betalingsregeling te treffen. Het ingewikkelde is wel dat zij vaak niet door een verkeersboete alleen in de problemen zijn gekomen. Deze mensen hebben vaak problemen die veel meer omvatten. Dat is wat we met die bredere aanpak veel beter in beeld willen brengen. Als wij een algemeen overzicht hebben van álle schulden die een bepaalde persoon heeft, kunnen we ook met een gemeente kijken welke maatregelen getroffen kunnen worden. We moeten kijken naar een oplossing die veel meer omvat en niet alleen maar naar: op welke begroting komt dit binnen -- ik zeg het maar even heel plat -- en waar gaat het er eigenlijk weer uit?
Mevrouw Straatman (CDA):
Misschien nog één aanvullende vraag. Het antwoord van de staatssecretaris begrijp ik goed. Tegelijkertijd zijn de maatregelen die we nu nemen, ook een beetje een doekje voor het bloeden. We zien immers hoe de wet-Mulder ooit is ingericht. Sinds 2011 hebben we gigantische verhogingen doorgevoerd. Dat het resultaat is dat mensen in de knel komen, kan dus niet helemaal uit de lucht komen vallen. Ik ben dus toch op zoek. Hoe kunnen we terug naar hoe het ooit begonnen is? In de antwoorden in de brief worden bijvoorbeeld in het kader van een oplossing naar een budgetneutrale route een aantal fictieve sommetjes over de administratiekosten doorgerekend en bedragen genoemd die dat zou opleveren. Dan staat er: hierbij wordt opgemerkt dat de geïnde administratiekosten overeen moeten komen met de daadwerkelijk gemaakte administratiekosten van het CJIB. Mijn vraag zou dus zijn: zijn dit fictieve bedragen of is dit een reële route?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Nou, dat zal ik even moeten checken, want in de beantwoording van de vraag ga ik ervan uit dat we een casus voorspiegelen waarin we zeggen: als er administratiekosten zijn, dan moet het ook ergens bij het CJIB vandaan komen. Richting de zomer, vanaf 1 juli, is er wel een pilot, waarbij juist de kosten voor de herinnering in eerste instantie niet in rekening worden gebracht. U ziet dat we wel aan knopjes proberen te draaien om die effecten zo klein mogelijk te houden. Op deze heel specifieke vraag kan ik in de tweede termijn nog wel even terugkomen bij mevrouw Straatman. Ja? Oké, dank.
Dat waren de vragen die heel specifiek over de inning zijn gesteld. Dan ga ik door naar de volgende vraag van mevrouw Straatman. Die ging over de recidive: "In de Kamerbrief schrijft de staatssecretaris dat voor het uitwisselen van gegevens een handreiking is ontwikkeld. Wat is de stand van zaken?" Een heel terechte vraag.
Ja, ik kijk toch even naar de voorzitter.
De voorzitter:
Mevrouw Abdi, een interruptie.
Mevrouw Abdi (PRO):
Het ging zo snel, voorzitter. Ik wilde eigenlijk nog doorgaan op de beantwoording van de staatssecretaris over de boetes, want zij zegt wel twee wezenlijke dingen. Ze zegt "het effect, dat moeten we nog onderzoeken", maar dat is het hele punt. Volgens mij is het effect best helder en is er geen verder onderzoek nodig. Ik merk dat ik het toch wel lastig vind dat wordt gezegd "het gaat niet om de begroting" op verschillende dingen. Het is natuurlijk wel gek dat je één overheid hebt, hè. Om een voorbeeld te noemen: ik liep met een gerechtsdeurwaarder mee en alle inningen kwamen eigenlijk van de overheid, met het CJIB voorop. We hebben dan een discussie over hoe je dat tegen kunt gaan, maar hier hebben we vervolgens de discussie: ja, lastig, lastig, financiële kaders. Ik zou dus graag de concretere toezegging willen dat de staatssecretaris ook echt in gesprek gaat met haar collega's van Sociale Zaken over hoe het meer samengebracht kan worden in plaats van dat er verkokerd wordt gekeken naar dezelfde problematiek.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat is best een heel eenvoudige toezegging, want dat doen we eigenlijk al. Het is misschien een beetje lood om oud ijzer, maar dat is natuurlijk waar we juist ook in het gesprek met de minister, dat we een aantal maanden geleden met elkaar hebben gevoerd, over die brede schuldenaanpak, over hoe je ervoor kunt zorgen dat je het integraal blijft bekijken en niet alleen vanuit de kokers, over hebben gesproken. Wat ik wel kan doen, is kijken of die breedte dan voldoende is. Uiteraard. Daar kan ik altijd een gesprek over aangaan, ook met de collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Ik denk ook dat een aantal zaken gewoon echt loopt. Over die evaluatie van de wet-Mulder, over wat we daar precies ooit beoogd hebben en wat nu het resultaat is, kunnen we na de zomer in gesprek. Daarnaast is er natuurlijk de casus die voorligt bij de Hoge Raad. Ik denk dat het gewoon belangrijke momenten zijn om ook weer even te herijken: wat is nou de situatie, waar kijken we naar? Ik zou echt wel in die zin willen aangeven dat wij dit natuurlijk zelf ook ervaren als een ingewikkeldheid en dat we proberen om zo veel mogelijk interdepartementaal naar oplossingen te zoeken. Dat doen we bijvoorbeeld met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Ik ben ook heel blij om te horen, moet ik heel eerlijk zeggen, dat zowel in een rondetafel als eerder ook gewoon door de overtuiging van de Kamer, en in het bijzonder van mevrouw Straatman en mevrouw Abdi, er naar oplossingen wordt gezocht. Dat is gewoon echt een manier om dit goed te blijven doen met elkaar. Het is ingewikkeld als je boetes wilt blijven innen en ondertussen ziet dat een kleine groep hier echt ontzettend veel last van heeft. Dan moeten we kijken naar oplossingen die mogelijk zijn. Ik ben dus heel blij om te horen -- dat vernam ik zo tussen de regels door -- dat beiden ook naar aanleiding van de rondetafel bezig zijn met het meedenken over en ideeën opperen voor hoe we dat nou op een goede en menselijke manier kunnen doen. Tegelijkertijd hebben we te maken met de realiteit, de afwegingen die we ook tussen de ministeries interdepartementaal moeten maken. Wees er gerust over dat wij dit gesprek ook breed voeren, in ieder geval met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De heer Sneller (D66):
Omdat het woord "interdepartementaal" is gevallen, wil ik toch één duit in het zakje doen en dat gaat precies over de doelgroep die verhoogde openstaande Wahv-boetes heeft en ook vanwege problematische schulden geregistreerd is. Volgens mij zou je moeten kunnen achterhalen welk deel van de verhogingen leidt tot meer kosten voor de Rijksoverheid op andere departementen: Binnenlandse Zaken en het gemeentefonds, door wat door gemeenten wordt uitgegeven, en Sociale Zaken. Er worden ook nog een aantal andere dingen genoemd, zoals meer ziektekosten door stress et cetera et cetera. Dat zijn niet alleen maatschappelijke kosten, maar ook kosten voor de rijksbegroting. Daar wreekt zich dat wij toch door een rietje naar de begroting van JenV kijken, waardoor gevolgen voor andere begrotingen ook door Financiën niet worden meegewogen. Dus dat zou mijn suggestie zijn voor het interdepartementale overleg.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Dat is zeker een suggestie die ik meeneem. Graag. Het is belangrijk om dit gesprek met elkaar te blijven voeren. In dat Nationaal Programma Armoede en Schulden, waar ik net al aan refereerde, zit bijvoorbeeld dat integrale schuldenoverzicht. Dus dan ben je al met elkaar aan het kijken: waar komt nou die schuld vandaan? Kunnen we dan nog specifieke inzoomen op die ophoging, wat nu een suggestie is? Daar zou ik van zeggen: het is interessant om te kijken of dat uiteindelijk kan helpen in het zoeken naar oplossingen voor deze heel specifieke groep, die echt in grotere problemen komt en die uiteindelijk ook niet bijdraagt aan welke staatskas dan ook omdat we er aan de achterkant ook gewoon heel veel middelen voor kwijt zijn.
De voorzitter:
Dan verzoek ik u om door te gaan met uw beantwoording.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Vriendelijk dank. Dan zit ik weer bij de gegevensuitwisseling. Dat gaat natuurlijk over de handreiking die opgesteld is. Die handreiking is in het najaar af. Het leek alsof die al af is, maar ze is in het najaar af. Wat goed nieuws is om te melden, is dat binnen de juridische kaders die er nu zijn er vaak een prima convenant opgesteld kan worden tussen partijen onderling om gegevens uit te wisselen in het kader van zorg en veiligheid, maar dat het 'm vaak nog zit in onbekendheid en handelingsverlegenheid over het uitwisselen van die informatie. Ik denk dat dat onze grootste opgave is, om daar duidelijkheid over te geven. Dat moet die handreiking ook vooral doen. Dus in de volgende voortgangsbrief over de ontwikkelingen van het gevangeniswezen zal ik dit punt heel expliciet meenemen.
Dan de korte gevangenisstraffen. Ook een heel interessante en belangrijke vraag om met elkaar te blijven beantwoorden: kan de staatssecretaris aangeven tegen welke knelpunten in de praktijk dan wordt aangelopen? Als je kijkt naar de vijf basisvoorwaarden die we proberen in de detentie op orde te brengen, namelijk wonen, een geldig identiteitsbewijs, werk, een zorgverzekering en schuldenoverzicht -- dat zijn natuurlijk problemen waar een groot gedeelte van de gedetineerden in vastzit -- heb je een heel korte tijd om dat op orde te brengen. Dus daar hebben we echt iets te doen. Tegelijkertijd zijn er verschillende verantwoordelijkheden die je hierbij treft. Sommige gemeenten zijn van goede wil, om het maar even zo te zeggen -- daar kun je natuurlijk maatschappelijk weer verschillend naar kijken -- en zeggen: als iemand kortgestraft in detentie zit, willen we eigenlijk zijn woning voor die periode wel aanhouden. Er zijn natuurlijk ook gemeenten -- dat ligt binnen hun eigen handelingsbevoegdheid -- die zeggen: sorry, we hebben die woningen gewoon keihard nodig. Die ruimte moet er ook op dat niveau zijn.
Wat wel helpt, is dat voor de langgestraften in de wet die nu in de Eerste Kamer ligt, de Wet regie versterking volkshuisvesting, is afgesproken: zorg nou dat die urgentiecategorie voor die ex-gedetineerden duidelijk naar voren komt. Dan zijn we maatschappelijk namelijk wel met de goede dingen bezig. Op het moment dat iemand in detentie hard gewerkt heeft aan zijn re-integratie en hij weer op zoek is naar een woning, zullen we die dus op een bepaalde manier ook weer een plek moeten geven. Vandaar dat het helpt dat in die nieuwe wet is opgenomen dat ook die ex-gedetineerden die lang in detentie hebben verbleven, binnen die categorie zullen vallen. De zorg die uitgesproken werd -- dat snap ik ook wel -- door mevrouw Straatman zit 'm natuurlijk juist bij die kortgestraften, waarbij de periode dat je bezig kunt zijn met die vijf randvoorwaarden om weer een goede start te maken kort is. Daar hebben we in het verleden een bestuurlijk akkoord over gesloten met gemeenten en de reclassering. Ik kan in ieder geval hier wel al zeggen dat in ons actieplan gevangenissen ook dat bestuurlijk akkoord weer wat gereanimeerd gaat worden, omdat het belangrijk is dat gemeenten ook goed bediend kunnen worden door DJI om daar in korte tijd goede stappen in te zetten.
Dat was het blokje recidive. Dan ga ik door naar het inspectierapport over de algoritmes, het algoritme OxRec om het maar even heel specifiek te zeggen. Dat was een vraag die door mevrouw Abdi is gesteld. Het blijft een ingewikkelde casus. Een advies, zoals een risicotaxatie-instrument, bevat uiteindelijk verschillende onderdelen. OxRec is een onderdeel van de brede risicotaxatie, maar het menselijke oordeel is altijd het finale oordeel geweest. Natuurlijk is het zo dat op het moment dat je een advies krijgt vanuit een bepaald onderdeel, in dit geval OxRec, dat wordt meegewogen. Wat niet te doen is, is zeggen hoe anders het menselijke oordeel was geweest dan wat we nu kunnen inschatten. Daarom is het dus lastig om daar met terugwerkende kracht iets van te vinden.
Wat we natuurlijk wel doen, is dat verbetertraject waar we ook met de reclassering over in gesprek zijn. We vinden het namelijk belangrijk om te weten hoe zwaar dat menselijke oordeel weegt. In de tussentijd zijn zij natuurlijk vooral met hun vierogenprincipe altijd nog aan het meekijken op de oordelen die er zijn zonder dat we OxRec gebruiken. Over dat verbetertraject wordt de Kamer in het najaar geïnformeerd. Daarnaast is het goed om te zeggen -- de vraag die mevrouw Abdi stelde was natuurlijk breder -- hoe we dat eigenlijk doen met toezicht op die algoritmes waar we gebruik van maken als Rijksoverheid. De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft een doorlopende toezichtstaak hierop. Mevrouw Abdi stelde ook nog de vraag of je dan op een bepaalde manier met steekproeven kunt gaan werken. Dat vond ik interessant. Ik denk dat dat een mooie zou zijn en ik wil graag toezeggen om dat mee te nemen in het gesprek met de reclassering over de manier waarop ze nu hun nieuwe risicotaxatiemethodiek gaan inrichten.
Mevrouw Abdi (PRO):
Ik hoor de staatssecretaris zeggen: ik wil het meenemen in het gesprek met de reclassering. We hebben zelf ook uitgebreid met de reclassering gesproken. Kijk, het gaat wel om iets wezenlijks, dat iemand vrij rondloopt terwijl dat niet had gemoeten of dat iemand is gediscrimineerd. We hebben onlangs ook het rapport gehad van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, die zegt: de overheid doet veel te weinig om dat actief tegen te gaan. Dit is een goed voorbeeld, want het is niet het eerste algoritme waarin variabelen zoals je inkomen of je buurt allemaal samen worden gepakt. Ik vind het lastig dat er wordt gezegd: dat is een menselijke factor, dus we kunnen dat niet onderzoeken. Ik zou in dat verbetertraject -- dat stond er namelijk niet expliciet in -- veel meer aan de voorkant willen toetsen of iets voldoet aan bepaalde voorwaarden. Dat is hier niet gebeurd, en dat is niet de eerste keer. Daar wil ik een toezegging op krijgen, want een gesprek vind ik echt niet in verhouding staan tot wat er hier is gebeurd.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Het zijn eigenlijk twee verschillende onderwerpen die we wat mij betreft naast elkaar kunnen bespreken. Dat is de situatie bij de reclassering, die natuurlijk gaat over hoe OxRec is ingezet, hoe we daar nu op reflecteren en wat we daar in een nieuwe methodiek ook aan zouden willen verbeteren. Het andere punt is de doorlopende toezichttaak op algoritmes vanuit de inspectie. Ik denk dat het belangrijk is dat in dat tweede geval vooral aan de voorkant kan worden gekeken met welk instrument eigenlijk wordt gewerkt; daar gaan we toezicht op houden en dat doen we op een bepaalde manier. Heel specifiek wil ik graag het volgende meenemen in mijn gesprek met de reclassering. Zij zijn bezig met het ontwikkelen van een nieuwe methodiek. Volgens mij zijn ze op alle mogelijke manieren superalert op hoe we dit in de toekomst gaan doen. De vraag daarbij is of het dan ook noodzakelijk en slim is om daar op een bepaalde manier aan te kunnen werken, bijvoorbeeld door middel van steekproeven. Dat is wat ik kan meenemen in het gesprek. Wat ik niet zou willen doen is vooruitlopen op hoe ze dat nu met elkaar gaan inrichten. We voeren die gesprekken immers allemaal, ook met de reclassering, en die zijn hier natuurlijk ook ongelofelijk van geschrokken. Dat kan dus nooit de bedoeling zijn. Een organisatie die goed wil kijken naar hoe we risico's taxeren voordat we mensen weer terug geleiden naar de samenleving, mag dat natuurlijk niet doen op een manier die niet bijdraagt aan de gelijkheid in de samenleving.
Dan kom ik toch even bij de individuele casus van de heer Singh. In mijn korte introductie zei ik dat we daarbij een weg zijn opgegaan waar ik zelf vaak niet heel enthousiast over ben, want we gaan gewoon niet in op individuele casussen. Tegelijkertijd hebben we hier natuurlijk met elkaar heel specifiek het gesprek over gevoerd. Mijn voorganger heeft uw Kamer in 2025 ook op de hoogte gesteld van het arrest van het hof van Den Haag, en vervolgens ook het oordeel van de Staat. Uiteindelijk is op 13 maart de heer Singh weer overgedragen aan Nederland en is hij in een penitentiaire inrichting beland. Op 19 mei is er uitspraak gedaan in de omzettingsprocedure en is de Amerikaanse straf omgezet in een levenslange gevangenisstraf hier. De heer Sneller vroeg hoe ik reflecteer op dat hele proces. Ik ben op 23 februari gestart, en dit was toen een voldongen feit. Op 13 maart is de heer Singh overgedragen. Ik denk dat het Nederlandse recht vervolgens ook zijn beloop heeft gehad. De vraag is of we op humanitaire gronden andere overwegingen moeten meenemen. Die WOTS, dat penitentiaire instrument waarmee we dat hebben ingericht, laat ruimte voor de vraag of er binding is. Daar heeft de rechter in zijn uitspraak ook iets over gezegd, al in eerdere instantie. Die humanitaire gronden worden natuurlijk meegewogen. Tegelijkertijd zijn dat ook de gesprekken die je juist op een diplomatieke manier met elkaar voert. Dus als er aanleiding is om een beleidskader aan te passen -- deze zaak ligt ook nog voor in cassatie -- dan zal ik dat doen, maar op dit moment zie ik dat niet omdat we volgens mij ook binnen dat penitentiaire instrument voldoende ruimte hebben om deze overwegingen, zowel qua binding als formeel, alsook ten aanzien van de humanitaire gronden, meer op diplomatieke manier met elkaar te kunnen wegen en te kunnen inbrengen.
Dan is er nog de vraag van de heer Ellian over de nabestaanden. Die nabestaanden hebben in het proces wellicht vanuit de verantwoordelijkheid bij het CJIB de informatie gekregen die zij moeten krijgen. Dat zullen ze in de toekomst ook blijven doen. Mochten er formele momenten zijn dat nabestaanden een plek krijgen in het proces -- we weten niet of dat zo gaat zijn -- dan gaan we dat natuurlijk gewoon formeel en netjes met elkaar afhandelen. Dus laat dat in dit geval ook een geruststelling zijn.
De laatste vraag, van de heer Sneller, gaat over de verklaring omtrent het gedrag: kijken we ook altijd naar de omstandigheden van het geval? Het is natuurlijk ook een eyeopener als je je realiseert dat er soms 30 jaar teruggekeken wordt als er een vog wordt afgegeven. Dat klinkt dus niet heel proportioneel. Wat mij geruststelt is dat Justis altijd naar de omstandigheden van het geval kijkt, zoals de leeftijd ten tijde van het plegen van het strafbare feit, de afdoening van de strafzaak, het tijdsverloop en de hoeveelheid justitiële gegevens. Nu zijn we bezig met het ontwikkelen van een consistente manier van het beoordelen van de risicomethodiek voor het afgeven van die vog. De kijker thuis denkt misschien: waar gaat dit over? Om in te kunnen schatten of we een verklaring omtrent gedrag kunnen afgeven aan een persoon en of die geschikt is om dit werk te doen, wordt nu samen met TNO een nieuwe risicomethodiek ontwikkeld. Ik denk dat het goed is om dat af te wachten, want dat komt eind van het jaar naar ons toe. Dan kunnen we goed kijken of we daarin de manier waarop we de proportionaliteit meenemen, voldoende plek geven.
Tot zover de beantwoording van de aan mij gestelde vragen. Dank u wel.
De voorzitter:
Er is nog één interruptie, van de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Ik zat even te denken: ga ik dit doen? Want soms heeft het weinig zin om een interruptie te plegen, omdat je weet dat de bewindspersoon "nee" gaat zeggen. Toch blijft de casus-Singh mij puzzelen. Daar zijn heel veel brieven over gestuurd, maar de bewindspersoon leidt het in met: wij praten gewoon niet over individuele gevallen. Ik zit zo naar de overkant te kijken, naar de minister van JenV, die niet rechtstreeks over de beslissingen van het OM gaat. Zo is ons systeem ingericht, gelukkig maar. Hij zegt: ik ga u niet vertellen over dit opsporingsonderzoek, deze verdachte of deze veroordeelde, want daar ga ik niet over. Hij gaat over het grotere geheel. Maar de staatssecretaris -- dat is niet erg, hoor, want dat deden al haar voorgangers ook -- zegt: ik praat niet met u over individuele gevallen. Zij is echter rechtstreeks verantwoordelijk voor die individuele gevallen. Ik mag als Kamerlid rechtstreeks een motie indienen over een gratiebeslissing. Ik weet van sommige gratiebeslissingen, maar daar doe ik niks mee, uit respect voor de staatssecretaris. Soms denk ik weleens: ik moet gewoon een motie indienen waarin staat "Pietje moet geen gratie krijgen". Dat mag, want dat is een beslissing die ú neemt. Ik wil dus het volgende vragen. Er zijn veel slimme mensen op het departement. Is de staatssecretaris bereid om een uitvoerige brief te sturen aan de Kamer over waarom we in de Kamer niet zouden mogen spreken of geen informatie zouden mogen ontvangen over de executie van vonnissen en individuele gevallen die rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris vallen? Aan de hand van die Kamerbrief kan dan een schriftelijk overleg worden gevoerd, want ik ben er na vijf jaar Kamerlidmaatschap wel een beetje klaar mee dat als ik vraag waarom de heer Holleder vrijkomt, ik als antwoord krijg: daar ga ik niet over praten. Ook nu, bij dat ongemak over meneer Singh, denk ik weer: dat is helemaal niet nodig.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Het eind van de beantwoording gaat zijn: nee. Maar ik wil dat toch wel een klein beetje inleiden. Volgens mij heeft de minister op een eerdere vraag ook geantwoord: we gaan niet in op individuele casussen. Maar ik begrijp heel goed het punt dat de heer Ellian wil maken. Volgens mij moeten we gewoon altijd -- dat is mijn boodschap -- heel zorgvuldig zijn in hoe we praten over heel specifieke casussen ten aanzien van een eventueel gratieverzoek of wat dan ook. Dat is volgens mij niet het niveau waarop we met elkaar dit gesprek moeten voeren. Ik denk wel dat het belangrijk is dat we allemaal steeds het gewicht van dit soort besluiten voor ogen houden. U kunt gerust zijn dat ik dat doe. Ik denk ook dat we daarover tussen Kamer en bewindspersoon steeds het goede gesprek moeten blijven voeren. In deze heel individuele en specifieke casus van een WOTS-verzoek -- een vraag die gesteld is in het verleden ten aanzien van de overdracht van de heer Singh -- moeten we ook steeds zorgvuldigheid blijven betrachten in de zin van: is dit informatie die noodzakelijk is om met elkaar op deze manier uit te wisselen? Dat is mijn punt geweest.
De heer Ellian (VVD):
Ik constateer dat de staatssecretaris zegt: nee, ik wil geen brief sturen. Prima. Dan gaan we met moties werken. Die kunt u dan verwachten want, nogmaals, er zit een onderscheid met de rol van de minister als het gaat om bijvoorbeeld OM en opsporing. Dit is iets anders geregeld. Vroeger, voor de Wet USB, lag een en ander ook bij het OM. Mijn voorgangers hier vonden het een goed idee om het rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon te brengen. Het gaat om de uitvoering van strafrechtelijke beslissingen. De staatssecretaris zegt: we moeten voorzichtig zijn met individuele gevallen. Maar het is wel gek. Als er een vonnis is van de rechter over het overbrengen van 46 individuele Palestijnen, dan kan daar een heel debat over gevoerd worden. Maar als het gaat om iets wat maatschappelijk heel gevoelig ligt, iets over gedetineerden of een tbs'er die ontsnapt tot gevaar van de samenleving, dan is het: nee, meneer Ellian, daar gaan we niet over praten. Maar het is goed. Dan gaan we een motie indienen en gaan we kijken hoe we dit verder kunnen brengen.
De voorzitter:
Genoteerd. Wilt u nog reageren, staatssecretaris?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Ik denk wel dat dit goed is. Volgens mij hebben we namelijk allemaal dezelfde bedoeling, namelijk heel zorgvuldig met individuele casussen omgaan. En daar hebben we allemaal onze eigen verantwoordelijkheid in. Ik begrijp ook heel goed wat de heer Ellian met de Wet USB bedoelt. Wat we wat mij betreft niet moeten willen, is dat we met brieven over en weer of moties over en weer gaan werken voor hoe wij dat gesprek met elkaar voeren. Volgens mij doen we dat nu op basis van de informatie die we hebben in de casus-Singh. Die informatie wisselen we met elkaar uit en als het aan de orde is, hebben we ook op dat niveau het gesprek met elkaar. Is dat iets wat we standaard en te allen tijde doen als het gaat om een gratieverzoek? Nee, dat is natuurlijk niet zo. Volgens mij is dat dus juist het maatwerk dat je met elkaar betracht. Ik zou het dan ook heel spijtig vinden als we op deze manier een soort uniforme manier van informatie-uitwisseling met elkaar zouden zoeken. Dus ik denk dat het goed is om het gesprek met elkaar hierover op een hele zorgvuldige manier, alles in ogenschouw nemende, te blijven voeren.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de kant van het kabinet. Ik stel voor aan de vaste commissie dat we meteen doorgaan met de tweede termijn van de Kamer. Ik wil daarvoor 1 minuut en 20 seconden spreektijd voorstellen en ik wil met uw goedkeuring voorstellen dat er één interruptie per persoon plaatsvindt in deze tweede termijn. De heer Ellian heeft nog iets.
De heer Ellian (VVD):
Een onbeantwoorde vraag, voorzitter, als dat mag. Een vraag uit de eerste termijn. Ik vroeg de minister naar het vernietigen van politiegegevens. Die is, denk ik, per abuis ...
De voorzitter:
Misschien handig om daar in de tweede termijn even op terug te komen? Ja? Prima. Dan zou ik dat bewaren voor de tweede termijn. Dan kunnen we starten met de tweede termijn van de Kamer. Ik geef het woord aan mevrouw Faber.
Mevrouw Faber (PVV):
Ja, dank u, voorzitter. Als eerste wil ik natuurlijk de bewindspersonen bedanken voor de beantwoording. Maar mijn vraag betreffende het veiligheidsrisicogebied is ook niet helemaal beantwoord, want mijn vraag was ook: waarom werd dat zo laat ingezet in Zandvoort, en waarom wordt dat niet langer ingezet? Dat is punt één. Dan natuurlijk de visboer. Ik vind toch wel dat deze man een lintje verdient. Ik ga daar dan ook een motie voor indienen, dus bij dezen vraag ik gelijk een tweeminutendebat aan.
Dan dit betreffende de verkeersboetes. De minister geeft aan "de inflatiecorrectie, daar kom je niet onderuit", maar als de bedragen heel hoog zijn, dan tikt een inflatiecorrectie van 2% à 3% toch wel lekker aan, moet ik zeggen. Er zal natuurlijk wel gekeken kunnen worden naar de eventuele verhogingen die ook plaatsvinden, maar ik heb begrepen dat dat al de aandacht heeft.
Dan moet ik toch de heer Ellian bijvallen over de individuele casussen. Er wordt altijd gezegd dat we het daar niet over hebben, maar we hebben het ook weleens over Bolle Jos. En zo zijn er nog meer die hier worden genoemd. Ik ga verder geen namen noemen. Dat is wel inconsequent beleid in mijn ogen.
Tot zover, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Faber. Dan ga ik door naar de tweede spreker: mevrouw Straatman. Ga uw gang.
Mevrouw Straatman (CDA):
Dank u wel, voorzitter, en ook namens mij dank aan de minister en aan de staatssecretaris voor de beantwoording. Er is een grote variëteit aan onderwerpen voorbijgekomen. Die stonden ook op de agenda. Het is altijd een kunst om dat in vier minuten spreektijd te verwerken, dus ik ben heel blij dat de collega's andere onderwerpen hebben aangedragen die ook voor het CDA heel belangrijk zijn. Ik pak daar even het afpakken van crimineel vermogen uit. Ik denk dat het heel goed is om te horen dat de minister er alles aan doet om dit proces te versnellen.
Over de verkeersboetes is er veel gezegd. Dat blijft voor ons een belangrijk punt. Inderdaad, je kunt het heel groot maken en dan gaat het over 300 miljoen. Ik denk dat we kleine stapjes moeten zetten en vooral moeten inzoomen op die verhogingen, want daar is de grootste disbalans. Ik hoor dat er wel ruimte zit bij de staatssecretaris om te kijken naar welke mogelijkheden daar zitten. Dat doet mij goed. Ik denk ook niet dat we moeten wachten op een conclusie van de ag of een uitspraak van de Hoge Raad. Die hebben wij niet nodig om zelf te concluderen dat we hier iets aan moeten doen, want dit raakt ook aan een geloofwaardige en betrouwbare overheid. En wat het CDA betreft: ook wij zijn bereid om mee te kijken en te puzzelen voor alles wat mogelijk is om naar die budgetneutrale oplossing te komen. Vandaar ook mijn vraag over die administratiekosten, over hoe dat precies zit.
De voorzitter:
Dank u wel. Keurig binnen de tijd. Dan geef ik het woord aan mevrouw Abdi.
Mevrouw Abdi (PRO):
Dank, voorzitter. Ook van mij dank aan de bewindspersonen voor hun beantwoording. Ik ben blij om te horen dat ook zij constateren dat er een disbalans is en dat er in ieder geval meer een soort welwillendheid is om dit serieus aan te pakken. Dat is denk ik belangrijk, want de essentie van onze rechtsstaat is natuurlijk dat je burgers beschermt tegen misbruik: misbruik door anderen, misbruik door de overheid. Kijk daarbij naar de rol die je hebt, juist als het gaat om de geloofwaardigheid van het systeem. Boetes zul je nodig hebben, maar die moeten natuurlijk geen verdienmodel worden.
Een laatste suggestie. Ik was wel geïnspireerd door collega Sneller. Vaak heb je bij interdepartementale discussies -- ik weet dit als oud-ambtenaar -- dat men toch weer even een soort optelsom doet van alles wat al is uitgezocht en onderzocht. Nou ja, je kan een heel feestje bouwen rond allerlei adviezen. Ik zou toch echt willen vragen om het veel meer praktisch en gericht te maken -- ik sluit me volledig aan bij collega Straatman, wat hier ook geen verrassing zal zijn -- en héél gefocust te kijken naar die verhogingen en niet alleen te kijken wat de kaders zijn en wat er mogelijk is, maar ook te kijken hoe we een soort route kunnen ontwikkelen om toch te komen bij deze hele specifieke groep, die onevenredig hard wordt geraakt. Het gaat er dus om om niet opnieuw een gesprek te voeren of een samenvatting te maken, maar om echt een soort intern actieplan te maken om te bepalen hoe we daartoe kunnen komen. Ik denk namelijk dat er veel meer mogelijk is dan we ons nu toestaan en ik denk dat het heel belangrijk is, juist vanwege wat we volgens mij hier met elkaar proberen te doen.
De voorzitter:
Dank, mevrouw Abdi. Ik geef het woord aan de heer Sneller.
De heer Sneller (D66):
Dank, voorzitter. Ik hou het kort. Dank aan de beide bewindspersonen voor hun beantwoording. Over zowel de verkeersboetes als de milieucriminaliteit, de terugkijktijd, de vog en de WOTS gaan we het in de nabije toekomst weer hebben, dus dan zal ik er uitgebreider op terugkomen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik het woord aan de heer Ellian.
De heer Ellian (VVD):
Dank, voorzitter. Uiteraard dank ik ook beide bewindspersonen voor de beantwoording en natuurlijk degenen die hen ondersteunen bij het geven van die antwoorden. Ik proef duidelijke motivatie bij de minister voor het idee van "misdaad mag niet lonen"; hij legde, vond ik, ook wel mooi volgordelijk uit hoe het in de tijd gegaan is. We hebben ons eigenlijk veel moeten concentreren op het optuigen van het bouwwerk om de georganiseerde criminaliteit tegen te gaan. Dit stuk verdient extra aandacht en ik proef bij hem dat hij die eraan gaat geven. Ik zal daar een voorzet voor doen met een Opsporing Verzocht 2.0. Over het tipgeld hoorde ik hem zeggen dat hij daar nog een keer naar gaat kijken. Ik ben dus blij met de brief daarover die naar de Kamer komt. Ik wacht even op het antwoord over de cold cases en de politiegegevens, want dat is echt een onderwerp dat me na aan het hart ligt.
Richting de staatssecretaris vroeg ik me het volgende af. We hebben al een tijdje niet meer gesproken over gratiëring en de vraag hoe het staat met de rechten van slachtoffers. De staatssecretaris is ook verantwoordelijk voor slachtofferbeleid. Hoe staat het er nu mee? Wanneer krijgen we eigenlijk weer een brief over de gratieprocedure en de positie van slachtoffers daarin?
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Ellian. Ik wil graag het woord geven aan de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Voor degenen die de minister hebben horen praten over "knippen": het ging niet over kappers, maar het ging over video's die verschillende partijen maken en op social media plaatsen. Ik moet er heel eerlijk over zijn dat ik het ermee eens ben dat ik ook geen chocola kan maken van het antwoord van de minister, maar wellicht kan ons communicatieteam dat wel.
Het is niet waar dat ik opkom voor overtreders. Sterker nog, ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat iedereen, inclusief alle partijen, ook het OM en deskundigen, het ermee eens is dat mensen beboet moeten worden om genormeerd te worden. Daar zijn we het met z'n allen over eens. Ik ben het er níét mee eens dat er ook overtreders zijn die niet genormeerd kunnen worden, namelijk dit kabinet. In die zin is het niet DENK dat voor overtreders opkomt, of ikzelf in dit geval, maar is het de minister zelf. Ik zeg namelijk: overtreed de regels die we samen gemaakt hebben níét.
Dan nog kort: Israël. Er is vandaag een onderzoek van Investico verschenen waarbij het OM aangeeft dat we, om onderzoek te kunnen doen naar die misdaden, signalen moeten hebben van betrokkenheid bij misdrijven. Dat is een kip-eiverhaal, want om die signalen te hebben, moet er onderzoek gedaan worden; dat wordt ook in dat onderzoek van Investico aangegeven. Dat deden we dus wel bij de Syriëgangers. Dat is de reden dat ik dat als voorbeeld noemde, niet om te vergelijken. Ik vraag me oprecht af waarom we dat in dit geval niet doen, terwijl we dat in Syrië wel deden. Toen hadden we heel veel capaciteit en hebben we er heel veel onderzoek naar gedaan. Dat doen we nu niet.
De voorzitter:
Mag ik u verzoeken om af te ronden, meneer El Abassi? U bent over uw tijd heen.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter. Die vraag blijft bij mij bestaan en dat zal ik allemaal meenemen naar het tweeminutendebat. Ik verwacht nog een antwoord van de minister.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de bewindslieden. Wilt u even schorsen of kunt u meteen door met uw tweede termijn? Ga uw gang. Ik wil graag het woord geven aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank u, voorzitter. Ik zal proberen daar ook weer in sneltreinvaart doorheen te gaan.
Mevrouw Faber vroeg waarom het veiligheidsrisicogebied niet eerder is ingesteld. Dat is aan de burgemeester. Burgemeesters zijn terughoudend met het instrument, want het is een zwaar instrument, maar ze hébben het wel. Ik vertelde u ook al dat deze burgemeester al bezig is met een plan: "Als ik deze perfect storm weer samen zie komen, met mooi weer en gezien de tijd van het jaar, kan ik dan niet alvast, op voorhand, een noodverordening uitschrijven?" Bestuurders denken dus wel degelijk creatief na over de vraag hoe de beschikbare instrumenten ook kunnen worden ingezet voor dit soort zaken, maar het is in elk geval wel aan het lokale gezag om dat te doen. Ik heb wel gezegd: het zou helpen als jullie met een aantal badplaatsen om de tafel gaan zitten om ervaringen uit te wisselen. We zien het namelijk ook in Scheveningen gebeuren, we zien het in Nesselanden gebeuren. Zo kun je leren en hoef je niet elke keer het wiel opnieuw uit te vinden. Dat vond hij een goed idee.
Mevrouw Faber (PVV):
Er moet mij toch iets van het hart. Ik bedoel het niet slecht, maar het zijn wel dingen die spelen. Ik heb de indruk dat bestuurders zich achter elkaar verschuilen. Het klopt natuurlijk dat de burgemeester die bevoegdheden heeft. We zien echter dat de minister zegt dat het bij de burgemeester zit, en dat als het andersom is, de burgemeester zegt dat het bij de minister zit, of bij die organisatie, of die, of die. Maar ondertussen zijn de burgers en ook de ondernemers natuurlijk wel de sjaak. Ik denk dat we ook dat belang meer naar voren moeten zetten. Ik heb er wel moeite mee dat men zich … Tenminste, laat ik het zo stellen: het lijkt erop dat de bestuurders zich achter elkaar verschuilen en dat ze in dezen te weinig oog hebben voor de burger en de ondernemer.
Minister Van Weel:
Dat vind ik toch een beetje een flauwe polemiek. Dit is namelijk gewoon hoe de bestuurlijke wereld in Nederland werkt: de burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde in zijn gemeente. Daar kán ik niet eens iets aan doen en daar wil ik ook helemaal niets aan doen. Het is niet verschuilen; het is gewoon hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Het is ook flauw om te zeggen dat de burgemeester zich zou verschuilen achter mij, want dat doet hij niet. Dit is een burgemeester die u meerdere malen op televisie hebt kunnen zien, ook toen ik er was, om uit te leggen waarom hij heeft gedaan wat hij heeft gedaan, welke uitdagingen hij kent en hoe hij juist bezig is voor die strandpaviljoenhouders, de burgers van Zandvoort en de welwillende toeristen die daar zijn. De maatregelen die ik net noemde, de noodverordening, het veiligheidsrisicogebied, zijn allemaal uitingen van wat het bestuur, in dit geval de burgemeester, probeert te doen om deze situatie tegen te gaan. Het is aan het verantwoordelijke orgaan om de bestuurder erop af te rekenen dat de uitkomst niet honderd procent perfect is, dat er misschien dingen te laat zijn gebeurd of wat dan ook. Dat verantwoordelijke orgaan bent u daar waar het om mijn acties gaat en dat is de gemeenteraad daar waar het de acties van de burgemeester aangaat. En geloof me, naast een heet weekend heeft de burgemeester daarna ook een hete vergadering gehad in de gemeenteraad.
Het systeem werkt dus wat mij betreft. Ik zal mij in ieder geval nooit verschuilen achter de burgemeester, maar ik wil ook opkomen voor deze burgemeester, want dat kan hij zelf niet. Hij verschuilt zich ook niet achter mij.
Dan de heer Ellian. De gegevens worden nog niet vernietigd. In het halfjaarbericht van de politie neem ik mee waar we daarmee staan. Dit is een moeilijk dossier. Het is een dossier met een hele lange baard, waar we heel veel debatten over hebben gevoerd, ook in mijn vorige termijn als minister van Justitie en Veiligheid. De Autoriteit Persoonsgegevens is klip-en-klaar en biedt heel weinig ruimte hiervoor. De Raad van State is gevraagd of we nog een geitenpaadje kunnen vinden. Op welke manier zou het dan kunnen? Ook daar zijn niet heel veel kansrijke avenues uit voortgekomen. We zijn nu met de politie aan het kijken op welke manier je welke gegevens wél zou kunnen bewaren en wat je moet vernietigen.
Maar even voor de helderheid, ook voor nabestaanden, want soms lopen deze dingen door elkaar heen, het volgende. Het gaat hier niet om dossierinformatie van cold cases, of om alles wat ooit maar in het kader van een onderzoek naar een cold case naar boven is gekomen. Al die informatie blijft gewoon bewaard. Die gaat niet weg. Elke nieuwe lead die er komt, elke nieuwe DNA-technologie die er komt, kan nog steeds worden losgelaten op al die aspecten van die zaak. We zien ook dat er succesvolle coldcaseaanpakken zijn. Denk aan de hologrammen die nu gebruikt worden en die echt resultaat opleveren in oude zaken, maar we zien ook nieuwe DNA-technologieën; noem het maar op. Er zijn heel veel manieren om cold cases op te lossen. Waar het hier om gaat is de enorme vergaarbak van iedereen die ooit in Nederland op welke manier dan ook met de politie in aanraking is gekomen. Dat kan zijn omdat het achterlicht van je fiets kapot was. Daarvan zegt de AP: er is misschien een heel kleine kans dat er ooit een link gelegd wordt tussen de man die zonder licht fietste in Sneek en aangehouden werd, en een moordzaak in Zuid-Drenthe van twintig jaar geleden. Dat kan, maar de AP zegt: de speld die mogelijk in die hooiberg zit vergelijken met de hooiberg die je bewaart, daarvan vinden wij dat de proportionaliteit niet klopt.
Dat is een feit waartoe ik mij moet verhouden; ik moet daar wat mee. Maar ik wilde wel even de context schetsen, om niet de indruk te wekken dat wij cold cases overboord gooien of die dossiers vernietigen. Dat doen we absoluut niet. Ik zeg ook niet dat u dat zegt.
De heer Ellian (VVD):
Heel goed dat de minister het uitlegt, want het is buitengewoon complexe materie en het leidt natuurlijk tot veel emotie bij nabestaanden. Voor de VVD-fractie is de essentie tweeledig. Het betreft een enorme berg aan informatie. Ik begrijp dat de Autoriteit Persoonsgegevens daar wat van vindt. Wij hechten meer aan het toch mogelijk kunnen oplossen van zaken; het betreft wel 1.800 cold cases. En ook in het licht van algemene opsporing, of het nou om algemene criminaliteit gaat of om georganiseerde criminaliteit, kan dat kapotte achterlicht wel degelijk toevallig van die jongen zijn die ergens in Nederland een tasje cobra's bij iemand aan de deur heeft gehangen.
Ik vind wel dat ik een beetje terugkrijg dat de discussie erg technisch wordt gemaakt. Ik begrijp dat er kritiek is van de AP. Daar moeten we wat mee. Of niet, want wij kunnen ook de wet aanpassen als het moet. Maar het gaat om het belang van die gegevens. Ik wil ook graag benadrukken dat het niet zo is dat nu iedereen bij die gegevens kan, want de officier heeft een soort poortwachtersfunctie en moet voor oude gegevens toestemming geven. Het systeem is dus best goed. Maar de belangen zijn wel groot wat mijn fractie betreft. Ik wil de minister vragen -- hij is ermee bezig -- of het in een aparte brief kan als hij dat niet bezwaarlijk vindt. Het wordt nu in het halfjaarbericht gebracht, maar dat leidt soms tot wat onhandige procedurele dingen aan onze kant van de Kamer. Is het mogelijk om ons hier een apart briefje over te sturen? Dan kan het op meerdere plekken in de Kamer besproken worden. Het mag gelijktijdig met het halfjaarbericht.
Minister Van Weel:
Dat is nu juist wat ik probeer te voorkomen. Ik hou dit juist heel graag binnen het politiedossier, omdat we daar inmiddels een lange opbouw hebben van het hele debat. Daar hebben we continu de stappen met elkaar gezet. De volgende stap die wordt gezet, is een logische vervolgstap om ook in dat kader te bespreken. Daarom hou ik 'm toch graag samen daarmee.
Voorzitter. Dan is er nog één vraag. Die is van de heer El Abassi. Ondanks dat hij zegt dat hij geen vergelijking trekt tussen ISIS en het Israëlische leger, doet hij dat toch op deze manier, door te stellen dat wij hetzelfde moeten omgaan met IS-terroristen die uitgereisd zijn om deel te nemen aan een moorddadige terroristische organisatie als met die Nederlanders die in een vreemde krijgsdienst zijn gaan dienen, namelijk die van een bevriende natie. Ik zeg niet dat er in dat laatste geval geen sprake kan zijn van oorlogsmisdaden. Daar waar die aanwijzingen er zijn, zal daar onderzoek naar moeten worden gedaan. Als dat niet gebeurt door de IDF of het Israëlische overheidssysteem, dan, zo heb ik al gezegd, zijn wij prima in staat om dat vanuit het OM zelf te doen. Maar het is toch een volstrekt andere situatie dan die we destijds aan de hand hadden in Syrië.
De voorzitter:
Dan hebben we daar een interruptie op van de heer El Abassi.
De heer El Abassi (DENK):
Helaas maar één. Ik snap niet wat de minister precies bedoelt met de vergelijking. Ik heb het erover dat in de uitvoering het OM aangeeft dat om iets te kunnen doen tegen mogelijke soldaten die daarheen zijn gestuurd en misdrijven hebben gepleegd, er signalen moeten zijn. Dat is wat er gezegd wordt. Signalen zijn er genoeg. We kunnen rapporten noemen, we kunnen noemen wat mensenrechtenorganisaties zeggen en wat deskundigen roepen. Genoeg. Daar weten we wat van. Het probleem zit 'm erin dat het OM aangeeft signalen nodig te hebben, dat om die signalen te hebben, je onderzoek moet doen, en dat dit onderzoek niet wordt gedaan. Maar in andere gevallen wordt dergelijk onderzoek wel gedaan; ik heb Syrië genoemd, maar ik had net zo goed heel veel andere landen kunnen noemen, waar we dit wel doen. Ik vraag me vooral af waarom we dat hier niet doen. We weten donders goed wat er daar in Israël gebeurt, en toch krijgen we nu iedere keer te horen: nee, niemand wordt aangehouden. We krijgen niks mee over onderzoeken die er gedaan zijn of die er lopen. Oftewel, er wordt gewoon niks gedaan in dit geval.
Minister Van Weel:
Nee, omdat we daar geen enkel signaal van hebben, noch aanleiding hebben voor het OM om onderzoek te doen naar een gedraging van een Nederlander die duidt op een internationaal misdrijf. Dat is compléét anders dan de situatie van ISIS. Die organisatie was gebouwd op internationale misdaad. Daar was nul kader, daar was nul recht. Het ging om het afstraffen van onschuldigen. Dat is een volstrekt andere situatie en daarom vind ik het vergelijk zo verwerpelijk. U probeert dat toch elke keer weer te doen.
De voorzitter:
Ik had volgens mij eigenlijk voorgesteld om één interruptie te doen, maar u kunt nog een heel korte interruptie plaatsen. Ik ga er dan wel vanuit dat het een vraag is.
De heer El Abassi (DENK):
Ik zou graag willen dat de minister ingaat op signalen die niet ontvangen zouden zijn. In het interruptiedebat dat ik had met de heer Ellian heb ik al die signalen aangegeven, over nederzettingen, geweld, kolonisatie, administratieve detentie, apartheid en ga zo maar door. Wat voor signalen wil de Nederlandse overheid nog ontvangen, zou ik de minister willen vragen.
De voorzitter:
De minister. Een korte reactie.
Minister Van Weel:
Komt u maar met signalen over betrokkenheid van Nederlanders bij internationale misdrijven. Dat is wat we nodig hebben.
De voorzitter:
Dan gaan we door met de tweede termijn van het kabinet. Ik geef het woord graag aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Van Bruggen:
Hartelijk dank, voorzitter. Ik heb volgens mij drie vragen nog te beantwoorden. De eerste vraag is een wat technische en had wat uitgebreider aan de orde kunnen komen in de beantwoording van de feitelijke vragen. Het gaat om de vraag van mevrouw Straatman: zijn de bedragen voor het verhogen van de administratiekosten genoemd in de beantwoording van de feitelijke vragen reële opties? De administratiekosten zijn bedoeld om daadwerkelijk gemaakte kosten voor de administratieve handelingen binnen het CJIB voor de inning van de boete te dekken. Dat is duidelijk. Het is zo geregeld in het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de Regeling vaststelling administratiekosten. Die administratiekosten moeten worden betaald door de overtreder conform het principe "de veroorzaker betaalt". Dat hebben we verwoord zoals we dat in Nederland doen in het rapport Maat houden. Dat is het officiële Nederlandse beleidskader van de overheid voor het doorberekenen van toelatings- een handhavingskosten. Zo hebben we dat gewoon met elkaar afgesproken.
De tweede vraag is gesteld door mevrouw Abdi: is het mogelijk om een actieplan op te stellen?
Zal ik doorgaan met de beantwoording van deze vraag, voorzitter? Is dat handig?
De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Straatman. Wilt u graag nu een interruptie plegen?
Mevrouw Straatman (CDA):
Het gaat nog steeds over die technische vraag, maar daar kunt u ook per brief op terugkomen. Het is mij nog steeds niet helemaal duidelijk. Het gaat om twee opties, waar ook best wel behoorlijke dekkingsbedragen aan vasthangen. Zou dat op dit moment een knop zijn waar je mogelijk aan zou kunnen draaien? Is dat op dit moment in strijd met de besluiten en het rapport Maat houden, dat we nu hebben liggen, of kan het gewoon nu al?
Staatssecretaris Van Bruggen:
Het is nu in strijd met elkaar. Dat is het eenvoudige antwoord daarop.
Dan nu dus de vraag van mevrouw Abdi: is het niet mogelijk om een integraal actieplan met elkaar op te stellen als het gaat om de inning van de schulden en de manier waarop met schuldenproblematiek wordt omgegaan? We hebben het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Ik vind het belangrijk dat we het op de desbetreffende momenten op die manier met elkaar blijven bespreken. In het najaar hebben we het debat ook weer met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erbij. Ik zou dan ook graag met elkaar willen bezien of de acties die we met elkaar in het nationaal programma hebben verwoord voldoende worden opgepakt. Kunnen we ervoor zorgen dat we de voortgang daarvan goed bewaken? Volgens mij is dat een heel passend moment om te bezien of het actieplan überhaupt aan de orde is of dat we voldoende voortgang maken op de manier waarop we dat nu met elkaar aan het doen zijn.
De laatste vraag was van de heer Ellian: is er weer een moment waarop we het met elkaar kunnen hebben over de positie van slachtoffers en nabestaanden en misschien nog wat breder ook over hoe we met het gratiebeleid omgaan? Goed nieuws: er wordt gewerkt aan de voortgangsbrief slachtofferbeleid. Die komt nog voor de zomer naar de Kamer.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat ik de vergadering sluit, wil ik nog even de toezeggingen van de beide bewindslieden opnoemen.
Eerst een ander puntje: mevrouw Faber heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Dat is genoteerd.
- De minister van Justitie en Veiligheid zegt toe geen aanvullende beleidsmatige verhogingen door te voeren bij verkeersboeten en bij de evaluatie van de wet-Mulder nader in te gaan op de vraag in hoeverre dit wettelijk verankerd kan worden en hoe er meer balans kan worden gevonden tussen de sanctiestelsels.
Minister Van Weel:
Ik zou "kan worden" veranderen in "moet worden", want ik heb nog niet de toezegging gedaan dat we het ook daadwerkelijk gaan doen. Ik wil echt die evaluatie even afwachten.
De voorzitter:
Dan passen we dat eventjes aan.
- De minister van JenV zegt toe na de zomer een reactie op de moties van het lid Ellian over tipgeld naar de Kamer te sturen en daarbij ook in te gaan op de hoogte van het bedrag.
De heer Ellian (VVD):
Helemaal goed, maar "na de zomer" kan ook 2048 zijn, dus ...
De voorzitter:
Dan zullen we erbij vermelden dat het na de zomer van 2026 is, in het derde kwartaal van 2026.
- De staatssecretaris van JenV zegt toe in de volgende voortgangsbrief gevangeniswezen in te gaan op de juridische mogelijkheden voor gegevens in het kader van zorg en veiligheid en het voorkomen van recidive.
- De staatssecretaris van JenV zegt tevens toe in gesprek te gaan met de reclassering over het invoeren van steekproefsgewijze controles in de nieuwe risicotaxatiemethodiek.
Wanneer wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
Staatssecretaris Van Bruggen:
In het najaar komt de nieuwe methodiek aan de orde, dus ik verwacht dat het in zijn volledigheid bij de voortgangsbrief forensische zorg of gevangeniswezen zal zijn. Dan kunnen we daarover het gesprek met elkaar aangaan. Dat is na de zomer, Q3 2026.
De voorzitter:
Dan noteren wij dat zo: Q3 2026.
- De minister van JenV zegt toe in het halfjaarbericht politie nader in te zullen gaan op het langer bewaren van politiegegevens ten behoeve van opsporing en cold cases.
Daarmee zijn we aan het eind gekomen van alle toezeggingen. Ik dank de beide bewindslieden heel hartelijk voor hun aanwezigheid en voor de beantwoording. Ik dank de leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid voor hun aanwezigheid. Ik dank de mensen op de tribune en de mensen die thuis gekeken hebben. Ik sluit de vergadering.
Sluiting 12.42 uur.