[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag JBZ-Raad 4 en 5 juni 2026 en overige JBZ-ontwikkelingen

JBZ-Raad

Brief regering

Nummer: 2026D31590, datum: 2026-06-22, bijgewerkt: 2026-07-06 08:02, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32317 -1014 JBZ-Raad.

Onderdeel van zaak 2026Z14086:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


32 317 JBZ-Raad

Nr. 1014 Brief van de minister van Justitie en Veiligheid, de minister van Asiel en Migratie en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2026

Hierbij bieden wij, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, uw Kamer het verslag aan van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 4-5 juni 2026 in Luxemburg.

Daarnaast ontvangt uw Kamer een appreciatie van het Staat van Schengenrapport 2026 alsmede een reactie op de Opinie van de Commissie over de noodzakelijkheid en proportionaliteit van de herinvoering van de binnengrenscontroles.

Ook informeren wij uw Kamer hieronder over een aantal aanvullende onderwerpen op het terrein van JBZ- en internationale samenwerking.

Bijeenkomsten en marge van de JBZ-Raad

28ste regime (EU Inc.)

En marge van de JBZ-Raad vond op 5 juni jl. een werkontbijt plaats met tien lidstaten, georganiseerd door Duitsland, ter bespreking van het recent gepubliceerde Commissievoorstel voor een 28ste regime (EU Inc.).

De deelnemende lidstaten waren het eens dat het voorstel voor een 28ste regime een belangrijke bijdrage levert aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiekracht van de Europese Unie. Er werd benadrukt dat het belangrijk is dat de doelstellingen van het voorstel in balans worden gebracht met sociale rechten en in dat verband wees een enkele lidstaat op het belang van medezeggenschap en het waarborgen van respect voor nationale stelsels.

Nederland bracht het standpunt naar voren zoals opgenomen in het BNC-fiche dat op 24 april jl. met uw Kamer is gedeeld1 en heeft aandacht gevraagd voor het Benelux non-paper.2

Kopgroep operationaliseren terugkeerhubs

En marge van de JBZ-raad kwam een kopgroep, bestaande uit Denenmarken, Duitsland, Griekenland, Oostenrijk en Nederland en de Europese Commissie, voor een derde keer bijeen om concrete afspraken te maken over de verkenning naar de gezamenlijk ontwikkeling van een terugkeerhub. In dit kader sprak de minister van Asiel en Migratie namens Nederland en de andere aanwezigen waardering uit voor het politiek akkoord wat is bereikt op de terugkeerverordening op 1 juni jl.3 Dit politiek akkoord creëert bij implementatie een explicietere grond voor de terugkeerhub. Ten aanzien van de gezamenlijke verkenning van een terugkeerhub benadrukte de lidstaten dat zij de gecoördineerde dialogen met mogelijke partnerlanden continueren, met als doel voor het einde van het jaar concrete voortgang te kunnen laten zien. Ook herhaalde de aanwezigen nogmaals het belang van het vroeg betrekken van internationale organisaties waaronder IOM en UNHCR. Uw Kamer wordt doorlopend geïnformeerd over de voortgang van de gesprekken met de landen in deze kopgroep. Daarmee geeft het kabinet invulling aan de toezegging van de minister van Asiel en Migratie4 om de Kamer te informeren over de gesprekken met de landen uit de kopgroep over terugkeerhubs.

Naar aanleiding van de toezeggingen van de minister van Asiel en Migratie5 om de Kamer(s) te informeren over welke landen vanuit Europees perspectief kansrijk zijn om mee samen te werken ten aanzien van terugkeerhubs het volgende: de verkenning naar mogelijke partnerlanden betreft een sensitief en diplomatiek vertrouwelijk proces. Om dit diplomatieke proces te bewaken en voortgang te kunnen waarborgen, is het van belang dat in dit stadium niet in het openbaar benoemd wordt om welke landen het gaat. De minister heeft eveneens een vertrouwelijke technische briefing toegezegd over de voortgang rondom terugkeerhubs en migratiepartnerschappen. Deze wordt momenteel gepland – daarmee zullen de toezeggingen gestand worden gedaan, net als de motie Eerdmans over een concreet plan voor het operationaliseren van terugkeerhubs.6

Moties en toezeggingen

Motie van Nispen over handhaving op het vertrek na het verstrijken van de termijn van visumvrije reizen7

Bij effectief grensbeheer en bestrijding van onrechtmatig verblijf zijn goedwerkende Europese (grens)informatiesystemen en interoperabiliteit essentieel. Hierbij is zowel de informatie-uitwisseling tussen nationale en Europese informatiesystemen, als tussen verschillende Europese informatiesystemen van belang. Lidstaten, waaronder Nederland werken hard aan de implementatie van grootschalige EU-informatiesystemen. In het bijzonder zullen het European Entry and Exit System (EES) en het European Travel Information and Authorisation System (ETIAS) eraan bijdragen dat Nederland en de EU in den brede haar grip op wie de EU in- en uitreist vergroten. In het EES wordt de in- en uitreis van derdelanders geregistreerd wat bijdraagt aan betere controle van hun identiteit en eventuele overstay. ETIAS maakt mogelijk om visumvrije derdelanders die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoen, bijvoorbeeld omdat zij een risico vormen op illegaal verblijf of een gevaar zijn voor de openbare orde of nationale veiligheid, te weren om naar het Schengengebied te reizen. Het EES wordt sinds 10 april aan alle doorlaatposten op de buitengrenzen toegepast. Volgens de reeds geldende Europese planning is de implementatie van ETIAS voorzien in Q4 2026. Hiermee beschouwt het kabinet de motie Van Nispen als afgedaan.

Motie Boomsma en Ellian aangaande overleg met andere EU-lidstaten over terugkeer van Syriërs8

Nederland onderhoudt in Europa een actief netwerk op verschillende asiel en migratie thema’s, zo ook ten aan zien van de vraagstukken op migratie rondom Syrië. Op dit thema vindt op verschillende niveaus overleg plaats met landen die een vergelijkbare opgave hebben als Nederland waaronder ook Duitsland. Nederland zal hierover, inclusief herbeoordelingen en de terugkeer van Syriërs, de komende periode actief in nauw overleg blijven met andere EU-lidstaten. Daarnaast streeft de Europese Commissie, op aandringen van Nederland, een meer gecoördineerde en integrale EU-aanpak ten aanzien van Syrië na, waar migratiesamenwerking inclusief terugkeersamenwerking onderdeel van uitmaakt. Het kabinet beschouwt de motie Boomsma en Ellian hiermee afgedaan.

Reactie op het bericht “Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld, één mobieltje legde enorm netwerk bloot
Tijdens het ordedebat van 12 mei 2026 werd door het lid Keijzer om een reactie gevraagd op het artikel “Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld: één mobieltje legde enorm netwerk bloot”9 en om daarbij in te gaan op de verschillende feiten in het artikel en of die kloppen. Mensensmokkel is een vorm van grensoverschrijdende criminaliteit waarbij mensensmokkelaars en de criminele netwerken daarachter vaak vanuit winstbejag opereren en daarbij geregeld misbruik maken van de kwetsbare situatie van de mensen die op hen een beroep doen. Volgens Europol maakt 90% van de irreguliere migranten op enig moment in hun reis gebruik van mensensmokkelaars.10 Dit wijst op een wijdverspreid verschijnsel en onderstreept de realiteit dat mensensmokkel ook in Nederland voorkomt. Zo komen verbanden met Nederland bijvoorbeeld naar voren in strafrechtelijke onderzoeken naar mensensmokkelnetwerken, wordt Nederland soms gebruikt als plaats voor voorbereidingshandelingen voor mensensmokkel11 en vonden er volgens de Koninklijke Marechaussee in 2025 220 geregistreerde incidenten en 140 aanhoudingen aan de buitengrenzen en bij MTV controles plaats in verband met mensensmokkel.

Hoewel hier niet in detail op de in het artikel aangehaalde strafrechtelijke zaken kan worden ingegaan onderstreept het artikel volgens het kabinet het belang van de aanpak mensensmokkel, zoals ook uiteengezet in het Beleidskader aanpak mensensmokkel 2023-2026 en de verschillende facetten daarvan.12 Zo zijn financieel onderzoek en de ‘follow the money’ benadering door actief in te zetten op het volgen van geldstromen en de winsten van de smokkelaars af te nemen, het belang van de samenwerking met vervoerdersmaatschappijen, en de samenhang van mensensmokkeldynamieken met zaken als het terugkeer- en visumbeleid zoals ook uiteengezet in het barrièremodel mensensmokkel van groot belang.13 Ook het potentieel van de telefoons van irreguliere migranten heeft de aandacht van de opsporingsdiensten, en derhalve wordt momenteel verkend of de mogelijkheden tot het uitlezen van gegevensdragers in het kader van mensensmokkel verruimd kunnen worden. Daarnaast kunnen sancties bij de aanpak van internationale mensensmokkelnetwerken, die soms buiten het bereik van het strafrecht vallen, van toegevoegde waarde zijn. Hoewel er continu moet blijven worden gekeken hoe de laatste modi operandi en gebruikte routes van mensensmokkelnetwerken kunnen worden tegengegaan, en er bij het ontmantelen van netwerken weer nieuwe structuren kunnen opstaan, wordt binnen de aanpak van mensensmokkel op operationeel niveau niet zonder successen ingezet om mensensmokkel aan te pakken en daders verantwoordelijk te houden. De aanpak van mensensmokkel wordt daarnaast op Europees en nationaal niveau verder versterkt. Het kabinet kijkt uit naar de voorstellen voor mensensmokkelsancties als onderdeel van het aangekondigde Europese sanctieregime inzake georganiseerde misdaad. Nederland steunt het idee voor een sanctieregime op mensensmokkel, zoals ook benoemd in de daarmee verband houdende motie van de leden Brekelmans en Veldkamp14, al langer en riep hiertoe in 2024 op in een non-paper aan de Europese Commissie.15 Ook zal de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel16 dat de extraterritoriale rechtsmacht voor mensensmokkel beoogt uit te breiden en de strafmaxima beoogt te verhogen - maar tijdelijk stillag gezien de parallelle bespreking van de nieuwe EU richtlijn over mensensmokkel - dit najaar aan uw Kamer worden verzonden. Tevens wordt er de komende jaren meer geld uitgetrokken voor de bestrijding van mensensmokkel,17 en zal dit jaar worden aangevangen met het opstellen van het nieuwe Beleidskader aanpak mensensmokkel dat de laatste ontwikkelingen in het mensensmokkellandschap zal meenemen.

Aanpak afgifte Russische visa in het Schengengebied

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft een gezamenlijke brief op initiatief van Zweden, over restrictieve en uniforme toepassing van het EU-visumbeleid ten aanzien van Russische burgers, medeondertekend. Andere landen, die de brief hebben medeondertekend, zijn Denemarken, Estland, Finland, IJsland, Letland, Litouwen, Noorwegen, Polen en Tsjechië. In 2025 werden er 477.878 Schengenvisa verleend aan Russische staatsburgers voor toerismedoeleinden. Dit staat in scherp contrast met de richtsnoeren van de Commissie van 30 september 2022 voor de algemene afgifte van visa aan Russische aanvragers, waar lidstaten worden opgeroepen om een restrictieve aanpak te hanteren bij de beoordeling van de redenen voor de reis. De huidige, uiteenlopende toepassing van de Commissie-richtsnoeren door lidstaten leidt tot fragmentatie, “visa shopping door Russische staatsburgers”, ongelijke economische posities en verhoogde veiligheidsrisico’s. Ook roept de brief de Commissie op om passende maatregelen voor te stellen om (voormalige en huidige) Russische strijders te identificeren en hun toegang tot het Schengengebied te verhinderen.

De ondersteuning van de gezamenlijke brief sluit aan bij het Nederlandse beleid en de inzet van het kabinet. De Nederlandse visumafgifte aan Russische burgers is in aantal, geldigheidsduur en reisdoelen beperkt, en in lijn met de EU-richtsnoeren inzake de afgifte van visa met betrekking tot Russische aanvragers. Ondersteuning van de gezamenlijke brief is tevens in lijn met de Motie van Campen en Boswijk18 waarin wordt verzocht de toegang van Russen tot EU-landen verder te beperken en de Motie van de leden Dassen en Brekelmans19 over zich aansluiten bij de oproep om te onderzoeken hoe Russische militairen en veteranen een Schengenverbod opgelegd kunnen krijgen.

Entry-Exit System (EES) op Amsterdam Airport Schiphol - Fase 2

Voor fase twee van de invoering van het Entry Exit Systeem op Amsterdam Airport Schiphol wordt een rijksbijdrage ingezet. Middels deze brief informeert het kabinet uw Kamer over dit besluit.20 Het besluit is bijgevoegd (bijlage A).

Overige onderwerpen

Declaration of Intent Nederland en Italië

Als onderdeel van een werkbezoek aan Italië ondertekende de Minister van Asiel en Migratie en de Italiaanse Minister van Binnenlandse Zaken op 3 juni jl. een Declaration of Intent (zie bijlage B). Middels deze verklaring spraken Nederland en Italië de intentie uit om de samenwerking op het gebied van migratie verder te versterken. Onderdeel hiervan is het samenwerken op de volledige en goede implementatie van het Europese asiel en migratiepact, inclusief de uitvoering van de asielgrensprocedure en het bieden van adequate opvang aan asielzoekers. Daarnaast zijn de landen ook gecommitteerd aan nauwer samenwerken op het bevorderen van de samenwerking met landen buiten de Europese Unie. Hierbij wordt het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer, het verminderen van de instroom richting de EU en de bescherming van vluchtelingen en migranten nagestreefd. Italië en Nederland gaan verkennen hoe zij meer kunnen samenwerken om vrijwillig vertrek vanuit Noord-Afrika naar landen van herkomst te ondersteunen en om de operationalisering van innovatieve oplossingen te bevorderen.

Overdrachten onder de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMbV) naar Italië

Sinds december 2022 zijn er geen asielzoekers naar Italië teruggestuurd op grond van de Dublinverordening. Aanleiding hiervan was een unilaterale opschorting door Italië wegens plotseling gebleken technische redenen die verband houden met opvangfaciliteiten. Hieruit concludeerde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in een uitspraak van april 2023, dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordening worden teruggestuurd naar Italië, niet worden opgevangen door de Italiaanse autoriteiten. Daarmee komen asielzoekers in een situatie terecht waarin zij niet beschikken over hun belangrijkste basisbehoeften, zoals onderdak, eten en stromend water.

Vanaf 12 juni is de Dublinverordening overgaan op de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMbV) als onderdeel van het Europese Asiel en migratiepact. In de AMbV is er een gelijksoortig systeem voor de verplichte terugkeer van asielzoekers naar de verantwoordelijke lidstaat. Tijdens het gesprek tussen de Minister van Asiel en Migratie van Nederland en de Minister van Binnenlandse Zaken van Italië op 3 juni jl., heeft de Italiaanse minister bevestigd richting Nederland dat Italië het pact per ingang van 12 juni jl., waaronder ook de AMbV, volledig zal implementeren. De Italiaanse inzet is net zoals de Nederlandse inzet gericht op het goed laten werken van het pact. In dat kader benoemde de Italiaanse minister expliciet dat Italië asielzoekers adequate opvang zal bieden. Deze informatie van de verantwoordelijke Italiaanse minister is voor het kabinet aanleiding om overdrachten van asielzoekers op grond van de AMbV per direct weer te hervatten, omdat deze informatie voldoende verzekert dat Italië de eenzijdige blokkade vanaf 12 juni heeft opgeheven en adequate opvang zal bieden aan deze doelgroep en hiermee wordt voorzien in de meest elementaire behoeften van de terugkerende asielzoeker.

Verslag International Migration Review Forum

Mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, wordt uw Kamer via deze weg geïnformeerd over de uitkomsten van het vierjaarlijkse International Migration Review Forum (IMRF) dat heeft plaatsgevonden van 5 tot en met 8 mei bij de Verenigde Naties in New York. De Minister van Asiel en Migratie heeft namens Nederland deelgenomen aan het IMRF.

Tijdens het IMRF is er gesproken over de gemaakte voortgang in de wereldwijde samenwerking op het gebied van migratie in het kader van het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration (GCM), wat in 2018 is aangenomen. Deze voortgang is vastgelegd in een Progress Declaration, die op 20 mei jl. met een meerderheid van stemmen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Net zoals het GCM is de Progress Declaration niet-juridische bindend. De Verenigde Staten heeft om stemming verzocht, waardoor landen zich individueel uit moesten spreken in plaats van de declaratie met consensus aan te nemen21. Omdat de Progress Declaration daarmee de Nederlandse beleidsprioriteiten reflecteert heeft Nederland voor aanname gestemd met een stemverklaring. In deze gezamenlijke stemverklaring, namens Cyprus, Estland, IJsland, Malta, Nederland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, wordt benadrukt dat de Progress Declaration in lijn is met bestaand EU en Nederlands beleid. Ook benadrukte de stemverklaring nogmaals de prioriteiten van op het gebied van migratiesamenwerking.

Het kabinet zet zich in voor meer grip op migratie onder meer via internationale samenwerking. Nederland is een voorvechter van het multilaterale systeem en gelooft dat de samenwerking met derde landen noodzakelijk is voor het verbeteren van migratiemanagement. Nederland heeft daarom het IMRF gebruikt om samen met derde landen te werken aan onder andere het tegengaan van irreguliere migratie, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf, het tegengaan van mensenhandel en – smokkel en aandacht voor mensenrechten en de bescherming van migranten. In de Progress Declaration is daarom, door de inzet van Nederland en gelijkgezinden landen, de verantwoordelijkheid van staten herbevestigd om hun burgers in derde landen te helpen identificeren en van documentatie te voorzien, en om mee te werken aan terugkeer. Ook is er in de Progress Declaration erkenning gegeven van het belang van nauwere internationale samenwerking op het gebied van migratiemanagement, inclusief innovatieve oplossingen, zoals terugkeerhubs. Ook nam Nederland een actieve rol aan tijdens het IMRF, zo leidde de Minister van Asiel en Migratie de ronde tafel over terugkeer, grensmanagement en mensenhandel- en smokkel voor en organiseerde Nederland samen met Syrië en marge van het IMRF samen een besloten gesprek over wederopbouw in Syrië en terugkeer naar Syrië. Hierbij sloten lidstaten uit de regio en diverse VN-organisaties aan. Daarnaast heeft Nederland en marge van het IMRF gesproken met een aantal belangrijke landen van herkomst-, transit- en bestemming, waaronder Algerije, Turkije, Ierland, Denemarken, Marokko, Moldavië, evenals IOM en ICMPD en de VN speciaal rapporteur voor mensenrechten van migranten, over migratiesamenwerking.

Non-paper nieuwe EU-wetgeving georganiseerde criminaliteit

Tevens treft uw Kamer in de bijlage een non-paper van Frankrijk aan inzake nieuwe EU-wetgeving omtrent de bestrijding tegen georganiseerde criminaliteit (bijlage C), dat Nederland steunt. Eind 2026 wordt een richtlijn verwacht van de Commissie over georganiseerde criminaliteit. Het wetgevingsvoorstel betreft in ieder geval de herziening van het Kaderbesluit georganiseerde criminaliteit. Dit Kaderbesluit bevat een definitie van het begrip criminele organisatie en schrijft voor welke gedragingen die verband houden met een criminele organisatie strafbaar moeten worden gesteld. Ook bevat het minimumvoorschriften inzake de strafmaxima voor deze gedragingen. Het voorstel zal daarnaast mogelijk ook andere onderwerpen betreffen die raken aan de strafrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit.

De minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

De minister van Asiel en Migratie,

G. van den Brink

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

K.T. van Bruggen

Verslag van de bijeenkomst

van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken,

4 en 5 juni 2026

  1. Binnenlandse Zaken

Belangrijkste resultaten

  • De JBZ-Raad stemde in met de prioriteiten van de Schengencyclus voor 2026 en 2027, zijnde 1) het verbeteren en versnellen van de implementatie van grootschalige IT-systemen; 2) het versterken van de buitengrenzen en terugkeer; 3) het verbeteren van de interne veiligheid, en tegelijkertijd het waarborgen van vrijheid van beweging in een gebied zonder binnengrenscontroles, en nam Raadsconclusies aan ter verbetering van de Schengengovernance.

  • De Raadsconclusies over de operationalisering van de EU-drugsstrategie en het EU-actieplan tegen drugshandel werden aangenomen. Lidstaten onderstreepten het belang van een geïntegreerde aanpak van drugscriminaliteit en versterkte samenwerking tussen lidstaten, EU-agentschappen en derde landen.

  • Tijdens de bespreking van de juridische status van Oekraïense ontheemden bleek brede steun voor eventuele verlenging van de Tijdelijke Beschermingsrichtlijn met één jaar.

  • In de discussie over de toekomstige Europese Veiligheidsstrategie benadrukten lidstaten het belang van een geïntegreerde benadering van interne en externe veiligheid, met aandacht voor georganiseerde criminaliteit, terrorisme en hybride dreigingen, alsook een sturende rol van de JBZ-Raad in de totstandkoming en implementatie.

  1. Algemene staat van het Schengengebied

    1. Verslag van de Commissie over de toestand van Schengen 2026

    2. Prioritaire acties voor de Schengenraad-cyclus 2026–2027

Tijdens dit agendapunt bespraken de Commissie en lidstaten de Staat van het Schengengebied en de prioriteiten voor de Schengencyclus voor het komende jaar. De prioriteiten zijn: 1) het verbeteren en versnellen van de implementatie van grootschalige IT-systemen; 2) het versterken van de buitengrenzen en terugkeer; en 3) het verbeteren van de interne veiligheid, terwijl wordt gestreefd naar het waarborgen van vrijheid van beweging in een gebied zonder binnengrenscontroles. De Commissie stond stil bij de voortgang die is gemaakt ten aanzien van migratiebeheer EU-breed. Dit is terug te zien in de daling van irreguliere migratie en de stijging van de terugkeercijfers. Met betrekking tot de prioriteiten riep de Commissie lidstaten op tot implementatie van de Screeningverordening en asielgrensprocedure onder het Pact, het versterken van noodplannen en optimaal gebruik van informatiesystemen om informatie-uitwisseling te bevorderen, maar benadrukte tegelijkertijd dat er veel positieve ontwikkelingen zijn, zoals invoering van het Entry Exit Systeem en het politiek akkoord op de Terugkeerverordening.

Lidstaten omarmden de prioriteiten voor de Schengencyclus. Een groot aantal lidstaten omarmde daarbij ook de aanname van de Terugkeerverordening en stond stil bij de inwerkingtreding van het Pact en bijbehorende wetgeving. Nederland vroeg daarbij, net als enkele andere lidstaten, specifiek aandacht voor implementatie van de Screeningverordening en de asielgrensprocedure, die, mede door de inzet van Nederland, onderdeel zijn van de prioritaire acties van de Schengencyclus. Met het oog op het Staat van Schengenrapport verwezen verscheidene lidstaten, waaronder Nederland, naar de brief over restrictieve en uniforme toepassing van het EU-visumbeleid ten aanzien van Russische burgers, die Nederland mede heeft ondertekend. Ook uitten enkele lidstaten zich kritisch ten aanzien van de herinvoering van binnengrenscontroles. Een aantal lidstaten riep op tot een verlenging van de Schengencyclus met het oog op effectieve implementatie van de prioriteiten en daarbij behorende acties. Cyprus benadrukte zijn wens voor zo snel mogelijke Schengentoetreding.

Tijdens de JBZ-Raad zijn ook Raadsconclusies over de Schengengovernance22 aangenomen. De Raadsconclusies beogen de Schengengovernance zowel op nationaal als Europees niveau te versterken om tekortkomingen ten aanzien van de implementatie van het Schengenacquis te adresseren, onder andere door meer strategisch gebruik van monitoringsmiddelen en het voeren van discussies op politiek niveau over tekortkomingen in de implementatie van het Schengenacquis. Dit is van belang om buitengrensbeheer te versterken, interne veiligheid te verbeteren en secundaire migratie en instrumentalisering aan te pakken. Nederland heeft daarom ingestemd met de Raadsconclusies.

  1. Implementatie van interoperabiliteit

De JBZ-Raad besprak de implementatie van interoperabiliteitssystemen. Het Voorzitterschap stelde dat de lancering van het Entry/Exit System (EES) een belangrijke mijlpaal vormt voor de interne veiligheid en het beheer van de buitengrenzen van de Unie. Het Voorzitterschap stelde vast dat alle lidstaten er hard aan werken om het EES volledig operationeel te laten zijn.

De Commissie wees lidstaten erop dat tot 6 september a.s. gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheid biometrie achterwege laten in geval van grote drukte. De Commissie gaf aan dat het systeem in de korte periode dat het operationeel is (sinds 10 april jl.) reeds zijn meerwaarde heeft bewezen in de strijd tegen illegale inreis en identiteitsfraude.

In de daaropvolgende discussie werd door verschillende lidstaten gevraagd om flexibiliteit ten aanzien van de biometrieverplichting na 6 september zodat lidstaten meer tijd hebben om het systeem op een verantwoorde manier te implementeren. Nederland sloot zich hierbij aan, waarbij het aangaf hard te werken aan een stabiele tenuitvoerlegging van EES, en wees op operationele uitdagingen tijdens drukke periodes. De Commissie stelde naar de zorgen van de lidstaten te luisteren en opties hiertoe verder te onderzoeken. Daarnaast werd benoemd dat de start van ETIAS momenteel wordt voorbereid als een belangrijke stap in de interoperabiliteit.

  1. Toekomstige juridische status van ontheemde personen uit Oekraïne

Tijdens een besloten lunch wisselden de lidstaten van gedachten over een eventuele verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voor Oekraïense ontheemden, alsook een eventuele scopebeperking van de RTB voor mannen die in Oekraïne dienstplichtig zijn. Nederland heeft verlenging van de RTB van maart 2027 tot maart 2028 gesteund. De verlenging kon rekenen op brede steun onder de lidstaten. Verder heeft Nederland aangegeven open te staan voor een eventuele scopebeperking en heeft daarbij aandacht gevraagd voor de juridische houdbaarheid en uitvoerbaarheid, evenals de betrokkenheid van Oekraïne bij een dergelijk voorstel. Deze aandachtspunten werden door een groot aantal lidstaten benadrukt, waarbij de meeste lidstaten aangaven open te staan voor de scopebeperking. Enkele lidstaten benadrukten het belang van de scopebeperking. Het kabinet is in afwachting van het voorstel van de Commissie alvorens een positie in te nemen. Daarnaast heeft Nederland ook het belang van zorgvuldige identiteitscontrole door middel van het Temporary Protection and Registration Platform (TPP) onderstreept. Over de verdere inzet op dit terrein wordt u in de Kamerbrief Opvang Oekraïense Ontheemden, die voor het zomerreces met uw Kamer wordt gedeeld, nader geïnformeerd.

  1. Uitvoering van het Asiel- en Migratiepact (Pact)

De Commissie informeerde de JBZ-Raad over de stand van zaken van de implementatie van het Pact in aanloop naar de inwerkingtreding van het Pact op 12 juni jl. De Commissie benadrukte de omvang van de implementatie voor alle lidstaten, maar markeerde dat er in de afgelopen periode significante vooruitgang is geboekt bij de implementatie en stelde dat de belangrijkste elementen van het Pact geïmplementeerd zijn op het moment dat het Pact in werking treedt. De Commissie stond verder stil bij de aandachtspunten die ook benoemd zijn in het voortgangsrapport van 8 mei jl.. Ten aanzien van nationale wetgeving stelde de Commissie dat lidstaten vergevorderd zijn en er dagelijks voortgang wordt geboekt. Op extern grensbeheer stelde de Commissie dat intussen voortgang is geboekt op het realiseren van de adequate capaciteit in de asielgrensprocedure, waaronder ook voldoende faciliteiten en personeel, maar dat er in enkele lidstaten nog praktische uitdagingen zijn met betrekking tot infrastructuur, IT en het tegengaan van ontduiking. Andere aandachtspunten zijn het voorzien in voldoende opvangcapaciteit en het wegwerken van achterstanden in de procedure. Ten aanzien van de implementatie van Eurodac gaven zowel de Commissie als eu-Lisa aan dat er belangrijke voortgang is geboekt met de implementatie. Zowel de Commissie als eu-Lisa blijven lidstaten ondersteunen met het oog op volledige implementatie van Eurodac op 12 juni. De Commissie blijft de voortgang op alle onderdelen nauw monitoren. Nederland heeft tijdens de JBZ-Raad de Commissie hier ook nogmaals toe opgeroepen. Ook heeft de Minister van Asiel en Migratie en marge van de JBZ-Raad en tijdens het werkbezoek aan Italië op 3 juni jl., richting de landen aan de buitengrens en de Commissie de noodzaak van de volledige implementatie van het Pact inclusief de asielgrensprocedure benadrukt en aangegeven dat nauwe monitoring en gecontinueerde inzet cruciaal zijn. Hiermee beschouwt het kabinet de motie van Dijk en Boomsma als afgedaan. 23

  1. Externe dimensie van migratie: samenwerking met Somalië

Onder dit agendapunt werd de samenwerking met Somalië besproken, zowel op het gebied van terugkeer als op de aanpak van mensensmokkel. De discussie focuste zich met name op het punt van terugkeersamenwerking. Hoewel de samenwerking van Nederland met Somalië ten aanzien van terugkeer de afgelopen periode voorzichtige tekenen van verbetering toonde, bleek dat andere Europese landen wel aanhoudende uitdagingen ervaren met terugkeer van afgewezen asielzoekers naar Somalië. De Commissie vroeg daarom lidstaten om steun om aanvullende instrumenten in te zetten om de terugkeer met Somalië te verbeteren. Een groot aantal lidstaten riep in dat kader op tot het nemen van visummaatregelen onder artikel 25bis van de Visumcode. Enkele lidstaten stelden dat er ook gekeken moest worden naar additionele maatregelen als hefboom om het verbeteren van de terugkeersamenwerking te stimuleren, waaronder het gebruik maken van de conditionaliteit van ontwikkelingsgelden en handelspreferenties (GSP+). Enkele lidstaten, waaronder Nederland, stelden vragen, met het oog op de voorzichtige recente verbeteringen in de terugkeersamenwerking met Somalië. Deze landen gaven de voorkeur aan investeringen in de brede relaties, waarbij de inzet van visummaatregelen een laatste redmiddel blijft.

  1. Migratiesituatie in het Kanaalgebied

In afwachting van het door de Commissie aangekondigde actieplan werd er onder dit agendapunt kort stilgestaan bij de belangrijkste ontwikkelingen t.a.v. de situatie op het Kanaal. De Commissie benadrukte dat de irreguliere oversteek op het kanaal een Europese uitdaging is, die druk legt op de volledige Europese grens, alsook bijdraagt aan mensensmokkel. Het actieplan van de Commissie zal daarom aandacht schenken aan de samenwerking met derde landen, het ondermijnen van mensensmokkel en het versterken van het grensbeheer, waaronder door inzet van Frontex. Ook vroeg de Commissie aandacht voor de samenwerking met het VK, waaronder op operationele samenwerking en informatie-uitwisseling. Enkele lidstaten gaven aan uit te kijken naar het Actieplan, onderstreepten het belang van een Europese aanpak voor de aanpak van de problematiek op het Kanaal en riepen op tot een gecoördineerde inzet.

  1. Raadsconclusies over de gezamenlijke operationalisering van de EU-drugsstrategie

De JBZ-Raad besprak de operationalisering van de EU-drugsstrategie naar aanleiding van Raadsconclusies over de gezamenlijke operationalisering van de EU-drugsstrategie die voorlagen. Het Voorzitterschap benadrukte dat de prioriteiten uit de EU-drugsstrategie moeten worden vertaald naar concrete maatregelen en dat overeenstemming nodig is over de prioriteiten uit het EU-actieplan tegen drugshandel. Daarbij wees het Voorzitterschap op het belang van een evenwichtige benadering van zowel de vraag- als aanbodzijde van de drugsproblematiek.

De Raadsconclusies die ter goedkeuring voorlagen bevatten een uitvoeringskader om de nieuwe EU-drugsstrategie en het EU-actieplan tegen drugshandel operationeel te maken. De EU-strategie wordt daarbij gezien als een richtinggevend instrument dat een gedeeld beeld creëert en aansluit bij een gezamenlijke aanpak van het probleem. De Raadsconclusies bevatten voorstellen rondom de volgende doelen: i.) het aanvullen van het EU-actieplan tegen drugshandel met gerichte werkstromen; ii.) het zo volledig mogelijk benutten van bestaande mechanismen, hulpmiddelen en processen, met name op het terrein van vraagvermindering en schadebeperking; en iii.) het ontwikkelen van innovatieve samenwerkingsprojecten die de samenwerking tussen lidstaten, EU-agentschappen en andere relevante actoren bevorderen.

Nederland sprak steun uit voor de Raadsconclusies en benadrukte dat een duidelijk antwoord op EU-niveau nodig is. Daarnaast vroeg Nederland aandacht voor het belang van samenwerking met derde landen bij het opsporen van verdachten van georganiseerde drugscriminaliteit. Daarbij verwees Nederland naar het belang van samenwerking via de European Ports Alliance.

Het Voorzitterschap stelde vast dat de Raadsconclusies zijn aangenomen.

  1. Impact van de huidige geopolitieke context op de EU

De gedachtewisseling over de impact van de huidige geopolitieke situatie, meer specifiek de ontwikkelingen in Iran, op de interne veiligheid van de EU vond plaats in besloten setting. Nederland gaf aan voorstander te zijn van voortdurende uitwisseling van informatie via de bestaande rechtshandhaving- en inlichtingenkanalen, bijvoorbeeld als het gaat om dreigingsbeoordeling en attributie. Ook benadrukte Nederland dat het belang hecht aan het versterken van de samenwerking op EU-niveau als het gaat om de uitwisseling van inlichtingen tussen EU-lidstaten onderling en met de EU instellingen via EU INTCEN. Tot slot moedigde Nederland aan om best practices uit te wisselen, specifiek met betrekking tot beschermings- en beveiligingsmaatregelen voor Joodse locaties en objecten.

  1. Tegengaan van veiligheidsuitdagingen - Europese Veiligheidsstrategie

De Commissie stond stil bij een aantal doorkruisende thema’s die van belang zijn voor de interne veiligheid van de Europese Unie en de verdere uitwerking van de Europese Veiligheidsstrategie (EVS) waar de Commissie momenteel aan werkt. Daarbij wees de Commissie op vijf ontwikkelingen: i.) de toenemende rekrutering van jongeren voor terrorisme en georganiseerde criminaliteit; ii.) de toename van geweld tussen criminele bendes; iii.) drugscriminaliteit; iv.) hybride dreigingen; en v.) het gebruik van kunstmatige intelligentie, ook voor opsporingsdoeleinden. Daarnaast benadrukte de Commissie dat de verwachte EVS moet voortbouwen op bestaande strategieën, waaronder de ProtectEU strategie.

In de daaropvolgende gedachtewisseling werd breed benadrukt dat interne en externe veiligheid in samenhang moeten worden bezien. Daarbij werd veelvuldig gewezen op het belang van informatie-uitwisseling, de aanpak van terrorisme en georganiseerde criminaliteit, samenwerking met derde landen en een goede implementatie van de NIS2-richtlijn en de richtlijn inzake de weerbaarheid van kritieke entiteiten (CER) ter versterking van de weerbaarheid tegen hybride dreigingen. Tevens werd benadrukt dat de EVS in samenhang moet worden bezien met bestaande initiatieven op het terrein van interne veiligheid. In een enkel geval werden institutionele kanttekeningen geplaatst bij de ontwikkeling van de EVS en de verantwoordelijkheid van lidstaten voor hun nationale veiligheid benadrukt. Daarnaast werd gewezen op het belang van een duidelijke afbakening tussen dreigingsanalyses van inlichtingendiensten en andere informatiebronnen.

Nederland onderstreepte het belang van de rol van de JBZ-Raad bij zowel de ontwikkeling als de implementatie van de EVS. Nederland gaf aan dat de JBZ-Raad richting moet geven aan de interne veiligheidsdimensie van de strategie en sprak steun uit voor de genoemde prioriteiten, onder meer op het gebied van drugshandel. Daarnaast benadrukte Nederland het belang van versterkte samenwerking op het gebied van inlichtingen, waaronder binnen de Single Intelligence Analysis Capacity (SIAC), de NAVO en tussen lidstaten onderling. Ook wees Nederland op het belang van versterking van de crisisbeheersingscapaciteit van de Europese Unie op basis van een all-hazard en whole-of-government benadering.

  1. Overige punten

    1. AOB Weerbaarheidscoalitie

Tijdens een AOB-punt lichtte Finland het werk van de Europese Weerbaarheidscoalitie toe en de laatste ministeriële bijeenkomst van de coalitie. Van 15-16 april jl. vond op uitnodiging van Finland de derde ministeriële bijeenkomst van de weerbaarheidscoalitie plaats in Helsinki. Deze coalitie, die op initiatief van Nederland is opgericht, richt zich op het versterken van de civiele weerbaarheid en paraatheid binnen de Europese Unie. Tijdens de laatste coalitiebijeenkomst is onder andere gesproken over het belang van lessen uit Oekraïne voor de versterking van de Europese paraatheid, van voldoende financiering voor niet alleen de militaire paraatheid, maar ook het civiele element van weerbaarheid, en van versterkte civiel-militaire samenwerking. Voorts werd benadrukt dat het essentieel is dat weerbaarheid en paraatheid regelmatig ook in de JBZ-Raad worden besproken, als gremium dat gaat over de civiele weerbaarheid en de relatie met de interne veiligheid van de EU.

  1. Justitie

Belangrijkste resultaten

  • Tijdens de bespreking van de Verordening inzake de grensoverschrijdende totstandbrenging en erkenning van ouderschap bleek brede steun voor het doel om vastgesteld ouderschap EU-breed te erkennen, zodat kinderen hun rechten behouden bij reizen of verhuizen binnen de Unie. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het bereiken van de vereiste unanimiteit tussen lidstaten nog uitdagingen kent.

  • De JBZ-Raad bereikte een gedeeltelijke algemene oriëntatie over het Justitieprogramma binnen het MFK voor de periode 2028-2034. Daarbij benadrukten lidstaten het belang van voldoende ondersteuning voor justitiële samenwerking, digitalisering van justitie, toegang tot het recht en de betrokkenheid van lidstaten bij de uitvoering van het programma.

  • De JBZ-Raad besprak de verdere inspanningen om straffeloosheid voor internationale misdrijven in verband met de Russische agressie tegen Oekraïne tegen te gaan. Daarbij werd steun uitgesproken voor de oprichting van het Agressietribunaal en aandacht gevraagd voor de handhaving van EU-sancties.

  • Lidstaten bespraken de mogelijke opname van hate crime en hate speech in de lijst van EU-misdrijven op grond van artikel 83 VWEU. Daarbij bleek dat de standpunten over Europese bevoegdheden op dit terrein nog uiteenlopen.

    1. Verordening inzake de grensoverschrijdende totstandbrenging en erkenning van ouderschap

Het Voorzitterschap vroeg politieke sturing over het voorstel voor een verordening ter verbetering van de erkenning van ouderschap tussen de lidstaten. Besluitvorming over dit voorstel vereist unanimiteit en na 3,5 jaar onderhandelen over dit voorstel is duidelijk geworden dat het bereiken van unanimiteit ingewikkeld zal zijn.

De Commissie benadrukte dat dit voorstel een essentieel dossier is voor de bescherming van gezinnen en gelijkheidsbeginselen binnen de EU. Volgens de Commissie moet de erkenning van ouderschap in de ene lidstaat ook in andere lidstaten gelden, ongeacht de wijze waarop een kind is geboren en ongeacht het type gezin. Daarnaast wees de Commissie erop dat het belang van het kind voorop moet staan.

In de daaropvolgende gedachtewisseling sprak een meerderheid van de lidstaten steun uit voor voortzetting van de onderhandelingen op technisch niveau. Daarbij werd gewezen op het belang van verdere inspanningen om tot een breed gedragen oplossing te komen.

Nederland sprak steun uit voor het doel van de verordening, zodat kinderen hun rechten behouden wanneer zij reizen of verhuizen binnen de Europese Unie. Voor Nederland is een ruime reikwijdte essentieel: alle kinderen moeten onder de verordening vallen, ongeacht gezinssamenstelling en de wijze waarop het kind is verwekt of geboren. Daarnaast benadrukte Nederland het belang van een tijdige afronding van de onderhandelingen. Indien verdere onderhandelingen niet tot een oplossing leiden, kan volgens Nederland worden gekeken naar versterkte samenwerking.

Er werd geconcludeerd dat op een aantal punten meer convergentie is bereikt, maar dat op kernonderwerpen nog steeds grote meningsverschillen bestaan. Het Voorzitterschap zal onderzoeken of een tekst kan worden gevonden die brede steun kan krijgen en kondigde aan binnenkort een volledig herziene werkversie van de verordening te verspreiden.

  1. Verordening tot vaststelling van het Justitieprogramma voor de periode 2028–2034 en tot intrekking van Verordening (EU) 2021/693

De JBZ-Raad bereikte een gedeeltelijke algemene oriëntatie op het Justitieprogramma, dat onderdeel is van het EU Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028–2034. Het Voorzitterschap lichtte toe dat het nieuwe programma een voortzetting vormt van het huidige programma en dat daarbij een sterkere nadruk zal liggen op digitalisering.

Nederland gaf aan de tekst te kunnen steunen en acht het van belang dat het Justitieprogramma voldoende ruimte biedt voor versterking van justitiële samenwerking, digitalisering van justitie (e-Justice), toegang tot het recht en capaciteitsopbouw binnen de Europese Unie. Nederland hecht daarnaast groot belang aan het behoud van de comitologieprocedure, zodat lidstaten betrokken blijven bij de jaarlijkse werkprogramma’s en flexibiliteit behouden blijft in de allocatie van middelen, met name voor digitalisering en interoperabiliteit. Nederland benadrukte tevens dat, binnen de algemene Nederlandse inzet voor een lager en gemoderniseerd MFK-budget, het van belang is dat het Justitieprogramma tot stand komt en dat JBZ-agentschappen over adequate middelen beschikken.

  1. Europees Openbaar Ministerie (EOM)

De JBZ-Raad sprak over de ontwikkelingen rondom het Europees Openbaar Ministerie (EOM). Het Voorzitterschap en de Commissie wezen daarbij op het belang van de tijdige benoeming van Europese aanklagers om de continuïteit van het EOM te waarborgen. Dit is nodig met het oog op het mandaat van Europese aanklagers uit een aantal lidstaten waarvan het mandaat in juli afloopt zonder dat er een opvolger is benoemd. De Commissie benadrukte dat spoedige benoeming van kandidaten van belang is voor het goed functioneren van het EOM. Daarnaast wees zij op de voorgenomen herziening van de verordening 904/2010 (Eurofisc), die dient om het EOM en OLAF toegang te geven tot bepaalde btw-informatie. De Raad heeft daarover op 5 mei jl. een algemene oriëntatie bereikt. De Commissie wees daarnaast op de lopende evaluatie van de EOM-verordening, waarvan het verslag medio juli wordt verwacht.

De Europese hoofdaanklager stond stil bij de resultaten van het EOM als eerste grensoverschrijdende openbaar ministerie. Daarbij werd gewezen op de meer dan 4.000 lopende zaken en de omvang van de opgespoorde schade. Tegelijkertijd benadrukte zij dat aanvullende middelen noodzakelijk zijn om het toenemende werk aan te blijven kunnen. Ook wees zij op het belang van verdere versterking van het juridische kader waarbinnen het EOM opereert, dat wordt beoogd met de aanstaande herziening, waarvoor eind dit jaar een voorstel zal verschijnen.

Ten slotte informeerden Hongarije en Ierland de JBZ-Raad over de voorbereidingen die worden getroffen om deel te nemen aan het EOM. Daarbij gaven zij aan dat de benodigde nationale wetgeving wordt voorbereid en dat verdere stappen richting deelname worden gezet.

  1. De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne: bestrijding van straffeloosheid

De JBZ-Raad sprak over de strijd tegen straffeloosheid in het kader van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Het Voorzitterschap benadrukte de voortdurende steun van de Europese Unie aan Oekraïne en stond stil bij de stappen die reeds zijn gezet op het gebied van accountability en rechtsherstel.

De Commissie benadrukte dat verantwoording voor de gepleegde misdrijven prioriteit blijft en verwelkomde de verdere stappen die zijn gezet bij de oprichting van en toetreding tot het Speciaal Tribunaal voor het misdrijf van agressie tegen Oekraïne. Daarnaast wees de Commissie op de voortgang bij de internationale schadecommissie en de werkzaamheden van de freeze-and-seize taskforce. Tevens meldde de Commissie dat achttien lidstaten zijn aangesproken op het niet tijdig implementeren van de richtlijn inzake de aanpak van het ontwijken van sancties en riep zij op tot volledige en tijdige omzetting.

Tijdens de gedachtewisseling ging het onder meer over de gevolgen van sancties tegen functionarissen van het Internationaal Strafhof en werd door een paar lidstaten gewezen op de mogelijkheid van inzet van het Blocking Statute. Nederland wees op het belang van nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen in de strijd tegen straffeloosheid. Nederland verwelkomde de verdere stappen richting de oprichting van het Speciaal Tribunaal en meldde dat een veelbelovende locatie in Den Haag is geïdentificeerd voor de voorbereidende fase van het tribunaal. Daarnaast wees Nederland op een recent gezamenlijk initiatief met Europol om vermiste Oekraïense kinderen in Rusland en Belarus te lokaliseren op basis van openbroninformatie.

  1. De aanpak van hate crime and hate speech

Tijdens de werklunch werd gesproken over de vraag of hate speech en hate crime kunnen worden opgenomen in de lijst van artikel 83 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), waarmee een bevoegdheid voor de Commissie zou worden gecreëerd om op dit terrein richtlijnvoorstellen te doen.

In de gedachtewisseling bleek dat de standpunten hierover uiteenlopen. Een aantal lidstaten verzocht de Commissie om een impactanalyse uit te voeren, zodat op basis daarvan een afgewogen besluit kan worden genomen. Andere lidstaten zagen geen toegevoegde waarde in opname van hate speech en hate crime in de lijst van artikel 83 VWEU. Unanimiteit over dit onderwerp lijkt daarmee nog niet in zicht.

Nederland sprak steun uit voor opname van hate speech en hate crime in de lijst van artikel 83 VWEU. Daarnaast stelde Nederland zich positief op ten aanzien van maatregelen ter versterking van de aanpak van hate speech en hate crime in het online domein, waarbij de voorkeur werd uitgesproken voor versterking van bestaande wettelijke kaders, waaronder de Digital Services Act.


  1. BNC-fiche, Kamerstukken II 2025/26, 22112, nr. 4320.↩︎

  2. Benelux non-paper, Kamerstukken II 2025/26, 22112, nr. 4360.↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025-2026, 22122, nr. 4363.↩︎

  4. TZ202604-207.↩︎

  5. Verslag van de plenaire vergadering van dinsdag 7 april 2026 - Eerste Kamer der Staten-Generaal↩︎

  6. Kamerstukken II, 2025-2026, 36 848, nr. 63 ↩︎

  7. Kamerstukken II, 2024–2025, 30 573, nr. 232.↩︎

  8. Kamerstukken II, 2025-2026, 32 317, nr. 1013.↩︎

  9. NieuwRechts, 9 mei 2026, “Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld: één mobieltje legde enorm netwerk bloot”. NieuwRechts (Nieuwrechts.nl).↩︎

  10. A renewed EU action plan against migrant smuggling (2021-2025), COM(2021) 591 final.↩︎

  11. Aanhangsel Handelingen II, 2024–2025, nr. 1474.↩︎

  12. Kamerstukken II, 2023–2024, 28 638, nr. 235.↩︎

  13. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2020/01/27/barrieremodel-mensensmokkel.↩︎

  14. Kamerstukken II, 2023–2024, 36410 VI, nr. 79.↩︎

  15. https://open.overheid.nl/documenten/dpc-153798a92713acbe8677331ae4495b0d6fb7c67c/pdf↩︎

  16. Kamerstukken II, 2022-2023, 36414, nr. 1-4.↩︎

  17. Kamerstukken II, 2024–2025, 30176, nr. 39.↩︎

  18. Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, Motie TK, 21 501-20, nr. 2185↩︎

  19. Kamerstukken II, vergaderjaar 2025-2026, Motie TK, 36 045, nr. 271↩︎

  20. Sinds eind 2021 geldt de werkwijze ‘Beleidskeuzes uitgelegd’ op grond van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 voor voorstellen met significante financiële gevolgen. Ter uitvoering hiervan wordt het bijgevoegde CW3.1-formulier ‘Entry-Exit System (EES) op Amsterdam Airport Schiphol (AAS) – Fase 2’ aan uw Kamer toegezonden.↩︎

  21. 147 lidstaten stemden voor, 6 lidstaten tegen en 23 onthielden zich van stemming.↩︎

  22. https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-10067-2026-INIT/en/pdf↩︎

  23. Kamerstukken II, Motie 36 871, nr. 49 ↩︎