[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [šŸ§‘mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [šŸ” uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Lijst van vragen en antwoorden over de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (Kamerstuk 36800-V-103)

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026

Lijst van vragen en antwoorden

Nummer: 2026D31754, datum: 2026-06-23, bijgewerkt: 2026-10-09 11:56, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiƫle HTML versie (kst-36800-V-105).

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 V-105 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z14159:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (šŸ”— origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2025-2026

36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026

36 800 XVII Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026

Nr. 105 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 23 juni 2026

De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (onderwerpen op het terrein van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (Kamerstuk 36 800 V, nr. 103). De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft deze vragen beantwoord bij brief van 23 juni 2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,
Den Hollander

De griffier van de commissie,
Van der Leeden

1

Kunt u de begrippen «gelijkwaardigheid» en «partnerschap» concretiseren? Hoe krijgt dit in de praktijk vorm? Hoe wordt getoetst of partnerschappen inderdaad gelijkwaardiger worden? Welke veranderingen in besluitvorming, financiering en machtsverhoudingen zijn hiervoor nodig?

Antwoord

Zoals aangekondigd in de beleidsbrief is het kabinet voornemens partnerschappen te verbreden en te versterken op basis van wederzijdse belangen. Het kabinet doet dit aanvullend op partnerschappen die de EU aangaat. Het betreft partnerschappen met de zogenaamde middenmachten, landen die in hun eigen regio richtinggevend zijn, inclusief landen in het mondiale zuiden, of landen met een specifiek belang voor Nederland, bijvoorbeeld vanwege nationale veiligheid, onze vrijheid of economische welvaart. Het kabinet zet hierbij, nog meer dan voorheen, de invloed en het gehele instrumentarium van het buitenland beleid samenhangend in. Het kabinet doet dit op basis van wederzijdse belangen.

Het kabinet heeft het afgelopen jaar het brede begrip «gelijkwaardigheid» nader uitgewerkt. Het beschouwt gelijkwaardigheid als een diplomatieke grondhouding waarbij Nederland en partnerlanden samenwerken op basis van wederzijds respect, gedeelde belangen en gezamenlijke verantwoordelijkheid, met expliciete erkenning van elkaars autonomie, kennis en prioriteiten. Dit impliceert niet dat sprake moet zijn van gelijke sociaaleconomische posities, volledige overeenstemming of het terzijde schuiven van het eigen nationale belang. Wel vergt het van ons een voortdurende, kritische reflectie op houding, taalgebruik en beleidspraktijk.

Een concreet voorbeeld van deze inzet is de institutionalisering van de jaarlijkse toekomstdialoog met Zuid-Afrika. In deze dialoog verkennen Nederlandse en Zuid-Afrikaanse beleidsmakers, onderzoekers en diplomaten gezamenlijk hoe beide landen zich kunnen positioneren in een veranderende wereldorde op de lange termijn (vooruitblik 2040). Door middel van gezamenlijke toekomstverkenning, open strategische gesprekken en gedeelde agendasetting wordt invulling gegeven aan een relatie gebaseerd op wederzijds respect, vertrouwen en erkenning van elkaars perspectieven en prioriteiten. De dialoog draagt daarmee bij aan het versterken van Zuid-Afrika als strategische kernpartner en aan de ontwikkeling van gelijkwaardige samenwerking tussen middenmachten met het oog op een gedeelde toekomst.

2

Waarom ontbreekt beleidscoherentie voor ontwikkeling in de beleidsbrief? Wat is uw inzet hierop?

Antwoord

Beleidscoherentie voor ontwikkeling zit besloten in gelijkwaardige partnerschappen. Om een geloofwaardige samenwerkingspartner te zijn voor landen in het mondiale Zuiden, moet Nederland zich bewust zijn van de negatieve effecten die nationale beleidskeuzes elders kunnen hebben. Onze partners vragen daarnaast om het opheffen van handelsbelemmeringen, en zullen dit ook verlangen in de onderlinge samenwerking die wij zoeken omwille van onze veiligheid, vrijheid en toekomstige welvaart. De Minister voor BHOS heeft daarbij een coƶrdinerende rol, op hun beleidsterreinen zijn ook bewindspersonen op andere departementen betrokken. Het is een Rijksbrede verantwoordelijkheid om via een samenhangend beleid te werken aan oplossingen hiervoor.

3

Nu de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) is verzwakt en verder afwijkt van de OESO-richtlijnen, hoe bent u voornemens om ervoor te zorgen dat alle Nederlandse bedrijven alsnog de OESO-richtlijnen toepassen en naleven?

Antwoord

Het kabinet verwacht van Nederlandse bedrijven dat zij internationaal zakendoen in lijn met de OESO-richtlijnen. Het kabinet bevordert de toepassing van deze richtlijnen met een doordachte mix van verplichtende en vrijwillige maatregelen. Zo speelt het Nationaal Contactpunt OESO-richtlijnen (NCP) een belangrijke rol in de voorlichting over de OESO-richtlijnen en ook het MVO-steunpunt ondersteunt bedrijven hierbij. Sinds vorig jaar is er met het subsidieprogramma verantwoord ondernemen mkb (SVOM) extra ondersteuning voor bedrijven beschikbaar om de toepassing van de OESO-richtlijnen verder te vergroten. De OESO-richtlijnen staan ook centraal in de BHOS-voorwaarden op het gebied van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) en andere maatregelen om het bedrijfsleven te ondersteunen. In de CSDDD zijn de zes stappen van gepaste zorgvuldigheid uit de OESO-richtlijnen wettelijk verankerd voor de allergrootste bedrijven. Dit jaar wordt het IMVO-beleid geƫvalueerd, waarbij mogelijk ook aanbevelingen zullen worden gedaan over hoe het beleid effectiever en doelmatiger kan worden ingezet. De evaluatie zal naar verwachting begin 2027 aan uw Kamer worden toegestuurd.

4

Wat voor maatregelen of instrumenten zult u inzetten om ervoor te zorgen dat het IMVO-beleid positief doorwerkt op werkenden, gemeenschappen en producenten in het mondiale Zuiden?

Antwoord

Het gehele IMVO-beleid is erop gericht om bedrijven te stimuleren met de OESO-richtlijnen aan de slag te gaan. Hiermee wordt nagestreefd dat zij risico’s voor mens en milieu in de keten identificeren en, waar nodig, aanpakken. Daarnaast worden instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking, zoals het Subsidieprogramma Verantwoord Ondernemen (SPVO) en FairFOCUS on Trade (FFT, het nieuwe programma ter ondersteuning van maatschappelijk middenveld in relatie tot handelsketens) ingezet om ook rechtstreeks in productielanden te werken aan ketenverduurzaming en tot positieve impact te komen. De combinatie van deze instrumenten beoogt positieve impact in waardeketens, inclusief het mondiale Zuiden.

5

Kunt u toelichten in hoeverre de kritische waakhondfunctie van het maatschappelijk middenveld zal worden ondersteund binnen het beleid aangaande partnerschappen met maatschappelijk middenveld?

Antwoord

De kritische waakhondfunctie van het maatschappelijk middenveld is van essentieel belang voor de democratische rechtsorde en sociaaleconomische verandering, óók in Nederland. In het buitenlandbeleid ondersteunt het kabinet maatschappelijke organisaties in hun verschillende rollen, inclusief die van kritische waakhond. Die steun kan bijvoorbeeld bestaan uit financiering voor pleitbezorging, of uit het bieden van mogelijkheden voor dialoog in beleidsvormingsprocessen, zowel in samenwerkingsverbanden als ad hoc.

6

Hoe bent u voornemens om ervoor te zorgen dat er ook buiten het mondiale Zuiden een gelijk speelveld ontstaat voor de bedrijven die zich nu al inzetten voor verantwoorde ketens en bedrijven die dat niet doen?

Antwoord

De CSDDD, die wordt geĆÆmplementeerd in de Wet internationaal verantwoord ondernemen, geldt ook voor bedrijven uit derde landen die binnen het toepassingsbereik vallen. Zij krijgen dezelfde verplichtingen als EU-bedrijven, wat het mondiale gelijke speelveld versterkt. Daarnaast zet Nederland zich in internationale fora zoals de OESO in voor een gelijk speelveld. Zo komen bij het, mede door Nederland gefinancierde, OECD Inclusive Platform on Due Diligence Cooperation beleidsmakers van over de hele wereld samen om IMVO-beleid en regelgeving beter op elkaar af te stemmen.

7

Hoe bent u voornemens om binnen het IMVO-beleid ook de onderliggende oorzaken van misstanden in internationale waardeketens, zoals de complexiteit van ketens en gebrek aan ketentransparantie, structureel te lage inkoopprijzen en oneerlijke handelspraktijken, aan te pakken?

Antwoord

Met de aankomende IMVO-wetgeving wordt ketenverantwoordelijkheid bij grote Europese bedrijven structureel verankerd en naleving juridisch afdwingbaar. Dat is een fundamentele verschuiving, gericht op het adresseren van onderliggende oorzaken van misstanden in waardeketens. Bedrijven kunnen dit echter niet alleen oplossen. Daarom biedt de overheid ondermeer via ontwikkelingssamenwerking ondersteuning aan Nederlandse en lokale bedrijven, NGOs, vakbonden en andere stakeholders, om internationale standaarden op het gebied van duurzaamheid, transparantie, traceerbaarheid en verbeterd bestuur te implementeren.

8

Kunt u toelichten in hoeverre handel en Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) onderdeel zullen zijn van de nieuwe internationale visie op ontwikkelingssamenwerking?

Antwoord

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) kan niet ontbreken in een visie op de toekomst van ontwikkelingssamenwerking waarin alle actoren zullen moeten samenwerken om wereldwijd sociaaleconomische ontwikkeling te bevorderen. IMVO is essentieel voor een weerbare Nederlandse economie, Ʃn voor de bescherming van mens en milieu hier en nu, later en elders. Vanuit ontwikkelingssamenwerking is IMVO een middel om bij te dragen aan de verduurzaming en versterking van handelsketens en zo bij te dragen aan sociaaleconomische ontwikkeling in productielanden.

9

Hoe kijkt u aan tegen de aanbevelingen uit de rapporten van Draghi en Letta met het oog op het vergroten van de brede en duurzame welvaart en vis-a-vis enkel economische groei?

Antwoord

Een sterke, concurrerende EU is in het belang van Nederland. We hebben de EU nodig voor onze welvaart, bestaanszekerheid en een aantrekkelijk ondernemingsklimaat. De aanbevelingen van Draghi en Letta zie ik juist als steun voor een agenda die niet alleen inzet op economische groei, maar op brede en duurzame welvaart. In de kabinetsvisie op EU-concurrentievermogen staat hoe we daaraan werken: primair door sterke randvoorwaarden te creƫren, zodat de Europese markt aantrekkelijker wordt voor bedrijven en we de benodigde innovatie en vaardigheden aantrekken. In de EU zet ik mij hiervoor in, met als prioriteiten de versterking van de interne markt en het terugdringen van onnodige regeldruk.

10

Hoe zal het IMVO-beleid worden geborgd binnen de nieuwe Nationale investeringsinstelling?

Antwoord

De OESO-richtlijnen vormen de basis van het Nederlandse IMVO-beleid. Zodoende zijn zij verankerd als voorwaarden binnen het BHOS bedrijfsleveninstrumentarium. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord aangekondigd een nationale investeringsinstelling op te richten. Deze instelling is bedoeld om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken en het verdienvermogen op lange termijn te vergroten. Over de definitieve inrichting van de nationale investeringsinstelling zijn nog geen besluiten genomen.

11

Op welke punten wilt u het beleid op ontwikkelingssamenwerking en IMVO beter op elkaar aan laten sluiten?

Antwoord

IMVO wordt makkelijker naarmate arbeidsrechten en milieustandaarden in andere landen beter worden gehandhaafd. Vanuit ontwikkelingssamenwerking is IMVO ook een middel om bij te dragen aan de verduurzaming en versterking van handelsketens en uiteindelijk het behalen van de SDG’s in productielanden. Internationale handel is voor de meeste partnerlanden immers dĆ© manier om geld te verdienen, in basisbehoeften te voorzien en welvaart te verbeteren.

Meer synergie tussen de verschillende instrumenten die zich richten op IMVO en ontwikkelingssamenwerking wordt nagestreefd, zodat deze instrumenten waar mogelijk en relevant doelstellingen op beide terreinen versterken. Een mooi voorbeeld is het nieuwe subsidieprogramma Fair Focus on Trade. Het doel van dit programma is het bevorderen van schone en eerlijke handel door versterking van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden. Deze organisaties kunnen bedrijven helpen bij het identificeren en aanpakken van risico’s voor mens en milieu in waardeketens. Zo wordt de lokale impact vergroot, en is tegelijk een positief effect mogelijk voor de implementatie van IMVO-wet- en regelgeving.

12

Hoe wordt binnen de EU Global Gateway strategie de uitgangspunten van het Nederlandse IMVO-beleid, waaronder naleving van de OESO-richtlijnen, gestimuleerd en geborgd?

Antwoord

Met Global Gateway biedt de EU een waarden-gedreven aanbod aan partnerlanden, gebaseerd op Europese standaarden en met aandacht voor mens en milieu. Naleving van de OESO-richtlijnen, die de basis van het Nederlandse IMVO-beleid vormen, zijn voor Nederland integraal onderdeel van partnerschappen en investeringen. Dit is ook uitgangspunt voor de Nederlandse bijdrage aan de Global Gateway strategie, zowel bij uitvoering van projecten als inzet op beleidsontwikkeling. Daarnaast speelt het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol in het controleren en verbeteren van de naleving van standaarden op het gebied van mensenrechten en duurzaamheid bij de uitvoering van Global Gateway-projecten in partnerlanden via het Civil Society and Local Authorities Platform (CSO/LA Platform). Het kabinet zet in op het goed betrekken van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van Global Gateway.

13

Aan welke juridische voorwaarden moet volgens u zijn voldaan om het voorgenomen sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israƫl bezette gebieden weer op te heffen, zodat er sprake van een rechtmatige situatie is waardoor er geen juridische basis voor sancties meer bestaat? Kunt u hier zo specifiek en concreet mogelijk in zijn?

Antwoord

Het sanctiebesluit, behoudens eerdere intrekking, vervalt drie jaar na het in werking treden, tenzij bij nadere wet anders wordt bepaald. Het kabinet geeft met het besluit nadere invulling aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 en aan aanbevelingen in verschillende VN-resoluties. Daarnaast dient dit sanctiebesluit als reactie op de ontwikkelingen ter plaatse en als onderdeel van de inzet van de regering om middels druk en dialoog de regering-Netanyahu van koers te laten veranderen ten aanzien van de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte Tegen die achtergrond zal het kabinet constant monitoren hoe de situatie zich verder ontwikkelt.

14

Omarmt u het gehele advies van de Internationaal Gerechtshof (IGH) 2024 inclusief al haar conclusies? Neemt u de conclusies over als officieel kabinetsstandpunt? Zo nee, welke conclusies die in het IGH worden geconcludeerd neemt u concreet niet over?

Antwoord

Ja. In overeenstemming met het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, erkent het kabinet dat de Israƫlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig is. Dit komt overeen met de reeds jarenlang bestaande kabinetspositie dat de nederzettingen en de uitbreiding daarvan, vernielingen of uithuisplaatsingen in de bezette gebieden in strijd zijn met internationaal recht. Het advies van het Internationaal Gerechtshof is gezaghebbend en geeft een beschrijving van het geldende internationaal recht. Alle staten, inclusief Nederland en Israƫl zijn aan dit recht gebonden.

15

Hoe verhoudt het voorgenomen sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israƫl bezette gebieden zich tot de opstelling jegens producten uit de Westelijke Sahara en Noord-Cyprus?

Antwoord

Het kabinet hanteert als uitgangspunt dat elke situatie op haar eigen merites moet worden beoordeeld. De situaties in de door Israƫl bezette gebieden, de Westelijke Sahara en het noorden van Cyprus zijn niet hetzelfde, waardoor het beleid ten aanzien van deze gebieden ook niet op alle fronten identiek is. In die gebieden zijn bijvoorbeeld geen nederzettingen. Met het sanctiebesluit ten aanzien van de onrechtmatige Israƫlische nederzettingen geeft het kabinet nadere invulling aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024, en aan aanbevelingen in verschillende VN-resoluties. Daarnaast dient dit besluit als reactie op de steeds verder verslechterende ontwikkelingen ter plaatse.

16

Klopt het dat het voorgenomen sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israƫl bezette gebieden (niet de juro) alleen etnische joden raakt in de mogelijkheid om goederen te exporteren? Zo nee, welke bevolkingsgroepen worden nog meer door deze nationale maatregel geraakt? Kunt u dut uitsplitsen in directe en indirecte de facto reikwijdte.

Antwoord

Met het besluit geeft het kabinet nadere invulling aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van 19 juli 2024 en aan aanbevelingen in verschillende VN-resoluties en daarnaast dient dit besluit als reactie op de steeds verder verslechterende situatie op de grond. Het besluit houdt verband met het verbod op overbrenging van (een gedeelte van) de eigen burgerbevolking door Israƫl naar bezet gebied en is van toepassing op goederen die geheel of gedeeltelijk verkregen zijn uit of geproduceerd zijn in een onrechtmatige nederzetting in de door Israƫl bezette gebieden, genoemd in de EU-postcodelijst, met uitzondering van goederen die in aanmerking komen voor preferentiƫle behandeling in overeenstemming met artikel 64 van het Douanewetboek van de Unie.

17

Het kabinet wil de Europese Commissie aansporen tot het sluiten van nieuwe handels- en investeringsverdragen inclusief afspraken over toegang tot grondstoffen. Kunt u toelichten op welke manier maatschappelijke organisaties inclusief vrouwenrechtenorganisaties betrokken zullen worden bij de onderhandelingen voor en monitoring van deze nieuwe handels- en investeringsverdragen? Zullen afspraken over handel en gendergelijkheid ook onderdeel zijn van uw inzet voor nieuwe Europese handels- en investeringsverdragen?

Antwoord

Afspraken van over handel en gendergelijkheid zijn onderdeel van de Nederlandse inzet op afspraken over handel en duurzame ontwikkeling in handelsakkoorden. Deze inzet draagt Nederland uit tijdens de onderhandelingen van handelsakkoorden.

Tijdens onderhandelingen over handelsakkoorden wordt het Nederlandse maatschappelijk middenveld de kans geboden hun inzichten met het Ministerie van Buitenlandse Zaken te delen tijdens het Breed Handelsberaad. Aan dit overlegorgaan nemen ook organisaties deel die zich inzetten voor vrouwenrechten. Dit platform biedt ook ruimte aan het maatschappelijk middenveld om zorgen te delen over de implementatie van de verschillende handelsakkoorden.

In de handelsakkoorden zelf worden domestic advisory groupsingericht, dat zijn groepen zowel in de EU als in de verdragspartners van de EU, waarin vakbonden, ngo’s en het bedrijfsleven vertegenwoordigd zijn om de implementatie van het akkoord te monitoren. Hier kunnen ook vrouwenrechtenorganisaties aan deelnemen. Middels het Single Entry Point kunnen Europese vrouwenrechtenorganisaties klachten indienen over het niet nakomen van handel en duurzaamheidsafspraken onder handelsakkoorden bij de Europese Commissie.

18

Kunt u toelichten op welke manier de impact van het Nederlands internationaal handels- en investeringsbeleid op mensenrechten wordt gemonitord en hoe daarin vrouwenrechten en gendergelijkheid worden meegenomen? Is er een genderstrategie voor het Nederlands handelsbeleid en welke rol spelen vrouwenrechtenorganisaties daarbij? Op welke wijze worden bescherming en bevordering van vrouwenrechten meegewogen bij de plannen voor diversificatie van handelspartners? Hoe wordt getoetst wat de impact op gendergelijkheid en vrouwenrechten is van investeringen die lopen via Invest International?

Antwoord

Bij de onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord wordt in opdracht van de Commissie een Sustainability Impact Assessment uitgevoerd, waarin, onder andere, de impact van het akkoord op vrouwen en andere minderheden meegenomen wordt.

Op het moment is er geen aparte genderstrategie voor het Nederlandse handelsbeleid omdat vrouwenrechten en gendergelijkheid een integraal onderdeel zijn van het buitenlandbeleid en van de inzet ten aanzien van handelsakkoorden.

Invest International betrekt gendergelijkheid en relevante sociale risico’s binnen haar bredere investeringsbeoordeling, due diligence, monitoring en rapportage. In de due diligence-fase voor nieuwe financieringen wordt onder meer gekeken naar arbeidsomstandigheden en ontwikkelingsmogelijkheden, met waar relevant specifieke aandacht voor vrouwen. Aandachtspunten kunnen worden vastgelegd in afspraken met de klant, bijvoorbeeld via een Environmental and Social Action Plan, en worden gedurende de looptijd gemonitord.

Invest International werkt daarbij met internationale standaarden, waaronder de OESO-richtlijnen, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights, ILO-standaarden en de IFC Performance Standards. Daarnaast is Invest International gecommitteerd aan het Code-V-netwerk, dat toegang tot financiering voor vrouwelijk ondernemerschap stimuleert. Binnen dat netwerk wordt jaarlijks gerapporteerd over de specifieke impact op vrouwelijk ondernemerschap.

Verder publiceert Invest International impactresultaten en rapporteert het over de bijdrage van investeringen aan de SDG’s, waaronder SDG 5 over gendergelijkheid. In het Jaarplan 2025 rapporteert Invest International onder meer over directe banen buiten Nederland, uitgesplitst naar gender. Daarbij gaat het om 23.181 ondersteunde directe banen, waarvan 8.869 door vrouwen worden vervuld, oftewel 38%.1

19

Is er expliciet aandacht voor de positie en rechten van vrouwen die werken in productieketens bij de ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven om de OESO-richtlijnen zo effectief mogelijk toe te passen? (p. 5) Op welke manier krijgt aandacht voor vrouwenrechten vorm in de versterking van deze ondersteuning die u zich voorneemt?

Antwoord

Het kabinet onderschrijft de Sustainable Development Goals en ziet de Gender dimensions of the Guiding Principles on Business and Human Rights als belangrijk hulpmiddel voor bedrijven om gender-responsieve IMVO-processen in te richten.

Het MVO-steunpunt biedt informatie en ondersteuning bij vragen over IMVO en gepaste zorgvuldigheid, zo ook over gender-gerelateerde risico’s. Daarnaast heeft het kabinet in de afgelopen jaren financiĆ«le steun geboden aan een OESO-project over gender-responsive due diligence. In het eindproduct zullen handzame tips en voorbeelden gegeven worden over hoe bedrijven hun gepaste zorgvuldigheidsproces gender-responsief in kunnen richten. Deze handreiking wordt later dit jaar gepubliceerd en verspreid.

20

Kunt u toelichten welke concrete stappen hij van plan is om ontwikkelingssamenwerking en IMVO-beleid beter op elkaar aan te laten sluiten?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 11.

21

Hoe wordt gender-expertise binnen de Dutch Diamond aanpak geborgd en wat is daarbij de rol van vrouwenrechten- en gendergelijkheidsorganisaties als relevante maatschappelijke actor?

Antwoord

Binnen de Dutch Diamond aanpak werkt de Nederlandse overheid nauw samen met kennisinstellingen, de private sector en NGO’s. Wanneer het komt tot formele samenwerking en gedeelde financiering wordt er altijd gevraagd om gender expertise, speciale aandacht voor de positie van vrouwen en meisjes en borging van hun rechten. Zie ook antwoord op vraag 18 en 19.

22

Kunt u het tijdspad delen dat u voor ogen heeft om de internationale OESO-norm van 0,7% van het BNI te halen?

Antwoord

Met de intensivering uit het coalitieakkoord op ontwikkelingssamenwerking zet het kabinet een stap richting de internationale OESO-norm. Daartoe stijgt de Nederlandse ODA-prestatie.

Het kabinet rapporteert middels de BHO-begrotingsstukken en de HGIS-stukken over de jaarlijkse ODA-prestatie. Meest recentelijk is de meerjarige ODA-prestatie gedeeld in de Eerste suppletoire begroting 2026 van BHO (Kamerstuk 36 915 XVII, nummer 2). Op pagina 35 is de onderstaande ODA-prestatie in tabelvorm weergegeven.

ODA-prestatie bij 1esuppletoire begroting 2026 0,50% 0,48% 0,49% 0,50% 0,47% 0,44%

23

Wanneer kunt u de nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking met de Kamer delen?

Antwoord

Het kabinet heeft de AIV recent gevraagd om een advies over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet verwacht, mede op basis van dat advies, voor eind 2026 met een visie te komen.

24

Komt in de nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking ook de samenwerking met religieuze actoren, bijvoorbeeld op het gebied van humanitaire hulp en vredesopbouw?

Antwoord

De adviesaanvraag aan de AIV is gericht op elementen voor de Nederlandse visie en inzet op ontwikkelingssamenwerking in 2040, als onderdeel van het buitenlandbeleid. Daarbij is de AIV gevraagd om onder meer in te gaan op de doelstelling van ontwikkelingssamenwerking, mogelijke bijdragen vanuit ontwikkelingssamenwerking aan democratie en rechtsorde, de rol van de EU, en mondiaal bestuur. Het is aan de AIV om verder invulling te geven aan het advies. Verwachting is dat de visie van het kabinet, mede op basis van het AIV-advies, zich zal concentreren op de grote lijnen richting 2040.

25

Voor welke hervormingen van multilaterale organisaties zet Nederland zich in?

Antwoord

Voor Nederland is het van belang dat het multilaterale stelsel van samenwerking tussen landen blijft bestaan en bestendigd wordt. In dat kader steunt Nederland ook het VN80-initiatief, dat in maart 2025 door de Secretaris-Generaal is gelanceerd om de VN effectiever, efficiƫnter en financieel gezonder te maken. Het VN80-initiatief richt zich op de gehele VN en werkt langs drie lijnen aan een sterkere en meer slagvaardige VN; het doorvoeren van kostenbesparingen. Een slanker en goedkoper VN-secretariaat, een kritische herijking van de taken (mandaten) die lidstaten aan de VN hebben toevertrouwd, en bredere hervormingen van het VN-stelsel als geheel. Daarbij zet Nederland in op het bescherming van het VN-Handvest en de drie pijlers: vrede & veiligheid, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

Veel efficiĆ«ntiewinst is te behalen door het tegengaan van overlap, onder meer door gezamenlijke programmering, betere coƶrdinatie op landenniveau en het samenvoegen van organisatieonderdelen. Nederland geeft daarbij prioriteit aan zes onderdelen van de VN-hervormingsagenda: 1) het vergroten van de effectiviteit van VN-vredesmissies, 2) een meer effectieve VN-inzet op grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme, 3) efficiĆ«ntere ontwapeningsarchitectuur, 4) bescherming van de mensenrechtenpijler, 5) versterken van de coherentie van ontwikkelingsprogramma’s op landenniveau en 6) transitie van UNAIDS.

26

Wat zijn uw concrete plannen voor de voorgenomen intensivering op vrouwenrechten? (p.8) Welke additionele financiƫle inzet is daarvoor voorzien? Het amendement Hirsch voorziet in budget voor vrouwenrechten tot en met 2027, maar hoe regelt u dit daarna? Hoe worden (lokale) vrouwenrechtenorganisaties betekenisvol betrokken bij deze intensivering?

Antwoord

Conform het Coalitieakkoord heeft het kabinet intentie om te intensiveren op onder andere vrouwenrechten, zowel financieel als bijvoorbeeld diplomatiek. Bij de opstelling van de begroting 2027 wordt gekeken naar de mogelijkheden.

In afwachting daarvan heeft het kabinet in de Voorjaarsnota voor zowel 2026 als 2.027 EUR 5 mln extra beschikbaar gemaakt voor deze inzet. Dit wordt onder andere gebruikt voor de nieuwe bijdrage aan het Leading from the South Pooled Fund, alsmede een bijdrage in 2026 van 2 miljoen euro aan het VN Trust Fund on the Elimination of Violence against Women(onder voorbehoud van goedkeuring van de begroting 2026 en de eerste suppletoire begroting.

Beide fondsen ondersteunen rechtstreeks lokale vrouwenrechtenorganisaties in het mondiale zuiden. Deze partners zijn een waardevolle bron van informatie over de realiteit en behoeften van vrouwenrechtenorganisaties wereldwijd. Daarnaast is er op deze thema’s doorlopend overleg met het maatschappelijk middenveld in en buiten Nederland. Toekomstige intensiveringen zullen – zoals altijd – mede gebaseerd zijn op de inzichten die dit deze organisaties brengen.


  1. Invest-Int-IESG-brochure-May-2023_compressed-1.pdf en cfreport – Invest International Annual Report 2025 (1).pdfā†©ļøŽ