Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon (Kamerstuk 36530-37)
Inbreng verslag schriftelijk overleg
Nummer: 2026D32148, datum: 2026-06-24, bijgewerkt: 2026-06-24 13:14, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Koorevaar, voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (CDA)
- Mede ondertekenaar: A.E.W. Easton, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z11435:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-06-24 10:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-06-18 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vaststellen op 24 juni 2026 om 10.00 uur en de bewindspersoon verzoeken geen onomkeerbare stappen te zetten totdat het verslag van het schriftelijk overleg naar genoegen met de Kamer is besproken. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-02 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-18 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-06-24 10:00: Voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
36 530 Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerlingen
(Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen)
Verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld d.d. …
Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de staatssecretaris d.d. 29 mei 2026 inzake de voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon (Kamerstuk 36 530, nr. 37). Bij brief van ... heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie
Koorevaar
Adjunct-griffier van de commissie
Easton
Inhoud
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
Inbreng van de leden van de PRO-fractie
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voornemen van de regering tot oprichting van stichting Ziezon. Deze leden onderschrijven het belang van een goede, toegankelijke en toekomstbestendige onderwijsondersteuning voor zieke leerlingen en studenten. Voor kinderen en jongeren die ernstig of langdurig ziek zijn, is onderwijs veel meer dan het volgen van lessen. Het is contact met klasgenoten, structuur in een ontwrichtende periode en de mogelijkheid om onderdeel te blijven van het gewone leven. Juist daarom vinden deze leden dat bij de inrichting van stichting Ziezon steeds één vraag centraal moet staan: hoe wordt de ondersteuning voor zieke leerlingen en studenten beter, sneller en dichterbij georganiseerd?
De leden van de D66-fractie vragen hoe de staatssecretaris voorkomt dat de oprichting van stichting Ziezon vooral leidt tot een nieuwe bestuurslaag. Welke waarborgen worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat middelen maximaal terechtkomen bij de ondersteuning van leerlingen en studenten, en niet bij overhead, bestuur, huisvesting of interne organisatiekosten?
De leden van de D66-fractie hebben eerder hun zorgen geuit over het risico dat door een landelijke aanpak de regionale verankering van de huidige ondersteuning verzwakt worden. Korte lijnen tussen consulenten, scholen, ziekenhuizen, samenwerkingsverbanden en ouders maken dat ondersteuning snel en passend kan worden ingezet. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris er concreet voor gaat zorgen dat dit niet gebeurt. Kan de staatssecretaris aangeven welke regionale ondersteuningsstructuur stichting Ziezon voor ogen heeft? Wordt gewerkt met vaste regio’s, regionale teams en regionale aanspreekpunten voor scholen en ouders? Zo ja, welke uitgangspunten gelden daarbij? Zo nee, hoe wordt dan voorkomen dat de ondersteuning afstandelijker wordt en consulenten minder goed aangesloten blijven op lokale en regionale netwerken?
De leden van de D66-fractie benadrukken dat het succes van stichting Ziezon staat of valt met de mensen die het werk doen. Onderwijsconsulenten beschikken over specialistische kennis, kennen scholen en ziekenhuizen in hun regio en kunnen ouders en leerlingen op kwetsbare momenten veel zorgen uit handen nemen. Deze leden vragen de staatssecretaris hoeveel huidige consulenten inmiddels hebben aangegeven over te willen stappen naar stichting Ziezon en hoeveel consulenten daarover nog twijfelen of hebben aangegeven niet mee te willen gaan.
De leden van de D66-fractie hebben signalen ontvangen dat een deel van de consulenten het werk voor zieke leerlingen nu combineert met andere onderwijskundige, orthopedagogische of adviserende taken. Juist die combinatie kan bijdragen aan hun expertise, inzetbaarheid en werkplezier. Deze leden vragen hoe de staatssecretaris voorkomt dat deze groep door de nieuwe inrichting moet kiezen en daardoor voor het werk met zieke leerlingen verloren gaat.
Kan de staatssecretaris uiteenzetten op welke wijze de ministeriële verantwoordelijkheid wordt geborgd wanneer de uitvoering wordt belegd bij een stichting met wettelijke taak? Welke sturingsmogelijkheden heeft de staatssecretaris als de stichting onvoldoende presteert, de regionale inbedding niet waarmaakt of middelen onvoldoende doelmatig inzet?
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Voorhangprocedure oprichting stichting Ziezon en hebben daar geen vragen over.
Inbreng van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voorliggende stukken met betrekking tot de oprichting stichting Ziezon. Deze leden hebben enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PRO-fractie hebben tijdens het debat over de Wet onderwijsondersteuning zieke leerlingen (ozl) aangegeven dat zij er belang aan hechten dat kinderen mee mogen praten over alle gelegenheden die hen aangaan. Dit is een recht, volgend uit het Kinderrechtenverdrag. Ook zijn deze leden ervan overtuigd dat inbreng van betrokkenen de organisatie in het onderwijs verbetert.
De leden van de PRO-fractie lezen dat er is voorzien in een belanghebbendenraad in de statuten voor de oprichting van de stichting. Deze leden zijn van mening dat hiermee ten dele wordt voldaan aan de vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie tijdens het debat. Voor deze inbreng zullen zij zich dan ook met name hierop concentreren.
Allereerst hebben de leden van de PRO-fractie enkele vragen over het advies van het ministerie van Financiën. Deze leden lezen dat het ministerie van Financiën heeft geadviseerd om in de statuten op te nemen hoe de verdeling van de functies binnen de raad van toezicht is geregeld. In het advies van het ministerie van Financiën is tevens te lezen dat zij aanbeveelt dat het onderwijs- en het zorgveld evenredig vertegenwoordigd zou moeten zijn. De leden van de PRO-fractie lezen dat dit advies niet is overgenomen. Deze leden zijn van mening dat ook minstens één oud-leerling zitting zou moeten hebben in de Raad van Toezicht.
De leden van de PRO-fractie volgen de redenering dat het bij het benoemen van een nieuw lid van de Raad van Toezicht handig is om het profiel optimaal af te stemmen op wat de Raad van Toezicht op dat moment daadwerkelijk versterkt, maar zijn van mening dat het opnemen van achtergronden in de statuten dit niet in de weg zou hoeven staan. Net als dat het vastleggen dat een stichting ten minste één en ten hoogste drie bestuursleden moet hebben mogelijk is, is het mogelijk vast te leggen dat er in de Raad van Toezicht in elk geval één oud-leerling plaats moet nemen. Waarom is hier niet voor gekozen? Is de staatssecretaris het met deze leden eens dat een oud-leerling in de Raad van Toezicht een zeer waardevolle toevoeging kan zijn vanuit de praktijkervaring van dergelijke oud-leerlingen? Is de staatssecretaris het verder met deze leden eens dat een oud-leerling ook prima in een algemeen profiel naar ten minste deskundigheden, vaardigheden en diversiteit zou passen, waarna er voor iedere vacature een specifiek profiel op wordt gesteld? Is de staatssecretaris het met deze leden eens dat het een het ander niet uitsluit en zo nee, kan de staatssecretaris aangeven waarom dat wel het geval zou zijn? Kan de staatssecretaris toezeggen de conceptstatuten zodanig aan te passen dat er wél ruimte wordt gecreëerd voor ten minste één oud-leerling in de Raad van Toezicht?
Daarnaast hebben de leden van de PRO-fractie enkele vragen over de akte van oprichting van stichting Ziezon. In een aangenomen amendement tijdens de wetsbehandeling hebben deze leden aangegeven er belang aan te hechten dat er ook voldoende aandacht is voor kinderen die psychisch ziek zijn, specifiek door middel van een grondslag om de werkwijze van de stichting ook in latere jaren toe te kunnen passen op leerlingen met psychische problemen.1 Deze kennis moet worden geborgd. De leden van de PRO-fractie zijn benieuwd of bij de oprichting van de stichting in de oprichtingsstatuten rekening wordt gehouden dat kennis en expertise op dit vlak wordt geborgd.
Dan over artikel 4.3 van de oprichtingsakte: de leden van de PRO-fractie lezen dat in de statuten staat opgenomen dat het bestuur belanghebbenden, waaronder ouders, leerlingen en (het bevoegd gezag van) scholen en andere betrokken, betrekt ten behoeve van een structurele dialoog en daartoe een belanghebbendenraad opricht. Ook merken deze leden op dat in de statuten niet is opgenomen hoeveel ruimte ouders en (oud-)leerlingen dienen in te nemen in een dergelijke belanghebbendenraad. De leden van de PRO-fractie willen nogmaals benadrukken dat zij er belang aan hechten dat in de statuten formeel is vastgelegd hoeveel ruimte dergelijke belanghebbenden minstens in moeten nemen in een belanghebbendenraad, teneinde te verzekeren dat alle belanghebbende stemmen daadwerkelijk gehoord worden in een dergelijke raad. Kan de staatssecretaris aangeven waarom niet voor een dergelijk minimum is gekozen? Deze leden vragen zich verder af of in de statuten opgenomen kan worden uit hoeveel leden de belanghebbendenraad minstens zou moeten bestaan, zodat verzekerd kan worden dat de belanghebbendenraad daadwerkelijk een relevante doorsnee van de belanghebbenden vertegenwoordigt. Kan de staatssecretaris uitgebreid bij deze punten stilstaan? Is de staatssecretaris bereid om de statuten zodanig aan te passen dat zowel het minimumaantal leden van de belanghebbendenraad als de minimumsamenstelling van de belanghebbendenraad (zoals minstens één ouder en minstens één oud-leerling) wordt opgenomen?
Ten slotte zijn de leden van de PRO-fractie ook benieuwd wat de precieze bevoegdheden van de belanghebbendenraad wordt. Deze leden hebben eerder het belang van participatie van kinderen en jongeren benadrukt. De belanghebbendenraad is hierin een belangrijke stap, maar deze leden vragen zich af hoe wordt geborgd dat de stem van (oud-)leerlingen niet alleen formeel aanwezig is, maar ook daadwerkelijk invloed heeft op de besluitvorming van de stichting. Kan nader toegelicht worden op welke wijze gestimuleerd wordt dat (oud)leerlingen actief betrokken worden bij beleid, evaluatie en het aankaarten van knelpunten? Kan nader toegelicht worden welke concrete bevoegdheden de belanghebbendenraad zal hebben? Zijn er bijvoorbeeld na de installatie van de belanghebbendenraad door henzelf nog mogelijkheden om het reglement ten aanzien van de belanghebbendenraad aan te scherpen of voorstellen daartoe te doen? Kan de staatssecretaris hier uitgebreid op reflecteren en in deze reflectie tevens aangeven of het juridisch mogelijk is om iets dergelijks een plek te geven in de statuten?
De leden van de PRO-fractie danken de staatssecretaris en betrokken ambtenaren voor de beantwoording.
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de voorhangprocedure gezien de oprichting van stichting Ziezon. Deze leden hebben op dit moment geen aanvullende of verduidelijkende vragen of opmerkingen.
II Reactie van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerstuk 36 530, nr. 17↩︎