Initiatiefnota
Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel
Initiatiefnota
Nummer: 2026D32180, datum: 2026-06-24, bijgewerkt: 2026-06-24 16:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I. (Inge) van Dijk, Tweede Kamerlid (CDA)
- Mede ondertekenaar: J.A. Struijs, Tweede Kamerlid (50PLUS)
- Mede ondertekenaar: P.A. Grinwis, Tweede Kamerlid (ChristenUnie)
Onderdeel van kamerstukdossier 36969 -2 Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel.
Onderdeel van zaak 2026Z14369:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-07-02 09:30 ⇒ De staatssecretaris van Financiën verzoeken om namens het kabinet een reactie op de initiatiefnota te sturen. (Besluit)
- 2026-07-02 09:30 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg met de initiatiefnemers vastgesteld op donderdag 17 september 2026. (Besluit)
- 2026-07-02 09:30 ⇒ Agenderen voor een te zijner tijd in te plannen notaoverleg met de indieners over de initiatiefnota. (Besluit)
- 2026-06-25 13:25 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-25 13:25 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Financiën (Besluit)
- 2026-06-25 13:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-07-02 09:30: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2026-09-17 14:00: Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Financiën
- Geen datum: Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel (Notaoverleg), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
| 36 969 | Initiatiefnota van de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs over een toekomstbestendig giftenstelsel |
| Nr. 2 | INITIATIEFNOTA |
1. Inleiding
De Nederlandse samenleving draait in belangrijke mate op verenigingen, stichtingen, kerken, vrijwilligers en maatschappelijke initiatieven. Deze verbanden zijn van grote waarde: zij vormen het fundament van een vitale en weerbare samenleving. Juist in een tijd waarin het “ik” steeds centraler is komen te staan, terwijl mensen pas werkelijk tot hun recht komen in relatie tot de ander, het “wij”.
Het in stand houden van deze maatschappelijke initiatieven wordt echter steeds uitdagender. Organisaties hebben vaak moeite om voldoende vrijwilligers te vinden, krijgen te maken met toenemende regeldruk en lopen aan tegen risico’s die lastig verzekerbaar zijn. Daarnaast kampen veel verenigingen en stichtingen met financiële knelpunten.
In deze initiatiefnota richten de leden Inge van Dijk, Grinwis en Struijs (hierna: initiatiefnemers) zich op ondersteuning bij die laatste uitdaging. Giften vormen voor veel verenigingen en stichtingen een belangrijke inkomstenbron. De maatschappelijke betekenis daarvan blijkt ook uit de omvang ervan. Volgens het tweejaarlijkse onderzoek Geven in Nederland van de Vrije Universiteit Amsterdam schenken huishoudens, bedrijven en nalatenschappen gezamenlijk ongeveer € 5,3 miljard per jaar aan maatschappelijke doelen.
Een groot deel van deze giften komt terecht bij erkende goede doelen, zoals fondsen en culturele instellingen met een ANBI (algemeen nut beogende instelling)-status, die fiscaal worden ondersteund met de giftenaftrek, al zijn deze mogelijkheden de afgelopen jaren versoberd. Tegelijkertijd zijn ook verenigingen, zoals sportclubs en lokale maatschappelijke initiatieven vaak afhankelijk van vrijwillige bijdragen, maar wordt dit fors minder fiscaal gestimuleerd.1 Verenigingen worden immers vaak niet aangemerkt als ANBI, omdat zij worden geacht het belang van individuele leden te beogen. Terwijl juist verenigingsverbanden tegelijkertijd aantoonbaar bijdragen aan bredere maatschappelijke doelen, zoals gezondheid, sociale cohesie en preventie.
Ook voor bedrijven of sociale ondernemingen die met giften willen bijdragen aan maatschappelijke organisaties gelden fiscale beperkingen, terwijl dat niet geldt voor uitgaven aan sponsoring of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO).
De terechte fiscale stimulering van maatschappelijke organisaties is daarmee onvolledig en om die reden moeilijk uitlegbaar. Deze tekortkoming binnen de giftenaftrek is schadelijk, juist in het licht van de maatschappelijke opgaven van deze tijd. Om maatschappelijke waarde duurzaam te versterken, is verbetering van de fiscale behandeling van giften aan maatschappelijke organisaties noodzakelijk. Zo kan geld uit de samenleving effectiever worden ingezet ten behoeve van de samenleving zelf.
Initiatiefnemers vinden aanpassing van de giftenaftrek hiervoor de juiste route, omdat met die aftrek wordt erkend dat burgers zelf ook bijdragen aan maatschappelijke doelen. Als mensen een deel van hun inkomen schenken aan organisaties die het algemeen belang dienen, is het goed dat dit niet op dezelfde manier wordt belast als geld dat zij voor zichzelf besteden.
De giftenaftrek sluit aan bij het idee dat maatschappelijke vraagstukken niet alleen door de overheid worden aangepakt, maar ook door burgers en maatschappelijke organisaties. Door giften aan initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld zorg, armoedebestrijding, cultuur en levensbeschouwing te ondersteunen, draagt de giftenaftrek bij aan een diverse en betrokken samenleving. Daarmee is het een erkenning van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
2. Waarom dit nu nodig is
Maatschappelijke organisaties creëren substantiële waarde:
Sportverenigingen zorgen in de eerst plaats voor plezier en recreatie, maar bevorderen daarmee ook de gezondheid, vitaliteit en sociale verbondenheid. Als je deze maartschappelijke baten in euro’s uit zou drukken, levert een gemiddelde sportvereniging de samenleving daarmee 550.000 euro per jaar op (Landelijk impactonderzoek sportverenigingen2).
Vrijwilligers bereiken kwetsbare groepen die de overheid niet bereikt. Een voorbeeld zijn mensen met schulden die zich “veiliger” voelen bij een organisatie die niet direct gelieerd is aan de overheid.3
Het “bruto-vrijwilligersproduct”, dat wil zeggen vrijwilligerswerk uitgedrukt in betaalde arbeidsuren, vertegenwoordigt een economische waarde van naar schatting tussen de 12,4 en 22,8 miljarden per jaar.4
Financiële ondersteuning van deze waarde wordt mede mogelijk gemaakt door giften van particulieren en ondernemers. Het huidige fiscale systeem biedt echter onvoldoende ruimte aan verenigingen en sociale ondernemingen en beperkt ondernemers in hun maatschappelijke bijdrage. Daarmee sluit het niet aan bij hoe mensen daadwerkelijk geven..
Dit geldt breder. Waar publieke middelen en fiscale faciliteiten
terecht ruim beschikbaar zijn voor bijvoorbeeld behandeling en onderzoek
naar ziekten, blijft ondersteuning van preventie, bijvoorbeeld via
sport, ontmoeting en gemeenschapsvorming, die met name belangrijk is
voor jongeren, relatief achter omdat daarvan is bepaald dat in principe
het particuliere belang van de betrokkenen overheerst. Dat is moeilijk
uitlegbaar, zeker gezien de groeiende druk op de zorg en het belang van
preventie voor een gezonde samenleving.
Zo worden particulieren die fiscaal gefaciliteerd willen geven aan
bijvoorbeeld de lokale voetbalclub of harmonie gedwongen een
verplichting aan te gaan voor ten minste vijf jaar5 en
worden filantropische ondernemers fiscaal beperkt in het schenken
van(uit) hun onderneming.
Het gevolg hiervan van deze “geefdrempels” is de reële kans dat is
minder wordt gegeven en de samenleving minder profiteert waarmee we haar
tekort doen. En tegelijkertijd snijden we onszelf hiermee in de vingers
vanwege misgelopen maatschappelijke waardecreatie. De overheid bespaart
immers kosten, wanneer zij deze maatschappelijke activiteiten niet zelf
hoeft te financieren.
Soms wordt gesteld dat geven altijd mogelijk is en daarom geen fiscale stimulering behoeft. Het huidige stelsel ontmoedigt in de praktijk juist bepaalde vormen van geven en bevoordeelt andere. Dat past niet bij de beginselen van neutraliteit en gelijkheid, waaraan het fiscale stelsel moet voldoen. Fiscale regels sturen namelijk gedrag.
Bovendien gaat het niet alleen om óf er wordt gegeven, maar waar en hoeveel. Het is een gemiste kans voor de samenleving als geheel wanneer het fiscale stelsel leidt tot minder giften of een verschuiving naar minder maatschappelijk effectieve vormen.
3. Het probleem: een versnipperd en beperkend systeem
In de fiscale behandeling van geven aan maatschappelijke organisaties bestaan gescheiden regimes:
ANBI’s: Stichtingen en verenigingen kunnen een ANBI-status aanvragen bij de Belastingdienst, wanneer zij 1) één of meerdere in de wet opgenomen algemeen nuttige doelstellingen in hun statuten hebben opgenomen, 2) voor ten minste 90% die algemeen nuttige doelstelling (feitelijk) nastreven en 3) geen winst beogen. Voor giften aan ANBI’s bestaan de ruimste fiscale faciliteiten, namelijk:
Eenmalige giften zijn aftrekbaar in de inkomstenbelasting (IB), met een drempel en een maximum. De drempel bedraagt € 60 en 1% van het jaarlijkse verzamelinkomen. Het plafond bedraagt 10% van het jaarlijkse verzamelinkomen.
Periodieke giften zijn aftrekbaar in de IB, zonder drempel, maar tot een maximum van €1.500.000 per jaar. Deze moeten voor ten minste 5 jaar schriftelijk worden vastgelegd.
Er geldt een extra multiplier voor giften aan culturele ANBI’s, waarbij de aftrek in de IB met 25% verhoogd mag worden, maximaal met €1.250.
Ontvangsten van giften en erfenissen door de ANBI zijn vrijgesteld van erf- en schenkbelasting
Vrijwilligersvergoedingen waar geen aanspraak op wordt gemaakt, mogen wel als gift worden afgetrokken, als aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Verenigingen: Verenigingen die niet voldoen aan de ANBI-voorwaarden, maar wel aan een aantal andere voorwaarden waaronder het niet vpb-plichtig zijn en ten minste 25 leden hebben, hebben beperkte fiscale faciliteiten, ondanks hun belangrijke maatschappelijke rol. Denk daarbij aan de genoemde sport- en harmonieverenigingen.
Deze verenigingen kunnen wel sociaal belang behartigende instellingen (SBBI’s) zijn, waardoor ontvangsten van giften en erfenissen door de vereniging vrijgesteld zijn van erf- en schenkbelasting.6
Voor giften aan deze verenigingen geldt enkel de periodieke giftenaftrek, zonder drempel en met maximum van € 1.500.000. Deze moeten voor ten minste 5 jaar schriftelijk zijn vastgelegd. Voor de periodieke giftenaftrek geldt dan weer niet de voorwaarde dat een vereniging kwalificeert als SBBI, terwijl het algemeen/sociaal maatschappelijk belang juist centraal moet staan bij de giftenaftrek.
Een steunstichting SBBI kan speciaal worden opgericht om geld in te zamelen ter ondersteuning van een vijfjarig jubileum (of veelvoud daarvan) van een SBBI. Eenmalige giften aan een steunstichting SBBI zijn wél aftrekbaar, maar alleen in het jaar dat de stichting door de Belastingdienst is aangewezen als steunstichting SBBI.
Ondernemingen: Ondernemingen worden beperkt in hun mogelijkheden tot giftenaftrek, terwijl sponsoring en ondersteuning vanuit MVO-beleid wel volledig aftrekbaar is.
Giften aan ANBI’s en steunstichtingen SBBI zijn aftrekbaar tot jaarlijks 50% van de winst, en tot een maximum van €100.000 per jaar. Per 2025 is de regeling ‘regeling geven uit de vennootschap’ afgeschaft, waardoor een gift die boven het maximum uitstijgt nu wordt gezien als uitdeling aan aandeelhouders, waarover dividendbelasting wordt ingehouden en die als uitdeling in box 2 belast worden.
Sponsoring wordt gezien als zakelijke kosten en is volledig aftrekbaar van de winst, als er een tegenprestatie tegenover staat (bijvoorbeeld in reclame of een logo op T-shirts).
Uitgaven die worden gedaan in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) zijn zakelijk en daarmee volledig aftrekbaar. Als de uitgaven direct aansluiten op het MVO-beleid van de onderneming, zijn deze volledig aftrekbaar.
Een categorie bedrijven die in het bijzonder tussen wal en schip valt zijn bedrijven met positieve sociaal maatschappelijke impact als primaire doelstelling (‘impact first’). Dit wordt ook wel sociaal ondernemerschap genoemd, soms ingevuld met steward ownership, waarbij zeggenschap wordt gesplitst van winstgerechtigdheid. Internationaal is juist een beweging te zien naar dergelijk ondernemerschap, waarbij alle overwinsten ingezet worden voor een maatschappelijk goed doel. Beperkingen aan het schenken vanuit de BV zijn belemmerend voor zo’n mengvorm van winstgerichtheid en goed doel.
Een praktische drempel ontstaat tot slot wanneer ondernemingen giften in natura geven, bijvoorbeeld gratis advies of producten, waar zij vervolgens wel btw over in rekening moeten brengen en afdragen.
Samengevat kent het huidige systeem drie kernproblemen:
A. Drempels, plafonds en rigiditeit
De 1%-drempel en vijf-jaarsverplichting sluiten slecht aan bij flexibel geefgedrag.
Kleine en incidentele giften worden fiscaal minder gestimuleerd, terwijl dit voor veel mensen haalbaarder is.
Plafonds voor geven vanuit de onderneming beperken filantropie en sociale impact.
B. Ongelijke behandeling en inconsistentie
ANBI’s hebben de ruimste fiscale voordelen, verenigingen minder en sociale ondernemingen nog minder, terwijl ál deze vormen maatschappelijke waarde creëren.
Fiscale stimulering van giften aan ANBI’s is gekoppeld aan een algemeen nuttige doelstelling, terwijl een algemeen/sociaal belang bij fiscaal stimuleren van giften aan verenigingen geen voorwaarde is.
Voor bedrijven zijn sponsoring en bijdragen aan MVO-beleid fiscaal aantrekkelijker dan doneren, wat kan leiden tot onwenselijke prikkels.
C. Complexiteit en onzekerheid
Verschillende regimes (ANBI, SBBI) met hun eigen regels en voorwaarden maken het systeem moeilijk te begrijpen, wat leidt tot onzekerheid.
4. Doel van deze initiatiefnota
Initiatiefnemers zijn van mening dat de fiscale behandeling van giften nog beter dan nu zou moeten aansluiten bij de maatschappelijke impact ervan en de daadwerkelijke bijdrage aan het beoogde doel. Niet de vorm waarin, of rechtsvorm waaraan, een gift wordt gedaan zou centraal moeten staan, maar de waarde die ermee wordt gecreëerd voor de samenleving.
Dit vraagt om een andere manier van denken over geven. Als samenleving zouden we meer moeten uitgaan van vertrouwen en het doel van de gift, in plaats van primair te redeneren vanuit controle, juridische structuren en wantrouwen . Wanneer een gift aantoonbaar bijdraagt aan het algemeen belang, verdient deze ook een passende en stimulerende fiscale behandeling.
Daarom pleiten initiatiefnemers voor een herziening van het huidige fiscale giftenstelsel. Het doel is om te komen tot een eenvoudiger, transparanter en effectiever systeem, waarin maatschappelijke waardecreatie leidend is. Met concrete voorstellen willen initiatiefnemers de regels rondom giften verbeteren en vereenvoudigen, zodat geven wordt gestimuleerd en beter aansluit bij de behoeften van de samenleving.
5. Concrete voorstellen
Korte termijn
Op korte termijn zien wij mogelijkheden voor een aantal aanpassingen om giften aan maatschappelijke organisaties makkelijker te maken. Dat ziet op het oplossen van administratieve knelpunten en op praktische verruimingen, om geven te stimuleren en niet onnodig te belemmeren.
1. Verruim geefmogelijkheden aan steunstichtingen SBBI voor specifieke projecten
Op dit moment zijn alleen giften aan steunstichtingen-SBBI opgericht in het kader van een jubileumviering aftrekbaar. Initiatiefnemers stellen voor dit uit te breiden met andere projectgerichte giften, bijvoorbeeld het inzamelen van geld voor verduurzaming of verbeteringen van een sportlocatie of verenigingsgebouw. Daarmee kan worden gezorgd dat op korte termijn giften aan verenigingen aantrekkelijker worden. Dit is enkel een uitbreiding binnen het bestaand kader.
2. Pas de drempel voor reguliere aftrek aan naar €100
Een gift aftrekbaar maken boven €100 in plaats van vanaf 1% van het inkomen maakt het eenvoudiger voor mensen te weten of, en wanneer ze recht hebben op aftrek. Dit maakt de aftrek eenvoudiger, voorspelbaarder en laagdrempeliger voor mensen die graag willen geven.7
3. Vereenvoudig de giftenaftrek voor een vrijwilligersvergoeding
Als je als vrijwilliger afziet van een vrijwilligersvergoeding van een ANBI, mag je deze vergoeding wel als gift aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarvoor geldt als voorwaarde dat de ANBI de vergoeding daadwerkelijk zou kunnen en willen betalen. In praktijk is het voor organisaties echter soms lastig om aan deze voorwaarde te voldoen, zeker wanneer sprake is van veel vrijwilligers. Om dit eenvoudiger toepasbaar te maken, stellen wij voor deze voorwaarde te laten vervallen. Dan volstaat een check of de ANBI ook echt een ANBI is met een verklaring van de ANBI waarin staat dat vrijwilligerswerk is gedaan.
4. Maak geven via de werkgever makkelijker
Werkgevers laten soms hun werknemers een goed doel kiezen voor een donatie via de werkgever. De donatie wordt gedaan door de werkgever, maar wordt door de Belastingdienst vervolgens aangemerkt als loon in natura. Initiatiefnemers vinden dit onnodig inperken van geefgedrag en doet een beroep op de Belastingdienst hier een ander standpunt in te nemen. Door de gift niet als loon (in natura) aan te merken, is deze vervolgens ook aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en wordt hetzelfde resultaat bereikt op een administratief eenvoudigere wijze. De voorwaarde hiervoor moet zijn dat de werknemer zelf een doel kiest, zodat het geen vrij besteedbaar voordeel is.
5. Onderzoek een gerichte vrijstelling of vereenvoudiging bij donaties van producten of diensten
Ondernemers moeten btw in rekening brengen en afdragen over de marktwaarde van producten of diensten die zij gratis weggeven voor een maatschappelijk doel, wat tegenstrijdig is en maatschappelijke bijdragen remt. Denk bijvoorbeeld aan gratis financieel advies aan een stichting of het doneren van producten of diensten voor een goededoelenveiling. Initiatiefnemers stellen daarom voor om zulke giften in natura vrij te stellen van btw. Dit vermindert drempels voor ondernemers, met een beperkt budgettair effect.
Langere termijn
Op de langere termijn vinden initiatiefnemers dat fundamenteler moet worden gekeken hoe de giftenaftrek kan worden verbeterd om geven eenvoudiger en aantrekkelijker te maken, zodat meer maatschappelijke impact kan worden bereikt.
6. Introduceer een Algemeen Nut Toets 2.0, waar ook sociale belangen onder vallen
Initiatiefnemers willen een meer gelijke fiscale stimulering voor geven aan maatschappelijke organisaties, die waarde creëren voor de samenleving. Dus niet denken vanuit juridische vorm, maar vanuit het maatschappelijk belang. Met de introductie van een nieuwe Algemeen Nut Toets, kunnen voorwaarden worden vastgesteld wanneer organisaties algemene of sociale waarde creëren voor de samenleving. Door dezelfde fiscale voordelen toe te kennen, wordt het voor burgers aantrekkelijker om maatschappelijke organisaties financieel te ondersteunen. Dit versterkt niet alleen de positie van verenigingen, maar stimuleert ook betrokkenheid en participatie in de samenleving.
Op basis van zo’n nieuwe toets hoeft geen onderscheid meer te worden gemaakt tussen ANBI, vereniging, SBBI en steunstichting SBBI, maar valt dit allemaal onder één categorie giftenaftrek voor maatschappelijk belang. Zodat het doen van giften eenvoudiger, rechtvaardiger en doelgerichter wordt. 8
7. Introduceer een sociale multiplier
Initiatiefnemers willen analoog aan de culturele multiplier, een sociale multiplier invoeren voor organisaties met specifiek tot doelstelling het bevorderen van sociale cohesie, participatie, gelijke kansen en ondersteuning van kwetsbare groepen. Dit kan statutair worden vastgelegd. Daarbij roepen we ook op tot herziening van de kwalificatie ‘kwetsbare groepen’, die de Belastingdienst nu erg beperkt interpreteert en die complex toepasbaar is.
8. Verruim de giftenaftrek voor ondernemingen door verhogen van huidige plafonds
Om filantropie te bevorderen en de maatschappelijke impact van grote giften van bedrijven aan maatschappelijke organisaties te vergroten, willen initiatiefnemers het plafond voor de giftenaftrek voor bedrijven verhogen en verkennen op welke manier dat kan. Zij vinden sponsoring en MVO-beleid niet van grotere maatschappelijke waarde dan donaties.
Een aparte categorie zou gecreëerd kunnen worden voor sociale ondernemingen die als missie hebben hun gehele overwinst in te zetten voor een maatschappelijk doel, in plaats van voor dividenden aan aandeelhouders.
Daarbij wordt ook samen met de filantropische sector verkend welke maatregelen nodig zijn om misbruik tegen te gaan.
9. Verdieping en onderzoek
Initiatiefnemers willen dat breed onderzoek wordt gedaan naar de maatschappelijke waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal ondernemerschap, waarbij we de impact meetbaar maken op het gebied algemeen nuttige en sociale doelstellingen. Zoals het bevorderen van gezondheid, sociale cohesie, ondersteuning van kwetsbare groepen, enzovoorts. Met dit onderzoek wordt onomstotelijk inzicht gegeven in de maatschappelijke en economische waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal ondernemerschap. De resultaten moeten aantonen dat deze organisaties een essentiële bijdrage leveren aan het welzijn van de samenleving en dat investeringen hierin zich terugbetalen in zowel maatschappelijke als economische opbrengsten.
Hier ligt het onomstotelijke bewijs dat geven loont voor een sterkere samenleving, wat de noodzakelijke onderbouwing biedt voor betere fiscale ondersteuning van geven, omdat dit de samenleving in zijn kracht zet en overheidsinterventies minder nodig maakt.
6. Randvoorwaarden en financiële paragraaf
Voor alle maatregelen gelden een aantal randvoorwaarden.
1. Misbruikpreventie blijft noodzakelijk
2. Uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst is van belang bij verdere besluitvorming
3. EU-regelgeving moet worden gerespecteerd
4. Tot slot moeten budgettaire effecten inzichtelijk en beheersbaar zijn.
Initiatiefnemers verwachten dat de budgettaire impact van de voorstellen beperkt is, omdat de voorstellen het stelsel gerichter en doelmatiger maken, en het veelal om verschuivingen gaat. Waar budgettaire derving ontstaat zal die naar verwachting van initiatiefnemers klein zijn en niet in verhouding staan tot de positieve maatschappelijke impact. Uiteraard zal dekking worden gezocht waar dat nodig blijkt te zijn.
7. Tot slot
De huidige giftenaftrek heeft grote maatschappelijke waarde, maar is
door onder andere inperkingen de afgelopen jaren ontwikkeld tot een
complex, onvolledig en moeilijk uitlegbaar systeem. Het is daarom aan
herziening toe, juist om doelmatig en effectief te blijven. Door
gerichte aanpassingen op korte termijn en een duidelijke
hervormingsrichting voor de lange termijn, kan het stelsel beter
aansluiten bij de praktijk.
Een fiscaal systeem dat geven stimuleert, draagt direct bij aan een sterkere samenleving én kan op termijn ook publieke uitgaven verlichten. Fiscale stimulering is daarmee geen doel op zich, maar een middel om maatschappelijke waardecreatie te versterken. Daarmee is investeren in een beter giftenstelsel niet alleen maatschappelijk wenselijk, maar ook belangrijk voor effectieve inzet van gemeenschapsgeld.
8. Beslispunten
In deze nota worden negen voorstellen gedaan om de giftenaftrek passender te maken in de huidige tijd, met als doel maximale waarde te creëren voor de samenleving. De initiatiefnemers leggen volgende beslispunten aan de Kamer voor:
Voor de korte termijn:
1. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken om de giftenaftrek voor steunstichtingen-SBBI te verruimen, zodat ook projectgerichte giften aan maatschappelijke organisaties voor aftrek in aanmerking kunnen komen.
2. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken om de huidige inkomensafhankelijke drempel voor de giftenaftrek te vervangen door een vaste drempel van €100.
3. De regering verzoeken om voor iemand die afziet van een vrijwilligersvergoeding en de vergoeding als gift mag aftrekken, de voorwaarde te laten vervallen dat de ANBI moet aantonen de vergoeding daadwerkelijk zou te kunnen en willen betalen.
4. De regering verzoeken om geven via de werkgever te vergemakkelijken, door donaties die werknemers aan een zelfgekozen maatschappelijk doel doen fiscaal niet als loon aan te merken.
5. De regering verzoeken een concreet voorstel uit te werken voor een gerichte vrijstelling of vereenvoudiging van de btw-heffing bij donaties van producten en diensten door ondernemingen aan maatschappelijke doelen.
Voor de langere termijn:
6. De regering verzoeken te verkennen hoe een vernieuwde Algemeen Nut Toets kan worden vormgegeven, die bijdraagt aan een gelijke fiscale behandeling van giften aan organisaties die maatschappelijke of sociale waarde creëren en de giftenaftrek eenvoudiger, rechtvaardiger en doelgerichter maakt.
7. De regering verzoeken te verkennen hoe een sociale multiplier kan worden vormgegeven voor organisaties die bijdragen aan sociale cohesie, participatie, gelijke kansen en ondersteuning van kwetsbare groepen.
8. De regering verzoeken te verkennen hoe de giftenaftrek voor ondernemingen kan worden verruimd, waaronder door verhoging van bestaande plafonds en het beter faciliteren van sociaal ondernemerschap, met passende waarborgen tegen misbruik.
9. De regering verzoeken onderzoek te laten verrichten naar de maatschappelijke en economische waarde van verenigingen, stichtingen, vrijwilligerswerk en sociaal ondernemerschap, en de uitkomsten te betrekken bij de verdere ontwikkeling van het geef- en filantropiebeleid.
Inge van Dijk
Grinwis
Struijs
Zie p.20 van SEO-rapport, waaruit volgt dat van de totale giften ‘het overgrote merendeel aan ANBI’s is gedaan en slechts een klein gedeelte aan verenigingen’. www.seo.nl/wp-content/uploads/2024/03/2024-25-Evaluatie-giftenaftrek-2016-2021.pdf↩︎
https://rvvb.nl/wp-content/uploads/2026/04/RVVB_ImpactOnderzoek_definitief.pdf↩︎
https://www.ad.nl/binnenland/vrijwilligers-bereiken-groepen-die-overheid-mist-en-leveren-jaarlijks-208-miljoen-op-met-schuldhulpverlening~a002110a0/?cb=359e0d92-e387-4d1c-971f-8a04f22736e0&auth_rd=1↩︎
https://fd.nl/samenleving/1459388/verborgen-menselijk-kapitaal-ons-bruto-vrijwilligersproduct-loopt-in-de-miljarden↩︎
Zie artikelen 6.33 letter c en 6.34 Wet IB 2001↩︎
SBBI’s zijn verenigingen of stichtingen die vooral actief zijn op het gebied van bijvoorbeeld sport, muziek, buurtwerk, jeugdwerk of hobby’s, en die een maatschappelijke functie vervullen zonder primair een algemeen nut (zoals een ANBI) na te streven. Verenigingen die géén SBBI zijn, zijn vaak organisaties die vooral een particulier of commercieel belang dienen, zoals een ondernemersvereniging, beroepsvereniging, exclusieve ledenclub, VvE, werkgeversorganisaties etc, of verenigingen met een apart regime, zoals een politieke partij.↩︎
Dit sluit aan bij de aanbeveling uit het rapport Beter Geven II: https://goededoelennederland.nl/over-de-sector/nieuws/het-adviesrapport-beter-geven-ii-aangeboden-aan-de-staatssecretaris-van-financi%C3%ABn↩︎
Dit sluit aan bij de aanbeveling uit het rapport Beter Geven II om de SBBI-status af te schaffen voor meer eenvoud: https://goededoelennederland.nl/over-de-sector/nieuws/het-adviesrapport-beter-geven-ii-aangeboden-aan-de-staatssecretaris-van-financi%C3%ABn↩︎