Tweede nota van wijziging
Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Nota van wijziging
Nummer: 2026D32652, datum: 2026-06-25, bijgewerkt: 2026-07-24 10:03, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36917-37).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij 36917 Tweede Nota van wijziging inzake Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Onderdeel van kamerstukdossier 36917 -37 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.
Onderdeel van zaak 2026Z05923:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-07-02 13:30 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
- Voor 113: 50PLUS | BBB | CDA | ChristenUnie | D66 | JA21 | PRO | PvdD | SGP | SP | VVD | Volt
- Tegen 37: DENK | FVD | Groep Markuszower | Keijzer | PVV
- 2026-06-23 18:05 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-05-21 14:10 ⇒ Agenderen voor plenair debat. (Besluit)
- 2026-05-21 10:15 ⇒ Aanmelden voor plenaire behandeling. (Besluit)
- 2026-04-24 10:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-04-02 10:15 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op 24 april 2026 om 10.00 uur. (Besluit)
- 2026-04-02 10:15 ⇒ Middels e-mail wordt geïnventariseerd welke leden meegaan met het werkbezoek aan Beeld en Geluid en Bureaus Lokaal op vrijdag 24 april 2026. (Besluit)
- 2026-04-02 09:30 ⇒ De tijdelijke commissie besluit een adviestraject te starten voor het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917) gelet op het dictum en advies van de Raad van State. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Besluit)
-
2026-07-02 13:30 ⇒ Aangenomen. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z14607:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-07-02 10:35 ⇒ Betrekken bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel. (Besluit)
- 2026-03-31 16:25: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-04-02 09:30: Procedurevergadering tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing (Procedurevergadering), tijdelijke commissie Grondrechten en constitutionele toetsing
- 2026-04-02 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-04-24 10:00: Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-04-24 10:00: Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid en Bureaus Lokaal (geannuleerd) (Werkbezoek), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-05-21 10:15: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-05-21 14:10: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-06-23 18:05: Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau (36917) (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-07-02 10:35: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- 2026-07-02 13:30: Aansluitend: STEMMINGEN (over alle onderwerpen tot en met 1 juli 2026) (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2025-2026 |
36 917 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Nr. 37 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 25 juni 2026
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel I, onderdeel O, wordt na het voorgestelde artikel 2.87s een artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 2.87s1
1. Het Commissariaat kan op aanvraag van een lokale publieke media-instelling de aanwijzing, bedoeld in artikel 2.87i, eerste lid, herzien.
2. De herziening, bedoeld in het eerste lid, heeft uitsluitend betrekking op uitbreiding van het beleidsplan en overeenkomstige verruiming van de begroting bij het beleidsplan.
3. De lokale publieke media-instelling dient een herzieningsaanvraag in bij het Commissariaat voor 1 september van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de herziening in werking treedt.
4. Het Commissariaat stelt de NLPO en de gemeenteraad van de gemeente of de gemeenteraden van de gemeenten binnen het betreffende lokale verzorgingsgebied in staat binnen zes weken na indiening van de herzieningsaanvraag een zienswijze naar voren te brengen over de herzieningsaanvraag.
5. Bij het besluit op de herzieningsaanvraag, bedoeld in het eerste lid, slaat het Commissariaat mede acht op de naar voren gebrachte zienswijzen.
6. Het Commissariaat besluit voor 1 januari van het kalenderjaar waarin de herziening in werking treedt, op de herzieningsaanvraag.
B
In artikel I, onderdeel PP, wordt in het voorgestelde artikel 2.179a, onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid, een lid ingevoegd, dat luidt:
2. De gemeenteraad maakt jaarlijks uiterlijk voor 1 augustus het budget dat voor subsidie beschikbaar is voor het daaropvolgende kalenderjaar bekend door opname daarvan in de gemeentelijke begroting.
Toelichting
Met het wetsvoorstel wordt de bekostiging van de lokale publieke omroepen overgeheveld van de gemeenten naar het Rijk. Het uitvoeren van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau wordt gezien als dienst van algemeen economisch belang (DAEB). De omvang van deze DAEB wordt vastgesteld bij de aanwijzing als lokale publieke omroep en wordt bepaald op basis van de begroting en het beleidsplan van de omroep die wordt aangewezen.
Om gemeenten de mogelijkheid te bieden in het nieuwe stelsel bij te dragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, heeft de regering in paragraaf 2.6.6a bepalingen opgenomen die aanvullende bekostiging van gemeenten binnen de DAEB faciliteren. Om te financieren binnen deze mogelijkheid moeten gemeenten voorafgaand aan iedere aanwijzingsperiode van vijf jaar het bedrag dat zij in de komende aanwijzingsperiode beschikbaar willen stellen, kenbaar maken door het opnemen daarvan op de gemeentelijke begroting. Zo kunnen alle geïnteresseerde partijen bij het opstellen van hun beleidsplan en begroting rekening houden met deze bedragen, wat zorgt voor gelijke kansen in de aanwijzingsprocedure. Bovendien kan op die manier de omvang van de DAEB worden vastgesteld op basis van een volledige begroting, waarin zowel de rijksbijdrage als de eventuele gemeentelijke bijdragen zijn opgenomen. Daarmee wordt overcompensatie voorkomen.
In aanloop naar de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer is breed de wens uitgesproken de systematiek van de aanvullende bekostiging te flexibiliseren. Met de ingediende motie van de leden Ceder, Mohandis, Krul en Oualhadj is de regering verzocht mogelijk te maken dat gemeenteraden ook na de start van de aanwijzingsperiode aanvullende bekostiging kunnen verstrekken voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau.1 Met deze nota van wijziging geeft de regering (bij voorbaat) uitvoering aan deze motie.
Voor aanvullende bekostiging van de DAEB tijdens de loopduur (dat wil zeggen: de loopduur van de aanwijzing als lokale publieke omroep) is nodig dat het aanwijzingsbesluit van de lokale publieke omroep wordt herzien. Het voorgestelde artikel 2.87s1 bevat hiervoor een regeling. Herziening vindt plaats op aanvraag van een lokale publieke media-instelling en kan alleen zien op een uitbreiding van het beleidsplan en de bijbehorende ophoging van de begroting. Het Commissariaat besluit voor 1 januari van het kalenderjaar waarin de herziening in werking moet treden op de aanvraag van de lokale publieke omroep. Hiertoe vraagt het Commissariaat eerst zienswijzen aan de NLPO en de betreffende gemeenteraad of -raden. De zienswijzen hebben betrekking op de herzieningsaanvraag, die het Commissariaat doorstuurt aan de betreffende partijen. Voor de hand ligt dat de NLPO en de gemeenteraad of -raden bij hun zienswijzen de gevolgen betrekken die de gevraagde herziening kan hebben voor de aspecten waarop de criteria waarover zij adviseren in de aanwijzingsprocedure betrekking hebben.2 Voor deze zienswijzen staat een termijn van zes weken. Indien partijen gedurende die periode geen zienswijze indienen, staat dit niet in de weg aan het nemen van een besluit door het Commissariaat. Het Commissariaat neemt de zienswijzen die naar voren zijn gebracht, mede in acht bij het nemen van een besluit op de herzieningsaanvraag. Andere relevante factoren kunnen zijn: de verhouding tussen de uitbreiding van het beleidsplan en de verhoging van de begroting en of wordt voldaan aan het mediawettelijke kader. Gelet op het feit dat voor alle publieke omroepen, ook de lokale, het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar, is vanzelfsprekend dat het besluit op de herzieningsaanvraag uitsluitend in werking kan treden op 1 januari van ieder jaar.
Om te zorgen dat lokale publieke omroepen voldoende tijd hebben om te besluiten een herzieningsaanvraag in te dienen, wordt bepaald dat gemeenteraden die aanvullend willen bekostigen, jaarlijks voor 1 augustus het beschikbare bedrag kenbaar maken. Met het oog op de stabiliteit van de financiering van de lokale publieke omroepen blijft het uitgangspunt dat gemeenteraden voorafgaand aan iedere aanwijzingsperiode van vijf jaar het bedrag dat jaarlijks gedurende die periode beschikbaar is voor de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau, kenbaar maken.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Kamerstukken II 2025/26, 36 917, nr. 27.↩︎
Zie het voorgestelde artikel 2.87p.↩︎