Digitalisering in het funderend onderwijs
Digitale leermiddelen
Brief regering
Nummer: 2026D32712, datum: 2026-06-25, bijgewerkt: 2026-07-01 14:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 32034 -82 Digitale leermiddelen.
Onderdeel van zaak 2026Z14625:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-07-02 10:35 ⇒ Agenderen voor een ongepland commissiedebat Digitalisering en leermiddelen. (Besluit)
- 2026-06-30 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-06-30 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-07-02 10:35: Procedurevergadering Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Procedurevergadering), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geen datum: Digitalisering en leermiddelen (Commissiedebat), vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Preview document (🔗 origineel)
32034 Digitale leermiddelen
31293 Primair Onderwijs
31289 Voortgezet Onderwijs
Nr. 82 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 juni 2026
Digitalisering en AI raken in toenemende mate de kern van het onderwijs.
Zij bieden kansen om leerlingen beter te ondersteunen, leraren te
versterken en onderwijsprocessen te verbeteren. Tegelijkertijd brengen
deze ontwikkelingen vraagstukken met zich mee rond publieke waarden
zoals veiligheid, privacy, gelijkwaardigheid, toegankelijkheid,
professionele autonomie en afhankelijkheid van technologiebedrijven. Ik
vind het daarom belangrijk dat digitalisering op een veilige,
verantwoorde en toekomstbestendige manier plaatsvindt. Dit vraagt om
publieke regie en een gezamenlijke aanpak van de overheid en het
onderwijsveld.
Tegen deze achtergrond werk ik samen met publieke partners en in afstemming met andere relevante partijen aan het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Tijdens het commissiedebat Digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in het funderend onderwijs van 9 april 2026 heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de stand van zaken van dit regieplan, inclusief de rol van de Inspectie van het Onderwijs bij digitale veiligheid op scholen. Daarnaast is gevraagd om een reflectie op de position papers die zijn ingebracht tijdens het rondetafelgesprek over artificiële intelligentie (AI) in het funderend onderwijs van 1 april 2026, evenals een reactie op het Bring Your Own Device (BYOD)-beleid. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezeggingen.
Stand van zaken regieplan digitalisering funderend onderwijs
Het ministerie van OCW werkt samen met de PO-Raad, VO-raad, Kennisnet1 en SIVON2 aan het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Daarbij zijn ook leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders en leerlingen betrokken. Het regieplan heeft als doel dat digitalisering blijvend bijdraagt aan (steen)goed, veilig en kansrijk onderwijs door met het onderwijsveld meer samenhang, richting en duidelijke kaders te scheppen bij de digitalisering van het funderend onderwijs. Binnen het regieplan staan zes samenhangende thema’s centraal: digitaal veilig onderwijs, digitale autonomie, nieuwe technologieën en AI, versterking van leiderschap en digitale geletterdheid, leermiddelen en leeromgevingen, en grip op het digitale landschap.
De komende periode werken het ministerie van OCW en publieke partners samen aan de concretisering van deze thema’s. Daarbij formuleren we gezamenlijke ambities, randvoorwaarden en mogelijke maatregelen rondom digitalisering in het funderend onderwijs. Ook onderzoeken we hoe de verschillende thema’s elkaar kunnen versterken en gezamenlijk kunnen bijdragen aan veilige, toegankelijke en betrouwbare digitalisering van het onderwijs, met blijvende aandacht voor publieke waarden zoals privacy, autonomie en kansengelijkheid. We bundelen onze krachten omdat we ervan overtuigd zijn dat we alleen samen dit vraagstuk verder kunnen brengen en spannen ons tot het uiterste in om onze gezamenlijke ambities waar te maken.
Het streven is om in het najaar van 2026 een gezamenlijk regieplan met uw Kamer te kunnen delen, waarin publieke partners samen met scholen, leraren, experts en andere betrokken partijen richting geven aan de verdere ontwikkeling van digitalisering in het funderend onderwijs.
Toezicht op digitale veiligheid
In het commissiedebat van 9 april heb ik Uw Kamer toegezegd om nader in te gaan op de bevoegdheden van de Inspectie van het Onderwijs ten aanzien van digitale veiligheid op scholen in het funderend onderwijs. Er bestaat op dit moment geen expliciet wettelijk kader voor digitale veiligheid in de sectorwetgeving. Wel bevatten de onderwijswetten voor het funderend onderwijs algemene verplichtingen voor het bevoegd gezag om zorg te dragen voor een goed bestuurde school, de kwaliteit van het onderwijs en voor de veiligheid op school3. Mede op basis daarvan kan de inspectie in het kader van haar stimulerende taak in gesprek gaan met schoolbesturen over digitale veiligheid. De inspectie kan reactief optreden bij ICT-incidenten, omdat die vrijwel altijd doorwerken op de kwaliteit van het onderwijs of de in de sectorwetten geregelde sociale, psychische en fysieke veiligheid.
Al met al is er nu te weinig concreet geregeld om de inspectie consistent en robuust toe te laten zien op digitale veiligheid in brede zin. Ook mijn ambtsvoorganger noemde dat in de brief Digitale veiligheid in het funderend onderwijs van 5 november 2025.4 We werken aan het vastleggen van de bevoegdheden voor de Inspectie van het Onderwijs en informeren uw Kamer daarover in het najaar van 2026.
Naast de inspectie heeft ook de Autoriteit Persoonsgegevens een rol bij toezicht als het gaat om persoonsgegevens. Ook hebben bestuurders op basis van het Burgerlijk Wetboek een taak.
Reflectie op position papers artificiële intelligentie (AI)
Experts op het gebied van AI deelden hun inzichten tijdens het rondetafelgesprek over AI in het funderend onderwijs van 1 april 2026. In het commissiedebat van 9 april 2026 is gevraagd om een reflectie op deze bijdragen.
De position papers laten zien dat AI geen los technologisch vraagstuk is, maar direct raakt aan de kwaliteit en publieke waarden van het onderwijs. AI beïnvloedt hoe leerlingen leren, hoe leraren werken en welke kansen leerlingen krijgen. Daarbij wordt benadrukt dat technologie altijd ten dienste moet staan van goed onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen. Die opvatting deel ik.
De bijdragen maken ook duidelijk dat AI nieuwe dilemma’s met zich meebrengt. AI kan leraren ondersteunen en onderwijs toegankelijker maken, maar roept ook vragen op over privacy, afhankelijkheid van technologiebedrijven, commerciële invloed en het risico dat verschillen tussen leerlingen groter worden. Ook vraagt de snelle ontwikkeling van AI om blijvende aandacht voor deskundigheid van scholen en leraren en om duidelijke publieke randvoorwaarden.
De centrale vraag is daarom onder welke voorwaarden AI verantwoord kan bijdragen aan goed, veilig en kansrijk onderwijs. Dat vraagt om publieke regie, heldere kaders en beter inzicht in wat werkt. Daarom werk ik aan de ondersteuning van scholen via onder andere SIVON en Kennisnet. Bijvoorbeeld door meer duidelijkheid te geven over de Europese AI-verordening. Zo heeft SIVON, samen met Kennisnet, het AI-toetsingskader ontwikkeld: een hulpmiddel waarmee scholen en leveranciers AI-toepassingen kunnen beoordelen en waarmee de Europese AI-Verordening wordt vertaald naar de onderwijspraktijk. Ook doet onder meer NOLAI5 onderzoek naar de effecten van AI op onderwijskwaliteit, het leerproces en de pedagogische, sociale en maatschappelijke gevolgen van AI.
Daarnaast ontwikkelen Kennisnet en NOLAI gezamenlijk een AI-landkaart die bestaande initiatieven, kennisvragen en ondersteuningsstructuren samenbrengt. Daarmee wordt duidelijker waar scholen terecht kunnen voor ondersteuning en waar nog hiaten bestaan. Deze vraagstukken werk ik met partijen verder uit binnen het thema ‘nieuwe technologieën en AI’ van het regieplan digitalisering funderend onderwijs. Daar ga ik ook in op de op 16 juni aangenomen moties6 7. De voortgang op dit thema neem ik mee in het regieplan dat uw Kamer in het najaar van 2026 ontvangt.
Reflectie op Bring Your Own Device (BYOD)-beleid
Tijdens het rondetafelgesprek en het debat is aandacht gevraagd voor het Bring Your Own Device-beleid. Daarbij zijn vragen gesteld over kansengelijkheid, digitale veiligheid, privacy en de rol van scholen en ouders. Ook is de wens uitgesproken om scholen meer regie te geven op het gebruik van devices in het onderwijs.
Uit onderzoek8 blijkt dat scholen er eigenlijk altijd in slagen leerlingen toegang te geven tot een device, onder meer met ondersteuning van gemeenten en maatschappelijke organisaties. Daarmee weten scholen de toegang tot digitaal onderwijs in de praktijk veelal te waarborgen. Uit hetzelfde onderzoek komt wel naar voren dat a) de ondersteuningsstructuur in de praktijk complex is voor ouders en b) ouders die normaliter kunnen rondkomen maar geen ruimte hebben voor een dergelijke grote aanschaf niet altijd bereikt worden met de bestaande regelingen, denk aan werkende ouders met geldzorgen en gezinnen met meerdere kinderen. Het ministerie van OCW heeft in 2025 eenmalig €5 miljoen euro beschikbaar gesteld via Leergeld Nederland om het bereik van bestaande ondersteuningsregelingen verder te vergroten. De inzet van deze subsidie is tweeledig. Een aanzienlijk deel van de subsidie wordt ingezet voor daadwerkelijk bereiken van leerlingen uit bovengenoemde gezinnen. Daarnaast, om te kunnen bewegen richting een duurzame verbetering, kijkt Leergeld Nederland ook hoe de bekendheid van bestaande regelingen kan worden vergroot.
Een structurele overstap naar devices in eigendom en beheer van scholen zou 400-600 miljoen euro jaarlijkse kosten met zich meebrengen9. Scholen kunnen ook op andere manieren dan eigenaarschap van devices passende maatregelen treffen om risico’s te beheersen en hun informatiebeveiliging en privacybeleid goed te organiseren. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om duidelijke afspraken over het gebruik van devices met ouders en leerlingen, beheer van applicaties, veilige toegang tot systemen, bescherming van persoonsgegevens en het verantwoord gebruik van digitale toepassingen, waaronder AI.
De discussie over Bring Your Own Device-beleid laat zien dat digitalisering niet alleen vraagt om toegang tot technologie, maar ook om duidelijke keuzes rondom veiligheid, privacy, deskundigheid en publieke regie. Deze vraagstukken neem ik mee in de verdere uitwerking van het regieplan digitalisering funderend onderwijs, evenals de aangenomen motie van het lid Moorman.10
Afsluiting
Met het regieplan digitalisering en ai in het funderend onderwijs werken overheid, scholen en publieke partners aan een toekomstbestendig digitaal onderwijslandschap waarin technologie ondersteunend is aan goed onderwijs en publieke waarden blijvend worden beschermd. Daar gaan we komende jaren samen mee aan de slag.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Kennisnet is de publieke organisatie voor onderwijs en ict en ondersteunt scholen bij een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige inzet van digitalisering in het onderwijs.↩︎
SIVON is een publieke ict-coöperatie van en voor schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs en ondersteunt scholen bij veilig en toekomstbestendig digitaal onderwijs.↩︎
Zie de artikelen 2.87, 3.1 en 3.40 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en overeenkomstige artikelen in de andere onderwijswetten voor het funderend onderwijs.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 29240, nr. 177↩︎
Het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) onderzoekt samen met scholen, wetenschappers en bedrijven hoe artificiële intelligentie op een verantwoorde manier kan bijdragen aan de kwaliteit van het funderend onderwijs.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 32034, nr. 79↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 32034, nr. 77↩︎
Kamerstukken II, 32034, nr. 54, bijlage.↩︎
Structurele kosten (prijspeil 01-02-26): €221 mln. voor voortgezet onderwijs, €361 mln. voor primair onderwijs (groep 1 t/m 8), of €180 mln. voor primair onderwijs (groep 5 t/m 8). Deze kosten zijn jaarlijks en zowel voor aanschaf als beheer.↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 32034, nr. 80↩︎