Mededingingsprocedure Europese Commissie Nederlandse capaciteitsverdelingsregels
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Brief regering
Nummer: 2026D33580, datum: 2026-06-29, bijgewerkt: 2026-07-16 13:48, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 33-1235 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie.
Onderdeel van zaak 2026Z14951:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-09 10:15 β Reeds geagendeerd voor het commissiedebat Openbaar vervoer en taxi van dinsdag 13 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-07-01 13:30 β Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-07-01 13:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-10-13 16:30: Openbaar vervoer en taxi (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (π origineel)
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1235 Brief van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 juni 2026
De Europese Commissie (verder de Commissie) is eind 2024 een
vooronderzoek gestart naar de Nederlandse
spoorcapaciteitsverdelingsregels. Het betreft een vooronderzoek naar de
mogelijke schending door Nederland van de mededingingsbepalingen (art.
106 in combinatie met art. 102) uit het Verdrag betreffende de Werking
van de Europese Unie. Gelet op het gevoelige en daarmee vertrouwelijke
karakter van dit onderzoek kon hierover tot op heden niet publiekelijk
gecommuniceerd worden.
De Commissie heeft het vooronderzoek inmiddels afgerond en stelt zich op het voorlopige standpunt dat onderdelen van de Nederlandse capaciteitsverdelingsregels een ongelijkheid creΓ«ren tussen NS en andere vervoerders, die verstoring van de concurrentie op de markt van internationaal personenvervoer mogelijk maakt. Daarom is de Commissie nu een formele procedure gestart tegen Nederland en stuurt zij een (vertrouwelijke) aanmaningsbrief.
Nederland krijgt de gelegenheid om binnen twee maanden te reageren op de aanmaningsbrief. Ook NS heeft deze mogelijkheid. Vervolgens kan de Commissie, als zij van mening blijft dat onderdelen van de Nederlandse spoorcapaciteitsverdelingsregels strijdig zijn met het Unierecht, Nederland de verplichting opleggen om deze strijdigheid op te heffen. Tegen dit eventuele besluit is beroep bij het Hof van Justitie mogelijk.
Ik ga de brief van de Commissie eerst zorgvuldig bestuderen en vervolgens werken aan een reactie.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram