[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Vervolg rechterlijke uitspraken handhaving inburgering

Integratiebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D35379, datum: 2026-07-03, bijgewerkt: 2026-07-30 10:26, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 32824 -512 Integratiebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z15770:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


32 824 Integratiebeleid

Nr. 512 Brief van de minister van Werk en Participatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2026

De afgelopen jaren hebben rechterlijke uitspraken impact gehad op de boetes voor asielstatushouders die verwijtbaar niet binnen de inburgeringstermijn zijn ingeburgerd. 1 Mijn ambtsvoorgangers hebben de Tweede Kamer daarover op meerdere momenten geïnformeerd.2 Ik informeer uw Kamer met deze brief nader over de gevolgen van deze uitspraken en over de nieuwe uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 februari jl.

Wi2013

Het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) hebben in 2025 uitspraken gedaan over de Wet inburgering 2013 (hierna: Wi2013). In de kern heeft de Afdeling geconcludeerd dat een gebrek aan resultaat, namelijk het feit dat een asielstatushouder het inburgeringsexamen niet met succes heeft afgelegd, niet stelselmatig mag worden bestraft met een geldboete. Dit is strijdig met (hoger) Unierecht. Daarnaast heeft de Afdeling bepaald dat onder de Wi2013 het opleggen van een terugbetalingsverplichting van de lening aan asielstatushouders niet is toegestaan, omdat een verplicht inburgeringsprogramma voor hen in beginsel kosteloos dient te zijn.

Als gevolg van deze uitspraken heeft mijn voorganger uw Kamer vorig jaar geïnformeerd dat DUO in zijn opdracht geen boetes meer oplegt aan asielstatushouders onder de Wi2013 (nog wel aan gezins- en overige migranten, want de rechterlijke uitspraken zien niet op deze groepen).3 Ook is bepaald dat lopende leningen niet meer hoeven worden terugbetaald. Onherroepelijke besluiten over boetes en leningen van asielstatushouders onder de Wi2013, waar tegen geen bezwaar of beroep meer mogelijk is, zijn naar aanleiding van deze uitspraken niet ingetrokken.

Herzien onherroepelijke besluiten Wi2013

Met een recente uitspraak van de Afdeling van 18 februari jl.4 is echter duidelijk geworden dat de eerdere rechterlijke uitspraken uit 2025 ook zien op onherroepelijke besluiten betreffende de boete en de terugbetaling van de lening door asielstatushouders. De Afdeling geeft aan dat ook dergelijke besluiten gezien de eerdere uitspraken onmiskenbaar onjuist zijn geweest en het onredelijk zou zijn om deze besluiten in stand te laten.

Ik zie mij dan ook genoodzaakt alle reeds genomen en vaststaande besluiten bij verwijtbare termijnoverschrijdingen te herzien waar het asielstatushouders onder de Wi2013 betreft. Dit betekent dat betaalde bedragen voor boetes en/of aflossing van leningen zullen worden terugbetaald aan de betreffende asielstatushouders en de nog openstaande bedragen voor asielstatushouders worden kwijtgescholden. Dit betreft samen circa 3.300 personen. Ik heb DUO gevraagd hiervoor een herstelactie op te zetten. Het streven is om dit najaar te starten met de herstelactie. Ik heb hier in totaal € 9 miljoen voor gereserveerd. Daarvan is ongeveer € 5,8 miljoen gereserveerd voor het terugbetalen van afgeloste leningen en boetes5 en € 3,2 miljoen voor o.a. wettelijke rente over de betaalde bedragen (conform de Algemene wet bestuursrecht) en uitvoeringskosten. Dekking voor deze herstelactie wordt gevonden binnen de SZW-begroting en verwerkt bij de augustusbesluitvorming. De nog openstaande bedragen van asielstatushouders (circa € 9 miljoen) worden kwijtgescholden. Dit heeft geen gevolgen voor de begroting, omdat aan de ontvangstenkant geen rekening wordt gehouden met terugbetalingen door asielstatushouders. Ik informeer uw Kamer in het najaar over de nadere uitwerking en voortgang van de herstelactie.

Wetswijziging Wi2021

Daarnaast heeft mijn voorganger de Tweede Kamer geïnformeerd over handhaving onder de Wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021)6 en het feit dat DUO ook onder de Wi2021 geen boetes meer oplegt aan asielstatushouders. Die boetes zijn immers vergelijkbaar met die onder de Wi2013, want de boetes zien op resultaat. Daarmee zijn zij eveneens in strijd met (hoger) Unierecht. Dit laat onverlet dat de Wi2021 nog steeds voorziet in een boetemogelijkheid om de inburgeringsplicht bij asielstatushouders te handhaven. Mijn voorganger heeft uw Kamer geïnformeerd over het standpunt van SZW en VNG dat de gemeentelijke boetes die op inspanning zien nog wel opgelegd kunnen worden, mits dit zorgvuldig en individueel gebeurt.

Ik zie juridisch geen ruimte om voor asielstatushouders wederom een boete door DUO voor een gebrek aan resultaat in te voeren. Daarnaast is het invoeren van een boete voor asielstatushouders door DUO op inspanning niet mogelijk náást de gemeentelijke boetes, die ook op inspanning zien. Dat is immers strijdig met het fundamentele rechtsbeginsel dat iemand niet twee keer gestraft kan worden voor hetzelfde feit (ne bis in idem). Gemeenten hebben gezien hun regierol het beste zicht op inburgeraars en hun inspanningen in het inburgeringstraject. De wettelijke bepalingen voor boetes door DUO (artikel 24 en 25 Wi2021) dienen daarom voor asielstatushouders geschrapt te worden. Ik zet hiervoor een wetswijziging in gang. Aangezien de Wi2021 geen bepaling kent omtrent leningen van asielstatushouders en inburgeren voor hen kosteloos is, hoeft de wet op dat punt niet aangepast te worden.

Ik vind het belangrijk dat gemeenten als onderdeel van hun regierol waar nodig daadwerkelijk invulling geven aan de bevoegdheid en verantwoordelijkheid om de inburgeringsplicht te handhaven. Dat verandert niet door de uitspraken van de Afdeling. Gemeenten beschikken over verschillende instrumenten om inburgeraars te stimuleren én aan te spreken op hun verplichtingen. Ik blijf daarom nauwgezet monitoren hoe gemeenten handhaven en inburgeringsplichtigen stimuleren om tijdig aan hun plicht te voldoen. In overleg met de VNG wil ik bezien op welke wijze gemeenten hierbij verder kunnen worden gefaciliteerd en of nadere regelgeving gewenst is om te borgen dat de inburgeringsplicht ook daadwerkelijk wordt nageleefd.

De minister van Werk en Participatie,

A.A. Aartsen


  1. HvJEU 4 februari 2025, ECLI:EU:C:2025:52; ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3087.↩︎

  2. Kamerstukken II, 2023/24, 32 824, nr. 408; Kamerstukken II, 2023/24, 32 824, nr. 438, Kamerstukken II, 2025/2026, 32 824, nr. 475, Aanhangsel Handelingen II 2024/2025, nr. 2865.↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 32 824, nr. 475.↩︎

  4. ABRvS 18 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:925↩︎

  5. Peildatum cijfers DUO 22 juni 2026↩︎

  6. Kamerstukken II 2025/26, 32 824, nr. 475.↩︎