[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Maeijer en Mooiman over het artikel 'Na zestig jaar moet mevrouw Rodijnen-Brands (96) tot haar verdriet noodgedwongen verhuizen: 'Ik wil mijn laatste tijd het liefst hier doorbrengen''

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D36127, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-09 14:49, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z12428:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2515

2026Z12428

Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 9 juli 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2445

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel 'Na zestig jaar moet mevrouw Rodijnen-Brands (96) tot haar verdriet noodgedwongen verhuizen: 'Ik wil mijn laatste tijd het liefst hier doorbrengen''? 1)

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat een vrouw van 96 jaar, die afhankelijk is van mantelzorg en al zestig jaar in dezelfde woning woont, op zeer hoge leeftijd nog gedwongen wordt te verhuizen?

Antwoord 2

We snappen dat het erg ingrijpend kan zijn voor deze mevrouw. Het is een onwenselijke situatie om op deze leeftijd te moeten verhuizen uit de woning waar zij al 60 jaar in woont.

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat gedwongen verhuizingen op zeer hoge leeftijd grote gevolgen kunnen hebben voor het welzijn, de gezondheid en de zelfredzaamheid van ouderen?

Antwoord 3

Ja, wij delen de mening dat dit grote gevolgen kan hebben. Het is dan ook van belang dat met behulp van de betreffende corporatie wordt gezocht naar een nieuwe passende woning. Daarbij geldt evenwel dat een verhuizing naar een geclusterde woonvorm er ook voor kan zorgen dat mensen nieuwe contacten opdoen en mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarom is het zo van belang dat voldoende passende woningen voor ouderen worden gerealiseerd.

Vraag 4

Beschikt u over cijfers hoeveel ouderen van 90 jaar en ouder de afgelopen vijf jaar vanwege sloop, herstructurering of renovatie van hun woning hebben moeten verhuizen? Zo ja, kunt u die met de Kamer delen?

Antwoord 4

Wij beschikken niet over deze cijfers.

Vraag 5

Hoe verhoudt het gebrek aan passende woningen voor Nederlandse ouderen zich tot de prioriteit die in veel gemeenten wordt gegeven aan andere woningzoekenden, waaronder statushouders?

Antwoord 5

Het is niet behulpzaam om groepen tegenover elkaar te plaatsen, dus daar gaan wij niet in mee. De woningbouwopgave is één van de grootste prioriteiten van dit kabinet, en zo ook de huisvestingsopgave voor ouderen. Ook in gemeenten wordt hard gewerkt aan de woningbouw voor ouderen, zoals ook door het Aanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg voor Ouderen is geconstateerd. Dat wil niet zeggen dat er geen knelpunten zijn, ook wij zien dat versnelling nodig is. De opgave voor passende woningen staat echter scherp op ons netvlies.

Vraag 6

Welke mogelijkheden hebben woningcorporaties momenteel om maatwerk te bieden aan zeer kwetsbare ouderen die door sloop of herstructurering hun woning moeten verlaten?

Antwoord 6

Op grond van de Woningwet zijn woningcorporaties verplicht om een reglement op te stellen voor het slopen en ingrijpend renoveren van haar woningen en het hierbij betrekken van de betrokken bewoners. De woningcorporaties zijn verplicht om een verhuiskostenvergoeding te verstrekken aan een huurder die zijn of haar woning moet verlaten wegens sloop. Verder moet de woningcorporatie ook een passende woning beschikbaar hebben. De wet stelt verder geen eisen aan de inhoud van het verplichte reglement, omdat de context waarbinnen sloop en renovatie plaatsvinden lokaal en regionaal kunnen verschillen. Met het opstellen van een Nationaal sloop- en renovatiestatuut is beoogd om een landelijke handreiking te bieden die als basis kan dienen voor woningcorporaties, huurdersvertegenwoordigingen en gemeenten om verdere afspraken op lokaal niveau vast te leggen in een verplicht reglement (ook wel een sociaal plan genoemd).

Vraag 7

Bent u van mening dat bij ouderen op zeer hoge leeftijd het uitgangspunt zou moeten zijn dat een verhuizing zoveel mogelijk wordt voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 7

Dit kan zo niet in algemene zin worden gesteld. Zo kunnen woningen in complexen van corporaties sterk verouderd en van einde levensduur zijn. Na verloop van tijd zullen woningen moeten worden gerenoveerd. Dit gaat ook om de gezondheid van de huidige en toekomstige bewoners als het bijvoorbeeld gaat om isolatie en het binnenklimaat van woningen. Het is heel ingrijpend als dit betekent dat oudere bewoners moeten verhuizen, maar helaas ook soms onvermijdelijk.

Vraag 8

Herkent u signalen dat ouderen of hun familie afzien van het aanvragen van een zorgindicatie uit angst dat zij verder van hun sociale netwerk of mantelzorgers worden geplaatst?

Antwoord 8

Nee, deze signalen herkennen wij niet. Ook als mensen een Wlz-indicatie hebben, betekent dit niet dat ze moeten verhuizen. Ze kunnen de zorg ook met een Modulair Pakket Thuis, een Volledig Pakket thuis of een persoonsgebonden budget in het huis krijgen waar ze al wonen.

Vraag 9

Welke mogelijkheden ziet u om te bevorderen dat zeer kwetsbare ouderen die moeten verhuizen, voorrang krijgen op een passende woning in hun eigen woonomgeving?

Antwoord 9

Op basis van de Huisvestingswet 2014 hebben gemeenten al verschillende mogelijkheden om woningzoekenden voorrang te verlenen, onder mee op basis van passendheid1 of voorrang voor woningzoekenden met lokale binding2. In de huisvestingsverordening legt een gemeente deze voorrangsregels vast. Hiermee kunnen gemeenten bijvoorbeeld voorrang geven aan lokale ouderen op een nultredenwoning.

In het algemeen is het belangrijk dat er voldoende passende woningen zijn. Daarom zet ik onder meer via de Woondeals samen met provincies en gemeenten in op het bouwen van voldoende nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen voor ouderen.

Vraag 10

Bent u bereid in overleg te treden met woningcorporaties, gemeenten en ouderenorganisaties om te bezien of aanvullende afspraken nodig zijn om gedwongen verhuizingen van zeer kwetsbare ouderen zoveel mogelijk te voorkomen?

Antwoord 10

Het kabinet is al volop bezig met het in samenspraak realiseren van voldoende woningen voor ouderen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met woningcorporaties over sloop en renovatie. Met het Nationaal sloop- en renovatiestatuut heeft het kabinet een landelijke handreiking gedaan, die als basis kan dienen om tot goede lokale afspraken te komen. Ik verwacht dat corporaties samen met de betrokken lokale partijen tot goede afspraken en oplossingen komen. Ik heb geen signalen ontvangen dat dit niet het geval is. Daarom vinden wij het niet nodig om nog aanvullend met deze organisaties in overleg te treden en aanvullende afspraken te maken.

Vraag 11

Bent u bereid om in overleg met de betrokken woningcorporatie, gemeente en andere betrokken partijen te kijken of voor mevrouw Rodijnen-Brands alsnog een passende oplossing kan worden gevonden, zodat zij haar laatste levensfase zoveel mogelijk in haar vertrouwde omgeving kan doorbrengen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11

Wij vinden het belangrijk dat dit gesprek lokaal wordt gevoerd en vinden het niet behulpzaam om vanuit Den Haag te bepalen wat het beste is voor deze specifieke situatie. Het is de verantwoordelijkheid van de corporatie om met de gemeente en de andere betrokken partijen om tot een passende oplossing te komen. Wij zien hierin geen rol voor onszelf.

Vraag 12

Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?

Antwoord 12

Ja.

1) https://www.bd.nl/oss/na-zestig-jaar-moet-mevrouw-rodijnen-brands-96-tot-haarverdriet-noodgedwongenverhuizen-ik-wil-mijn-laatste-tijd-het-liefst-hierdoorbrengen~a3692b86/


  1. Artikel 11 van de Huisvestingswet 2014.↩︎

  2. Artikel 14 van de Huisvestingswet 2014.↩︎