[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op verzoek commissie over de brief van de Stichting Stikstof Claim (SSC) over bedrijfsgerichte doelsturing en KPI’s

Toekomstvisie agrarische sector

Brief regering

Nummer: 2026D36144, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-31 14:12, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30252 -224 Toekomstvisie agrarische sector.

Onderdeel van zaak 2026Z16011:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


30 252 Toekomstvisie agrarische sector

Nr. 224 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2026

In uw brief van 8 april 2026 (kenmerk 2026Z06722/2026D16462) verzocht u mij om een reactie op de brief van Stichting Stikstof Claim (SSC), namens meerdere boerenorganisaties. In deze brief worden bezwaren geuit tegen de invoering van bedrijfsgerichte doelsturing met behulp van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Met deze brief kom ik aan uw verzoek tegemoet.

Allereerst wil ik Stichting Stikstofclaim bedanken voor hun inbreng en het kenbaar maken van hun zorgen over bedrijfsgerichte doelsturing. Doelsturing is het integraal en bedrijfsgericht sturen op doelen vanuit de overheid en/of de markt, waarbij het voor de agrarisch ondernemer duidelijk is welke prestaties hij of zij moet leveren op het eigen bedrijf en er ruimte bestaat voor vakmanschap en ondernemerskeuzes om de gestelde doelen te halen. Hierbij wordt een ingroeipad gehanteerd om het systeem zorgvuldig en stapsgewijs uit te bouwen en de ondernemer hierin mee te nemen en te faciliteren. Ik heb begrip voor de zorgen die in de brief zijn aangestipt. Hieronder ga ik in op de punten die in de brief aan de orde zijn gesteld.

Het kabinet zet in op afrekenbare bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaat in 2035. Voor waterkwaliteit wordt gericht op het bereiken van de Europese normen, zoals vastgelegd in de Nitraatrichtlijn. Doelsturing op kwaliteit van water wordt uitgewerkt als onderdeel van het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn en volgt daarmee een ander tijdpad. Keuzes over de inrichting van doelsturing op de kwaliteit van water bezie ik in samenhang met de maatregelen in het nog op te stellen 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn.


Stikstof en klimaat

Door nu duidelijke kaders te stellen waar bedrijven uiteindelijk aan moeten voldoen kunnen bedrijven overwogen een keuze maken over de ontwikkeling van hun bedrijf. In aanloop daarnaartoe zet het kabinet ook al in op informerende en stimulerende maatregelen om ondernemers te ondersteunen in het toewerken naar de emissienormen voor stikstof en klimaat. Het belonen van goede prestaties en het afrekenen bij het niet halen van de normen is nodig voor het tijdig halen en borgen van de beoogde emissiereductie voor stikstof en klimaat. Het zal per opgave en per sector verschillen wat mogelijk en nodig is.

Het kabinet wil voorkomen dat het systeem van doelsturing overvraagd wordt. Daarom zijn de bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaat onderdeel van de bredere samenhangende aanpak waaraan wordt gewerkt via de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof waar ik uw Kamer over heb geïnformeerd op 27 maart 2026.

Zoals gecommuniceerd in de Kamerbrief van 27 maart 2026 over de samenhangende aanpak, kiest dit kabinet voor een geborgde aanpak. Dat betekent dat aanvullende maatregelen worden getroffen als de emissiedoelen voor stikstof en klimaat voor de landbouw, industrie en mobiliteit voor 2035, of het tussenliggende streefdoel voor de landbouw voor 2030, niet worden bereikt (‘bijsturing’). Het kabinet streeft ernaar voor de zomer de Kamer te informeren over de verdere beleidsmatige invulling van de emissienormen voor stikstof en klimaat voor de veehouderij.

Na bekendmaking van de emissienormen voor stikstof en klimaat kan het debat hierover worden gevoerd in het parlement, moet worden uitgewerkt hoe de vastlegging in de regelgeving eruit komt te zien en hoe de uitvoering, toezicht en handhaving zal gaan werken. Uiteraard wordt bij het vastleggen van normen rekening gehouden met de Europese kaders en zal daarbinnen worden geopereerd en daar waar nodig zal er ook bij de Europese Commissie consultatie plaatsvinden. Vanzelfsprekend zullen de verschillende toetsen die onderdeel zijn van een regelgevingstraject uitgevoerd worden.

Implementatie
Ik ben het met SSC eens dat bedrijfsgerichte doelsturing niet eenvoudig is en zorgvuldigheid vergt bij de implementatie. Doelsturing vraagt inderdaad dat de overheid en de agrarisch ondernemers op onderdelen op een andere manier werken dan voorheen. Dat brengt vraagstukken met zich mee en dat is ook waarom de invoering van (afrekenbare) doelsturing een stapsgewijs en zorgvuldig traject vergt evenals specifieke aanpakken voor de verschillende opgaven en verschillende sectoren die niet van vandaag op morgen gerealiseerd zijn. Het kabinet spant zich in om de kaders en voorwaarden de komende periode aan te brengen.

Voor de operationalisering van doelsturing zullen in de komende jaren dan ook nog verschillende keuzes gemaakt moeten worden, variërend van juridische borging tot de ontwikkeling van het systeem zoals monitoring en beschikbaarheid van data van de juiste kwaliteit. Ook vindt het kabinet het belangrijk dat ondernemers inzicht kunnen krijgen in waar zij staan ten opzichte van de norm, hoe dit bepaald wordt en dat zij betrouwbaar kunnen aantonen dat zij aan de normen voldoen. Voor het vaststellen van emissies op bedrijfsniveau zijn verschillende methodes mogelijk, variërend van eenvoudigere rekenmethodes tot een gedetailleerde rekenmethode of (continu) meten. Deze mogelijkheden worden nader uitgewerkt in de bredere ontwikkeling van het doelsturingssysteem. Hierbij wordt rekening gehouden met wat beleidsbeslissingen betekenen voor ondernemers en wat technisch haalbaar is. Het uitgangspunt bij doelsturing is dat indicatoren om de prestaties van de boer te beoordelen zo worden gekozen dat deze de inspanningen van de boer weergeven.

Openbaarheid van data voor doelsturing

Ik realiseer mij dat er zich dilemma’s kunnen voordoen bij de openbaarmaking van informatie, bijvoorbeeld wanneer openbaarmaking van informatie mede raakt aan de persoonlijke levenssfeer van agrarische ondernemers. Ik vind het daarom van belang om de verschillende belangen die hier kunnen spelen af te wegen, binnen de kaders die onder meer de Woo biedt.

Dit zal ook worden meegenomen bij de vormgeving van doelsturing. Hiernaast staat dit jaar een wetsevaluatie van de Woo op de planning. Het streven is om de Woo beter toepasbaar te maken. In deze wetsevaluatie wordt ook expliciet gekeken naar de openbaarmaking van emissiegegevens1.

Zoals ook eerder gemeld blijft het kabinet zich daarnaast inzetten in Brussel om het vraagstuk rond de openbaarmaking van emissiegegevens-die ook woonadressen zijn-te agenderen en verder te brengen2.Ook werk ik met de Minister van Justitie en Veiligheid aan een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers3. Ik verwijs u tevens naar de antwoorden op Kamervragen over openbaarmaking bedrijfsgegevens naar aanleiding van de technische briefing over doelsturing4.

Doelsturing is alleen mogelijk als data die nodig zijn om doelbereik vast te stellen beschikbaar zijn en worden gedeeld. SSC geeft aan zorgen te hebben over het openbaar worden van data van boeren. Openbaarheid van overheidsinformatie is een belangrijk onderdeel van onze democratische rechtsstaat. Openbaarheid van gegevens maakt het mogelijk voor belangenorganisaties, onderzoekers en burgers informatie te vergaren over onder andere hun leefomgeving. Daarom zijn er internationaal afspraken gemaakt over openbaarheid van informatie. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Verdrag van Aarhus (hierna: het verdrag) en de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG, hierna: de richtlijn). De richtlijn en het verdrag zijn geïmplementeerd in de Wet open overheid (Woo).

Dit laat onverlet dat het van belang is dat besluiten in het kader van doelsturing zorgvuldig worden voorbereid en dragend worden gemotiveerd. Er moet nog bepaald worden welke gegevens daarvoor nodig zijn. Bij het maken van deze keuzes zal ik de belangen van openbaarheid en de bescherming van bedrijfs- en persoonsgegevens afwegen binnen de geldende kaders.

Administratieve lasten

Het zo veel als mogelijk beperken van administratieve lasten van bedrijfsgerichte doelsturing is een belangrijk streven dat in de besluitvorming wordt meegewogen. Administratieve lasten voor ondernemers worden weergegeven in het onderdeel lastendruk wat een paragraaf is van de toelichting bij wet- en regelgeving. In dat onderdeel wordt ook aangegeven wat de gevolgen zijn voor de ondernemers na invoering van nieuwe regelgeving. We begrijpen dat u hier zorgen over heeft. Bij de uitwerking en invoering van doelsturing wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan de administratieve gevolgen voor ondernemers.

Ten slotte

Afrondend vind ik het belangrijk te benoemen dat voor de basis van bedrijfsspecifieke emissienormen voor stikstof en klimaat de individuele ondernemers duidelijkheid krijgen over de opgave op hun bedrijf en ook verantwoordelijk zijn om de afrekenbare doelen in 2035 te halen. Dat neemt niet weg dat er al veel goede voorbeelden zijn van (lokale) initiatieven die in gebieden werken aan emissiereductie. Ik vind het belangrijk om die energie te benutten en zal in de uitwerking van het doelsturingssysteem bezien hoe dergelijke initiatieven een rol kunnen spelen in het reduceren van emissies via bijvoorbeeld faciliterend beleid.

Doelsturing is een belangrijk instrument om de verduurzaming van de landbouwsector te versnellen. De zorgen die SSC en de boerenorganisaties hebben aangedragen, worden serieus genomen en meegenomen in de verdere ontwikkeling van doelsturing in de verschillende sectoren en op verschillende thema’s.

De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

J. van Essen


  1. Kamerstukken II 2025/26, 32802, nr. 140↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26, 32802, nr. 145↩︎

  3. Kamerstukken II 2025/26, 32802, nr. 140↩︎

  4. Aanhangsel Handelingen II 2025/26, nr. 1724↩︎