Voortgang directie Realisatie Energietransitie
Voorzienings- en leveringszekerheid energie
Brief regering
Nummer: 2026D36149, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-20 13:03, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
- Voortgang directie Realisatie Energie infrastructuur per modaliteit, systeem en programmering
- Hoofdrapportage voorverkenning diepe aanlandingen
- Voorverkenning diepe aanlandingen - Beleidscontext
- Voorverkenning diepe aanlandingen - Alternatievendocument
- Voorvekenning diepe aanlanding - Effectbeoordeling energiesysteem
- Voorverkenning diepe aanlanding - Effectbeoordeling milieu, omgeving en kosten
- Beslisnota bij Kamerbrief Voortgang directie Realisatie Energietransitie
Onderdeel van kamerstukdossier 29023 -721 Voorzienings- en leveringszekerheid energie.
Onderdeel van zaak 2026Z16013:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 17:00: Procedurevergadering commissie Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
29 023 Voorzienings- en leveringszekerheid energie
31 239 Stimulering duurzame energieproductie
Nr. 721 Brief van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2026
Nederland staat voor een enorme opgave: de transitie naar een toekomstbestendig energiesysteem. In die opgave werkt Nederland aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie, die voor iedereen betaalbaar is en waarbij we minder afhankelijk worden van buitenlandse bronnen. Het Rijk neemt in de energietransitie het voortouw door het nationale energiesysteem ingrijpend uit te breiden, zodat woningen, bedrijven en voorzieningen voldoende duurzame energie hebben. Hiervoor versterken we het elektriciteitsnet, bouwen we een landelijk waterstofnetwerk, leggen we leidingen aan om CO₂ af te voeren en realiseren we infrastructuur voor windenergie op zee. Het Rijk stelt de kaders, coördineert de uitvoering, opereert als bevoegd gezag voor nationale energieprojecten en zorgt voor de benodigde landelijke wet- en regelgeving. Netbeheerders, provincies, gemeenten, waterschappen, bedrijven en andere partners dragen bij aan de realisatie, elk binnen hun eigen verantwoordelijkheid.
De energietransitie is geen gemakkelijke opgave: zo is er een te kort aan personeel voor het uitvoeren van projecten en is er niet altijd voldoende geld voor alle nodige investeringen. De schaarse ruimte in Nederland en claims van andere belangrijke opgaven zoals woningbouw, landbouw, natuur en wegen en spoorwegen en werelderfgoed stellen ons hiernaast dagelijks voor moeilijke afwegingen. Mijn inzet hierbij is gericht op een evenwichtige belangenafweging met voldoende draagvlak in de regio, zonder de snelheid te verliezen.
De aanleg van de benodigde nationale energie-infrastructuur is in volle gang. De groei in aanbod en vraag naar energie vertaalt zich naar nieuwe projecten. Zo worden op dit moment door heel het land honderden essentiële energieprojecten uitgevoerd. Voor drieënveertig van dit soort projecten die in de projectprocedure zitten, treedt het Rijk op als bevoegd gezag. Hierin pakt het Rijk regie op de locatiekeuze en benodigde vergunningen voor éénentwintig hoogspannings-, negen waterstof-, zes gas- en zeven CCS-projecten. Al deze drieënveertig projecten zijn van belang voor het nationale energiesysteem en kennen grote provincie-overstijgende of politiek-bestuurlijke uitdagingen. Naast deze nationale energieprojecten faciliteert het Rijk ook gemeenten en provincies bij projecten van nationaal of regionaal belang via de projectenaanpak netcongestie. In de recent aan uw Kamer gestuurde brief over netcongestie heb ik u geïnformeerd hoe het Rijk netcongestie aanpakt.
Overzicht resultaten
Deze brief gaat in op de voortgang van nationale
energie-infrastructuurprojecten. De afgelopen periode zijn verschillende
mijlpalen behaald. Concrete voorbeelden zijn:
Waterstof: in mei is het eerste deel van het landelijke waterstofnetwerk1 opgeleverd. Met de oplevering van de 32 kilometer lange pijpleiding is een belangrijke mijlpaal bereikt in de ontwikkeling van de Nederlandse en Europese waterstofinfrastructuur.
CO2-afvang, -transport en -opslag (CCS)2: De aanleg van het CCS-netwerk is in volle gang: op land is zo’n 30 kilometer pijpleiding in de grond gerealiseerd. In de Noordzee is meer dan 20 kilometer offshore-pijpleiding op de zeebodem aangelegd. Op de Maasvlakte worden de eerste gebouwen bij het compressorstation vanaf medio 2026 opgeleverd.
Wind op Zee: Windpark ‘Ecowende’ in windenergiegebied Hollandse Kust wordt gefaseerd in gebruik genomen en is komend najaar operationeel. Hiermee levert de realisatie van het windpark 760 megawatt extra groene energie aan Nederland. De Kamer is op 12 juni 2026 geïnformeerd over de definitieve tenderregelingen voor IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B,
beide goed voor 1 gigawatt (GW). Dit is gepubliceerd in de Staatscourant op 18 juni 2026. De tender loopt van 26 november tot en met 10 december 2026. Voor Nederwiek en Doordewind zijn de kavelbesluiten in voorbereiding.Om de kabinetsvisie van 40GW te realiseren zijn in aanvulling op de bestaande routekaart van 23 GW plannen in ontwikkeling voor de doorgroei naar 30GW aan windenergie vermogen op zee. Dit is al een uitdagende zoektocht, met de huidige kaders is ruimte voor aanlanding van deze windenergie immers schaars. Van de beschikbare locaties maken we zo goed mogelijk gebruik. Voor de doorgroei van 30-40 GW windenergie op zee start een studietraject, waarbij ook met andere kaders gekeken gaat worden naar de mogelijkheden voor verdere doorgroei. Uit het Nationaal Plan Energiesysteem blijkt namelijk dat Nederland deze stroom nodig zal hebben, maar dan niet alleen aan de kust. Al ruim voor we bij 40GW zijn zal diepe aanlanding een belangrijk vraagstuk worden.
Voor aanlanding in de kustregio heeft Ontwerpprogramma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee (VAWOZ) ter inzage gelegen3. In het ontwerpprogramma zijn vijf voorkeursalternatieven geïdentificeerd voor de aanlanding van energie uit de volgende generatie windparken. De locaties zijn verspreid over Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland. Na het verwerken van ontvangen reacties en het advies van de commissie MER, wordt eind dit jaar het programma definitief vastgesteld en starten begin 2027 naar verwachting projectprocedures voor de verdere ruimtelijke inpassing en vergunningverlening.
Diepe Aanlandingen: Omdat het aantal geschikte locaties aan de kust beperkt is en de windenergie ook op andere plekken in het land nodig is, is onderzocht of aansluiting dieper landinwaarts mogelijk is. Uit dit onderzoek blijkt dat zowel in de fysieke ruimte als in het net de meest kansrijke regio's Gelderland, Noord-Brabant en Limburg zijn. Deze nieuwe landinwaartse vorm van aanlanden bevindt zich met deze voorverkenning in een vroege fase van onderzoek. Om daadwerkelijk tot realisatie van diepe aanlandingen te komen is nader onderzoek nodig. Daarom ga ik in het vervolgonderzoek verder in op potentiële routes en aansluitlocaties, waarbij de kansen en risico’s scherper in beeld gebracht zullen worden.
Hoogspanning op Land: Er lopen momenteel vijftien ruimtelijke procedures voor elektriciteitsprojecten op land: vier opwaarderingen, vijf nieuwe stations en zes nieuwe verbindingen (inclusief bijbehorende stations).
In meerdere projecten speelt de vraag hoe deze in de buurt van werelderfgoed gebieden gerealiseerd kunnen worden. Om hier helderheid en oplossingen voor te bieden is, in samenwerking met het ministerie van OCW,
een Landsdekkende Heritage Impact Assessment uitgevoerd4.
Tot slot
De resultaten genoemd in deze brief zijn maar een greep uit de projecten
en procedures die de afgelopen tijd zijn uitgevoerd en de komende tijd
gerealiseerd gaan worden. Door heel Nederland werken netbeheerders,
gemeenten, provincies en bedrijven aan de uitbreiding en versterking van
het energiesysteem. Dat betekent dat inwoners, bedrijven en overheden in
vrijwel alle regio's de komende jaren te maken krijgen met de impact in
hun persoonlijke leefomgeving door de voorbereiding en uitvoering van
energieprojecten.
In Bijlage 1 is een uitgebreidere toelichting over de voortgang van
projecten opgenomen. Bijlage 2 tot en met 6 bevat de hoofdrapportage van
de voorverkenning van de diepe aanlanding van elektriciteitsnetten vanaf
windmolenparken op zee en bijbehorende stukken.
Met het werk dat dagelijks door duizenden mensen in Nederland wordt
verzet aan ons energiesysteem zetten we stappen in de goede richting. Ik
zet me in om de benodigde infrastructuur zo snel en zorgvuldig mogelijk
te realiseren, zodat Nederland minder afhankelijk wordt van het
buitenland en de energietransitie succesvol kan worden doorgezet. De
intensieve samenwerking met netbeheerders, provincies, gemeenten en
andere partners blijft daarbij cruciaal om alle benodigde
energie-infrastructuur tijdig te realiseren.
De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
J. de Bat