Toezegging gedaan tijdens het debat over de samenhangende aanpak landbouw en stikstof van woensdag 1 juli 2026, over verschillende mogelijkheden voor ketenafspraken bezie en mijn standpunt ten aanzien van prijsafspraken nader toe te lichten
Toekomstvisie agrarische sector
Brief regering
Nummer: 2026D36157, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-31 14:34, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Onderdeel van kamerstukdossier 30252 -225 Toekomstvisie agrarische sector.
Onderdeel van zaak 2026Z16014:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Preview document (🔗 origineel)
30 252 Toekomstvisie agrarische sector
Nr. 225 Brief van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2026
In het Kamerdebat over de samenhangende aanpak landbouw, natuur en stikstof van woensdag 1 juli jl. heb ik aan het lid Dassen toegezegd aan te geven hoe ik verschillende mogelijkheden voor ketenafspraken bezie en mijn standpunt ten aanzien van prijsafspraken nader toe te lichten. Met deze brief doe ik die toezegging gestand.
In algemene zin komen prijzen voor landbouwgoederen en voedselproducten tussen ketenpartijen tot stand via het economisch verkeer van vraag en aanbod. Nederlandse agrarische bedrijven, hun toeleveranciers en afnemers opereren in een internationaal speelveld en op de interne markt van de Europese Unie. Marktpartijen moeten zich daarbij houden aan geldende mededingingsregels waarop toezicht wordt gehouden door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De ACM is een onafhankelijke toezichthouder die zich sterk maakt voor goed werkende markten voor mensen en bedrijven.
De achtergrond van uw vraag ziet op de mogelijkheid om prijsafspraken in de keten te maken over meerkosten voor duurzamer geproduceerde landbouwproducten. Samenwerking tussen ketenpartijen biedt de mogelijkheid om een meerprijs te krijgen. In de Agro-Nutri Monitor geeft de ACM aan dat agrariërs die onder een duurzaamheidskeurmerk produceren voor deze meerkosten veelal een vergoeding ontvangen. Echter geeft zes op de tien agrariërs aan dat deze aanvullende vergoeding niet volledig dekkend is. Daarnaast blijkt uit de monitor dat afgelopen periode voor biologische boeren de meerkosten niet altijd meer worden vergoed uit de verkoopprijs en de gestegen productiekosten hierin een rol spelen.1
Er zijn niettemin diverse mogelijkheden om in de markt een meerprijs voor duurzame productie te realiseren. Zo biedt samenwerking tussen primaire producenten voordelen, door verlaging van kosten en versterking van de onderhandelingspositie ten opzichte van afnemers. Ook de ACM constateert dat samenwerking verder versterkt kan worden, niet alleen binnen een producentenorganisatie, maar ook tussen producentenorganisaties in Unies van Producentenorganisaties of andere verbanden van samenwerking tussen agrariërs zoals in coöperatieverband.2
Tegelijkertijd zijn andere instrumenten beschikbaar die het onder bepaalde voorwaarden mogelijk maken op bovenwettelijke basis vrijwillige prijsafspraken tussen een primaire producent en haar afnemers te maken. In dat kader is uw Kamer geïnformeerd dat artikel 210 bis van de GMO-verordening (Verordening (EU) nr. 1308/2013) een belangrijke uitzondering vormt op het Europese mededingingsrecht.3
De uitzondering geldt voor afspraken tussen of met landbouwproducenten, die gericht zijn op het bereiken van duurzaamheidsnormen die verder gaan dan de wettelijke normen van de EU en/of lidstaten, mits deze afspraken onmisbaar zijn voor het behalen van die hogere norm. In dat geval zijn de afspraken toegestaan zonder dat voorafgaande goedkeuring noodzakelijk is. De Europese Commissie publiceerde op 7 december 2023 in zogenoemde richtsnoeren meer informatie over de toepassingsmogelijkheden van dit nieuwe artikel. De ACM biedt hierin actief zowel gevraagd als ongevraagd advies en ondersteunt marktpartijen met kennis over de mogelijkheden, bijvoorbeeld in de Leidraad Samenwerking Landbouwers.4 Het is aan ketenpartijen zelf om de afweging te maken om dergelijke afspraken te maken of andere oplossingen te vinden voor het maken van afspraken met leveranciers. Doelstellingen kunnen bijvoorbeeld ook worden bereikt via private labels of keurmerken.
Naast deze verruimde mogelijkheden tot prijsafspraken blijft het van belang om te werken aan een grotere vraag naar duurzame producten. Specifiek voor de biologische landbouw verwacht ik dat ketenpartijen uiterlijk 1 april 2027 afspraken maken voor de groei van de vraag naar biologische producten.5
Een goed verdienvermogen voor agrarisch ondernemers is een belangrijk punt voor het kabinet. Het kabinet heeft daarom expliciet aandacht voor de rol van ketenpartijen. Ik vertrouw erop dat ketenpartijen hun verantwoordelijkheid nemen om de markt voor duurzaam geproduceerd voedsel te vergroten. Tegelijkertijd werk ik, zoals aangekondigd in de brief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw’, aan een aanpak rondom Uitgebreide Keten Verantwoordelijkheid, waar ik uw Kamer in het najaar verder over zal informeren. Ik zal in mijn nadere uitwerking ook de mogelijkheden van afspraken onder artikel 201bis betrekken.
Tot slot, via deze weg informeer ik u namens de staatssecretaris van LVVN over de motie van de leden Ouwehand en Grinwis (Kamerstuk 36800-XIV, nr. 61) waarbij toegezegd is u voor de zomer te informeren over de vervolgstappen.
Er is meer tijd nodig voor een zorgvuldig gesprek met de betrokken partijen en het kabinet zal na de zomer u hier nader over informeren terugkomen.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
J. van Essen