Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het opheffen van de afdeling ArtScience door de Hogeschool der Kunsten Den Haag
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D36192, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-09 14:35, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Onderdeel van zaak 2026Z12404:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2509
Antwoord van minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 9 juli 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2361
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de afdeling ArtScience die gezamenlijk
vormgegeven wordt door de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en
het Koninklijk Conservatorium per september opgeheven wordt? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat het onwenselijk is dat met het opdelen en
elders onderbrengen van de opleidingen van ArtScience de structuur
verdwijnt die deze opleidingen met elkaar verbindt en waarvoor studenten
zich expliciet hadden ingeschreven?
Antwoord 2
De Hogeschool der Kunsten Den Haag (hierna: de hogeschool) heeft mij geïnformeerd dat besloten is tot een organisatorische wijziging van het onderwijs. De variant ArtScience binnen de bachelor Fine Arts wordt organisatorisch ondergebracht in de faculteit Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst (KABK) en de variant ArtScience binnen de Master of Music wordt organisatorisch ondergebracht in de faculteit Koninklijk Conservatorium (KC) van de hogeschool. De interfaculteit ArtScience wordt daarmee opgeheven.
Als minister ben ik verantwoordelijk voor het stelsel van het hoger onderwijs. De instelling is zelf verantwoordelijk voor de inrichting en kwaliteit van het onderwijs, waarbij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) periodiek de kwaliteit van de opleidingen in het hoger onderwijs toetst. Het is vanuit mijn stelselrol niet passend dat ik als minister uitspraken doe over de wenselijkheid van organisatorische wijzigingen in het onderwijs binnen een instelling.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat het besluit tot opheffing er plotseling toe geleid
heeft dat studenten van het ArtScience-programma sommige cursussen niet
meer kunnen volgen, geen toegang meer hebben tot faciliteiten en geen
duidelijke informatie ontvangen over de toekomst van hun studie?
Antwoord 3
Zoals in het antwoord op vraag 2 is toegelicht, wordt de interfaculteit ArtScience opgeheven en het onderwijs in respectievelijk de KABK en het KC ondergebracht. Door deze organisatiewijziging kunnen volgens de instelling zowel de bachelorvariant ArtScience als de mastervariant ArtScience duurzamer worden ingericht met behoud van de interdisciplinariteit, experimentele cultuur en identiteit van het onderwijs. Wat met name wijzigt is de plaats van het onderwijs binnen de organisatie.
De hogeschool heeft mij tevens laten weten dat de kwaliteit en continuïteit van de twee varianten de hoogste prioriteit heeft en het belangrijk te vinden met de studenten in gesprek te zijn en blijven over de veranderingen in het onderwijs. De hogeschool heeft aangegeven dat de studenten toegang blijven houden tot alle faciliteiten.
Vraag 4
Bent u bereid stappen te ondernemen om het gesprek tussen studenten,
medewerkers en het bestuur op gang te brengen om tenminste te kijken wat
er gedaan kan worden voor de studenten wiens studievoortgang door dit
besluit bedreigd wordt?
Antwoord 4
Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3. De hogeschool heeft mij laten weten dat kwaliteit en continuïteit van de twee varianten de hoogste prioriteit heeft en met de zittende bachelor- en masterstudenten hierover reeds in gesprek te zijn. Dit is ook de verantwoordelijkheid van de instelling en ik constateer dat de instelling die ook neemt.
Vraag 5
Vindt u het een wenselijke gang van zaken dat het besluit tot opheffing
van een 35 jaar oude afdeling in één vergadering tot stand lijkt te zijn
gekomen en door het hoofd Marketing aan studenten is gecommuniceerd via
een bericht op hun online portal?
Antwoord 5
De instelling gaat over de organisatorische inrichting van het onderwijs en doorloopt hiervoor de gebruikelijke interne besluitvormings- en communicatieprocessen. Zo ook in dit geval. De hogeschool heeft mij geïnformeerd dat zorgvuldig de tijd is genomen om tot het besluit te komen. Het docententeam en de studenten zijn gedurende het proces meegenomen in de voorgenomen veranderingen. Het uiteindelijke besluit is genomen na positief advies van de medezeggenschapsraad.
Vraag 6
Kunt u een overzicht geven van of nagaan welke opleidingen in 2026 en
2027 vanwege de bezuinigingen van het kabinet Schoof -inclusief de nog
voor 2026 staande bezuinigingen- worden ingekrompen, samengevoegd of
geheel verdwijnen?
Antwoord 6
Het ministerie beschikt niet over een dergelijk overzicht. Hogescholen en universiteiten bepalen zelf hoe zij de middelen voor onderwijs en onderzoek inzetten; ze hebben hierin bestedingsvrijheid.
In de vraag wordt gerefereerd aan de nog voor 2026 staande bezuinigingen. Ik neem aan dat dan gedoeld wordt op de bezuiniging gekoppeld aan internationale studenten. Deze is grotendeels ingevuld met de afname van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten die volgde uit de referentieraming. In het hbo resteert in 2026 daardoor een opgave van € 2 miljoen in totaal.1 Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de rijksbijdrage van instellingen, deze zal daardoor op instellingsniveau beperkt afnemen.
Het betekent natuurlijk ook dat er minder internationale studenten ingeschreven staan bij de instellingen en als gevolg van demografische ontwikkelingen tevens het totaal aantal studenten daalt. Dit kan ervoor zorgen dat instellingen genoodzaakt zijn keuzes te maken en bezuinigingen door te voeren om de organisatie daarmee financieel gezond te houden.
Ik heb echter van de hogeschool begrepen dat het besluit omtrent ArtScience geen bezuinigingsoperatie is, maar juist is bedoeld om het onderwijs een duurzame borging te geven.
Vraag 7
Begrijpt het kabinet dat het wrang voelt dat er alsnog drastische
bezuinigingen worden doorgevoerd op hogescholen en universiteiten
terwijl bij de presentatie van het coalitieakkoord bij studenten en
medewerkers de hoop werd gewekt dat de bezuinigingen en de gevolgen
daarvan zouden worden teruggedraaid?
Antwoord 7
Dit kabinet investeert in het hoger onderwijs en draait een aantal bezuinigingen van het vorige kabinet terug. Naast de hierboven genoemde € 2 mln. in het hbo kunnen instellingen te maken hebben met dalende studentenaantallen als gevolg van demografische ontwikkelingen waardoor ze minder studentgebonden financiering ontvangen, en kunnen instellingsspecifieke factoren en gestegen kosten een rol spelen bij dergelijke keuzes om hun instelling financieel gezond te houden.
In het geval van het opheffen van de interfaculteit ArtScience benadrukt de hogeschool dat dit niet door bezuinigingen is ingegeven maar juist een investering is in een duurzaam toekomstperspectief voor zowel het bachelor- als het masteronderwijs ArtScience.
Vraag 8
Waarom is ervoor gekozen een jaar te wachten met het terugdraaien van de
onderwijsbezuinigingen van het kabinet Schoof?
Antwoord 8
Het resultaat van de onderhandelingen van de coalitiepartijen is dat dit kabinet vanaf 2027 extra investeert in onderwijs. Deze investering loopt op van € 1 miljard tot € 1,5 miljard structureel.
Vraag 9
Erkent u dat nieuwe investeringen daarmee voor sommige opleidingen en
studenten te laat zullen komen?
Antwoord 9
In zijn algemeenheid kan ik hier geen antwoord op geven. Wijzigingen in het opleidingsaanbod, zoals het stoppen of samenvoegen van opleidingen, kunnen het gevolg zijn van bezuinigingen, maar voor het hbo resteert enkel een bezuiniging van € 2 miljoen in 2026. Er kunnen daarom ook andere redenen zijn zoals teruglopende studentenaantallen, een veranderende behoefte van de arbeidsmarkt of instellingsspecifieke redenen en algemeen gestegen kosten. Het is daardoor niet uit te sluiten dat er ergens opleidingen stoppen, ook na eventuele investeringen.
Zoals hiervoor reeds aangegeven is dat voor wat betreft ArtScience niet het geval. Bovendien stopt de opleiding niet, maar betreft het een organisatorische wijziging met als doel het onderwijs duurzaam in te richten.
Vraag 10
Bent u van plan om maatregelen te treffen om opleidingen die geheel of
als opzichzelfstaande opleiding verdwijnen vanwege de staande
bezuinigingen financieel te ondersteunen om zo de periode tot het
daadwerkelijk terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen te
overbruggen?
Antwoord 10
Dit kabinet investeert in 2027 € 1 miljard in onderwijs en dit loopt
op tot structureel €1,5 miljard vanaf 2031. Zoals ik in het antwoord op
vraag 6 en 7 heb aangegeven resteert in het hbo in 2026 een bezuiniging
van € 2 miljoen in totaal, wat neerkomt op een minimale daling van de
rijksbijdrage per instelling. Hier komen geen extra middelen voor
beschikbaar. Dalende studentenaantallen of instellingsspecifieke
factoren kunnen ook leiden tot keuzes van instellingen om opleidingen
stop te zetten.
Vanuit mijn stelselrol ben ik verantwoordelijk voor een landelijk
dekkend, doelmatig opleidingsaanbod. Dit opleidingsaanbod is altijd in
beweging, er komen opleidingen bij, er worden opleidingen stopgezet en
opleidingen worden gewijzigd. Om te borgen dat er een toegankelijk,
divers opleidingsaanbod blijft dat aansluit op de behoeften van
maatschappij en arbeidsmarkt, zijn hogescholen en universiteiten in
toenemende mate met elkaar in gesprek over wijzigingen in het aanbod. Ik
stimuleer deze afstemming omdat er dan gehandeld wordt vanuit een
collectief belang in plaats van een instellingsbelang en de afstemming
voorkomt dat er gaten vallen in het landelijk dekkende
opleidingsaanbod.
Vraag 11
In hoeverre wordt bij de in uw Beleidsbrief 2026-2030 genoemde ‘lastige
keuzes’ voor een nieuwe verdeling van middelen specifiek rekening
gehouden met het voortbestaan van kleine of niche studies of studies die
anderszins grote gevolgen hebben ondervonden aan de
onderwijsbezuinigingen?
Antwoord 11
Ervan uitgaande dat de vragensteller doelt op de passage in de Beleidsbrief
2026-2030 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die gaat over de verdeling van de middelen van onderzoek en wetenschapsbeleid:2 Het kabinet investeert in bestaande instrumenten van het onderzoek en wetenschapsbeleid. Deze bestaande instrumenten zijn praktijkgericht onderzoek, sectorplannen, infrastructuur en Europese samenwerking. Kleine of niche opleidingen zijn geen primair beleidsdoel van deze instrumenten.
Om te borgen dat er een toegankelijk, divers opleidingsaanbod blijft dat aansluit op de behoeften van maatschappij en arbeidsmarkt, zijn hogescholen en universiteiten in toenemende mate met elkaar in gesprek over wijzigingen in het aanbod. Hierbij is specifiek aandacht voor kleine of niche studies. Ik stimuleer deze afstemming omdat er dan gehandeld wordt vanuit een collectief belang in plaats van een instellingsbelang en de afstemming voorkomt dat er gaten vallen in het landelijk dekkende opleidingsaanbod.
Vraag 12
Wanneer gaat u duidelijkheid geven over deze nieuwe verdeling en bent u
het ermee eens dat als dit niet voor de zomer gebeurt studenten geen
goed geïnformeerde keuzes kunnen maken over hun studie en
onderwijsinstellingen in onzekerheid blijven over het onderwijs dat ze
komende jaren kunnen bieden?
Antwoord 12
De verdeling van het geld over de instrumenten is opgenomen in de Beleidsbrief
2026-2030 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.3
Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om studenten goed te informeren over de opleidingen en het onderwijs dat zij aanbieden. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit ook gebeurt.
Vraag 13
Indien u de hierboven genoemde maatregelen zoals het alsnog terugdraaien
van de bezuinigingen voor 2026, het financieel ondersteunen van
instellingen ter overbrugging, of het bij de herverdeling van middelen
rekening houden met studies die geraakt zijn door de bezuinigingen niet
gaat nemen, welke maatregelen bent u dan bereid te nemen om studenten
die hierdoor geraakt zijn te helpen?
Antwoord 13
Zoals bij het antwoord op vraag 10 is aangegeven resteert in het hbo een bezuiniging van € 2 miljoen in totaal, wat neerkomt op een minimale daling van de rijksbijdrage per instelling. Hier komen geen extra middelen voor beschikbaar.
In het geval een instelling heeft besloten een opleiding – om welke reden ook – stop te zetten, dan is de instelling verplicht de in de opleiding ingeschreven studenten de mogelijkheid te bieden de opleiding binnen een redelijke termijn af te ronden.
[1] Website change.org, geraadpleegd op 8 juni 2026, "Support the ArtScience Interfaculty: joint statement from the ArtScience community", ( Petition · Support the ArtScience Interfaculty: joint statement from the ArtScience community - Netherlands · Change.org
Eerste Kamer, 19 juni 2026, Brief minister van OCW, Staatssecretaris O&E: Nota naar aanleiding van het tweede verslag OCW-begroting 2026 (181591), zie de tabel op p.3.↩︎
Kamerstuk 36800 VIII, Nr. 148↩︎
Kamerstuk 36800 VIII, Nr. 148↩︎