Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-07-2198)
Raad voor Economische en Financiële Zaken
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D36237, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-27 12:05, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (PVV)
- Mede ondertekenaar: A.H.M. Weeber, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026 (o.a. Kamerstuk 21501-07-2198)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 07-2202 Raad voor Economische en Financiële Zaken.
Onderdeel van zaak 2026Z16040:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-10 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2202 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 9 juli 2026
De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juli 2026 enkele vragen en opmerkingen aan de minister van Financiën voorgelegd over de brieven van 29 juni 2026 (Kamerstuk 21501-07, nr. 2198 en 2199), waarmee de minister de geannoteerde agenda van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad 9 en 10 juli 2026 respectievelijk het verslag van de vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 juni 2026 heeft aangeboden, alsmede over de brief van 11 juni 2026 (Kamerstuk 21501-03, nr. 203), waarin de minister op verzoek van de commissie een toelichting heeft gegeven op het Budgettair Structureel Plan.
De vragen en opmerkingen zijn op 2 juli 2026 aan de minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 9 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie,
Chris Jansen
De griffier van de commissie,
Weeber
Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van D66, VVD, PVV en CDA inzake de geannoteerde agenda voor de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad d.d. 9 en 10 juli 2026. Bij de beantwoording is de volgorde van het schriftelijk overleg aangehouden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken ten behoeve van de vergaderingen van de Eurogroep en Ecofinraad van 9 en 10 juli 2026. Zij hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van Frankrijk voor nieuwe eigen EU-middelen om ten behoeve van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2028-2034. Deze leden ondersteunen in principe het vergroten van de eigen middelen, omdat dit kan bijdragen aan het versterken van de grensoverschrijdende Europese investeringen zonder dat de nationale afdracht verder wordt verhoogd. De leden van de D66-fractie vragen hoe de minister naar het Franse voorstel kijkt. Welke soorten belastingen zijn volgens de minister eventueel geschikt om op Europees niveau te heffen?
De Europese Commissie (Commissie) heeft voorstellen voor nieuwe eigen middelen gedaan op het terrein van CBAM, ETS1, e-waste, tabak en CORE.1 Daarnaast heeft het Europees Parlement ideeën geopperd t.a.v. nieuwe eigen middelen op basis van een digitale dienstenbelasting, online gokken en cryptoactiva. Het gaat hierbij niet om concrete voorstellen. Naar aanleiding van een oproep van het Europees Parlement heeft de Commissie wel een technische verkenning uitgevoerd naar deze opties. Uit deze verkenning kwamen verschillende belangrijke aandachtspunten naar voren met betrekking tot de uitvoerbaarheid en de juridische haalbaarheid. Indien er een concreet voorstel van de Commissie komt, zal het kabinet deze op eigen merites beoordelen. Het kabinet kijkt hierbij naar verschillende aspecten, zoals genoemd in zijn appreciatie van het Commissievoorstel: de impact op de Nederlandse afdrachten, de voorspelbaarheid en stabiliteit van de grondslag, de uitvoerbaarheid en in hoeverre het aansluit bij nationale en Europese beleidsdoelstellingen.2 Overigens zorgen nieuwe eigen middelen niet voor ruimte voor extra uitgaven, maar leiden zij met name tot een andere verdeling van de financiering van de EU-begroting. Directe belastingheffing op Europees niveau gebeurt op dit moment niet. Eigen middelen die zijn gebaseerd op heffingen of belasting, zoals de btw-afdracht of invoerrechten, worden door de lidstaten geïnd en afgedragen. De EU heeft geen bevoegdheid om zelf direct belastingen te heffen en dat is met de voorstellen van de Commissie en het Europese Parlement ook niet aan de orde.
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van de Commissie voor een vereenvoudigingspakket op belastingen. De leden van de D66-fractie vragen hoe het kabinet kijkt naar het voorstel en de impact op het Nederlandse belastingstelsel.
Het kabinet zal de Kamer na het zomerreces, via het gebruikelijke BNC-fiche, informeren over de appreciatie van het voorstel. Het voorstel is omvangrijk en de mogelijke gevolgen worden momenteel bestudeerd, hierom acht het kabinet het niet wenselijk om vooruit te lopen op deze appreciatie.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Eurogroep/Ecofinraad van 9 en 10 mei. Ook hebben zij kennisgenomen van het verslag van de afgelopen Eurogroep/Ecofinraad. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat de European Fiscal Board (EFB), ten aanzien van de fiscal stance, zorgen heeft uitgesproken over het gebruik van de Nationale Escape Clause. De leden van de VVD-fractie delen die zorgen, want dit vergroot het risico op onnodige en weinig gerichte overheidssteun van uitgaven, die ook nog consumptief van aard kunnen zijn. Als er al gebruik van mag worden gemaakt, dan in ieder geval tijdelijk, concreet en te allen tijde moet de schuld houdbaar blijven. De leden van de VVD-fractie vragen de minister of hij zich hierin kan vinden en steunen het kabinet bij het benadrukken van begrotingsdiscipline.
Het kabinet deelt de zorgen die de EFB uit ten aanzien van het gebruik van de nationale ontsnappingsclausule. Het kabinet is van mening dat de inzet van de nationale ontsnappingsclausule binnen het SGP uitzonderlijk, tijdelijk, gericht en helder afgebakend moet zijn, en dat schuldhoudbaarheid en begrotingsdiscipline moeten worden geborgd.
Voor het kabinet is van belang dat eventuele toepassing voor energieonafhankelijkheid strikt wordt beperkt tot maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de structurele weerbaarheid van het energiesysteem en de vermindering van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Generieke of consumptieve steunmaatregelen die niet bijdragen aan structurele energieonafhankelijkheid zouden niet in aanmerking moeten komen. Ook moeten maatregelen aanvullend, gericht en kosteneffectief zijn.
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat toegang tot betaalbare en stabiele financiering cruciaal is voor het Nederlandse en Europese bedrijfsleven. In het jongste Financial Stability Report waarschuwt de ECB voor hoge private en publieke schulden. Zo verloor Oostenrijk in juni de triple A-status, en ook Duitsland gaat mogelijk die kant op. Gecombineerd met lage economische groei en hoge inflatie, kan dit ervoor zorgen dat de rentes op niet alleen staatsleningen, maar ook op bedrijfsleningen in de eurozone stijgen. De leden van de VVD-fractie maken zich zorgen over deze ontwikkelingen en vragen zich af of de minister deze zorgen voor de eurozone, inclusief Nederland, deelt. Ook vragen deze leden zich af of en welke maatregelen er in Europees verband genomen kunnen worden om deze ontwikkelingen tegen te gaan.
Het kabinet vindt de huidige schuldniveaus een belangrijk aandachtspunt. Veel landen staan voor budgettaire uitdagingen door toenemende uitgaven aan de kosten van vergrijzing, defensie, klimaat en maatregelen om de concurrentiepositie te beschermen.
Nederland benadrukt in Europese vergaderingen regelmatig het belang van het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. In 2024 zijn de Europese begrotingsregels herzien, met als doel het raamwerk te vereenvoudigen, een ambitieuze en realistische schuldreductie te waarborgen en hervormingen en investeringen te stimuleren. Het naleven van de Europese begrotingsregels in combinatie met structurele hervormingen en duurzame investeringen die de economische groei bevorderen, moeten ervoor zorgen dat schuldenniveaus op middellange termijn geleidelijk worden teruggebracht.
De leden van de VVD-fractie maken zich ook zorgen over het gebrek aan omgang met AI.
Aan de ene kant vinden zij dat AI-ruimte moet krijgen en dat Europa een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor AI moet hebben, zodat de kansen die AI biedt, in Europa en Nederland benut kunnen worden. Bovendien moet Europa een vruchtbaar continent zijn voor de ontwikkeling van een eigen AI-landschap, waar alle vijf lagen van de ‘AI stack’ kunnen bloeien. Niet alleen versterkt dat ons verdienvermogen, het maakt ons ook minder afhankelijk van andere grootmachten. De leden van de VVD-fractie vragen de minister of er voldoende wordt gedaan aan het creëren van die kansen.
Ik ben het met uw fractie eens dat het belangrijk is dat het Europese AI-ecosysteem aantrekkelijk is en dat AI-bedrijven in de gehele AI-waardeketen hier kunnen bloeien. Nationaal en Europees is in lijn met het AI Continent Actieplan de inzet op AI ook versterkt. Het AI Continent Actieplan bevat initiatieven om verschillende aspecten van de AI-waardeketen in Europa te versterken, waaronder AI-infrastructuur, data, AI-toepassingen en AI-adoptie. Het kabinet investeert in lijn daarmee 70 miljoen euro in een nationale AI-fabriek (in samenwerking met de EU die 70 miljoen euro bijdraagt en de regio’s Groningen en Noord-Drenthe die 60 miljoen bijdragen). Ook investeert het de komende jaren in vijf Europese Digitale Innovatiehubs (EDIHs), die zich meer specifiek gaan richten op ondersteuning van het MKB bij AI en cybersecurity. Dit komt bovenop bestaande inspanningen, zoals het AiNed-investeringsprogramma dat in 2019 is gestart.
AI blijft de komende jaren een prioriteit binnen het economisch beleid van het kabinet. Zo wordt in de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat momenteel gewerkt aan een Industrieprogramma Digitale Diensten en AI. Ook zullen het nog op te richten Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII) een rol spelen. Het doel van NADI is om technologische doorbraken te realiseren voor grote maatschappelijke uitdagingen. Het ligt voor de hand dat AI en andere digitale technologieën daar een bijdrage aan kunnen leveren. Daarnaast wordt binnen de ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat momenteel gewerkt aan een Talentstrategie met aandacht voor digitaal talent, inclusief AI-talent. Het kabinet voert ook gesprekken met ondernemers uit de AI-sector en beziet doorlopend welke aanvullende acties eventueel kunnen worden genomen.
AI is ook onderdeel van de productiviteitsagenda binnen de belangrijke overkoepelende pijler Digitalisering en Innovatie3. Ook is 'AI en data' één van de sleuteltechnologieën in de Nationale Technologie Strategie met een bijbehorend actieagenda. Het kabinet heeft daarmee de ambitie om niet langer alleen een ‘pilotland’ te zijn, maar ook een ‘opschaalland’ te worden als het gaat om de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoals AI.
Aan de andere kant moeten de ogen niet gesloten worden voor de steeds groter wordende risico’s op financiële stabiliteit. Om die risico’s beter te beheersen moeten die risico’s helder en duidelijk in kaart worden gebracht, gemonitord worden en moeten risicobeheersingsinstrumenten worden ontwikkeld. Ook moeten crisisstructuren en back-ups worden ontwikkeld, mocht zich een AI-crisis voordoen. De leden van de VVD-fractie vragen de minister om een analyse van de risico’s en hoe deze risico’s, ook in Europees verband, beheerst gaan worden.
Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de risico’s van geavanceerde AI-modellen voor financiële instellingen en de financiële stabiliteit. DNB en de AFM houden hier toezicht op. Samen met de toezichthouders monitor ik de situatie actief. Zo is tijdens de laatste vergadering van het Nederlandse Financieel Stabiliteitscomité uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkelingen en risico’s van AI, zoals u kunt lezen in het verslag dat naar uw Kamer is verstuurd.4 Daarnaast spreek ik in Europees en internationaal verband met mijn collega’s en toezichthouders over de risico’s en mogelijke beheersmaatregelen, bijvoorbeeld in de Eurogroep en in de internationale Financial Stability Board. De European Systemic Risk Board (ESRB) heeft hier recent ook een aanbeveling over gepubliceerd.5
AI kan met name implicaties hebben voor de cyberweerbaarheid van (financiële) instellingen. Geavanceerde AI-modellen kunnen de tijd tussen het ontdekken en misbruiken van kwetsbaarheden een stuk korter maken en complexere aanvallen uitvoeren. Doordat de financiële sector veel gebruik maakt van dezelfde software en kritieke derde partijen kan (gelijktijdige) verstoring bij één of meerdere instellingen bovendien leiden tot vergaande en systemische implicaties voor het financiële systeem als geheel.
Het is daarom essentieel dat (financiële) instellingen continu en tijdig basismaatregelen toepassen en actief werken aan het versterken van hun cyberweerbaarheid. De opkomst van geavanceerde modellen benadrukt de urgentie om hierin te investeren. De Digital Operational Resilience Act (DORA) biedt hier goede handvaten voor.
In dat licht is het belangrijk dat financiële instellingen toegang krijgen tot geavanceerde AI-frontiermodellen, zodat enerzijds de risico’s van dit soort modellen beter beoordeeld kunnen worden en anderzijds financiële instellingen hun cyberweerbaarheid hiermee kunnen versterken. Ik vraag hier in Europees verband en op mondiaal niveau, bijvoorbeeld via de Financial Stability Board, aandacht voor.
Naast de risico’s voor de cyberveiligheid van instellingen en de sector als geheel zijn er enkele andere risico’s van AI voor de financiële stabiliteit, zoals de ondoorzichtigheid van AI-modellen, scherpe waardecorrecties op de beurs, een 'too-big-to-fail'-risico door hoge marktconcentratie, en de homogeniteit van modellen, waardoor de kans op volatiliteit op de markten toeneemt.
AI biedt ook kansen. Zo kan AI bijdragen aan verbeterd toezicht, handhaving en een betere inschatting en beheer van risico’s. Daarnaast kan het leiden tot efficiëntere handel op de financiële markten, doordat het met realtime informatie de marktefficiëntie kan verhogen. Dit zorgt voor een verbeterde liquiditeit, een betere prijsbepaling en lagere transactiekosten.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland nu met vijf andere grote EU-economieën een kopgroep vormt om de kapitaalmarktunie te voltooien. Deze leden willen weten hoe het met de voortgang staat. Ziet de minister andere lidstaten zich hierbij aansluiten? En waar zitten de eventuele knelpunten die voortgang verhinderen?
Zoals ik uw Kamer eerder heb gemeld, zijn de ministers van Financiën van de grootste economieën van de EU (Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen) gezamenlijke prioriteiten overeengekomen voor de spaar- en investeringsunie en een inbreng voor het kapitaalmarktintegratie- en toezichtcentralisatiepakket. Dit is om de onderhandelingen in de Raad te ondersteunen.6 Hierin pleiten we onder meer voor centraal Europees toezicht op significante handelsplatformen en crypto-aanbieders en een goede bestuursstructuur en robuust kostenraamwerk voor de Europese toezichthouder ESMA. Als zes landen zetten we ons samen in om de steun van de andere lidstaten te krijgen. Voortgang op dit regelgevend pakket vergt immers overeenstemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad en met instemming van het Europees Parlement. Het Ierse voorzitterschap streeft ernaar om in het najaar een Raadsakkoord over dit pakket te bereiken. Voor een overzicht van de belangrijkste openstaande punten verwijs ik naar het verslag van de Ecofinraad van 12 juni jl.7
De leden van de VVD-fractie zijn tevreden dat, ten aanzien van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP), de door Nederland voorgestelde aanpassingen volgens de Europese Commissie voldoen aan de eisen. Wat betreft de aanpassingen door Hongarije kunnen deze leden zich vinden in het voornemen van het kabinet om, op basis van het commitment van Hongarije aan de rechtsstaathervormingen en het positieve oordeel van de Europese Commissie daarover, in te stemmen met de door Hongarije voorgestelde aanpassingen. Het is daarbij goed dat dit niet automatisch betekent dat de gelden ook direct uitbetaald gaan worden. Eerst moeten de mijlpalen in het plan aantoonbaar gerealiseerd worden, voordat er uitbetaald gaat worden. De fouten die met de snelle ‘ontdooiing’ van de Poolse gelden gemaakt zijn moeten voorkomen worden. De leden van de VVD-fractie zien dit als een harde eis en benadrukken dat het een harde eis moet blijven. Hoe ziet de minister het voornemen van Hongarije en wat is zijn verwachting omtrent het halen door Hongarije van de mijlpalen?
Het kabinet constateert dat de supermijlpalen op het gebied van de rechtsstaat in het voorliggende uitvoeringsbesluit van de Raad inhoudelijk overeenkomen met de supermijlpalen in het oorspronkelijke Hongaarse HVP. Enkele supermijlpalen zijn samengevoegd, verduidelijkt en geactualiseerd. In het HVF uitvoeringsbesluit is expliciet opgenomen dat de 24 supermijlpalen moeten zijn gerealiseerd voordat er kan worden overgegaan tot uitbetaling uit de HVF.
Goedkeuring van het uitvoeringsbesluit door de Ecofinraad op 10 juli betekent niet dat er direct middelen uit de HVF aan Hongarije worden uitgekeerd. Hongarije moet, net als andere lidstaten, een betaalverzoek indienen waarin Hongarije het bewijs aanlevert dat alle relevante mijlpalen en doelstellingen, inclusief de 24 supermijlpalen, daadwerkelijk zijn gerealiseerd. De uiterste datum voor het realiseren van mijlpalen en doelstellingen is 31 augustus 2026. Nadat de mijlpalen zijn gerealiseerd kan Hongarije een betaalverzoek indienen voor de middelen die hieraan zijn gekoppeld. De Commissie zal na de ontvangst van een betaalverzoek zorgvuldig toetsen of Hongarije daadwerkelijk controleerbare stappen heeft gezet richting het verbeteren van de rechtsstaat en het tegengaan van fraude, en of de daaraan gekoppelde set van mijlpalen en doelstellingen is verwezenlijkt.
Nederland heeft, als gevolg van het aantreden van een nieuw kabinet, een budgettair-structureel plan ingediend voor de middellange termijn, met daarin het voorgenomen begrotingsbeleid, de hervormingen en de investeringen. De leden van de VVD-fractie zijn tevreden met het oordeel van de Europese Commissie dat Nederland voldoet aan de vereisten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de
achterliggende stukken met betrekking tot de Eurogroep en de Ecofinraad
van 9 en 10 juli 2026. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de
PVV-fractie nog enkele vragen.
NextGenerationEU
Allereerst lezen de leden van de PVV-fractie in een artikel in het
FD (“Italië besteedde EU-miljarden vooral aan een opknapbeurt, en niet
aan grondige verbouwing van economie”) dat Italië de miljarden uit het
Europese herstelfonds, NextGenerationEU, vooral heeft besteed aan het
opknappen van steden en dus niet aan het verbeteren van de economie.
Denk hierbij aan nieuwe bussen in Rome, meer kinderopvangplekken in het
zuiden en nieuwe websites voor overheidsinstellingen. Dit terwijl Italië
in totaal 195 miljard euro uit het Europese herstelfonds heeft
ontvangen, zoals blijkt uit het recovery and resilience-scoreboard van
de Europese Commissie. Tevens hebben de leden van de PVV-fractie in een
nieuwsbericht van BNR van 15 mei jl. (“Spaanse regering onder vuur: tot
10 miljard euro aan coronasubsidie naar pensioengat”) gelezen dat Spanje
10 miljard euro uit het Europese herstelfonds heeft gebruikt voor het
dichten van een gat in het pensioenstelsel. Spanje kreeg 102 miljard
euro uit het fonds.
De leden van de PVV-fractie willen weten hoe dit heeft kunnen gebeuren, waarom hier niet op geanticipeerd is en of hier consequenties aan vastkleven. Is de minister het met de leden van de PVV-fractie eens dat Italië en Spanje alle miljarden uit het Europese herstelfonds die ondoelmatig en/of onrechtmatig zijn uitgegeven moet terugbetalen? Zo nee, waarom niet?
De investeringen die lidstaten, waaronder Italië, financieren uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF) zijn vooraf vastgelegd in een herstel- en veerkrachtplan (HVP). Deze plannen, en de investeringen en hervormingen die er onderdeel van zijn, zijn door de Commissie getoetst aan de diverse eisen uit de HVF-verordening. Zo moet een plan bijdragen aan de doeltreffende aanpak van alle of een significant deel van de uitdagingen die zijn vastgesteld in de landspecifieke aanbevelingen van 2019 en 2020 in het kader van het Europees Semester. Ook moet een plan het groeipotentieel en de economische, sociale en institutionele veerkracht versterken en de werkgelegenheid stimuleren. Daarnaast moet tenminste 37% van de middelen uit een plan worden besteed aan de klimaattransitie en tenminste 20% aan de digitale transitie. Ook dienen de maatregelen die in het plan zijn opgenomen een structureel effect te sorteren voor de betrokken lidstaat. Bij een positieve beoordeling heeft de Raad vervolgens, op een voorzet van de Commissie, een uitvoeringsbesluit aangenomen waarin het HVP is goedgekeurd en de hervormingen en investeringen die recht geven op uitbetaling van middelen zijn vastgelegd in de vorm van mijlpalen en doelstellingen. De Kamer is over alle uitvoeringsbesluiten geïnformeerd, in het geval van Italië per Kamerbrief van 7 juli 2021.8 De daadwerkelijke uitbetaling van middelen vindt plaats op basis van het daadwerkelijk behalen van de mijlpalen en doelstellingen, na toetsing door de Commissie. Alle betaalverzoeken van Italië zijn tot nu toe gehonoreerd.
Spanje heeft tot dusver de mijlpalen en doelstellingen voor hervormingen en investeringen, zoals die met de Commissie zijn overeengekomen en door de Raad bekrachtigd, behaald. Daarom zijn de betaalverzoeken van Spanje tot nu toe gehonoreerd. Deze mijlpalen en doelstellingen hebben geen betrekking op uitgaven aan pensioenen. Het is aan Spanje zelf om de investeringsprojecten waarop de mijlpalen en doelstelling betrekking hebben te voorzien van financiering. In het geval van Spanje heeft daarbij een kasschuif plaatsgevonden tussen vooraf geraamde nationale begrotingsposten. De berichtgeving over Spanje refereert aan bevindingen van de Spaanse Rekenkamer in een recent gepubliceerd rapport over de Spaanse Algemene Staatrekeningen van 2024. De Spaanse Rekenkamer constateert dat de Spaanse regering 2,4 miljard euro aan middelen, ontvangen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF), had ingezet voor de financiering van o.a. pensioenuitgaven. De Spaanse Rekenkamer heeft kritiek op de nationale begrotingssystematiek, specifiek de juridische onderbouwing voor de kasschuif die ten grondslag ligt aan deze uitgaven. De Spaanse Rekenkamer heeft geen kritiek op de rechtmatige besteding van HVF-middelen. Indien de kasschuif leidt tot een tekort aan financiering voor de implementatie van overige mijlpalen en doelen, dan zal Spanje zelf middelen vrij moeten maken voor de financiering daarvan.
Er is daarmee geen aanleiding om ervan uit te gaan dat Spanje of Italië de HVF-middelen in strijd met de HVF-regels zouden hebben besteed. Wat betreft de doelmatige besteding van middelen hebben lidstaten vooraf in hun HVP de geraamde totale kosten van de hervormingen en investeringen moeten opgeven, met een passende motivering en met een uitleg over de wijze waarop de geraamde totale kosten stroken met het kostenefficiëntiebeginsel en in verhouding staan tot de verwachte nationale economische en sociale gevolgen. De Commissie heeft het HVP hierop getoetst.
Voorts willen de leden van de PVV-fractie weten of landen zoals Polen, Frankrijk en Griekenland, net als Italië, miljarden uit het Europese herstelfonds hebben ‘verspild’. Polen kreeg 60 miljard, Frankrijk 40 miljard en Griekenland 34 miljard. Kunnen we zicht krijgen op hoe deze lidstaten het geld uit het herstelfonds hebben besteed?
De besteding van de middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit is openbare informatie, die u kunt vinden op de website van de Europese Commissie.9 Zoals hiervoor aangegeven is de Kamer bovendien geïnformeerd over de uitvoeringsbesluiten van de Raad waarin het HVP is goedgekeurd en de hervormingen en investeringen die recht geven op uitbetaling van middelen zijn vastgelegd in de vorm van mijlpalen en doelstellingen.10 Er is geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de genoemde landen de HVF-middelen in strijd met de HVF-regels zouden hebben besteed, of middelen zouden hebben verspild.
Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat er ook gesproken wordt over het doorschuiven van de gezamenlijke EU-schuld, waardoor er 7 tot 8 miljard euro extra begrotingsruimte ontstaat per jaar. Dit kan dan worden ingezet voor defensie, innovatie en concurrentievermogen. De leden van de PVV-fractie willen weten hoe de minister hier tegenover staat en of hij hier afstand van wil nemen.
In de brief van 22 mei jl. (Kamerstuk 22112, nr. 4357) is aangegeven dat het kabinet defensie, innovatie en concurrentievermogen als inhoudelijke prioriteiten in de onderhandelingen heeft. Het kabinet wil echter tegelijkertijd niet besparen op de rente en aflossing van NGEU in de eerste pijler van het volgende Meerjarig Financieel Kader. Nederland houdt daarmee vast aan de afspraken die over de aflossing van NGEU zijn gemaakt in het eigenmiddelenbesluit (Besluit 2020/2053 van de Raad). Het Commissievoorstel van juli 2025 voldoet hieraan.
Digitale euro
Vervolgens merken de leden van de PVV-fractie op dat de digitale
euro steeds dichterbij komt. De leden van de PVV-fractie merken dat de
commissie van Economische en Monetaire Zaken (ECON) van het Europees
Parlement op 23 juni jl. heeft ingestemd met het ontwerpverslag over de
verordening tot invoering van de digitale euro. Hiermee wordt een
positief signaal afgegeven over de mogelijke uitgifte van de digitale
euro.
De leden van de PVV-fractie vragen de minister een update te geven
hierover. Wat is de stand van zaken en klopt het dat de digitale euro
naar verwachting in 2029 wordt ingevoerd?
Wat is het voordeel voor burgers van de digitale euro ten opzichte
van het geld dat mensen al op de bankrekening hebben staan? Waarom wordt
er 18 miljard euro in iets gestopt waar niemand op zit te
wachten?
De commissie van Economische en Monetaire Zaken (ECON) van het Europees Parlement heeft inderdaad op 23 juni jl. ingestemd met het ontwerpverslag over de verordening tot invoering van de digitale euro. Deze positie op de digitale euro wordt nu plenair ter stemming voorgelegd aan het Europees Parlement. De plenaire stemming vindt naar verwachting plaats in de week van 6 juli 2026. Indien het Europees Parlement plenair heeft ingestemd met een positie op de digitale euro, kunnen de triloogonderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie beginnen. Pas na een eventueel triloogakkoord is de wettekst over de digitale euro definitief en kan het Eurosysteem besluiten tot invoering van de digitale euro. De ECB heeft als doel om voorbereid te zijn op een eventuele invoering van de digitale euro in 2029, mits er nog dit jaar een triloogakkoord wordt bereikt.
De leden van de PVV-fractie merken op dat de voorganger van deze
minister op 2 februari 2023 stelde dat Nederland alleen akkoord zal gaan
met de digitale euro als er voldaan is aan de volgende vijf
randvoorwaarden: (1) duidelijke voordelen voor consumenten, bedrijven en
brede economie; (2) waarborging van privacy; (3) overeenstemming met het
anti-witwasraamwerk; (4) waarborgen voor de financiële stabiliteit en
(5) een niet-programmeerbare digitale euro.
Zijn dit nog steeds harde voorwaarden voor dit kabinet voor de
invoering van de digitale euro?
Is hieraan voldaan volgens deze minister en staat hij nog steeds
achter het standpunt dat er voldaan moet zijn aan deze vijf
randvoorwaarden om de digitale euro in te voeren?
Ik heb u hierover uitgebreid geïnformeerd in de Kamerbrief over de voortgang van Europese wetgevingsdossiers11 op 9 december jl.: de Raadspositie is in lijn met de Nederlandse inzet in het BNC-fiche12. Dat houdt in dat de Raadspositie sterke waarborgen bevat die overeenkomen met de voorwaarden die zijn genoemd in het verslag van een schriftelijk overleg op 2 februari 2023.
Ook ben ik onder andere in die Kamerbrief ingegaan op de maatschappelijke voordelen van invoering van de digitale euro, onder meer op het gebied van weerbaarheid en strategische autonomie. Ik vind deze voordelen belangrijk voor Nederland en Europa en vind het aanvaardbaar dat hier kosten mee gepaard gaan. Het is nog niet duidelijk hoe hoog de kosten precies zullen zijn. Dit hangt ook af van de ontwerpkeuzes waarover nog wordt onderhandeld.
Het ontwerp en de wetteksten van de digitale euro zijn nog niet definitief. Zoals hierboven genoemd zal de triloogfase beginnen nadat het Europees Parlement plenair een positie op de digitale euro heeft aangenomen. Ik zal mij ook in de triloogfase blijven inzetten voor waarborgen die voor Nederland essentieel zijn: niet-programmeerbaarheid, een hoog niveau van privacy, offline functionaliteiten vanaf de eerste uitgifte, een eerlijke verdeling van de kosten tussen winkeliers en betaaldienstverleners, overeenstemming met het anti-witwasraamwerk en het vastgestelde karakter van de digitale euro als betaalmiddel, niet als spaarproduct. Om de financiële stabiliteit te waarborgen zullen er ook aanhoudingslimieten gelden.
Voorstel voor een Omnibus voor belastingen
Verder lezen de leden van de PVV-fractie dat
Eurocommissaris Wopke Hoekstra het nieuwe box 3-stelsel in gevaar brengt
met een conceptvoorstel voor een ruimere vrijstelling van
dividendstromen tussen ondernemingen.
Hierdoor kan particulier beleggen zwaarder worden belast dan beleggen in
een bv en komt de verhouding tussen box 2 en box 3 onder druk te staan.
Dit kan een mogelijke miljardentegenvaller zijn voor de schatkist.
De leden van de PVV-fractie willen weten hoe hoog het kabinet de
miljardentegenvaller inschat als dit voorstel doorgaat. Hoe staat het
kabinet tegenover dit voorstel? Kan het kabinet hier meer zicht op
geven?
Het kabinet zal de Kamer na het zomerreces, via het gebruikelijke BNC-fiche, informeren over de appreciatie van het voorstel. Het voorstel is omvangrijk en de mogelijke gevolgen worden momenteel bestudeerd, hierom acht het kabinet het niet wenselijk om vooruit te lopen op deze appreciatie. Het voorstel bevat wel een anti-misbruikmaatregel die precies dit soort structuren tracht tegen te gaan. Of deze maatregel voldoende is om de ongewenste gevolgen te mitigeren, moet worden beoordeeld en zal in het BNC-fiche worden meegenomen.
Pakketjes uit China
Ten slotte lezen de leden van de PVV-fractie, onder meer in een
nieuwsbericht van 2 juli 2026 op ww.nu.nl (“Van een hoger minimumloon
tot duurdere pakketjes: dit verandert er vanaf 1 juli”), dat pakketjes
uit China sinds 1 juli jl. duurder zijn geworden. Voor pakketjes tot 150
euro van buiten de EU geldt namelijk een nieuwe invoerheffing van 3 euro
per productcategorie.
De leden van de PVV-fractie hebben hierover enkele vragen. Stel: je
bestelt voor 30 euro aan spullen op Temu uit drie verschillende
productcategorieën. De 21 procent btw wordt berekend over het bedrag van
de aankoop samen met de nieuwe heffing. Het pakket kost dus geen 30 euro
meer, maar 47 euro (incl. heffing en btw), een verhoging van 56
procent dus. Vindt het kabinet dit niet veel te ver gaan? Klopt het dat
de 75 procent van de opbrengsten hiervan naar de EU vloeien en dat
Nederland slechts 25 procent mag houden? Zo ja, wat vindt het kabinet
hiervan?
Sinds 1 juli 2026 is de zogeheten de-minimisvrijstelling afgeschaft. Zoals toegelicht in mijn brief van 21 april, betekent dit dat pakketten met een waarde tot en met €150 uit derde landen niet meer vrijgesteld zijn van invoerheffingen, waar ze dat eerder wel waren. Met ingang van 1 juli 2026 wordt een vaste invoerheffing van € 3 per productcategorie (aangifteregel) geheven, tot het moment van invoering van de EU-Douane datahub (2028). Hierna zal er per zending een invoertarief worden berekend. Over het totaalbedrag, dus het aankoopbedrag plus de nieuwe heffing, wordt vervolgens 21% btw berekend. Dit betekent dat pakketjes, geleverd vanuit derde landen, aan consumenten naar verwachting duurder worden.
Het aantal e-commercezendingen nam de afgelopen jaren sterk toe. Deze zendingen zijn voor de Douane lastig te controleren. Het doel van deze maatregel is om het speelveld eerlijker te maken voor Europese bedrijven en om non-conforme producten en fiscale fraude tegen te gaan. Voor 1 juli betaalden Europese ondernemers wel invoerheffingen, maar waren pakketjes met een waarde tot en met € 150 van buiten de EU besteld, vrijgesteld. Hiermee werden Europese ondernemers oneerlijk benadeeld. Tevens blijken veel van deze producten niet te voldoen aan de Europese producteisen en werd er veel fraude gepleegd door goederen fictief onder de € 150 te houden, waarmee invoerheffingen ontweken werden.
Alle invoerrechten zijn op grond van Europese regelgeving zogeheten “traditionele eigen middelen” van de Europese Unie. Lidstaten dragen deze heffingen af aan de EU, en ontvangen een perceptiekostenvergoeding van 25% om de eigen apparaatskosten mee te bekostigen. Aangezien het bedrag van € 3 per aangifteregel een invoerheffing is, gaat het hier ook om traditionele eigen middelen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de agenda van de Eurogroep en de Ecofinraad van 9 en 10 juli. Daarbij hebben zij nog enkele vragen.
Nationale escape clausule
De leden van de CDA-fractie lezen dat de European Fiscal Board (EFB) kritisch is op de mededeling van de Europese Commissie dat lidstaten de bestaande National Escape Clause (NEC) binnen het Stabiliteits- en Groeipact ook zouden kunnen benutten voor maatregelen gericht op het vergroten van de energie-onafhankelijkheid. De EFB benadrukt dat de flexibiliteit onder de NEC beperkt zou moeten blijven tot defensie-uitgaven. Daarnaast waarschuwt de EFB dat een verruiming van de toepassing de geloofwaardigheid van het hervormde Europese begrotingsraamwerk kan ondermijnen. Ook wijst de EFB op de lessen uit de energiecrisis van 2022 en 2023, waarbij generieke steunmaatregelen de inflatie aanwakkerden en onvoldoende waren gericht, terwijl juist structurele investeringen in energie-onafhankelijkheid noodzakelijk zijn.
De leden van de CDA-fractie vragen de minister wat de huidige status is van deze mededeling van de Europese Commissie. Kunnen lidstaten op basis hiervan reeds gebruikmaken van deze verruimde toepassing van de National Escape Clause, of zijn daarvoor nog nadere besluiten nodig? Indien dit reeds mogelijk is, acht de minister de reikwijdte van deze toepassing voldoende duidelijk afgebakend?
De Commissie geeft in de overkoepelende mededeling bij het Lentepakket aan dat lidstaten de bestaande nationale ontsnappingsclausule binnen het SGP ook zouden kunnen benutten voor maatregelen gericht op energieonafhankelijkheid.13 Over de mededeling zelf ligt geen besluitvorming in de Raad voor.
Om gebruik te kunnen maken van deze ontsnappingsclausule voor energiemaatregelen moeten lidstaten een verzoek tot activering van de clausule doen aan de Raad of, indien de clausule voor een lidstaat al is geactiveerd voor defensie-uitgaven, de inzet verbreed kan worden voor maatregelen gericht op energieonafhankelijkheid. De Commissie beoordeelt of het verzoek voldoet aan de voorwaarden, onder andere of sprake is van uitzonderlijke omstandigheden buiten de controle van de lidstaat die een aanzienlijke impact hebben op de overheidsfinanciën en, waar relevant, of de schuldhoudbaarheid op middellange termijn niet in gevaar komt. Op basis van een beoordeling van de Commissie zal de Raad per lidstaat met versterkte gekwalificeerde meerderheid besluiten over het verzoek.
De Commissie heeft lidstaten die gebruik willen maken van de clausule gevraagd dit in juli of augustus kenbaar te maken. De Commissie zou vervolgens mogelijk in september aanbevelingen kunnen doen, waarna besluitvorming in de Ecofinraad van oktober 2026 zou kunnen plaatsvinden. Latere verzoeken blijven mogelijk, maar worden dan gespreid in de tijd behandeld.
Nederland zal blijven benadrukken dat toepassing van de nationale ontsnappingsclausule tijdelijk, gericht en verenigbaar met schuldhoudbaarheid moet blijven. Voor het kabinet is van belang dat eventuele toepassing voor energieonafhankelijkheid strikt wordt beperkt tot maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de structurele weerbaarheid van het energiesysteem en de vermindering van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Generieke of consumptieve steunmaatregelen die niet bijdragen aan structurele energieonafhankelijkheid passen daar niet bij. Ook moeten maatregelen aanvullend, gericht en kosteneffectief zijn.
De leden van de CDA-fractie vragen de minister tevens of Nederland heeft ingestemd met deze interpretatie van de Europese Commissie, dan wel daartegen bezwaren heeft geuit. Kan de minister toelichten welke positie Nederland in de Europese besprekingen heeft ingenomen?
Over de mededeling van de Commissie zelf heeft geen besluitvorming in de Raad plaatsgevonden. Besluitvorming is pas aan de orde wanneer een lidstaat een verzoek indient; de Commissie beoordeelt dat verzoek en de Raad besluit vervolgens per lidstaat.
Nederland heeft in de Europese besprekingen, waaronder in de Eurogroep en Ecofinraad, bij herhaling zorgen geuit over de voorgestelde verbreding van de nationale ontsnappingsclausule. Die zorgen zien op de gevolgen voor schuldhoudbaarheid en de geloofwaardigheid en uitlegbaarheid van het Europese begrotingsraamwerk. Tegelijkertijd heeft Nederland benadrukt dat, indien deze mogelijkheid verder wordt uitgewerkt, toepassing strikt moet worden afgebakend.
De leden van de CDA-fractie vragen de minister voorts of hij de analyse van de EFB deelt dat de lessen uit de energiecrisis van 2022 en 2023 aanleiding geven om terughoudend te zijn met een verruimde toepassing van de National Escape Clause. Hoe voorkomt het kabinet dat de Europese Unie opnieuw terugvalt op brede, generieke steunmaatregelen in plaats van gerichte investeringen die de energie-onafhankelijkheid en de weerbaarheid van de Europese economie duurzaam versterken? Is de minister bereid zich er in de Eurogroep voor in te zetten dat toepassing van de uitzonderingsclausule strikt tijdelijk en uitzonderlijk blijft en niet leidt tot precedentwerking die de geloofwaardigheid van het Stabiliteits- en Groeipact op langere termijn ondermijnt?
Het kabinet deelt de analyse dat de ervaringen uit de energiecrisis van 2022 en 2023 aanleiding geven voor alle lidstaten om terughoudend te zijn met brede, generieke steunmaatregelen. Dergelijke maatregelen kunnen budgettair kostbaar zijn en zijn niet altijd voldoende gericht op het structureel versterken van energieonafhankelijkheid en economische weerbaarheid.
Juist daarom acht het kabinet het van belang dat eventuele flexibiliteit binnen de Europese begrotingsregels voor energieonafhankelijkheid strikt wordt beperkt tot maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan de structurele weerbaarheid van het energiesysteem en de vermindering van afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Generieke of consumptieve steunmaatregelen die niet bijdragen aan structurele energieonafhankelijkheid passen daar niet bij. Ook moeten maatregelen aanvullend, gericht en kosteneffectief zijn.
Het kabinet zal in de Eurogroep en Ecofinraad blijven benadrukken dat eventuele toepassing voor energieonafhankelijkheid strikt moet worden afgebakend, gericht moet zijn op structurele versterking van het energiesysteem en niet mag worden gebruikt voor brede, generieke steunmaatregelen. Daarbij is voor Nederland essentieel dat toepassing van de nationale ontsnappingsclausule tijdelijk, uitzonderlijk en verenigbaar met schuldhoudbaarheid blijft. De clausule mag niet leiden tot een bredere versoepeling van het Stabiliteits- en Groeipact of tot precedentwerking die de geloofwaardigheid van het Europese begrotingsraamwerk op langere termijn ondermijnt.
Digitale financiën
De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet kansen ziet om het Europese financieel systeem efficiënter, concurrerender en soevereiner te maken via digitale financiën. Deze leden onderschrijven het belang van een weerbaar Europees betalingsverkeer, zeker in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen.
De leden van de CDA-fractie constateren dat De Nederlandsche Bank (DNB) in haar Visie op Betalen 2026–2028 stelt dat de afhankelijkheid van niet-Europese spelers op kritieke onderdelen van de betaalketen moet worden verkleind. DNB noemt daarbij als ambitie dat consumenten en ondernemers kunnen kiezen voor digitale betaalmiddelen van Europese bodem en dat meer keuze de weerbaarheid tegen geopolitieke spanningen en cyberdreigingen vergroot.
De leden van de CDA-fractie vragen de minister hoe hij deze analyse van DNB beziet. Welke concrete stappen zet Nederland in Europees verband om de afhankelijkheid van niet-Europese betaalnetwerken en betaalinfrastructuur te verkleinen? Welke rol ziet de minister daarbij voor private Europese betaalinitiatieven, zoals Wero, naast de ontwikkeling van de digitale euro? Acht de minister de huidige Europese inzet voldoende om de strategische autonomie en de weerbaarheid van het Europese betalingsverkeer daadwerkelijk te versterken?
Het kabinet deelt de Visie op Betalen 2026–2028 van DNB, waarin wordt gesteld dat een te grote afhankelijkheid van niet-Europese spelers onwenselijk is. Het is belangrijk dat Nederland en Europa blijven inzetten op het verminderen van die afhankelijkheden, hierin verstandige en strategische keuzes maken en de ruimte creëren voor het ontwikkelen van Europese alternatieven. Het kabinet benadrukt tevens het belang van het hebben van terugvalopties in het betalingsverkeer om op die manier weerbaarder te zijn tegen geopolitieke spanningen. De digitale euro en contant geld zijn belangrijke alternatieven voor elektronisch betalen. Ook het bieden van betrouwbare, private Europese betaalinitiatieven, zoals Wero, zijn van meerwaarde. Het kabinet spreekt steun uit voor deze initiatieven, ook op Europees niveau.
Deze afhankelijkheden in het betalingsverkeer worden momenteel op verschillende manieren gemitigeerd. Zo zorgt het relevante wetgevingskader al voor een stevige (cyber)weerbaarheid van financiële instellingen. Ook bestaan er nationale crisisstructuren en noodplannen om uitval en verstoring zo snel mogelijk op te lossen. De Wet veiligheidstoets op investeringen, fusies en overnames (Wet vifo) beschermt de financiële sector ten dele tegen ongewenste buitenlandse inmenging. Er wordt op dit moment bekeken of deze wet uitgebreid kan worden om ook andere onderdelen van de financiële sector hier onder te brengen. Hierover is de Kamer in november 2025 geïnformeerd via de Kamerbrief Afronding 1e fase beleidscyclus vitaal SEO-rapport.14
Een aantal van de afhankelijkheden in het betalingsverkeer zijn sectoroverstijgend, zoals de afhankelijkheid van IT-leveranciers, en worden Rijksbreed opgepakt. Ook zet het kabinet zich in voor stevige, competitieve, goed functionerende Europese markten waarin Europese bedrijven zich goed kunnen ontwikkelen. Sterke financiële markten dragen bij aan de Europese economische veerkracht en bieden ook de voorwaarden om Europese alternatieven te ontwikkelen. Ik blijft scherp kijken naar deze afhankelijkheden en zal waar nodig, ook op Europees niveau, aandacht vragen voor aanvullende maatregelen als deze nodig zijn.
HVP Hongarije
De leden van de CDA-fractie constateren dat Hongarije het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan op 10 juni 2026 heeft ingediend, terwijl lidstaten uiterlijk eind augustus 2026 aan de daarin opgenomen mijlpalen en doelstellingen moeten voldoen. Deze leden merken op dat het daarbij onder meer gaat om 24 supermijlpalen op het terrein van de rechtsstaat.
De leden van de CDA-fractie vragen de minister hoe hij deze planning beoordeelt. Acht het kabinet het realistisch dat deze omvangrijke rechtsstatelijke hervormingen niet alleen formeel worden vastgesteld, maar ook daadwerkelijk en duurzaam worden geïmplementeerd binnen deze korte termijn? Op basis waarvan heeft de Europese Commissie geconcludeerd dat deze planning uitvoerbaar is?
Zie voor deze vraag de beantwoording bij de vraag gesteld door de VVD over het Herstel-en Veerkrachtplan van Hongarije.
De leden van de CDA-fractie wijzen erop dat de Kamer eerder, via de motie Van Lanschot c.s. (Kamerstukken 21501-02, nr. 3383), de regering heeft verzocht zich ervoor in te zetten dat Hongarije de noodzakelijke rechtsstatelijke hervormingen doorvoert om te voldoen aan de voorwaarden voor Europese financiering. Kan de minister toelichten op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan deze motie? Op welke wijze ondersteunt Nederland Hongarije bij het daadwerkelijk realiseren van deze hervormingen, zonder afbreuk te doen aan de strikte voorwaarden voor uitbetaling van Europese middelen?
Het kabinet verwelkomt dat de nieuwe Hongaarse regering zich uitspreekt voor herstel van de relatie met de EU en voor het doorvoeren van noodzakelijke hervormingen, onder andere op het terrein van rechtsstatelijkheid. Het kabinet ziet dat Hongarije duidelijke stappen zet om deze zaken te bewerkstelligen.
Conform de motie Van Lanschot c.s. zet het kabinet zich er bij de Commissie voor in dat Hongarije de hervormingen doorvoert om te voldoen aan de voorwaarden voor Europese financiering. Conform de motie Krul/Dassen (Kamerstuk 36866, nr. 9) moedigt het kabinet Hongarije aan om aan de met de Commissie gemaakte afspraken te voldoen, en ondersteunt het kabinet Hongarije hier bij waar nodig. Het kabinet zoekt dan ook actief toenadering tot de regering-Magyar. Deze contacten verlopen tot dusver in een constructieve en positieve sfeer. Zo bracht de minister van Buitenlandse Zaken begin juni een bezoek aan Boedapest en heeft de minister-president telefonisch gesproken met zijn Hongaarse ambtgenoot Magyar. In deze contacten draagt Nederland, naast de bereidheid tot samenwerking, consequent ook de eerdergenoemde boodschappen uit: het belang van het daadwerkelijk doorvoeren van de rechtsstatelijke hervormingen en het onverkort vasthouden aan de voorwaarden die aan de uitbetaling van Europese middelen zijn verbonden. Ten aanzien van de vraag hoe het kabinet Hongarije ondersteunt bij het realiseren van de hervormingen, hecht het kabinet eraan te benadrukken dat de primaire verantwoordelijkheid hiervoor bij Hongarije zelf ligt. Het kabinet is bereid om, waar dat een toegevoegde waarde heeft en op verzoek, bilaterale expertise te delen. Dit aanbod heeft het kabinet in verschillende contacten aan Hongarije overgebracht en het gesprek over hoe dit zou kunnen worden vormgegeven wordt op ambtelijk niveau met Hongarije verder doorgezet.
Overig
Draft Budgetary Plan Oostenrijk
Een bespreking over het ontwerpbegrotingsplan (Draft Budgetary Plan; DBP) van Oostenrijk voor 2027, dat Oostenrijk op 13 mei 2026 bij de Commissie heeft ingediend, en de opinie van de Commissie daarover, is toegevoegd aan de agenda van de Eurogroep. De Eurogroep zal naar verwachting, net als gebruikelijk bij de bespreking van DBP’s, na afloop van de bespreking een verklaring publiceren.
Procedures en informatievoorziening aan de Kamer over de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit in zomerperiode
Lidstaten kunnen, op basis van artikel 21 van de HVF-verordening, gebruik maken van de mogelijkheid om hun herstel- en veerkrachtplan aan te passen op grond van objectieve omstandigheden die relevant zijn voor de eerder overeengekomen mijlpalen en doelstellingen. De Commissie beoordeelt of de redenen die lidstaten aandragen een wijziging van de plannen rechtvaardigen en of de plannen na deze aanpassingen nog steeds voldoen aan alle eisen van de HVF-verordening. Na een positieve beoordeling door de Commissie ligt een planwijziging ter besluitvorming voor in de Raad van de Europese Unie (doorgaans in Ecofin-formatie). Hierover wordt de Kamer steeds middels de geannoteerde agenda en het verslag van een Ecofinraad geïnformeerd.
Lidstaten hebben tot uiterlijk 31 augustus 2026 om mijlpalen en doelstellingen uit het herstel- en veerkrachtplan te voltooien. Lidstaten hebben tot uiterlijk diezelfde datum de tijd om hun plan te wijzigen. Omdat er in de zomerperiode geen mogelijkheid is om planwijzigingen in de Ecofinraad te behandelen, zullen er in de zomer schriftelijke procedures worden gehanteerd om tot Raadsbesluitvorming over HVP-wijzigingen te komen. Een schriftelijke procedure zal uitsluitend worden gebruikt voor technische wijzigingen van een plan. Indien de Europese Commissie positief heeft beoordeeld dat de redenen die een lidstaat aandraagt een technische wijziging van een plan rechtvaardigen, en dat een plan na deze aanpassing nog steeds voldoet aan alle eisen van de HVF-verordening, zal Nederland naar verwachting in kunnen stemmen met de voorgestelde wijzigingen.
Daarnaast ontvangt de Kamer elke voorlopige beoordeling van betaalverzoeken in het kader van de HVF, die de Europese Commissie publiceert ter bespreking in het Economisch en Financieel Comité. Mocht in de zomerperiode een voorlopige beoordeling van een betaalverzoek door de Commissie worden gepubliceerd, dan zal de Kamer uitsluitend worden geïnformeerd indien Nederland of een andere lidstaat naar aanleiding daarvan de noodzaak ziet tot het starten van de zogenoemde noodremprocedure van de HVF.
De Kamer zal in de eerstvolgende geannoteerde agenda voor de Eurogroep en informele Ecofinraad van september 2026 een update ontvangen over de planwijzigingen die deze zomer via schriftelijke procedures zijn goedgekeurd en over eventuele voorlopige Commissiebeoordelingen van betaalverzoeken.
Overzicht van de definitieve beoordeling door de Europese Commissie van ingediende HVF-betaalverzoeken
Hieronder staat een overzicht per 1 juli 2026 van de stand van zaken rondom de subsidies en leningen uit de HVF. Tabel 1 geeft een overzicht van de totale subsidies die aan lidstaten zijn gecommitteerd uit de HVF, een overzicht van de subsidies die in het tweede kwartaal van 2026 zijn uitbetaald en van de totale subsidies die tot nu toe zijn uitbetaald. Tabel 2 geeft een vergelijkbaar overzicht van het leningendeel van de HVF. De relevante documentatie voor de betaalverzoeken is te raadplegen op de HVF-website van de Europese Commissie15 en het Comitologieregister16. Hierna zal de Kamer nog twee overzichten ontvangen, na het derde kwartaal in 2026 en na eind 2026.
Tabel 1: overzicht subsidies aan lidstaten uit de RRF (in miljoenen euro, per 1 juli 2026)
| Committeringen |
|
||
|---|---|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
* Het betreft de definitieve allocatie van de subsidies zoals op 30
juni 2022 gepubliceerd voor de RRF: https://commission.europa.eu/document/download/c22c182c-f53e-453f-b45a-dacdcf2d69dd_en?filename=2022_06_30_update_maximum_financial_contribution_rrf_grants.pdf
plus de aanvullende subsidies voor REPowerEU: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32023R0435
en de overheveling van de reserve voor aanpassing aan de Brexit naar de
faciliteit.
** Uitgekeerd op basis van behaalde mijlpalen en doelen.
Tabel 2: overzicht leningtranches aan lidstaten uit de RRF (in miljoenen euro, per 1 juli 2026)
| Committeringen | Uitbetalingen | ||
|---|---|---|---|
| Totaal toegekende lening RRF* | Goedgekeurde leningtranche in Q2, 2026** | In totaal uitgekeerde leningen incl. voorfinanciering | |
| BE | 230 | 103 | |
| CZ | 343 | 232 | |
| EL | 17.728 | 294 | 11.696 |
| ES | 22.706 | 16.275 | |
| HR | 4.254 | 2.381 | |
| IT | 122.602 | 6.193 | 105.272 |
| LT | 1.552 | 1.119 | |
| HU | 3.918 | 779 | |
| PL | 29.441 | 2.297 | 19.711 |
| PT | 5.580 | 3.675 | |
| RO | 7.844 | 4.320 | |
| SI | 469 | 466 | |
| EU | 216.667 | 8.784 | 166.029 |
* Toegekende bedrag zoals opgenomen in de uitvoeringsbesluiten.
** Uitgekeerd op basis van behaalde mijlpalen en doelen.
https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/long-term-eu-budget/eu-budget-2028-2034_en↩︎
https://open.overheid.nl/details/c544372d-c3d8-44a7-bbe8-558ddf35a4a4↩︎
Kamerbrief Productiviteitsagenda, Kamerstukken II 2024/2025, 29544, nr. 1287↩︎
Frontier AI models could strain cyber resilience in the financial system, ESRB warns↩︎
2026Z15917&did=2026D35833">Verslag Nederlands Financieel Stabiliteitscomité - 26 juni 2026 | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎
Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4293; Kamerstukken II, 2025-2026, 21 501-07, nr. 2196.↩︎
Kamerstukken II, 2025–2026, 21 501-07, nr. 2199.↩︎
Kamerstuk 21 501-07, nr. 1769.↩︎
https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/country_overview.html↩︎
Zie Kamerstukken 21 501-07, nr. 1861 voor Polen, nr. 1769 voor Frankrijk en nr. 1766 voor Griekenland.↩︎
Kamerstukken II, 2025–2026, 22 112, nr. 4219↩︎
Kamerstukken II, 2022-2023, 22 112, nr. 3747.↩︎
https://reforms-investments.ec.europa.eu/publications-0/2026-european-semester-spring-package-communication_en↩︎
Kamerstukken II, 2025-2026, 30821 nr. 323↩︎
https://ec.europa.eu/economy_finance/recovery-and-resilience-scoreboard/index.html↩︎
https://ec.europa.eu/transparency/comitology-register/screen/committees/C102400/consult?lang=nl↩︎