Voortgangsbrief Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning 2026
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Brief regering
Nummer: 2026D36247, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-23 14:29, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
- Mede ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 26448 -904 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI).
Onderdeel van zaak 2026Z16043:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)
Nr. 904 Brief van de ministers van Werk en Participatie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2026
Met de Hervormingagenda Inkomensondersteuning werken we aan een zekerder en begrijpelijker stelsel van inkomensondersteuning waarin (meer) werken loont. De Hervormingsagenda is vorig jaar gestart. In deze brief schetsen we de voortgang op de Hervormingsagenda en geven we invulling aan de eerdere toezegging om uw Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, voor de zomer te informeren over de Hervormingsagenda.
Vereenvoudiging van beleid en regelgeving in de sociale zekerheid is nodig om inkomenszekerheid en participatie van mensen te kunnen blijven garanderen. Het is daarnaast ook nodig om de uitvoering ervan toekomstbestendig te houden. Het huidige stelsel is dringend aan hervorming toe: het grote aantal regelingen, ingewikkelde berekeningen en toekenning van bedragen achteraf leiden tot grote onzekerheid, problematische terugvorderingen en niet-gebruik. Daarbij leiden de toeslagen tot een hoge marginale druk. Deze effecten weerhouden mensen ervan om (meer) te gaan werken, terwijl op de arbeidsmarkt iedereen nodig is. Dit blijkt ook uit verschillende rapporten en (parlementaire) commissies van afgelopen jaren: de Commissie sociaal minimum, de Staatscommissie Rechtsstaat, de OCTAS, de PEFD en het IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid. Daarnaast is duidelijk dat de publieke dienstverleners als UWV, SVB en ook de gemeenten tegen de grenzen aan lopen van uitvoerbaarheid van het stelsel: meermaals wijzen zij daarop in hun knelpuntenbrieven.
Hervormingsagenda: scope, doelen en aanpak
De hervorming van inkomensondersteuning beslaat een groot deel van de sociale zekerheid, de toeslagen en aspecten van de fiscaliteit. De Hervormingsagenda richt zich op trajecten die bijdragen aan een zekerder en begrijpelijker stelsel voor mensen waarin (meer) werken loont. In deze brief ligt de focus op de sociale zekerheid en een aantal domeinoverstijgende onderwerpen. Complexiteit ontstaat namelijk ook deels door samenloop met toeslagen en belastingen. Veel mensen met een sociale uitkering zijn ook afhankelijk van een of meerdere toeslagen om rond te komen.
De vormgeving van de toeslagen beïnvloedt daarmee direct de effectiviteit van het beleid in de sociale zekerheid: zowel de inkomenszekerheid als de stap naar werk door uitkeringsgerechtigden. Daarnaast hebben mensen met meerdere regelingen tegelijkertijd te maken, waar verschillende begrippen, regels en betaalmomenten voor gelden en die onderling op elkaar inwerken bij nabetalingen en terugvorderingen. Een aantal onderwerpen in deze Hervormingsagenda zijn daarom domeinoverstijgend en daaraan werken de minister van SZW, de minister van Werk en Participatie en de Staatssecretaris van Financiën met elkaar samen. Het gaat om het vereenvoudigen van begrippen, een nieuwe kindregeling, de nieuwe financiering van kinderopvang, het verminderen van keteneffecten, het harmoniseren van betaalmomenten en het verminderen van de drempel tot arbeidsparticipatie als gevolg van terugvorderingen van toeslagen.
Daarnaast werkt de Staatssecretaris van Financiën ook voor het belasting- en toeslagenstelsel met een hervormingsagenda. Uw Kamer ontvangt deze Hervormingsagenda Fiscaliteit en Toeslagen voor het einde van dit jaar. In de Strategische agenda1 van de Staatssecretaris van Financiën zijn ambities geformuleerd voor het fiscale stelsel en toeslagen. Bijvoorbeeld om het toeslagensysteem eenvoudiger, duidelijker en rechtvaardiger te maken. Er loopt in dat kader een verkenning naar een zeker en actueel toeslagenstelsel, waarbij toeslagen kunnen worden toegekend op basis van actuele informatie. Hierover zal de Staatssecretaris van Financiën uw Kamer apart informeren.
Doelstellingen: begrijpelijk, zeker en (meer) werken loont
Met de Hervormingsagenda wordt ingezet op het realiseren van meer zekerheid, meer begrijpelijkheid van rechten en plichten en (meer) werken loont. Daarbij is het ook essentieel om de uitvoering houdbaarder en toekomstbestendiger te maken. Voor de toekomstbestendigheid van de sociale zekerheid is het daarom van groot belang dat regelingen voldoende activerend werken en geen armoedeval veroorzaken. Tegelijk is het van belang dat we mensen voldoende inkomenszekerheid en voorspelbaarheid bieden, en ondersteunen in de toeleiding naar werk. Want onzekerheid staat vaak in de weg van participatie of meer uren werk. Voor dit samenspel hebben we binnen de hervorming van de sociale zekerheid constant aandacht.
Meerjarige Routekaart met jaarlijks voorstellen ter besluitvorming
De Routekaart biedt een werkagenda voor de sociale zekerheid richting 2035 aan de hand van zeven inhoudelijke sporen, met een jaarlijks proces richting de budgettaire besluitvorming in het voorjaar. Deze brief geeft een actualisatie van de prioritering op de verschillende trajecten aan de hand van het Coalitieakkoord 2026-2030 en schetst de voortgang binnen de verschillende trajecten. De concrete uitwerking op de sporen volgt stapsgewijs: beleidsopties die binnen de trajecten worden uitgewerkt, worden steeds getoetst op wenselijkheid en uitvoerbaarheid. De opties moeten vervolgens gewogen worden in het kabinet en uw Kamer, inclusief de budgettaire randvoorwaarden. Hervorming en vereenvoudiging gaan altijd gepaard met politieke keuzes. De Hervormingsagenda biedt een divers palet aan onderwerpen en beleidsopties waar de politieke weging elke keer anders kan uitvallen. Het is vaak niet gratis, vereenvoudiging betekent in veel gevallen dat regelingen minder gericht worden en afhankelijk van de uitwerking gaan daar budgettaire effecten of negatieve inkomenseffecten mee gepaard. Als vereenvoudiging leidt tot hogere kosten, zullen daar ook middelen voor moeten worden gevonden. Soms zijn maatregelen budgetneutraal. Ten slotte kunnen vereenvoudigingen ook een besparing opleveren.
Financiering
Omdat er forse budgettaire uitdagingen zijn op de SZW-begroting en het kabinet wel de intentie heeft te vereenvoudigen, willen we jaarlijks uitdrukkelijk bekijken welke maatregelen binnen de budgettaire kaders mogelijk zijn. In dat kader wil het kabinet graag in gesprek met uw Kamer over het financieren van vereenvoudigingen en verbeteringen voor zowel mensen als de uitvoering door bijvoorbeeld een deel van de indexatie van de betreffende uitkeringsregeling in te zetten als dekking. Zo zouden hardheden en knelpunten die mensen raken, opgelost kunnen worden door voor een groep als geheel hetzelfde budget ter beschikking te stellen. Een (beperkt) negatief inkomenseffect voor een (beperkte) groep is soms de pijn die genomen moet worden om voor mensen een betere en doenbare regeling te krijgen. Vereenvoudiging draagt bij aan meer zekerheid en voorkomt een anders vastlopende uitvoering van sociale uitkeringen en toeslagen, waar door complexiteit anders keer op keer herstelacties nodig blijven. Die afweging willen we per traject samen met uw Kamer maken.
Samen werken aan de maatschappelijke opgave
In het verbeteren van de sociale zekerheid is de samenwerking met de publieke dienstverleners, sociale partners, lokale overheden, maatschappelijke organisaties en de mensen om wie het gaat cruciaal. UWV, SVB, gemeenten en de Landelijke Cliëntenraad melden jaarlijks hun signalen over waar mensen en de uitvoering in de knel komen. Daarnaast werken we samen op de ontwikkeling van beleidsopties en de voortgang van de agenda. Zodat er breed draagvlak ontstaat waar dit kabinet en volgende kabinetten op kunnen voortbouwen.
Voortgang Routekaart 7 sporen van de Hervormingsagenda richting 2035
Per spoor gaan we in op de opgave, ambitie en de stappen die het kabinet komende jaren zet. De voorstellen die onder de sporen worden uitgewerkt, moeten bijdragen aan een beter functionerend stelsel voor mensen en de publieke dienstverlening in 2035. Per spoor worden gerelateerde trajecten in samenhang opgepakt. Daarin staat het perspectief van mensen centraal:
Borgen van een toereikend en toegankelijk sociaal minimum
Zekere en begrijpelijke regelingen als vangnet en bij werkloosheid
Vereenvoudiging gegevensdeling, begrippen en overgangsrecht
Een zekere en begrijpelijke regeling voor arbeidsongeschiktheid
Zekere en begrijpelijke financiële ondersteuning voor ouders
Een voorspelbaar inkomen, door het voorkomen en verminderen van negatieve effecten van fouten, nabetalingen en terugvorderingen
Betere toeleiding naar werk: via werk in inkomen voorzien
Borgen van een toereikend en toegankelijk sociaal minimum (spoor 1)
Het sociaal minimum vormt de ondergrens in het stelsel van sociale zekerheid. Om mensen in hun bestaanszekerheid te voorzien, streven we naar een toereikend en toegankelijk stelsel voor het sociaal minimum dat naadloos aansluit op alle andere regelingen in de sociale zekerheid.
| Dit kabinet geeft in dit spoor prioriteit aan vereenvoudiging van armoederegelingen en proactieve dienstverlening in de sociale zekerheid. Daarnaast houdt het kabinet oog voor de toereikendheid van het inkomen, ook bij de uitwerking van het Coalitieakkoord. |
|---|
Het stelsel moet in de eerste plaats eenvoudiger: het aantal armoederegelingen moet omlaag, regelingen moeten begrijpelijker en toegankelijker worden gemaakt en beter op elkaar aansluiten. Op dit moment moeten mensen soms te veel landelijke en gemeentelijke regelingen stapelen om rond te komen, en bovendien zijn veel regelingen te ingewikkeld voor mensen. Zoals in het Coalitieakkoord opgenomen werken we samen met gemeenten aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat je kan rondkomen ongeacht je postcode.
Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid van gemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd.
Niet alleen kunnen de regelingen en de interactie ertussen eenvoudiger, ook de dienstverlening hiertoe kan beter: de overheid moet meer moeite doen om te zorgen dat mensen daadwerkelijk ontvangen waar zij recht op hebben via proactieve dienstverlening. Automatisch waar dat kan, met persoonlijk contact waar nodig. Daarnaast is het cruciaal dat de overheid werkt aan vertrouwen. Dat betekent onder meer dat de overheid levert wat ze belooft. Want zolang er mensen zijn die geen vertrouwen hebben in de overheid en als gevolg daarvan een regeling niet aanvragen, lukt het niet om mensen daadwerkelijk te geven waar zij recht op hebben.
Verbetering en vereenvoudiging van het armoedebeleid en inkomensregelingen
In het Coalitieakkoord is afgesproken om in overleg met gemeenten te werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat mensen kunnen rondkomen ongeacht de postcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. In de eerste voortgangsrapportage van het Nationaal Programma Armoede en Schulden, die op 10 maart jl. aan uw Kamer is aanboden, is beschreven welke stappen in de afgelopen periode zijn gezet om te komen tot beter en eenvoudiger armoedebeleid. Zo heeft Divosa op verzoek van de VNG een verkenning gedaan om te komen tot toegankelijker en effectiever gemeentelijk armoedebeleid, heeft SZW verkend welke regelingen beter landelijk kunnen worden uitgevoerd of worden geharmoniseerd en hebben Nibud en KWIZ een analyse gemaakt van de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid. Deze verkenningen worden betrokken bij de uitwerking van de ambitie uit het Coalitieakkoord.
Proactieve dienstverlening
Proactieve dienstverlening draagt bij aan het tegengaan van het niet-gebruik van uitkeringen en andere sociale voorzieningen, zodat mensen gerichter worden benaderd en ondersteund bij het vinden van werk, inkomen, opleiding en meedoen in de samenleving. Op korte termijn werken UWV, SVB en gemeenten samen in fysieke en digitale adviesloketten aan het faciliteren van (vooringevulde) aanvragen voor inkomensondersteuning. Op korte termijn is ook de inzet gegevensdeling mogelijk te maken voor proactieve dienstverlening bij regelingen met een hoog niet-gebruik, zoals de AIO, algemene bijstand en schuldhulpverlening. Over de financiering van proactieve dienstverlening bij bijzondere bijstand en de studietoeslag gaan wij nader met uw Kamer in gesprek. Daarnaast komen er op korte termijn experimenten met gegevensdeling voor betere (proactieve) dienstverlening in gemeenten die koploper willen zijn en bij UWV en de SVB, passend binnen hun capaciteit.
Op middellange termijn streven we ernaar de goede mogelijkheden voor gegevensuitwisseling voor proactieve dienstverlening te vergroten met andere publieke dienstverleners, zoals de Belastingdienst, Dienst Toeslagen, DUO en waterschappen. Op middellange termijn verkennen we ook waar automatische toekenning mogelijk en wenselijk is, te beginnen met gemeentelijke minimaregelingen, de Toeslagenwet en de kwijtschelding van de lokale belastingen. Specifiek voor de kwijtschelding van lokale belastingen voor mensen met een Wajong- of WIA-uitkering is aan lokale overheden gevraagd de eerder gecommuniceerde, tijdelijke oplossing te continueren. Over een eventuele structurele oplossing vindt overleg plaats tussen alle betrokken departementen (SZW, BZK, IenW en FIN) en de medeoverheden (VNG, Unie van Waterschappen).
Op lange termijn blijven we werken aan betere datakwaliteit en meer datadeling, met het oog op dataminimalisatie. We verkennen welke stappen mogelijk zijn in de richting van persoonsgerichte proactieve dienstverlening en automatische toekenning als eindbeeld. Minder regelingen en minder voorwaarden in het stelsel dragen daaraan bij. Essentieel is ook dat bij het (her)ontwerp van regelingen gekeken wordt naar de benodigde gegevens en de beschikbaarheid daarvan. En dat de burger zo mogelijk slechts eenmaal gevraagd wordt om zijn gegevens en die vervolgens hergebruikt worden voor meerdere processen als dat nodig is. De andere sporen van deze Hervormingsagenda moeten daar dan ook aan gaan bijdragen.
Toereikendheid van het inkomen op sociaal minimum
De vorige brief over de Hervormingsagenda bevatte een analyse van de toereikendheid van het sociaal minimum2. Deze analyse liet zien dat huishoudens met een inkomen op het sociaal minimum in principe voldoende inkomen hebben voor minimaal noodzakelijke uitgaven, als zij de uren werken waar zij toe in staat zijn, alle landelijke regelingen aanvragen waar zij recht op hebben, goed met geld kunnen omgaan en geen onvermijdbare hoge uitgaven hebben. Een aantal huishoudtypen heeft ook enige ruimte om tegenvallers op te vangen, al is deze ruimte beperkt. Wel zijn veel huishoudens sterk afhankelijk van toeslagen om rond te komen. Bovendien kunnen zich in de praktijk situaties voordoen waarin het niet lukt om rond te komen, bijvoorbeeld doordat mensen niet alle regelingen waar zij recht op hebben aanvragen (niet-gebruik) of te maken hebben met hoge onvermijdbare kosten (zoals een hoge energierekening) of schulden. Dat onderstreept dat het belangrijk is om te blijven werken aan vereenvoudiging en het beter bereiken van kwetsbare groepen. Op dit moment zijn er geen nieuwe inzichten die de conclusies van die analyse wezenlijk veranderen. Daarom beschouwt het kabinet dit onderdeel in het kader van de Hervormingsagenda als afgerond. Uiteraard houdt het kabinet in de toekomst oog voor de toereikendheid van het inkomen, ook bij de uitwerking van het Coalitieakkoord.
Sluitend vangnet
In 2024 is de motie Welzijn aangenomen over groepen onder het
sociaal minimum3. In 2022 hebben Panteia, Muzus, VU
Amsterdam en Hogeschool Utrecht in opdracht van het ministerie van SZW
een onderzoek uitgevoerd naar hardvochtige effecten op mensen in de
sociale zekerheid. Daarnaast heeft de Commissie Sociaal Minimum in 2023
onderzocht op welke manieren het socialezekerheidsstelsel tekort kan
schieten. Hieruit kwamen geen nieuwe groepen in beeld die onder het
sociaal minimum zitten. Deze onderzoeken hebben een aantal
aanknopingspunten opgeleverd, die worden terugvertaald in de aanpak van
deze Hervormingsagenda.