[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Clusterplan Chemelot

Industriebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D36259, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-08-05 15:15, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29826 -314 Industriebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z16045:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29826 Industriebeleid

32813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid

Nr. 314 Brief van de minister van Klimaat en Groene Groei en van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2026

Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord aangegeven de verduurzaming van de (energie-intensieve) industrie te willen versnellen. Daarom zetten we vol in op een groene industrie en lagere uitstoot. Zo wordt Nederland strategisch autonomer en bouwen we aan een land dat we door willen geven. Het kabinet wil dit onder andere doen via de maatwerkafspraken, waarbij nieuwe maatwerkafspraken zich richten op clusters of gebieden.

In het commissiedebat Verduurzaming Industrie op 16 april jl. is met uw Kamer gesproken over deze clustermaatwerkaanpak en de stapsgewijze aanpak die het kabinet hierbij kiest. Hierbij worden bedrijven en overheden samen steeds concreter met als uiteindelijk doel bedrijfsinvesteringen die bijdragen aan verduurzaming, concurrentievermogen en weerbaarheid. Stap één in die aanpak is het opstellen van een clusterplan. Dit geeft inzicht in de projecten waar het cluster mee aan de slag wil en welke randvoorwaarden, zowel publieke als private, volgens de bedrijven op het cluster nodig zijn om tijdig investeringsbeslissingen op de projecten te kunnen nemen.

Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over het eerste clusterplan: het clusterplan Chemelot genaamd “Strategische autonomie door circulaire chemie”. Het clusterplan is met input van de private partijen opgesteld door de private Executive Director Chemelot en clusterregisseur Chemelot op verzoek van het vorige Kabinet en provincie Limburg.1 Deze brief bevat een toelichting op het clusterplan Chemelot en de vervolgstappen waar het kabinet samen met Chemelot en de provincie Limburg mee aan de slag wil.

  1. Inhoud Clusterplan

Het clusterplan Chemelot schetst een toekomstperspectief waarbij verbetering van het concurrentievermogen, verduurzaming en weerbaarheid hand in hand gaan. In het clusterplan staat een projectportfolio van twaalf concrete projecten centraal, aangevuld met één project van Helix dat zich nog in de ontwikkelfase bevindt maar dat vanwege het strategisch potentieel van circulaire nafta uit chemische recycling voor de toekomst van het cluster een aparte vermelding heeft gekregen. De projecten bestaan uit een mix van bestaande (o.a. SABIC, OCI, AnQore en Fibrant) en nieuwe industrie (i.c. Reju, FUREC en Helix). Deze nieuwe projecten zijn first of a kind en onderstrepen de ambitie van Chemelot om een stap te zetten in de transitie naar een circulaire economie.

Het clusterplan laat zien dat uitvoering van deze projecten de concurrentiekracht van het cluster weer kan herstellen en leidt tot CO2-reductie en lagere impact op milieu en leefomgeving. Door uitvoering van de projecten kan de economische activiteit op het cluster behouden blijven en daarmee de bijdrage van Chemelot aan de welvaart, werkgelegenheid en strategische onafhankelijkheid van Nederland.2 Het is positief dat de doelen en ambities van de clusterplan aansluiten op de ambities van het kabinet.

In het clusterplan Chemelot is ook expliciet aandacht voor de urgentie om aan de slag te gaan. De industrie op Chemelot bevindt zich, net als de gehele Nederlandse en Europese industrie, in een uitdagende economische situatie, mede het gevolg van hoge energieprijzen en (oneerlijke) concurrentie uit derde landen. Dit heeft het risico van sluitingen en verplaatsing van productie als gevolg. In de praktijk zien we dat op Chemelot ook gebeuren. Zo heeft Fibrant in januari jl. besloten om een herstructurering door te zetten en daarmee de caprolactamproductie voorlopig stop te zetten. Door dit besluit hebben helaas circa 100 medewerkers hun baan verloren. De installatie wordt wel in een goede, werkende staat gehouden waardoor een herstart in de toekomst mogelijk blijft. Een positieve ontwikkeling is dat SABIC heeft aangekondigd zijn Europese petrochemie-activiteiten aan het Duitse familiebedrijf AEQUITA te verkopen, dat de ambitie heeft zijn activiteiten in Europa en Nederland uit te breiden. Ook heeft OCI op 1 juni jl. een voorgenomen verkoop van 50% van OCI Nitrogen in Geleen aan het Tsjechische AGROFERT aangekondigd. Naar de toekomst toe bieden deze transacties mogelijk ook kansen voor het cluster als geheel.

In het clusterplan wordt benadrukt dat de sterke integratie op Chemelot de urgentie vergroot. Doordat bedrijven onderling verbonden zijn via de levering van grondstoffen en energie, maakt dat het wegvallen van één bedrijf direct ook andere bedrijven op het cluster raakt. In het clusterplan is veel aandacht voor kansen en risico’s van deze verwevenheid binnen het cluster. De sterke integratie kan juist ook maken dat bij Chemelot een benadering op het niveau van het cluster meerwaarde heeft. In het clusterplan wordt daarom aangegeven dat bij de verdere uitvoering het noodzakelijk is om niet alleen naar de individuele projecten te kijken maar ook steeds breder naar de samenhang met de andere projecten en de impact op het hele cluster. Doel is daarbij om zo samen te werken dat bedrijven durven te investeren omdat er meer zekerheid is dat andere bedrijven op het cluster dit ook gaan doen.

Het clusterplan is onderbouwd met uitgebreide bedrijfsvertrouwelijke analyses over het cluster en de individuele projecten. De dertien bij het clusterplan betrokken bedrijven hebben via support letters het belang van het clusterplan en de projecten bevestigd, en aangegeven bereid te zijn om de projecten samen verder uit te werken. Het clusterplan bevat ook verzoeken aan de overheden. Deze verzoeken richten zich op beschikbaar houden van generiek instrumentarium, inzet op Europees beleid, aanleg van energie-infra, een publieke grondpositie en een financiële bijdrage in clustermaatwerk. Voor dit laatste verzoek wordt in het clusterplan nu indicatief een bedrag van €150 miljoen genoemd, in aanvulling op de andere (steun)verzoeken. Deze verzoeken zijn gericht aan het Rijk en de provincie Limburg samen.

  1. Vervolgtraject

Om de projecten uit het clusterplan tot realisatie te brengen zijn uiteindelijk investeringsbeslissingen nodig bij de bedrijven. Voor de meeste projecten zijn in het clusterplan al verschillende randvoorwaarden geformuleerd die nodig zijn voor een investeringsbeslissing. Sommige randvoorwaarden zijn aan de bedrijven zelf, zoals een contract met een afnemer of leverancier. Andere liggen deels bij publieke partijen, zoals een mogelijke subsidie of benodigde vergunning. Om tot de gewenste investeringsbeslissingen te komen, is een stapsgewijs proces vereist waarbij publieke en private partijen elkaar steeds meer zekerheid geven op de benodigde randvoorwaarden.

Nu het clusterplan is opgeleverd, wordt met het clustermaatwerktraject met Chemelot een volgende stap gezet: de uitwerkingsfase. In deze fase gaan de bedrijven de projecten en de benodigde randvoorwaarden concreter maken. Hiervoor worden de gesprekken met de bedrijven geïntensiveerd. Parallel onderzoeken het Rijk en de provincie hoe, en zo ja onder welke voorwaarden, mogelijk invulling kan worden gegeven aan de (steun)verzoeken in het clusterplan. Hierbij zal ook het recente AMVI-advies over de volgende fase van de maatwerkaanpak worden betrokken.3

Deze uitwerkingsfase moet resulteren in een gezamenlijke routekaart waarin de tijdlijnen van de projecten, de private en publieke randvoorwaarden en de relevante mijlpalen worden uiteengezet, en waarbij ook oog is voor de samenhang tussen de verschillende projecten en hoe deze elkaar kunnen versterken.4 Stichting Chemelot, betrokken bedrijven, provincie Limburg en het kabinet hebben de ambitie uitgesproken om in het najaar tot deze gezamenlijke routekaart voor uitvoering van het clusterplan te komen. In het najaar zal het kabinet de Kamer informeren over de voortgang van de uitwerkingsfase en mogelijke vervolgstappen.

Tijdens deze uitwerkingsfase worden projecten of randvoorwaarden uit het clusterplan waarbij eerder besluiten nodig of mogelijk zijn, wel verder gebracht. Voorbeelden hiervan zijn de positieve beschikking van de NIKI-subsidie van Reju eerder dit jaar en de inzet van het kabinet – zowel in Europa als via nationale maatregelen – om de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie te verbeteren.

  1. Afsluitend

De industrie is belangrijk voor Nederland en bevindt zich in een uitdagende periode. Het clusterplan laat zien dat er perspectief is. De bedrijven op Chemelot, de provincie Limburg en het kabinet zijn gemotiveerd om dit clusterplan verder uit te werken en hier samen een succes van te maken.

Tot slot, het kabinet zal uw Kamer uiterlijk eind dit jaar verder informeren over de voortgang van de gehele maatwerkaanpak, en daarbij ook ingaan op de stand van de maatwerkaanpak bij andere clusters of gebieden.

De minister van Klimaat en Groene Groei,

S. van Veldhoven-van der Meer

De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

J. de Bat


  1. Kamerstukken II 2025Z19212↩︎

  2. In Figuur 1 van het clusterplan wordt deze bijdrage uitgelicht.↩︎

  3. Kamerstuk 29826, nr. 307.↩︎

  4. Figuur 5 in het clusterplan bevat een eerste indicatieve roadmap opgesteld door het cluster welke verder moet worden geconcretiseerd. ↩︎