Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni te Luxemburg en het Verslag van van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal beleid d.d. 6 juli te Ballina, Ierland
Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Brief regering
Nummer: 2026D36264, datum: 2026-07-09, bijgewerkt: 2026-07-31 14:30, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
- Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni te Luxemburg en het Verslag van van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal beleid d.d. 6 juli te Ballina, Ierland
- Beslisnota bij het Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni te Luxemburg en het Verslag van van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal beleid d.d. 6 juli te Ballina, Ierland
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 31-839 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken.
Onderdeel van zaak 2026Z16047:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
21 501-31 Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Nr. 839 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juli 2026
Op maandag 29 juni vond de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) plaats te Luxemburg. Een week later, op 6 juli, vond de Informele Raad WSB plaats in Ballina, Ierland. Hierbij zend ik u een gecombineerd verslag voor beide Raden toe.
Ook wordt uw Kamer geïnformeerd over het bereikte voorlopig politiek akkoord op E-declaration en CMRD 6 en het Raadsmandaat op IORP-II.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Verslag Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid d.d. 29 juni te Luxemburg en het verslag van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal beleid d.d. 6 juli te Ballina, Ierland.
Via dit verslag informeer ik u over de Formele en Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid op respectievelijk 29 juni en 6 juli, waar Nederland op ambtelijk niveau werd vertegenwoordigd. Tevens informeer ik u over het bereikte voorlopig politiek akkoord op E-declaration en CMRD 6 en het bereikte Raadsmandaat op IORP.
Voorlopig politiek akkoord vrijwillig gezamenlijk elektronisch meldformulier grensoverschrijdende detacheringen (E-declaration)
Op 23 juni jl. bereikten het Cypriotische EU-voorzitterschap namens de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Europese Commissie een voorlopig politiek akkoord over de E-declaration. Nederland heeft dit akkoord op 30 juni jl. in Coreper gesteund.
Op grond van de Europese Handhavingsrichtlijn kunnen lidstaten bedrijven in de EU verplichten om werknemers vooraf te melden wanneer zij tijdelijk in deze lidstaat komen werken. Elke lidstaat heeft nu zijn eigen meldloket. De huidige 27 verschillende meldsystemen leiden tot behoorlijke administratieve lasten voor bedrijven die werknemers naar andere lidstaten detacheren. Om die reden wordt de meldplicht voor detacheringen door die specifieke groep bedrijven vaak genoemd als één van de meest prangende interne markt belemmeringen.1 Zowel het rapport van dhr. Letta over de toekomst van de interne markt2, als de door de Europese Commissie aangekondigde interne- marktstrategie3 benoemen de kansen van de E-declaration om administratieve lasten te verlichten.
Nederland heeft sinds 2020 een meldplicht voor buitenlandse werkgevers en uitzendbureaus. Ook zelfstandigen werkzaam in risicosectoren zijn verplicht zich te melden. De meldplicht is ingesteld om meer zicht te krijgen op welke bedrijven met welke werknemers actief zijn in ons land. Dit geeft inspectiediensten de handvatten om effectiever toe te zien op de naleving van arbeidswetten en het opsporen van misstanden ten aanzien van deze groep arbeidsmigranten. Het Nederlandse meldloket is de afgelopen jaren aangepast om de gebruikservaring te vergroten en de administratieve last te verkleinen, wat ook blijkt uit de meest recente evaluatie.4
Met de E-declaration beoogt de Europese Commissie de meldingsprocedures in lidstaten te harmoniseren door één vrijwillig uniform Europees meldformulier met gestandaardiseerde informatievelden in te voeren. Meldingen worden via het Internal Market Information System (IMI) beschikbaar gesteld aan de bevoegde nationale autoriteiten. Ook de informatie-uitwisseling tussen autoriteiten verloopt via dit systeem.
Het kabinet heeft in het BNC-fiche5 een positieve grondhouding ingenomen ten aanzien van het voorstel. Voor het kabinet was het een randvoorwaarde dat het initiatief voldoende waarborgen zou bevatten voor de bescherming van gedetacheerde werknemers. Het kabinet heeft zich in de onderhandelingen met succes ingezet om een aantal voor Nederland belangrijke informatievelden in het uniforme formulier te krijgen die nodig zijn voor effectieve handhaving en toezicht. Voor een uitbreiding van de reikwijdte van het voorstel naar zelfstandigen bleek binnen de Europese Commissie en onder de lidstaten echter onvoldoende steun te bestaan.
Daarnaast heeft het kabinet aandacht gevraagd voor het behoud van voldoende ruimte voor de nationale controleplicht. Op grond hiervan controleert de Nederlandse dienstontvanger de juistheid van de melding van de buitenlandse dienstverrichter. Het is nog niet duidelijk in hoeverre het akkoord ruimte laat om deze controleplicht te behouden bij eventuele deelname. Door inzet van Nederland wordt dit in ieder geval niet expliciet verboden.
Uit recente evaluaties6 blijkt dat de huidige meldingsplicht in Nederland nog gepaard gaat met aanzienlijke administratieve lasten. Zo ervaart circa 28 procent van de opdrachtnemers veel of zeer veel administratieve lasten als gevolg van de meldingsplicht. Daarnaast geven buitenlandse dienstverrichters aan dat zij niet (altijd) melden, omdat zij de administratieve lasten als hoog ervaren en verwachten dat binnenlandse dienstontvangers toch niet controleren. De verwachting is dat de E-declaration kan bijdragen aan het aanpakken van dit probleem.
Deelname aan de E-declaration is vrijwillig voor lidstaten. Het staat nog niet vast wanneer de Europese Commissie lidstaten vraagt om een keuze tot deelname te maken. Nederland heeft, net als een ruime meerderheid van de lidstaten, ingestemd met het triloogakkoord, maar het kabinet zal na het verzoek van de Europese Commissie besluiten over deelname. Om een gewogen besluit te nemen zullen diverse aspecten, zoals de voordelen voor ondernemers, administratieve lasten en beter toezicht op werknemersrechten en nadelen worden gewogen. Daarbij is het onder meer nodig om de gevolgen voor de bescherming van werknemers in kaart te brengen. Dit gaat het kabinet doen door o.a. de gevolgen voor de uitvoering en handhaving door bijvoorbeeld de Nederlandse Arbeidsinspectie formeel te toetsen.
Voorlopig politiek akkoord zesde herziening richtlijn carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMRD6)
Op 23 juni 2026 bereikten de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement een voorlopig politiek akkoord over de zesde herziening van de richtlijn inzake carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMRD6). De Raad zal op een nog nader te bepalen moment besluiten over instemming met het bereikte akkoord. Nederland is voornemens in te stemmen met het akkoord.
De CMRD heeft als doel werknemers beter te beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen op de werkplek. De Europese Commissie stelt de richtlijn periodiek bij op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. Met deze zesde herziening worden nieuwe of aangescherpte grenswaarden vastgesteld voor onder meer kobalt, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) en 1,4-dioxaan. Daarnaast wordt lasrook opgenomen in de richtlijn, zodat hiervoor een Europees minimumbeschermingsniveau geldt. Het voorstel draagt daarmee bij aan een betere bescherming van werknemers én aan een gelijker speelveld voor bedrijven binnen de Europese Unie.
Het kabinet heeft in het BNC-fiche een positieve grondhouding ingenomen ten aanzien van het voorstel. Nederland ondersteunt de voorgestelde grenswaarden en de opname van lasrook in de richtlijn, omdat deze bijdragen aan het voorkomen van beroepsziekten en aansluiten bij de Nederlandse inzet voor gezond en veilig werken. Tegelijkertijd heeft Nederland aandacht gevraagd voor een Europese grenswaarde voor isopreen, conform het advies van het Europese Raadgevend Comité voor veiligheid en gezondheid op het werk. Hoewel de Europese Commissie hiervoor geen voorstel had gedaan, is deze grenswaarde uiteindelijk opgenomen in het bereikte politieke akkoord.
Raadsmandaat voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORP II richtlijn)
Op 26 juni jl. heeft de Raad in Coreper een Algemene Oriëntatie bereikt en mandaat gegeven aan het Voorzitterschap om de onderhandelingen met het Europees Parlement (EP) te starten zodra het EP ook een positie heeft bepaald. Nederland heeft ingestemd met het Raadsmandaat. Zoals ik aangaf in het verslag van het schriftelijk overleg dat recent naar uw Kamer is gestuurd7, bevat de Raadspositie significante verbeteringen in lijn met de Nederlandse inzet. Zo zijn de in het oorspronkelijke voorstel aan de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA) en de Europese Commissie toegekende gedelegeerde bevoegdheden geschrapt. Ook zijn toezichteisen die zouden leiden tot aanzienlijke regeldruk voor fondsen en toezichthouders, uit het voorstel gehaald. Daarnaast is het voorstel voor harmonisering van het Uniform Pensioenoverzicht geschrapt en zijn de informatievereisten significant zijn verminderd. Het voorstel van de Europese Commissie om af te zien van de lidstaatoptie om maximum investeringslimieten in specifieke beleggingscategorieën op te leggen aan pensioenfondsen, is niet overgenomen in de Raadpositie. Nederland maakt overigens geen gebruik van deze lidstaatoptie omdat dit een belemmering is voor pensioenfondsen die in het belang van hun deelnemers handelen.
Sommige lidstaten staan toe dat geautoriseerde entiteiten een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP) exploiteren. Deze vorm kent het Nederlandse stelsel niet. In de Raadspositie is verduidelijkt dat deze geautoriseerde entiteiten alleen in andere lidstaten een IORP kunnen exploiteren, als de ontvangende lidstaat dit in de nationale context mogelijk heeft gemaakt.
Er staan geen passages in de Raadspositie die afbreuk doen aan het Nederlandse pensioenstelsel. Naar verwachting stemt het EP dit najaar over hun positie, waarna de triloog-onderhandelingen kunnen starten. Ook in de triloogfase blijft de inzet van het kabinet gericht op verbetering van het voorstel in lijn met het BNC-fiche8 en blijf ik uw Kamer conform de informatieafspraken periodiek informeren.
Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026
Op de agenda van de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni in Luxemburg stonden drie beleidsdebatten. Daarnaast werden twee Raadsconclusies en onderdelen van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen aangenomen.
Agendapunt: Beleidsdebat over de bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit door middel van gemoderniseerde en vereenvoudigde regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid
De Raad hield een gedachtewisseling rondom het thema ‘bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit door middel van gemoderniseerde en vereenvoudigde regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid.’ Het beleidsdebat vond plaats in het kader van het eerlijke arbeidsmobiliteitspakket (Fair Labour Mobility Package) dat de Europese Commissie in september 2026 zal publiceren. De Europese Commissie lichtte toe dat het nieuwe akkoord op Verordening 883 een belangrijke stap voorwaarts is, maar dat er aanvullende afspraken moeten worden gemaakt vanwege een evoluerende arbeidsmarkt.
Tijdens het beleidsdebat onderschreven meerdere lidstaten dat bestaande en nieuwe vormen van werk om aanvullende coördinatie vragen, hieronder vallen onder andere seizoenswerk, digital nomads, derdelanders, telewerk en grensoverschrijdend werk. Meerdere lidstaten riepen daarnaast op tot vermindering van administratieve lasten, meer gebruik van digitalisering en betere informatie-uitwisseling, onder andere voor monitoring en preventie van fraude. Verschillende lidstaten noemden het belang van activering, zowel voor het individu als voor de EU als geheel. Enkele lidstaten benadrukten dat de huidige wetgeving eerst goed moet worden geïmplementeerd, voordat wordt ingezet op verdere wetswijzigingen.
Nederland onderschrijft het belang van verdere modernisering en
vereenvoudiging van de regels rondom de coördinatie van sociale
zekerheid in de snel veranderende wereld van werk. Dit is van belang
voor een toekomstbestendige uitvoering en begrijpelijke regels voor
burgers en bedrijven. Tijdens het beleidsdebat heeft Nederland tevens
toegelicht dat het graag voorstellen ziet in relatie tot activering bij
het exporteren van uitkeringen en de verbetering van
controlemechanismes. Nederland heeft hiertoe eerder verschillende
voorstellen gedaan via een non-paper over de herziening van Verordening
883.9
Agendapunt: Beleidsdebat over de uitvoering van de Europese
Anti-Armoedestrategie en de wegen naar een effectieve
implementatie
De Raad heeft een gedachtewisseling gehouden over de onlangs gepubliceerde mededeling over de Europese Anti-Armoedestrategie (hierna: Strategie). In de Strategie spreekt de Europese Commissie de ambitie uit om in 2050 een einde te maken aan armoede in de EU. De Strategie schetst een alomvattende, integrale aanpak om armoede in de EU te voorkomen en te bestrijden en zo bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten.
Tijdens het beleidsdebat benadrukten veel lidstaten dat de Strategie een aanvulling kan zijn op het nationale armoedebeleid. Net als Nederland hebben ook andere lidstaten een eigen armoedestrategie. In veel lidstaten heeft dit ertoe bijgedragen dat het aantal mensen dat risico loopt op armoede is gedaald ten opzichte van 2019. Daarnaast gaf een aantal lidstaten voorbeelden van nationale vereenvoudiging van de regelgeving en coördinatie tussen diensten.
In het beleidsdebat heeft Nederland de Strategie verwelkomd, maar ook aangegeven dat de bestrijding van armoede primair een nationale verantwoordelijkheid is. De Strategie kan volgens Nederland vooral meerwaarde bieden door kennisuitwisseling tussen de lidstaten en de ontwikkeling van gezamenlijke kaders ter ondersteuning van het nationaal beleid. Daarnaast pleitte Nederland voor meer aandacht voor financiële educatie als onderdeel van een preventieve aanpak van armoede. Ten slotte lichtte Nederland de nationale aanpak toe, waaronder de implementatie van de ‘Wet Proactieve Dienstverlening’.
Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake het voorkomen en bestrijden van cybergeweld tegen meisjes
De Raad nam Raadsconclusies aan inzake het voorkomen en bestrijden van cybergeweld tegen meisjes. De Europese Commissie constateert dat meisjes steeds vaker slachtoffer worden van online geweld en dat dit ernstige gevolgen heeft voor het welzijn en de veiligheid van meisjes. De Raadsconclusies roepen daarom EU-lidstaten op om cybergeweld tegen meisjes te erkennen als een ernstige vorm van gendergerelateerd geweld en via preventie, bescherming en handhaving de online veiligheid van meisjes structureel te verbeteren.
Nederland heeft ingestemd met de Raadsconclusies. Nederland verwelkomt de aandacht voor het voorkomen en bestrijden van online geweld tegen meisjes op Europees niveau. De Raadsconclusies zijn in lijn met de Nederlandse aanpak van geweld tegen vrouwen en meisjes. De Raadsconclusies noemen ook interventies via het onderwijs. Nederland heeft erop toegezien dat de genoemde interventies voldoende ruimte bieden aan lidstaten om hun eigen onderwijscurriculum in te richten.
Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake wonen; veranderende demografie en de vormgeving van beleid
De Raad nam Raadsconclusies aan inzake wonen. De Raadsconclusies benadrukken dat demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing, veranderende huishoudsamenstellingen, urbanisatie en regionale bevolkingskrimp de woningvraag beïnvloeden. Daarnaast ligt de focus van de Raadsconclusies op het stimuleren van publieke en private investeringen, het versnellen van woningbouw en renovatie, de vereenvoudiging van procedures, innovatie in de bouwsector, betere benutting van de bestaande woningvoorraad en het verbeteren van dataverzameling en kennisuitwisseling tussen lidstaten.
Nederland heeft ingestemd met de Raadsconclusies. Het uitgangspunt van het kabinet blijft dat huisvestingsbeleid primair een nationale bevoegdheid is. De focus op de samenhang tussen demografie en huisvesting, het versnellen van vergunningverlening en het verminderen van administratieve lasten sluit goed aan bij de Nederlandse inzet op woningbouwversnelling.
Agendapunt: Beleidsdebat woonzekerheid voor iedereen: inspelen op de behoeften van studenten en gezinnen met een middeninkomen
De Raad heeft een gedachtewisseling gehouden over woonzekerheid voor studenten en gezinnen met een middeninkomen. Het debat is gehouden in aanloop naar de publicatie van de Affordable Housing Act, die de Europese Commissie voornemens is om op 9 september te presenteren.
Tijdens het debat werd gesproken over verschillende maatregelen om de woonzekerheid te verbeteren. Daarbij kwamen onder andere steunmaatregelen aan bod, zoals belastingvrijstellingen voor de aankoop van de eerste woning voor jongeren, evenals het versnellen van de vergunningsprocedures om kosten te verlagen en de administratieve lasten voor ontwikkelaars te beperken. Het belang van een voorspelbaar wettelijk kader werd in dit kader ook benadrukt. Een aantal lidstaten wil niet alleen inzetten op het bouwen van nieuwe huizen, maar ook op verduurzamen van woningen, en vroegen de Europese Commissie onderzoek te doen naar mogelijkheden hiertoe. Tot slot wezen enkele lidstaten erop dat het lage geboortecijfer in de EU samenhangt met het feit dat woningen onvoldoende aansluiten bij de verschillende levensfases, waardoor gezinsvorming wordt vertraagd.
Nederland heeft tijdens het debat aangegeven dat huishoudens, waaronder studenten en middeninkomens, te maken hebben met de stijgende woonlasten door een tekort aan woningen. De structurele oplossing hiervan ligt in het vergroten van het woningaanbod, maar dit heeft tijd nodig om effect te hebben. Nederland gaf een toelichting op de maatregelen die zijn genomen om op korte termijn verlichting te geven zoals huurregulering in het middensegment, het verbod op te hoge huren boven het woningwaarderingsstelsel, en de uitbreiding van de huurtoeslag voor jonge huurders. Daarnaast heeft Nederland aangegeven zich te blijven inzetten voor het verbeteren van het investeringsklimaat en het vergroten van de samenwerking met de Europese Commissie en andere partijen om de betaalbaarheid van huizen te verbeteren.
Agendapunt: Europees Semester 2026
a) Aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) voor 2026.
De Europese Commissie gaf een presentatie over het Lentepakket 2026, welke op 3 juni jl. werd gepubliceerd. Lidstaten kregen dit jaar voornamelijk aanbevelingen over loonvorming, armoede, vaardigheden en de kwaliteit van banen. Nieuw dit jaar zijn de aanbevelingen op het gebied van menselijk kapitaal, welke volgen uit de in maart aangenomen Raadsaanbeveling over menselijk kapitaal. Deze aanbevelingen zijn bedoeld als aanvulling op de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid, door menselijk kapitaal aan te wijzen als een aandrijver van concurrentievermogen.
Nederland heeft ingestemd met de aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s). Nederland kreeg twee aanbevelingen op deze terreinen. De eerste aanbeveling ziet op het verminderen van prikkels voor tijdelijke en flexibele contracten. De tweede aanbeveling ziet op het aanpakken van arbeidstekorten door betere scholing, het benutten van onbenut arbeidspotentieel en het verbeteren van de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten. Het kabinet herkent zich in deze aanbevelingen.10 Het kabinet blijft zich o.a. inzetten om flexwerkers meer zekerheid te geven, om belemmeringen weg te nemen van groepen die (meer) kunnen werken, en zal binnenkort een Talentstrategie presenteren.
b) Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité over het Europees Semester 2026
Nederland heeft ingestemd met de opinie van het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee, EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité (Social Protection Committee, SPC). De opinie beschrijft het gedane werk sinds de verschijning van het Lentepakket van afgelopen jaar.
Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026
Op de agenda van de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid
van 6 juli te Ballina, Ierland stonden drie
beleidsdebatten.
Agendapunt: Beleidsdebat over de benaderingen voor het aanpakken en
voorkomen van armoede gedurende de hele levenscyclus
De Informele Raad heeft een gedachtewisseling gehouden over het voorkomen en bestrijden van armoede. Tijdens het debat verwelkomden meerdere lidstaten de publicatie van de Europese Anti-Armoedestrategie (hierna: Strategie), omdat deze Strategie de samenwerking en kennisuitwisseling tussen lidstaten bevordert. Diverse lidstaten benadrukten het belang van inkomensondersteunende maatregelen, in combinatie met maatregelen die mensen ondersteunen bij het vinden van werk, om armoede aan te pakken. Nederland heeft ook het belang onderstreept van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van inkomensondersteunende regelingen, evenals van een proactieve aanpak om niet-gebruik van deze regelingen tegen te gaan. Daarnaast heeft Nederland aandacht gevraagd voor een goed functionerend multi-pijlerpensioenstelsel om het risico op armoede onder ouderen te verkleinen. Nederland beschikt reeds over een goed ontwikkeld multi-pijlerpensioenstelsel, met een kapitaalgedekte aanvullende pensioenpijler. Nederland steunt de ambitie van de Europese Commissie om de ontwikkeling van dergelijke stelsels in andere lidstaten te bevorderen waar deze nog onvoldoende tot stand zijn gekomen, met inachtneming van de nationale context.
Agendapunt: Beleidsdebat over effectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt
De Informele Raad heeft een gedachtewisseling gehouden over effectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt. Lidstaten benadrukten tijdens dit beleidsdebat het belang van vereenvoudiging, zonder de bescherming van werknemers te ondermijnen. Meerdere lidstaten wezen er daarbij op dat nieuwe voorstellen van de Europese Commissie zouden moeten worden voorzien van een gedegen effectbeoordeling waarbij alle relevante stakeholders worden betrokken. Nederland heeft deze oproep gesteund. Daarbij heeft Nederland specifiek benadrukt dat ook uitvoeringsorganisaties vroegtijdig moeten worden betrokken. De Europese Commissie, de directeur van de European Labour Authority (ELA) en meerdere lidstaten wezen op het potentieel van digitalisering voor verbetering van handhaving, waarbij de Europese Commissie specifiek de E-declaration en het komende voorstel voor een ESSPASS noemde. Daarnaast vroegen verschillende lidstaten aandacht voor het belang van duidelijke regels. Duidelijke regels bevorderen immers de naleving en maken handhaving effectiever. Nederland heeft in dit verband aandacht gevraagd voor verduidelijking van het juridische kader voor de detachering van derdelanders conform het non-paper hierover11. In het verlengde hiervan heeft Nederland aangegeven voorstander te zijn van een versterking van de European Labour Authority. Een duidelijk juridisch kader en effectieve grensoverschrijdende handhaving gaan immers hand in hand.
Agendapunt: Beleidsdebat over het aanpakken van de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met een beperking voor een meer inclusieve en concurrerende EU
De Informele Raad heeft een beleidsdebat gevoerd over het verkleinen van de werkgelegenheidskloof voor mensen met een beperking. Tijdens het debat benadrukten meerdere lidstaten het belang van het ondersteunen van mensen met een beperking om, binnen hun mogelijkheden, deel te nemen aan de arbeidsmarkt via betaald werk. Daarnaast deelden de lidstaten best practices over de wijze waarop zij mensen met een beperking ondersteunen en, waar mogelijk, begeleiden naar werk. In lijn met de Geannoteerde Agenda12 heeft Nederland verschillende voorbeelden van nationale maatregelen ingebracht die bijdragen aan een inclusieve arbeidsmarkt.
Zie hiervoor onder meer de Europese interne-marktstrategie [COM (2025) waarover u bent geïnformeerd bij BNC-fiche (Kamerstukken II 2024-2025, 22112, nr. 4096).↩︎
https://www.consilium.europa.eu/media/ny3j24sm/much-more-than-a-market-report-by-enrico-letta.pdf↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 29861, nr. 168↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nr. 3987↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 29861, nr. 168↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 21501-31, nr. 829↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 22112, nr. 4230↩︎
Kamerstukken II, 2024/25, 29 861, nr. 158↩︎
Kamerstukken II 2025/26, 21501-07-, nr. 2197↩︎
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/02/14/bijlage-1-position-paper-posting-of-third-country-nationals↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 21 501-31, nr. 828↩︎