[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Geannoteerde Agenda van de informele Raad voor Concurrentievermogen 21 juli 2026 te Dublin

Raad voor Concurrentievermogen

Brief regering

Nummer: 2026D36329, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-31 15:22, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 21501 30-708 Raad voor Concurrentievermogen.

Onderdeel van zaak 2026Z16074:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 708 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2026

Hierbij bied ik uw Kamer, mede namens de minister van Economische Zaken en Klimaat, de Geannoteerde Agenda aan voor de informele Raad voor Concurrentievermogen van 21 juli te Dublin voor het onderdeel onderzoek & innovatie.

Ik wil u verder via deze weg informeren over het op 26 juni jongstleden gesloten gedeeltelijke Raadsakkoord over het nieuwe Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, Horizon Europe (2028-2034).

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.M. Letschert

Beleidsdebat 1

Een Europa, een markt: de totstandkoming van een markt voor onderzoek en innovatie

Beleidsdebat

De Raad onderzoekt tijdens een beleidsdebat welke stappen gezet kunnen worden om een gezamenlijke Europese markt te ontwikkelen op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I), op basis van de One Europe, One Market routekaart1 (2026), die onder andere voortkomt uit de Draghi2- en Letta3-rapporten (2024).

Het Ierse voorzitterschap wil die ambitie vormgeven door met de lidstaten te identificeren welke acties uit de routekaart prioritair zijn om ervoor te zorgen dat er in Europa vrije, grenzeloze uitwisseling plaatsvindt van O&I. Dit wordt ook wel de ‘vijfde vrijheid’ genoemd. Het voorzitterschap geeft zelf aan dat het met name belangrijk is om rekening te houden met de diversiteit van de nationale O&I-systemen en dat het principe van subsidiariteit gerespecteerd zal blijven.

Nederlandse positie

Het kabinet vindt dat O&I in Europa een cruciale rol speelt in het versterken van het Europese concurrentievermogen op de lange termijn. Daarom verwelkomt het kabinet een concrete uitwerking van de vijfde vrijheid, waarbij inderdaad het subsidiariteitsbeginsel in stand blijft en nationale diversiteit wordt gerespecteerd.

Het kabinet vindt het relevant om de vervolmaking van de vijfde vrijheid verder vorm te geven. Verschillende initiatieven spelen hier al een rol in, zoals de Europese Onderzoeksruimte voor onderzoek en innovatie (ERA)4, EU Inc.5 en het Europese kaderprogramma voor O&I, Horizon Europe.


Krachtenveld

Er is veel aandacht voor O&I en de rol ervan in het Europese concurrentievermogen, als ook voor het ontwikkelen van de vijfde vrijheid. Hierbij moet worden aangegeven dat er nog geen brede consensus is over wat deze vijfde vrijheid concreet zou moeten behelzen.


Beleidsdebat 2

Een Europa, een markt: onze innovatieprestaties verbeteren

Beleidsdebat

De Raad houdt een beleidsdebat over het verbeteren van Europa’s innovatieprestaties.

Het Ierse voorzitterschap wil reflecteren op de vraag hoe effectief bestaande innovatie-instrumenten zijn, met name ten aanzien van de valorisatie en commercialisering van Europees onderzoek. Daarbij stelt het voorzitterschap de vraag hoe een coherent en passend portfolio van instrumenten ingericht kan worden, waarbij het huidige instrumentarium als uitgangspunt wordt gebruikt en bekeken wordt wat daarin verbeterd kan worden.

Ook zal besproken worden welke lessen er te trekken zijn uit nationale en regionale innovatie-ecosystemen die aantonen hoe samenwerking tussen overheid, onderzoekers, industrie en investeerders succesvol ideeën verder kan brengen, van onderzoek tot uitrol.

Nederlandse positie

Het kabinet is van mening dat coherente inzet op het volledige spectrum van kennisontwikkeling – van fundamenteel en toegepast onderzoek tot introductie op de markt – essentieel is om onderzoek effectief te valoriseren en commercialiseren. Deze aanpak borgt dat O&I de rol van katalysator voor concurrentievermogen goed kan vervullen. Om de effectiviteit hiervan nog groter te laten zijn, steunt Nederland het voorstel om binnen het huidige instrumentarium meer aandacht te vragen voor valorisatie.

In het voorstel van de Europese Commissie voor het nieuwe kaderprogramma Horizon Europe (2028-2034) is voorgesteld om de huidige opzet, die de gehele kennisketen bedient, grotendeels voort te zetten en de European Innovation Council (EIC) binnen deze opzet te versterken zodat er meer aandacht komt voor valorisatie. Het kabinet heeft uw Kamer eerder laten weten dat dit voorstel op instemming van Nederland kan rekenen.6

Op de vraag welke lessen Nederland trekt betreffende samenwerking binnen innovatie-ecosystemen, zal worden ingebracht dat het essentieel is dat er langjarige, thematisch gefocuste en substantiële samenwerking tussen verschillende publieke en private partijen, waaronder overheden, onderwijs- en onderzoeksinstellingen, mkb, industrie en investeerders wordt gerealiseerd. Alleen zo kan de weg van idee tot markt goed worden geborgd en het Nederlandse en Europese concurrentievermogen worden versterkt.

Krachtenveld

Zoals blijkt uit het gedeeltelijke Raadsakkoord over het nieuwe kaderprogramma Horizon Europe (2028-2034) is er brede steun voor het voortzetten van de integrale inzet op het volledige spectrum van kennisontwikkeling en de EIC daarbinnen. Daarnaast is er enige consensus over de noodzakelijke randvoorwaarden voor succesvolle innovatie-ecosystemen, waarbij verschillen in opvattingen worden gekleurd door het gedifferentieerde landschap aan innovatie-ecosystemen binnen Europa.


Raadsakkoord Horizon Europe

Het kabinet grijpt deze gelegenheid graag aan om uw Kamer op de hoogte te stellen dat de Raad een deelakkoord heeft bereikt op Horizon Europe (2028-2034). Eind juni jongstleden hebben alle lidstaten ingestemd met deze gedeeltelijke algemene oriëntatie (Partial General Approach) in Coreper, waarna deze vervolgens in de Energie Raad van 26 juni jongstleden formeel is vastgesteld. In deze fase van het onderhandelingsproces betreft het een gedeeltelijk standpunt omdat enkele elementen van het voorstel raken aan bredere onderhandelingen. Dit gaat onder andere over de budgetindicaties in de context van onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) en de samenhang van het Horizon-programma met andere Europese programma’s onder het MFK. Deze bredere onderhandelingen vinden separaat plaats. Het deelakkoord op Horizon Europe vormt het mandaat van de Raad voor de verdere onderhandelingen met het Europese Parlement (EP) en de Commissie (de ‘triloog’). Dit proces start naar verwachting in het najaar onder het Ierse voorzitterschap.

Het deelakkoord van de Raad is in overeenstemming met de Nederlandse inzet ten aanzien van het Commissievoorstel voor een ambitieus kaderprogramma gebaseerd op excellentie, open competitie en impact.7 Ook wordt de rol van lidstaten bij de strategische prioritering van O&I versterkt, wat belangrijk is voor de aansluiting met het Europese Concurrentievermogenfonds (ECF).

Daarnaast zijn verschillende Nederlandse prioriteiten in de tekst verwerkt. Zo is kennisveiligheid beter verankerd, zijn de autonomie van de ERC (European Research Council) en het bottom-up karakter van onderzoek sterker geborgd en zijn de regels voor Europese partnerschappen verduidelijkt. Nederland zal in de verdere uitwerking van de partnerschappen er voor waken dat de beoogde harmonisatie en simplificatie niet ten koste gaat van de aansluiting op nationale wetgeving en procedures. Daarnaast blijft, net als in het huidige programma, de formele invloed van lidstaten via de comitologie behouden en blijft widening participation beperkt tot een afzonderlijk onderdeel van het programma. Verder legt de Raad ten opzichte van het Commissievoorstel meer nadruk op het belang van grensoverschrijdende samenwerking, dual-use toepassingen, gendergelijkheid en synergieën met andere EU-programma’s.

De Raad heeft daarnaast plafonds aangebracht aan de financiering voor partnerschappen, defensie-innovatie en de bouw of upgrade van onderzoeks- en technologie-infrastructuren. Dit is in lijn met de Nederlandse inzet dat het zwaartepunt van de beschikbare middelen bij civiele toepassingen ligt - gezien de op defensie toegespitste O&I-mogelijkheden in het ECF - en dat de bijdrage aan de bouw van nieuwe infrastructuren niet naar één of enkele zeer kostbare, grote faciliteiten gaat waardoor er (te) weinig ruimte overblijft voor het financieren van cruciale, kleinere, maar even belangrijke, infrastructuren.


  1. One Europe, One Market roadmap - European Commission↩︎

  2. The Draghi report on EU competitiveness (2024)↩︎

  3. Enrico Letta - Much more than a market (2024)↩︎

  4. https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/european-research-area/↩︎

  5. https://commission.europa.eu/news-and-media/news/eu-inc-making-business-easier-european-union-2026-03-18_en↩︎

  6. Fiche 12: [MFK] Voorstel Verordening en Besluit Horizon Europa – het Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie | Rijksoverheid.nl↩︎

  7. 2025Z16823&did=2025D39007">Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎