Besluit maatregelen stabilisatie bodem grote rivieren en afvoerverdeling Rijntakken bij laagwater
Deltaprogramma
Brief regering
Nummer: 2026D36331, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-03 11:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van kamerstukdossier 31710 -89 Deltaprogramma.
Onderdeel van zaak 2026Z16075:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
- Volgcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-09 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
31710 Deltaprogramma
Nr. 89 Brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Met deze brief informeer ik de Kamer, mede namens de ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), over het voornemen van het kabinet om te starten met een pakket maatregelen voor het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 als vervolg op het eerdere programma Ruimte voor de Rivier.
Met dit pakket wordt de bodem van de Maas en Rijn gestabiliseerd en wordt verdere rivierbodemdaling tegengegaan, zodat de continuïteit van de scheepvaart ten tijde van laagwater verbetert en schade aan landbouw, natuur en funderingen rondom de grote rivieren door dalende rivierwaterstanden wordt tegengegaan. Ook zorgt dit voor het verbeteren van de zoetwaterverdeling over de Rijntakken. Tenslotte, niet onbelangrijk, bieden de maatregelen meer ruimte voor een veilige waterafvoer bij hoogwater.
Met bovenstaande besluiten wil het kabinet uitvoering geven aan de eerste fase van Ruimte voor de Rivier 2.0. Het betreft maatregelen die tot en met 2039 uitgevoerd kunnen gaan worden. Voor deze eerste fase wil het kabinet de voor Ruimte voor de Rivier 2.0 gereserveerde middelen op het Deltafonds (DF) en het Mobiliteitsfonds (MF) tot en met 2039 inzetten (cumulatief tot en met 2039 gaat dit om € 702 miljoen vanuit het DF en € 100 miljoen vanuit het MF). De budgettaire verwerking van dit besluit wordt betrokken bij de Ontwerpbegroting 2027, onder voorbehoud van parlementaire autorisatie.
De keuzes betreffen sleutelbesluiten voor het hoofdwatersysteem die in het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2028 – 2033 moeten worden verankerd. Het ontwerp moet eind van dit jaar gepubliceerd worden. Indien de sleutelbesluiten later worden genomen, loopt de totstandkoming van het juridisch verplichte Nationaal Water Programma risico op vertraging. Dit wil het kabinet voorkomen. De keuzes worden daarom voor de zomer gemaakt, zoals ook aan de Kamer is toegezegd in de beleidsbrief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)1.
Met de Kamerbrief2 stand van zaken Ruimte voor de Rivier 2.0 van 22 juni 2026 bent u geïnformeerd over het belang van en de opgaven in het rivierengebied en heeft u de onderzoeksresultaten over het stabiliseren van de rivierbodem ontvangen. Op basis van deze onderzoeken is het kabinet tot het besluit gekomen. In deze brief geef ik een toelichting op het genomen besluit.
Een besluit voor een systeemaanpak
Het kabinet kiest ervoor om maatregelen te nemen om de rivierbodem van de Rijntakken en de Maas te stabiliseren. Voor de Waal kiest het kabinet als voorkeursrichting voor een meergeulensysteem (MGS) van Pannerdensche Kop tot Zaltbommel, gecombineerd met het aanvullen van sediment (suppleren). Deze maatregel stabiliseert de bodem structureel en draagt tegelijkertijd bij aan het verbeteren van de bevaarbaarheid op de belangrijke scheepvaartcorridor Rotterdam – Duitsland. Het MGS is noodzakelijk om de afvoerverdeling bij laag water te verbeteren door meer water richting het Pannerdensch Kanaal te sturen in tijden van (zeer) lage afvoeren. Dit is conform de door het Deltaprogramma Zoetwater gewenste ambitie voor de laagwaterafvoerverdeling. Ook draagt het MGS bij aan de waterveiligheid door lagere waterstanden bij hoge afvoeren en aan verbetering van ecologische waterkwaliteit en natuurherstel.
Gezien de beschikbaarheid van middelen en uitvoeringscapaciteit en de noodzaak tot ‘lerend werken’, wordt gestart met een eerste fase op de Midden-Waal. Deze eerste fase is no-regret: gedeeltelijke aanleg heeft in zichzelf meerwaarde omdat er op dat traject meer ruimte gegeven wordt aan de rivier in combinatie met bijdragen aan de ecologische waterkwaliteit en natuurdoelen in het rivierengebied (vergelijkbaar met het eerdere programma Ruimte voor de Rivier). Ook wordt de bevaarbaarheid verbeterd over dit deeltraject.
Gezien de urgentie rondom de problematiek van de rivierbodemdaling en om te voorkomen dat de laagwaterverdeling verder verschuift, start het kabinet op korte termijn met suppleren. Dit om te voorkomen dat de rivierbodem voor en tijdens de aanleg van het MGS nog verder daalt.
Ook voor de Maas is het doel een stabiele, beheerbare rivierbodemligging te realiseren. Op de Maas is de meest urgente bodemopgave het aanpakken van het erosiekuilentraject van de Gemeenschappelijke Maas. Bij het hoogwater in 2021 zijn daar door de kracht van het hoge water erosiekuilen ontstaan tot wel 16 meter diep. Bij elk volgend hoogwater kunnen in de huidige situatie nieuwe erosiekuilen ontstaan die kabels en leidingen kunnen blootleggen en keringen, oevers en andere kunstwerken kunnen destabiliseren. Daarom start het kabinet op de Gemeenschappelijke Maas met het suppleren van sediment om de bodem te stabiliseren. Daarnaast is vanwege de urgentie ook vervolgonderzoek gestart naar de bodemopbouw en het morfologisch functioneren van de Maas op de lange termijn. Ook wordt een gebiedsuitwerking gestart waarin wordt verkend hoe met rivierverruiming de erosieve kracht van het water in de rivier kan worden verminderd. Omdat bij de Maas sprake is van een rivier op de grens met Vlaanderen worden de maatregelen in samenwerking met Vlaanderen verder vormgegeven.
Voor bovenstaande maatregelen is een aanzienlijke investering nodig. Op dit moment is er in de beleidsreservering op het Deltafonds tot en met 2039 € 702 mln. en op het Mobiliteitsfonds € 100 mln. geoormerkt voor RvdR 2.0. Met de huidige middelen op het Deltafonds (DF) en Mobiliteitsfonds (MF) kan het kabinet zoals hierboven aangegeven de eerste fase van het MGS realiseren op de Midden-Waal, in combinatie met het suppleren van de rivierbodem op zowel Maas als Rijntakken. Het kabinet zet de voor Ruimte voor de Rivier 2.0 gereserveerde middelen op DF en MF in voor de maatregelen om de bodem te stabiliseren op Rijntakken en Maas en het vervolg van het programma Ruimte voor de Rivier 2.0.
Besluitvorming over vervolgfasen vanaf 2040 en verder is aan toekomstige kabinetten, mede op basis van vervolgonderzoeken en verkenningen. Dit kabinet blijft in ieder geval een reservering treffen binnen het Deltafonds van ca. € 80 miljoen/jaar structureel, in lijn met eerdere jaren, zodat zicht is op financiering voor toekomstige maatregelen. Ook gaat het kabinet de mogelijkheid van co-financiering door derden verder onderzoeken.
Toelichting meergeulensysteem Bij de aanleg van een meergeulensysteem worden meerdere geulen gecreëerd langs de hoofdgeul. Deze geulen helpen bij het verruimen van de rivier. Bij hogere waterstanden stroomt een deel van het water via deze nieuwe geulen. Daardoor stroomt het water in de hoofdgeul minder snel en wordt het verder uitslijten van de bodemerosie tegengegaan. Tegelijkertijd wordt de hoofdgeul wat versmald. Dit zorgt er bij laagwater voor dat de waterstanden op niveau blijven, wat gunstig is voor de bevaarbaarheid, de ecologie en dit zorgt er tevens voor dat er meer water naar het Pannerdensch Kanaal gaat. figuur 1 Impressie van het Meergeulensysteem met uiterwaardgeulen over traject Pannerdensche Kop tot Zaltbommel. |
|---|
Ingrijpen is noodzaak én kans voor toekomstbestendig rivierengebied
Met dit besluit wil het kabinet het gebruik van de rivier en de gebieden eromheen beschermen en verbeteren. Zo is het rivierengebied in de toekomst beter opgewassen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Een voldoende stabiele en beheerbare rivierbodem garandeert een goede bevaarbaarheid en draagt bij aan het herstel van de waterverdeling over Nederland bij lage rivierafvoeren. Het MGS kan ook zorgen voor meer natuurlijke rivierdynamiek. Deze maatregel kan op systeemniveau sterk bijdragen aan wettelijke opgaven rondom de ecologische waterkwaliteit en natuur, zoals de KRW, Natura 2000, Vogel- en habitatrichtlijn, Natuurherstelverordening (NHV), en rondom scheepvaart vanuit de Ten-T (Europese verordening voor transportnetwerken). Ook liggen de maatregelen voor de Rijntakken in het verlengde van de koers en keuzes van de Nota Ruimte. In de ontwerp Nota Ruimte is namelijk afgesproken dat het IJsselmeergebied een belangrijke zoetwaterbuffer is en blijft. Daarom is een goede afvoerverdeling bij laag water en dus tegengaan van rivierbodemdaling van belang, zodat het IJsselmeer voldoende ‘gevoed’ wordt door (zoet) rivierwater.
Samenwerking en draagvlak
In het programma RvdR 2.0 werkt het ministerie van IenW samen met de ministeries van VRO en LVVN, het nationale Deltaprogramma en de Deltaprogramma’s Maas en Rijn. In deze twee Deltaprogramma’s werken de regionale partijen samen aan de uitwerking van nationale en regionale wateropgaven van Rijn en Maas. Het gaat om waterschappen, provincies en gemeenten.
In de voorbereiding van deze besluiten is breed afgestemd met relevante partijen binnen en buiten het programma zoals waterschappen, provincies en gemeenten. Ook maatschappelijke organisaties zijn betrokken via het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. De maatregelen voor het stabiliseren van de rivierbodem hebben draagvlak vanuit verschillende programma’s. Vanuit waterveiligheid, scheepvaart, ecologische waterkwaliteit, natuur, zoetwatervoorziening en recreatie: er is brede steun voor deze richting vanwege de mogelijkheden die het biedt voor het halen van beleidsdoelen voor de verschillende thema’s.
De onderzoeken die ten grondslag liggen aan dit besluit zijn wetenschappelijk gereviewd. Deskundigen geven aan dat, ondanks onzekerheden over de exacte effecten, de aanleg van het MGS aangevuld met suppleren de goede richting is. Zij roepen op de belangrijke stap richting uitvoering nu te zetten zodat lerend en adaptief inzichten geïmplementeerd kunnen worden. U heeft deze onderzoeken met de Kamerbrief van 22 juni jl. ontvangen.
Vervolgproces
Nu de basis (de fundering) voor de inrichting van de Maas en Rijntakken is gelegd met deze keuzes voor maatregelen voor het stabiliseren van de rivierbodem, is de volgende stap om te bepalen hoeveel ruimte de rivier op de lange termijn nodig heeft voor een veilige afvoer van water in combinatie met andere rivierfuncties zoals natuur en ecologische waterkwaliteit. Daartoe werkt het programma RvdR2.0 toe naar een keuze over het reserveren van binnendijkse ruimte voor de lange termijn in samenhang met een besluit over de afvoerverdeling bij extreem hoogwater over de Rijntakken. Hiervoor is onderzoek uitgevoerd waarin is nagegaan op welke manieren zeer grote hoeveelheden water veilig kunnen worden afgevoerd en hoeveel extra ruimte de rivier hiervoor nodig heeft in verschillende klimaatscenario’s. Op dit moment worden de laatste analyses om te komen tot deze keuze afgerond. Dit kan worden beschouwd als een actualisatie van de bestaande ruimtelijke reserveringen die met het eerdere programma Ruimte voor de Rivier zijn vastgelegd en nu in het kader van RvdR2.0 opnieuw worden onderzocht op nut en noodzaak. Deze besluiten kunnen gevolgen hebben voor plannen bij gemeenten die aan de rivier liggen. Het programma is hierover met gemeenten en andere betrokken partijen constructief in gesprek. De inbreng en zorgen worden meegenomen in het uiteindelijke besluit. Dit besluit wordt eind dit jaar aan de ministerraad voorgelegd.
Beide besluiten worden uiteindelijk geborgd in het Nationaal Water Programma (NWP) 2028 – 2033, waarvan het ontwerp eind 2026 aan uw Kamer wordt aangeboden. Na het vastleggen van de besluiten in het (ontwerp) NWP gaan we aan de slag met het voorbereiden van de uitvoering van de besluiten. Het besluit over ruimte voor waterafvoer is een getrapt besluit. In het NWP zal dit gaan om globale locaties, die na vaststelling van het NWP nader worden uitgewerkt om tot het benodigde detailniveau voor aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving te komen. Daarin liggen ook de bestaande ruimtelijke reserveringen vast.
Ook zal op korte termijn worden gestart met de voorbereiding van de suppleties en met het verdere ontwerp van het MGS voor de Waal als eerste stap richting aanleg van de eerste fase van het MGS. Bij dit ontwerp worden de kansen die dit ontwerp biedt voor het behalen van de wettelijke verplichtingen voor de KRW, NHV en andere doelen bekeken.
Tot slot is het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 ook al aan de slag. Enkele koploperprojecten zijn al gestart met de uitvoering, zoals het project Meanderende Maas en de dijkverlegging en -versterking bij Arcen. Ook wordt binnenkort gestart met een pilot sedimentsuppleties op de Waal.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Kamerstuk 36800-XII, nr. 34↩︎
Kamerstuk 31710, nr. 88↩︎