Onderzoek naar energiebesparende maatregelen en actualisatie energiebesparingsplicht
Duurzame ontwikkeling en beleid
Brief regering
Nummer: 2026D36344, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-03 11:52, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
- Toelichting bij rapporten TNO en Ecorys
- TNO Overlap MEPS en energiebesparingsplicht
- Ecorys Onderzoek naar energiebesparende maatregelen voor het 2030doel
Onderdeel van kamerstukdossier 30196 -861 Duurzame ontwikkeling en beleid.
Onderdeel van zaak 2026Z16080:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 17:00: Procedurevergadering commissie Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Energiebesparing is belangrijk voor het realiseren van een schoon, stabiel, betaalbaar en onafhankelijk energiesysteem. Hoe efficiënter we omgaan met energiegebruik, hoe weerbaarder we zijn voor prijsschokken en hoe lager de energierekening. Energiebesparing is daarnaast ook van belang voor het omgaan met en verminderen van netcongestie en helpt bij het versterken van de concurrentiekracht. De huidige situatie in het Midden-Oosten benadrukt opnieuw het belang van een stabiel, betaalbaar en onafhankelijk energiesysteem en de cruciale rol van energiebesparing daarbinnen.
Daarom blijft het kabinet in het Nationaal Plan Energiesysteem inzetten op energiebesparing als één van de hoofdkeuzes. Binnen de verschillende sectoren wordt het energiebesparingsbeleid verder versneld. Zo is vorig jaar het project Versnelling van Industriële Besparing van Energie (VIBE) 2030 gestart voor de industrie, dat toolkits opstelt voor de grootste energiebesparende mogelijkheden per branche. De eerste toolkits zijn nu opgeleverd. Deze toolkits gaan in op de belangrijkste technologische oplossingen en de grootste aandachtspunten daarbij. Daarnaast werkt het kabinet conform het coalitieakkoord in de gebouwde omgeving onder meer aan een normering voor slimme, hybride warmtepompen. Na het zomerreces wordt uw Kamer daar nader over geïnformeerd.
Uit de Klimaat en Energieverkenning 2025 blijkt dat de kans op het realiseren van het energiebesparingsdoel met bestaand en voorgenomen beleid klein is. Het is van belang inzicht te hebben in concrete handelingsopties voor toekomstige keuzes ten aanzien van energiebesparing. In deze brief informeer ik de Kamer over de resultaten van het onderzoek dat ik daartoe heb uitgezet. Deze resultaten betrek ik nadrukkelijk bij de voorjaarsbesluitvorming 2027. Ook maak ik van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren over de lopende actualisatie van de energiebesparingsplicht voor 2027.
Onderzoek naar energiebesparende maatregelen voor het 2030 doel
Ecorys is vorig jaar gevraagd om potentiële aanvullende energiebesparende maatregelen te verkennen die zouden kunnen bijdragen aan het terugdringen van het energiegebruik in Nederland richting 2030 en verder. In haar onderzoeksrapport worden 34 maatregelen geïdentificeerd, met verschillende mate van energiebesparingspotentieel, zie bijlage 2. De maatregelen omvatten een mix van normerende, beprijzende en stimulerende instrumenten en bestrijken alle relevante eindgebruikerssectoren: industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en de elektriciteitssector. Voor elke maatregel heeft Ecorys in kaart gebracht:
Hoe de maatregel op hoofdlijnen kan worden vormgegeven, inclusief maatvoering en doelgroep.
Wat het verwachte effect is op de jaarlijkse energiebesparing en CO2-emissiereductie.
Een eerste inschatting van de kosten, randvoorwaarden en systeemeffecten vanuit het energiesysteem.
Ecorys heeft de maatregelen besproken met sectorpartijen, kennisinstellingen en NGOs, waarbij een kwalitatieve inschatting is gemaakt van de neveneffecten van de maatregelen. Zo is, naast het effect op energiegebruik en CO2-reductie, inzichtelijk gemaakt wat de effecten zijn op het energiesysteem, ruimte en materiële schaarste, de economie (waaronder betaalbaarheid en concurrentievermogen), uitvoeringscapaciteit en verdelingseffecten. De effecten op energiegebruik en CO2-reductie van de verschillende maatregelen zijn samengevat in tabel 1 van de bijlage van deze brief.
Een eerste technische appreciatie van de maatregelen is te vinden in deel 2 van bijlage 1. Hierin wordt een eerste beoordeling gegeven van de uitvoerbaarheid en van de aansluiting bij bestaand beleid. Per maatregel is tevens uiteengezet wat eventuele risico's of belemmeringen zijn voor de uitvoering, of wanneer een alternatieve vorm passender zou zijn. Sommige maatregelen uit het Ecorys onderzoek kunnen mogelijk op een later moment worden overwogen, of enkel onder de juiste randvoorwaarden. Hier vallen ook de maatregelen onder die in strijd zijn met het huidige coalitieakkoord. Deze hebben dan ook niet de voorkeur van het kabinet. Voor maatregelen die als onuitvoerbaar worden beoordeeld, of die zijn ingehaald door de actualiteit, wordt dit eveneens toegelicht. Omdat de maatregelen uit het Ecorys rapport als losstaande ‘theoretische’ beleidsopties zijn uitgewerkt, zijn interacties met bestaand beleid niet altijd meegewogen; dit geldt bijvoorbeeld bij de effectinschatting.
De appreciatie in de bijlage is een technische exercitie en geen politieke weging. Het kabinet ziet potentie om een deel van de maatregelen te overwegen in verdere reguliere, integrale besluitvorming. Zoals aangekondigd in het coalitieakkoord komt het kabinet in het voorjaar van 2027 met aanvullende maatregelen om de klimaat- en energiedoelen dichter binnen bereik te brengen en onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Daarbij worden ook andere rapporten en adviezen betrokken, zoals het rapport Routes naar realisatie – Keuzes voor het klimaat en de energietransitie en het advies van het Burgerberaad Klimaat. Maatregelen met financiële gevolgen kunnen alleen als onderdeel van dergelijke integrale weging worden bezien, aangezien hiervoor ook dekking moet worden gevonden. Tot slot geldt voor de meeste maatregelen dat verdere uitwerking nodig is. Dit betreft de exacte vormgeving, juridische haalbaarheid en inpassing, of de uitwerking van bepaalde randvoorwaarden.
Actualisatie energiebesparingsplicht
Eens in de vier jaar wordt de energiebesparingsplicht geactualiseerd. Voor de actualisatieronde van 2027 werd door het vorige kabinet reeds gewerkt aan een aantal wijzigingen gericht op het verbeteren van de energiebesparingsplicht en het verminderen van de regeldruk. Deze wijzingen zijn aangekondigd op 18 december jl.1 Ten opzichte van deze wijzigingen is het mijn voornemen de elektriciteitsondergrens voor de energiebesparingsplicht op een verbruik van 50.000 kWh per jaar te handhaven. Een ophoging naar 100.000 kWh zou resulteren in verlies van 15% van het besparingspotentieel (1,5-2 PJ). Dit acht ik niet verantwoord gegeven de aanhoudend uitdagende geopolitieke context, de energierekening en netcongestie.
Om de administratieve lastendruk voor bedrijven en instellingen terug te dringen, wordt er gelijktijdig gewerkt aan het eenvoudiger maken van de energiebesparingsplicht. Zo zal de doelgroep waarvoor de onderzoeksplicht geldt verkleind worden, waarbij bedrijven en instellingen met uniforme processen of veel gebouwgebonden energiegebruik alleen nog hoeven te rapporteren aan de hand van de Erkende Maatregelen Lijst (EML). Ook wordt deze lijst vereenvoudigd: het aantal maatregelen wordt teruggebracht van 150 naar 100 maatregelen, waardoor de rapportages ook korter kunnen zijn. Het kabinet werkt daarnaast aan toegankelijke financiering van energiebesparende maatregelen voor de mkb-bedrijven. Bij RVO kunnen mkb’ers die energie willen of moeten besparen, een lening tegen marktconforme rente afsluiten. De betreffende regeling, Energiebesparingslening voor het midden- en kleinbedrijf, is gekoppeld aan de ophoging van de terugverdientijd en zal naar verwachting eind dit jaar operationeel worden.
Om bedrijven en instellingen verder te ontzorgen, wordt ook meer ruimte gemaakt voor stimulerend toezicht. Stimulerend toezicht houdt in dat bedrijven of instellingen worden aangespoord en gemotiveerd om energiebesparende maatregelen te treffen, waarbij de nadruk niet ligt op regulier toezicht en handhaving. In de verlengde SPUK voor additionele capaciteit voor toezicht en handhaving energiebesparing2 worden additionele middelen voor toezicht op de energiebesparingsplicht aan de omgevingsdiensten beschikbaar gesteld. Onder deze verlengde regeling moet een minimaal aandeel van de middelen ingezet worden voor stimulerend toezicht. Dit is conform motie van Lid Postma3.
De ontwerp-AMvB zal in het kader van de voorhangprocedure eerst aan beide Kamers worden voorgelegd en vervolgens aan de Raad van State worden aangeboden voor advies. De inwerkingtreding van de geactualiseerde energiebesparingsplicht inclusief de ophoging van de terugverdientijd en de nieuwe EML is voorzien medio 2027.
Tot slot wordt er ook gekeken naar het harmoniseren van de energiebesparingsplicht met andere verwante wet- en regelgeving. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de implementatie van de herziene Europese Richtlijn Energieprestatie voor gebouwen EPBD IV die onder andere eisen stelt aan de minimale energieprestaties van gebouwen. Deze eisen overlappen voor een deel met de bestaande nationale energiebesparingsplicht. Om een weloverwogen besluit te kunnen nemen over hoe deze overlappende eisen kunnen worden geharmoniseerd én inzicht te krijgen in waar het meest besparingspotentieel ligt, heb ik TNO gevraagd om een onderzoek uit te voeren, zie bijlage 3. Op dit moment wordt gewerkt aan hoe invulling kan worden gegeven aan de harmonisatie van de regels waarbij de regeldruk voor de gebouweigenaren, alsmede het besparingspotentieel in acht worden genomen. Eind van dit jaar zal ik de Kamer hierover informeren.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Kamerstukken II, 2025/26, 30196, nr. 857↩︎
Staatscourant 2026 (17723)↩︎
Kamerstuk II, 2025/01, 30196, nr.840↩︎