Antwoord op vragen van het lid Russcher over het gebrek aan draagvlak voor de uitvoering van de Spreidingswet en de inzet van dwangmaatregelen jegens gemeenten
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D36380, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-10 17:38, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z11366:
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 2531
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 10 juli 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2300
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel "Asielminister Van den Brink
wil uitleg over opvangplekken: dit is het tekort in jouw gemeente"?
1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat op dit moment 250 van de 342 gemeenten
niet voldoen aan de taakstelling uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk
maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de Spreidingswet), en dat ruim
honderd gemeenten in het geheel geen opvang bieden?
Vraag 3
Indien de cijfers in bovenstaande vraag niet correct zijn, hoeveel gemeenten voldoen op dit moment dan niet aan de taakstelling van de Spreidingswet en hoeveel gemeenten bieden in zijn geheel geen opvang?
Antwoord op vraag 2 en 3
Gemeenten hebben op 26 mei een brief ontvangen in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Op basis van de informatie die het ministerie van Justitie en Veiligheid op die datum tot zijn beschikking had, waren er 119 gemeenten die voldeden aan hun wettelijke taak. 116 gemeenten voldeden gedeeltelijk aan hun wettelijke taak en 107 gemeenten voldeden niet (dat wil zeggen dat zij geen enkele asielopvangplek realiseerden). De som van de gemeenten die gedeeltelijk of niet voldoen telt op tot 223 van de 342 gemeenten. Ten aanzien van deze gemeenten worden stappen gezet in het kader van het interbestuurlijk toezicht. De afgelopen weken hebben de eerste ambtelijke gesprekken met deze gemeente plaatsgevonden.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat een situatie waarin bijna driekwart
van de gemeenten niet aan de wettelijke taak voldoet, wijst op een breed
en structureel gebrek aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor
de gedwongen vestiging van asielzoekerscentra?
Vraag 5
Indien u de in vraag 4 verwoorde opvatting niet deelt, hoe
verklaart u dan dat na ruim twee jaar werking van de wet slechts 92
gemeenten aan hun opgave voldoen?
Vraag 6
Acht u het uitvoerbaar en proportioneel om een wet met dwang
te handhaven waarvan de naleving bij een ruime meerderheid van de
gemeenten uitblijft?
Vraag 7
Indien het antwoord op vraag 6 bevestigend luidt, op grond
van welke afweging?
Antwoord op vraag 4 t/m 7
Het doel van de Spreidingswet is het creëren van voldoende opvangplekken die evenwichtig over het land verdeeld zijn. Helaas is dit doel nog niet bereikt. Op dit moment is de bezettingsgraad in de asielopvang hoger dan 100%. In Ter Apel geldt gecontroleerde toegang. Dit laat eens temeer zien dat er acuut meer opvangplekken nodig zijn voor de lange termijn. De Spreidingswet is het instrument dat gaat bijdragen aan voldoende opvangplekken voor de lange termijn. Ik verwacht van gemeenten dan ook dat zij zich aan deze wet houden en solidariteit tonen met gemeenten die al een bijdrage leveren. Het interbestuurlijk toezicht bestaat uit meerdere stappen waarin aan de gemeente maximaal de gelegenheid wordt geboden zelf alsnog de benodigde opvangplekken te realiseren.
Vraag 8
Is er naar uw oordeel een omstandigheid denkbaar die een tekort aan opvangplekken in een gemeente kan rechtvaardigen?
Vraag 9
Indien het antwoord op vraag 8 bevestigend luidt, welke
omstandigheden acht u dan legitiem, en betrekt u daarbij factoren als
het ontbreken van lokaal draagvlak, ruimtelijke beperkingen en zorgen
over de openbare orde en veiligheid?
Vraag 10
Indien het antwoord op vraag 8 ontkennend luidt, met welk oogmerk nodigt u gemeenten dan uit om uitleg te komen geven, indien de uitkomst van die gesprekken reeds op voorhand vaststaat?
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten in welke gevallen een door een gemeente
aangevoerde reden kan leiden tot bijstelling van haar
taakstelling?
Antwoord op vraag 8 t/m 11
In de gesprekken die in het kader van het interbestuurlijk toezicht worden gevoerd kunnen gemeenten aandragen waarom zij (nog) niet aan hun wettelijke taak voldoen. In het interbestuurlijk toezicht worden alle feiten en omstandigheden meegewogen en is hier ook ruimte toe. Dit zal per gemeente worden bezien.
Vraag 12
Acht u het wenselijk de autonomie van 250 gemeenten te doorkruisen door over te gaan tot actief toezicht en, in laatste instantie, tot het aanwijzen van opvanglocaties die gemeenten verplicht zijn te accepteren?
Vraag 13
Erkent u dat het zelf aanwijzen van opvanglocaties, tegen een
besluit van de gemeenteraad in, een vergaande inbreuk vormt op de lokale
democratische besluitvorming?
Vraag 14
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt,
waarom niet?
Vraag 15
Bent u bereid af te zien van dwangmaatregelen jegens
gemeenten waar aantoonbaar geen lokaal draagvlak bestaat?
Vraag 16
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt,
waarom weegt de uitvoering van de taakstelling voor u zwaarder dan de
uitkomst van het lokale democratische proces?
Antwoord op vraag 12 t/m 16
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Ik ga ervan uit dat gemeenten zich ook aan hun wettelijke taak houden en zij hun verantwoordelijkheid nemen en zich solidair tonen met gemeenten die al een bijdrage leveren. De wet is de wet, en die voer ik volledig uit.
Deze situatie laat eens te meer zien dat voor de lange termijn voldoende opvang noodzakelijk is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn voldoende opvang te realiseren. Uitvoering van de wet is noodzakelijk, om situaties zoals de huidige tekorten te voorkomen en om ervoor te zorgen dat opvangplekken op evenwichtige wijze over het land verdeeld worden.
Vraag 17
Bent u bereid de Spreidingswet in te trekken indien de medewerking van gemeenten niet wezenlijk verbetert?
Vraag 18
Indien u niet bereid bent tot intrekking, bent u dan bereid
een gedoogbeleid te voeren waarbij de dwangbepalingen van de
Spreidingswet niet worden uitgevoerd zolang het vereiste lokale
draagvlak ontbreekt?
Antwoord op vraag 17 en 18
De huidige situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat voor de lange termijn voldoende opvang noodzakelijk is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn voldoende opvang te realiseren. Om een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen, houdt dit kabinet de Spreidingswet in stand. Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, en er dus een stabiel opvanglandschap is, wordt inzet van de wet overbodig.
Vraag 19
Waarom kiest u niet voor het reduceren van de instroom tot
nihil, als structurele oplossing?
Antwoord op vraag 19
Dit kabinet zet zich in om de instroom duurzaam en structureel te verminderen, onder andere aan de hand van de Wet invoering tweestatusstelsel. Daarnaast wordt gewerkt aan de implementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact dat afgelopen maand in werking is getreden. Ook wordt er ingezet op terugkeer. Dit doet er niet aan af dat asielzoekers die zich eenmaal in Nederland bevinden, fatsoenlijk moeten worden opgevangen. Daartoe zijn we volgens internationale en Europese wettelijke kaders ook verplicht.
Vraag 20
Beschikt uw ministerie over voldoende ambtelijke capaciteit
(fte) om de circa 250 niet-voldoende presterende gemeenten onder actief
toezicht te plaatsen?
Vraag 21
Kunt u kwantificeren hoeveel fte gemoeid is met het onder
actief toezicht plaatsen van één gemeente, en welk totaal beslag dit zou
leggen indien dit voor 250 gemeenten gelijktijdig zou moeten
geschieden?
Vraag 22
Indien de daarvoor benodigde capaciteit ontbreekt, betekent
dit dan dat het instrument van actief toezicht in de praktijk slechts
selectief of symbolisch kan worden ingezet?
Vraag 23
Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt, hoe
verhoudt zich dat tot een gelijke behandeling van
gemeenten?
Antwoord op vraag 20 t/m 23
Het interbestuurlijk toezicht is van toepassing op alle gemeenten die de, aan hen volgens het verdeelbesluit gegeven, asielopgave niet realiseren. Dit kabinet voert de wet uit en is inmiddels begonnen met het interbestuurlijk toezicht. De eerste gesprekken met gemeenten hebben in dit kader al plaatsgevonden.
Vraag 24
Hoe verhoudt het uitnodigen van gemeentebestuurders om zich
op uw ministerie te verantwoorden zich tot gemeentelijke
autonomiteit?
Antwoord op vraag 24
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet.
Voor gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak, is zoals
gebruikelijk het rijksbrede kader voor interbestuurlijk toezicht van
toepassing. Onderdeel van dit kader zijn eerst de ambtelijke gesprekken
met gemeenten en vervolgens, indien nodig, bestuurlijke gesprekken.
Vraag 25
Bent u bereid de verslagen of notulen van de gesprekken met
gemeenten openbaar te maken, dan wel vertrouwelijk aan de Kamer ter
inzage te geven?
Vraag 26
Indien u daartoe niet bereid bent, waarom
niet?
Antwoord op vraag 25 en 26
Het is belangrijk dat de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken in vertrouwelijkheid plaatsvinden. In zo’n gesprek zal ook vertrouwelijke informatie besproken worden, zoals de voornemens van gemeenten over hoe ze aan de wettelijke taak willen voldoen en welke (premature) plannen ze daarvoor hebben. Ik vind het belangrijk dat gemeenten volledige openheid durven te geven. De gespreksverslagen worden daarom niet openbaar gemaakt.
1) NOS, 21 mei 2026, 'Asielminister Van den Brink wil uitleg over opvangplekken: dit is het tekort in jouw gemeente', https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2615326-asielminister-van-den-brink-wil-uitleg-over-opvangplekken-dit-is-het-tekort-in-jouw-gemeente