Besluit van het kabinet om de motie van het lid Piri over de Afghaanse bewakers en hun gezinnen direct naar Nederland overbrengen (Kamerstuk 36800-V-23), hangende de uitspraak van de Hoge Raad in de cassatieprocedure van 42 extern ingehuurde Afghaanse ambassadebewakers, in beraad te houden
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Brief regering
Nummer: 2026D36421, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-24 15:13, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 36800 V-107 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026.
Onderdeel van zaak 2026Z16095:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-03 12:15: Procedurevergadering Buitenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (π origineel)
36 800 V Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2026
Nr. 107 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Naar aanleiding van de vragen van het Kamerlid Piri (GL-PvdA) tijdens
het commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken d.d. 16 april 2026 heb ik
toegezegd uw Kamer per brief te informeren over het besluit van het
kabinet om de motie-Piri1 vooralsnog in beraad te houden,
hangende de uitspraak van de Hoge Raad in het cassatieberoep van 42
extern ingehuurde Afghaanse ambassadebewakers.2
Op 2 december 2025 heeft uw Kamer een motie van het Kamerlid Piri aangenomen waarin zij het kabinet verzoekt om βde gedane toezeggingen van het toenmalige kabinet na te komen en de veilige overbrenging van Afghaanse bewakers, inclusief hun directe gezinnen, naar Nederland per direct te realiseren.β3 Het vorige kabinet heeft op 29 december 2025 gecommuniceerd dat zij de motie, hangende de uitspraak van de Hoge Raad, in beraad zou houden.4 Ook het huidige kabinet heeft op 15 april 2026, in de beantwoording van vragen van de Eerste Kamer, laten weten de motie in beraad te houden.5
Het kabinet heeft besloten de uitspraak van de Hoge Raad af te wachten omdat de uitkomst van de lopende rechtszaak sturend is voor het handelingsperspectief van het kabinet. Het kabinet wil graag eerst juridische duidelijkheid van de Hoge Raad alvorens een besluit te nemen over de opvolging van de motie-Piri. Het kabinet is er zich van bewust dat dit besluit onzekerheid oplevert voor de betrokken voormalige Afghaanse bewakers en hun gezinnen. Om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen, ook voor alle betrokkenen, heeft het kabinet ingestemd met een versnelde behandeling van het cassatieberoep. De uitspraak van de Hoge Raad wordt begin volgend jaar verwacht.
Tot slot onderstreept het kabinet graag dat het sinds 15 augustus 2021 een grote inspanning heeft geleverd in het overbrengen van Afghanen die, in verschillende hoedanigheden, hebben bijgedragen aan de Nederlandse inzet in Afghanistan. In samenwerking met verschillende departementen en in een complexe context zijn ruim 4.600 Afghanen overgebracht naar Nederland.
De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Kamerstukken 2025-2026, 36 800 V, nr. 23.β©οΈ
TZ202604-106β©οΈ
Kamerstukken 2025-2026, 36 800 V, nr. 23.β©οΈ
Kamerstukken 2026-2027, 21 501-02, nr. 3345.β©οΈ
Kamerstukken 2025-2026, 36 600, AL.β©οΈ