[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Invulling van de Motie van het lid Bamenga c.s. over succesvolle programma's in het Grote Merengebied zo veel mogelijk voortzetten (Kamerstuk 36800-XVII-32)

Doen waar Nederland goed in is - Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Brief regering

Nummer: 2026D36442, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-05 11:52, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36180 -230 Doen waar Nederland goed in is - Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Onderdeel van zaak 2026Z16100:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36180 Doen waar Nederland goed in is - Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Nr. 230 Brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2026

In deze brief zal worden ingegaan op de invulling van de motie van 15 januari jl., ingediend door het lid Bamenga c.s. om succesvolle programma's in het Grote Merengebied, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, rechtsstaat, handel en grondstoffen, zo veel mogelijk voort te zetten.1

Het Grote Meren Programma (GMP) richt zich sinds 2008 op het bevorderen van stabiliteit in de Grote Meren regio, met Oost-DRC als focusgebied. In de beleidsbrief ontwikkelingshulp van 20 februari 20252 is uw Kamer geïnformeerd over het voornemen tot beëindigen van het Grote Meren Programma. Deze keuze is onder meer het gevolg van de bezuinigingen op het ontwikkelingssamenwerkingsbudget en de doelgerichtere inzet van de beperkte middelen, zoals toegelicht in voorgenoemde Kamerbrief.

Voor de invulling van deze motie blijft het uitgangspunt dat het GMP als geheel wordt beëindigd, conform de eerdere beslissing die reeds is gecommuniceerd aan de Kamer. Ook dit kabinet houdt vast aan de doelgerichte inzet van de beperkte middelen. Tegelijkertijd deelt het kabinet de zorgen van de Kamer over het voortdurende conflict tussen DRC en Rwanda, het ernstige risico op regionale spillover, en de immer toenemende humanitaire noden en grote aantallen slachtoffers van seksueel geweld in Oost-DRC. Daarom kiest het kabinet voor invulling van betreffende motie op een doelmatige wijze en daar waar de noden het hoogste zijn.

Een programma gericht op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) zal worden verlengd met een jaar (EUR 2 miljoen). Hiermee wordt onder andere zorg aan slachtoffers van seksueel en gender-gerelateerd geweld in Oost-DRC geboden. Daarnaast zal op het gebied van rechtsstaat, handel en grondstoffen een technische assistentie aan de International Conference on the Great Lakes Region (ICGLR) gefinancierd worden gedurende 2 jaar (totaal EUR 4 miljoen). ICGLR is een regionale gouvernementele organisatie met 12 lidstaten, waaronder zowel DRC als Rwanda, gericht op stabiliteit, economische integratie en het beheer van grondstoffen. Binnen haar mandaat speelt de ICGLR onder meer een rol in de lopende vredesprocessen onder leiding van de VS en Qatar.

Het kabinet spant zich er voor in het uitfaseren van het GMP op een verantwoorde manier te laten verlopen. Dit gebeurt onder meer door contracten geleidelijk af te laten lopen, organisaties te ondersteunen door flexibiliteit te bieden om vertraging ten gevolgen van het conflict op te vangen, aandacht te vragen voor de duurzaamheidsplannen van de projecten, het behouden van opgebouwde (kennis)netwerken, en het bieden van ondersteuning bij de transitie en het zoeken naar nieuwe vormen van financiering voor de projecten en uitvoeringsorganisaties.

Zoals toegelicht in de Kamerbrief over de situatie in Congo, d.d. 20 maart 20253, betekent het uitfaseren van het GMP niet dat Nederland niet langer actief blijft in de Grote Meren regio. Nederland blijft middels de ambassades in de regio werkzaam op diverse beleidsterreinen, en blijft ook humanitaire hulp bieden om bij te dragen aan de verlichting van de noden in de DRC. Daarom draagt Nederland dit jaar EUR 8 miljoen bij aan het DRC Humanitarian Fund. Ook zijn alle humanitaire partners die Nederland met flexibele financiering steunt (VN-organisaties, Rode Kruis-beweging en Dutch Relief Alliance) actief in het Grote Merengebied, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de ontheemdingscrisis en de huidige Ebola uitbraak.

Verder blijft Nederland voorlopig bijdragen aan lokale en regionale conflictbemiddeling en bescherming van burgers, via partnerschappen ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld. Voorts steunt Nederland projecten die bijdragen aan rekenschap voor misdaden uit het verleden door te werken aan het opbouwen van dossiers tegen vermeende schendingen van het internationaal oorlogsrecht. Daarnaast is Nederland mede-oprichter en donor van het European Partnership for Responsible Minerals (EPRM), dat sinds 2016 projecten in de DRC, Rwanda en Oeganda financiert om transparantie in de mijnbouwsector te bevorderen.

Het kabinet blijft zich tevens inspannen om in Europees verband bij te dragen aan de verscheidene vredesprocessen ter bevordering van regionale stabiliteit en respect voor het internationaal recht.

De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

S.W. Sjoerdsma


  1. Kamerstuk 36 800-XVII, nr. 32↩︎

  2. Kamerstuk 36 180 nr. 133↩︎

  3. Kamerstuk 29 237, nr. 208↩︎