Verslag van een schriftelijk overleg over over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3452)
Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Verslag van een schriftelijk overleg
Nummer: 2026D36447, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-05 10:41, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (PRO)
- Mede ondertekenaar: S.R. Muller, adjunct-griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij Verslag van een schriftelijk overleg over over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02-3452)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 02-3459 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken .
Onderdeel van zaak 2026Z16102:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-03 12:15: Procedurevergadering Buitenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3459 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 10 juli 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3452) en het Verslag Raad Buitenlandse Zaken d.d. 15 juni 2026 (Kamerstuk 21501-02, nr. 3451).
De vragen en opmerkingen zijn op 6 juli 2026 aan de minister voorgelegd. Bij brief van 10 juli 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie,
Klaver
Adjunct-griffier van de commissie,
Muller
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en Antwoord / Reactie van de minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) van 13 juli 2026. Deze leden hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.
Voor deze leden staat één ding boven al het andere: Oekraïne moet in de strijd kunnen blijven, en de Oekraïense strijdkrachten moeten in staat worden gesteld het huidige momentum op het slagveld vast te houden. Iedere Europese inspanning, financieel, militair of diplomatiek, zou wat deze leden betreft aan die opgave getoetst moeten worden. Zij staan dan ook positief tegenover creatieve oplossingen wanneer die daaraan bijdragen.
Deze leden hebben kennisgenomen van de brief van de Oekraïense minister van Defensie Fedorov, waarin hij aangeeft dat aanvullende financiering nodig is om het initiatief op het slagveld te behouden, onder meer door inzet van de resterende middelen uit de Europese Vredesfaciliteit en aanpassing van het EUMAM-mandaat zodat trainingen ook op Oekraïens grondgebied kunnen plaatsvinden. Hoe beoordeelt het kabinet deze voorstellen?
Antwoord van het kabinet
Steun aan Oekraïne, waaronder militaire steun, is en blijft voor het kabinet een prioriteit. Steun in EU-verband heeft het voordeel dat de lasten eerlijk worden verdeeld onder de EU-lidstaten. Het is positief dat Hongarije de blokkade op militaire steun via de Europese Vredesfaciliteit (EPF) heeft opgeheven. Over de besteding van de EUR 6,6 mld. die hierdoor vrijkomt vindt momenteel besluitvorming plaats in Brussel. Nederland zet zich in voor een combinatie van compensatie voor reeds geleverde steun, nieuwe steun aan Oekraïne en het reserveren van voldoende middelen voor EUMAM Oekraïne. Compensatie van geleverde steun is belangrijk voor het vertrouwen van lidstaten in het EPF-instrument. De onderhandelingen ten aanzien van de aanpassing van het EUMAM-mandaat gaan dit najaar van start. Voor de Nederlandse positiebepaling staan de noden en wensen van Oekraïne voorop. Nederland zal zich daarom constructief opstellen ten aanzien van de voorstellen over EUMAM.
Is het kabinet bereid zich in de Raad actief in te zetten voor besteding van de gereserveerde 6,6 miljard euro aan nieuwe militaire leveranties, in plaats van uitsluitend aan compensatie van eerdere steun? Is het kabinet tevens bereid steun te geven aan aanpassing van het EUMAM-mandaat, zodat trainingen ook in Oekraïne zelf kunnen plaatsvinden?
Antwoord van het kabinet
Zie beantwoording van vraag 1.
De leden van de D66-fractie constateren dat de EU er bij de vorige Europese Raad voor heeft gekozen Oekraïne via gezamenlijke leningen van 90 miljard euro te steunen, in plaats van via een reparatielening op basis van de circa 180 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden. Blijft het kabinet zich onverkort inzetten voor het vrijmaken en inzetten van deze tegoeden ten behoeve van Oekraïne?
Antwoord van het kabinet
Het blijft noodzakelijk om Oekraïne te blijven steunen. De noden blijven urgent en groot. Het kabinet zal conform de conclusies van de Europese Raad van december jl. blijven pleiten voor het verkennen van opties voor de inzet van de geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden, hierbij is van belang dat 1) de opties financieel en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische en uitvoeringstechnische risico’s en lasten gezamenlijk worden gedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband worden gezet en in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Tijdens de Ecofinraad van 5 mei jl. en Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei jl. hebben enkele lidstaten, waaronder Nederland, gepleit voor voortzetting van het gesprek over het gebruik van de geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden. Dit is in lijn met het regeerakkoord en de motie Dassen 1 en met inachtneming van het krachtenveld in de Raad, waaronder de zorgen van andere specifieke lidstaten. Indien nadere voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via de gebruikelijke routes worden geïnformeerd.
Ziet het kabinet creatieve manieren om de juridische en financiële risico's voor België, en eventuele andere lidstaten waar tegoeden worden aangehouden, weg te nemen, bijvoorbeeld via gezamenlijke garanties of een eerlijke verdeling van aansprakelijkheid over alle lidstaten?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht eraan om de opties voor eventuele inzet van geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden zorgvuldig te verkennen, waarbij lastendeling en de financiële en juridische houdbaarheid van belang zijn. Het uitwerken van deze aspecten is tevens noodzakelijk voor het verkrijgen van draagvlak in de Raad voor de inzet van geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden. In dit licht had Nederland begrip voor de noodzaak voor bilaterale garanties van lidstaten om eerlijke juridische risicodeling te bewerkstelligen in het Commissievoorstel van 3 december jl.2 Deze garanties bleken echter onvoldoende om de zorgen van een aantal lidstaten tegemoet te komen. Indien nieuwe voorstellen volgen, zal de Kamer hierover via de gebruikelijke routes worden geïnformeerd.
Een andere denkbare route is het onder Europees beheer brengen van deze tegoeden, zodat de tegoeden niet langer op de balans van één enkele lidstaat of instelling als Euroclear blijven staan, maar het risico via een Europese constructie collectief wordt gedragen. Welke van dergelijke opties ondersteunt Nederland concreet in de gesprekken hierover?
Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 3 en 4. Het kabinet blijft conform de conclusies van de Europese Raad van december jl. pleiten voor het verkennen van opties voor de inzet van de geïmmobiliseerde Russische centrale banktegoeden, waarbij het van belang is dat 1) de opties financieel en juridisch houdbaar zijn; 2) juridische en uitvoeringstechnische risico’s en lasten gezamenlijk worden gedragen; en 3) eventuele stappen in EU-verband worden gezet en in nauwe samenwerking met de G7 genomen worden. Het kabinet steunt het verkennen van constructies die aan bovenstaande voldoen, waarbij ook de motie van het lid Dassen3 in acht wordt genomen.
Deze leden vernemen dat Bulgarije dreigt het 21e sanctiepakket te blokkeren vanwege de voorgestelde sancties tegen patriarch Kirill en de voormalig Lukoil-topman Alekperov. Is het kabinet bereid zich onverminderd hard te maken voor handhaving van beide sancties, en welke stappen onderneemt het om het Bulgaarse verzet weg te nemen zonder concessies te doen op de inhoud van het pakket?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich in voor een snelle aanname van een zo substantieel mogelijk 21e sanctiepakket. Vanwege de vertrouwelijkheid kan niet worden ingegaan op lopende onderhandelingen. Volgens het kabinet moet dit pakket zich richten op het verder ondermijnen van het Russische verdienvermogen op internationale energiemarkten, het tegengaan van de schaduwvloot en het financieel verder isoleren van Rusland.
Deze leden zijn daarnaast van mening dat het 21e sanctiepakket een gemiste kans dreigt te worden zolang aluminiumoxide erbuiten blijft. Zij wijzen erop dat de Ierse fabriek Aughinish Alumina in het eerste kwartaal van 2026 83 procent van haar productie naar Rusland exporteerde, de hoogste hoeveelheid sinds het begin van de oorlog, en dat dit aluminiumoxide via Siberische smelterijen in de Russische wapenindustrie terechtkomt en direct wordt gebruikt voor raketten en drones. Hoewel deze leden zich sterk kunnen vinden in de Ierse agenda voor het voorzitterschap, vinden zij deze aanhoudende export én de geprioriteerde steun aan Oekraïne moreel en beleidsmatig niet met elkaar te verenigen. Is het kabinet bereid dit tijdens de RBZ nadrukkelijk aan de orde te stellen en Ierland hier direct op aan te spreken? En is het kabinet bereid te pleiten voor opname van aluminiumoxide in aankomende sanctiepakketten?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van de sancties tegen Rusland. Het kabinet is bereid in aanloop naar een volgend sanctiepakket te onderzoeken of en hoe het huidige sanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienvermogen van de Russische aluminiumsector verder te ondermijnen en zich in EU-verband hiervoor in te zetten.
De leden van de D66-fractie hopen dat Nederland deze zomer concrete stappen zet om de gevaarlijke Russische schaduwvloot op de Noordzee daadwerkelijk te handhaven, zeker na recente bevindingen dat de drones die eind vorig jaar onder meer boven vliegbasis Volkel werden waargenomen, werden aangestuurd vanaf schepen die tot deze schaduwvloot behoren. Kan het kabinet toelichten welke stappen op dit moment concreet worden gezet? En op welke termijn verwacht het kabinet nationale wetgeving ter bevordering van de handhaving van de schaduwvloot te kunnen presenteren?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet streeft ernaar de conceptwetgeving na de laatste Ministerraad voor het zomerreces (van het Kabinet) ter advisering voor te leggen aan de Raad van State. De verwachting is dat snel na het zomerreces het wetsvoorstel aan uw Kamer kan worden aangeboden. Er vinden reeds controles plaats in de Nederlandse exclusieve economische zone (EEZ) voortvloeiend uit de handhavingstaken van de Kustwacht op het gebied van maritieme veiligheid en de bescherming van (onderzeese) kritieke infrastructuur. Daarnaast wordt ook regelmatig gecontroleerd op verzekerings- en eigendomspapieren, vlaggenstaatregistraties en andere zaken. Over concrete operationele aanpak van de schaduwvloot kan ik op deze plek niet verder ingaan omwille van nationale veiligheidsoverwegingen.
Naast fysieke handhaving vragen deze leden welke stappen het kabinet ziet om veelgebruikte, of vals gebruikte, vlaggenstaten van de schaduwvloot aan te spreken en te ontmoedigen. Ziet het kabinet iets in het voorstel voor een EU-risico-listing van landen waarvan transacties gepaard gaan met een verhoogd risico op het faciliteren van de schaduwvloot, naar voorbeeld van de bestaande EU-lijst voor witwassen en terrorismefinanciering? Een dergelijke lijst zou financiële instellingen kunnen waarschuwen en zo veelgebruikte vlaggenstaten kunnen ontmoedigen, zo denken deze leden.
Antwoord van het kabinet
Het tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet een prioriteit. Dit gebeurt langs meerdere sporen, o.a. door gerichte sanctionering van betrokken schepen en ondersteunende ecosystemen, en door versterkte handhaving door kuststaten.
Specifiek ten aanzien van de rol van vlagstaten zet Nederland in op het identificeren en adresseren van valse vlagregisters, het aangaan van de dialoog met vlaggenstaten en vlagregisters en het bevorderen dat deze landen en registers hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van schaduwvlootschepen.
Het tegengaan van de schaduwvloot is voor het kabinet van groot belang, gezien de rol die de schaduwvloot speelt in het structureel ondermijnen van sancties en het faciliteren van de Russische oorlogsmachine. Tegelijkertijd roept het voorstel voor een formele hoogrisicolijst van vlaggenstaten verschillende beleidsmatige en praktische bezwaren op.
De meerwaarde van een aparte hoogrisicolijst is miniem. Er bestaan namelijk al internationale IMO-mechanismen voor toezicht op vlaggenstaten die wereldwijd toepasbaar zijn. Daarnaast kunnen binnen de EU individuele schepen op basis van hun IMO-nummer worden gesanctioneerd. Met beide systemen wordt de beoogde doelgroep al omvat.
Het voorstel moet bovendien worden bezien in het licht van de huidige EU-inzet. EDEO en verschillende lidstaten zetten momenteel in op diplomatieke samenwerking met vlaggenstaten die vatbaar zijn voor misbruik. Vlagstaten zijn zich niet altijd bewust dat hun vlagstaat wordt misbruikt. Er zijn daarom meerdere initiatieven om juist deze vlagstaten te helpen bewuste vals gevlagde schepen te identificeren en indien mogelijk daarop te handelen. Een formele EU hoogrisicolijst kan daarbij averechts werken doordat deze als naming-and-shaming door de EU wordt ervaren.
Ook is de effectiviteit beperkt, omdat schaduwvlootschepen frequent van vlag wisselen. Dit maakt dat een dergelijke lijst continu moet worden geactualiseerd en daarmee structureel achter de feiten dreigt aan te lopen.
Een nieuw instrument kost daarnaast veel uitvoerings- en handhavingscapaciteit voor een onzekere impact en minimale verbetering. Gezien het grote belang dat het kabinet hecht aan het tegengaan van de schaduwvloot, kiest het kabinet ervoor de beschikbare capaciteit zo gericht mogelijk in te zetten op maatregelen die aantoonbaar bijdragen aan een effectieve aanpak van de schaduwvloot.
Het kabinet beziet daarbij alle opties die aantoonbare toegevoegde waarde kunnen hebben. Vooralsnog bestaat er geen draagvlak voor het instellen van een afzonderlijke EU hoogrisicolijst voor vlagstaten.
De leden van de D66-fractie zijn voorstander van een grotere Europese rol in de volgende onderhandelingsronde met Iran. Het Iraanse nucleaire en raketprogramma vormt ook een directe dreiging voor Europees grondgebied, en Europese betrokkenheid zal essentieel zijn voor het welslagen van welke economische afspraken dan ook die uit deze onderhandelingen voortvloeien. Welke concrete stappen zet het kabinet, of is het voornemens te zetten, om deze grotere Europese rol te bewerkstelligen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet staat in voortdurend contact met de relevante partijen over de ontwikkelingen ten aanzien van de onderhandelingen. Nederland is voorstander van een diplomatieke oplossing van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran. Dat ziet het kabinet uiteindelijk als de enige duurzame oplossing. Hierbij zal moeten worden bezien wat de onderhandelingen over de verdere uitwerking van het MoU opleveren. Daarbij is van belang te benoemen dat eventuele afspraken tussen de Verenigde Staten en Iran niet direct eveneens zullen gelden voor de Europese Unie en Iran. Indien de omstandigheden daarom vragen, zullen daarover afzonderlijke afspraken tussen de EU en Iran nodig zijn.
Deze leden maken zich zorgen over de Amerikaanse neiging om de aandacht voor democratische krachten en mensenrechtenschendingen in Iran naar de achtergrond te laten verdwijnen. Voor deze leden is het van groot belang dat de mensenrechtensituatie structureel onderdeel blijft van ieder gesprek met de Iraanse leiding. Kan het kabinet toezeggen zich hiervoor te blijven inzetten, en zijn huid duur te verkopen wanneer het gaat om het signaleren van bereidheid tot sanctieverlichting? Deelt het kabinet de opvatting dat te grote bereidwilligheid op dit punt een verkeerd signaal afgeeft, zolang Iran geen aantoonbare stappen heeft gezet in het terugdraaien van zijn nucleaire en raketprogramma?
Antwoord van het kabinet
De EU voert een autonoom sanctiebeleid. Naast nucleaire sancties kent de EU afzonderlijke sanctieregimes die zijn gericht op de Iraanse UAV- en raketindustrie, militaire steun aan Rusland, destabiliserende activiteiten in de regio en mensenrechtenschendingen. Zolang Iran zich aan dergelijke gedragingen schuldig blijft maken en geen concrete verifieerbare stappen zet, ligt sanctieverlichting niet voor de hand en blijft Nederland de mensenrechtensituatie in Iran, evenals de andere onderwerpen, hoog op de agenda houden.
Deze leden vragen het kabinet opnieuw actief te pleiten voor een EU-breed handelsverbod met illegale nederzettingen. Kan het kabinet de laatste stand van zaken geven van het door HV Kallas gevraagde overzicht van handelsmaatregelen, en zet het zich in voor spoedige besluitvorming hierover tijdens deze Raad?
Antwoord van het kabinet
De Commissie heeft de toegezegde opties en de door Nederland aan de Commissie gevraagde beoordeling van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels van producten uit de onrechtmatige nederzettingen zeer recentelijk met EU-lidstaten gedeeld, het kabinet bestudeert deze voorafgaand aan de RBZ om een positie te kunnen bepalen.
Deze leden herhalen eveneens dat Nederland voorstander is van het opschorten van het handelsdeel van het associatieverdrag met Israël, en vragen het kabinet te blijven inzetten op het vinden van een gekwalificeerde meerderheid hiervoor. Het recente VN-rapport, waarin de Onafhankelijke Onderzoekscommissie concludeert dat Israël doelbewust Palestijnse kinderen heeft geviseerd en gedood, en waaruit blijkt dat Israël voor het derde jaar op rij op de VN-lijst voor ernstige schendingen tegen kinderen in gewapende conflicten staat, zou hiervoor wat deze leden betreft een nieuwe impuls moeten zijn. Deelt het kabinet die opvatting, en is het bereid dit rapport nadrukkelijk te betrekken bij de Nederlandse inzet tijdens deze Raad?
Antwoord van het kabinet
Nederland blijft zich inzetten voor het realiseren van draagvlak voor EU-maatregelen, waaronder het gedeeltelijk opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Momenteel is hier geen draagvlak voor. De situatie op de grond blijft voor de noodzaak van maatregelen leidend, waaronder ook het schrijnende beeld dat naar voren komt uit het VN-rapport.
Deze leden pleiten daarnaast voor meer eenheid in het beleid van de Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden ten aanzien van Israël. Zij constateren met zorg dat Israël na vermeende kritische uitspraken van HV Kallas geen contact meer met haar wil, terwijl Eurocommissaris Šuica kort daarna wél welkom was voor een bezoek. Wat deze leden betreft verdient een strengere lijn de voorkeur boven warme bezoeken die weinig druk of resultaat opleveren. Hoe kijkt het kabinet hiernaar, en is het bereid te pleiten voor een meer uniforme, duidelijke opstelling van de Commissie en de EDEO?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Het kabinet onderstreept het belang van dialoog, ook door vertegenwoordigers van de EU. Dialoog is zowel in het belang van Israël als de EU.
De EU heeft opgeroepen tot terugtrekking van alle troepen uit Libanees grondgebied en het ontwapenen van niet-statelijke gewapende groepen. Hoe kijkt het kabinet naar de volgordelijkheid van deze afspraken, zo vragen deze leden? Voorts vragen deze leden hoe Nederland aankijkt tegen een eventuele EU-missie ter ondersteuning van het Libanese leger na het vertrek van UNIFIL eind 2026. Is het kabinet bereid hieraan bij te dragen, en zo ja, onder welke voorwaarden?
Antwoord van het kabinet
Nederland verwelkomt de getekende kaderovereenkomst tussen Libanon en Israël. Dit is een belangrijke stap in het diplomatieke proces naar duurzame vrede en stabiliteit, en het herstellen van de Libanese soevereiniteit en territoriale integriteit.
Nederland onderstreept het belang van duurzame vrede en stabiliteit in Libanon. De gesprekken over de toekomst van UNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn gaande binnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekken nauwgezet en wacht op concrete voorstellen.
De leden van de D66-fractie vinden het van belang dat de Europese Veiligheidsstrategie realistisch is over de veranderende rol van de Verenigde Staten. Deze leden menen dat het verder operationaliseren van artikel 42.7 VEU onderdeel moet zijn van iedere Europese veiligheidsstrategie, en hechten eraan dat versneld wordt gewerkt aan commandostructuren waaronder Europese krijgsmachten zo nodig ook onafhankelijk van de Verenigde Staten kunnen opereren. Ziet het kabinet ruimte om deze thematiek te laten terugkomen in de Europese Veiligheidsstrategie, en is het bereid zich hiervoor in te zetten?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet de NAVO als hoeksteen van de collectieve afschrikking en verdediging. Verdere operationalisering van artikel 42.7 VEU kan de afschrikking en verdediging van de NAVO versterken, bijvoorbeeld op het terrein van civiele bijstand, sancties en hybride dreigingen. Zoals in het Strategisch Kompas (2022) overeengekomen is het wenselijk om de EU-commandostructuren te versterken, met name het militair plannings- en uitvoeringsvermogen.
Daarnaast zijn deze leden voorstander van hervorming van de Verenigde Naties, waaronder de VN-Veiligheidsraad, om deze effectiever en representatiever te maken voor de huidige mondiale verhoudingen. Is het kabinet bereid zich hiervoor actief in te zetten, zowel in de aanloop naar de 81e zitting van de Algemene Vergadering als daarna?
Antwoord van het kabinet
Ja. Hervorming van de VN vormt één van de hoofdthema's van de Koninkrijksinzet voor de 81e zitting van de Algemene Vergadering, en het kabinet zet zich daar actief voor in - zowel in de aanloop naar de zitting als gedurende het zittingsjaar. Het Koninkrijk hecht hieraan omdat alleen een effectievere en representatievere VN een platform kan zijn dat de veiligheid, welvaart en waarden van mensen wereldwijd helpt beschermen - in Nederland en daarbuiten. Het Koninkrijk steunt daarom het VN80-initiatief van de secretaris-generaal en zet zich in voor de uitvoering ervan, ook door erop aan te dringen dat de nieuwe secretaris-generaal de hervormingsprioriteiten van de lidstaten voortvarend ter hand neemt. Uw Kamer ontvangt na het zomerreces een Kamerbrief met de inzet van het Koninkrijk voor de 81e zitting van de Algemene Vergadering.
Het Koninkrijk zet zich in Benelux-verband actief in voor hervorming van de VN-Veiligheidsraad (VNVR) via de Intergovernmental Negotiations on the question of equitable representation on and increase in the membership of the Security Council and other matters related to the Council (IGN). Gedurende het 80e zittingsjaar vervulde het Koninkrijk daarin een actieve, leidende en zichtbare rol, waarmee ook invulling werd gegeven aan de motie Ceder c.s. over het pleiten voor hervorming van de VN-Veiligheidsraad (Kamerstuk 26150, nr. 231). Het Koninkrijk werd voor AVVN80, samen met Koeweit, aangesteld als co-voorzitter van het IGN-proces. De co-voorzitters engageerden op transparante, open en inclusieve wijze met het gehele VN-lidmaatschap en presenteerden onder meer een compromisvoorstel over vaste regionale zetels, om de uiteenlopende posities over de vormgeving van een hervormde VNVR dichter bij elkaar te brengen. Het Koninkrijk zal zich ook in aanloop naar en gedurende AVVN81 actief inzetten voor hervorming van de VNVR.
De leden van de D66-fractie zien de beantwoording van deze vragen met belangstelling tegemoet.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Zij hebben hiertoe nog de volgende vragen en opmerkingen.
Deze leden onderschrijven het belang van brede en voortgezette steun aan Oekraïne en steunen de inzet van het kabinet om de druk op Rusland verder op te voeren, onder meer via sancties en de aanpak van de schaduwvloot.
Wat betreft het 21ste sanctiepakket vragen deze leden de minister naar de stand van zaken en de verwachte inhoud hiervan. Kan de minister aangeven welke concrete maatregelen het kabinet in dit pakket wil opnemen om de Russische oorlogsmachine verder financieel te isoleren?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich in voor zo spoedig mogelijk aanname van een substantieel 21e sanctiepakket. Wat het kabinet betreft moet dit pakket zich richten op het verder ondermijnen van het Russische verdienvermogen op internationale energiemarkten, het tegengaan van de schaduwvloot en het financieel verder isoleren van Rusland.
In het bijzonder vragen deze leden, onder verwijzing naar de aangenomen motie van het lid Verkuijlen c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3407), op welke wijze het kabinet in Europees verband het voortouw neemt om de export van aluinaarde en aluminium naar Rusland via internationale ketens effectief aan banden te leggen. Het is voor de leden van de VVD-fractie volstrekt onaanvaardbaar dat Europese bedrijven via deze indirecte handelsroutes nog steeds bijdragen aan het draaiende houden van de Russische oorlogsmachine. Wordt deze specifieke grondstoffenrestrictie meegenomen in de onderhandelingen over het 21ste sanctiepakket?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor het verzwaren van de sancties tegen Rusland. Het kabinet is bereid in aanloop naar een volgend sanctiepakket te onderzoeken of en hoe het huidige sanctieregime aangescherpt kan worden om het verdienvermogen van de Russische aluminiumsector verder te ondermijnen en zich in EU-verband hiervoor in te zetten.
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat de effectiviteit van sancties staat of valt met een slagvaardige uitvoering en handhaving. In dat kader zijn deze leden grote voorstanders van het oprichten van een krachtige Europese sanctieautoriteit naar het model van het Amerikaanse OFAC. Een dergelijke centrale instelling kan bijdragen aan het sneller opleggen van sancties die doelgerichter en moeilijker te omzeilen zijn. Zij achten het van groot belang dat de versnippering van toezicht over 27 afzonderlijke lidstaten wordt doorbroken en handhavingsexpertise effectief wordt gebundeld. Zolang een dergelijke autoriteit echter nog niet bestaat, vragen deze leden de minister welke mogelijkheden hij wél ziet voor het verdiepen van de informatiedeling tussen Europese overheden en diensten. Is er op dit moment bijvoorbeeld informatie waar handhavingsinstanties, zoals de Nederlandse Douane, nog onvoldoende toegang toe hebben en die hen in de praktijk zou kunnen helpen om mazen in het net sneller en effectiever te dichten?
Antwoord van het kabinet
De effectiviteit van EU‑sancties staat of valt met een goede (nationale) uitvoering en handhaving. Daarom moderniseert het kabinet de Sanctiewet, zijn extra structurele middelen beschikbaar gesteld aan uitvoeringsorganisaties en zet het kabinet zich in voor versterkte Europese samenwerking hierop.
Sinds 2022 zijn op Europees niveau verschillende verbeteringen doorgevoerd, zoals stevigere grondslagen voor gegevensdeling in de sanctieverordeningen en de oprichting van een nieuw platform voor gegevensuitwisseling tussen de Europese Commissie en de lidstaten. Ook weten uitvoeringsorganisaties elkaar in de praktijk goed te vinden: zo heeft de Douane recent, in samenwerking met andere douanediensten en Europol, een omvangrijke actie tegen sanctieomzeiling uitgevoerd.
Ondanks deze stappen ziet het kabinet ruimte voor verdere samenwerking. Dat geldt zowel voor de concrete verbeterpunten die zijn opgenomen in het Nederlandse non-paper over het versterken van de Europese samenwerking4, als voor de mogelijke oprichting van een Europese sanctie‑instelling. Een dergelijke instelling zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen bij risico-identificatie, samenwerking en gegevensdeling en bij het toezicht op een goede implementatie van sancties in de lidstaten. Het kabinet verkent – conform coalitieakkoord – de mogelijke taken en inrichting van een dergelijke sanctie‑instelling.
De leden van de VVD-fractie constateren dat Nederland zich internationaal heeft ontwikkeld tot een koploper op het gebied van dronetechnologie en de inzet van drones ten behoeve van Oekraïne. Deze leden zijn van mening dat deze voortrekkersrol verder kan worden uitgebouwd. Ziet de minister mogelijkheden om de Nederlandse dronecapaciteit en -productie verder op te schalen, ook in samenwerking met andere lidstaten, en is hij bereid zich hiervoor tijdens de Raad in te zetten?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de constatering dat de Nederlandse drone-sector zich in rap tempo ontwikkelt én daarmee concreet verschil maakt in de steun aan Oekraïne tegen de Russische agressie. Nederland heeft met het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen een concreet plan om verder te ontwikkelen en op te schalen5. Uit dit plan vloeit ook ons leiderschap (in samenwerking met Letland, Kroatië, Denemarken en Spanje) in de Priority Capability Area (PCA) drones & counterdrones voort. Het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken werken hecht samen om deze voortrekkersrol verder uit te bouwen, zoals we in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie hebben uiteengezet.
In het verlengde hiervan pleit de VVD-fractie nadrukkelijk voor het openbreken van de gesloten nationale defensiemarkten in Europa. De Nederlandse defensie-industrie loopt nu nog te vaak vast op protectionisme van andere lidstaten. Een slagvaardige Europese defensie-industrie vereist juist specialisatie en de bereidheid om de beste capaciteiten van elkaar af te nemen. Deelt de minister deze analyse?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt deze analyse.
In dat licht maken deze leden zich grote zorgen over de protectionistische koers rondom het Europese defensiefonds SAFE (Security Action for Europe). Mede door stevige Franse lobby zijn eisen gesteld waardoor Britse defensiebedrijven deels worden buitengesloten, met als gevolg dat vitale gezamenlijke projecten – zoals de productie van Storm Shadow-raketten door MBDA – financiering mis kunnen lopen. De leden van de VVD-fractie achten dit een onverstandige gang van zaken. Om als NAVO te kunnen groeien en Europa veilig te houden, hebben we de Britse defensie-industrie en grensoverschrijdende toeleveringsketens keihard nodig. Kan de minister aangeven hoe hij zich in Europa gaat verzetten tegen dit soort contraproductief protectionisme en zich wél hard gaat maken voor het structureel betrekken van Europese NAVO-bondgenoten zoals het Verenigd Koninkrijk bij Europese defensie-initiatieven?
Antwoord van het kabinet
Nederland zet zich consequent in voor voldoende openheid voor derde landen van EU-instrumenten op het gebied van defensie-industrie. Mede dankzij deze inzet bestaat er bij het SAFE-instrument, en ook bij de Ukraine Support Loan, de mogelijkheid om een akkoord te sluiten met derde landen waarmee de EU een veiligheids- en defensiepartnerschap heeft, om hun industrie ruimere toegang te geven tot betreffende instrumenten. Deze mogelijkheid bestaat daarmee ook voor het VK. Nederland blijft zich inzetten voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten met het VK en andere belangrijke partnerlanden. Ook in de lopende onderhandelingen voor het Europees concurrentievermogenfonds onder het volgende meerjarig financieel kader pleit Nederland steevast voor voldoende toegang voor de industrie uit derde landen.
De leden van de VVD-fractie constateren dat zich rond de steun aan Oekraïne inmiddels een kopgroep van gelijkgestemde landen heeft gevormd. Deze leden zijn van mening dat deze samenwerking verder moet worden verdiept, onder meer op het gebied van gezamenlijke defensie-industrie, droneontwikkeling, productiecapaciteit en gezamenlijke inkoop. Hoe zet het kabinet zich ervoor in om deze kopgroep structureler vorm te geven? Welke lidstaten ziet de minister als de meest logische partners? En hoe voorkomt het kabinet dat besluitvorming binnen de EU de slagkracht van deze samenwerking beperkt?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderzoekt doorlopend mogelijkheden om met gelijkgestemde partnerlanden binnen en buiten de EU samen te werken op het gebied van defensie-industrie en gezamenlijke aankoop. Het kabinet acht het van belang om dit soort samenwerkingsverbanden flexibel vorm te geven; voor iedere soort industrie- of materieelsamenwerking zijn weer andere landen de meest opportune samenwerkingspartners. In het algemeen geldt dat het kabinet met de landen die veel steun aan Oekraïne verlenen intensivering van de samenwerking in deze domeinen nastreeft. EU-instrumenten kunnen dit soort samenwerkingsverbanden bevorderen via coördinatie en financiering.
Deze leden wijzen tot slot op de rol van Belarus in het faciliteren van de Russische agressieoorlog. Deze leden zijn van mening dat de sancties tegen president Loekasjenko en andere functionarissen onverminderd van kracht moeten blijven en waar nodig dienen te worden aangescherpt. Is de minister bereid om tijdens te Raad te pleiten voor aanvullende sancties tegen Belarus? Welke stappen zet de EU daarnaast om de handhaving van sancties door lidstaten te verbeteren en omzeiling via derde landen tegen te gaan?
Antwoord van het kabinet
Belarus blijft een belangrijke faciliterende rol spelen in de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. Het kabinet is daarom van mening dat de druk op het Belarussische regime gehandhaafd moet blijven. Tijdens de aankomende Raad zal het kabinet weer aandacht vragen voor aanvullende sancties tegen Belarus.
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken over sanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Deze leden benadrukken ook dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz van cruciaal belang is voor de internationale energiezekerheid en te allen tijde gewaarborgd moet blijven, conform het internationaal zeerecht. Welke stappen onderneemt de EU, naast diplomatieke druk, om de vrije doorvaart daadwerkelijk te garanderen?
Antwoord van het kabinet
Voor het kabinet blijft het essentieel dat de vrije doorvaart door de Straat van Hormuz snel en volledig wordt hersteld. Hiertoe trekt Nederland samen op met Europese partners6 en onderhoudt Nederland nauwe contacten met andere internationale partners. Voorts speelt de EU een leidende rol op het gebied van sancties en exportbeperkingen tegen Iran. Hierbij wordt samenwerking gezocht met andere internationale partners. Daarnaast zijn verschillende EU-lidstaten, waaronder Frankrijk en Nederland, nauw betrokken bij de Hormuz-coalitie. Volgend op een Nederlands initiatief met vier andere lidstaten om de mogelijkheid te creëren tot EU sancties op het gebied van vrije doorvaart, is het Iran UAV/raketsanctieregime uitgebreid met deze mogelijkheid en zijn hieronder inmiddels drie listings aangenomen.
De leden van de VVD-fractie roepen op tot het voorkomen van verdere escalatie in de regio en onderstrepen dat de Europese Unie hierbij een actieve rol dient te spelen. Voor een duurzame vrede is het essentieel dat de terreurbewegingen die bij blijven dragen aan destabilisatie in de regio aan worden gepakt. Deze leden missen in de geannoteerde agenda de urgentie op het gebied van terrorismebestrijding. Zij vragen de minister welke concrete stappen het kabinet tijdens de Raad zal zetten om in EU-verband de druk op te voeren voor aanvullende sancties tegen terreurorganisaties zoals Hamas, de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) en IS (Islamitische Staat).
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderstreept consistent dat Hamas een terroristische organisatie is die de wapens moet neerleggen en geen rol mag spelen in het toekomstige bestuur van de Gazastrook. Het kabinet zet zich bovendien consistent in voor aanvullende sancties tegen Hamas en PIJ.
De leden van de VVD-fractie nemen kennis van het implementatierapport van de HV en de Commissie inzake de Zwarte Zee. Deze leden onderschrijven het belang van deze regio voor de Europese veiligheid en energiediversificatie en zien met name kansen op het gebied van het mijnenvrij maken van vaarroutes, de bescherming van onderzeese infrastructuur, en het versterken van energieconnectiviteit tussen Centraal-Azië en Europa als alternatief voor Russische aanvoer. Kan de minister aangeven welke concrete resultaten dit implementatierapport laat zien op de genoemde punten, en welke vervolgstappen worden voorzien richting de bijeenkomst tussen ministers van de Zwarte Zee-regio en Centraal-Azië?
Antwoord van het kabinet
Mede vanwege de voortdurende Russische aanvallen op Oekraïense havens en andere infrastructuur is het bevorderen van veiligheid, stabiliteit en weerbaarheid in de regio een belangrijke pijler onder de Zwarte Zee-strategie. De voorgenomen oprichting van een hub voor maritieme veiligheid (Black Sea Maritime Security Hub) draagt bij aan meer regionale kennis en capaciteiten bij het tegengaan van diverse maritieme bedreigingen, bijvoorbeeld tegen infrastructuur. Wat betreft connectiviteit heeft de Europese Commissie stappen gezet om te komen tot de oprichting van een platform gericht op het versterken van coördinatie en samenwerking inzake de Middle Corridor met landen in de Kaukasus en Centraal-Azië.
Zij achten het positief dat tijdens deze Raad aandacht wordt besteed aan de humanitaire aspecten van de Russische agressie tegen Oekraïne, in het bijzonder de situatie van burgergevangenen. Deze leden vragen in het bijzonder naar de situatie van drie OVSE-medewerkers die al vier jaar gevangen worden gehouden door de Russen. Is er iets dat de EU of de Commissie kan doen om hun zaak te bepleiten?
Antwoord van het kabinet
De situatie van de drie gevangen OVSE-medewerkers, Vadym Golda, Maxim Petrov en Dmytro Shabanov, staat hoog op de agenda van het kabinet, OVSE-deelnemende staten en de OVSE zelf. Het is van groot belang dat de internationale gemeenschap deze zaak blijft agenderen en onder de aandacht houdt.
De huidige Voorzitter, de Zwitserse minister van Buitenlandse Zaken Cassis, en de Secretaris-Generaal van de OVSE reisden op 6 februari jl. af naar Moskou om onder meer dit onderwerp te bespreken. Ook in EU-verband wordt de situatie van de drie OVSE-medewerkers structureel aan de orde gesteld. De EU spreekt Rusland herhaaldelijk aan op vrijlating van alle illegaal gedetineerde burgers in Rusland en de drie gevangen OVSE-medewerkers, onder meer via wekelijkse verklaringen in de OVSE Permanente Raad en andere relevante fora.
Nederland heeft Rusland meermaals opgeroepen tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de drie OVSE-medewerkers en zal druk blijven zetten, zowel via diplomatieke als politieke inspanningen. Zo heeft het kabinet tijdens de OVSE Parlementaire Assemblee in Den Haag opnieuw opgeroepen tot hun vrijlating. Nederland zal dit ook blijven doen in de OVSE-Ministeriële Raad, zolang dit nodig is. Op die manier houdt Nederland, samen met de EU, dit onderwerp consequent op de agenda en blijft het kabinet zich maximaal inzetten voor de vrijlating van deze medewerkers.
Deze leden delen de zorgen over de toename van het aantal burgerslachtoffers en de berichten over marteling en mishandeling van burgergevangenen. Welke rol ziet de minister voor de EU in het garanderen van de terugkomst van Oekraïense burgergevangenen die door Rusland worden vastgehouden?
Antwoord van het kabinet
De EU roept, net als Nederland, in verschillende fora Rusland op om misstanden tegen burgers te staken. Zo vraagt Nederland, mede als co-voorzitter van de ‘Group of Friends of Accountability following the Aggression against Ukraine’ in VN-verband aandacht voor deze Russische misstanden. Daarnaast draagt Nederland ook financieel bij aan verschillende organisaties om opsporing en berechting van Russische internationale misdrijven in en tegen Oekraïne zoveel mogelijk veilig te stellen.
En is de minister bereid om ook de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners, waaronder teruggekeerde soldaten, vrouwen en kinderen, onder de aandacht te brengen binnen de EU-steun aan Oekraïne?
Antwoord van het kabinet
Ja, de mentale gezondheidszorg voor Oekraïners is een belangrijk onderdeel van zowel de Nederlandse als de EU-steun aan Oekraïne. Nederland zal hier aandacht voor blijven vragen binnen de EU-steun aan Oekraïne.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden hebben nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland andere EU-lidstaten zal wijzen op het belang van substantiële bilaterale steun aan Oekraïne. Welke lidstaten leveren op dit moment volgens het kabinet duidelijk minder dan zij zouden kunnen leveren? Is de minister bereid dit in EU-verband scherper te benoemen?
Antwoord van het kabinet
Nederland staat in de top vijf van landen die steun aan Oekraïne leveren. Nederland bevindt zich hier in goed gezelschap, van onder meer de Noord-Europese landen en Duitsland, maar zou de groep van landen die significante steun leveren natuurlijk graag verder uitgebreid willen zien. Grote financiële steunpakketten vanuit de EU, zoals de EU-steunlening van EUR 90 mld., worden gegarandeerd via de EU-begroting, waardoor lidstaten naar rato garant staan. Dit is een goed voorbeeld van eerlijke lastenverdeling. De leningen alleen zijn echter niet genoeg om alle noden van Oekraïne te dekken. Bilaterale steun blijft dus ook van belang. Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke (militaire) steuninzet van internationale partners. Nederland zal zich actief blijven inzetten voor een verbeterde lastenverdeling van de steun aan Oekraïne, waaronder in bilaterale gesprekken en in EU-verband.
De leden van de CDA-fractie vragen hoe Nederland de handhaving van sancties wil versterken. Welke rol spelen derde landen bij het omzeilen van sancties? Welke landen spreekt Nederland hierop aan?
Antwoord van het kabinet
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken over sanctie-omzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat Nederland het belang van outreach naar het mondiale zuiden wil benadrukken. Dat is terecht, aangezien Rusland actief desinformatie verspreidt over de oorlog, sancties, voedselzekerheid en energieprijzen. Hoe wil het kabinet landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika overtuigen dat Rusland de agressor is en dat steun aan Oekraïne ook in hun belang is?
Antwoord van het kabinet
Vrijwel alle landen in de wereld erkennen dat Rusland de agressor is in de Russische oorlog tegen Oekraïne. Dit blijkt uit de stemmingen in de VN en uit bilaterale gesprekken die leden van het kabinet met een grote diversiteit aan landen in de wereld voeren. Moeilijker is het om alle landen buiten Europa te overtuigen dat steun aan Oekraïne ook in hun eigen belang is. Deels omdat de oorlog voor sommige landen letterlijk en figuurlijk ver weg is. Deels ook omdat sommige landen nog steeds lucratieve handelsrelaties met Rusland hebben en/of gevoelig zijn voor de desinformatiecampagnes vanuit het Kremlin. In alle gesprekken met collega’s uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika beklemtoont het kabinet dat een duurzame vrede in Oekraïne voor alle landen ter wereld van groot en gedeeld belang is. De Russische invasie in en bezetting van delen van Oekraïne is immers een grove inbreuk op het Handvest van de Verenigde Naties, dat ons allen verenigt en bindt. Grenzen mogen niet met geweld worden gewijzigd. Agressie mag niet onbestraft blijven. Daarbij wijst het kabinet op de bereidheid van Oekraïne om vergaande concessies te doen, en het nog steeds ontbreken van enige wil daartoe van Rusland. Nederland probeert hierbij zo veel mogelijk op te trekken met andere EU-lidstaten en onze boodschappen te synchroniseren.
De leden van de CDA-fractie vinden het goed dat tijdens het informele ontbijt aandacht is voor humanitaire aspecten van de Russische agressie en voor burgergevangenen. Deze leden vragen het kabinet wat Nederland concreet doet voor Oekraïense burgergevangenen en hun families. Wordt er gewerkt aan betere registratie, opsporing en internationale druk op Rusland?
Antwoord van het kabinet
Nederland steunt het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC). Zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht, heeft het ICRC het mandaat om onder meer krijgsgevangenen en ook burgers die als gevolg van een conflict gevangen worden gehouden te bezoeken, vermisten op te sporen en families te herenigen. Nederland geeft flexibele ongeoormerkte steun aan ICRC voor hun werk wereldwijd. Bovendien wordt in verband met de oorlog in Oekraïne extra steun gegeven (sinds 2022 EUR 33,5 mln) die door ICRC worden ingezet voor de humanitaire respons in verband met de oorlog en voor het werk van het speciale ICRC Central Tracing Agency for the international armed conflict between the Russian Federation and Ukraine (Centrale Opsporingsbureau voor het internationale gewapende conflict tussen de Russische Federatie en Oekraïne), dat het hiervoor genoemde mandaat uitvoert.
Welke rol ziet de minister voor het Rode Kruis, de VN en andere internationale organisaties?
Antwoord van het kabinet
Zie vraag 35.
De leden van de CDA-fractie steunen nieuwe sancties tegen Hamas en Palestijnse Islamitische Jihad. Welke personen, financiers en netwerken wil Nederland op de sanctielijst krijgen? Wordt hierbij ook gekeken naar fondsenwerving en beïnvloeding in Europa?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet zet zich doorlopend in voor aanvullende sancties tegen Hamas en PIJ. Vanwege de vertrouwelijkheid van deze discussies en de effectiviteit van het sanctie-instrument kunnen echter geen uitspraken worden gedaan over specifieke sanctievoorstellen of lopende onderhandelingen omtrent sancties binnen de EU.
Deze leden vragen of de minister bereid is in EU-verband aan te dringen op concrete en meetbare afspraken over humanitaire toegang tot Gaza. Denk aan aantallen vrachtwagens, toegangsroutes, bescherming van hulpverleners en onafhankelijke monitoring.
Antwoord van het kabinet
Nederland bepleit zowel bilateraal als in EU-verband dat Israël veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang voor professionele hulporganisaties, zoals de Verenigde Naties, de Rode Kruis en Rode Halve Maan-beweging, moet faciliteren tot de Gazastrook. Dit is recent nog gedaan op 2 juli jl. in het gesprek tussen de minister van Buitenlandse Zaken en de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar. Momenteel is de toegang tot de Gazastrook onvoldoende, en kampen hulporganisaties op aanhoudende belemmeringen voor het leveren van hulp, terwijl het werk van deze organisaties onmisbaar is. Nederland, en de EU, roepen Israël consequent op de afspraken uit het staakt-het-vuren, waaronder opening van grensovergangen, na te komen.
Zij maken zich ook grote zorgen over de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Toenemend kolonistengeweld en uitbreiding van illegale nederzettingen ondermijnen de kans op vrede. Welke aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties liggen nu concreet op tafel? De steun van welke lidstaten is nodig om hier vervolgstappen in te kunnen zetten?
Antwoord van het kabinet
Nederland blijft een voortrekkersrol spelen in het sanctioneren van gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Ook steunt het kabinet sancties tegen de extremistische ministers Ben-Gvir en Smotrich. Zoals bekend in uw Kamer werkt het kabinet aan een aanvullend pakket aan sancties. Hierbij worden alle relevante moties van uw Kamer in acht genomen. Het kabinet kan niet vooruit lopen op de inhoud van deze sancties en doet geen uitspraken over posities van andere EU-lidstaten.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Raad spreekt over mogelijke handelsmaatregelen en oorsprongsregels voor producten uit illegale nederzettingen. Kan de minister uitleggen welke opties de Commissie precies voorbereidt? Hoe zorgt Nederland dat consumenten en bedrijven niet onbedoeld bijdragen aan illegale nederzettingen?
Antwoord van het kabinet
Zie het antwoord op vraag 12 voor wat betreft mogelijke handelsmaatregelen op EU-niveau. Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat Nederlandse consumenten en bedrijven met (economische) activiteiten bijdragen aan het in stand houden van onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Daartoe draagt het kabinet sinds juli 2025 het ontmoedigingsbeleid actief uit op de websites van de RVO en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, en heeft het twee voorlichtingssessies voor bedrijven georganiseerd. Ook omtrent de nationale maatregelen om producten afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen te weren van de Nederlandse markt, werkt het kabinet actief aan het informeren van consumenten en bedrijven, onder andere via nieuwsberichten op de website van de Rijksoverheid en een aparte webpagina bij de RVO.
De leden van de CDA-fractie delen de zorgen over de situatie in Libanon. De soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon moeten worden gerespecteerd. Tegelijk moeten gewapende groepen de Libanese staat niet verder ondermijnen. Welke rol ziet de minister voor de EU bij versterking van de Libanese staat, het leger en humanitaire hulp?
Antwoord van het kabinet
Nederland steunt de inzet van de EU voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon, en voor de veiligheid van Libanese burgers. Nederland heeft de afgelopen jaren bilateraal en via de VN bijgedragen aan de ondersteuning en capaciteitsopbouw van het Libanese leger. Nederland ziet het Libanese leger (LAF) als een belangrijke pijler voor duurzame vrede en regionale stabiliteit. Nederland verwelkomt in dat kader ook inspanningen van de EU om de LAF en andere belangrijke Libanese overheidsinstituties te versterken, waaronder de steun via de Europese Vredesfaciliteit en de EUR 100 miljoen die de EU heeft gemobiliseerd voor humanitaire hulp aan Libanon.
Italië en Frankrijk hebben onlangs gepleit om na het aflopen van de VN-vredesmissie UNIFIL een nieuwe vredesmacht op te zetten in Libanon.7 De leden van de CDA-fractie vragen wat het standpunt van het kabinet is in deze discussie. Vindt het kabinet dat de missie op dezelfde manier, met hetzelfde mandaat, voortgezet zou moeten worden?
Antwoord van het kabinet
Nederland onderstreept het belang van duurzame vrede en stabiliteit in Libanon. De gesprekken over de toekomst van UNIFIL na het aflopen van het mandaat in 2027 zijn gaande binnen de VN Veiligheidsraad. Het kabinet volgt deze gesprekken nauwgezet en wacht op concrete voorstellen.
De leden van de CDA-fractie lezen dat en marge van de Raad een bijeenkomst van de Palestine Donor Group plaatsvindt. Wat is de Nederlandse inzet bij deze bijeenkomst? Wordt bijvoorbeeld gesproken over hervorming van de Palestijnse Autoriteit, corruptiebestrijding, onderwijs, veiligheid en basisvoorzieningen?
Antwoord van het kabinet
De bijeenkomst van de Palestine Donor Group zal in het teken staan van de hervormingsagenda van de Palestijnse Autoriteit (PA) en over de uitvoering van VN Veiligheidsraadresolutie 2803, inclusief de wederopbouw van Gaza. Nederland verwelkomt de hervormingsagenda van de PA, en zal de PA aanmoedigen met hervormingen door te gaan, specifiek op het gebied van gevangenenbetalingen en schoolboeken. Nederland zal onderstrepen dat een sterke en hervormde PA een noodzakelijke vereiste is voor toekomstige Palestijnse staat. De financiële situatie van de Palestijnse Autoriteit (PA) bevindt zich op een historisch dieptepunt, onder meer doordat Israël belastinginkomsten achterhoudt en de banking waiver niet duurzaam wordt verlengd. In dit kader zal Nederland ook aankondigen EUR 5 mln. bij te dragen aan het Europese PEGASE programma.
PEGASE is het belangrijkste EU-instrument voor directe financiële (begrotings)steun aan de PA. Het mechanisme werd in 2008 opgericht ter ondersteuning van de tweestatenoplossing en de versterking van democratisch bestuur en is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk instrument voor het bevorderen en monitoren van hervormingen.
Ook vindt een EU-GCC bijeenkomst plaats. De leden van de CDA-fractie vragen welke rol de minister ziet voor de Golfstaten bij humanitaire hulp, Hi K, regionale veiligheid en druk op Hamas en Iran. Komen deze onderwerpen aan de orde tijdens de EU-GCC-bijeenkomst?
Antwoord van het kabinet
De Golfstaten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de stabiliteit in de regio. Nederland verwelkomt hun inzet op het gebied van humanitaire hulp aan Gaza en ziet daarnaast een belangrijke rol voor de Golfstaten bij het ondersteunen van vroegtijdig herstel en de wederopbouw van Gaza, zodra de omstandigheden dit toelaten. Ook ten aanzien van Iran en de bredere regionale veiligheid vervullen de Golfstaten een belangrijke rol. Nederland en de EU verwelkomen de inspanningen van de Golfstaten om verdere regionale escalatie te voorkomen, waaronder het tegengaan van destabiliserende activiteiten van Iran en diens gelieerde groeperingen. Nederland en de EU zijn hierover voortdurend met de Golfstaten in gesprek, zowel bilateraal als in EU-GCC-verband. Deze onderwerpen liggen in het verlengde van de brede samenwerking tussen de EU en de Golfstaten op het gebied van regionale veiligheid en stabiliteit en zullen naar verwachting aan de orde komen tijdens de EU-GCC-bijeenkomst.
Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie
De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en hebben hierover enkele vragen.
Inzake het agendapunt Midden-Oosten wensen de leden van de DENK-fractie de Minister te bevragen over de concrete inzet van Nederland ten aanzien van sancties tegen Israël en tegen kolonisten. Deze leden wensen te vragen welke concrete individuele sancties tegen kolonisten en hun organisaties de regering zal bepleiten en wensen tevens te vragen op welke wijze het kabinet uitvoering geeft aan verscheidene Kamermoties die zijn aangenomen op dit vlak, waarin het kabinet gevraagd wordt om bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen of organisaties die bijdragen aan de vestiging van nederzettingen te raken?
Antwoord van het kabinet
Nederland heeft een voortrekkersrol als het gaat om sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties en zet zich in voor aanvullende maatregelen. Daarbij worden alle relevante eerder aangenomen moties in ogenschouw genomen. Het kabinet kan echter niet ingaan op de concrete individuele sancties die worden voorbereid, omdat de besluitvorming daarover binnen de EU nog gaande is en deze daarom vertrouwelijk zijn.
Tevens wensen de leden te vragen of het kabinet zal pleiten voor sancties tegen Israëlische Ministers die uitspraken doen en handelingen verrichten die bijdragen aan de illegale nederzettingenpolitiek, zoals Ben-Gvir en Smotrich?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft sancties tegen de extremistische ministers Ben Gvir en Smotrich steunen.
Ook wensen deze leden te vragen in welk stadium de gesprekken over een nieuw sanctiepakket tegen kolonisten zich nu bevinden.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet kan vanwege vertrouwelijkheid niet in detail treden over de voorbereiding van nieuwe sanctievoorstellen of lopende EU-onderhandelingen.
Ook wensen deze leden te vragen wat de Nederlandse positie zal zijn ten aanzien van mogelijke handelsmaatregelen tegen Israël. Zal Nederland expliciet pleiten voor het opschorten van het handelsdeel van het EU-associatieakkoord met Israël en voor een EU-handelsverbod met de illegale nederzettingen?
Antwoord van het kabinet
Op dit moment ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen naar aanleiding van de evaluatie van de naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord door Israël, waaronder het gedeeltelijk opschorten van het handelsdeel van het Associatieakkoord. Het kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten van dit draagvlak.
Het kabinet blijft bovendien actief pleiten voor EU-handelsmaatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden, zie ook het antwoord op vraag 12.
Ook wensen de leden van de DENK-fractie te vragen of het kabinet kennis heeft genomen van het feit dat de Nederlandse opvarenden van de Flotilla aangifte hebben gedaan. Deze leden wensen te vragen hoe het staat met de uitvoering van de aangenomen motie die ziet op het bepleiten van een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de behandeling van de opvarenden van de Flotilla. Gaat het kabinet hier opnieuw uitvoering aan geven? Kan het kabinet tevens al aangeven of het OM onderzoek zal doen naar aanleiding van de aangifte die is gedaan?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de aangifte van de Nederlandse Flotilladeelnemers. Zoals aan uw Kamer medegedeeld in het verslag8 van de informele Raad Buitenlandse Zaken Gymnich van 27 en 28 mei 2026, steunt het kabinet de oproep van de Canadese minister-president van 26 mei jl. richting de Israëlische autoriteiten tot onafhankelijk onderzoek naar de behandeling van de Flotilladeelnemers door de Israëlische autoriteiten, en heeft in dat kader ook andere EU-lidstaten opgeroepen zich aan te sluiten bij de Canadese oproep, conform de motie Van Baarle.9 Het kabinet zal in dat kader in contact blijven met landen die hier ook duidelijkheid over willen, ook in Europees verband. Het is aan het Openbaar Ministerie om te beslissen over een eventueel onderzoek naar aanleiding van de aangifte van de Nederlandse Flotilladeelnemers.
Ten aanzien van de humanitaire situatie in Gaza wensen de leden van de fractie van DENK te vragen hoe het kabinet binnen de EU zal bepleiten om de druk op Israël op te voeren, zodat de humanitaire toegang tot Gaza onbelemmerd plaats kan vinden. Kan het kabinet concreet inzetten op het openen van alle grensovergangen en het schrappen van administratieve eisen die als gevolg hebben dat hulpgoederen worden teruggestuurd? Deelt het kabinet de mening dat het door Israël belemmeren van humanitaire toegang een duidelijke schending vormt van het internationaal recht en dientengevolge duidelijk zal moeten worden veroordeeld, wensen de leden te vragen.
Antwoord van het kabinet
Israël heeft de verplichting om, conform het humanitair oorlogsrecht, de bevolking in de gehele Gazastrook te voorzien van essentiële goederen en de levering van deze goederen door derden niet te belemmeren. Dit wordt ook onderschreven in het advies van het Internationaal Gerechtshof van oktober 2025. Professionele, gemandateerde humanitaire organisaties dienen veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang te krijgen tot Gaza. Nederland roept de Israëlische autoriteiten op om de toegang van desbetreffende humanitaire organisaties te verbeteren en meer hulp toe te laten, zowel bilateraal als in EU-verband.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie
De leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
geannoteerde agenda Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli 2026. Deze leden
hebben daarover enkele vragen.
De leden van de SGP juichen het 21e sanctiepakket tegen Rusland toe. Kan het kabinet aangeven, liefst onderbouwd met concrete voorbeelden, hoe als onderdeel hiervan ook sancties tegen Belarus worden opgeschroefd?
Antwoord van het kabinet
Omdat Belarus de Russische agressieoorlog blijft faciliteren en het een omzeilingsland is, zijn de sanctieregimes tegen Rusland en Belarus de afgelopen jaren steeds verder op elkaar afgestemd. Het kabinet verwelkomt dan ook maatregelen die de druk op Belarus weer verder vergroten en de effectiviteit van de sancties tegen Rusland versterken.
Een concreet voorbeeld hiervan is het verder harmoniseren van de sancties die handelsbeperkingen opleggen aan Rusland en Belarus. Door deze verdere harmonisering wordt het moeilijker om via Belarus de Europese sancties tegen Rusland te omzeilen en wordt de druk op beide regimes vergroot.
Kan het kabinet daarnaast aangeven hoe het faciliteren van sanctieontwijking door derde landen hierbij aangepakt wordt?
Antwoord van het kabinet
Derde landen kunnen verschillende rollen spelen in het omzeilen van sancties. Zo kunnen bijvoorbeeld goederen zonder medeweten van EU producenten onder valse voorwendselen via derde landen worden doorgevoerd naar sanctielanden. Ook kunnen adressen in derde landen worden gebruikt om goederen uit de EU via Rusland door te voeren naar derde landen. In werkelijkheid blijven de goederen dan in Rusland achter.
Wanneer entiteiten in derde landen betrokken zijn bij het omzeilen van EU-sancties met EU-goederen kunnen zij op bijlage IV van de sanctieverordening worden geplaatst. Daardoor worden er bepaalde handelsmaatregelen van kracht. Ook kunnen deze entiteiten volledig gesanctioneerd worden, dan geldt er een volledig verbod op zakendoen. Daarnaast kunnen onder het landenmechanisme exportbeperkingen voor specifieke productcategorieën naar bepaalde landen worden ingesteld, zoals onder het 20e sanctiepakket tegen Kirgizië is gebeurd. De EU-sanctiegezant David O’Sullivan bezoekt regelmatig landen om te spreken over sanctieomzeiling en betrokken landen waar nodig hierop aan te spreken. Ook Nederland spreekt deze landen hierop aan als standaard onderdeel van de gespreksonderwerpen op alle niveaus.
Hoe geeft het kabinet uitvoering aan de motie-Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 23987, nr. 404), die oproept tot gerichte sancties tegen ministers en andere functionarissen van de Russisch-gezinde Georgische regeringspartij Georgische Droom?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet steunt al langere tijd het in Europees verband treffen van sancties tegen verantwoordelijken van het geweld tegen demonstranten en journalisten tijdens de grootschalige anti-regeringsdemonstraties eind 2024 en spant zich hier actief voor in binnen de Raad, en zal dit blijven doen. Het is nog niet mogelijk dergelijke sancties te treffen, daar de benodigde unanimiteit ontbreekt.
Deze leden vragen het kabinet om, naar aanleiding van het recente Tweeminutendebat Oekraïne (2/7) en de beknopte appreciatie van motie-Dassen (Kamerstuk 36045, nr. 300), nader in te gaan op de specifieke juridische en beleidsmatige belemmeringen bij het voorstel om Euroclear-tegoeden onder Europees beheer te brengen. Deze leden vernemen graag als hierover gesproken wordt tijdens de komende RBZ en moedigen het kabinet aan om te bezien of door andere lidstaten aangedragen oplossingsrichtingen voor de geconstateerde belemmeringen kunnen bijdragen aan het wegnemen daarvan.
Antwoord van het kabinet
Zie antwoord op vragen 3, 4 en 5.
Voor de leden van de SGP-fractie staat steun voor het aankopen van defensiematerieel niet ter discussie, maar zij vernemen graag welke landen naast Japan en Noorwegen bereidwillig zijn om financieel bij te dragen, zodat de lasten van de Oekraïense verdediging evenredig verdeeld worden.
Antwoord van het kabinet
Het kabinet doet geen uitspraken over de specifieke militaire steuninzet van internationale partners. Nederland zal zich actief blijven inzetten voor een verbeterde lastenverdeling van de steun aan Oekraïne, waaronder in bilaterale gesprekken en in EU-verband.
Ten slotte vernemen deze leden graag of de drones die recent boven Nederlandse bases zijn gesignaleerd, vermoedelijk afkomstig zijn van Russische schepen die voorkomen op de voorgestelde Europese sanctielijst voor de schaduwvloot van 30 schepen. Zo niet, kan het kabinet zich ervoor inzetten dat deze schepen alsnog aan de sanctielijst van de Europese Commissie worden toegevoegd?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet spant zich in om de schaduwvloot zo krachtig mogelijk te bestrijden. Mede dankzij Nederlands voorstel is de mogelijkheid gecreëerd om individuele schepen te listen en daartoe levert Nederland een aanzienlijke bijdrage. Vanwege vertrouwelijkheid kan het kabinet echter niet ingaan op deze specifieke casus.
De leden van de SGP-fractie betreuren de vermoedelijke uitspraken van de Hoge Vertegenwoordiger die Israël en de behandeling van Palestijnen vergeleken zou hebben met een apartheidsstaat. Heeft het kabinet de Commissie opgeroepen om hier afstand van te nemen? Heeft het kabinet de Hoge Vertegenwoordiger aangesproken hierop? Hoe kijkt het kabinet aan tegen het feit dat Israël geen contact meer wil met Kallas, en wat zijn de mogelijke gevolgen hiervan?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van deze ontwikkelingen. Het kabinet onderstreept het belang van dialoog, ook door vertegenwoordigers van de EU. Dat is zowel in het belang van Israël als de EU om de situatie op de grond te verbeteren. De minister van Buitenlandse Zaken heeft dit en marge van de Raad Buitenlandse Zaken van juni jl. ter sprake gebracht. Het kabinet onderstreept dat het zelf de veronderstelde vergelijking tussen Israël en het apartheidsregime in Zuid-Afrika niet maakt.
Kan de minister, onder meer op basis van zijn recente telefoongesprek met zijn Israëlische ambtsgenoot Gideon Sa’ar (2/7), aangeven hoe de Israëlische regering het Europese plan waardeert voor ondersteuning van het Libanese leger zodra het UNIFIL-mandaat afloopt?
Antwoord van het kabinet
Nederland heeft de afgelopen jaren bilateraal en via de VN bijgedragen aan de ondersteuning en capaciteitsopbouw van het Libanese leger. Nederland ziet het Libanese leger (LAF) als een belangrijke pijler voor duurzame vrede en regionale stabiliteit, en heeft dit ook bij de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken kenbaar gemaakt.
In het recente telefoongesprek met de Israëlische minister voor Buitenlandse Zaken Gideon Sa'ar heeft de minister van Buitenlandse Zaken de Nederlandse positie ten aanzien van de situatie in de regio, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever overgebracht. Specifiek de ondersteuning aan het Libanese leger is niet ter sprake gekomen.
Deze leden vragen de minister om het aanpakken van christenvervolging specifiek te agenderen voor de gezamenlijke EU-inzet. Zij wijzen erop dat de EU als waarnemer meer diplomatiek gewicht in de schaal legt dan de 27 lidstaten afzonderlijk. De leden van de SGP-fractie horen graag hoe de EU geloofsvrijheid inbrengt tijdens de AVVN en zien uit naar het schriftelijk overleg over de Nederlandse inzet, dat plaatsvindt na het reces.
Antwoord van het kabinet
Zoals met steun van Nederland is vastgesteld in de Raadsconclusies EU prioriteiten in VN mensenrechtenfora 2026, is het beschermen en bevorderen van vrijheid van religie en levensovertuiging ook dit jaar een EU prioriteit in de VN.10 De EU zal dan ook deelnemen aan alle relevante debatten in de AVVN en de VN Mensenrechtenraad over dit onderwerp en waar mogelijk het gezamenlijke diplomatieke gewicht van de 27 lidstaten in de schaal leggen. Dit is in lijn met de Nederlandse inzet voor de bescherming van alle religieuze en levensbeschouwelijke minderheden, waaronder vervolgde christenen. Daarnaast verkent het kabinet mogelijke detachering van een medewerker bij het kantoor van de EU gezant voor Godsdienstvrijheid om de koppeling tussen EU inzet en Nederlands beleid te versterken.
De leden van de SGP-fractie steunen de Europese bijdrage aan de versterking van de Moldavische luchtverdedigingscapaciteiten. De noodzaak van deze defensieve steun neemt niet weg dat de EU behoedzaam moet blijven opereren in het dossier-Moldavië. Kan het kabinet toezeggen dat het zijn zorgen overbrengt aan de Roemeense regering over de recent aangenomen parlementsmotie die oproept tot eenwording met van Roemenië en Moldavië?
Antwoord van het kabinet
De motie in kwestie komt van Roemeense partij SOS. Omdat er niet binnen 45 dagen over de motie is gestemd in de Roemeense Kamer van Afgevaardigden, is deze op technische gronden naar de Senaat gegaan. De Roemeense regering heeft reeds een negatief advies over de motie uitgebracht.
Deze leden gaan ervanuit dat de Roemeense regering afstand neemt van dit onzalige idee, ongeacht de uitkomst van de latere stemming in de Senaat. Is het kabinet ten slotte bereid zich in te zetten voor een passage in de eindconclusies van deze RBZ, dan wel de volgende Europese top of de NAVO-top in Ankara waarin de soevereiniteit van Moldavië benadrukt wordt, zowel in het licht van Roemeens-nationalistische aspiraties als ook de latente dreiging uit Transnistrië en recente Russische schendingen van het Moldavische luchtruim?
Antwoord van het kabinet
De soevereiniteit van Moldavië staat voor zowel Nederland als de EU buiten kijf, vooral in het licht van de Russische dreiging. Dit werd recentelijk opnieuw bevestigd in de gezamenlijke verklaring die tijdens de EU-Moldavië top van 22 juni is aangenomen. Het kabinet zal zich hier blijvend voor inzetten.
Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie
De leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de oorlog in Soedan. Uit een rapport van Amnesty International blijkt dat de RSF zich bij de verovering van El-Fasher zich schuldig heeft gemaakt aan etnische zuivering, specifiek op niet-Arabische stammen. De VN geeft aan dat er bij deze belegering ‘tekenen van genocide’ zijn vertoond en het onderzoek daarnaar loopt nog. Ook seksueel geweld werd en wordt ingezet door de RSF. Hoe gaat het kabinet een volledige genocide voorkomen, zoals haar plicht aan het Genocide-verdrag stelt? Hoe gaat het kabinet specifiek de kinderen beschermen die doelwit zijn bij de aanvallen van de RSF?
Antwoord van het kabinet
Nederland neemt elk risico op genocide zeer serieus, mede in het licht van verplichtingen onder het Genocideverdrag. Zoals het kabinet heeft toegelicht in de kabinetsreactie op het CAVV advies over dit onderwerp, is de verplichting om genocide te voorkomen een inspanningsverplichting, waardoor van een derde staat zoals Nederland mag worden verwacht dat deze redelijkerwijs beschikbare maatregelen neemt, maar helaas doorgaans niet dat een dreigende genocide daadwerkelijk wordt voorkomen. Ten aanzien van de situatie in Soedan onderneemt het kabinet al langere tijd naar vermogen stappen om de situatie te verbeteren.
Zo heeft Nederland op 23 juni, samen met Frankrijk, Duitsland, Ierland, Italië, Noorwegen en het Verenigd Koningrijk een verklaring uitgebracht over de situatie in El-Obeid, waarin de strijdende partijen worden opgeroepen over te gaan tot de-escalatie. In de VN Mensenrechtenraad heeft Nederland tevens als lid van de Kerngroep Soedan een spoeddebat aangevraagd over El-Obeid. Dit debat vond afgelopen maandag op 6 juli plaats. Er is daarbij een resolutie aangenomen waarin wordt opgeroepen tot een spoedonderzoek naar schendingen en misstanden. Nederland steunt daarnaast de verlenging van het mandaat van de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan. Ook levert Nederland financiële steun aan het Internationaal Strafhof, om de algemene onderzoekscapaciteit van het Hof te versterken.
Tot slot zet Nederland zich in EU verband in om de druk op alle betrokken partijen bij het conflict op te voeren door middel van additionele sanctiemaatregelen. Wegens de vertrouwelijke aard hiervan, kan het kabinet niet ingaan op de status van individuele sancties.
De RSF belegert El-Obeid. Hoe gaat het kabinet gehoor geven aan de oproep van de Hoge Commissaris van de Mensenrechten van de VN en VN-secretaris-generaal voor internationale actie om te voorkomen dat in deze stad hetzelfde gebeurt als in gebeurd in El-Fasher?
Antwoord van het kabinet
Zoals genoemd heeft Nederland in de VN Mensenrechtenraad als lid van de Kerngroep Soedan een spoeddebat aangevraagd over de situatie in El-Obeid. Op maandag 6 juli jl. is in de Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen over El Obeid waarin de RSF wordt opgeroepen haar aanval op El Obeid te stoppen en steun van externe actoren aan de strijdende partijen wordt veroordeeld. Ook wordt met de resolutie een urgent onderzoek naar de situatie rond El Obeid door de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan aangevraagd. Het debat, de resolutie en het ingestelde onderzoek verhogen allen de diplomatieke druk op de strijdende partijen en de actoren die hen steunen om zich te houden aan internationaal recht.
Welke stappen gaat Nederland zetten, samen met de coalitie voor het voorkomen van wreedheden en gerechtigheid voor Soedan, mocht blijken dat de waarschuwing die zij hebben afgegeven niet voldoende is om de belegering te stoppen? Wordt het tijd voor sancties op buitenlandse sponsoren van de RSF?
Antwoord van het kabinet
Binnen de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan werkt Nederland samen met Canada, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk om inzet op het tegengaan van wreedheden in Soedan in gezamenlijkheid te versterken. Hierbij worden verschillende beleidsopties overwogen, waaronder sancties. Voor Nederland geldt dat sancties altijd in EU-verband moeten worden overeengekomen.
Nederland pleit reeds in EU-verband voor aanvullende sancties tegen individuen en entiteiten verantwoordelijk voor het conflict en mensenrechtenschendingen hebben begaan, en tegen de oorlogseconomie die ontstaan is in Soedan. Met name goudhandel wordt hierbij gezien als een belangrijk verdienmodel voor de strijdende partijen. Wegens de vertrouwelijke aard van het sanctie-instrument, kan niet meer informatie gegeven worden over status van individuele sancties. In het RBZ verslag hoopt het kabinet over de concrete EU-maatregelen te kunnen rapporteren.
De leden van de SP-fractie zien dat een staakt-het-vuren in Soedan uitblijft, ondanks inspanningen van Nederland en Europa. Ook op de Conferentie in Berlijn zijn er geen nieuwe stappen gezet voor een vredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid te nemen om de druk op de strijdende partijen op te voeren om te komen tot het staakt-het-vuren zodat deze bloederige oorlog na drie jaar stopt?
Antwoord van het kabinet
Nederland spant zich bilateraal, in multilaterale fora en binnen de EU in om de druk op de strijdende partijen op te voeren om tot een staakt-het-vuren te komen. In de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan en in EU-verband wordt op dit moment nadrukkelijk gekeken naar de oorlogseconomie om te zorgen dat beweegredenen om het conflict te laten voortduren worden weggenomen. Nederland speelt hierin een aanjagende rol.
Naast het aanpakken van de oorlogseconomie blijven de vredesprocessen die worden geleid door het Quintet, een samenwerkingsverband tussen de Afrikaanse Unie, de EU, de Leage of Arab States, en de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) en de Quad (VS, Egypte, Saudi Arabië en de VAE) van groot belang. Nederland blijft deze samenwerkingsverbanden aansporen en waar mogelijk ondersteunen. Een voorbeeld van dit laatste is een recente expert-bijeenkomst die Nederland organiseerde over hoe een toekomstig staakt-het-vuren in Soedan kan worden gemonitord.
De Verenigde Arabische Emiraten spelen een belangrijke rol in de wapenstromen richting Soedan. Uit onderzoek blijkt nu dat via een netwerk van militaire kampen in Libië de RSF de oorlog in Soedan voort kan zetten en dat deze gesteund wordt door de VAE. Hier worden RSF-leden getraind, en ook de Colombiaanse huurlingen -gesteund door de VAE en bekend geworden uit een eerder onderzoek- hebben hier getraind. Meerdere moties hebben opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen vanuit de VAE richting Soedan. Ook zijn er moties aangenomen om als Nederland binnen de EU actiever in te zetten om betrokkenen bij oorlogsmisdaden in Soedan op Europese sanctielijsten te krijgen. Toch blijft de VAE een bondgenoot en handelspartner, zowel voor Nederland als de EU. Hoe rijmt het kabinet deze positie met het handelen van de VAE in Soedan? Wanneer gaat het kabinet uitvoering aan deze moties geven?
Antwoord van het kabinet
Het conflict in Soedan gaat gepaard met veelvuldig en ernstig geweld tegen burgers. Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijen draagt bij aan het voortduren van dit geweld. Conform motie Dobbe c.s.11 blijft het kabinet zich inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Soedan te stoppen. Wat betreft het eigen wapenexportbeleid toetst het kabinet alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per geval en zorgvuldig conform het EU Gemeenschappelijk Standpunt12 inzake wapenexportcontrole, met onder andere specifieke aandacht voor het risico op omleiding van de goederen naar ongewenste eindgebruikers. Daarbij wordt ook zorgvuldig gekeken naar het eventuele risico op omleiding naar Soedan. In dit kader heeft het kabinet herhaaldelijk gepleit voor intensievere informatie-uitwisseling tussen lidstaten over het omleidingsrisico. Daarnaast heeft Nederland meermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale overleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan. Voorts spreekt Nederland met alle relevante landen in de regio, waaronder ook de VAE, over Soedan, waarbij wij zorgen uiten over de humanitaire- en mensenrechtensituatie, het belang bepleiten van het beëindigen van het conflict, en het stoppen van wapenleveranties aan de strijdende partijen.
Dan de situatie in Palestina. De SP-fractie heeft aanhoudende zorgen over de situatie van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft oorlogsmisdaden begaan. Wanneer is de rode lijn bereikt? Wanneer gaat de Nederlandse regering eindelijk actie ondernemen, bilateraal danwel in EU-verband, om de genocide in Gaza en oorlogsmisdaden in de Westelijke Jordaanoever te stoppen?
Antwoord van het kabinet
Zoals bekend in uw Kamer is de inzet van het kabinet erop gericht om middels druk en dialoog gedragsverandering van Israël te realiseren. Het kabinet zette daartoe al de nodige stappen, waarover uw Kamer reeds is geïnformeerd. Het kabinet blijft zich inzetten voor EU-maatregelen op het gebied van handel tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Tevens blijft het kabinet inzetten op sancties tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties, alsook sancties tegen de extremistische ministers Ben-Gvir en Smotrich, en sancties tegen Hamas en de PIJ.
Nederlandse onderzoekers komen deze week tot de conclusie dat het leven van kinderen in Gaza gelijkstaat aan marteling en dat alle kinderrechten worden geschonden, naar aanleiding van interviews met Palestijnse kinderen die zijn afgenomen. Een commissie van de Verenigde Naties meldde vorige week nog dat het Israëlische leger structureel doelbewust kinderen aanvalt ‘met de intentie om ze te doden’, ook na het staakt-het-vuren. Palestijnse kinderen zowel in Gaza als op de Westbank worden gearresteerd en gemarteld. Sinds 7 oktober zijn er minstens 20.179 kinderen vermoord en 44.143 kinderen verwond. Wat gaat het kabinet doen om Palestijnse kinderen te beschermen? Gaat Nederland meer visa uitgeven zodat deze kinderen in veiligheid worden gebracht? Is het kabinet bereid een medische corridor in het leven te roepen zodat alle verwonde kinderen zo snel mogelijk de juiste hulp kunnen krijgen? Is het kabinet bereid zowel de medische capaciteit in de regio als de medische evacuaties naar Nederland te organiseren na deze berichten?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft grote zorgen over de humanitaire en medische situatie in Gaza en de regio. Zoals toegezegd tijdens het tweeminutendebat medische capaciteit in de Gazastrook en de regio van 2 juli jl. zal het kabinet additionele middelen vrijmaken om de medische capaciteit in Gaza en de regio te versterken. Het kabinet informeert uw Kamer zo spoedig mogelijk over deze inzet. Ook zal het kabinet uw Kamer in september informeren over de inzet van het kabinet inzake medische evacuaties van patiënten uit Gaza. Daarnaast blijft het kabinet zich ook diplomatiek in bilateraal en multilateraal verband inzetten voor de heropening van de medische corridor tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jerusalem).
Nog steeds worden hulporganisaties geweigerd aan de grens, danwel door de Israëlische registratieregels danwel doordat hulpgoederen worden afgewezen. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de blokkade van hulpgoederen bij de grens, een actie van de Israëlische regering die in strijd met het humanitair oorlogsrecht, wordt opgeheven? Wat gaat de minister doen als hulporganisaties uit Gaza worden gezet door de Israëlische registratieregels?
Antwoord van het kabinet
Zie de beantwoording van vraag 38. Nederland heeft de afgelopen maanden veelvuldig en op verschillende niveaus bij de Israëlische autoriteiten zorgen benadrukt over humanitaire toegang en specifiek de herregistratieplicht. Daarnaast heeft Nederland zich ook publiekelijk uitgesproken over deze kwestie, middels de publieke verklaring samen met 20 gelijkgezinde landen en Eurocommisaris Lahbib waarin Israël wordt opgeroepen om onmiddellijk veilige en ongehinderde humanitaire toegang te faciliteren, en de herregistratieplicht niet in de praktijk te brengen.
Deze leden maken zich grote zorgen over de Israëlische plannen om illegale nederzettingen te bouwen in het beruchte E1-gebied, dat de Westelijke Jordaanoever in tweeën breekt. Op 6 juli zou de aanbestedingsprocedure hiervoor aflopen, waarna de bouw kan beginnen. De minister zei een aantal weken geleden echter dat een motie die vraagt om maatregelen tegen Israël ontijdig is omdat de bouwplannen zijn uitgesteld. Tot wanneer zijn de plannen uitgesteld? Trekt Israël de plannen om te bouwen in E1-gebied hiermee ook terug of is er enkel sprake van uitstel?
Antwoord van het kabinet
Op 30 juni 2026 kondigde de Israëlische landautoriteit aan dat de aanbesteding voor de bouw van Israëlische wooneenheden in het E1-gebied op de Westelijke Jordaanoever op 5 augustus 2026 zal openen en op 5 oktober 2026 zal sluiten. Oorspronkelijk zou de aanbesteding op 1 juni jl. worden opengesteld. Hiermee is er geen sprake van terugtrekking.
De leden van de SP blijven de minister oproepen om maatregelen tegen Israël voor te bereiden, bij voorkeur in EU-verband of in ieder geval met gelijkgestemde andere landen, zodat gehandeld kan worden als de bouw van nederzettingen in het E1-gebied plaatsvinden. Is de minister hiertoe bereid?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet onderstreept consistent dat de plannen omtrent de uitbreiding van illegale nederzettingen in E1-gebied niet moeten worden uitgevoerd. Nederland staat hierover in contact met gelijkgezinde landen. De plannen voor de uitbreiding van illegale nederzettingen maken voor Nederland onderdeel uit van de discussie over EU-maatregelen. Zie daarvoor ook het antwoord op vraag 12.
De leden van de SP-fractie lezen de berichten dat het Qalandiya Vocational Training Centre (QVTC), gerund door UNWRA, mogelijk moet sluiten door de Israëlische bezetting binnen de Palestijnse gebieden. Is het kabinet van plan om deze actie te veroordelen, gezien onze steun aan UNWRA? Welke stappen gaat deze minister zetten om ervoor te zorgen dat de Israëlische regering UNWRA haar werk laat doen? Indien nodig, bent u bereid de financiering van UNWRA te verhogen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet is bekend met deze berichten. Nederland steunt het door het AVVN-verleende mandaat van UNRWA en hun cruciale werk om levensreddende humanitaire hulp te bieden in Gaza. Het beperken en belemmeren van activiteiten van UNRWA in de bezette Palestijnse Gebieden is zorgwekkend. Nederland blijft Israël oproepen om UNRWA toe te staan alle activiteiten onder dit mandaat uit te voeren, waaronder het leveren van onderwijs aan Palestijnse vluchtelingen. Zoals vermeld in de Kamerbrief van 30 maart 2026 jl. is het kabinet voornemens de financiering aan UNRWA te herstellen in de suppletoire begroting september.13
Uit onderzoek van SOMO blijkt dat Nederland de belangrijkste bestemming voor Israëlisch kapitaal is. In 2024 bleek 45 miljard euro van Israëlische wapenfabrikanten, techbedrijven en andere investeerders door Nederland te stromen. Dat is twee keer zoveel als door de Verenigde Staten. Kan de minister inzage geven in de Israëlische kapitaalstromen uit 2025? Wat zijn de exacte getallen hiervan en door welke bedrijven? Zijn de geldstromen gestegen of gedaald? Is het kabinet van plan om zware sancties op te leggen om deze kapitaalstromen te beperken, zo ook bij Rusland is gedaan?
Antwoord van het kabinet
De landenspecifieke FDI-posities per eind 2025 zijn nog niet beschikbaar. Het is daarom nog niet vast te stellen of de uitstaande investeringspositie in Nederland vanuit Israël in 2025 is gestegen. Daarnaast zijn de openbare statistieken niet herleidbaar tot individuele bedrijven. Het kabinet is geen voorstander van een boycot van Israël binnen de internationaal erkende grenzen van 1967. Het kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten van draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen naar aanleiding van de evaluatie van de naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord door Israël. Tevens zet het zich in voor handelsmaatregelen in nationaal en EU-verband tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Daarnaast ontmoedigt het kabinet al jaren activiteiten van Nederlandse bedrijven die direct bijdragen aan de aanleg, instandhouding of activiteiten van onrechtmatige nederzettingen.
Is het kabinet bereid om gehoor te geven aan de oproep van het Internationaal Gerechtshof om zich ‘te onthouden van economische betrekkingen met Israël’? Zo ja, hoe is het kabinet dit bereid te gaan doen? Zo niet, hoe verantwoord het kabinet dit dan als gastland van het internationaal recht?
Antwoord van het kabinet
Het advies van het Internationaal Gerechtshof (IGH) van 19 juli 2024 ondersteunt het huidige Nederlandse beleid. Staten zijn verplicht om maatregelen te nemen om handels- en investeringsrelaties te voorkomen die bijdragen aan het in stand houden van de door Israël gecreëerde onrechtmatige situatie in de bezette gebieden. Het kabinet geeft invulling aan deze internationaalrechtelijke verplichting, onder meer door het actiever uitdragen van het ontmoedigingsbeleid ten aanzien van activiteiten die Nederlandse bedrijven ontplooien in of ten behoeve van Israëlische nederzettingen in bezette gebieden, en het beleid ten aanzien van implementatie van bilaterale verdragen tussen Israël en Nederland in de bezette gebieden. Het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden geeft nadere invulling aan deze verplichting. Een dergelijk verbod is echter effectiever op EU-niveau. Het kabinet roept daarom ook consistent op tot handelsmaatregelen in EU-verband, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit onrechtmatige nederzettingen te voorkomen (zie ook beantwoording vraag 12 en 13).
De leden van de SP-fractie zien de laatste tijd een normalisering van nucleaire wapens binnen Europa en de NAVO. De VS is in gesprek met Oost-Europese landen om de nucleaire samenwerking op te schroeven en ook Nederland is in gesprek met Frankrijk om bij te dragen aan haar nucleaire programma. Het is dan ook de grootste prioriteit, volgens de leden van de SP-fractie, om in te zetten op ontmanteling van kernwapens zoals in lijn met het Non-Proliferatieverdrag. Is het kabinet het daarmee eens?
Antwoord van het kabinet
Nucleaire ontwapening is een complex proces van lange adem. Omdat dit doel van veel spelers afhankelijk is en gekoppeld is aan de mondiale veiligheidssituatie, is het per definitie een proces met stapsgewijze, incrementele vooruitgang en soms – al dan niet tijdelijke – achteruitgang. Het huidige tijdsgewricht vraagt om realisme ten aanzien van de ontwapeningsdoelen van het Non-Proliferatieverdrag. Onder andere de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne, het wegvallen van strategische wapenbeheersingsverdragen en de ondoorzichtige uitbreiding van het Chinese nucleaire arsenaal verstoren de mondiale strategische stabiliteit.
In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire afschrikking voor Nederland van essentieel belang. Het fundamentele doel van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressie af te schrikken. Het Franse kernwapenarsenaal heeft altijd onafhankelijk van de NAVO geopereerd en kent daarom een unieke, aanvullende waarde in de Europese veiligheidsarchitectuur. Het Franse aanbod versterkt de Europese dimensie van de Franse nucleaire doctrine en komt daarmee de Europese veiligheid ten goede.
In deze veranderende wereld maakt het kabinet doorlopend een afweging tussen het streven naar een wereld zonder kernwapens en de veiligheidssituatie van het moment. Een kernwapenvrije wereld blijft het uiteindelijke doel van de NAVO en ook van Nederland. Tegelijkertijd maakt eenzijdige ontwapening door NAVO-bondgenoten de wereld voor Nederland niet veiliger. Onze inzet op afschrikking en verdediging is erop gericht om, wanneer de tijd er rijp voor is, weer tot gesprekken te komen en ondertussen aandacht te vragen voor risico-reductie.
Wat betreft de gesprekken tussen de Verenigde Staten en de EU-lidstaten in het oosten van Europa omtrent nucleaire wapens, kan de minister aangeven waarover precies gesproken wordt? Als er geen volledige transparantie gegeven kan worden, kan er aangegeven worden welke informatie er wel beschikbaar is? Als Nederland niet bekend is met zo’n dergelijke voorstel, is het kabinet dan bereid om te informeren bij de betreffende landen over deze gesprekken en een brief hierover naar de Kamer te sturen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet is niet bekend met gesprekken tussen de Verenigde Staten en EU-lidstaten in het oosten van Europa omtrent nucleaire wapens en doet hier dus geen verdere uitspraken over.
In het kader van de versterking van de geloofwaardigheid, effectiviteit en veiligheid van de nucleaire en conventionele afschrikking van de NAVO, is het belangrijk om te benadrukken dat er sinds 2014 wordt gesproken over de versterking van deze afschrikking. Tijdens de NAVO Defence Ministers Meeting (DMM) van 18 juni jl. werd over de nucleaire dimensie gesproken in de Nuclear Planning Group (NPG). Na afloop ging een korte verklaring uit waarin bevestigd wordt dat de NAVO blijft werken aan het versterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijn veiligheidsbelangen te bereiken.14 Nadere details van deze bijeenkomst worden in het openbaar niet gedeeld.
Is Nederland voorstander van plaatsing van Amerikaanse kernwapens in het oosten van Europa dan wel van een grotere rol van deze landen in het kernwapenbeleid van de NAVO? Heeft Nederland, via de NAVO of de EU, een rol in het beslissen van het plaatsen van meer nucleaire wapens op Europees grondgebied? Zo niet, is het kabinet van mening dat de veiligheid van het continent mogelijk in het geding is?
Antwoord van het kabinet
In de huidige Europese veiligheidscontext is geloofwaardige en effectieve nucleaire afschrikking door de NAVO voor Nederland van essentieel belang. Het fundamentele doel van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressie af te schrikken.
Besluitvorming over de nucleaire afschrikking van de NAVO vindt plaats in de Nuclear Planning Group (NPG) en gebeurt op basis van consensus. Het kabinet doet geen uitspraken over de details van besluitvorming omtrent de nucleaire afschrikkingsmissie binnen de NAVO. Dit heeft te maken met veiligheidsoverwegingen.
Welke stappen verwacht het kabinet van Rusland mochten er meer kernwapens komen in Oost-Europa en gaat dit bijdragen aan een vredesakkoord? Als het kabinet ontkent dat deze stappen worden ondernomen, wat zou dan hypothetisch de gevolgen hiervan kunnen zijn voor de oorlog met Rusland?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet acht het niet opportuun om hier over te speculeren.
Rusland investeert reeds geruime tijd in de eigen militaire versterking, waaronder ook nucleaire afschrikking. Het is deze capaciteitsopbouw en de gedemonstreerde bereidheid steeds verder de grens op te zoeken van wat getolereerd wordt, die in de eerste plaats de internationale veiligheid ondermijnt. Om de veiligheid van de inwoners van het NAVO-bondgenootschap en onze manier van leven te beschermen is geloofwaardige en effectieve nucleaire afschrikking door de NAVO van essentieel belang. In deze veiligheidscontext blijft NAVO werken aan het versterken van de nucleaire afschrikkingsmissie om zijn veiligheidsbelangen te bereiken. De nucleaire missie draagt bij aan de collectieve afschrikking en verdediging van het NAVO grondgebied. Het fundamentele doel van de nucleaire capaciteit van de NAVO is om vrede te bewaren, dwang te voorkomen en agressie af te schrikken.
Omtrent de nucleaire samenwerking tussen Nederland en Frankrijk hebben de leden van de SP-fractie ook nog een aantal vraagtekens. In welke fase bevinden de gesprekken tussen Nederland en Frankrijk zich? Wat is er tot nu toe besproken? Welke inzet heeft Nederland omtrent nucleaire uitbreiding, zoals beschreven in het regeerakkoord en de Internationale Veiligheidsstrategie?
Antwoord van het kabinet
Uw Kamer is recent geïnformeerd over het kabinetsbesluit om in te gaan op het Franse aanbod voor een strategische dialoog over Europese nucleaire en conventionele afschrikking15. De samenwerking bevindt zich in een verkennende fase. Gezien de aard van deze onderwerpen kan het Kabinet, conform de met de Kamer overeengekomen praktijk, geen nadere details over de beoogde samenwerking openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal het kabinet uw Kamer op passende wijze op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Het kabinet zet zich in voor een sterker Europa binnen een sterkere NAVO. De Europese bijdrage aan conventionele en nucleaire afschrikking op het Europese continent maakt daar onderdeel van uit. Het Franse aanbod om met Europese partners de dialoog hierover te verdiepen past in dit streven en komt daarmee de Europese veiligheid ten goede. Het Non-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidend principe in de beoogde samenwerking met Frankrijk.
Welke rol spelen de Nederlandse F35’s in de gesprekken tussen Nederland en Frankrijk? Hoe is deze samenwerking in lijn met het Non-Proliferatieverdrag, zoals ook wordt beschreven in de Internationale Veiligheidsstrategie? Deelt u de mening dat kernwapens volgens de NPV beperkt moeten worden in plaats van uitgebreid?
Antwoord van het kabinet
Zie ook het antwoord op vraag 79. Gezien de aard van deze onderwerpen kan het kabinet, conform de met de Kamer overeengekomen praktijk, geen nadere details over de beoogde samenwerking openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal het kabinet uw Kamer op passende wijze op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Het Non-Proliferatieverdrag vormt voor het kabinet een leidend principe in de beoogde samenwerking met Frankrijk. Aangezien Frankrijk eigenaar blijft van het eigen nucleaire arsenaal, is deze beoogde samenwerking in lijn met de verplichtingen van het NPV. Zie t.a.v. het beperken van kernwapens ook het antwoord op vraag 75.
In een brief naar de Kamer van afgelopen week werd medegedeeld dat het Verenigd Koninkrijk verrijkt uranium en stabiele isotopen vanuit de gezamenlijke onderneming Uranium Enrichment Company (Urenco), waar ook Nederland en Duitsland onderdeel van zijn, gaat inzetten voor nationale defensiedoeleinden in plaats van de oorspronkelijke civiele doeleinden. Specifiek gaat het VK ondersteuning vragen van Urenco voor het opbouwen van de Britse nucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof voor defensiedoeleinden. Volgens de brief is dit in lijn met het internationaal recht. De leden van de SP-fractie hebben hier nog wel een aantal vragen bij.
Hoe ziet deze ondersteuning vanuit Urenco er precies uit? Is uitgesloten dat faciliteiten van Urenco in Nederland hier op enigerlei wijze bij betrokken raken? Is uitgesloten dat in Nederland verrijkt uranium, wellicht na verdere verrijking elders, gebruikt wordt voor het nucleaire wapenprogramma in het VK?
Antwoord van het kabinet
Op basis van het Verdrag van Almelo en de statuten van Urenco mag Urenco geen uranium van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad produceren voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen. Voor het Britse programma, dat volledig in het Verenigd Koninkrijk wordt uitgevoerd, wordt gebruikgemaakt van de technologie en apparatuur van de gezamenlijke onderneming Urenco. In Nederland verrijkt uranium zal niet worden gebruikt voor dit programma. Het programma is een initiatief van de Britse overheid en betreft nationaal beleid. Nederland doet geen uitspraken over het nucleaire defensieprogramma van het Verenigd Koninkrijk.
Kan de minister uitleggen hoe de betrokkenheid van Urenco verenigbaar is met het internationaal recht in relatie tot het Non-Proliferatieverdrag? Is uitgesloten dat door Urenco verrijkt uranium gebruikt gaat worden in kernwapens?
Antwoord van het kabinet
Het verzoek van het Verenigd Koninkrijk aan Urenco om ondersteuning te verlenen bij het opnieuw opbouwen van een Britse nucleaire brandstofcyclus voor reactorbrandstof voor defensiedoeleinden is in lijn met het Non-Proliferatieverdrag (NPV). De drie partijen bij het Verdrag van Almelo (Duitsland, Nederland, Verenigd Koninkrijk) zijn gebonden aan het NPV. Op basis van het Verdrag van Almelo en de statuten van Urenco mag Urenco geen uranium van de voor wapens vereiste verrijkingsgraad produceren voor de vervaardiging van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.
Graag verzoeken de leden van de SP-fractie het kabinet om alle vragen in deze inbreng per vraag te beantwoorden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken. Deze leden maken zich ernstige zorgen over de verslechterende mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, de voortdurende oorlog in Sudan en de ontwikkelingen rondom Afghanistan. Naar aanleiding daarvan hebben zij de volgende vragen.
De leden van de PvdD-fractie constateren dat de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in zijn rapport aan de Mensenrechtenraad concludeert dat de bezette Palestijnse gebieden nog altijd worden gekenmerkt door systematische schendingen van de mensenrechten, apartheid en de facto annexatie. Het rapport stelt daarnaast dat sprake is van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal mensenrechtenrecht, waaronder oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en etnische zuivering. Tevens roept de Hoge Commissaris alle staten op de levering van wapens en militair materieel aan Israël te beëindigen.16 Deze leden hebben hierover de volgende vragen:
Hoe beoordeelt het kabinet de bevindingen van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten dat sprake is van structurele apartheid, de facto annexatie en mogelijke oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, genocide en etnische zuivering in de bezette Palestijnse gebieden?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet neemt dergelijke VN-rapporten serieus. Onder andere door Nederlandse financiering aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) worden deze rapporten mogelijk gemaakt. Dergelijk onderzoek voedt ook de overwegingen van het kabinet.
De situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever is van grote zorg voor het kabinet. Nederland spreekt zich altijd duidelijk uit dat de partijen zich aan internationaal recht moeten houden. Het kabinet veroordeelt alle schendingen van het internationaal recht, ongeacht wie de schending begaat. Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schendingen vast te stellen zoals de genoemde schendingen in het genoemde VN-rapport. Nederland draagt daarom ook in 2026 bij aan de onderzoekscapaciteit van het kantoor OHCHR, middels iets meer dan EUR 2,1 miljoen .
Welke aanvullende maatregelen is Nederland bereid binnen de Europese Unie te bepleiten om uitvoering te geven aan de verplichting van staten om ernstige schendingen van het internationaal recht niet te ondersteunen en accountability te bevorderen?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft zich inzetten voor aanvullende sancties tegen gewelddadige kolonisten en kolonistenorganisaties, alsook sancties tegen extremistische ministers van de regering Netanyahu. Het kabinet zet zich daarnaast consistent in voor aanvullende sancties tegen Hamas en PIJ. In lijn met de motie van het lid Dobbe17 riep Nederland in de vorige RBZ op tot onafhankelijk onderzoek n.a.v. de dood van een 7 maanden oude baby op de Westelijke Jordaanoever. Nederland blijft zich actief inzetten voor bevordering van accountability, het tegengaan van straffeloosheid.
Kan het kabinet toelichten welke inzet Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken zal leveren ten aanzien van de verdere uitbreiding van illegale nederzettingen en de voortgaande de facto annexatie van de Westelijke Jordaanoever?
Antwoord van het kabinet
Nederland zal onderstrepen dat nederzettingen onrechtmatig zijn en de uitbreiding ervan, waaronder in het E1-gebied, een halt moet worden toegeroepen. Zie beantwoording vraag 12 en 13.
Deze leden wijzen erop dat tijdens het rondetafelgesprek met juridische experts werd aangegeven dat een handelsverbod dat uitsluitend ziet op goederen slechts gedeeltelijk uitvoering geeft aan het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024. Daarbij is erop gewezen dat ook diensten en investeringen bijdragen aan het in stand houden van de illegale nederzettingen en dat daarvoor volgens de experts eveneens werkbare juridische grondslagen bestaan.
Is het kabinet bereid zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat een toekomstig handelsverbod wordt uitgebreid naar diensten en investeringen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het kabinet
Staten hebben een verplichting om maatregelen te nemen om te voorkomen dat (economische) activiteiten bijdragen aan het in stand houden van de door Israël gecreëerde onrechtmatige situatie in de bezette gebieden. Het is aan Staten zelf om nadere invulling te geven aan deze internationaalrechtelijke verplichting.
Het kabinet zet zich in voor aanvullende handelsmaatregelen, waaronder een importverbod van producten uit onrechtmatige nederzettingen op EU-niveau. Zie ook beantwoording vraag 12.
Dezelfde experts wijzen erop dat een verbod op goederen eenvoudig kan worden omzeild wanneer producten gebruikmaken van grondstoffen, arbeid of andere productiefactoren uit illegale nederzettingen, maar elders worden afgewerkt. Ook wijzen zij op fraude met oorsprongsetikettering en het belang van aanvullende douanecontroles.
Hoe wil het kabinet voorkomen dat een toekomstig handelsverbod wordt omzeild en welke aanvullende handhavingsmaatregelen acht het kabinet daarvoor noodzakelijk?
Antwoord van het kabinet
In het opstellen van het sanctiebesluit is gepoogd zorgen rondom handhaving en mogelijke omzeiling zo veel mogelijk te adresseren. Zo is bijvoorbeeld gekozen voor een brede reikwijdte omtrent de oorsprong van goederen en om het invoerverbod aan te vullen met een verbod op aankoop-, verkoop, tussenhandeldiensten en omzeiling. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat een maatregel op EU-niveau het meest effectief zou zijn om producten uit onrechtmatige nederzettingen daadwerkelijk te weren. Daarom blijft het kabinet onverminderd inzetten op een maatregel op EU-niveau.
De leden van de PvdD-fractie maakt zich grote zorgen over de aanhoudende oorlog in Sudan. Uit recente berichtgeving van Reuters en Trouw blijkt dat de Rapid Support Forces (RSF) nog altijd steun zouden ontvangen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), waaronder via trainingskampen en militaire ondersteuning.18 Tegelijkertijd wordt door voornamelijk de RSF seksueel geweld stelselmatig als oorlogswapen tegen vrouwen en meisjes. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Hoe beoordeelt het kabinet de recente berichtgeving over militaire ondersteuning aan de RSF vanuit de VAE? Heeft het kabinet Ethiopië hierop aangesproken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van de berichtgeving over de steun aan RSF via buurlanden van Soedan. Deze berichtgeving is zorgelijk. Rapporten van gerenommeerde mensenrechtenorganisaties en media nemen wij serieus. Dit soort berichtgeving draagt bij aan het bredere inzicht in de internationalisering van het conflict in Soedan.
Militaire, logistieke en/of financiële steun aan betrokken partijen draagt bij aan het voortduren van het conflict, met grote gevolgen voor burgers in Soedan. Er geldt bovendien een VN-wapenembargo voor Darfoer. Nederland spreekt met landen in de regio over Soedan en zet zich in EU-verband in voor versterkt EU-betrokkenheid naar landen in de regio. Engagement in EU-verband is vaak effectiever dan bilaterale inzet. Hierin is ook aandacht voor berichtgeving over externe steun aan de strijdende partijen in Soedan.
Is het kabinet bereid deze berichten binnen de Raad Buitenlandse Zaken aan de orde te stellen en aan te dringen op onafhankelijk internationaal onderzoek naar de rol van VAE bij het voortduren van het conflict?
Antwoord van het kabinet
Nederland vraagt in EU-verband regelmatig aandacht voor het conflict in Soedan en zal dit blijven doen. Tijdens de aankomende RBZ is Soedan niet geagendeerd. Wel zal Nederland in andere fora aandacht blijven vragen voor het conflict in Soedan en voor de internationalisering van dit conflict.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, zowel nationaal als in EU-verband, maatregelen te nemen tegen staten of entiteiten die de strijdende partijen blijven voorzien van militaire ondersteuning of wapens?
Antwoord van het kabinet
Maandag 6 juli jl. is, tijdens een zogeheten urgent debat dat mede door Nederland is aangevraagd in de Mensenrechtenraad een resolutie aangenomen waarin externe betrokkenheid die het conflict voedt, inclusief het leveren van wapens wordt veroordeeld en externe actoren herinnert aan hun verplichtingen onder het internationaal recht. Conform motie Dobbe c.s.19 blijft het kabinet zich inzetten voor maatregelen om wapenstromen richting strijdende partijen in Soedan te stoppen. Nederland heeft meermaals gepleit voor het uitbreiden van het VN-wapenembargo op Darfoer naar heel Soedan in EU-verband en in andere internationale overleggen, waaronder de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan.
Op welke wijze zet Nederland zich ervoor in dat accountability voor conflict gerelateerd seksueel geweld een centrale plaats krijgt in de internationale aanpak van de oorlog in Sudan?
Antwoord van het kabinet
Nederland zet zich in voor accountability voor conflict-gerelateerd seksueel geweld in Soedan. In dat kader is Nederland in februari toegetreden tot de Coalition for Atrocity Prevention and Justice in Sudan, waarin we samenwerken met gelijkgestemde landen om accountabilitymechanismen in en voor Soedan te versterken.
Nederland steunt organisaties die mensenrechtenschendingen monitoren en documenteren, onder meer via bijdragen aan het VN-mensenrechtenkantoor (OHCHR) in Soedan en met een extra vrijwillige bijdrage in de afgelopen jaren van in totaal EUR 6 mln. aan het Internationaal Strafhof (ICC) ter versterking van de algehele onderzoekscapaciteit. Tevens ondersteunt Nederland community protection teams die conflicten en seksueel- en gender gerelateerd geweld vroegtijdig signaleren en aanpakken. Ook binnen humanitaire inzet worden veiligheidsrisico’s geadresseerd, zoals bij waterpunten waar het risico op seksueel- en gender-gerelateerd geweld hoog is.
Ten slotte levert Nederland een financiële bijdrage aan een door de VN-georganiseerde regionale conferentie voor openbaar aanklagers uit verschillende Afrikaanse landen, waaronder Soedan, die plaatsvindt in Nairobi, om samenwerking en capaciteit voor vervolging van conflict gerelateerd seksueel geweld verder te versterken.
De leden van de PvdD-fractie heeft met zorg kennisgenomen van de berichtgeving over gesprekken tussen vertegenwoordigers van EU-lidstaten, waaronder Nederland, en vertegenwoordigers van de Taliban over de terugkeer van Afghaanse asielzoekers. 20 Hoewel praktische contacten soms noodzakelijk kunnen zijn met het faciliteren van noodhulp, mogen deze gesprekken er niet toe leiden dat het Talibanregime verder wordt gelegitimeerd. Deze leden maken zich grote zorgen over de voortgaande genderapartheid in Afghanistan. Vrouwen en meisjes worden door de Taliban systematisch uitgesloten van onderwijs, werk en vrijwel alle aspecten van het openbare leven.
Daarnaast blijven journalisten, mensenrechtenverdedigers, lhbtqia+-personen en etnische en religieuze minderheden blootstaan aan ernstige risico's. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Welke rol heeft Nederland gespeeld bij de totstandkoming van de gesprekken met vertegenwoordigers van de Taliban en wat is daarbij de Nederlandse inzet?
Antwoord van het kabinet
Op 16 oktober jl. hebben verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een brief gestuurd aan Eurocommissaris Brunner met de oproep om op Europees niveau vrijwillige terugkeer van personen zonder verblijfsrecht in de EU te stimuleren en de mogelijkheden voor gedwongen terugkeer naar Afghanistan te onderzoeken, voor lidstaten die dat willen. Uw Kamer heeft een afschrift van deze brief ontvangen. De Commissie heeft gevolg gegeven aan deze oproep door over deze onderwerpen op operationeel niveau met de facto autoriteiten te spreken. Nederland heeft verder geen rol gespeeld bij de totstandkoming van deze gesprekken.
Hoe verhouden deze gesprekken zich tot het Nederlandse en Europese uitgangspunt om het Talibanregime niet te erkennen?
Antwoord van het kabinet
Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Normalisering van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Deelt u de opvatting dat gesprekken over terugkeer van afgewezen asielzoekers het risico met zich meebrengen dat de Taliban internationaal verder worden genormaliseerd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het kabinet
Nee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk.
Beschouwt het kabinet de systematische uitsluiting van vrouwen en meisjes van onderwijs, werk en het openbare leven als genderapartheid? Kan het kabinet zijn antwoord toelichten?
Antwoord van het kabinet
Genderapartheid is nog geen internationaalrechtelijk erkend begrip en de reikwijdte ervan is ook onduidelijk. Het kabinet beschouwt de systematische uitsluiting van vrouwen en meisjes van onderwijs, werk en het openbare leven als grove en systematische schendingen van Afghanistans verplichtingen onder het Vrouwenverdrag dat discriminatie van vrouwen verbiedt.
Welke concrete stappen zet Nederland om Afghaanse meisjes en vrouwen toegang te blijven bieden tot onderwijs, waaronder online onderwijs en onderwijsprogramma's vanuit het buitenland? Bent u bereid deze inzet uit te breiden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan het steunen van de Afghaanse bevolking, met name vrouwen en meisjes. Dat doet Nederland via onder andere humanitaire hulp en steun aan lokale mensenrechteninitiatieven. Nederland werkt altijd vanuit de ‘voor vrouwen, door vrouwen’-benadering, waarbij er in alle programmering speciale aandacht voor vrouwen en meisjes is. Nederland zet zich in EU- en VN-verband in voor toegang tot onderwijs voor meisjes en vrouwen.
Ook heeft Nederland op 25 september 2024 – samen met Australië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Door Afghanistan aansprakelijk te stellen, zet Nederland zich samen met de bovengenoemde staten in om naleving van de internationale verplichtingen van Afghanistan onder het Vrouwenverdrag af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten hun rechten op grond van het Vrouwenverdrag kunnen uitoefenen. In het bijzonder moet het recht op onderwijs, gezondheidszorg en deelname aan het openbare leven voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gewaarborgd.
Welke mogelijkheden ziet het kabinet om, in samenwerking met Nederlandse kennisinstellingen, aanvullende studiebeurzen beschikbaar te stellen voor vrouwen uit Afghanistan en andere landen waar vrouwen en meisjes stelselmatig van onderwijs worden uitgesloten? Is het kabinet bereid dergelijke mogelijkheden te verkennen?
Antwoord van het kabinet
Studiebeurzen voor Afghaanse vrouwen maken momenteel geen deel uit van de Nederlandse programmering voor Afghanistan. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 96 hecht het kabinet groot belang aan de verbetering van de situatie van vrouwen en meisjes in Afghanistan waaronder hun toegang tot onderwijs.
Hoe beoordeelt het kabinet de huidige mensenrechtensituatie in Afghanistan, in het bijzonder ten aanzien van vrouwen, meisjes, lhbtqia+-personen, journalisten, mensenrechtenverdedigers en etnische en religieuze minderheden?
Antwoord van het kabinet
De mensenrechtensituatie in Afghanistan is onverminderd ernstig voor deze kwetsbare groepen en het kabinet kaart de zorgen hierover voortdurend aan in EU- en VN verband. Ook heeft Nederland in EU-verband in de VN-Mensenrechtenraad steun verleend aan accountability voor en het tegengaan van straffeloosheid van ernstige mensenrechtenschendingen en internationale misdrijven in Afghanistan, wat uiteindelijk resulteerde in de oprichting van een onafhankelijk onderzoeksmechanisme voor Afghanistan.
Kan het kabinet toelichten op welke wijze de veiligheid van personen die naar Afghanistan terugkeren kan worden gemonitord, gelet op het ontbreken van onafhankelijke rechtsbescherming en de beperkte toegang voor internationale organisaties?
Antwoord van het kabinet
De beginselen van non-refoulement en de verplichtingen onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bevat bindende vereisten die onder alle omstandigheden door Nederland zullen worden nageleefd.
Blijft Nederland zich binnen de Europese Unie verzetten tegen gedwongen terugkeer naar Afghanistan zolang sprake is van ernstige en systematische mensenrechtenschendingen door de Taliban?
Antwoord van het kabinet
U wordt verwezen naar het antwoord op vraag 93. Voorts worden, zoals aangegeven bij vraag 99, de beginselen van non-refoulement en de verplichtingen onder het EVRM onder alle omstandigheden door Nederland nageleefd. Ook blijft Nederland zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de de facto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.
Zie Kamerstuk 36 045, nr. 300↩︎
"https://open.overheid.nl/documenten/43eb8f86-6e0b-4d26-9d18-c7692a7ce4d5/file"Brief aan Eerste of Tweede Kamer - Commissievoorstel voor financiële steun aan Oekraïne Brief aan Eerste of Tweede Kamer - Commissievoorstel voor financiële steun aan Oekraïne↩︎
Kamerstuk 36 045, nr. 300↩︎
Kamerstuk 2024D45715↩︎
Kamerstuk 27 830, nr. 511↩︎
Zie o.a. het Joint Leaders’ Statement on the US-Iran peace deal d.d. 14 Juni 2026: https://www.government.nl/documents/2026/06/16/joint-e4-leaders-statement-on-the-us-iran-peace-deal↩︎
BNR Nieuwsradio. (2026, 25 juni). Italië en Frankrijk willen nieuwe UNIFIL-vredesmissie in Libanon. https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10604360/italie-en-frankrijk-willen-nieuwe-unifil-vredesmissie-in-libanon↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3431↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3420↩︎
United Nations Human Rights Fora: Council approves EU priorities for 2026 - Consilium↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3404.↩︎
2008/944/GBVB↩︎
Kamerstuk 26 150, nr. 243↩︎
https://www.nato.int/en/about-us/official-texts-and-resources/official-texts/2026/06/18/2026-nuclear-planning-group-statement↩︎
Kamerstuk 33 279, nr. 40↩︎
United Nations Office at Geneva. (2026, June 15). UN High Commissioner for Human Rights Volker Türk global update at the 62nd Human Rights Council. https://www.unognewsroom.org/story/en/3156/un-high-commissioner-for-human-rights-volker-tuerk-global-update-at-the-62nd-human-rights-council https://www.unognewsroom.org/story/en/3156/un-high-commissioner-for-human-rights-volker-tuerk-global-update-at-the-62nd-human-rights-council en Office of the United Nations High Commissioner for Human Rights. (2026, February 16). Human rights situation in the Occupied Palestinian Territory, including East Jerusalem, and the obligation to ensure accountability and justice (A/HRC/61/26). https://www.ohchr.org/en/documents/country-reports/ahrc6126-human-rights-situation-occupied-palestinian-territory-including.↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3445↩︎
Schrikker, N., & Van Dijken, K. (2026, 1 juli). Emiraten steunen Soedanese paramilitairen via geheime trainingskampen in Libië, blijkt uit onderzoek. Trouw. https://www.trouw.nl/buitenland/emiraten-steunen-soedanese-paramilitairen-via-geheime-trainingskampen-in-libie-blijkt-uit-onderzoek~b13f1f98/↩︎
Kamerstuk 21 501-02, nr. 3404↩︎
De Koning, M., & Van den Dool, P. (2026, 23 juni). Nederlandse ambtenaren praten vandaag in Brussel met taliban: ‘Gewetenloos en hypocriet’. Algemeen Dagblad. https://www.ad.nl/buitenland/nederlandse-ambtenaren-praten-vandaag-in-brussel-met-taliban-gewetenloos-en-hypocriet~a1d2c04d/↩︎