UWV Monitor arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking
Uitvoering en evaluatie Participatiewet
Brief regering
Nummer: 2026D36485, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-21 11:32, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie (Ooit VVD kamerlid)
- UWV-monitor arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking 2025
- Beslisnota bij Kamerbrief UWV Monitor arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking
Onderdeel van kamerstukdossier 34352 -375 Uitvoering en evaluatie Participatiewet.
Onderdeel van zaak 2026Z16113:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-08 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet
Nr. 375 Brief van de minister van Werk en Participatie
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
Werk is belangrijk voor mensen en voor de samenleving. Werk draagt bij
aan welzijn, een sociaal netwerk en biedt perspectief voor de toekomst.
Het kabinet zet zich in om zoveel mogelijk mensen hun talenten te laten
benutten en mee te laten doen in de samenleving. Het is blijvend nodig
om in mensen te investeren, zodat zij naar vermogen kunnen meedoen in
samenleving. UWV en gemeenten beschikken over diverse instrumenten om de
arbeidsparticipatie te bevorderen. UWV doet periodiek onderzoek naar de
participatie van mensen met een arbeidsbeperking. Met deze brief bied ik
u het rapport UWV Monitor arbeidsparticipatie van mensen met een
arbeidsbeperking 2025 aan.
UWV Monitor arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking 2025
In de monitor beschrijft UWV de ontwikkelingen in de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking over de jaren 2023 en 2024. Hierbij wordt ook gekeken naar meerjarige trends, aangezien UWV deze monitor periodiek uitvoert. De focus ligt hierbij op Wajong-gerechtigden, WGA-gerechtigden, mensen die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn en mensen die vallen onder de Participatiewet in het doelgroepenregister banenafspraak.
De monitor laat zien dat de arbeidsparticipatie van Wajong-gerechtigden, na een stijging tijdens het herstel van de coronacrisis, licht is gedaald naar 50,4%. Het gaat om 52.000 personen die in loondienst zijn. Hiervan werkten 36.000 personen bij een reguliere werkgever en 16.000 personen via de WSW. Ongeveer 6.150 Wajong-gerechtigden werken als zelfstandige. Dit kan ook in combinatie zijn met werk in loondienst.
De arbeidsparticipatie van WIA‑gerechtigden en WIA 35-min tot 60 jaar is vrijwel gelijk gebleven. Van de WGA-gerechtigden die volledig arbeidsongeschikt zijn werkte 10%, van hen die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn was dat 49% en voor de groep WIA 35-min tot 60 jaar was het 55%. Het aantal WGA-gerechtigden dat werkt als zelfstandige is in 2024 iets afgenomen ten opzicht van 2023. Van de groep WGA volledig werkt in 2024 2,8% als zelfstandige en van de groep WGA gedeeltelijk was dat 9.2%. Dit kan ook in combinatie zijn met werk in loondienst.
In het onderzoek wordt ook gekeken naar het onderscheid in risicodragerschap. Er is in 2024 een lichte daling van het aandeel mensen met een arbeidsbeperking dat het dienstverband behoudt direct na de WIA-claimbeoordeling, zowel bij WGA-gerechtigden van publiek verzekerde werkgevers als bij werkgevers die eigenrisicodragend zijn. De arbeidsparticipatie bij WGA-gerechtigden van werkgevers die eigenrisicodragend zijn ligt hoger dan bij publiek verzekerde werkgevers. Vrijwel alle grote werkgevers zijn eigenrisicodragend, waardoor WGA-gerechtigden die afkomstig zijn van deze werkgevers een voordeel hebben ten opzichte van publiek verzekerde werkgevers. Grote werkgevers kunnen doorgaans meer mogelijkheden bieden om passend (aangepast) werk te vinden binnen de eigen organisatie. Daarnaast is er voor deze werkgevers een directe financiële prikkel om zich sterk in te zetten voor re-integratie.
De monitor geeft aan dat de arbeidsparticipatie van mensen die vallen onder de Participatiewet in het doelgroepenregister banenafspraak de afgelopen jaren stabiel is rond 51%. In 2024 stroomden er 14.200 mensen uit deze doelgroep in het doelgroepregister. In 2024 bestond de totale groep van mensen uit de Participatiewet in het doelgroepregister banenafspraak uit 142.500 mensen. Daarvan werkten 73.400 mensen. Het aandeel werkenden was het grootst bij de subgroep Praktijkroute (73%) en de subgroep vso/Pro (59%). De participatie was het laagst bij de subgroep afgewezen voor Wajong 2015, geen arbeidsvermogen maar niet duurzaam (19%).
De monitor kijkt tot slot naar werkgevers. Eind 2024 had 5,4% van de reguliere werkgevers een Wajong-gerechtigde in dienst, 6,5% een WGA‑gerechtigde en 8,3% iemand uit de Participatiewet in het doelgroepregister. In totaal had eind 2024 15,6% van de werkgevers ten minste één werknemer uit een van deze drie groepen in dienst. Dat is een lichte stijging ten opzichte van eerdere jaren. Deze stijging heeft ook deels te maken met de stijging van het aantal mensen uit de Participatiewet in het doelgroepregister. Het aandeel van de werkgevers met een Wajong-gerechtigde, WGA‑gerechtigde of iemand uit de Participatiewet in het doelgroepregister in dienst, neemt toe met de bedrijfsgrootte van een werkgever.
Appreciatie onderzoek
De UWV monitor laat zien dat veel mensen met een arbeidsbeperking werken. Dat is positief. Zowel voor het individu als voor de samenleving als geheel. Tegelijkertijd laat de monitor zien dat er nog veel mensen niet aan het werk zijn. Daar ligt ruimte voor verbetering. Zowel voor de mensen die aan het kant staan, als voor de bedrijven en organisaties die hun inzet goed zouden kunnen gebruiken. De monitor geeft waar mogelijk ook nuttige achtergrondinformatie over belemmeringen en verklaringen.
Er wordt op verschillende manieren geprobeerd om mensen met een arbeidsbeperking naar werk te begeleiden en te stimuleren om te werken. Dat doen we onder meer door de afspraken uit de banenafspraak, het verbeteren van de samenwerking tussen UWV en gemeenten (onder andere door jongeren na een Wajong-beoordeling ‘warm’ over te dragen aan de gemeenten om aldaar ondersteuning te krijgen1) en maatregelen om de WGA-dienstverlening te verbeteren2. Tegelijkertijd heeft Nederland - zoals ik schreef in de voortgangsbrief hervormingsagenda inkomensondersteuning - behoefte aan een nieuwe blik op werk. Een arbeidsmarkt waarin we voorkomen dat mensen hun baan verliezen en waarin werknemers duurzaam inzetbaar zijn en zich blijven ontwikkelen. Een arbeidsmarkt waarin niet beperkingen, maar mogelijkheden centraal staan. En een sociale zekerheidsstelsel waarin mensen die onverhoopt werkloos raken of met gezondheidsproblemen te maken krijgen, door passende ondersteuning sneller perspectief krijgen op werk of deelname aan de samenleving op andere wijze. Met dienstverlening die dichtbij mensen is. In het actieprogramma Nederland Werkt bouwen we aan die verandering. Hierin wordt ook gekeken of we voor de in de monitor genoemde groepen waarvan de arbeidsparticipatie achterblijft meer kunnen doen om de mensen die dat kunnen naar werk te begeleiden.
De minister van Werk en Participatie,
A.A. Aartsen
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025-2026, 34 352, nr. 368↩︎
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 26 448, nr. 855↩︎