Datakluis: Extern gevalideerde tijdlijn, Instelling externe commissie datakluis, Plan van aanpak en resultaten indexatie
Belastingdienst
Brief regering
Nummer: 2026D36494, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-08-13 13:06, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
- Mede ondertekenaar: S.T.P.H. Palmen, staatssecretaris van Financiën (Ooit Nieuw Sociaal Contract kamerlid)
- Ministerie van Financiën Datakluis
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 1)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 2)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 3)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 4)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 5)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 6)
- Tijdlijn Datakluis Ter verzending aan Kamer (deel 7)
- Beslisnota bij Kamerbrief Datakluis: Extern gevalideerde tijdlijn, Instelling externe commissie datakluis, Plan van aanpak en resultaten indexatie
Onderdeel van kamerstukdossier 31066 -1551 Belastingdienst.
Onderdeel van zaak 2026Z16115:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-10 10:00 ⇒ (Concept voorstel)
- 2026-09-01 15:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-10 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- Geen datum: Debat over een datakluis bij de Belastingdienst met 64 miljoen documenten over de toeslagenaffaire (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
31066 Belastingdienst
Nr. 1551 Brief van de staatssecretarissen van Financiën
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 juli 2026
In de Kamerbrieven van 15 april en 22 mei jl.1 hebben wij uw Kamer geïnformeerd over de datakluis van de Belastingdienst met onder andere bestanden die hadden moeten worden verstrekt aan de Parlementaire enquête Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD). In de recentste brief hebben wij voorgesteld een externe commissie door het kabinet in te laten stellen. Daarnaast hebben wij uw Kamer geïnformeerd over het externe onderzoek, de bestandstypenanalyse en hebben we u een overzicht gegeven van het proces richting het zomerreces.
De vaste commissie voor Financiën heeft deze brief besproken tijdens de procedurevergadering van 4 juni jl. en het kabinet vervolgens een reactie gestuurd. Wij danken de commissie voor hun reactie. In deze brief gaan we in op het externe onderzoek en de externe commissie. Daarnaast delen we de eerste resultaten van de indexatie en lichten wij het plan van aanpak toe. Dit plan kan, in overleg met de externe commissie, op onderdelen nog worden aangepast.
Allereerst wordt ingegaan op de resultaten van het externe onderzoek, uitgevoerd door het externe accountantskantoor BDO. Als bijlage bij deze brief ontvangt u zoals toegezegd, een extern gevalideerde tijdlijn. Daarnaast delen we de relevante onderliggende documenten en correspondentie met u, conform het informatieverzoek van het lid Ergin (DENK).
Onafhankelijk onderzoek en gevalideerde tijdlijn – informatieverzoek Ergin (DENK)
In de Kamerbrief van 15 april jl. hebben wij u toegezegd een onafhankelijke partij onderzoek te laten doen naar de datakluis en de uitkomsten van het onderzoek voor het zomerreces te delen. U heeft op 22 mei een niet gevalideerde tijdlijn ontvangen. Het valideren van de tijdlijn is onderdeel van het onderzoek.
Op 28 mei is BDO aan de slag gegaan met het onderzoek naar de datakluis en de afgeschermde omgeving. Een partij die nooit eerder iets voor de Belastingdienst heeft onderzocht. Hierbij is onderzoek gedaan naar de achtergronden, het proces van totstandkoming, de inrichting en het gebruik en de governance van de datakluis en de afgeschermde omgeving. Ook het handelen conform Archiefwet en de AVG en het informeren van de Tweede Kamer was onderdeel van het onderzoek. Het rapport met bevindingen vindt u in de bijlage bij de brief. Daarnaast delen we de onderliggende documenten van deze tijdlijn, conform het informatieverzoek van het lid Ergin (DENK).
Het rapport bevindt dat: “Zo wordt aangegeven dat de bekendheid met het bestaan en de werking van de datakluis niet organisatiebreed was, de uitvoering van de informatie-uitvraag deels decentraal was belegd, waarbij directies verantwoordelijk waren voor het aanleveren van informatie uit hun eigen systemen en dat geen expliciete instructies of protocollen beschikbaar waren waarin was vastgelegd dat de datakluis als informatiebron moest worden betrokken.’’ Ook leest u in het rapport: ’Uit de beschikbare documentatie blijkt dat binnen de Belastingdienst op meerdere momenten de vraag is gesteld of de datakluis werd betrokken bij de uitvoering van de PEFD-uitvraag. Uit de beschikbare stukken blijkt dat deze vragen in de relevante documenten worden vastgelegd, waarbij in sommige gevallen wordt aangegeven dat deze vragen nader zouden worden besproken of uitgezet binnen de organisatie. In de beschikbare documentatie is niet aangetroffen dat deze vragen zijn beantwoord, noch dat zij hebben geleid tot een structurele aanpassing van de gehanteerde zoekstrategie.’’
Over het betrekken van de datakluis bij de informatieverzoeken is de volgende bevinding onderdeel van het rapport: ‘Uit documentatie en interviews volgt dat de afgeschermde omgeving bij de uitvoering van informatieverzoeken in het kader van de Parlementaire Enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD) niet is betrokken.’’
Betreft het in beeld komen van de datakluis is opgenomen: ’’Op 17 juli 2025 informeerde de afdeling IHH van de directie Toeslagen de CIO Toeslagen per e-mail over de datakluis. (…) Daarbij wordt aangegeven dat nog niet duidelijk is of deze documenten destijds volledig zijn betrokken bij de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. (…) In de e-mail wordt aangekondigd dat aanvullend onderzoek wordt gestart naar de inhoud en impact van de datakluis. Daarbij wordt onder meer voorgesteld een data‑analyse uit te voeren om te bepalen of documenten alsnog moeten worden verstrekt. Tevens worden organisatorische stappen beschreven om dit proces te coördineren.’’
Het rapport bevestigt dat: ’’Uit documentatie en interviews volgt dat de datakluis in 2019 is ingericht in een situatie waarin binnen de Belastingdienst sprake was van aanzienlijke achterstanden in het opschonen, archiveren en vernietigen van gegevens. (…)
De inrichting van de datakluis werd geplaatst in de context van de implementatie van de AVG en de daarmee samenhangende verplichtingen rond gegevensbescherming, alsmede de verplichtingen voortvloeiend uit de Archiefwet.’’ Daarbij is de bevinding opgenomen:
“Uit de beschikbare informatie volgt dat de datakluis effectief functioneerde als een afgeschermde omgeving waarin toegang tot bepaalde gegevens werd beperkt. Tegelijkertijd blijkt dat de doelstelling om de gegevens op een later moment te beoordelen, archiveren en/of vernietigen slechts in beperkte mate is gerealiseerd. Activiteiten in die richting zijn wel geïnitieerd, maar niet structureel en organisatiebreed uitgevoerd.’’ Over eigenaarschap van de datakluis is een bevinding opgenomen in het rapport: ’’De verantwoordelijkheid voor de datakluis is in de loop van de tijd verschoven naar andere organisatieonderdelen’’. En er zijn reeds stukken verwijderd uit de datakluis: ’’In interviews werd toegelicht dat naar aanleiding van een verzoek bestanden zijn verwijderd uit de datakluis. Deze opschoning was vanuit de organisatie opgelegd en dit is gelogd in de database van de datakluis.’’
Onderdeel van het onderzoek was ook de afschermde omgeving. Hierover is in het rapport opgenomen: ’’er sprake is van een groot aantal vertrouwelijke, afgeschermde omgevingen binnen de Belastingdienst, die in de loop der tijd zijn ontstaan naar aanleiding van uiteenlopende verzoeken, waaronder interne verzoeken, strafrechtelijke trajecten en andere formele opdrachten.’’
Over het vullen van de afgeschermde omgeving is meer bekend geworden. U leest in het rapport onder meer: ’’Geïnterviewden hebben aangegeven dat daags nadat in mei 2020 aangifte was gedaan tegen de Belastingdienst, een veiligstelactie is uitgevoerd. In het kader van deze actie is voor 1.020 medewerkers die betrokken waren bij Toeslagen informatie veiliggesteld in een afgeschermde omgeving. Daarbij zijn onder meer de persoonlijke mailboxen, persoonlijke netwerkschijven (N-schijven) en samenwerkingsgebieden (Q-schijven) waartoe deze medewerkers toegang hadden, verzameld en opgeslagen.’’ Ook is er een bevinding opgenomen over de governance: ’’de governance rondom afgeschermde omgevingen beperkt formeel te zijn ingericht. Wel vonden periodieke beoordelingen plaats om vast te stellen of de opgeslagen gegevens nog benodigd waren.’’
BDO bevestigt dat de Belastingdienst niet adequaat heeft gehandeld toen de datakluis had moeten worden meegenomen in de zoekslag ten behoeve van de PEFD of andere informatieverzoeken. Het onderzoek bevestigt eveneens dat na het opnieuw in beeld komen van de datakluis, het lang heeft geduurd voordat de informatie zo juist, tijdig en volledig mogelijk het kabinet en uw Kamer heeft bereikt. Dit handelen betreuren wij.
In het rapport zijn aanbevelingen opgenomen voor vervolgonderzoek. De aanbevelingen gaan onder meer over de afgeschermde omgeving en vergelijkbare informatiebronnen, onderzoek naar signalen in het proces van informatievoorziening en onderzoek naar inrichting en governance van het proces van informatievoorziening. De aanbevelingen nemen wij, gezien de ernst van de situatie, onverkort over.
Wij hechten grote waarde aan een organisatie waar informatie eerlijk en transparant omhoog kan komen. Sinds de periode van de PEFD zijn door de Belastingdienst verschillende maatregelen genomen om signalen uit de organisatie sneller en beter te adresseren. Zo is in 2024 het signalenproces vernieuwd waardoor medewerkers laagdrempelig signalen kunnen melden. Ook is de politiek-bestuurlijke functie binnen de Belastingdienst versterkt met de oprichting van een nieuwe directie in 2022 en heeft het programma leiderschap en cultuur gezorgd voor een inclusievere organisatiecultuur met meer openheid, waar dilemma’s bespreekbaar zijn en ruimte is voor tegenspraak. Dit blijft ook naar de toekomst toe een belangrijk aandachtspunt. De Belastingdienst zal daarom de situatie rond de Datakluis gebruiken om te evalueren en de genomen acties verder te verstevigen.
Externe commissie
De commissie voor Financiën heeft aangegeven grote waarde te hechten aan de objectiviteit, onafhankelijkheid, deskundigheid en relevante ervaring bij de samenstelling van de externe commissie en daarbij de wens uitgesproken om geïnformeerd te worden over de aanpak en het onderzoek. Het kabinet deelt dit en heeft deze waarden als uitgangspunten genomen bij de vormgeving van de externe commissie.
Wij zijn verheugd u te kunnen melden dat Senna Maatoug bereid is het voorzitterschap van deze commissie op zich te nemen. Wij zetten, in samenspraak met de beoogd voorzitter, erop in dat de externe commissie uiterlijk 1 oktober kan starten met haar werkzaamheden. Wij zullen uw Kamer voorafgaand daaraan informeren, zodra de samenstelling en taakopdracht definitief zijn. De externe commissie zal naar verwachting bestaan uit drie tot vijf leden met relevante expertise. De externe commissie wordt voorzien in ambtelijke ondersteuning indien gewenst. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de onafhankelijkheid van de commissie te allen tijde wordt gewaarborgd.
Uw Kamercommissie heeft een aantal vragen aan het kabinet gesteld over de externe commissie. De komende periode wordt in samenspraak met de beoogd voorzitter de taakopdracht van de externe commissie geconcretiseerd. In de taakomschrijving van de externe commissie zal worden opgenomen dat de commissie rechtstreeks met de Kamer kan communiceren wanneer zij dit voor de uitvoering van haar taak noodzakelijk acht. Dit kan zowel op verzoek van de Kamer als uit eigen beweging van de commissie plaatsvinden. Daarnaast krijgt de externe commissie toegang tot alle informatie die zij noodzakelijk acht voor de uitvoering van haar werkzaamheden, inclusief ontheffing voor stukken waar een fiscale geheimhouding op berust.
Zodra de taakopdracht definitief is zullen wij nader ingaan op de overig gestelde vragen door uw commissie met betrekking tot de taakopdracht van de externe commissie.
Eerste resultaten indexatie
De datakluis moet eerst doorzoekbaar worden gemaakt, het zogeheten indexeren, voordat de bestanden in de datakluis kunnen worden bekeken. In de datakluis bevinden zich circa 25 miljoen bestanden. Hiervan zijn er ongeveer 19 miljoen gereed om, na de indexatie, ingezien te worden. Voor tenminste 4 miljoen bestanden geldt dat deze eerst ontsloten moeten worden, voordat deze kunnen worden geïndexeerd. Dit gaat voornamelijk om bestanden die zich in zipbestanden bevinden. Daarnaast bevinden zich in de datakluis bestanden met een afwijkende extensie of bestanden die beveiligd zijn met een wachtwoord. Er wordt nader onderzoek verricht om deze documenten te kunnen ontsluiten en indexeren.
Als proef is gestart met het indexeren van de mappen die toebehoren aan de voormalig Belastingdienstdirectie Toeslagen. Deze map bevat ongeveer 200 duizend bestanden. Er is gestart met de mappen van Toeslagen vanwege de relatief beperkte grootte van het bestandenaantal, waardoor de doorlooptijd van de indexatie kort is. Door het doorzoekbaar maken van deze map is inzichtelijk geworden dat het doorzoekbaar maken van alle beschikbare bestanden een verwachte doorlooptijd van vier weken heeft. Daarna moeten bestanden die zich in zipbestanden bevinden worden geïndexeerd. Dit betekent dat dit eerste, grootste, gedeelte van de indexatie waarschijnlijk eind juli afgerond zal zijn. Hierbij geldt dat er bestandstypen in de datakluis staan waarvan nog onduidelijk is of en wanneer deze kunnen worden geïndexeerd.
Op het moment van schrijven zijn bijna alle bestanden met bestandstypen zoals gebruikt tijdens de PEFD geïndexeerd. Dat zijn 9,8 mln. bestanden. De volgende stap voor indexatie van de zipfiles zonder wachtwoord is inmiddels gestart. Zodra het grootste gedeelte van de kluis doorzoekbaar is, kan de PEFD-zoekslag op de beschikbare bestanden in de datakluis worden uitgevoerd.
Archiefwerkzaamheden
Naar aanleiding van regulier archiefbeheer worden momenteel fysieke dozen met FIOD-dossiers beoordeeld om te bepalen of ze voor vernietiging in aanmerking komen. Er wordt nog nader onderzocht of deze FIOD-dossiers gebruikt mogen worden en relevantie hebben.
Plan van aanpak
Na de indexatie kan de datakluis worden doorzocht, kunnen de bestanden worden gearchiveerd, openbaar gemaakt, met uw Kamer worden gedeeld of conform de archiefwet worden vernietigd. Deze vervolgstappen worden uitgewerkt in een plan van aanpak. Dit plan van aanpak wordt in samenspraak met de externe commissie verder aangescherpt. Om uw Kamer inzicht te geven in de voorgenomen aanpak schetsen wij in deze brief de contouren van het plan.
Doelstellingen plan van aanpak
Het plan van aanpak voor de datakluis kent als hoofddoel om de inhoud van de datakluis op een zorgvuldige, controleerbare en rechtmatige wijze te ontsluiten, te beoordelen en vervolgens te verwerken overeenkomstig de geldende wettelijke verplichtingen. Daartoe wordt allereerst de technische omgeving van de datakluis doorzoekbaar gemaakt en worden voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd die nodig zijn om de resultaten van de zoekslagen op een verantwoorde wijze te kunnen beoordelen. Het plan van aanpak kent de volgende deeldoelstellingen:
De documenten die niet geleverd zijn in het kader van de wettelijke informatieplicht, alsnog opleveren.2
Documenten die bij een hotspot horen hieraan toevoegen.
Het afhandelen van informatieverzoeken van burgers en bedrijven over de (documenten in) de datakluis.
Documenten conform de archiefwet ordentelijk verwijderen, vernietigen of archiveren.
De datakluis volledig ontmantelen.
Beoordeling relevantie van de in mei 2020 veiliggestelde, beveiligde omgevingen van toenmalige ambtelijk medewerkers van de Dienst Toeslagen.
Onderzoek naar andere beveiligde omgevingen.3
Er wordt langs drie samenhangende sporen gewerkt. Het eerste spoor richt zich op de politiek-bestuurlijk relevante informatie in de datakluis. Binnen dit spoor worden de relevante thema’s, zoekwoorden en zoekopdrachten vastgesteld en is prioritering aangebracht in de te zoeken en beoordelen informatie. Het tweede spoor ziet op het ordentelijk verwerken van de overige bestanden in de datakluis. Hierbij wordt bepaald welke documenten moeten worden geordend, gearchiveerd of vernietigd, conform de geldende archief- en informatiebeheervereisten. Over deze twee sporen bent u geïnformeerd in de voorgaande Kamerbrieven. In het plan van aanpak is nu een derde spoor toegevoegd om meer recht te doen aan de informatieplicht richting burgers en bedrijven. Het derde spoor richt zich op de behandeling van verzoeken van burgers en bedrijven, waaronder verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo), informatieverzoeken, AVG-inzageverzoeken en andere vergelijkbare verzoeken. Dit betreft verzoeken waar over is besloten, die reeds zijn ingediend én die nog ingediend worden.
Spoor 1
Spoor 1 richt zich op het inventariseren van politiek-bestuurlijk relevante informatie in de datakluis en wordt met prioriteit uitgevoerd. Hoewel de verdere inhoudelijke uitwerking van dit spoor in samenspraak met de externe commissie wordt vormgegeven, is opdracht gegeven om te starten met de zoekslagen die ook zijn uitgevoerd ten behoeve van de vorderingen voor de PEFD. Deze zoekslagen worden uitgevoerd op de geïndexeerde mappen in de datakluis.
Met deze voorbereidende werkzaamheden kan de externe commissie na haar start voortvarend aan de inhoudelijke beoordeling beginnen. Daarnaast ontstaat hierdoor inzicht in de aantallen resultaten die uit de verschillende zoekslagen naar voren komen en in de omvang van de informatie die mogelijk relevant is binnen de datakluis. De uitvoering van deze zoekslagen heeft geen gevolgen voor de inhoud van de datakluis. De oorspronkelijke inhoud blijft ongewijzigd beschikbaar. Daarnaast blijft een onaangetaste back-up van de datakluis bestaan. Alle uitgevoerde acties binnen de zoekslagen worden gelogd en gemonitord.
Door te starten met de zoekslagen die eerder zijn toegepast ten behoeve van de vorderingen voor de PEFD, wordt voortgang geboekt en wordt tegelijkertijd meer inzicht verkregen in de aard en omvang van de beschikbare informatie. Dit zonder dat hiermee onomkeerbare stappen worden gezet of inhoudelijke conclusies worden getrokken voorafgaand aan de instelling van de externe commissie.
Spoor 2
Spoor 2 draagt er zorg voor dat zowel alle bestanden die in spoor 1 zijn afgehandeld, als het naar verwachting grote pakket overgebleven bestanden, ordentelijk worden geordend, gearchiveerd of vernietigd. Daarmee wordt de datakluis via het reguliere archiefproces ontmanteld, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke context en gevoeligheid van dit dossier. De verdere uitwerking van dit spoor wordt gedeeld met de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IOE) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), zodat de benodigde aandachtspunten en randvoorwaarden zorgvuldig worden meegenomen in de verdere uitvoering. Hiermee is spoor 2 het sluitstuk van het plan van aanpak.
Spoor 3
Spoor 3 richt zich op de behandeling van verzoeken van burgers en bedrijven om toegang tot informatie uit of over de datakluis. Het gaat hierbij onder meer om verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo), verzoeken om informatie, AVG-inzageverzoeken. Dit betreft zowel verzoeken waarover reeds een besluit is genomen, verzoeken die al zijn ingediend maar waarover nog geen besluit is genomen, als toekomstige verzoeken.
Voor verzoeken die betrekking hebben op (documenten in) de datakluis wordt, in het belang van een zorgvuldige behandeling van het verzoek, bezien op welk moment besluitvorming passend is. Zolang nog niet volledig duidelijk is welke informatie zich in de datakluis bevindt en welke betekenis deze informatie heeft voor de behandeling van verzoeken, worden dergelijke verzoeken niet definitief afgedaan. Hiermee wordt voorkomen dat besluiten worden genomen op basis van onvolledige informatie.
Over de voortgang en de wijze van behandeling wordt proactief gecommuniceerd met verzoekers, met als doel transparantie te bieden over het proces en de keuzes die daarin worden gemaakt. Voor reeds afgehandelde verzoeken wordt, wanneer de ontwikkelingen rondom de datakluis aanleiding geven om eerdere besluitvorming te herzien, samen met de externe commissie beoordeeld welke vervolgstappen passend zijn.
Blik van buiten
Naast de externe commissie zijn er belanghebbenden, toezichthouders en andere organisaties die betrokken zijn bij het plan van aanpak, hierop kunnen adviseren of worden betrokken bij de uitvoering. Dit zijn bijvoorbeeld de Algemene Rekenkamer, de Tweede Kamer, de IOE, de AP en de Auditdienst Rijk. Daarbij vinden wij het van groot belang dat de positie van burgers en bedrijven goed is meegenomen in de aanpak. We werken daarom aan een eenduidige informatievoorziening, willen met de uitvoering van spoor 1 zo snel als mogelijk uitsluitsel kunnen geven over politiek- en maatschappelijk gevoelige kwesties en zetten we met spoor 3 in om transparant te kunnen zijn bij Woo- en informatieverzoeken.
Daarnaast worden de aanbevelingen uit het externe onderzoek dat is uitgevoerd door BDO onverkort opgevolgd. We informeren uw Kamer over deze opvolging.
Met deze aanpak wordt beoogd de datakluis op een gestructureerde wijze af te handelen, waarbij zowel de informatievoorziening aan uw Kamer als de rechtsbescherming van burgers en bedrijven worden gewaarborgd. Hierbij kijken we uiteraard ook naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 juni jl. waarin de Afdeling overwoog4 dat er onder de geschetste omstandigheden geen aanleiding was om een tussenuitspraak te doen, om de zaak5 aan te houden en/of nader onderzoek te doen of te laten doen naar de inhoud van de datakluis.
Tot slot
Met deze brief is uw Kamer geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de datakluis en de wijze waarop hier de komende periode vervolg aan wordt gegeven. Het onderzoek van BDO laat opnieuw zien dat het er fouten zijn gemaakt, hier niet adequaat op is gehandeld en dat verbetering nodig is. Wij blijven uw Kamer informeren over onze vervolgstappen en de verdere voortgang.
De staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
De staatssecretaris van Financiën,
S.T.P.H. Palmen
Kamerstukken II 31066, nrs. 1535 en 1540↩︎
Dit geldt ook voor documenten die met prioriteit worden geïnventariseerd en – in overleg met de externe commissie- als relevant voor uw kamer en maatschappij worden geschat.↩︎
Voor doelstelling 6 en 7 worden deelplannen opgesteld.↩︎
ABRvS 24 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3654, r.o. 3.4↩︎
ECLI:NL:RVS:2026:3654↩︎