[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Reactie op de motie van de leden Stoffer en Mohandis over aan het Nationaal Onderwijsmuseum en de Kamer de vastgestelde structurele subsidie bevestigen (Kamerstuk 36800-VIII-178) en de motie van het lid Rooderkerk c.s. over een governancestructuur waarin het Nationaal Onderwijsmuseum vanuit de sector kan worden voortgezet (Kamerstuk 36800-VIII-179)

Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Brief regering

Nummer: 2026D36532, datum: 2026-07-10, bijgewerkt: 2026-07-27 14:10, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.docx), link naar pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36800 VIII-183 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026.

Onderdeel van zaak 2026Z16122:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

32 820 Nieuwe visie cultuurbeleid

Nr. 183 Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2026

Op donderdag 2 juli 2026 heeft uw Kamer in het tweeminutendebat over het Onderwijsmuseum twee moties1 aangenomen. In beide moties hoor ik uw wens om vanuit het ministerie van OCW actief te kijken naar een manier waarop het Onderwijsmuseum op gezonde manier voortgezet kan worden. In deze brief ga ik op beide moties in en voldoe ik aan het verzoek van uw Kamer om binnen twee weken schriftelijk te reageren op de motie Stoffer en Mohandis.

Ik acht het wenselijk om met de sector te spreken en antwoord te vinden op de vraag wat voor rol de PO-Raad en de VO-raad kunnen spelen in de voortzetting van het museum, zoals de motie Rooderkerk c.s. vraagt. De motie verzoekt de regering samen met PO-Raad en VO-raad te komen tot een governancestructuur waarin het museum vanuit de sector duurzaam en toekomstbestendig kan worden voortgezet, en de Kamer daarover vóór Prinsjesdag te informeren. Ik hecht er extra waarde aan om deze gesprekken over de governancestructuur te voeren, vanwege de huidige kwetsbare situatie waarin het museum verkeert. Het museum heeft zoals u weet te kampen met flinke financiële en organisatorische problemen. Hierdoor zijn achterstanden ontstaan, onder andere in het registreren van de collectie, een kerntaak van het museum. De bezoekersaantallen voldoen niet aan de door het museum zelf gestelde doelen en de eigen inkomsten zijn laag en dalend, ook ten opzichte van andere musea in Nederland. Dat maakt het wat mij betreft echt nodig om eerst goed naar een potentieel duurzame positionering en aansturing van het museum te kijken, voordat hiervoor de financiële ondersteuning, vanuit welk construct dan ook, zonder meer structureel voortgezet en verhoogd wordt.

Afgelopen woensdag 8 juli heb ik aan de PO-Raad en VO-raad gevraagd met een voorstel te komen waarin hun betrokkenheid en verantwoordelijkheid voldoende geborgd kunnen worden. De raden hebben aangegeven hiervoor open te staan en dat het behulpzaam kan zijn om aanvullende middelen te ontvangen vanuit OCW en deze expliciet in te kunnen zetten om aan de verbinding met het museum invulling te geven. Ik zal de mogelijkheden daartoe in de komende tijd samen met de raden verder onderzoeken.

De motie Stoffer-Mohandis is lastiger om eenduidig te lezen en interpreteren. Deze verzoekt de regering binnen twee weken een structurele subsidie te bevestigen aan het Onderwijsmuseum in lijn met het eerder aangenomen amendement Stoffer en Rooderkerk2. In het betreffende amendement wordt in de toelichting aangegeven dat hiermee de subsidie in 2026 met 350.000 euro wordt verhoogd naar 945.000 euro en daarna structureel wordt voortgezet. De eerste vraag is dan of 350.000 euro bedoeld wordt of 945.000 euro. Vervolgens is de vraag welke structurele dekking het amendement bedoelt. De dekking van het amendement voorziet in een incidentele dekking van 350.000 euro voor 2026 en is conform uitgevoerd. Waar de indieners het bedrag in de jaren na 2026 vandaan willen halen voor structurele voortzetting, waar in de toelichting over geschreven wordt, wordt vanuit het amendement niet duidelijk. Derhalve is het amendement niet structureel uitvoerbaar. Ik heb dat toegelicht tijden het tweeminutendebat hierover3 en in mijn beantwoording op uw schriftelijk overleg4. Daarin speelt ook mee dat de hiervoor in het amendement benoemde (incidentele) dekking van de aanvullende 350.000 euro niet structureel beschikbaar is op de OCW-begroting (artikel 8). Deze wordt al ingezet voor andere doeleinden. Dat geldt ook voor het huidige subsidiebedrag van 595.000 euro. Ook daar staan na 2026 geen (structurele) middelen meer op de begroting vanwege het stopzetten van de subsidie per 2027.

Voor beide bedragen geldt vanwege het bovenstaande dat dekking zou moeten bestaan uit posten die onderdeel uitmaken van de brede weging in de begrotingsbehandeling voor 2027 en verder. Inzet op het één betekent immers onverminderd dat elders op de begroting middelen omlaag gaan. Over de begroting 2027 kom ik nog met uw Kamer te spreken en ik wil en kan niet vooruitlopen op de besluitvorming daarop en op voorhand al toezeggingen doen zonder dat deze breder in de Kamer gewogen kunnen worden.

Beide oplossingsrichtingen zijn nog onvoldoende helder op definitieve, structurele en duurzame uitkomsten. Ik zet mij er in ieder geval de komende periode voor in om samen met de PO-Raad en de VO-raad tot een gedegen voorstel te komen. Ik informeer u hierover zoals gevraagd, vóór Prinsjesdag. Ik heb er vertrouwen in dat we, op basis van een gedegen plan, met elkaar een goede weging kunnen maken over het vervolg en wat daarvoor nodig is. Daarbij neem ik de gehoorde wens van uw Kamer mee in de overwegingen.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.Z.C.M. Tielen


  1. Motie Stoffer en Mohandis, Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 178 en motie Rooderkerk c.s., Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 179↩︎

  2. Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 77↩︎

  3. Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 172↩︎

  4. Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 149↩︎